Ogen en mond: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 31c

Overmand door de emoties is de verteller buiten westen geraakt. Hij wordt wakker terwijl de vrouw die hij eerder alleen zag aan de rivier, boven hem is. Ze trekt hem door het water van de Lethe. Het is Matelda die Dante eerder zag staan toen hij dit stuk bos ontdekte.

Ze glijdt zo licht als een bootje over het water en trekt hem achter zich aan. Hier reinigt Dante zich van zijn verleden. Zijn verleden waarvan hij zojuist berouw heeft getoond, wordt nu schoongewassen en vergeten. Tenslotte duwt ze zijn hoofd onder water, waarbij de verteller het water moet doorslikken. De ultieme reiniging.

Hij is er nog niet voordat hij Beatrice mag zien, gaat hij eerst nog langs de 4 nimfen. Ze vertegenwoordigen de 4 kardinale deugden: Voorzichtigheid, Rechtvaardigheid, Moed en Matigheid.

Dante verlangt ernaar de ogen van Beatrice te zullen zien. Het is een verwijzing naar de goddelijke schoonheid van de heldin. Hij wil haar ogen zien en haar mond. Ze staat bij de borst van de griffioen. Ze kijkt strak naar het mythische dier dat Jezus verbeeldt.

Duizenden begeerten, heter dan de vlam is,
vestigden mijn ogen op de stralende ogen
die gedrug de griffioen alleen aanschouwden.
Zoals de zon schijnt in een spiegel,
straalde er het tweevoudig dier in ,
nu met de ene dan met de andere werking.
Denk, o lezer, hoe ik moest verwonder staan,
toen ik het wezen in zichzelf stil zag blijven,
en veranderen in zijn beeld. (vs 118 – 126; vert. Haghebaert)

De ogen kaatsen als een zon in de richting van het dier. Het duidt op de tweeduidigheid van dit wezen dat voor geen mens te bevatten is. Er klinkt engelengezang op. De vrouwen die rond Dante dansen, roepen Beatrice op om haar ogen op hem te richten. Net als dat ze haar mond (haar 2e schoonheid) aan hem zou moeten laten zien.

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van P.B. Haghebaert uit 1947. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Accu

Helemaal klaar om naar de ingebruikname van het Vermeulen-orgel in Klundert te gaan. Ik kruip achter het stuur en sluit de telefoon aan voor de route. De sleutel gaat in het contact, ik draai hem om. Hinniken van de startmotor, maar verder blijft het stil. Geen energie meer.

Het uitje waar ik me zo op had verheugd, gaat niet door. Hij rijdt niet en dan kun je niet in Klundert komen. Ik baal verschrikkelijk. Nu de Wegenwacht bellen. Maar het wordt te laat om nog te kunnen vertrekken.

Als de Wegenwacht 3 kwartier later arriveert, blijkt inderdaad de accu leeg te zijn. Hij komt er al aan met de kabels en probeert zo de auto een slinger te geven. Maar de accu blijft dood.

Er moet een nieuwe accu in. Ik herinner mij jaren geleden een dode accu, die toen niet door de Wegenwacht werd vervangen. Vandaag heeft de monteur een hele bak met verschillende accu’s. Het ligt een beetje aan de hoogte of hij een exemplaar voor ons heeft.

En inderdaad. Hij heeft er eentje. Nu aansluiten en de auto loopt weer als een zonnetje. Maar voor mij voelt het de hele dag dat het autootje me in de steek heeft gelaten. Een leuk en bijzonder uitje is mij door de neus geboord.

Vogels tellen

We gaan lekker voor het raam zitten met uitzicht op de achtertuin. Het is Nationale Tuinvogeltelling dit weekend. Daarom maken we hier een lekker plekje om naar buiten te kijken. We zitten hier nooit. Dit is het naaihoekje van Inge. Nu tellen we de vogels die in de tuin zitten. Eerst is er niks. We wiebelen wat nerveus op de stoel. Stel dat er geen enkele vogel komt opdagen. Dan zit je hier mooi voor schut een halfuur lang.

Aan de andere kant is het best wel gezellig. We kletsen samen, terwijl we naar de wiegende Ginkgo kijken. De sprieten van de hortensia’s deinen mee op de wind. De droge bollen van vorig jaar slingeren als een bungeejumer aan zijn elastiek. Net als achterin de tuin de takken van de vlinderstruiken en het vijgenboompje meebewegen.

Zo zitten we daar voor het raam en keuvelen terwijl de vogels aan komen vliegen. Ja, daar zit een koolmeesje. En kijk nog eens: er komt er eentje bij. En is dat niet een pimpelmees?

Dan maakt merel een duikvlucht en landt fraai midden in de tuin. Kijk eens aan. Zo tellen we ook nog eens een tortelduif in de ginkgo. Hé, er komt er eentje bij. Ze kruipen tegen elkaar aan op een tak. De ene kriebelt met zijn snavel in de hals van de andere. De ander heeft zijn oogjes dicht van genot. Wat is dit schattig.

Misschien moeten we nog wat bijvoeren. Alle vogels schieten weg als er wat zaadjes worden gestrooid. De merel is zo weer terug. Hij gaat op de tuinstoel staan en kijkt met een schuin oog in onze richting. En daar zien we mevrouw merel landen op de schutting. Ze duikt even in de vijgenboom, rust op een takje, draait zich om en vliegt weer weg. Maar ze is geland. Dat telt mee.

Als we dan ook nog eens 2 pimpelmeesjes zien, zijn we helemaal blij. Zo tellen we in een halfuur best een leuk vogelbestand:

  • 2 koolmezen
  • 2 pimpelmezen
  • 2 merels
  • 2 tortelduiven

In totaal 8 vogels in een halfuur. Best een mooie oogst. Ik vind het wel jammer dat we niet de spreeuwen hebben gezien die ik eerder hoorde toen ik de was aan het vouwen was. We zagen ze wel in een grote zwerm hoog boven het pleintje achter vliegen. Of de kauwtjes die ik overal hoor, maar niet in onze tuin zie.

We worden wel enthousiast. Volgend jaar gaan we zeker weer meetellen bij de Nationale Tuinvogeltelling. Het is leuk om te doen en je leert weer eens op een andere manier naar je tuin te kijken.

Roze bril – Sientje (4)

We zouden dat weekend eigenlijk naar Maastricht afreizen. Het zesde deel van de orgelencyclopedie verscheen en werd gepresenteerd met een heus concert in de Sint Servaas. We wilden er meteen een weekendje weg van maken. Een hotelletje met bijbehorende overnachting, zouden we gaan regelen.

Een paar dagen voor vertrek kreeg Inge spit. Het schoot haar in de rug en ze was niet meer in beweging te krijgen. De urenlange reis in de auto zou haar te zwaar vallen. Daarom gingen we niet.

Die zaterdag zaten we niet bij het concert, maar met de krant op schoot op zoek naar mogelijke banen. Geen enkele baan voor mij. Daarom keek ik verder op een plek waar ik helemaal niet hoorde te kijken. Daar zag ik het staan: ‘Goed tehuis gezocht voor zeer lieve teckel’. De tekst greep ons aan. Dat was iets voor ons. We zochten een teckel. En een lieve teckel was helemaal welkom.

Een weekend eerder waren we helemaal de verjaardag van onze zwager vergeten. De hele avond hadden we op internet gezocht naar informatie over ruwhaar teckels. Boos belde iemand om negen uur ’s avonds aan. Het was mijn schoonzusje. Zij was mam maar gaan halen, omdat ze op zat te wachten. De telefoon was de hele tijd bezet. We waren de hele verjaardag vergeten. Loes nam mam nu wel mee.

Zo vertrokken we naar Goor. Inge met haar zere rug. Ook haar been deed zeer. Zij achter het stuur; ik had geen rijbewijs. Als ze voorzichtig deed kon ze het halfuur wel naar Goor rijden. We reden de bocht in naar de snelweg. ‘Hoe zullen we haar noemen als ze een verschrikkelijke naam heeft?’ vroeg ik.

We lieten wat namen langskomen. Truus, Marie of Takkie. ‘Nee, Sientje’, zei Inge. ‘Sientje is een mooie naam.’ We reden de scherpe bocht in naar de A1. Ik liet de naam even over mijn tong rollen alsof ik een slokje wijn proefde. ‘Sientje, Sientje.’ Dacht nog even na. ‘Ja, Sientje is een mooie naam’, herhaalde Inge. ‘Ik had een tante die Sientje heette.’ Dan bedacht ik mij. ‘Wat als ze al een hele mooie naam heeft.’

We wisten ook wel dat we de hond kochten door er te gaan kijken. Je ziet dan alles door een roze bril. Dezelfde verliefde bril als waarmee wij van elkaar aankeken. Ook wij wisten best dat we bij onze eerste ontmoeting verkocht waren. Er waren al zoveel bijzondere en persoonlijke mailtjes verstuurd. Het kon niet meer misgaan. We zouden aan elkaar kleven. Dat wisten wij ook wel.

Nu reden we naar Goor en beseften dat we straks met een teckel op de achterbank naar huis zouden rijden. Kijken = kopen, had ik gezegd op het moment dat ze de verkoper belde. Oké, er waren bepaalde dingen niet in de haak. Het dier was nooit in huis geweest en had in de schuur achter het huis geleefd. Daar was ze voor de fok om de eigenaar van mooie nieuwe teckeltjes te voorzien. Ze was net 4 jaar. Blijkbaar te oud voor nog een nestje.

We kwamen er aan, parkeerden wat verderop bij een verzorgingstehuis en belden er aan. Een teckel stond afgebeeld op het naambordje. Binnen geblaf van een teckel. We mochten achterom. Onderwijl vertelde de fokker over de hond. Hij deed haar weg, want ze had genoeg nestjes gehad. Hoeveel vertelde hij niet.

We liepen naar de grote schuur achter het huis. In de eerste bak zaten kleine ruwhaarteckels. ‘Dat is de jachtlijn’, vertelde hij. Daar ging hij geregeld mee het bos in. Een hok verder zaten 2 grote teckels. Een hele enthousiaste teckel sprong van blijdschap alle kanten op. Stond zelfs op het hoofd van de andere teckel. De andere teckel bleef rustig staan, al roerde de staart ook alle kanten op.

De hond die bovenop de andere stond, was het niet. Dat was Winnie, een teefje dat hij niet te koop aanbood. De onderste, dat was ze. Een enorme hond. We staarden met grote ogen in de bak. Hij haalde haar eruit. We konden haar even goed bekijken. Inderdaad, hij wilde er honderd euro voor hebben. Een schijntje voor zo’n hond, verzekerde hij. Bij hem gingen puppies voor een veelvoud van dat bedrag weg.

We moesten er rekening mee houden dat het dier niet zindelijk was en nog nooit in een huis had gewoond. Hij drukte haar stamboom onder onze neus. Nala van het Reggestadje stond erop, geboren op 17 januari 1998. Ze was een paar dagen eerder 4 jaar oud geworden.

We keken elkaar snel in de ogen. ‘Ja, we nemen haar’, zeiden we. De honderd euro was een koopje, beseften we ook. We hadden de honden eerder voor 1100 gulden te koop zien staan. We waren druk aan het rekenen, maar beseften niet hoeveel geld 100 euro eigenlijk was. Het voelde in elk geval niet zoveel het bedrag later zou aanvoelen. Daarvoor was de nieuwe munt nog te nieuw.

‘We nemen haar. Alleen hebben we nog geen geld.’ Ik keek op mijn horloge. ‘En we hebben nog niks voor een hond in huis.’ ‘De dierenwinkel in het dorp is tot 4 uur open’, zei de fokker. Nog iets meer dan een uurtje. Als we opschoten, konden we alles die middag nog afhandelen. Ook het laatste obstakel hadden we bijna overwonnen.

Lees het vervolg: Teckelsnoetjes »

Lees elke zondag een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Onderweg

Voor zijn nieuwe roman Onderweg heeft de Portugese schrijver João Ricardo Pedro een groot treinongeluk als uitgangspunt genomen. Op 11 september 1985 rijden 2 treinen op elkaar op het enkelsporige traject tussen Nelas en halteplaats Alcafache. Het is de grootste treinramp in de Portugese geschiedenis.

De verteller van João Ricardo Pedro’s roman heeft er een groot en indrukwekkend verhaal om geschreven. Een verhaal over de vermissing van een meisje. Ze wordt nooit gevonden en het laat een leegte achter bij de mensen die achterblijven. Is ze er echt niet meer en zou ze niet nog leven?

Het schrille contrast met een ander verhaal van een meisje dat juist rond datzelfde moment een einde aan haar leven maakt. Het geeft de dubbelzinnigheid weer van enerzijds de drive om verder te leven en anderszijds het levensmoe zijn.

De kracht van Onderweg is de verteller João. Hij legt prachtige parallellen. Bijvoorbeeld met het gegeven dat hij uitdrukkelijk niet in de kamer van zijn oudere zus mag komen. Ze is verdwenen en toch durft hij het niet. De hoofdstukken beginnen op een identieke manier, waarbij de schoonmaakster Silvana de kamer van Marta schoonmaakt. Dezelfde volgorde:

Ze opende het raam. Haalde het bed af. Draaide het matras om. Verschoonde de lakens. Verschoonde de kussensloop. Verruilde de dunnere sprei van katoen voor een wollen deken. Stofte de tekentafel. De lamp. De schildersezel. De stoel. De doosjes aquarelverf. De doosjes met gouache. De doosjes met potloden. De doosjes met penselen. Ze stofte de boekenkast en het boek oover Caravaggio. Het boek over Cézanne. Het boek over Hopper. Het boek over Munch. Het boek over Schiele. Het boek over Bosch. Ze stofte een rij muziekcassettes. (65)

Alles waar João niet aan mag komen. Het schoonmaken wordt een ritueel. De paar keer per jaar dat Silvana de kamer schoonmaakt, gaat ze alle voorwerpen af, in vaste volgorde. Het sprei wisselt met de wollen deken in de winter. In het voorjaar komt het sprei weer op bed te liggen. Alsof Marta elk moment kan binnenkomen.

Daarmee is Onderweg een indringend portret van iemand die vermist wordt. Marta is nooit teruggevonden. Alleen haar rugtas. De vertwijfeling of ze echt in die trein zat. Dat weet de verteller buitengewoon mooi, integer en treffend over te brengen.

João Ricardo Pedro: Onderwweg. Oorsponkelijke titel: Um Postal de Detroit. Uit het Portugees vertaald door Pouwels. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur, 2017. ISBN: 978 90 5672 582 2. 170 pagina’s. Prijs: € 17,99. Bestel

Lekke band

Drukke dag op het werk gehad. Langer doorgegaan in de hoop dat de stapel dan slinkt. De avond valt donker. Het miezert een beetje. Net een appje gestuurd dat ik om half 7 thuis ben. Kwart over 6, kom ik bij de fiets aan en ik zie het al van een afstandje: lekke band.

Dat gevoel. De gedachte die door je hoofd schiet. Shit. De teleurstelling want het loopt anders dan je verwachtte. Je bent al moe van het werk en nu ben je extra lang onderweg naar huis.

Zo’n trieste blik: een fiets met een lege band. Hij staat al wat minder stabiel. De velgen drukken op de stoep. Geen beweging meer in te krijgen. Tas in de fietstas en dan maar gaan lopen.

Zo ga ik door het duister over het verlaten industrieterrein. Een verdwaalde auto passeert langs mij. De plassen water opspattend. En ik probeer er een beetje tempo in te krijgen.

Over een halfuur thuis? Hopelijk om kwart voor 7. Het is later dan ik in mijn hoofd had. Maar dat is nu eenmaal. Niks aan te doen.

De gedachte dat ik straks in de kou zo’n band moet plakken. Dat je vingers niet meer los willen. Alles nat en alles blubber. Het groot onderhoud in de buurt, maakt van alles een modderpoel. De planten zijn weg en zelfs de vogels zijn gevlucht.

De natte aarde kleeft zich vast aan je fiets, maar je bent tegelijk zo blij dat je thuis bent, dat je wat straks komt, maar even vergeet.

Keukenontwerp – Tiny House Farm

Het zien van het prachtige keukenontwerp van onze toekomstige buurman stimuleert Inge om ons oude ontwerp weer van stal te halen. Wat willen wij eigenlijk straks in onze keuken hebben? Hoe moet deze eruit zien?

We hebben al een paar keer flinke discussies gehad over de keuken. Zeker, het is een belangrijke plek in huis. Maar het mag toch niet onze halve woonruimte in beslag nemen. We gaan tenslotte kleiner wonen, dus dat betekent ook een kleinere keuken.

Moet je dan een keuken maken in een hoek of neemt de hoek juist teveel ruimte in beslag. Het was onderwerp van onze gesprekken. Ik was ervan overtuigd dat een hoek ruimte kost, omdat je daarmee een stuk weghaalt die ander kunt gebruiken. Inge vond van niet. Je begrijpt het al: er zit in het ontwerp een hoek.

Zaterdag is Inge weer verder gegaan met wat we al hadden. Ze komt nu op een efficiënt gebruik van de ruimte. Eerst wilde ze de koelkast aan de andere kant van de deur zetten, maar ik heb haar uitgedaagd om dat niet te doen. Het betekent een kastje minder, waarmee we ruimte winnen. Een leeg aanrecht is wel het devies. Nu staan er bijvoorbeeld een magnetron, een KitchenAid mixer en een groot espresso-apparaat op het aanrecht. Daarmee verdwijnt veel werkruimte.

Nu bedenken we nieuwe plekken voor deze attributen. De magnetron krijgt een plek in de keuken. De oven komt ook wat hoger te staan wat makkelijker is bij het koken. Het koffiezetapparaat hoeft natuurlijk niet per se op het aanrecht te staan. Waar hij dan wel moet komen, is nog niet helemaal duidelijk. Net als de KitchenAid mixer.

Al met al een heel aardig ontwerp voor een mooie prijs bij de Ikea. We moeten hem dan nog wel zien te installeren. Ik denk dat we hier een mix moeten vinden van zelf doen versus laten doen. De tekening geeft een heel aardig beeld. Ik denk dat we binnenkort maar eens naar Ikea moeten om het ontwerp definitief te maken.

Beschaamd en stom: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 31b

Zoals alleen een vrouw kan doen, drukt Beatrice het er nog eens goed in bij de verteller Dante. Na haar dood had de dichter zich tot de hemel moeten richten in plaats van met andere vrouwen in zee te gaan. Dat hij naar haar dood onverschrokken liefdesverklaringen aan andere vrouwen doet. Dat is toch echt heel slecht.

Ze wijst hem op zijn leeftijd. Ook omdat hij het nog gewoon doet terwijl hij ouder – en dus wijzer – zou moeten zijn. De vergelijking die Beatrice hier maakt is prachtig. Ze vergelijkt het met jonge en oude vogels. Zijn de oude vogels niet zomaar te vangen?

“De jonge vogel laat tot twee- driemaal op zich
schieten: maar het is vruchteloos geschoten naar
de oude vogel, of voor hem het net gespannen.”
Zoals een kind beschaamd en stom staat
met zijn ogen naar de grond en luistert,
de eigen schuld erkennend en bedroefd. (vs 61 – 66; vert. Haghebaert)

Ze spreekt hem toe als een schuldig kind. Dante kan er alleen maar met teneergeslagen hoofd staan. Ze wijst hem nog streng op zijn volwassenheid. Hij heeft immers een baard, laat die maar eens zien. Je lijkt er nooit iets te willen leren.

Heerlijk die vermaning. Dante moet diep door het stof. Hij kijkt nog eens goed naar Beatrice en wordt getroffen door haar schoonheid. Zij doet alle vrouwen die hij een liefdesverklaring gegeven heeft, abrupt vergeten.

Dan raakt de schrijver getroffen tot in het diepste van zijn binnenste. Hij wordt overmand door emotie en zakt in elkaar.

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van P.B. Haghebaert uit 1947. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Klagende Jay

Het lezen van Moederland roept soms ook associaties op met een film van Woody Allen. Ik kijk al heel lang geen films meer van Woody Allen. Werd ik vroeger nog weleens geraakt door de mooie beelden en de interessante dialogen.

Ik was het ook heel snel beu: het zijn zeurfilms waarbij een onderwerp komt binnendrijven en wordt opgeblazen tot een reuzenprobleem. Terwijl het alleen maar een opblaasbare, paarse krokodil is, vol met lucht.

Dat gevoel krijg ik ook bij Moederland. Het idee dat ik naar een film van Woody Alan zit te kijken. Moeder wordt tot een groot probleem opgeblazen. De kinderen voelen zich kinderen in haar nabijheid. Ze willen zich vrijmaken, maar dat lukt niet. Allemaal kleven ze zich vast om de gunst van moeder. Daar maakt de oude vrouw dankbaar gebruik van.

Zeker, het systeem van verdeel en heers, weet moeder goed te benutten. In het verhaal dobber je van het ene probleem in het andere. Maakt Jay zich nog heel druk over zijn te spraakzame moeder, als moeder spullen gaat weggeven aan haar kinderen, dringt een ander probleem op. Waarom krijgen de andere huizen, stukken land, auto’s en meubels, en ik niks?

Moeder kent Jay goed, zo ontdek je regelmatig tussen de regels door. Zo stuit Jay bij het sorteren van zijn moeders papieren op een dik boek waarop Dagboek staat. Hij leest er naast de gebruikelijke informatie over het weer van die dag, ook een opmerkelijke zinssnede over zichzelf:

Ik keek of er bij vorige week woensdag stond dat ik had schoongemaakt. Jay kwam langs, begon het. Daarna: Het gebruikelijke geklaag. Wat heb ik het zwaar, geen cent te makken. Arme ik, arme ik.
Ik zag het niet als belediging of bespotting, maar eerder als extra bevestiging dat moeder weer de oude was. (532)

Terug te lezen dat Jay zichtbaar over weinig zelfkennis beschikt. Hij vervalt regelmatig in een zelfbeklag zoals zijn moeder in haar dagboek schrijft. Het beeld van moeder is dus heel wat minder eenzijdig dan de ik-verteller Jay in de roman schetst.

Heel soms, zoals in het hier geciteerde gedeelte, komt de aard van Jay zelf naar voren. Dan snap je moeder ook een beetje. Jay vindt zich heel snel zielig en in het gesmeek om aandacht, wil hij zichzelf dikwijls als zielepiet neerzetten.

Niet altijd terecht, zoals je in het dagboek van moeder kunt lezen.

Paul Theroux: Moederland. Roman. Oorspronkelijke titel: Mother Land. Nederlandse vertaling Linda Broeder, Betty Klaasse en Anne Roetman. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2017. ISBN: 978 90 254 5101 1. 622 pagina’s. Prijs: € 27,99. Bestel

Onuitstaanbaar

Het lezen van Moederland van Paul Theroux is heerlijk. Het verhaal gaat over een onuitstaanbare moeder. Ze bezit alle kenmerken van onuitstaanbare moeders bij elkaar is daarmee wel een zeer extreme, onuitstaanbare moeder geworden. Ieder kind herkent trekjes van je eigen moeder in de moeder die de verteller schetst.

De onuitstaanbare trekjes van alle moeder ballen zich samen in de moeder van Jay. Ze kent haar kinderen stuk voor stuk van haver tot gort, manipuleert en weet haar kinderen op het meest zwakke moment te treffen.

De verteller meet telkens de slachtofferrol aan. Hij laat het hem gebeuren. Zo heeft hij een vrouw ontmoet waarmee hij verder wil. Niemand mag het weten, maar zijn moeder is aan het gissen. Het lijkt wel of ze de rest van zijn lichaam afleest om het geheim te ontrafelen. Hij wil zijn nieuwe liefde een beloftering geven. Daarvoor gaat hij bij zijn moeder langs.

Onverstandig.

Ze vraagt of hij nog ergens naartoe moet. Jay ontkent, maar in zijn ontkenning zit juist de bevestiging. Terwijl hij ontkent, moet hij lachen.

Moeder zei: ‘Ik hoop dat ze leuk is.’
Ze had alles door, wist het al voordat ik ook maar iets zei. Op achtduizend kilometer afstand kon ik best een geheim voor haar bewaren, maar als ze tegenover me zeat en me geconcentreerd aankeek met haar strakke, serieuze gezicht, was ik hulpeloos. Bovendien was ik in de greep van de liefde. Ik wenste de wereld niets dan goeds; ik wilde dat de werled mij ook niets dan goeds wenste. (137)

Allemaal vormen van excuses om te verklaren waarom hij zijn geheim juist aan zijn moeder verklapt heeft. De belofte van zijn moeder dat ze het aan niemand verder zal vertellen, ligt er zo dik op dat je als lezer onmiddellijk weet, dat de hele wereld het al weet voor Jay de kamer verlaten heeft.

Het hele verhaal dat het geen verlovingsring is, maar een beloftering, doet er geen afbreuk aan. Ze weet heus wel wat voor een ring het is. Een verlovingsring. Waarom zou je anders aan een vrouw die je leuk vindt, een ring geven.

Zijn geliefde Madison vindt de ring helemaal niet leuk. Ze interpreteert het hetzelfde als Jay’s moeder. Ze vindt dat hij te ver gaat. Al zegt ze het niet meteen. Als iedereen van haar ring weet, wordt ze woest en is de relatie voorbij.

Bovendien haalt Jay er de vijandschap van zijn broer Floyd mee op de hals. Hij voelt zich bedrogen omdat hij via moeder hoort dat zijn broer verloofd is. Dan verschuift het perspectief even. Jay heeft een extra dimensie om over te klagen. Zijn moeder heeft de relatie tussen hem en zijn broer Floyd verknalt. En dat allemaal om een geliefde die een ring kreeg en waarmee hij nu ook in onmin leeft.

Moeders.

Paul Theroux: Moederland. Roman. Oorspronkelijke titel: Mother Land. Nederlandse vertaling Linda Broeder, Betty Klaasse en Anne Roetman. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2017. ISBN: 978 90 254 5101 1. 622 pagina’s. Prijs: € 27,99. Bestel

Lees morgen verder: Klagende Jay »