Nog een paar krantenknipsels – Tiny House Farm

We gaan nog even verder met de stukken die ik schreef in de tijd dat ik journalist was bij de Twentsche Courant Tubantia. Ik werkte eerst op de stadsredactie van Hengelo, het jaar erop een jaar voor de redactie Hof van Twente. Bij allebei veel geleerd en heel veel geschreven. Heel veel.

Elke dag schreef ik minimaal 1 artikel, meestal meer dan 1. Ik herinner mij dat ik soms in vakantietijd de hele pagina voor de Hof van Twente verzorgde. Het spreekt voor zich dat ik die dag niet weg kon. Dan was ik alleen aan het schrijven.

Dubbelgevouwen artikelen

De stapel papier in 2 cassettes opgeborgen en eigenlijk niet meer open geweest, sinds ik hier in Almere woon, ben ik begonnen. Het meeste heb ik op de foto gezet. Een paar artikelen die mij dierbaar zijn, heb ik bewaard. Het past precies in een klein mapje. Niet veel meer van die enorme berg oude kranten.

Wel leuk om die artikelen weer door mijn handen te laten glijden. Ik lees over Ria van Leuteren en haar pleidooi voor borstvoeding. Ik heb vaak aan haar gedacht toen Inge borstvoeding gaf. Zelfs de uitgebreide tips die ze gaf, wist ik mij toen nog te herinneren. Ria van Leuteren praatte ook 5 kwartier in een uur.

En al die andere verhalen. Ik heb ooit het idee gehad om er een soort verhalenbundel of roman van te maken. Niet dat ik het ooit gedaan heb. Teveel werk en gedoe. Al ligt er nog steeds een mooi idee van mij op de plank. Wie weet. Als ik straks alle ruimte heb omdat ik zoveel spullen heb weggedaan. Inclusief de inspiratierijke artikelen.

En de oude kranten? Inge kan ze goed gebruiken om te knutselen met de kinderen.

Geduld loont: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 21b

De vraag van Vergilius is precies de vraag die op de lippen van Dante brandt:

‘Maar zeg mij wat de berg zo trillen deed
En waarom dat gezang is opgestegen
Van voet naar top, die luide jubelkreet,’Het was, toen hij zijn garen had geregen
Door ’t kleine oog van mijn weetgierigheid,
Alsof mijn dorst verlichting had gekregen. (vs 34 – 39; vert. Cialona en Verstegen)

Wat heeft het beven van de hele berg te betekenen? En waarom zongen alle zielen het ‘Gloria in excelsis Deo’ bij? De verteller legt heel nadrukkelijk uit dat Vergilius met deze vraag de naald in het oog van het verlangen van de held van het verhaal steekt.

De schim is geduldig en legt uit wat er zojuist gebeurde. Het is eigenlijk heel simpel. Hier gebeurt op zich weinig. Alles gaat volgens een vaste orde. Alle natuurelementen waar je op aarde last van hebt, zijn hier niet aanwezig.

Het beven van de berg, komt omdat er zojuist een ziel is vrijgekomen:

Het beeft wanneer een ziel die boete deed,
Gereed is voor vertrek naar hoger streken:
Dat wordt bezegeld met die vreugdekreet.De wil, van loutering het enig teken,
Verrast de ziel en zegt dat zij, bevrijd,
Naar boven mag: haar wens is wil gebleken. (vs 58 – 63; vert. Cialona en Verstegen)

De ziel die zojuist voldoende gelouterd is, staat voor hen. Het is de Romeinse dichter Statius. Hij heeft zijn straf van 500 jaar vanwege zijn hebzucht, hier uitgezeten en daarna nog eens 400 jaar moeten wachten om echt weg te mogen.

De vergelijking die Dante de Canto opende, krijgt hier een mooi vervolg:

Ik kan niet zegen hoe mij dit verblijdde:
Zoals men meer geniet, wanneer men drinkt,
Naarmate ons de dorst ook meer deed lijden. (vs 73 – 75; vert. Cialona en Verstegen)

Het doet hem verschrikkelijk goed het antwoord te hebben gekregen van de schim. Naarmate de dorst toeneemt, kun je meer genieten van het drinken, stelt de verteller. Daarom doet het hem goed zo lang te hebben moeten wachten op het antwoord. Geduld loont.

Gedichten rond Canto 20

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Ike Cialona en Peter Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Feelgoodroman

De roman Een lucht vol Franse dromen van Michelle Visser is een feelgoodroman. Het eerste deel van deze serie, Het huis met de blauwe luiken, heb ik niet gelezen. Deze 2 boeken staan in schril contrast met de reputatie die Michelle Visser heeft. De boeken Véronique en Opstand zijn namelijk historische romans.

De nieuwe roman Een lucht vol Franse dromen vertelt het verhaal van Anneloes Beekman in Frankrijk. In het eerdere deel verlaat ze haar man Edward. Ze heeft hem betrapt op vreemdgaan en besluit bij hem weg te gaan. Ze vertrekt naar Frankrijk en wordt verliefd op een huis. Daar begint ze uiteindelijk haar eigen chambre d’hôte: Chez Loes.

Teren op reserves

In Een lucht vol Franse dromen maken de opwelling en opstartproblemen plaats voor het uitbreiden van de activiteiten om beter in haar levensonderhoud te voorzien. De chambre d’hôte op zich is niet genoeg om van te kunnen leven. Ze teert nog op haar reserves, of zoals ze het zelf noemt, het geld van Ed. In deze roman probeert ze zich meer en meer zelf te bedruipen.

En ze weet zich goed staande te houden in het kleine Franse dorpje Pommiers. Ze is onderdeel van de gemeenschap en integreert meer en meer in het Franse plattelandsleven. Al heeft ze ook moeite met de jacht en hoe de boeren verder omgaan met dieren.

Ze wordt nog altijd geholpen door de handige klusjesman en ook Nederlander Sjoerd. Hij heeft van de bouwval die ze kocht, iets weten te maken. Nu leeft ze in een huis waarin alles spic en span is. Alleen mist ze het gezelschap van een man.

Weinig gevaar bespeuren

In de roman Een lucht vol Franse dromen krijgt haar leven in Frankrijk steeds meer vorm. In het boek zijn ondanks de zorgen of ze het wel redt en daarom terug naar Nederland zou moeten, weinig gevaren te bespeuren. Daarmee blijft ook een groot deel van spanning voor de lezer weg.

Het verhaal kabbelt voort. Niet dat daarmee het verhaal niet interessant is. Zeker, je beleeft het wel en wee van Anneloes. De zorg voor haar gasten en de verhalen die de gasten met zich meebrengen. Verder krijgen de verhalen van de mensen in het dorp veel aandacht. Zo worstelt Sjoerd met een zoon die hij niet mag zien van zijn ex-vrouw.

De eigenaresse van de bistro Au Bon Accueil in het dorp, Georgette heeft weer veel moeite met haar dochter Brigitte. Brigitte ervaart het dorp Pommiers als verstikkend en wil niets liever naar de grote stad. Ze droomt ervan een bestaan op te bouwen in Parijs. Haar ouders zien hier echter alleen maar gevaar in.

Ideaal vakantieboek

De komst van de kunstschilder Valentin – hoe toepasselijk is zijn naam – verstoort het evenwichtige leventje dat Loes gevonden heeft. Hij is niet alleen gepassioneerd als het gaat om schilderen. Hij heeft ook een oogje voor vrouwelijk schoon. Niet alleen Brigitte krijgt veel belangstelling van hem, ook Loes weet hij te veroveren. Ze leeft helemaal op in zijn aanwezigheid. Het verhaal over de gepassioneerde seks met haar gast, haalt zelfs De Telegraaf.

Allemaal verhalen die aan bod komen in Michelle Vissers roman Een lucht vol Franse dromen. Het heerlijke van het lezen van dit soort boeken in de zomervakantie, is dat het je helemaal in (Franse) vakantiesfeer brengt. Het is genieten van het zonnetje en het najaar op het Franse platteland. Zelfs de sneeuw aan het eind van de roman, haalt je niet uit die zomerse sfeer die de roman bij je losmaakt.

Dat er weinig spannends in te bespeuren is, neem je voor lief. Mogelijk is dat de smaak van een feelgoodroman. Het verhaal suddert zoetjes vooruit. De schrijfstijl van Michelle Visser helpt hier goed bij. Ze weet je te pakken in haar verhaal. Het is alsof je een lekker stuk taart eet. Je hebt niet in de gaten dat je eet en toch vult het. En dan moet je altijd oppassen dat je even daarna dit soort boeken laat liggen. Voor je het weet, lees je er teveel van en word je misselijk.

Michelle Visser: Een lucht vol Franse dromen. Amsterdam: Meulenhoff Boekerij, 2017. ISBN: 978 90 225 7818 6. Prijs: € 15,00. 336 pagina’s. Bestel

Improvisaties en eigen werk

De improvisatie van Geerten Liefting in de Domkerk is op een thema dat Jan Hage vlak voor het concert overhandigt aan de concertant. Geerten Liefting is niet voor niks de winnaar van het Haarlemse improvisatieconcours vorig jaar. Het optreden in de Dom is onderdeel van zijn prijs. Jan Hage daagt hem uit met een interessant thema.

Helaas valt het voorspelen van het thema enigszins weg in rumoer buiten de kerk. Er is een soort competitie minivoetbal bezig op het Domplein, maar gelukkig staat de improvisatie als een huis. Hier vermengt Liefting de klankwereld van Alain en ook wel van Florentz tot een heel eigen geluid. Ik kan vooral genieten van de ritmes die hij goed weet over te brengen.

Iets soortgelijks gebeurt in het kersverse “Prelude”. Een compositie waarvan de inkt nog maar net is opgedroogd en die een première doormaakt in Utrecht. Geerten Liefting belooft dat het het eerste is van een grote Suite in wording. Dat is een mooi vooruitzicht.

De Prelude omschrijft Geerten Liefting zelf als een ADHD-stuk, maar ik ervaar het als een brede klankwereld met veel variatie. Fraai spel rond dezelfde toon. Hier hoor ik veel verwantschap met de klanken van Jehan Alain. Gregoriaans aandoend koraal, met mooie herhaling in uitkomende stem, echo in het pedaal. Later veel echo’s.
De accenten op de dissonante akkoorden waardeer ik erg. Hij houdt ze lang genoeg aan om de enorme rijkdom aan klanken te onderscheiden. Dat is ook echt iets voor het orgel. Geerten Liefting gebruikt dit sterke element van het orgel heel overtuigend.

De afsluiting met de “Toccata” van Louis Vierne (1870 – 1937) uit zijn 2e Suite, is een mooie hekkensluiter van dit bijzondere concert. Geweldig om hier bij te mogen zijn. Geerten Liefting is een veelbelovend talent, waarvan ik later nog veel hoop te horen.

Hoe anders dan de andere improvisatietalenten van Nederland. Hij is zeker een welkome aanvulling op de rest. Al hoor ik veel verwantschap met iemand als Gerben Mourik. De klankwereld van deze organisten ligt in Frankrijk, waarbij Gerben Mourik wat sterkere Duitse invloeden heeft.

Ik ben heel benieuwd of het eens mogelijk zou zijn deze verscheidenheid aan improvisatiekunst eens samen te brengen. Het zou de improvisatie op orgel misschien weer een stapje verder brengen.

Veel verrassingen

Dit concert van Geerten Liefting in de Domkerk bestaat uit veel verrassingen. Dit geldt zeker voor “Thème et Variations” van Marco Enrico Bossi (1861 – 1925). Een voor mij onbekend orgelwerk. De variaties bieden veel kans om de enorme klankrijkdom van het Domorgel te demonstreren. Al blijft het hoogtepunt van deze variatiereeks in de afsluitende Fuga. Magistraal. Het maakt eigenlijk alle voorgaande variaties overbodig. Of zou dit een truc van de componist zijn: eindigen met het hoogtepunt.

De “Aria” van Jehan Alain klinkt prachtig in de Domkerk. De ritmes werken aanstekelijk. Die ruimte die zo meewerkt en waarbij de fluiten zo intiem klinken. Het rustige, Gregoriaans motief aan het einde krijgt de hele Domkerk muisstil. Zelfs de herrie buiten verstilt. Alleen met de muziek. Onvergetelijk.

Een componist die je ook weinig hoort op concerten en die Geerten Liefting hier in de Domkerk laat horen: de leerling van Messianen: Jean-Louis Florentz (1947 – 2004). Florentz liet zich niet alleen door het katholieke geloof inspireren, hij maakte ook veel studie van Afrikaanse muziek en was vaak in Ethopië te vinden.

Die vermenging van Arabische en Afrikaanse muziek is duidelijk terug te horen in “Dis-moi ton Nom”, vertel me je naam. Wat een ritmiek! Geerten Liefting weet dit muziekstuk prachtig te vertolken in de Domkerk. Het Bätzorgel leent zich goed voor deze klankverscheidenheid. De ruimte doet de rest. Het orgel en de ruimte vormen hier in de Utrechtse Dom wel dé combinatie. Beter kan niet.

Lees verder: Improvisaties en eigen werk

Rijke klankwereld in Domkerk

Het concert van Geerten Liefting, winnaar van onder andere het improvisatieconcours van Haarlem, in de Domkerk is mede een reden om naar Utrecht te fietsen. Het is een rijk programma dat de organist van de Bonaventurakerk in Woerden heeft samengesteld. Veel onbekend werk, eigen werk en improvisaties.

De transcripties van werk van Sergei Rachmaninov vallen onder het thema van de zomerconcerten in de Utrechtse Domkerk. Het thema is transcripties, waarmee Geerten Liefting mooi aansluit bij de rest van de programma’s. Concertgevers moeten minimaal 1 transcriptie opnemen.

Geerten Liefting kiest voor 2 werken van Sergei Rachmaninov, bewerkt door Reize Smits. Het openingswerk Preludium in g is een prachtige compositie om het concert mee te openen. Lekker meeslepend, mede door de tongwerken aangezwengeld. Het Vocalise dat volgt, komt bij mij wat minder binnen. Waardoor dit komt, is mij niet helemaal duidelijk. Het is namelijk een prachtig stuk dat normaal wordt uitgevoerd met piano en cello als solo-instrument.

Misschien dat het stuk teveel wordt opgeslokt door de ruimte of dat het stuk te vroeg geprogrammeerd staat. De uitvoering is namelijk heel mooi, prachtig gedragen tempo en rustige uitkomende stemmen met de prestant van het rugwerk. De melancholie weet Geerten Liefting heel sterk over te brengen.

Lees het vervolg: Veel verrassingen

Grens bewaken – Saartjes hernia (7)

Hoe gaat het met de hernia van onze Saar? Ze maakt het bijzonder goed. We hebben de benchrust iets verruimd. Het geldt ook als ze rustig in de mand ligt. Merken we dat ze te wild is en te vaak uit de mand gaat, dan moet ze in de bench.

Tot nog toe werkt het heel aardig. Al merk ik wel dat het best lastig is om de grens te bewaken. We breiden het rondje lopen steeds verder uit. Gingen we eerst tot de rand van het park, nu durf ik er al een eindje in te lopen. De band gaat al niet meer om haar middel. Ze springt er namelijk steeds uit.

Dan is het vooral goed opletten. Zo liep ik gisterochtend voor het eerst tot het eind van het eerste grasveld met de bomen. Daar kreeg Saartje het wel moeilijk. Bij het snuffelen aan een graspol, ging ze even zitten. De poten niet mooi recht naar beneden, maar opzij.

Op die momenten merk je dat je hond nog echt hernia heeft. De oefeningen werpen vruchten af. Wel heeft ze nog een paar eigenaardigheden, zoals wippende pootjes als ze plast. De kracht zit nog niet helemaal in haar poten, maar we zien nog elke dag vooruitgang.

Inge heeft de filmpjes die ze in de eerste dagen maakte, gekoppeld aan de filmpjes die ze later schoot. Je ziet hoe snel ze vooruit is gegaan. Het geeft hoop voor de toekomst. Het zou best weleens kunnen dat het helemaal goedkomt met onze Saar.

Krantenknipsels – Tiny House Farm

Bij het opruimen kom je veel dingen tegen waarvan je wel het bestaan weet, maar dat je ze eigenlijk vergeten bent. Een voorbeeld: de vele artikeltjes die ik schreef in de tijd dat ik bij de Twentsche Courant Tubantia werkte.

Ik heb – trots als ik er op was – veel bewaard. Elke dag als ik uit mijn werk kwam, probeerde ik de krant van een dag eerder te bemachtigen. Lukte niet altijd, maar bij elkaar genoeg om in 2 tijdschriftcassettes te bewaren, dubbelgevouwen zitten ze erin.

Bijzondere verhalen waarbij dan weer de herinneringen omhoog komen. Wat een belevenissen! Ik geniet ervan als ik de artikelen weer lees. Ik zie soms de geïnterviewden voor mij. Dan weet ik weer hoe ik soms onder de indruk kon zijn. Zoals van een asielzoekersgezin. Het was in de tijd van de discussie over het Generaal Pardon.

Of dat andere: de eerste rechtbankbezoek en het bijbehorende verslag. Ik kwam terug op de redactie en zei tegen mijn chef Jan Bengevoord: ‘Maar daar kunnen we niet over schrijven. Dat is gewoon een zielig verhaal.’ Waarna hij reageerde: ‘Dat is juist de reden om erover te schrijven.’

Dorst naar kennis: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 21a

De vergelijking waarmee de 21e zang uit de Divina Commedia begint, is voor mij dé reden om zo gek te zijn op dit werk. De verteller wil dolgraag weten waarom de aarde zojuist beefde en de zielen het ‘Gloria in exelsis Deo’ zongen.

Dante vergelijkt de hunkering naar kennis met de dorst die Jezus had bij de put van Jacob. Prachtige verwijzing naar dit bijbelverhaal zonder de naam van de zoon van God te noemen:

De aangeboren dorst, dien niemand keerde,
Dan zoo Genade ’t water wou verstrekken,
Dat de Samaritaanse een begeerde,

Doorbrandde mij en liet mij sneller trekken
Op ’t lastig pad, mijn Gids in ’t spoor gebleven,
En wraak naar Recht kon er in mij meelij wekken. (vs 1 – 6; vert. Rensburg)

Maar ze hebben ongelooflijke haast en zo holt Dante achter zijn begeleider Vergilius aan. De volgende prachtige vergelijking dringt zich hier op. De verteller is op dreef met zijn (bijbelse) vergelijkingen. In deze canto volgt de ene brilliante vergelijking na de andere.

En zie: gelijk ’t in Lucas wordt beschreven,
Dat Christus op hun weg twee begeleidde,
– Uit de spelonk des Grafs toen al verheven –

Kwam ons van acht’ren zoo een schim ter zijde,
Neerstarend op de schaar, die lag beneden,
En voor hij sprak, zag hem geen van ons beide. (vs 7 – 12; vert. Rensburg)

Plotseling komt er een schim naast de 2 lopen. Ze zien hem pas als hij begint te praten. Hier verwijst de verteller naar het verhaal van de Emmaüsgangers na de opstanding van Christus. De 2 reizigers naar Emmaüs zijn druk verwikkeld in een gesprek met een onbekende man. Pas aan het eind van het gesprek openbaart hij zich als Jezus.

De schim begroet ze. Pas dan merken Dante en Vergilius hem op. Ze zijn ook veel te druk bezig om goed te kijken waar ze hun voeten zetten. Er liggen allemaal schimmen op de grond en daar willen ze niet op gaan staan. Het antwoord van Vergilius snapt de schim niet. Hij vraagt zich af wat Dante en Vergilius hier doen.

Vergilius legt het kort uit, net als dat hij vertelt over Dante. Dante ziet de dingen hier anders dan wij ze zien. Dat komt omdat hij nog leeft. De rest zijn allemaal schimmen, maar Dante is al wel uitverkoren en daarmee toegelaten in de hemel. Kijk maar naar de tekens die de engel op zijn voorhoofd hoofd gegrift.

Daarna vertelt Vergilius meteen over het eerdere deel van de reis en dat hij de begeleider is van Dante. Pas dan vraagt Vergilius wat het beven van de aarde zojuist betekende. De verteller is helemaal opgelucht: Vergilius vraagt precies wat hij al die tijd al wilde weten.

Gedichten rond Canto 20

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van H. Rensburg uit 1908. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Doorschuiven

Wat ik overigens frappant vind is dat het publiek bij het concert in de Nicolaikerk eerst rond het Sweelinckorgel in het midden van de kerk zit. Als het concert van Toon Hagen zich verplaatst naar het hoofdorgel, schuift het publiek meer naar de westkant van de kerk.

Ik kies een plekje vooraan en vraag me later af of het niet te dicht bij het orgel is. Zeker in het slotstuk komt het instrument best op me af. De intonatie zonder compromissen maakt het instrument extra scherp. Dan kun je de ruimte inderdaad misschien wat beter mee laten spelen door verderop te zitten. De gedachte dat ik iets zou missen, speelt mee.

Het stuk van Toon Hagen zelf “Morning dance” is rustiek opgebouwd. Ook mooi gespeeld op de fluiten van het hoofdorgel. Het is een heel spannend instrument, demonstreert Toon Hagen. De compositie is geïnspireerd op psalm 104, waarin heel de natuur God lof zingt. Toon Hagen weet het in fraaie lijnen uiteen te zetten, mooie motieven die geleidelijk in elkaar overgaan. Zeker ook omdat de ritmes eveneens geleidelijk verschuiven.

De muziek van Bach is muziek waar je niet op uitgekeken raakt, volgens Toon Hagen. Het legatospel van Bachs orgelkoraal “Wir Christenleut”, BWV 612 uit het Orgel=Büchlein is eigenlijk best gedurfd op dit orgel. Grenst soms tegen het houdbare aan, maar Toon Hagen weet hiermee een heel andere kant van het instrument op te roepen. Gedurfd omdat het gevaar van de brei dreigt, maar hij pakt erg mooi uit.

Voor Toon Hagen blijven de 6 Triosonates van Bach muziek die je tot in het oneindige kunt uitvoeren. Hij verrast vanmiddag met de zware registraties op de eerste Triosonate in Es, BWV 525. Een muziekstuk dat meestal heel subtiel en fijngevoelig wordt uitgevoerd. Het levert best verrassende elementen op.

Daarmee komt het slotstuk, de feestelijke “Preludium en Fuga in G”, BWV 541 nog extra onder druk te staan. Glasheldere mixturen in combinatie met een heel strak, bijna zakelijk. Dan komt het best op je af als je best wel dicht op het orgel zit.

Al blijft het geweldig om het einde zo mooi groots en meeslepend te horen. De Fuga krijgt daarmee het volle werk dat het verdient!