Los Hoes – #fietsvakantie

De heerlijke hartige taart op van de overdadige lunch, rijden we samen met Inge naar Ootmarsum. Een dag geleden fietsten we hier nog langs. In de auto gaat het allemaal veel sneller.

Vreemde gewaarwording dat wij hier helemaal op eigen kracht gekomen zijn op het fietsje. Want het is toch een flink eind van huis. En zo rijdend over de weg waarover wij gisteren nog fietsten, komt ook een beetje raar over.

We bezoeken het museum Los Hoes, een openluchtmuseum waarin de geschiedenis van het boerenbedrijf in Twente wordt verteld. Aan de hand van verschillende boerderijmodellen, krijg je een toelichting hoe vee en mens aanvankelijk samen in dezelfde ruimte verbleef.

Geleidelijk aan zijn vee en mens meer en meer van elkaar gescheiden. Het model huis is nog altijd een geliefd model in Twente. Veel moderne, grote huizen op het platteland hebben dezelfde vorm. Het vee is er allang niet meer, maar het kruis op het dak verwijst naar oude gebruiken.

In Twente en vooral hier in dit museum willen ze doen geloven dat de gebruiken al uit de Germaanse tijd stammen. Zo zou het blazen op de Midwinterhoorn al een gebruik van vele eeuwen zijn. Er worden zelfs verwijzingen gemaakt naar de Alpenhoorn.

In Voskuils romanreeks Het bureau krijgt hoofdpersoon Maarten Koning het aan de stok met deze enthousiaste mensen die de volksaard van Twente onderzoeken. Maarten beweert namelijk dat het Midwinterhoornblazen niet veel ouder is dan enkele decennia. In de jaren ’30 van de 20e eeuw zou het ‘eeuwenoude’ gebruik zijn geïntroduceerd.

Het museum valt mij dit keer een beetje tegen. De informatie over het Los Hoes ervaar ik als summier. Mijn ervaring een paar jaar eerder in het Dierenpark Nordhorn is dat er veel meer over te vertellen is.

Juist dit model boerderij is wel terug te voeren op heel oude culturen. De boerderijen van de eerste boeren, meer dan 7.000 jaar geleden, bestaan in wezen uit precies dezelfde vorm. Dat is misschien een veel interessantere inbedding in de geschiedenis dan de Midwinterhoorn.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Sporen in de klei – Tiny House Farm

Het is alweer een tijdje geleden dat ik voor het laatst bij de Tiny House Farm heb gekeken aan de Tureluurweg. Maar nu ben ik in de buurt en rij meteen even langs.

Wat een verschil met de laatste keer dat ik hier was. De bedrijvigheid is gigantisch toegenomen: er worden momenteel 6 huizen gebouwd aan de Auguste Comteweg. Het zijn allemaal loodswoningen en naar het lijkt ook van hetzelfde formaat.

De kleuren zijn heel gevarieerd. Ik heb een beige en een rode gezien. Maar ik begrijp dat het een mooi bont geheel wordt, waaronder ook een geel huis.

Op de plek waar de Tiny House Farm komt staat het bomvol met allemaal paaltjes. Een apparaat heeft flink wat sporen gelegd in de droge klei. Waarschijnlijk voor de sonderingen die momenteel worden gedaan of het archeologisch onderzoek waarvoor deze week ook aanvullende boringen voor worden gedaan.

Zo verandert dit gedeelte van Oosterwold meer en meer in een heuse woonwijk. De huizen staan gelukkig een mooi eindje uit elkaar. Veel ruimte is er en straks zal er ook veel stadslandbouw te zien zijn. Zo hoop ik dat het gebied groener wordt dan ooit. Al is het nu vooral bedrijvigheid van bouwers en grondonderzoekers.

Rups en hemelvlinder: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 10a

De poort van de Louteringsberg valt weer knarsend in het slot als Dante en Vergilius naar binnen zijn gegaan. Dante kijkt niet achterom, merkt hij stellig op. Het refereert naar de vrouw van Lot die gestraft wordt als ze omkijkt. Ze verandert in een zoutpilaar.

De kloof waardoor 2 dichters lopen is smal en lijkt op de golven van de zee. Ze komen hier moeizaam vooruit en komen dan aan bij een groot plateau met een grote rotswand van marmer. Hier staan allerlei levensechte taferelen afgebeeld. Zo levensecht, vindt de verteller dat het lijkt alsof de engel Gabriël je begroet.

Hij kijkt hier naar afbeeldingen van de Ark van het Verbond, getrokken door ossen, en de jubelende koning David die voor de ark uit danst. Ook verhaalt de verteller over een ander tafereer waaarin paus Gregorius de Romeinse keizer Trajanus uit de hel bevrijdt vanwege diens nederigheid.

Nadat Vergilius de uitleg heeft gegeven, wijst de verteller op het zuchtende zwoegen van de gestalten die hen in de verte tegemoet komen. Ze leiden aan hoogmoed, zo vertelt Dante iets verderop in een prachtige vergelijking waarmee hij hen terechtwijst. Ze zijn niet meer dan een insect, een halfvoldragen rups:

O trotse christenen, zo broos en nietig,
gij, die door zwakte van uw geestvermogens
vertrouwen stelt in uw verkeerde wegen!
Beseft ge niet dat wij de rups gelijken,
waaruit de hemel-vlinder zich ontwikkelt,
die onverhuld ten oordeel op moet stijgen?
Wat kraait gij als een haan van hoogmoed barstend?
Insekten zijt ge, maar nog vol gebreken!
Op rupsen lijkt ge, nog maar half voldragen! (Kops, vs 121 – 129)

Een mooie vergelijking waarin de hoogmoed wordt vergeleken met het verloochenen van Petrus waarbij de haan tot 3 keer toe kraait. De vergelijking met de rups, waar de verteller op terugkomt in de laatste versregel. De hemelvlinder zal niet zomaar opvliegen.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 10

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Christinus Kops uit 1929/1930. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Ruziezoekertjes

Het huwelijk van hoofdpersoon Nico Dorlas stelt in Kwaadschiks niet veel meer voor. Hij wordt beheerst door drank en de daaraan gekoppelde woede. De vele liters wodka die hij er doorheen jaagt, maken hem knettergek in zijn kop. Het zorgt uiteindelijk ook voor de onvermijdelijke scheiding van de 2.

Al vrij vroeg in het verhaal introduceert de verteller de zogeheten ruziezoekertjes. Of zoals de verteller het uitlegt:

Desy en hij hadden ruim een jaar geleden afgesproken om allebei een lijst bij te houden van kleine irritaties, ogenschijnlijk vaak de moeite niet waard, maar die tot evenredige schreeuw- en smijtpartijen konden leiden, tot fysiek geweld zelfs. Dit met de bedoeling ze in heel hun kinderachtigheid samen te analyseren, en er relatietechnisch van te leren. (65)

Door de rest van de roman verschijnen deze ruziezoekertjes regelmatig in cursieve tekst door de tekst. Zoals de hüttenkäse waaraan Desy verslaafd is (Ruziezoekertjes 17). Of dat Desy vergeet het bier in te slaan, nr. 14. De haar in de klaargemaakte boterhammen voor op het werk, nr. 67. Of de uitgedroogde waterverdampers voor op de radiators van de verwarming. Desy weigert ze te vullen, nr. 37.

Allemaal heerlijke voorbeelden die zeker herkenbaar zijn in elk huishouden. Of ze je ergeren, is een ander verhaal. Nico Dorlas maakt zich werkelijk overal druk om. Al is zijn liefde voor Desy soms groter dan de ruziezoekertjes. In de dag uit het leven van Nico Dorlas die je bij het lezen van Kwaadschiks meekrijgt, vraag je je af waarom Desy hem niet eerder heeft verlaten.

Wat een ellende. Vooral veroorzaakt door Nico’s niet te stillen dorst naar alcohol. Het brengt hem in gigantische ellende. Of zoals een oud rapport uit het Pieter Baan Centrum dat vaak geciteerd wordt: het maakt Nico tot een theatrale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken. Voor de lezer is het geen raadsel. Vooral bij de hoofdpersoon zelf lijkt het moeilijk door te dringen.

A.F.Th. van der Heijden: Kwaadschiks. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. Romancyclus: De tandeloze tijd 6. ISBN: 978 90 234 5813 5. Prijs: € 29,95 (paperback). 1280 pagina’s.Bestel

De schreeuw

Eigenlijk weet je het al als je het leest. Als in de proloog van Kwaadschiks hoofdpersoon Nico Dorlas koffie drinkt uit een bekertje met daarop een rudimentaire versie van Edvarde Munch’ De schreeuw. Dit is een Leidmotief in de roman. Dit onderdeel komt terug en niet alleen op bekertjes.

Cliënt draait het bekertje met De schreeuw naar de rechercheur toe. Het is misschien een aanzet tot het verbreken van zijn stilzwijgen, maar het opengesperde mondje brengt nog altijd geen geluid voort, ook niet op de wijze van een buikspreekpop. (18)

Zo zal het regelmatig terugkomen. Het schreeuwen, al dan niet in combinatie met het beroemde schilderij van de Noorse schilder. In Kwaadschiks is Nico Dorlas welbespraakt en drukt zijn agressie zich uit in een luid schreeuwen. Hij doet dit regelmatig.

De schreeuw is ook zo’n Leidmotief, net als de apneu met bijbehorend masker of de ruziezoekertjes. Ze geven het leesplezier van deze roman. De verteller laat de schreeuw op het bekertje terugkomen, maar ook op andere momenten. Zoals wanneer de verteller verhaalt over een voorval in een stiltegang in de vestingwerken van Naarden. Dorlas schrok zich rot toen hij de pumps van Desy hoorde:

Dorlas draaide zich om naar het monster dat uit louter herrie bestond. Volgens Desy, later, zag hij er op dat moment uit als de gillende figuur van Munch – de monde wijd opengesperd, de handen tegen het hoofd geperst. (1047)

Hiermee legt de verteller de link met het schilderij op de koffiebekertjes van het kantoor. Ook de opengesperde mond, legt weer een verband met het apneumasker. Zo komt alles samen en creëert de verteller een wereld waarin alles volmaakt aan elkaar verbonden is.

Bekijk ook het filmpje over De Schreeuw en Kwaadschiks

A.F.Th. van der Heijden: Kwaadschiks. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. Romancyclus: De tandeloze tijd 6. ISBN: 978 90 234 5813 5. Prijs: € 29,95 (paperback). 1280 pagina’s.Bestel

Zoals de oude zongen… Concert van Bram Beekmans leerlingen

Een concert van 4 leerlingen van Bram Beekman. Samen spelen Tannie van Loon, Wouter van der Wilt, Jan Willems en Gerben Mourik op het De Rijckere-orgel in de Oostkerk te Middelburg. Op dit orgel is Bram Beekman bijna 20 jaar organist geweest. Hij overleed vorig jaar en met dit concert herdenken en eren ze hun leermeester.

Ik ken Bram Beekman vooral van de Bach-serie die hij in de jaren 1990 voor Lindenberg op cd zette. Hij bespeelt hierin een groot aantal barokorgels. Zijn stijl heel secuur en degelijk. Soms op het saaie af, maar na jaren luisterend speelt hij vooral heel doorzichtig.

Een fuga wordt bij hem nooit een show, maar blijft tot het einde maatvast en helder. Geen spektakel met 32-voeten of overdadige klavierwisselingen. Alleen als het nodig is en nooit meer.

Dat is meteen ook het bijzondere aan het De Rijckere-orgel. Toen Bram Beekman in 1990 aan de Bachserie begon was hij organist in Vlissingen. Aan het eind van de serie begon hij in Middelburg. Een historisch instrument van een Vlaamse bouwer. Een flink orgel en heel rijk versierd.

Orgel=Büchlein

Niet echt barok, meer iets voor muziek van de zonen van Bach en Mozart. Iets meer galant. Al vind ik persoonlijk de koralen uit het Orgel=Buchlein uitgevoerd door Bram Beekman op dit orgel in 2010 mooier dan de opname die hij bijna 18 eerder maakte in Vollenhove voor de Bach-serie. Bij het concert van zijn leerlingen hoor ik ook veel Bach, waaronder het koraalvoorspel ‘Ich ruf zu dir’ uit hetzelfde Orgel=Büchlein.

De 4 leerlingen laten ook een andere kant van Bram Beekman horen. Die van improvisator en componist. Ik heb Bram Beekman een paar keer gehoord, zoals bij de presentatie van het eerste deel van de Bach-serie in de Laurenskerk te Rotterdam. Bij een concert in de Oude kerk van Veenendaal improviseerde hij en speelde enkele van zijn Valeriusliederen. Een verrassende stijl waarbij mij de fraaie harmonisaties vooral zijn bijgebleven.

Vroegmodern klankidioom

Ook bij het concert van zijn 4 leerlingen, hoor ik deze kant van Bram Beekman. Harmonisch doorwrocht, niet angstig voor een hedendaags akkoord, maar wel passend. Of zoals hij zelf weleens aangaf in interviews, een vroeg-modern klankidioom.

Veel vind ik terug bij zijn 4 leerlingen Tannie van Loon, Wouter van der Wilt, Jan Willems en Gerben Mourik. Stuk voor stuk bezig met een zorgvuldige interpretatie. Maatvast, niet bang om een pittig werk ter hand te nemen en stilistisch ijzersterk.

Geen grootse effecten

Geen grootste effecten, maar mooi aangezet en zorgvuldig geregistreerd. Eerlijk. Speel maar gewoon, dan speel je al gek genoeg. Dat terwijl dit orgel allerminst helder en duidelijk is. Het dreigt soms te versmelten in wolligheid. Het vraagt om zorgvuldig spel.

Het is een instrument dat veel aandacht vraagt van speler en toehoorder. Dat leer ik van dit concert. En ik denk bij het horen van deze 4 leerlingen op het orgel: wat zou Bram Beekman ervan hebben gevonden…

Waar let ik op bij het lezen? – #50books

Lezen is een heerlijke bezigheid. Ik kan vooral genieten van romans waarin bepaalde aspecten later weer terugkomen. Niets is voor niets. Dat ervaar ik bijvoorbeeld bij de romans van Van der Heijden. Alles komt terug, is met elkaar verbonden en dient het grote verhaal.

Dat spel met het verhaal ervaar ik als het spel met de lezer. Als de hoofdpersoon in het eerste hoofdstuk iets in zijn zak stopt, dan moet dat voorwerp in zijn zak verderop terugkomen. Het mag niet zo zijn dat dit in zijn zak blijft zitten of zelfs zonder notitie opeens verdwenen is. Dat hij bijvoorbeeld met lege zakken zit, terwijl hij toch duidelijk dat muntje in zijn zak heeft gedaan.

Van der Heijden stelt daarin niet teleur. In zijn laatste roman, die immens dikke Kwaadschiks stopt de hoofdpersoon een wodkafles in de spoelbak van de wc. Je weet als lezer dat deze gaat terugkomen. In dit geval is het een beetje een teleurstelling. Ik had er iets meer van verwacht, maar hij komt terug.

Dat geldt ook voor allerlei andere kleine en grote dingen. De verteller spreekt veel over apneu en het CPAP-masker. Dat dit apparaat eigenlijk een omgekeerde stofzuiger is en Dorlas senior toevallig altijd stofzuigerverkoper is geweest. Het is geen toeval. De geconstrueerde wereld van de roman mag geen toeval kennen. Het is een eigen wereld waarin de verteller de touwtjes in handen heeft.

De lezer mag die wereld zien en er telkens nieuwe dingen in ontdekken. Zoals in een mooi schilderij waar je steeds weer iets nieuws kunt ontdekken. Het draait om de compositie, maar net zo goed om de details en de schoonheid hiervan. Aspecten die voor mij het lezen tot een vreugde maken.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Dit jaar neemt Martha het weer over. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Hoe ik mijn verjaardag vierde – #fietsvakantie

De dag van vertrek liet ik een beetje afhangen van het weer. Maar daardoor dreigen we nog op vakantie te zijn als ik jarig ben. ‘Maar dan vier je toch gewoon je verjaardag waar je dan bent’, zei Inge.

En ze heeft gelijk. We staan dus op de camping vlakbij Langeveen. Inge komt vandaag langs. Ze komt rond lunchtijd heeft een hartige taart gemaakt met veel sla erbij.

Het blijkt inderdaad best ver te liggen. Ze doet er ruim anderhalf uur over om te komen. Het belooft een warme dag te worden. Wij zitten in de schaduw. Inge heeft haar eigen stoel meegenomen en gaat lekker in het zonnetje zitten.

De konijnen houden zich een stuk koester dan vannacht. Het is veel te warm om je druk te maken. Even later rijden we weg naar Ootmarsum. We gaan naar het buitenmuseum Los Hoes en daarna gaan we iets zoeken om gezellig te eten.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Anterieure Overeenkomst – Tiny House Farm

Het tekenen van de Anterieure Overeenkomst is een grote stap tussen alle stapjes op weg naar ons nieuwe huis in Oosterwold. Gisteren tekenden we de overeenkomst met de gebiedsregisseur Ivonne de Nood.

Elke stap is een stapje dichterbij naar de ontwikkeling van ons landje op de Tiny House Farm in Oosterwold. Het is nog een lange weg en ik verwacht niet dat we dit jaar al kunnen bouwen. Maar het kan opeens heel snel gaan, leert de ervaring. Dus wie weet, valt het mee.

Klein stukje vuursteen

Verder kregen we nieuwe informatie rond de stand van zaken bij ons project. De ontwikkelingen met de vondst van een klein stukje vuursteen zijn wel zorgelijk. Het leek er eerst op dat dit steentje buiten de Tiny House Farm was gevonden, maar nu blijkt het op de plek van ons gemeenschapsgebouw te liggen.


Er is vervolgonderzoek noodzakelijk. Heel spannend, vooral voor de nabijgelegen percelen. We hopen dat de schade meevalt en het bij deze splinter vuursteen zal blijven. Mocht er meer omhoog komen, dan zullen de plannen moeten wijzigen.

Gemeenschapsgebouw

Ook is er zojuist al een heuse vereniging opgericht. De statuten zijn richtlijnen, als alles opgeleverd wordt, geven we zelf richting aan de koers die we als vereniging zullen gaan. Wat doen we met de gemeenschappelijke gronden en hoe pakken we het beheer van het gemeenschapsgebouw aan.


We kregen een mooie presentatie over het Helofytenfilter dat ontwikkeld wordt. Daarover meer in een volgend blog. De notaris heeft verteld over de gang van zaken hoe het gaat verlopen om de grond van de gemeente te krijgen. Een ingewikkeld verhaal. Net als dat de planning. Het gaat nog wel even duren.

Ik verwacht dat het begin volgend jaar zover is…

Toegangspoort: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 9b

De toegangspoort van de louteringsberg zit in een spleet, zoals de barst die door een muur loopt. Voordat Dante naar binnen kan, moet de verteller 3 tredes op: een witte, een paarse en een vlammend rode.

Vergilius zit op de diamanten drempel en adviseert Dante aan de poortwachter toegang tot de louteringsberg te vragen. De dichter valt ‘deemoedig’ voor de man bij de ingang neer en smeekt of hij hem zo goedgunstig is om doorgang te geven.

Dan merkt de verteller op dat de poortwachter van onder zijn gewaad 2 sleutels haalt, een zilveren en een gouden. De 2 sleutels vragen om ervaring en inzicht. Juist de sleutels helpen mee om de knoop vol zonden los te maken.

De poortwachter zegt dat hij de sleutels gekregen heeft van Petrus met de boodschap dat het een minder groot probleem is als hij de poort niet openkrijgt dan dat hij deze voor Jan en alleman opent.

Maar voor Dante en Vergilius gaat de deur open. De scharnieren kraken bijna uit de sponning als de deur opengeduwd wordt door de engelen.

Ik wendde mij, al luisterend naar de eerste
tonen; en het docht mij dat ik Te Deum laudamus
hoorde zingen, begeleid door zoet gespeel.
Wat ik hoorde, wekte in mij het gevoel op dat
men pleegt te ontvangen, als men het gezang van
stemmen hoort bij het spelen van het orgel:
Nu vat men de woorden, dan weer niet. (vs 139- 145, Haghebaert)

En daar hoort Dante al het Te Deum laudamus klinken. Hier maakt hij een prachtige vergelijking waarbij de muziek raadselachtig klinkt. De woorden niet helemaal verstaan door de afstand en omdat je meegenomen wordt door de prachtige muziek. Ik zou als ik daar stond Herbert Howells hebben gehoord met zijn prachtige Te Deum.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 9

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van P.B. Haghebaert uit 1901. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.