Kun je midden in een serie beginnen?

image

Hoe is het om midden in een serie aan een boek te beginnen? Kan het eigenlijk wel of verlies je teveel context van de andere romans om goed grip te krijgen op het verhaal? De Napolitaanse romans is een reeks waarin Elena Ferrante schrijft over 2 vrouwen: Elena en Lila. Beide vrouwen zoeken op hun eigen wijze hun weg in de dominante mannenwereld.

Daarbij vertelt Elena Ferena over het Italië vanaf de jaren ’50. De armoede in Napels, de kansen die vrouwen krijgen en de wereld onder arbeiders tegenover het intellectuele klimaat in de jaren ’70. Het is de tijd dat Germaine Greer en Simone de Beauvoir hun feministische boeken schrijven. Een periode waarin de voorvechters voor vrouwenrechten loskomen.

Lastig in te komen

Het is inderdaad lastig om goed in het boek te komen. Bovendien ervaar ik het soms net als iets te vrouwelijk. Het gaat dan over onderwerpen waar vrouwen zich heel goed in kunnen herkennen, maar waar ik als man van vindt dat ze wel een beetje overdadig aan bod komen. De bekommernissen over de opvoeding lijken soms echt een beetje teveel aandacht te krijgen.

Dat je midden in een serie begint, biedt een andere kijk op de personages dan wanneer je de 2 eerdere delen zou hebben gelezen. De ik-verteller Elena schrijft haar verhaal op aan de hand van de verdwijning van haar Lila. Het is een reconstructie waarbij alles wat ze nu vertelt, achteraf nieuwe betekenis krijg.

Proberen begrijpen

Elena probeert Lila te begrijpen, lijkt het. Daarom vertelt ze haar eigen verleden samen met dat van Lila. Ze kent deze vrouw al sinds haar jeugd in een Napolitaanse volkswijk. Deze geschiedenis komt mondjesmaat terug in het derde deel. In dit deel behandelt Elena vooral de periode van haar huwelijk met Pietro, een professor.

Ze spreekt Lila maar mondjesmaat, maar Elena weet toch een groot deel van het leven van haar oude stadgenote te vertellen. Ze doet dit bijvoorbeeld door Lila haar verhaal aan Elena te laten vertellen. Ze zitten samen op bed en Lila praat maar en praat maar, de hele nacht door.

Ik was een rustige luisteraar, liet haar praten. Sommige momenten van haar relaas raakten me erg, vooral als Lila’s gezicht en ook het verloop van haar zinnen plotseling smartelijk en nerveus verkrampten. Ik werd een sterk schuldgevoel bij mezelf gewaar, dacht: dit is het leven dat mij ook ten deel had kunnen vallen, en dat het niet is gebeurd, is ook haar verdienste. (158)

Het is de geschiedenis van een vrouw die in de fabriek werkt en in opstand komt tegen het gezag. Daar komt de roman goed los, onttrekt zich aan de beschouwingen en wordt het verhaal van een vrouw die vecht voor haar bestaan. Het is volgens de verteller de laatste keer dat Lila zo openhartig met haar spreekt. Dat buit ze uit.

Geen band opgebouwd

Persoonlijk had ik veel moeite om in de roman te komen. Waarschijnlijk omdat ik nog niet zo’n band heb opgebouwd met de personages omdat ik de 2 eerdere delen van deze reeks niet gelezen heb. Later in het boek komt steeds meer de drang om verder te lezen. Zeker ook als Lila haar geschiedenis vertelt in de nacht aan Elena. Dat komt ook door het onderwerp: de uitbuiting van fabrieksarbeiders, met name vrouwen.

Het huwelijk dat Elena beklemt, volgt daarna en dat verhaal grijpt je eveneens aan. Al blijft het een verhaal dat veel lange beschouwingen bevat die niet elke lezer pakken.

Elena Ferrante: Wie vlucht en wie blijft. De Napolitaanse romans 3: Vroege volwassenheid. Vertaald uit het Italiaans door Marieke van Laake. Oorspronkelijke titel: Storia di chi fugge e di chi resta. Amsterdam: Uitgeverij wereldbibliotheek, 2016. ISBN: 978 90 284 2667 2. 416 pagina’s. Prijs: € 24,99. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Wie vlucht en wie blijft van Elena Ferrante. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Duivels, dolfijnen en pekdrijvers: Divina Commedia: Hel: Canto 22

image

De duivels hebben namen gekregen in dit deel van de hel. Dante en zijn begeleider Vergilius lopen mee met de leider van de 10 duivels: Ruigbaard. De duivels dragen namen als Roodsnoet, Krabklauw, Zweefhoofd en Draakreus. Het voelt bijna of je in een fantasy-verhaal belandt, waarbij de duivels veranderd zijn in fantasiefiguren.

De 2 gaan verder met de groep duivels over de steendam. Vanaf de hoge dam zien ze hoe de zondaars in het pek liggen. Dante houdt het kokende teer goed in de gaten. Soms komt er een zondaar omhoog zoals een duikelaar. Niet voor lang, schrijft Dante:

Ik trachtte in ’t gaan mijn aandacht te beperken
Tot de pekzee, die rondom af te speuren
En hen die daarin kookten te bemerken.

Zooals dolfijnen die hun ruggen beuren
Een teeken voor de zeelui in hun booten,
Die ’t vluchten veilger dan het voortgaan keuren,

Zoo zag ik soms een zondaar bovenvloten
Om maar een oogenblik zijn rug te koelen,
Waarna ze bliksemsnel naar onder schoten. (vs 16 – 24; Verwey)

Als er een ‘kikker’ toch uit het pek weet te springen naar de kant, die dan niet op tijd weg is voor de duivel, dan zijn de snelle duivels er op tijd bij. Ze grijpen een man uit het koninkrijk Navarra die de dans probeerde te ontspringen.

Dante is als altijd nieuwsgierig of er nog mensen uit Italië in het pek zitten. De man krijst het uit dat hij net nog onder eentje zwom in het pek. Zat hij nog maar daar, dan zou hij het beter hebben dan hier tussen de klauwen en gaffels.

Als hij dan uiteindelijk de duivels uitdaagt, is hij ze even te slim af en duikt hij terug in het pek zonder dat ze het zien. En duivels, zouden geen duivels zijn als ze het daarna niet met elkaar aan de stok kregen. Ze slaan elkaar op de vuist en geven elkaar de schuld van de ontsnapping van de man uit Navarra.

Tijd voor Dante en zijn begeleider om verder te lopen.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 22

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Albert Verwey uit 1923. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Bosbessen plukken (2) – het bos in een potje

image

We zetten de fietsen tegen een boom en lopen verder het bos in. Daar zijn ze. Nog niet massaal en nog wel heel erg klein, maar ze zijn er. We plukken en vinden dieper in het bos grotere planten met meer besjes eraan. Wat is dit genieten.

Al snel hoor ik de geluiden uit het verleden: de besjes die op de lege bodem van de bakjes vallen. Het geplof, soms meerdere roffels achter elkaar en het gekraak verderop. Dit is bosbessen plukken. Ik hoor de wind ruizen door de bomen. Soms komt een fietser voorbij of loopt een wandelaar over het pad. Maar verder zijn we hier alleen met de vogels en het geluid van de wind.

Dan hoor ik hoe verderop het ruisen van de wind omslaat in het vallen van de regen. Het klinkt wat zwaarder en heftiger. De bakjes zijn helemaal nog niet vol, terwijl er al meer bosbessen aan de struiken lijken het zitten. De regen komt nu bij ons en we schuilen onder de bladeren van de eikenboom.

image

Het onweer blijft weg, maar we worden behoorlijk nat. We besluiten het op te geven en de auto weer op te gaan zoeken. Over een paar weken gaan we het echt proberen. Dit was genoeg om het gevoel van vroeger op te wekken en het halve emmertje dat we meenemen is hopelijk voldoende voor 1 of 2 potjes.

Als we thuiskomen is het helemaal droog. Al zie ik wel door de achteruitkijkspiegel dat we de buien achterlaten in Baarn en Soest. De spullen pakken we weer uit. De fietsen gaan van de drager en de drager sleep ik weer het schuurtje in.

Het kleine zakje met bosbessen ziet er nog kleiner uit dan het zakje dat we meenamen uit het bos. 247 gram, zegt de weegschaal. Inge laat de bessen in het pannetje vallen, suiker erbij, koken en dan giet ze de jam in het potje. Het blijft bij 1 potje en heel klein beetje extra dat we meteen op een boterham smeren en opeten.

image

Wat heerlijk: je proeft het bos. Het wild, wat smaakt dit geweldig. De smaak van weleer rolt over mijn tong. De smaak van een middag plukken in het bos en dan die heerlijke jam. Dit potje moet een vervolg krijgen. Over een paar weken gaan we weer de bosbessen opzoeken. De smaak van bos en zomer.
Dit is het bos in een potje.

Bosbessen plukken (1) – een idylle

image

De idylle: het donkere bos, omringd door groen en vogelgefluit. Het geruis van de wind door de bladeren. En daar tussen de bladeren, het groen, over de zachte bodem lopen. Elke stap die je zet voel je je voet een eindje wegzakken in het laagje van vergaand blad, zacht mos en de takken die onder je voeten kapotkraken om uiteen te splinteren in duizend stukjes.

Dat gevoel lokt mij naar het bos. De geur van humus, een mix van rotting en pure zuurstof. Het leven dat in het bos zijn volle wasdom krijgt en het gevoel dat je overal om je heen het leven hoort. Dat is het bos optima forma.

De wens is dan ook om naar het bos te gaan om bosbessen te plukken. Onzeker omdat ik vorig jaar te laat was en dit jaar echt niet achteraan wil sluiten, gaan we nu tegen het einde van juni naar de groene bossen. Bij ons hier in de polder is de grond niet van zand en de zuurgraad komt niet hoog genoeg om dit kleine struikje ook maar een schijn van kans te geven.

image

Daarom zetten we de fietsen achterop de auto. Het kost weer wat moeite uit te vogelen hoe dat ook alweer moest. Ik ontdek dat ik de vorige keer 1 van de 2 staanders verkeerd om heb gezet. Ook zit de angst voor een tekenbeet er goed in, daarom spuiten we ons in met Autan, trekken de sokken over de lange broek heen en hebben lange mouwen aan.

Onderweg naar Baarn treft ons een stortbui. Het scheelt dat we een verkeerde afslag nemen en ook nog eens een verkeerde weg inslaan. Het is droog als we onze route weer gevonden hebben. We rijden weer waar we vorige zomer fietsten, langs Paleis Soestdijk, tussen Hilversum en Baarn.

Dan parkeren we de auto aan de rand van Baarn bij een groot landhuis, steken de spoorweg over en fietsen het bos in. De vogels fluiten en al snel zie ik de eerste bosbesstuikjes. Heel klein en laag bij de grond, maar geen enkele bes eraan.

image

Ik stap van mijn fiets af en wil verder speuren. Er zou toch wel wat te vinden zijn? Of zijn we echt veel te vroeg en hangt er nog geen enkel blauw besje aan de miezerige struikjes. Het bos is hier gemengd. Doris en ik weten dat de bosbes het beste gedijt onder de hoge dennenbomen. Daar is het blijkbaar licht genoeg.

Maar hier groeien ze ook onder de eikenbomen. We zoeken verder en vinden dan de eerste bessen. We eten ze op en proeven de bes. De smaak van het verleden is voor haar een nieuwe smaak. Je proeft er het bos in, zo kruidig is deze vrucht. Die smaak die zoet en zuur is, waarin je het mos proeft, de takjes en de rottende bladeren.

Dit is de bosbes.

Lees morgen het vervolg: het bos in een potje

Boek en muziek – #50books vraag 26

image

In Bert Natters roman Goldberg speelt de klavecimbelspeler Johann Gottlieb Goldberg een belangrijke rol. Deze Duitse muzikant uit de 18e eeuw is vooral bekend geworden door een compositie van Johann Sebastian Bach: Aria mit 30 Veränderungen BWV 988, beter bekend als de Goldberg Variationen.

Aria mit Variatonen

Ik lees het boek momenteel en ik laat mij door het verhaal leiden aan de hand van de Aria mit 30 Veränderungen. Het is een heerlijke combinatie. Lezen terwijl je muziek luistert. Als de muziek dan aansluit bij het boek dat je leest, is dat helemaal een intense leeservaring.

Lezen of luisteren

Overigens kan ik bij heel veel muziek niet lezen. Zo laat ik mij erg afleiden door muziek waarbij de tekst zich erg opdringt. Eigenlijk kan ik geen popmuziek verdragen bij het lezen. Ook is het lastig als ik naar wel erg intense orgelmuziek luister die meer van mij vraagt dan een aanwezigheid op de achtergrond. Dan moet ik kiezen tussen lezen of luisteren.

Van der Horst en Mulisch

Toch kan het ook zijn dat een bepaald nummer of muziekstuk intens verbonden is met een boek. Zo horen voor mij Harry Mulisch roman Het stenen bruidsbed en Anton van der Horst orgelvariaties ‘Christ lag in Todesbanden’ bij elkaar. Ze zijn ontstaan rond dezelfde tijd en bevatten allebei een strenge structuur en orgelpunt. Wat ze bindt is hun weerbarstigheid en strubbbelingen met het onderwerp, de vraag wie schuldig is in een oorlog, versus de opstanding van Jezus.

Boekenvraag 26

Dat brengt mij bij de vraag voor vandaag:
Denk jij bij een specifiek boek aan een bepaald muziekstuk of liedje?

En wat doe je dan als je dat boek leest of dat muziekstuk of liedje hoort? Sla je dan het boek open of luister je even naar het nummer? Ik ben benieuwd naar de antwoorden.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Lezende vaders – #50books antwoorden vraag 25

image

Las mijn vader eigenlijk wel, vraagt leesblogger Fokke zich af in het antwoord op de boekenvraag met welk boek je je vader echt blij zou maken. Na enig nadenken, ontdekt hij het: zeker zijn vader las. Hij las alles wat er los en vast zat over Den Haag. Hij zou dus zeker blij zijn geweest met een nieuw boek over de Hofstad.

Vaders boekenvoorkeur

Lalagè informeert eerst even bij haar vader of ze wel over zijn boekenvoorkeur mag bloggen. En het mag. Aan Vaderdag doet ze niet mee, maar gelukkig zijn er genoeg andere gelegenheden waarbij ze haar vader een cadeau geeft. Vaak is dat een boek, schrijft ze. Ze heeft het boekenwurmgen van 2 kanten meegekregen, dus de liefde voor het boek deelt ze zeker ook met hem.

Waar ze hem nu echt blij mee maakt? Ook haar vader houdt van het verleden en leest het liefste non-fictie of een geromantiseerd waargebeurd verhaal. Maar voor een goeie detective is hij ook te porren. Hij verslond de 3-delige cyclus van Stieg Larsson, terwijl zijn dochter blij was dat ze de delen uit had.

Spoorman

Jannies vader leeft niet meer, hij overleed 11 jaar terug. Hij was een echte spoorman, met een modelspoorbaan op zolder, boeken over treinen en met het hele gezin naar het Spoorwegmuseum in Utrecht. Als oud NS’er lieten de treinen hem nooit los. Hij zou zo mijn vader kunnen zijn.

Daarom somt ze een paar boeken op waarin hij zijn gelijk zeker bevestigd zou zien, zoals Verkeerd spoor: de crisis bij de NS van Kees Wessels. Jannie heeft zijn boekenverzameling nu in dozen op zolder staan en kijkt er eigenlijk nooit in. De romankeuze van haar vader sluit niet zo sterk aan bij haar liefde voor literatuur. Maar wie weet, struint ze nog een keer door zijn boeken van De Arbeiderspers om te zien of er nog iets bij zit.

Grote Bommelfan

De vader van Martha was een grote Bommelfan. Ze is zo opgegroeid met zijn uitspraken dat ze pas later ontdekte dat haar vader ze van iemand anders had, als u begrijpt wat ik bedoel. Ze zou zeker voor hem het Bommellexicon hebben aangeschaft voor Vaderdag. Overigens schrijft ze dat haar vader ook van Geert Mak, Willem Frederik Hermans, Harry Mulisch en Kees van Kooten hield.

Niek is in het verleden gedoken op zoek naar de foto van Fred al lezend op zijn zelf ontworpen en zelf geweven bank. Ze vond de foto van haar vader die ze niet anders kent dan als Fred. Een schot in de roos was Nieks gift van 3 fantasy boeken uit de reeks Boeken van de Zieners van Robin Hobb. Hij was zo enthousiast dat hij andere boekenreeksen van deze auteur leende van de bibliotheek.

Neil Gaiman

Wat zou ze Fred geven als hij nog leefde, vraagt ze zich af. Grote kans dat dit American Gods van Neil Gaiman zou zijn. Natuurlijk wel in vertaling want in zijn vrije tijd las haar vader lekker in het Nederlands. En gelijk had hij.

Net als de vader van Niek, las Ali’s vader alleen vertaalde boeken. Dat was overigens geen enkele belemmering voor hem. De leesgenen heeft Ali van haar vader geërfd, schrijft ze in haar blog over boeken voor vader. Ze heeft zijn bibliotheek mogen lezen en regelmatig kwam daar een nieuw boek bij omdat haar vader geabonneerd was op Boek & Plaat. Zo maakten ze samen kennis met de boeken van James Clavell, James Michener, Frederick Forsyth en Konsalik.

Detective

Ze hem daarom zeker een detective of thriller geven van Dick Francis of Linda Fairstein. Hij zou dat zeker waarderen, denkt ze. Deze schrijvers kunnen verhalen zo beeldend maken en meeslepende personages creëren. Dat zou haar vader zeker waarderen. Het zijn namelijk precies het soort boeken waarmee Ali is opgegroeid.

Wat geef ik zelf eigenlijk voor een boeken aan mijn vader. Een paar jaar terug gaf ik hem een paar boeken die mij wel wat voor hem leken. Ik was erg enthousiast over Paul Theroux’ De grote spoorwegcarrousel en ook over de verhalen van F.B. Hotz. Ik gaf ze hem, maar volgens mij moeten ze nog steeds gelezen worden.

Spoorwegatlas

Wat succesvoller was ik toen ik hem de Spoorwegatlas gaf. Hij is een oude spoorman en daarmee ook gek op boeken over treinen. In die atlas schijnt hij wel enige dagen gebladerd te hebben, net als in de oude Bosatlas die ik hem erbij gaf.

lees morgen de nieuwe boekenvraag.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Gestolen boek

image

Als Joachim op weg is naar de toneelschool, passeert hij altijd een boekwinkel. Hier vindt hij een boek dat hij dolgraag wil hebben: LIFE. Das Zweite Jahrzehnt (1946-1955). Hij heeft geen oog meer voor iets anders.

De uitstraling ervan was zo sterk dat het door de lijven heen schitterde. Zelfs dikke buiken en volgepropte boodschappentassen losten op bij de gloed van het boek. Ik zag alleen nog het boek. Toen ik er was, hurkte ik neer. In het zwart prijkte in rode letters de titel. (235)

Het is behoorlijk aan de prijs en hij besluit het te stelen. Eigenlijk snapt de verteller nog steeds niet waarom hij het boek stal en niet aan zijn grootouders het geld vroeg. Een goede voorbereiding is het halve werk. Hij bereidt de diefstal zorgvuldig voor. Dagenlang zwerft hij door de boekwinkel op zoek naar camera’s en vluchtwegen.

Als het moment daar is, draagt hij een dikke trui en vlucht met het boek onder de trui de winkel uit. Buiten wordt hij in de kraag gegrepen, maar weet zich te ontworstelen. Hij vlucht door de stad, waarbij hij zich probeert te ontdoen van zijn achtervolger.

Prachtig zoals de verteller schrijft over zijn liefde voor dit specifieke boek. Zo ontroerend dat je als lezer bijna begrijpt waarom hij het steelt. Iets van de verrukking die het boek bij hem oproept en hem daarmee dwingt het boek te stelen.

Bekijk ook mijn vlog over Joachim Meyerhoffs roman

Joachim Meyerhoff: Ach, deze leegte, deze verschrikkelijke leegte. Roman. Uit het Duits vertaald door Jan Bert Kanon. Oorspronkelijke titel: Ach, diese Lücke, diese entzetzliche Lücke. Alle Toten fliegen hoch. Teil 3.. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur, 2016. ISBN: 978 90 5672 551 8. 314 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

Verhuizen van kavel 13 naar 31 – Tiny House Farm

image

De gedachte knaagt al sinds we kavel 13 van de Tiny House Farm hebben genomen: is 600 m2 wel genoeg? Biedt het wel genoeg mogelijkheden of komen we er als we eenmaal zitten achter dat het te weinig is?

Weinig ruimte binnen vraagt namelijk om veel ruimte buiten. Met al onze plannen: een huis zelf, een schrijvershuisje, kippen, een schuurtje met overdekt gedeelte en een veranda. Het wordt allemaal best krap op het stukje grond van 150 m2 dat je mag bebouwen. Als er een moestuin aan grenst, met een kas om groenten op te kweken. Of de kippenren mooi wilt laten grenzen aan je woonerf.

Krijg je dan niet een te krap erf waarbij je vanuit de woonkamer alleen maar uitzicht hebt op je gebouwencomplex. En heb je nog genoeg ruimte voor alle plannen met de boomgaard en andere struiken en bomen die je wilt planten?

Als dan ook nog eens het kavel van je dromen vrijkomt, kavel 31, kiezen we eieren voor ons geld. Zeker, we moeten nu wat dieper in de buidel tasten. Daarmee vervalt een gedeelte van het complex dat we in gedachten hebben. We kunnen het niet meer betalen, maar het biedt ongekend meer mogelijkheden voor de toekomst.

We kunnen het nemen. Makelaar Jorien herschrijft de overeenkomst, nieuwe handtekeningen en klaar. We zijn verhuist van kavel 13 naar kavel 31. De plannen verschuiven meteen, al ontdekken we ook vrij snel dat de begroting ook krap is. Niet alleen het huis is klein, ook het geld dat we te besteden hebben.

En is het allemaal realistisch? Daar ligt een heel grote uitdaging.

Oplichters en rechtverkrachters: Divina Commedia: Hel: Canto 21

image

In de volgende sleuf van de 10 ringgrachten, ook Malebolges genoemd, klinkt een zinloos gejammer op. Dante kijkt goed en ziet hoe een dikke, kokende peklaag in deze gracht stroomt. Hier is de hel zoals veel mensen deze voorstellen met duiveltjes die een drietand vasthouden en daarmee zondaars achterna zitten.

Terwijl Dante hier loopt, roept Vergilius plotseling ‘pas op!’. Ze geven even de ruimte aan de zwarte duivel die over de rotsbrug in hun richting komt. Hij heeft een zondaar op zijn schouders liggen en werpt hem van de rotsbrug waarop ook Dante en Vergilius staan.

Dante geeft deze duivels eigen namen: Malebranche, dat betekent Kwaadklauwen. Ze gooien alle oplichters en rechtsverkrachters hier in de kokende teer. Een verschrikkelijke straf waaruit de misdadigers proberen te ontsnappen. Maar de duivels letten hier goed op. En Dante vertelt dit in een treffende vergelijking met de kookkunst van koks terwijl de duivels naar de zondaars in de kokende teer gillen:

‘Als ’t scherp van onze gaffels je niet zint,
Is bovenkomen jou niet aan te raden.’

Door honderd haken werd hij vastgepind.
‘Huppelen mag, maar je moet onderblijven,’
Riep men. ‘Steel heimelijk als je iets vindt!’

Zo plegen koks hun koksmaats voor te schrijven
Het vlees met vorken onderin de pan
Te houden en niet te laten drijven. (vs 50-57; Cialona en Verstegen)

Vergilius waarschuwt Dante om zich meteen achter een rotsblok te verstoppen. De duivels worden link en ruiken vlees. Ze zijn inderdaad bloedlink. De klassieke dichter moet alles op alles zetten om de grijpgrage duivels te weren. Als Dante dan tevoorschijn komt, willen ze hem met hun gaffels in zijn achterste prikken.

Na een gesprek met de leider van deze duivelsgroep, krijgen ze verder begeleiding van deze monsters. Net als de toezegging dat hun geen vlieg kwaad wordt aangedaan. Vergilius stelt de dichter Dante extra gerust. Als de duivels hun tanden laten zien is het niet tegen hen, maar tegen de zondaars die hun kop boven het pek uitsteken.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 21

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Cialona en Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Moahhhh

image

De roman Ach, deze leegte, deze verschrikkelijke leegte is een loflied op zijn oma Inge. De verteller Joachim schrijft vol liefde over haar. Het meest typerende van zijn beschrijving is haar vaste uitdrukking ‘Moahhh’.

Hij introduceert de uitroep als hij vertelt dat meneer Moser het bijna dagelijks aan gruzelementen gevallen servicegoed repareert met secondelijm. Hij weet bijvoorbeeld een niet meer leverbare soepterrine weer te lijmen:

Mijn grootmoeder deed: ‘Moooahhhhh’, want moooahhhhh kon ook een uiting zijn van de hoogst denkbare waardering, waarna ze de soepterrine helemaal achter in de kast zette. (18)

De rest van het verhaal keert de uitroep regelmatig terug. En inderdaad op momenten van uiterste waardering op opperste verbazing komt de uitroep voorbij. Zoals op het moment dat ze uit een operatie ontwaakt. Ze kon voor de operatie niet meer praten en wordt dan wakker:

Zonder één verspreking zei ze: ‘Mooahhhh, goeie genade, wat moet dit allemaal?’ Luid en duidelijk. Mijn moeder en ik keken elkaar sprakeloos aan en begonnen te huilen. (179)

Als ze met opa aan de telefoon zitten, moeten ze de uitroep steeds herhalen om te vertellen dat oma waar genezen is. Ook weet de verteller feilloos aan de hand van een kort trefwoord een verhaal op te roepen bij zijn grootouders. Zoals het verhaal over het stuk appenzeller als opa verdwaald is in de bergen. Als grootvader het wil beginnen te vertellen, reageert oma meteen:

Mijn grootmoeder deed direct ‘moahhhhh’. Moahhhhh betekende hier: dat is een ongelooflijk verhaal. Ik schudde mijn hoofd en wachtte nog maar eens op het appenzellerverhaal. (259)

De uitroep kenmerkt zijn oma en het geeft de roman een prachtige dimensie. Je ziet het voor je en daarmee staat het symbool voor zijn bijzonder grootmoeder Inge.

Joachim Meyerhoff: Ach, deze leegte, deze verschrikkelijke leegte. Roman. Uit het Duits vertaald door Jan Bert Kanon. Oorspronkelijke titel: Ach, diese Lücke, diese entzetzliche Lücke. Alle Toten fliegen hoch. Teil 3.. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur, 2016. ISBN: 978 90 5672 551 8. 314 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel