Bellenblazen – vlog

image

Soms is het ook leuk om over een boek te praten in plaats van te schrijven. Je komt dan weer op heel andere dingen. Daarom heb ik speciaal over het debuut van Basje Bender een vlog gemaakt. Met als onderwerp: bellenblazen.

Basje Bender: Brussel. Roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2015. ISBN: 978 90 290 9029 2. 208 pagina’s. Prijs: € 18,99. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Brussel van Basje Bender. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Bellenblazen

image

Op de voorkant van de debuutroman Brussel van Basje Bender staat een foto van een vrouw die bellenblaast. Je kijkt door de bel heen naar de vrouw die haar lippen tuit en lucht blaast door het kleine ringetje waaraan de bel vormt.

Een prachtig beeld dat verwijst naar een element in de roman. De ik-verteller en hoofdpersoon Elvira raakt getroffen door de Vlaamse kunstenares Camille. De naam roept meteen associaties op met Camille Claudel. Ik had eens een vriendin met zo´n grote bewondering voor deze kunstenares dat ze haar kat naar haar vernoemde.

Elvira loopt met bijna net zoveel bewondering voor haar Camille door Brussel. De kunstenares duikt steeds voor haar op als ze het niet verwacht. Maar als Elvira naar Camille op zoek is, dan vindt ze haar niet.

Als ze samen in haar appartement zijn, dan haalt Elvira een potje bellenblaas van de schouw. Ze blaast een stroom bellen:

Camille volgt de bellen tot ze knappen, en ik geef het buisje aan haar. Ze blaast met open ogen, een hele familie zeepbellen verlaat de plastic ring. […].
Perfect, denk ik, iemand met wie ik gewoon bellen kan blazen, uitstekend, zo vaak komt dat niet voor. Of eigenlijk nooit. (70)

De bellen komen terug als ze aan Camille denkt. De zeepbel en Camille vloeien samen. De ik-verteller noemt haar transparant en vloeibaar:

[E]en grote zeepbel die je voorzichtig wat hoger de lucht in kunt blazen. (162)

Maar zeepbellen die hoog komen, kunnen ook uit elkaar spatten. Dat lijkt de verteller niet te beseffen, maar als lezer kun je wel veel vermoeden. Zo drijft het verhaal langzaam maar zeker weg. Als een zeepbel waarvan je niet eens zeker weet of hij wel uit elkaar gespat is.

Basje Bender: Brussel. Roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2015. ISBN: 978 90 290 9029 2. 208 pagina’s. Prijs: € 18,99. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Brussel van Basje Bender. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Buiten het boekje gaan – #50books vraag 22

image

De schrijver Willem Frederik Hermans heeft 4 thrillers geschreven onder het pseudoniem Fjodor Klondyke. Het geheim is verklapt door Jan Kuijper in zijn boek Populaire literatuur in 1974. Kort na deze bekendmaking is menig Hermansliefhebber deze boekjes gaan verzamelen. Weinig van dit soort boekjes zijn zoveel waard als deze.

Fjodor Klondyke

Hermans heeft deze kleine boekjes aan het einde van de oorlog geschreven, in geldnood verkerend en vol verveling. Hij verdient er 300 gulden per boekje aan. Nu wordt er per boek veel meer dan dit bedrag betaald. Zo vind ik De demon van Ivoor voor 400 euro op boekwinkeltjes.nl.

Doodverf

Van andere schrijvers is ook bekend dat ze hun genre weleens te buiten gaan. A.F.Th. van der Heijden verzamelde alle spannende scenes rond de ‘gipsmoord’ uit zijn reeks De tandeloze tijd in de thriller Doodverf. Het levert een voor Van der Heijden buitengewoon spannend boek op.

Mijn verlustiging

Een andere held is Willem Bilderdijk. Hij schrijft in zijn jonge jaren de erotisch getinte dichtbundel Mijn verlustiging. Een dichter die zich waagt aan deze bundel. Hij komt er tijdens zijn leven niet echt voor uit, een jeugdzonde van de held van de gereformeerde in Nederland.

Buiten het boekje

Schrijvers gaan dus weleens te buiten aan hun eigen genre. Deze week komt de boekenvraag van Tessa Heitmeijer. Ze stelt ze hem op haar eigen blog, maar we doen hier mee met deze vraag:

Welke schrijver of schrijfster zie jij het liefst zijn of haar boekje te buiten gaan?

Ik ben benieuwd naar jullie antwoorden.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

De ideale boekwinkel – #50books antwoorden vraag 21

image

Een boeiende vraag was het die binnenkwam van Martha: hoe ziet jouw ideale boekwinkel eruit? De boekwinkels verdwijnen best snel. Veel mensen bestellen boeken via internet en ook het aanbod van tweedehands boeken is groot. Hoe zou een boekhandel er in deze tijd uit moeten zien, is de vraag.

Een ongekend aantal reacties zijn er op deze vraag binnengekomen. De boekwinkel leeft nog altijd en veel lezers zien er ook mooie dingen in.

Idealen en dromen

Martha mist een goede boekhandel in haar woonplaats. Na het faillissement van Paagman is er nog een kantoorboekhandel en een AKO en een handjevol Bruna’s. Niet veel bijzonders dus meer. Mijmerend legt ze uit hoe haar ideale boekhandel eruit ziet: veel boeken, heel veel boeken. Voor elk wat wils en absoluut niet rendabel. Maar wel een Walhallah voor elke boekenliefhebber.

Naast boeken wenst ze zachte banken met veel kussens en andere plekjes om met een boekje in een hoekje te kunnen zitten. Uiteraard hoort daar op elke verdieping een koffiezetapparaat en veel limonade om het verblijf in de boekenhemel nog iets completer te maken.

Ik vraag mij af of je op zo´n plek ooit nog zou weggaan met een boek in de handen of dat je er juist zou willen blijven wonen.

Geen boekenromanticus

Hij geeft het gelijk toe in zijn blog over de ideale boekwinkel: Carel is geen romanticus en zeker geen boekenromanticus. Voor hem geen Paagman, De Slegte of Donner. In de Zilverstad ontbreekt het aan een goede boekhandel. Daarom is hij praktisch ingesteld en houdt hij het bij bol.com en een e-book.

Marks & Co

Boekenblogger Wim hoeft niet lang na te denken over zijn ideale boekwinkel: Marks & Co, het antiquariaat uit de film 84 Charing Cross Road. Dat Anthony Hopkins achter de balie moet staan, of iemand die heel veel op hem lijkt, spreekt voor zich. Hij kan iedereen van literair advies dienen. Zelfs het de moeilijkste hints van klanten weet hij tot een boek te brengen.

De ideale boekwinkel is een antiquariaat voor Wim. Winkels waar je nieuwe boeken kunt halen, zijn niet meer interessant. Dat de boekwinkel in zijn dorp ermee ophoudt, is jammer, maar Wim betrapt zich er meteen ook op dat hij er maanden niet meer geweest is. Nieuwe boeken bestel je online via bol.com.

De ideale boekwinkel is de bibliotheek

Jannie haalt je meteen uit je droom: de ideale boekhandel bestaat niet, kopt ze dreigend. Daarvoor verschillen de wensen en verlangens van elke boekenklant. Ze stelt een lijstje met 5 eisen waar de ideale boekhandel aan moet voldoen, waarin ondermeer een goed en gevarieerd aanbod, bereikbaarheid, deskundig personeel en extra´s in de vorm van lezersavonden en tentoonstellingen.

Zo schrijvend ontdekt ze meteen dat de ideale boekwinkel die het dichtste hierbij in de buurt komt, geen boekwinkel is. Het is de bibliotheek. Deze heeft alles voor handen wat ze wenst en is bovendien een stuk goedkoper. Wat daarbij handig is, is dat boeken die niet in haar eigen bibliotheek voorradig zijn, worden uitgeleend via de Zeeuwse bibliotheek in Middelburg.

Deventer boekenmarkt

Blogger Niek geeft een korte historie van het (boek)winkelen. Eigenlijk komt ze haast nooit meer in een fysieke winkel, biecht ze op. Ze heeft ook niet de behoefte om op zoek te gaan naar boeken. Er liggen altijd wel boeken op haar plankje die nog gelezen moeten worden. En op 1 of andere manier raakt dit plankje eigenlijk nooit leeg.

Alleen 1 dag in het jaar zoekt ze nog de boeken op. Dat doet ze op de Deventer boekenmarkt. Dan struint ze kraampjes af en laat zich verrassen door alle boeken die er liggen. Ze dwaalt van de ene wereld in de andere en komt met een flinke stapel boeken thuis. Voor op het plankje ongelezen boeken.

Koffiehoekje of café

Ali is gek op boekwinkels en is blij dat ze in Den Haag woont. Het boekenklimaat is in de Hofstad aardig veranderd de laatste jaren. Het lijkt weer dat er weer goede boekwinkels zijn teruggekomen na de jaren dat ze bij bosjes omvielen en verdwenen uit het straatbeeld.

In haar lijst refereert ze ook naar een paar mooie buitenlandse boekwinkels, zoals American Book Center en Dussmann in Berlijn. Dat is voor Ali ook de ideale boekwinkel. Een boekwinkel waarin een ruim aanbod in buitenlandse titels te vinden is. Het liefst met een koffiehoekje of café erbij.

Nescio, Elsschot of Reve?

De dikke blauwe man heeft zeker zijn voordelen, vindt Fokke, maar een ‘echte’ boekwinkel is toch wel het mooiste. Lekker een boek vasthouden, bladeren door de pagina´s en er een stukje in lezen. Je kunt je in de boekwinkel laten verrassen. Dat lukt je niet online. Daar moet je het vooral hebben van reviews en aanbevelingen van anderen.

Daarna beschrijft Fokke zijn ideale boekwinkel. Tafels waarop ze liggen uitgestald, een ruime sortering in boeken en vooral de boeken van Nescio, Elsschot of Reve. Voor hem een belangrijk criterium: ‘als ze niet in de kasten in de winkel staan wordt het moeilijk, tussen die winkel en mij’. Net als de aanbevelingen van de boekhandelaar. Die meedenkt, weet wat je leuk vindt en goede tips geeft.

Lees morgen de nieuwe boekenvraag.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Wind mee – Om de Oostvaardersplassen (2)

image

De warmte van de middag komt nu over ons heen. We moeten een weg zien te vinden tussen de chaos aan fietspaden, genummerde straten en de doolhof aan nieuwbouw. In Lelystad verdwaal je, is onze ervaring. Daarom rijden we voorzichtig, volgen zorgvuldig, op het overdrevene af de bordjes met de nummers. Als het even anders lijkt, stoppen we en kijken net zo lang tot we er zeker van zijn dat we goed zitten.

Vlakbij het station wordt ons de weg dwarsgezeten door werkzaamheden. De gele borden willen ons door de stad leiden. Daar trappen wij niet in. We negeren de versperring en rijden even later de goede weg door naar de bestemming. De fietspaden gaan vaak omhoog omdat bij elke brug over de brede dreven, het pad klimt. Ook al rijd je rechtdoor, dat maakt niet uit. Zodoende fiets je over een heuveltjespad.

image

De bossen lijken in Lelystad toch rijper te zijn dan in Almere. De bomen zien er forser, breder en voller uit. Het eikenblad van sommige bomen lijkt uit de takken te schieten. Je ziet ze groeien. In een paar dagen is het van niks naar een bijna vol blad gewassen. Het voorjaar is niet meer te stuiten en de laatste bomen krijgen hun bladeren.

We komen enigszins verhit aan waar we moeten zijn. Gereden door de eikenbossen die de stad rijk is. Mooie, volle bossen. Als we na onze bestemming te hebben aangedaan, doorrijden, kiezen we een open plekje temidden van de bossen om even op een bankje te zitten, een broodje te eten en water te drinken.

image

We rijden weer door Lelystad. De vaart moeten we over. We gaan daarvoor via het tunneltje onder de weg door, maken een brede bocht aan de andere kant van de weg waar we eerder reden en steken dan via de brug de vaart over. Omslachtig, maar we vinden het niet erg. De wind zit niet meer tegen. De brede dreven steken we nu op de dezelfde hoogte over.

We zien nieuwe huizen op de plek waar we 4 jaar geleden fietsten en slechts enkele gebouwen stonden. We nemen de weg onder de grote toegangsweg door en fietsen de stad uit. Over de Torenvalkweg, langs de gevangenis. 1 van de 2. De andere ligt aan de andere kant van het spoor. Helemaal los van de werkelijkheid staat dit gebouw, midden tussen het akkerland. De koolzaad staat in bloei en de trein naar Almere rijdt erachter over de spoordijk.

image

We fietsen naar het bos dat tegen de Oostvaardersplassen ligt en dat Google Torenvalktocht noemt. Ook hier glanzen de verse bladeren. Je ziet ze groeien. Nog niet in de diepgroene kleuren van de zomer, maar in de lichtere tint van het voorjaar. Het licht nog zo anders dan verderop als het zomer wordt. Nog niet zo fel, maar wel heel helder, bijna zilverachtig.

We klimmen de eerste brug over. Ik denk dat het de Knardijk is, maar die ligt verder. Nog even de prachtige bomen van het bos. Zelfs een stukje naaldbomenbos passeren we. De heel eigen geur komt los uit het bos en we rijden hard. De wind geeft ons een zetje in de rug.

image

Dan is er wel de Knardijk. We staan even stil bij de kruising. Hier reden we 4 jaar terug en namen het tunneltje onder het spoor. Nu gaan wij rechtuit de Praamweg op. Er is veel verkeer op deze warme voorjaarsdag. De auto´s halen ons in en rijden naar de paadjes die uitzicht bieden op de Oostvaardersplassen.

Wij zien de plassen vanaf de weg liggen. Daarvoor turen wij langs de vele bomen en over de spoorbaan. De paardjes en ossen staan te grazen. Heel in de verte is zelfs een hert te zien. Het uitzicht is al een beetje wazig geworden door het smog dat vergezeld gaat met warme dagen.

image

Als we voor de keuze staan om te klimmen en vandaar over de lange vaart heen te gaan, kiezen wij het de kortere weg naar Almere en blijven aan deze kant van de vaart. Hierdoor missen we wel iets van het uitzicht. Net als de ijscokar die bovenaan op het uitzichtspunt staat.

Daar ergens puffen we uit onder een meiboom, in de bloesem, met de blote voeten in het gras. De gezichten rood van de inspanning, drinken we het water dat we in Lelystad hebben ververst. Nog een kilometer of 10 en dan zijn we thuis.

image

We stappen weer op de fiets voor de laatste etappe. We vliegen met deze wind in de rug naar huis, langs de Rode donders en de huizen die op het water drijven. De mensen laten hun honden uit en kijken deze 2 vliegende duivels na. Zo snel lijkt het te gaan. De wind die ons op de heenreis zo tegenwerkte, heeft ons vleugels gegeven.

image

Tegenwind – Om de Oostvaardersplassen (1)

image

Het is prachtig weer en ik moet eigenlijk even naar Lelystad. Veel trek om in de auto te stappen heb ik niet, daarom ga ik op de fiets. En ik neem Doris mee. Zo kunnen we alvast oefenen voor langere afstanden. Speciaal voor deze gelegenheid trekken we de fietsbroekjes aan die ik een tijdje terug bij de Lidl heb gekocht.

Hoe fiets je naar Lelystad? We hebben al 2 keer onderweg op fietsvakantie de hoofdstad van de provincie gepasseerd, maar nu willen we iets meer: op 1 dag heen en terug. De weg aan de zuidkant van de Oostvaardersplassen hebben we al 2 keer gezien. De andere route, bovenlangs over de dijk nog niet.

image

Ik ben bang voor de dijk. Is het niet veel te riskant met de wind die altijd tegen je in waait hier in de polder? Geen enkele beschutting is er te vinden op zo’n hoge dijk? Je kan geen kant meer op, alleen maar rechtuit. En kun je dan niet veel beter gewoon door het bos fietsen onder de Oostvaardersplassen.

We gaan het toch proberen en fietsen via het Wilgenbos de dijk op. Het zit nog even tegen, de kleine sluis voordat het wilgenbos begint, staat open. We moeten wachten en zien hoe het schip mag doorvaren, waarna de sluis sluit en weer volloopt met water.

image

Als we weer rijden, de dijk op klimmen en op het fietspad fietsen, voelen we de wind al blazen. De pet waait van haar hoofd. Ze bergt hem op. De wind is te sterk om hem op te houden. Mijn hoedje zit stevig genoeg vastgeklemd en laat zich niet van mijn hoofd waaien.

De wind wordt alleen maar sterker. De zon is verraderlijk, de warmte telt ook mee, maar de wind verwachten we niet. Maar de wind wint aan kracht. Hij vliegt over de kale plassen, langs de paar bomen die aan de dijkrand staan. De fietsers die ons tegemoet rijden, vliegen over de weg. Alle fietsen zijn veranderd in elektrische exemplaren, waarbij je meters vooruit schiet op een enkele trap.

image

Wij zwoegen voort. Even pauze halverwege de dijk. Het lijkt of er geen eind aan komt. De plassen aan de kant van het land zijn uitgestrekt. De wind maakt golfjes op het water. Geen houden aan. De tegenliggers lijken nog harder voorbij te komen. En wij ploegen voort. Elke trap voelt zwaarder, maar brengt je minder ver vooruit.

Het lijkt of de wind in kracht is verdubbeld als we eindelijk bij het einde van de dijk aankomen. We hebben nog een keer pauze gehouden, even op adem komen. Het leek zo windstil, maar op de dijk kom je de echte wind tegen. Hier is de polder aan het werk. Altijd waait het hier.

image

De Knardijk steken we over. Het feest van de herkenning. De rit over de Oostvaardersdijk is nog niet voorbij. Vlak hierachter hebben we 4 jaar terug overnacht tijdens onze eerste fietsvakantie. Nu rijden we over de dijk in de richting van het gemaal. Nog voor we het gemaal naderen, mogen we afzakken naar de bodem van de zee. We verlaten de dijk en merken hoe de wind ineens helemaal verdwijnt.

image

Woekeraars en Geryon: Divina Commedia: Hel: Canto 17

image

Het monster dat omhoog komt uit de kloof nadat Vergilius het koord van Dante naar beneden heeft gegooid, is Geryon. Dante noemt hem nog niet meteen Geryon, maar duidt hem als een slang op 2 poten en met een pijlsnelle staart en een mannengezicht.

Vergilius laat Dante nog even wachten. Hij zal het monster eerst toespreken en proberen over te halen de 2 dichters mee te nemen. Ze zitten bij de woekeraars, op de uiterste richel van de 7e hellekring. Dante zegt eerst nadrukkelijk dat hij niemand meteen herkent, maar er dienen zich al snel enkele stadsgenoten op.

Het gesprek met de woekeraars levert weinig op. De man waarmee hij spreekt, uit Padua, vertelt dat het hier barst van de Florentijnen. Dante spreekt ze niet. Hij wil Vergilius niet te lang laten wachten. De woekeraar verwijst nog naar de grootste woekeraar, de hoogverheven ridder waar deze man in de hel naar verwijst.

Dan ziet Dante dat Vergilius al bovenop het monster zit. Hij moet omhoog zien te klimmen op Geryon. De angst slaat hem aan het hart. Dante vergelijkt het met de huivering die mensen treft als de ze vierdendaagse koorts oplopen. Gelukkig mag hij zich vastklampen aan de Romeinse dichter.

De afdaling op het monster is werkelijke prachtig beschreven door Dante. Ik hou helemaal niet van draken en andere fabelachtige wezens in boeken, maar deze passage behoort is een prachtig en fantasierijk deel van de reis die Dante met Vergilius maakt.

Dante vergelijkt de afvaart met het loskomen van een schip, zoals het monster loskomt van de bodem om de afdaling in te zetten:

Gelijk een jol van d’ oever af moet dringen
Steeds achteruit, zoo is hij afgestooten
En heeft, toen hij van ijl zich voelde’ omringen

Den staart, waar eertst de borst was, heen geschoten
En strekte’ als paling dien toen na zich henen
En sloeg de lucht zich toe met beide pooten. (vs. 100-105, vert. Rensburg)

Overigens blijkt uit niets dat dit mythische wezen Geryon over vleugels beschikt. Het lijkt wel dat het monster als een gladde aal naar beneden glijdt door de lucht. In brede cirkels, beschrijft de verteller. De angst slaat hem hier aan het hart. Dante ziet overal vuur en hoort het gejammer van de gestrafte zielen.

Ze landen precies aan de voet van een loodrechte rotswand. Hier laat het monster de 2 achter en flitst als een pijl weer weg. En hier verlaat een bijzonder monster het verhaal. Een verhaal boordevol allegoriën. Hoe je je angsten kunt overwinnen door er gebruik van te maken en je mee te laten voeren. Het brengt je verder en helpt je vooruit op de levensreis.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 17

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van J.K. Rensburg uit 1908. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Het raadsel van De Meneer

image

Op de achterkant van het universitaire krantje De Mare zetelde in mijn studententijd de column van een raadselachtige afzender: De Meneer. Ik had geen idee wie deze man kon zijn. Meestal las ik de zielenroerselen van dit verschijnsel niet van een student die alles onderging voor de eerste keer. Dat de schrijver geen student maar een oudere meneer moest zijn, liet geen twijfel. De toon was te volwassen om een beginnende student te kunnen zijn.

Aikido-les

De door Ilja Leonard Pfeijffer geciteerde Aikido-les in zijn bundel Brieven uit Genua staat mij nog helder bij. Ik las hem nadat ik zelf een lesje Jui Jitsu volgde bij meneer Aad van Polanen. Hij had een school aan het Rapenburg en gaf in de universitaire gymzaal Jui Jitsu. Ik gaf het meteen op na het eerste proeflesje. Ilja Leonard Pfeijffer ging verder en bracht het tot de zwarte band.

Hoeveel leerde ik niet tijdens deze eerste les. Mijn eerstejaarscolleges beginnen pas volgende week, maar ik kan bijna niet wachten om de collegezaal te betreden, te gaan zitten tegenover de studenten en tien minuten lang mijn ogen gesloten te houden. (475)

Ik weet nu dat ik bij de verkeerde les zat. Ik had bij Tom Verhoeven moeten zitten om de echte begeestering te krijgen. Bij Aad van Polanen ben ik weggebleven na die eerste les. Ik herkende te weinig van de inspirerende lessen die ik jaren eerder in Veenendaal had gehad.

Niet geluisterd naar De Meneer

Ik heb mij overigens niet laten inspireren door de column van De Meneer en heb de Japanse vechtkunst na het lesje van Aad van Polanen opgegeven. Misschien belangrijkere dingen te doen. Ik weet het niet. Een gemiste kans, lees ik nu bij Ilja Leonard Pfeijffer.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

Biesheuvel: De weg naar het licht

image

In mijn strooptocht op zoek naar de boeken van Maarten Biesheuvel krijg ik plotseling de delen 2 en 3 van het Verzameld werk toegeworpen. Ze liggen op de tafel met afgeschreven boeken in de bibliotheek.

Een droom wordt werkelijkheid. Behalve dat ik wekenlang achtereen de tafel afstruin op zoek naar het eerste deel van deze serie. Het ligt er niet. Daarom zoek ik uit welke boeken in dit eerste deel zitten. Zo ontdek ik dat ik de verhalenbundel De weg naar het licht helemaal niet heb.

Als ik hem dan in een kringloopwinkel tegenkom, gaat hij mee. Ik kan mij niet bedwingen en begin te lezen. De wereld in de verhalen van Biesheuvel bestaat uit een uniek universum. Het universum waarin je verdrinkt in de woorden, het verhaal en de personages. Je weet niet altijd waar je bent, maar je laat je meeslepen in de beelden.

Het verhaal ‘De Leeuw van Leiden’ bijvoorbeeld. De verteller is bij een bijeenkomst waar de aanwezigen allerlei boeken en artikelen lezen. Daarna begint een man een lange monoloog over wat 1 iemand wel niet allemaal geschreven heeft.

Ze zijn allemaal van 1 man: Maarten ’t Hart. De verteller wijst de man die de monoloog hield op de schrijver: hij zit te breien in een hoekje van de kamer op een sofa. Het is de Leeuw van Leiden die daar zit.

Dan probeert de verteller te achterhalen waar het geheim vandaan komt. Hoe komt het dat Maarten ’t Hart werkelijk alles leest en daarna bijna dagelijks publiceert over allerlei onderwerpen. Of zoals de verteller aan de Leeuw van Leiden vraagt:

‘Vertel me nou toch eens wannéér je schrijft over al die onderwerpen, andere mensen zouden er met hun dertienen jaren over doen om zoveel te schrijven over aardrijkskunde, antropologie, biologie, economie, geneeskunde, geologie, geschiedenis, godsdienst, huishouding, krijgskunde, kunstgeschiedenis, letterkunde, maatschappijleer, mode, muziek, opvoedkunde, politiek, psychologie, recht, scheikunde, staatskunde, sterrenkunde, techniek, weerkunde, wiskunde, wijsbegeerte enzovoort, ja werkelijk járen zouden dertien mensen bezig zijn met het schrijven van zoveel artikelen over zoveel onderwerpen, zoveel verhalen, zoveel romans…, terwijl jij dat allemaal in je eentje in ééń jaar af kan? Dat grenst aan het krankzinnige. Jouw verschijnsel begint, wat wonderlijkhied betreft, vormen van metafysische onbegrijpelijkhied aan te nemen.’ (179)

Het gesprek begint hierna even wonderlijke, metafysische onbegrijpelijke vormen aan te nemen. Het gesprek fladdert van raaskallen naar de zang van de nachtegaal, naar de colleges van Karel van het Reve. Volgens Maarten ’t Hart zou de verteller de colleges ernstig verstoord hebben:

‘[W]aarom hielp jij altijd de colleges van Karel van het Reve naar de maan door er allerlei kletskoek uit te gooien? Dacht je soms dat wij geïnteresseerd waren in de verhalen van jou over je moeder, je vader, over Rooms en Protestant Kethel, dat wij belangstelling hadden in je zeeverhalen en al die zotte fantasiën?’ (181)

De verteller weerspreekt de opmerking dat de Leidse professor daar niet op zat te wachten. Hij vond het juist heerlijk als ik een deel van die 50 minuten vulde, geeft hij als tegenargument.

Toch wil de verteller graag achter het geheim van de enorme productiviteit van Maarten ’t Hart komen. Daar verliest het verhaal alle grip op de werkelijkheid. De verklaring voor die enorme productiviteit: zijn enorme verliefdheid. Daardoor gedreven vliegt zijn pen over het papier, waarna zijn vrouw alles uittikt en dagelijks de artikelen per post worden verstuurd naar alle media van Nederland.

Het is dat verlies op de werkelijkheid die de verhalen van Biesheuvel iets dromerigs geven. Je raakt de draad regelmatig kwijt of komt er juist verstrikt in te zitten. Het verhaal dat van de hak op de tak gaat en waarbij je alle kanten opschiet. Het beste is dan om stug door te lezen. Als een schip in de storm door te varen, want je komt vanzelf behouden in de haven aan.

J.M.A. Biesheuvel: De weg naar het licht en andere verhalen. 7e druk, 1985. Amsterdam: Meulenhoff, [1977]. ISBN: 90 290 0664 1. 240 pagina’s. [niet meer verkrijgbaar]

Ik vlogde al eens eerder over hem:

Je ideale boekwinkel – #50books vraag 21

image

De boekwinkel is niet meer wat het geweest is. De laatste jaren zijn er heel veel verdwenen uit steden en dorpen. In sommige plaatsen is er niet eens meer een boekwinkel te vinden. Of je het met een minieme zaak doen die de inkomsten niet uit boeken haalt, maar uit dure tijdschriften.

De boekwinkels zouden lijden onder de aanbiedingen van online boekverkopers. Mensen bestellen een boek meteen online dat de volgende dag in de brievenbus valt. Of dit klopt, weet ik niet. Ik bestel vrijwel nooit online en als ik het doe, dan is het tweedehands.

Vasthouden

Ik wil bij het aanschaffen van een boek het vasthouden of er zeker van zijn dat het het boek is dat ik zoek. Er even in bladeren en kijken. De eerste pagina lezen en me al laten meenemen door het verhaal.

In mijn woonplaats is een aardige boekwinkel. Al is het niet meer wat het geweest is en liggen kantoorartikelen, romans en kleurboeken gebroedelijk naast elkaar. Ook is het grootste aanbod van de boeken die er ligt niet aan mij besteed. Het zijn vaak boeken die gretig aftrek vinden onder een breed publiek.

Geld verdienen

Ik snap ook wel dat de boekhandelaar moet schipperen tussen fijnzinnigheid en geld verdienen. Naar mijn oordeel zouden ze heel goed samen moeten gaan, maar de praktijk is weerbarstiger. Aan de boekenlezer wordt de vraag niet zo vaak gesteld, daarom kreeg ik deze vraag binnen via Martha.

Boekenvraag 21

Hoe ziet jouw ideale boekwinkel eruit?

Is jouw ideale boekwinkel 24 uur per dag open? Heeft hij alle boeken op voorraad of wil je juist een boekwinkel die boeken voorstelt. Een boekhandelaar die je attendeert op een boek dat wel bij jou in de smaak zal vallen? Een zaak waar je helemaal in kunt verdwalen, of juist een klein winkeltje?

Ik ben ontzettend benieuwd naar de antwoorden.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.