Denkend aan Jan Voerman zie ik wolken

image

De 75e sterfdag van Jan Voerman (1857 – 1941) is de reden van de tentoonstelling Oneindig Laagland in het Stedelijk Museum Kampen. De gratis treinkaart in de vorm van het boekenweekgeschenk bracht mij op het idee de tentoonstelling nog te bezoeken. Ik zag een interview met achterkleinzoon Jacob Jan Voerman bij de schilderijen en wist het: daar moeten we heen.

De wolkenluchten bij de IJssel. De hemel die uitdrukt hoe hij zich van binnen voelt. De wolken als zielenroerselen. Het past goed bij hoe ik elke dag naar de hemel kijk op zoek naar hoe ik mij van binnen voel. Ik probeer het te vangen in een kort gedicht, een haiku. Het is slechts een gedachtekronkel, niet veel meer.

image

De rust die uitgaat van de schilderijen van Jan Voerman, valt meteen weer op als ik de zalen betreedt waar de wisselexpositie Oneindig laagland staat. De titel verwijst naar het beroemde gedicht van Hendrik Marsman. Dit gedicht verwijst juist naar de rivier. De IJssel die de wolkenluchten oproept in het werk van Jan Voerman.

Op de grond, het weiland waar de koeien grazen of de paarden noppen. Of het vergezicht, de stad Hattem ligt vaak aan de horizon. De stad aan de einder, waar de wereld ophoudt of begint. Ze liggen onder die wolkenhemel, waar kleuren, licht en donker, elkaar afwisselen. Soms op een regenachtige dag is de hemel een grote vlek waarin nauwelijks is te bespeuren valt. Bijna surrealisme.

image

Voor mij het feest der herkenning. Sommige schilderijen bijna vlekkerig in een bedrevenheid die ik herken van ander werk van Jan Voerman. Andere keren is daar weer die IJssel met het vergezicht. Net als de stillevens, het potje, die op zichzelf staan en waar opnieuw rust uit spreekt.

De balans spreekt uit deze schilderijen. Het opgaan in het landschap, het beeld van de bloemen in de kleurrijke blauwe mosterdpot. En zo meander ik door de tentoonstelling. Als een brede rivier die traag door het oneindige landschap stroomt. Terwijl het buiten miezert openbaart de rivier zich in alle vormen aan mij. Het is de innerlijke ziel waarin ik meega en voel hoe een schilder als Jan Voerman je meetrekt in zijn wereld.

image

Zelfs op weg naar het treinstation, op de brug over de IJssel zie je even die lucht. Hoe grijs ook, in alle tinten tussen wit en grijs spelen. Een hemel die je probeert te laten zien hoe je je van binnen voelt.

De expositie Oneindig Laagland in het Stedelijk Museum Kampen is tot en met zondag 3 april 2016 te zien.

De ketters: Divina Commedia: Hel: Canto 9

image

Lijkt de reis door het hiernamaals onschuldig, De goddelijke komedie zit bomvol met spannende elementen. Soms lijkt het op een heus Fantasy-boek waarin vreemde wezens rondvliegen en sommige zielen onherkenbaar zijn, staarten hebben of de kop van een dier.

In de 9e Canto wordt het spannend. Voor de poort van de stad Dis zijn Dante en zijn begeleider Vergilius beland. Ze kunnen niet verder, de toegang wordt ze ontzegd. Ze kunnen geen kant op. Voor ze is de dichte poort, vanaf de hoge toren staan er 3 wraakgodinnen.

De angst slaat hem aan het hart. De 3 helse furiën, bloedrood van kleur en lijkend op vrouwen wat betreft hun lichaam en houding:

Waar eensklaps naadrend op een rij zich schaarden
Drie helsche Furiën, met bloed bevlekte,
Drie vrouwelichamen die woest gebaarden,

Om wie zich groenig slanggekronkel rekte.
Terwijl de slapen geen gewar van tressen
Maar van gehoornde slang en adders dekte (vs 37-42; Verweij)

De furiën roepen Medusa op om Dante te verstenen, maar Vergilius houdt het hoofd koel. Draai je om en doe je ogen dicht, zegt hij tegen de dichter. Als je hem echt aankijkt, zul je verstenen, maar bij mij ben je in veilige handen.

Zo wachten ze op de hulp van een engel. Alle mensen schuiven opzij als deze eraan komt. Hier maakt het lyrisch ik weer een prachtige vergelijking. De massa schuift weg zoals kikkers wegspringen als ze in de gaten hebben dat er een ringslang in aantocht is.

De engel maakt de poort met een klein stafje open. Het lijkt wel Harry Potters toverwereld hier in Dantes hel. De eenvoud waarmee de poort opengaat. De engel roept nog wat tegen de verloren zielen en verdwijnt weer even snel als hij gekomen is.

In de stad lopen ze over een kerkhof, waar uit de graven een hartverscheurend gejammer klinkt. Het zijn de ketters die hier liggen, zegt Vergilius. De tomben verschillen in temperatuur, afhankelijk van de dwaling van de ketter. Zo lopen ze verder door de stad in deze zesde hellekring.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 9

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Albert Verweij uit 1923.
Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

As in tas

image

Jelle Brandt Corstius is zijn vader Hugo verloren. Na het overlijden van zijn vader blijft een project door zijn hoofd spoken: fietsen naar de Middellandse Zee en zijn vader moet mee. Een paar maanden na de crematie haalt hij een deel van de as op en vertrekt op de fiets naar de Middellandse Zee.

Het verslag van deze bijzondere fietstocht vol herinneringen is beland in het boekje: As in tas. Jelle maakte 1 of 2 keer per jaar een fietstocht met zijn vader. Het moeten er een stuk of 20 zijn geweest, stelt hij in zijn dagboek:

Ze waren allemaal hetzelfde, maar dat gaf niet. We stapten uit bij bij een of ander treinstation in Nederland en dan begonnen we zonder enig plan te fietsen, mijn vader altijd net iets harder dan ik fijn vond. Als er een stoplicht op rood stond, bijvoorbeeld bij een drukke provinciale weg, fietste hij gewoon door, ook als er net een auto aankwam. (38)

Als het licht op groen stond, was zijn vader helemaal uit zicht. Het kostte Jelle zeker 10 minuten voor hij zijn vader weer inhaalde.

De herinneringen aan zijn vader zijn de mooiste aantekeningen die Jelle Brandt Corstius maakt bij zijn de fietsrit door Nederland, Belgi, Luxemburg en Frankrijk. De verhalen over het behalen van de P.C. Hooftprijs die minister Elco Brinkman niet wil uitreiken. Als vader Brandt Corstius uiteindelijk 2 jaar later de prijs toch krijgt, gaan ze ervan op vakantie naar Curacau en wordt de prijs zelf als deurstop gebruikt.

De herinneringen wisselt Jelle Brandt Corstius met de ontberingen onderweg. Zo moet hij in Limburg het douchewater opvangen zodat hij het later kan gebruiken om het toilet mee te spoelen. Of hij eet bij een Chinees restaurant dat eigenlijk een bordeel is. Hij beseft het pas als hij naar het toilet is geweest, dat een badkamer is.

Ook beheerst Jelle Brandt Corstius het spel met de taal, zoals bij de opmerking ‘Pirelli’ die zijn vader maakt als hij het niet weet. Het keert prachtig terug om aan te duiden dat hij alles heeft gevraagd aan zijn vader wat hij wilde vragen:

Soms gaf hij antwoord, soms zei hij ‘Pirelli’. (141)

En dat is As in tas vooral, een prachtig requiem voor zijn vader. Hij verstrooit de as in de Middellandse Zee. De reis vol herinneringen waarbij Jelle Brandt Corstius met veel liefde over zijn vader spreekt. De bijzondere band die hij had met zijn vader. Zijn moeder stierf toen hij nog peuter was. Zijn vader moest hem en zijn 2 zussen alleen opvoeden. Dat terwijl vader Hugo eigenlijk helemaal geen kinderen wilde.

Zijn vader is behoorlijk afwezig bij de opvoeding, vertelt Jelle Brandt Corstius. Zo zijn hij en zijn zussen op een dag weglopen. Aangekomen bij de RAI keren ze toch om en komen na 2 uur weer thuis. Hun vader heeft al die tijd niks gemerkt. Hij zat boven in zijn kamer.

Het zijn prachtige verhalen die de reis kleur geven, maar die vooral aan de basis staan van zijn identiteit. Hij is gehard door de opvoeding waarbij hij misschien niet alle aandacht en liefde kreeg, maar die hem gevormd heeft tot wie hij is.

Soms mocht hij even in het bijzondere universum van zijn vader kijken, maar zijn vader betrad zijn wereld nooit. Dat maakt Jelle Brandt Corstius ruimschoots goed in As in tas. Hij gunt de lezer een kijkje in zijn wereld en zijn verwerking van het verlies van zijn vader. Genoeg van de eenzaamheid, keert de zoon weer huiswaarts, los van de as maar met de herinneringen en Hugo-verhalen bij zich.

Jelle Brandt Corstius: As in tas. Das Mag Uitgevers, 2016. ISBN: 978 90 824 1063 1. 150 pagina’s. Prijs: € 14,95. Bestel

Groene kathedraal in maart

image

We kronkelen naar de Groene kathedraal over het meanderende fietspad tussen het bos. Daar doemt om een hoek het kunstwerk van bomen en ruimte op. De natuur krijgt hier de kans om een tempel te bouwen.

De vorm waarin de bomen zijn gepland verwijst naar de beroemde Franse kathedralen. Hier ligt het grondplan van de Notre Dame in Reims. De bomen vormen de muren en pilaren. Nu met de kale bomen komt de vorm veel zuiverder over. Het groen leid je niet meer af.

image

Zo lopend tussen de bomen zie je de grootsheid van zo’n kathedraal nog duidelijker. De Waterlandseweg suist op de achtergrond. De wind krijgt niet zo mooi vat op de ijle populieren. Zo let je op heel andere dingen. Het fijnmazige mos op de boomstammen bijvoorbeeld en de sprietige takken die overal omhoog steken. Het maakt dit groene kunstwerk ook in de kale maanden van het jaar de moeite van het bezoek waard.
image

Zo willen anders terugrijden dan we kwamen. Daarom pakken we de gewone weg om naar huis te fietsen. We komen via een stukje Vogelweg weer op de fietspaden en rijden zo langs de vaart, aan de andere kant van het water dan we eerder fietsen. Hier proef je de polder op zijn best, al fietsend langs de rijen populieren. De nieuwe woonwijk Nobelhorst is in aanbouw, de nieuwe huizen rijzen uit de grond. Toch triomferen hier de hoge bomen en maken het tot het bos, waarmee Almere Hout zijn naam eer aandoet.

image

Als we over de brug rijden, kiezen we opnieuw voor een andere terugreis. We kruisen de weg die we heen fietsen en komen in Almere Haven. In dit parkje picknickten we jaren terug. Doris nog zo klein, Sientje nog bij ons. Zo zaten we hier te genieten van de natuur die Almere zo rijk is. Het lijkt net of je midden in de natuur zit, terwijl je ook midden in de stad zit.

image

We nemen op dit bankje nog wat te drinken en kijken bij het kleine watervalletje. Iets verderop ligt het kasteel en ook hier genieten we van wat we eerder vanaf een ander fietspad zagen. Zo komen we weer langzaam in de bewoonde wereld en fietsen tevreden naar huis. Een paar keer kruisten we onze wegen, maar geen enkele keer hebben we over hetzelfde pad gereden. Een route die meer de vorm van 8’jes heeft. Een weg die heerlijk was op deze zonnige zondag in maart.

image

Tijd in een roman – #50books vraag 13

image

Vandaag is de klok een uur vooruit gezet. Jezus is een uur eerder opgestaan, schreef mijn vriend Jacob Jan Voerman op Facebook. De vergelijking is snel gemaakt met Herman Finkers die wist te vertellen dat Jezus op Eerste Paasdag op tijd opstaat, dankzij een wekker van Blauweijkel.

Bij tijd moet ik ook denken aan de vraag van Inge welk boek ze nu moest lezen. Ik stelde haar voor om het werk van A.F.Th. van der Heijden eens te proberen. Maar wat laat je iemand lezen die nog nooit iets van hem gelezen heeft. Ik wil haar niet gelijk in het diepe gooien met De Movo tapes of Het schervengericht. Boeken waar ik zelf nog niet eens aan durf te beginnen.

Het leven uit een dag

Daarom wees ik haar op het uiterst toegankelijke boekje Het leven uit een dag van hem. Ik heb het heel lang geleden gelezen en weet dat het een heel leuke uitwerking is van een leven dat zich in 1 dag voltrekt. Enerzijds herinner ik mij de bizarre uitwerking van de gedachte om een heel mensenleven in 1 dag te voltooien en anderzijds hoe een leven zo compact mogelijk kan worden samengevat.

Ze leest het en vertelt erover met dezelfde verwondering die ik destijds had bij het lezen van dit boek. Al moet ik zeggen dat erg veel van de inhoud is weggezakt. Ik dacht dat het over een eendagsvlieg ging, maar het gaat echt over mensen. Een boek dat je zo’n 20 jaar geleden hebt gelezen, zakt snel weg.

Tijd voor tijd

Het denken over deze roman van A.F.Th. van der Heijden brengt mij bij de boekenvraag van vandaag. Het tijdverloop in een roman is vaak een bijzonder eigenaardig aspect. We denken er bij het lezen niet zo vaak bij na, maar het speelt soms een cruciale rol.

In welke roman wordt volgens jou het spel met de tijd mooi gespeeld?

Ik ben heel nieuwsgierig naar jullie verhalen en tips.

Blog mee over #50books

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Mooie Duitse boeken – #50books antwoorden vraag 12

image

Op de laatste dag van de boekenweek vroeg ik mij af wat nu onder de lezers van #50books het favoriete Duitse boek is. En als dat te moeilijk is, welke Duitstalige auteur grote indruk op je heeft gemaakt. Met het doel om alle indrukwekkende boeken en schrijvers met elkaar te delen. Het zijn mooie blogs geworden waarbij een paar boeken langskomen die op mijn eigen verlanglijstje staan, maar die ik nu wel versneld uit mijn boekenkast zal pakken.

Die Blechtrommel van Günter Grass

Voor Carel is Die Blechtrommel, vertaald als De blikken trom, van Günter Grass een boek dat veel indruk op hem heeft gemaakt. Een prachtig boek in een surrealistische verteltrant en thematiek van het opkomende Nationaal Socialisme. Dat de auteur later misschien wat meer vuile handen dan hij eerder wilde laten geloven, is volgens mij tekenend voor de worsteling van veel Duitsers van zijn generatie. Het maakt het boek niet minder mooi.

Joseph Roth

Eigenlijk had Fokke voor het Joseph Roth-jaar 2014 nog nooit iets van deze auteur gelezen. Na het lezen van Radetzkymars, Job en Vlucht zonder einde allemaal geweldige boeken die hij van harte aanbeveelt om te lezen. Daarnaast is Fokke ook erg enthousiast over Der Prozeß Franz Kafka, ook Günter Grass’ Die Blechtrommel en Das Parfum van Patrick Süskind.

Duitse poëzie

Na het lezen van alle mooie boeken uit de Duitse literatuur, schrijft ook Ruud over zijn Duitse favorieten. En dat zijn er nogal wat. Om te besluiten met de Duitse poëzie, zoveel mooier dan de moerstaal. Ruud noemt hier de gedichten van Bertolt Brecht om te besluiten met het innemende ‘Gnadenanstalt’ van Marion Poschmann.

Narziß und Goldmund van Hermann Hesse

In haar bijdrage schrijft Martha over de indruk die de roman Narziß und Goldmund van Hermann Hesse bij haar achterliet. Ze las het boek op de middelbare school en heeft het boek meerdere keren gelezen. Haar exemplaar viel zelfs in bad omdat ze tijdens het lezen in slaap viel. Daarmee is dit boek het meest gerimpelde en beduimelde exemplaar in haar boekenkast. Maar het is het wel het mooiste boek uit de Duitse literatuur dat ze kent.

Siddhartha van Hermann Hesse

Dat heeft Niek ook met dit boek. Alleen ontdekte zij het na een ander boek van Hermanm Hesse, Siddhartha. Ze las het als scholier en was onder de indruk van de intense sfeer die de schrijver in zijn boek weet op te roepen. Die indruk heeft ze later bij het lezen van Narziß und Goldmund ook gehad. De roman Kralenspel is minder bij haar blijven hangen. Mogelijk stond haar hoofd in die tijd niet zo naar dit soort doordenkboeken.

Hans Fallada

Voor iedereen die meer wil weten over mooie Duitse boeken, is het boekje Gute Nacht, Freunde, Duitsland in vijfentwintig boeken van Christoph Buchwald de moeite waard. Fokke noemt het ook in zijn blog. Ik kocht het in de boekenweek en heb het er al een paar keer bijgehaald. Het is een toegankelijk boek waarin veel informatie staat. De auteur heeft een grote voorkeur voor Hans Fallada, hij noemt 2 romans van hem, terwijl de andere 23 schrijvers allemaal 1 boek toebedeeld krijgen. Maar het boekje is een must voor mensen die zich in de Duitse literatuur willen verdiepen.

Lees morgen de nieuwe boekenvraag

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen

Het pad van de 4 bruggetjes

image

De Groene kathedraal in maart heeft iets geheimzinnigs om zich heen. Je weet dat de boomsprieten eigenlijk groene pilaren zijn die tot in de hemel reiken als je omhoog kijkt. De stammen massieven die de brede groene muren van de kerk met elkaar verbinden. De hoogte doet de rest.

In maart is dat allemaal niet. Het moet nog allemaal komen, de natuur houdt even pauze om straks weer helemaal in bloei te komen. Toch lokt het zonnetje ons naar buiten. Doris gaat de gisteren gerepareerde fiets van Inge proberen. Het zadel staat op zijn laagst, de achterband is gerepareerd. Net als dat het voorspatbord er weer goed op zit.

image

Een fiets met 8 versnellingen gaat nog altijd sneller dan de 3 op het roze kinderfietsje. Ze heeft nu veel grotere wielen onder zich op deze fiets voor volwassenen, net als dat ze beduidend sneller rijdt dan eerst. Nu vliegt ze over de weg en ik kan haar nauwelijks bijhouden op mijn nieuwe fiets. Zo rijden we in hoog tempo langs het kasteel en fietsen door het Waterlandse bos.

Als we verderop fietsen over het pad van de 4 bruggetjes. De stalen bruggen vallen op. We moeten flink klimmen en als we tegenliggers tegenkomen, lukt het niet om elkaar op de brug te passeren. Ik geniet meteen van het zilverachtige licht op het water. De zon valt uit elkaar in honderden lichtkristallen die op het water dobberen. Echt genieten van dit prachtige water.

image

We rijden nu langs de oude vuilnisbelt. Smalle pijpjes steken op uit de berg om het afval van zuurstof te voorzien. Zo blijft de grond onder de berg in beweging en zal langzaam het vuil van weleer worden opgenomen in de kringloop. De bevers leven hier ook. We zien de sporen in de afgeknaagde boomstronken. Zo mooi taps toelopend van boven, de sporen van de tanden in het hout, alsof het een ragfijn dakpannendak is.

Zo fietsen we in hoog tempo verder. De hogere versnellingen vinden wij en we steken de vaart over. Het fietspad kronkelt nu tussen bomen en landerijen. De donkere aarde ligt in de lange repen van de ploeg. Straks zal hier het zaad over de akkers vallen en groeien tot de planten die rijpen voor de oogst. Nu is het kaal en kijken we over het veld door naar het bos dat er omheen ligt.

image

Michaelsvesper

image

Een voornemen dat ik al langere tijd had, een orgelvesper bezoeken in de Zwolse Grote kerk. Bij zijn aanstelling als organist van de Michaëlskerk in 1998 wilde Toon Hagen muzikale vespers ontwikkelen. Het zijn zondagmiddagdiensten geworden.

Deze diensten zijn laagdrempelig en het woord neemt een evenwichtige plaats in met de muziek. Het zijn korte overwegingen, waarbij veel muziek klinkt, voornamelijk orgelmuziek. Ook introduceert Toon Hagen regelmatig nieuwe liederen of maakt hij melodieën op teksten van onder andere Sytze de Vries.

image

Vlak voordat wij de kerk bereiken, begint het heel hard te regenen. Maar ik zie dat de deur openstaat en zo trotseren wij de regenbui. Toon Hagen is de Passacaglia van Buxtehude nog aan het spelen als wij een plaatsje zoeken. Vooraan zodat Doris het ook goed kan horen.

Voor de dienst begint repeteren we eerst wat liederen en vertelt Toon Hagen over de orgelwerken die hij gaat spelen. Hij opent met de variaties op het ‘Agnus Dei’ van Couperin. Op het Zwolse orgel weet hij dit mooi te vertolken met de zoetgevooisde tongwerken.

image

De liederen en begeleiding zijn formidabel. Het kleine aantal kerkgangers, ik tel er 30, lijkt geen belemmering te zijn in de begeleiding. De zettingen en afwisselende voorspelen, ze zijn voor mij het feest der herkenning. Ik geniet van elke noot die hij speelt. En wat is het Zwolse orgel toch een prachtig instrument. Het is een feest om naar te luisteren en ook heerlijk om bij dit orgel te zingen.

Af en toe wisselt Toon Hagen de samenzang af met een orgelvers, al dan niet samen met de voorzanger Jur Leemhuis. Zo klinkt Psalm 122 in en mooie opgewekte stemming en is het Onze Vader heel mooi verstild. Liederen die prachtig aansluiten bij de tijd van het jaar.

image

Toch ligt het hoogtepunt van deze dienst in de zeer ingetogen uitvoering van het koraalvoorspel ‘Vor Dein Tron tred Ich’. Het laatst opgetekende koraalvoorspel van Bach, dat Toon Hagen als eerbetoon voor de eerder die week overleden dominee Henk Vreekamp en die ochtend gestorven Nicolaus Harnoncourt. Twee grootheden, elk op zijn eigen terrein, die heel mooi worden geëerd in de uitvoering op deze zondag.

image

Beluister dit orgelvesper op kerkdienstgemist.nl

Tragen en toornigen: Divina Commedia: Hel: Canto 8

image

Dante en Vergilius staan bij het helledeel van de tragen en toornigen. Ook hier speelt Dante met de tegenstelling in zonden. Hoe ze elkaar kunnen traineren en tergen. Ver weg zien ze de toren van de stad Dis waar ze naartoe trekken. Maar voor ze de toren bereiken, beleven ze nog een heel avontuur.

Hoog in de toren ontbranden 2 lichtjes om de komst van de dichters te melden. In de verte over het moeras antwoordt een nauwelijks waarneembaar lichtje. Als Dante vraagt aan zijn begeleider wat het andere lampje betekent, hoeft hij niet lang op een antwoord te wachten.

Geen pijl die ooit van ’n pees zó flitsend wegsprong
en zich met zó’n vaart repte door de lucht,
als ’t kleine scheepje dat ik op het water

al aan zag komen varen, op ons af.
Het bootje werd alleen bemand door ’n stuurman
die riep: ‘Je bent erbij, verdomde ziel!’ (vs 13-18; Brouwer)

De prachtige vergelijking die het lyrisch ik hier maakt. Hoe lucht en water hier vermengen in de vergelijking. Het varen door het water gaat normaal heel traag, hier schiet het scheepje zo snel naar voren als een pijl door de lucht. De stuurman, Phlegyas, een mythisch figuur die hier een andere rol krijgt toebedeelt, mag de 2 vervoeren naar de overkant.

Al varend op de ‘doodse slijkpoel’ treft hij een driftige stadsgenoot aan. Het is de boze Filippo Argenti die uit het niets in een ongelooflijke woede uitbarst. Dante ziet hem niets liever dan in de drek van het moeras verdwijnen.

Zo bereiken ze de stad Dis. Een stad die boordevol met heidense gebouwen staat, ziet het lyrisch al als ze de gracht om de stad naderen. Het zijn moskeeën volgens Dante die zo rood zien als het vuur waaruit ze ontstaan zijn. De menigte die hier staat wil hem hier niet zien. Wat moet deze levende hier. Je moet toch dood zijn voordat je hier mag binnentreden?

De moed zakt Dante in de schoenen, maar Vergilius troost hem en belooft dat hij bij de dichter zal blijven zolang hij in de onderwereld is. Ondanks deze belofte smijten de terugrennende bewoners van de stad de poort voor hun neus dicht. Ze moeten wachten op hulp.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 7

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2005.
Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Fansi’s stilte

image

In het boek Fansí’s stilte, Een Surinaamse grootmoeder en de slavernij, gaat schrijfster Tessa Leuwsha op zoek naar haar roots. Ze woont al in het land van haar grootmoeder Fansi: Suriname. In 1995 is ze er gaan wonen, haar liefde achterna en ook een beetje op zoek naar de geschiedenis van haar oma.

Tessa Leuwsha is dochter van een Surinaamse vader en Hollandse moeder. Haar oma Fansi is verhuisd naar Nederland, haar kinderen achterna en vanwege een aandoening aan haar ogen. Ze zwierf van kind naar kind en belandde uiteindelijk in het bejaardentehuis.

Zoeken naar verhaal van oma

Haar oma sprak nooit over Suriname, schrijft Tessa Leuwsha. Maar ze wil dolgraag het verhaal van haar oma leren kennen en bezoekt in Suriname de geboorteplek, Nickerie, het grensstadje in het uiterste westen van Suriname. Daar realiseert ze zich hoe dicht de slavernij van haar oma stond: 42 jaar voor haar geboorte was hij in 1863 afgeschaft.

In Suriname begint ze bij haar oom Albert, het enige kind van oma Fansi die in Suriname is blijven wonen. Daarna gaat ze alle kinderen van haar oma af en reconstueert zo het leven van haar grootmoeder. Tussen de gesprekken met haar ooms en tantes en herinneringen aan haar vader schrijft Tessa Leuwsha over de plaatsen die ze aandoet, de plaatsen van haar grootmoeder.

Bijzondere ontdekkingen

Daarbij doet ze bijzondere ontdekkingen. Haar oma is een pleegkind, haar moeder heeft afstand van haar genomen. Tessa Leuwsha vindt de nazaten van haar oma’s pleegouders en ondertussen zoekt ze verder. Niet iedereen gaat daarin mee, zo wil haar schoonmoeder Joyce als ze op reis zijn door de binnenlanden van Suriname niet met de schrijfster mee over de rivier bij Domburg:

‘Ik ga echt niet mee!’ zei Joyce. We keken haar vragend aan. ‘Echt niet!’ voegde ze eraan toe.
‘U kunt niet zwemmen?’ vroeg Cowboy droog.
Joyce schudde haar hoofd, niet daarom. ‘Een lukuman, een ziener, heeft me voorspeld niet over het water te gaan. Het gaat me ongeluk geven.’ Joyce’ intonatie was opeens diep Surinaams, zo kende ik haar niet. (49)

Het geloof in Bakru, boosaardige geesten is sterk. Ook Surinamers die graag op Nederlanders willen lijken, hebben maar een dun westers laagje over zich heen. Boosaardige geesten en dansrituelen voor de goden. Het eindeloze trommelgeluid roept de voorouders op. Afrika in Suriname.

Prachtige document over Suriname

Fansi’s stilte is een prachtig document over Suriname. Alles komt voorbij, de slavernij, de emigratie en de verhalen van een familie. Het valt hierbij op hoe sterk de belevingen van Fansi’s kinderen van elkaar verschillen. De 9 kinderen zijn geboren tussen 1928 en 1946 en schelen daarmee flink in leeftijd van elkaar.

Deze familiegeschiedenis helpt mee om de geschiedenis van Suriname van de laatste 100 jaar te vertellen. Het verhaal van de grote geschiedenis vertelt Tessa Leuwsha aan de hand van het verhaal van haar oma. Daarmee is het mooi portret van een bijzondere vrouw. Een reis door het leven van haar oma, afgewisseld met de verhalen van het hedendaagse, onafhankelijke Suriname, opgetekend door de schrijfster zelf.

Tessa Leuwsha: Fansi’s stilte, Een Surinaamse grootmoeder en de slavernij. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Augustus, 2015. ISBN: 978 90 450 3042 5. 224 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel