Boeken die bijblijven – #50books

image

Het meest laat ik mij verrassen door de boeken die ik te lezen krijg via de leesgroepjes van bloggers. Zo vond ik het boek Alleen met de goden van Alex Boogers heel erg de moeite waard. Net als dat de roman Wanneer wordt het eindelijk zoals het was van Joachim Meyerhoff mij raakte. Ik heb het zelfs iemand aangeraden om te lezen. Iets wat ik niet zo snel doe. Voor mij het signaal dat ik het een mooi boek vond.

Het zijn vaak boeken waar ik zelf zo snel niet aan zou denken om te lezen. De roman waar Peter over spreekt in zijn vraag 22 voor #50books, is van de blogtour geïntitieerd door WPG Uitgevers in België. Dit boek De man die de taal van de slangen sprak valt zeker ook onder de categorie boeken die je bijblijven. De schrijver Andrus Kivirähk maakt van de geschiedenis een sprookje en geeft het verleden toverkracht.

Tegelijkertijd doet hij dat ook weer niet. De verteller vindt de verhalen over meerfee en boomgeesten van de druïde Ülgas misleidingen. Net als dat hij het christelijk geloof van de dorpelingen, ridders en monniken verwerpt.

Ik zou zelf niet zo snel gekomen zijn op het lezen van zijn boek. Net als dat de boeken van bijvoorbeeld de schrijver Jan van Aken op die manier op mijn pad zijn gekomen. Samen met enkele medestudenten richtte ik het tijdschriftje Putdeksel op. In al onze onschuld schreven wij uitgeverijen aan om boeken te bespreken in ons tijdschrift.

Zo kregen we de uitnodiging om bij de presentatie van debutant Jan van Aken te komen. Ik was de enige pers die op de borrel met vrienden en familie was bij de uitgeverij. Na het lezen en bespreken van zijn debuut ben ik hem blijven volgen. Een schrijver die ik uit mijzelf niet zomaar zou zijn gaan lezen. Het is een bijzondere band geworden die ik met de schrijver en zijn boeken heb.

Het helpt om je horizon te verbreden en met andere ideeën en invloeden in aanraking te komen. Daarom hoef je een boek dat nu veel indruk op je maakt niet te herlezen. Het helpt namelijk ook om boek waar je nu niet doorkomt, later nog eens op te pakken. Het heeft mij een enorme herwaardering gegeven voor Jack Kerouac.

Toen ik het tijdens mijn studietijd las vond ik het een verschrikkelijk aanstellerig boek van een stelletje zuiplappen die al snuivend in gejatte auto’s een beetje door Amerika scheurde. Het opnieuw lezen van zijn roadnovel On the Road vormde voor mij een herijking van deze bijzondere schrijver. Ik ben er zelfs meer boeken van hem door gaan lezen.

Of ik de boeken van Andrus Kivirähk, Joachim Meyerhoff en Alex Boogerds snel weer ga lezen, weet ik niet. Daarvoor zijn er veel andere boeken die op mij wachten. Zoals een interessant boek over de fusillade bij Veenendaal: Het kruis op de berg. De schrijver Constant van den Heuvel attendeerde mij op zijn boek naar aanleiding van een blog over Pauline Broekema’s familiegeschiedenis Het Boschhuis. Ook zo’n boek waar ik zelf niet zo snel opgekomen zou zijn, maar dat mij echt is bijgebleven.

Het zijn in allemaal boeken waar ik veel over schreef op mijn blog, vaak ook in meerdere blogposts. Dat is het beste signaal dat een boek indruk op mij maakt.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  22 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

De onverwachte held van kamer 13B

image

In mijn studietijd had ik een dikke bijbaan als nachtportier in een opvang voor dak- en thuislozen in Leiden. Mijn doorwaakte nachten tussen de inspirerende cliënten daar waren dikwijls de aanzet tot een verhaal.

Ik kwam meestal niet verder dan het opschrijven van een gebeurtenis. De rode brommobiel van Freek of de gekregen kalkoen die Harry tijdens kerst liet aanbranden. Niet dat de verhalen niet leuk waren, maar ik kon mij moeilijk losmaken van hoe het echt gebeurd was.

Een vreemde droom gaf eveneens inspiratie. Het zal ongetwijfeld een droom zijn geweest die ik ’s morgens had na een nachtdienst. Ik zat in de huiskamer van het Sociaal Pension ineens in een praatgroepje. We spraken daar met elkaar over de problemen die wij ondervonden.

Ik keek links van mij. Daar zat Gerard Reve. Aan de andere kant Harry Mulisch. Ook Gerrit Komrij glimlachte naar mij. Net als enkele andere schrijvers die mij zeer bekend voorkwamen. Ik zat plotseling in een therapiesessie van schrijvers uit de Nederlandse literatuur.

Ik probeerde het op te schrijven, maar ook dit mislukte. De Nederlandse literatuur bestaat zeker uit gekken, maar om dat nu op te schrijven… Pieter Steinz schetst in De waanzin in de wereldliteratuur van afgelopen boekenweek heel treffend de gekken uit de wereldliteratuur.

Zelfs in een onoverzichtelijke lijst propt de schrijver de psychiatrische gevallen in de Nederlandse literatuur, alle paranoia en schizofrenen, syndromen en diagnoses van personages, ongevaarlijke gekken en fobieën bij elkaar. Zelfs is er een lijstje met romanpsychiaters waarbij je je afvraagt of bij henzelf niet een steekje loszit.

In deze rijen past het boek De onverwachte held van kamer 13B van Teresa Toten zeker niet. Daarvoor psychologiseert het boek te veel en blijft te veel hangen in de groepsessies. Dat gebeurt natuurlijk in meer boeken, zoals in Tonic van Ralf Mohren. Maar die roman heeft een sterker literair karakter dan het boek van Teresa Toten.

Het boek van Toten blijft jammergenoeg te veel in de sessies steken en stokt daarmee het eigenlijke verhaal. De verteller houdt ook veel te veel vast aan de verrassing aan het einde van het boek. Als ze dit eerder zou prijsgeven, zou ze ook meer ruimte hebben voor de verdere uitwerking.

Dat neemt niet weg dat ik De onverwachte held van kamer 13B van Teresa Toten een mooi verhaal vind. Ze typeert heel mooi mensen met een dwangstoornis, OCD. Ook weet ze onderwerpen waarmee jongeren worstelen treffend te verwerken in haar roman. Daarmee is de roman zeker de moeite van het lezen waard.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over De onverwachte held van kamer 13B van Teresa Toten. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Teresa Toten: De onverwachte held van kamer 13B. Vertaald door Esther Ottens. Haarlem: Gottmer, 2015. ISBN: 978 90 2575 8219. 288 pagina’s. Prijs: € 15,95.

Pauzewandeling

wpid-20150522_132621.jpgHet is heerlijk om in de middagpauze een rondje te wandelen. Daarom probeer ik elke dag rond het middaguur een momentje in te ruimen om lekker naar buiten te gaan. De hele dag tussen 4 muren, achter een glazen vissenkom staren naar het licht, is ook niet wat.

wpid-20150522_131631.jpg

Mijn werk ligt midden op een bedrijventerrein dat het midden houdt tussen druk en rustig. Zeker er heerst bedrijvigheid al doet het aantal panden vermoeden dat het veel bedrijviger zou kunnen zijn. Er staan best veel panden leeg, valt mij op.

wpid-20150522_134522.jpg

Een paar bedrijfsgebouwen laten duidelijk sporen van leegstand zien. De leeuwen voor een van de gebouwen beginnen meer en meer af te bladderen. Blijkbaar is er bij dat pand niet een directeur die het ziet en aan de bel trekt. De dichte luxaflex achter de ramen bezit al een indrukwekkend laagje stof. Die zijn al een tijdje niet meer opengeweest.

wpid-20150522_134610.jpg

Een ander gebouw krijgt al mooie mosvorming op het dak. Zonder dat de architect daar een bepaalde filosofie over had, heeft het organisch en duurzaam bouwen bezit genomen van het gebouw. De bomen en struiken rond het bedrijfspand doen de rest. Het staat al een tijdje leeg.

wpid-20150522_172207.jpg

Ik kan daar echt van genieten. Net als dat de natuur ook langzaam bezitneemt van het gebied. Dat is niet alleen het muizenholletje dat ik tegenkom. Het zijn ook de zaadjes van de iep die zich overal verzamelen, het bloemenveld tussen de konijnendrolletjes onder de elektriciteitsdraden en de klaprozen die op het parkeerterrein tussen de tegels uitschieten.

wpid-20150522_131618.jpg

Het maakt zo’n ommetje extra interessant. De voorjaarszon geeft alles ook een mild kleurtje. Dan valt het niet meer zo op. In de winter komt het door de kale bomen en grauwe kleuren wat deprimerender over. De lente maakt het allemaal een beetje vrolijker.

wpid-20150522_134424.jpg

Zo vrolijk dat je even helemaal vergeet dat zo’n leeg bedrijventerrein eigenlijk te triest voor woorden is.

De laatste

image

Leemet verzucht in de roman De man die de taal van de slangen sprak dat hij overal de laatste van is. Hij is de laatste die de slangentaal nog spreekt, de laatste die in het bos trouwt en de laatste die nog in het bos woont.

Als hij met zijn verloofde Hiee op zee vaart, ziet hij met haar de grote vis. De enorme vis komt eens in de honderd jaar omhoog. De grote vis Ahteneumion zegt dat hij voor de laatste keer uit het water komt. Hij vindt het mooi geweest.

Hiee zegt dat het heel bijzonder is dat zij de laatste zijn die de vis zien. Leemet uit zijn frustratie. Hij is het zat om overal de laatste te zijn.

‘Ik ben er zo klaar mee overal altijd de laatste te zijn’, antwoordde ik. ‘In mijn familie ben ik de laatste man, in het bos de laatste jongen. Nu ben ik de laatste die de gigantische vis heeft gezien. Waarom moet ik altijd de laatste zijn?’
‘Voor mij ben je de eerste’, zei Hiee en ze kuste me. Enige tijd later, toen we ons weer aangekleed hadden, roeide ik verder. (228)

Hij is inderdaad overal de laatste in. Hij is van een uitstervend ras. De mensen kiezen voor het leven in de dorpen en laten de natuur van het bos achter zich. Ze spreken de slangentaal niet meer en leven van brood in plaats van het vlees dat de dieren in het bos geven.

Het verlangen om ooit de oerkikker te zien, vervult hem. Dat hij dan misschien de laatste is, beseft Leemet maar al te goed.

De wereld verandert: het ene zakt weg in vergetelheid, het andere komt bovendrijven. De tijd van de taal van de slangen is voorbij; op een dag zal ook de nieuwe wereld zijn goden en ijzeren mannen vergeten en iets nieuws vinden. (383)

Een conclusie na een levenslang gevecht met het verval. De mensen in het dorp denken dat ze beter af zijn, maar ze zijn het niet. Het is het lot van de geschiedenis dat hier bepalend is. Daar kan Leemet niet tegen vechten. Als laatste vertegenwoordiger van de oude wereld.

Andrus Kivirähk: De man die de taal van de slangen sprak. Roman. Oorspronkelijke titel: Mees, kes teadis ussisõni. Vertaald uit het Est door Jesse Niemeijer. Amsterdam: Uitgeverij Prometheus, 2015. ISBN: 978 90 446 2630 8. 384 pagina’s. Prijs: € 19,90.

De man die de taal van de slangen sprak

image

Vandaag verschijnt de roman De man die de taal van de slangen sprak van de Est Andrus Kivirähk. Bij mijn weten heb ik niet eerder een roman uit Estland gelezen. De roman van Andrus Kivirähk is een mooie kennismaking.

Het boek behandelt een interessante episode uit de geschiedenis van Estland en ook Europa: de verschuiving van het leefgebied van de mens. Hij trekt uit het bos en gaat in dorpen wonen. De leefwijze verandert van jager-verzamelaar naar de landbouw. De mensen gaan bij elkaar wonen en stappen van vlees en vruchten uit het bos over op brood.

Sprookjesachtig

In dit tijdperk plaatst Andrus Kivirähk zijn roman. Hij doet dit bijna sprookjesachtig. De roman vertelt het verhaal van de jongen Leemet. Hij krijgt les van zijn oom in de slangentaal. Niemand beheerst deze taal meer zoals zijn oom Vootele het nog spreekt. De slangentaal is bijna uitgestorven, maar hij leert hem nog volwaardig spreken en maakt kennis met de wereld van de slangen.

Beheers je de slangentaal, dan beheers je de wereld. Elk dier krijg je in je macht als de taal van de slangen spreekt. De ouders van Leemet gebruiken alleen nog maar de eenvoudigste taal om een eland of een hert te roepen en dan de keel door te snijden. Zo komen ze aan het eten.

Slangentaal

Maar niemand beheerst de slangentaal zoals de mensen het vroeger spraken, stelt de verteller van De man die de taal van de slangen sprak:

Eigenlijk waren er geen goede leraren meer. De slangentaal was al enkele generaties lang steeds meer in vergetelheid geraakt en zelfs onze ouders bedienden zich alleen nog maar van de eenvoudigste en gebruikelijkste woorden, zoals het woord waarmee je een hert of een eland bij je roept zodat je zijn keel door kan snijden, het woord om een wilde wolf rustig te krijgen of de woorden voor een alledaags praatje over het weer of zoiets met langskruipende adders. Machtiger woorden hadden allang geen zin meer, want voor het sissen van de meest krachtige woorden, zodanig dat het iets opleverde, moest je ze uitspreken met enkele duizenden mannen tegelijk – en die waren al tijden niet meer in het bos te vinden. Veel woorden waren zo bijna verdwenen en de laatste tijd deed men zelfs niet meer zijn best de allereenvoudigste te leren, want zoals gezegd: die kreeg je ook niet zomaar onder de knie. (29/30)

Ook het dorp spreken de mensen geen slangentaal meer. Daarvoor is hun tong te stijf geworden. Het eten van brood en pap heeft ze de tong nog stroever en stijver gemaakt. Daarom spreken ze geen slangentaal meer.

Ze leven nu een veel ingewikkelder leven in het dorp. Ze moeten hard werken voor voedsel en de oogst. In het bos loopt hun maaltijd vrij rond. Maar zo zien de dorpelingen het niet. Zij vinden juist dat ze achter de ploeg niks hebben aan de slangentaal.

In dorp geboren

Leemet is in het dorp geboren, zijn vader wilde erheen. Zijn moeder wil niet en krijgt iets met een beer in het bos. Het loopt verkeerd en vader wordt vermoord. Zo belandt hij weer in het bos met zijn moeder en zusje. Langzaam ziet hij het hele bos leeglopen en intrek nemen in het dorp.

Alleen de twee mensapen Pirre en Rääk wonen nog in het bos, net als de gek en dronkaard Meeme, hun buren Tambet en Mall met hun dochter Hiee en de druïde ülgas en zijn oom Vootele. Zo verschuift het verhaal steeds meer van een sprookjesachtige roman in een verhaal over verval en teloorgang.

Oerkikker

Niet dat dit het verhaal negatief maakt. Tegen alle verwachting in, vertelt De man die de taal van de slangen sprak het verhaal van iemand die in iets gelooft en vasthoudt aan zijn idealen: de oerkikker zien. Dat hij zijn ideaal dichter bij zich heeft, dan hij beseft, is het spel van de verteller.

Daarmee is de roman De man die de taal van de slangen sprak van Andrus Kivirähk een boek dat je bijblijft. Door het onderwerp, de humor en de sprookjesachtige elementen die het verhaal zoveel schwung geven. Daarmee is de roman een feest om te lezen.

Andrus Kivirähk: De man die de taal van de slangen sprak. Roman. Oorspronkelijke titel: Mees, kes teadis ussisõni. Vertaald uit het Est door Jesse Niemeijer. Amsterdam: Uitgeverij Prometheus, 2015. ISBN: 978 90 446 2630 8. 384 pagina’s. Prijs: € 19,90.

Blogtour

Deze blog is onderdeel van een blogtour over dit bijzondere boek van Andrus Kivirähk. De hele maand zwerft dit boek over het internet van blog naar blog.

Lijst met deelnemers

19 mei: bibman.blogspot.be
21 mei: boekenvlinder.be
25 mei: curledupbook.blogspot.nl
29 mei: petepel.nl
1 juni: verbeelding.org
3 juni: hetkraaienvandehaan.wordpress.com
5 juni: lalageleest.wordpress.com
8 juni: perfecteburenleesclub.blogspot.nl
10 juni: boekenz.nl
12 juni: laurasbookjournal.wordpress.com

Lepelaars

wpid-20150524_170310.jpgWe rijden weer een heerlijk vogelrondje. Eerst de uitkijkhut over de plas, daarna het rondje onder de natte graslanden langs. Af en toe stoppen we om de dijk te beklimmen en vanuit een uitzichtpunt te kijken over het enorme gebied vol ganzen en andere vogels.

wpid-20150524_163556.jpg

We zoeken de lepelaar. Ik heb er dit seizoen nog geen eentje gezien. In de vogelhut is het druk met heel veel kabaal. Het is bijna niet meer genieten zo. Het gebonk en gepraat jaagt elke vogel weg. Alleen een wilde eend zwemt ongestoord voorbij met haar jongen.

wpid-20150524_154915.jpg

We hebben wat meer succes bij de natte graslanden. Daar zien we na lang turen de eerste lepelaars. Eerst twijfel ik nog hardop, maar verderop zien we er echt al wat meer. En nog weer verder ziet Doris er zo 6 in opa’s verrekijker. Wat een mooi gezicht.

wpid-20150524_170051.jpg

Zo rijden we verderop langs de boom die omgeknaagd is door bevers. We bekijken de sporen van de bevers en zien de tandafdrukken in het wilgenhout. De boom ligt overdwars in het water. Het lijkt wel of hij sinds Hemelvaartsdag nog meer hout is kwijtgeraakt. Onder de knik liggen de houtsnippers verspreid.

wpid-20150524_165547.jpg

Het is steeds zo ontzettend genieten, turend door de verrekijker naar de vogelshow voor ons. De ontdekking van de bijzondere soorten geeft de fietsrit iets extra’s. Elke rit geeft weer iets nieuws om te zien. Vol van de lepelaars fietsen we terug naar huis.

wpid-20150524_165924.jpg

Scandinavische thriller

wpid-20150215_132638.jpgZe zit achter de balie. Om haar heen liggen stapels boeken. Ze pakt een exemplaar, bekijkt het en zuigt een prijs uit haar duim. Naast haar zit een man. ‘Deze een euro?’ vraagt hij. Ze knikt. ‘Ja, die zijn allemaal een euro.’

Ik spring een gangetje met boeken in. Terwijl ik in een exemplaar blader hoor ik haar praten tegen haar collega. ‘Ja, hij spaart zijn vakantiedagen op voordat hij weggaat’, zegt ze. Haar collega is begonnen over een andere collega die vertrekt.

Zijn opmerking is genoeg spreekwater voor haar: ‘Ik heb hem nooit gemogen. Al vanaf zijn eerste sollicitatie. Toen heb ik ook al gezegd dat hij niks was. Hij zei dat ik het anders moest zien. Maar ik zou geen mensenkennis hebben. Tja, je hebt het zelf gezien hoe hij is.’

Ze jammerde verder terwijl ik een ander boek opensloeg. De prijs voorin bedroeg wat meer dan een euro. En ik liep mijn boekenkast af in gedachten. Had ik dit boek nou wel of niet? De twee kletsen rustig door. ‘Ik zal blij zijn als hij vertrokken is. Echt, als hij vertrekt, dan maak ik een dansje.’

De rijen ga ik verder. De boeken gaan één voor één door hun vingers en krijgen stuk voor een stuk een bedrag voorin. ‘Als ik met vakantie ben of ik ben ziek, dan laat hij alles gewoon staan. Dan sta ik met zo’n gigantische boekenberg.’ Ze zit ingeklemd tussen de dozen boeken. Haar collega houdt een boek omhoog: ‘Ja, dat is zo’n boek uit Zweden. Hoe het zo’n thriller.’

En daar begint het zoeken naar het woord dat ze wil weten. ‘Ja, hoe heet dat daar bij Zweden. Net zoiets als de Balkan, maar dan daar.’ Ze stopt met bladeren in haar boek en denkt na. ‘Ja, ik weet het wel. Ik weet het heus wel hoor.’

‘Scandinavië’, denk ik. Ze ploedert door. ‘Joh, hoe heet dat nou. Net als de Balkan, maar dan die landen bij Zweden en hoe het? Noorwegen. Nou, God, hoe heet dat nou. ‘Ik ga weer een rij verder. Ik kan het bijna niet laten het toch te gaan zeggen, maar houd mijn mond. Soms moet je iemand lekker laten worstelen. En stiekem geniet ik.

‘Scandinavië’, klinkt een rij verder. Uit de rij komt een oudere man glunderend in haar richting gelopen. ‘Je bedoelt een Scandinavische thriller.’ Ze kijkt op. Haar ogen schieten vuur. ‘Ja, Scandinavië. Ik wist het wel hoor, ik kon er alleen even niet opkomen.’

De openbare bibliotheek heeft mij gevormd – #50books

Mijn eerste herinnering aan de bibliotheek grijpt terug naar de woensdagochtenden dat mijn moeder de openbare bibliotheek van Veenendaal schoonmaakte. Ik ging altijd mee. Mijn moeder zeulde op de fiets mijn plastic tractor, waarmee ik dan door de gangen reed terwijl mijn moeder verderop aan het stofzuigen was.

Soms stopte ik bij een boekenkast, ging op de grond zitten en pakte een boek. Dan bladerde ik aandachtig door het boek, keek naar de geheimzinnige letter en zocht de plaatjes. Soms betrapte een collega van mijn moeder mij. Dan nam ze mij mee naar de boeken waar ik meer met uit de voeten kon.

Liefde voor boeken

Daar is mijn liefde voor boeken, bibliotheken en lezen vandaan gekomen. De geur van de boeken, het harde kaft van de bibliotheekboeken. De stukgelezen exemplaren die bijna uit elkaar vallen en waarvan de bladzijden groezelig zijn geworden. Heerlijk.

Ik beleef altijd veel plezier aan oude bibliotheekboeken en kick op het stempel ‘afgeschreven’. Altijd neus ik even in het hoekje met afgeschreven boeken van mijn bibliotheek. Die afgeleefde exemplaren hebben steeds meer mijn voorkeur. Ze laten de liefde zien voor een boek.

Als we weer naar huis gingen aan het einde van de ochtend, soms was de bibliotheek al open voor publiek, dan vervoerde mijn moeder naast mij en het trapfietsje ook nog een paar boeken met plaatjes van dieren en prentenboeken in haar fietstas. Ik was er gek op.

Diezelfde openbare bibliotheek heeft mij boeken gebracht die ik anders nooit onder ogen zou hebben gezien. De schoolbibliotheek had niet de boeken van Maarten ’t Hart. Ook de boeken van Terlouw miste deze bibliotheek onder sterke regie van de reformatorische grondslag van de school.

Later las ik zelfs de boeken van Plato en andere wijsgerige werken die zelfs een beetje te hooggegrepen waren voor een wijsneus van de Mavo.

Gevormd door openbare bibliotheek

Die openbare bibliotheek heeft mij gevormd en gebracht tot wie ik nu ben. School en zelfs de universiteit hebben mij dat niet gebracht. Zelfs internet biedt niet de ruimte voor vrijheid die je in de openbare bibliotheek vindt. Op veel scholen zit er een filter op internet uit angst voor porno en islamgeweld.

In de openbare bibliotheek van mijn stad zie ik heel veel jongeren. Net als in de openbare bibliotheek van Amsterdam. Ze zitten tussen de schatten en hoeven er niet in te kijken. Maar ik betrap soms zo’n zogenaamd ongeïnteresseerde puber met een boek in zijn hand dat ik niet met hem geassocieerd zou hebben.

Niet op marktplaats

Dat vind je niet op marktplaats en ook google vraagt een expliciete zoekopdracht. Dat brengt je niet zomaar op andere gedachten. Dat is wat anders dan heerlijk rondneuzen, een boek pakken, bladeren en zoeken. Je lekker laten meenemen en grijpen door het verhaal in het boek.

Alleen daar win je de oorlog tegen andere, bekrompen denkbeelden mee: door ze toe te laten en een stem te geven. Niet door het zwaard te pakken en te slaan. Het is de vrijheid waar veel mensen hun leven voor gegeven hebben.

Laat de bibliotheek open!

Laat daarom alsjeblieft de bibliotheken open en open ze nog meer. Op marktplaats staat misschien hetzelfde, maar het is niet bereikbaar voor iedereen. En juist dat is de kracht van de openbare bibliotheek.

Alleen als je nooit naar de bibliotheek gaat, zoals die Amsterdamse VVD’ers dan kom je tot dit soort krankzinnige ideeën. Degene die zichzelf vormt door de andere gedachten en wijsheden in de bibliotheek, die weet wel beter.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  21 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Dodelijke val

image

De wind slaat in het gezicht als ik de hoek om fiets bij het station. Ik rij net uit de tunnel bij het station, naast het busstation en krijg de wind van voren. De hoge gebouwen achter het station van Almere maken een windtunnel waardoor elk briesje in een storm verandert.

De zon schijnt net door een gat in het wolkendek en ik tuur over het vrij lege plein. Iets verderop rijdt een vrouw in een scootmobiel. Ze draagt een lichtgevend vestje. Naast haar loopt een andere vrouw, ze houdt het wagentje met een hand vast.

image

Ineens valt iets uit de lucht. Het wordt half meegenomen door de wind maar komt hard naar beneden. Het schiet door de lucht voor mij. Er klinkt een doffe smak. Ik kijk goed en zie een duif liggen. Het dier beweegt niet.

De dame naast de scootmobiel snelt toe. Ze kijkt verbaast omhoog. ‘Hij viel zo uit de lucht’, zei ze. Misschien een hartaanval gehad of zo. ‘We moeten iets doen’, roept de vrouw in het wagentje. ‘Er valt niets te doen’, zeg ik. De andere vrouw is bij de duif. ‘Ik leg hem aan de kant. Anders rijden er mensen overheen.’ Ze pakt het dode dier op. De nek bungelt omlaag. De pootjes staan omhoog. Er loopt een straaltje bloed uit de nek.

image

Als ze weg zijn, maak ik snel een foto. Dat dit dier hier zomaar uit de lucht viel. Het regende vogels, las ik vorige week. Dit is wel een heftige vorm van regenen. Wat als je zo’n beest voor de kop krijgt, denk ik. De wind streelt in het gezicht.

Ik maak nog een foto van de hemel. ‘Mooi hè dat dat allemaal ken vanuit zo’n klein gaatje’, roept een man die langsfietst. Hij ziet de vogel niet liggen. Zijn vrouw rijdt naast hem en giechelt. Hij probeert een lolletje te slaan uit de fotograaf van vallende vogels. En slaat de hoek om. Veilig uit de wind, onder de tunnel van het station door.

image

Thuis vertel ik het verhaal over de vallende duif. Inge kijkt aandachtig naar de foto op mijn mobieltje. ‘Een vogel valt niet zomaar uit de lucht. Die is aangevallen door een roofvogel.’ Ze wijst naar de pennen die uit de kop steken. ‘Dat gebeurt echt niet als hij zomaar uit de lucht valt. Een roofvogel heeft hem te pakken gehad en per ongeluk laten vallen.’

Het zou best kunnen en ik denk aan de twee vrouwen die het diertje wilden begraven. Ze dachten ook dat de duif zomaar uit de lucht viel. Dat het diertje prooi was van een roofvogel, zou het allemaal nog erger gemaakt hebben. Een dood zomaar is toch minder erg dan een moord door een roofvogel.

image

Luidruchtig

image

Dan is het eindelijk zover. Ik speur langs de natte graslanden op zoek naar de lepelaar. Het veld is leeg. Heel in de verte zie ik witte vogels, maar het zijn overduidelijk broedende zwanen of een zilverreiger. De lepelaar is er vandaag niet.

Bij een uitzichtpunt, zo’n mooie overdekte zit een echtpaar te turen door de verrekijkers. Ze praten luidruchtig over de vogel die de man op zijn camera probeert vast te leggen. Dat de vogel nog niet gevlogen is, verwondert mij.

image

Waarom maken ze toch allemaal zo’n herrie die vogelaars. Het is pas echt genieten als je daar helemaal in je eentje staat, achter zo’n spleet te gluren. De koude wind snijdt in je gezicht. De vogels doen alsof ze je niet zien en verder alleen het geluid van de wind.

Ik vergeet de vliegtuigen die luidruchtig overvliegen en strepen in de lucht maken. Het geraas van verkeer over de dijk. Een motorbootje dat tuffend voorbij vaart in het water achter mij. Of de huizen die ik overal om mij heen zie. Wat is natuur nog in dit land?

image

Een paar uitzichtpunten verder komt er een man op een vouwfietsje aangereden. Hij zet luidruchtig zijn fiets neer en vraagt of er nog iets bijzonders te zien is. ‘Nee, er is niks te zien’, antwoord ik kortaf.

De man heeft het volste vertrouwen in mijn antwoord. Hij stapt weer op zijn fietsje en rijdt weg. Zo kan ik tevreden kijken naar de afleidingsvlucht van 2 kieviten. Ze worden achterna gezeten door een sperwer die zich heerlijk in de maling laat nemen en verdwijnt.

image

Ik stap op mijn fiets en rij weer naar huis. Het einde van een zoektocht.

image