Dartelende lammetjes

lammetje in wei bij eksternestIk stuitte gisteren vlakbij huis op de lammetjes van het Eksternest. De jonge schapen waren helemaal opgelaten. Ze renden door de wei, sprongen en dartelden. Heerlijk die vrolijkheid en dat genieten. Onbekommerd en ook ongegeneerd.

eksternest-lammetjes

De oudere schapen zagen het weemoedig aan en stuurden de hongerige monden op zoek naar melk gewoon weg. Alles is nieuw voor de lammetjes. Ze proeven alles. Het gras, de verse schapenpoep en kleine blaadjes of takjes. Ook genieten ze van die kleine dingen als de wind en de zon.

lammetje bij eksternest almere

Ik heb er even heerlijk naar staan kijken. Die ongecompliceerde houding en dat onbevangene roept zelfs een beetje jaloezie op. Niet denken aan morgen, maar genieten van het nu. En zo stapte ik met de lente in de benen weer verder op de fiets voor de laatste meters naar huis.

De zes levens van Sophie

image

Wat hebben Agatha Christie, Barbara Newhall Follett en Virginia Woolf met elkaar gemeen? Ze schreven alledrie, maar dat is niet het enige: ze verdwenen alledrie plotseling. Agatha Christie kwam weer terug, Virginia Woolfs lichaam werd later teruggevonden en van Barbara Newhall Follett ontbreekt nog altijd elk spoor.

En de laatste overeenkomst: Sarah Meuleman gebruikt de drie intrigerende verhalen in haar roman De zes levens van Sophie. Tussen de levens van deze drie vrouwen probeert ze ook nog het verhaal van de twee hartsvriendinnen Sophie en Hannah te verweven. Zo ontstaat een ingewikkeld verhaal dat nergens tot een echt verhaal komt.

Levens verweven

De ik-verteller Sophie probeert de levens met elkaar te verweven. Dat is een lastige en ingewikkelde klus. Voor mijn beleving nodeloos ingewikkeld omdat het allemaal moeilijk bij elkaar te brengen is. Het levert een gefragmenteerd verhaal op waarbij de fragmenten aan elkaar geregen niet het verhaal leveren waarop ik hoop.

Het verhaal van de zelfmoord van Virginia Woolf heeft een heel mooi en waardige plek gekregen in de roman The Hours van Michael Cunningham. Dan lijkt het of Sarah Meuleman het dunnetjes over wil doen en dat lukt niet. Het blijft steken in het aanhalen van wat voorvalletjes die geen enkele bijdrage leveren aan het grote verhaal.

Slecht tot hun recht

Dat doen de twee andere vrouwelijke schrijvers ook in het verhaal. De verhalen van Agatha Christie en Barbara Newhall Follett zijn heel mooi, maar in de roman van Sarah Meuleman komen ze slecht tot hun recht. Leuk om te noemen maar van geen waarde voor de roman zelf.

Hoeveel mooier is het grote verhaal van Hannah die in New York woont. Ze is een getalenteerd columnist en journalist voor een groot modeblad dat iedereen leest. Of zoals ze zich voorstelt:

Hannah, het succesverhaal, zo mooi en talentvol, surfend en feestend door het leven. Of de waarheid: ik werk aan een biografie over verdwenen vrouwen die écht mooie dingen maakten. (24)

Ze zegt haar baan ervoor op, want ze wil zich helemaal wijden aan deze drie vrouwen en het schrijven van een roman over de levens van deze drie vrouwen:

Het zijn vrouwen die op een dag spoorloos verdwenen, net als dat twaalfjarige meisje uit het Vlaamse dorp. Een meisje dat ze zo goed kende. Tot morgen, zei ze tegen haar op die donkere novembernacht. Maar het meisje is nooit meer thuisgekomen, ze was voor altijd weg. Nee, niet aan denken nu. (42)

Haar hoofdredacteur begrijpt het niet. Deze baan is een droombaan voor heel veel journalisten en columnisten. Waarom zou ze deze roem verruilen voor een gewaagd experiment over drie vrouwen waarvan niemand de boeken meer leest? Ze waarschuwt Hannah. Als je nu uit de trein stapt, kent niemand je meer over een jaar.

Hannah slaat het advies in de wind en stort zich op de levens van de drie schrijvers. Onderwijl vertelt ze het verhaal van de verdwijning van het twaalfjarige Vlaamse meisje Sophie in het dorpje Bachte. Dat speelt in 1996, het jaar van de ontmaskering van Dutroux en de witte mars voor de vermoorde en mishandelde meisjes.

Te groots

Dat is het centrale probleem van Sarah Meulemans roman: de thematiek die ze behandelt, is te groots. Je kunt het als lezer niet bevatten. De vele handelingen blijven heel schimmig op de achtergrond hangen en het verhaal verdwijnt, net als alle vrouwen die in het verhaal verdwijnen.

Terwijl ik het verhaal van Sarah Meuleman in de kern heel mooi vindt. Ze laat door alles erbij te halen juist het eigenlijke verhaal liggen. Alsof de ik-verteller wil verdwijnen in al die verdwenen levens. Zo verdrinkt Sarah Meuleman in haar eigen verhaal. Jammer, want door het vertellen van al die andere verhalen, vertelt ze het eigenlijke verhaal nauwelijks.

Sarah Meuleman: De zes leven van Sophie. Amsterdam: Lebowski Publishers, 2015. ISBN: 978 90 488 2062 7. Prijs: € 19,95. 287 pagina’s.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over De zes levens van Sophie van Sarah Meuleman. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Gerard Reve en Veenendaal – #50books

image

Het was bij de introductiedag van de opleiding Nederlands in Leiden. Ik zat in het groepje met Peter van Zonneveld. We deden een voorstelrondje en ik vertelde dat ik uit Veenendaal kwam. Zeker, ik ben er niet geboren, maar ik heb er vrijwel mijn hele jeugd doorgebracht.

Peter van Zonneveld, bij wie ik later afstudeerde, wist er wel een literaire anekdote bij te geven. Ik kende Veenendaal niet uit de literatuur. Er is niet zoveel literaire activiteit in Veenendaal. Zodra iemand ook maar iets aan literaire kracht wint, vertrekt hij uit het dorp dat op de rand van de provincie Utrecht ligt.

Innige band met Veenendaal

Maar mijn kersverse docent vertelde vol enthousiasme dat Veenendaal en Gerard Reve een innige band hebben. De schrijver woonde er een maand of tien in 1971 en 1972. Hij had toen een relatie met Teigetje en Woelrat.

image

De moeder van Henk van Manen, door Reve steevast Teigetje (hij zelf schrijft in zijn brieven Tijgertje) genoemd woonde in Veenendaal. Ze betrok een huurhuis aan de Boslaan 34 en daar vestigden Gerard en zijn twee minnaars zich. In zijn brief van 4 mei 1971 aan Josine M. schrijft Gerard Reve over het huis:

Dit huis in Veenendaal is een goedkoop huurhuis, van een woningbouwvereniging. Henk, als zoon van de huurster, waarborgt de continuïteit van de huur. Henk zijn moeder is een nog jeugdige gezonde vrouw van 62, die dolblij is, dat wij bij haar komen wonen, want ze werd allengs beroerd van het nergens meer hoeven zorgen, sedert Henk de deur uit was. (282)

De schrijver beleefde in Veenendaal een opleving in het schrijven. Hij haalde zijn rijbewijs en reed ’s morgens ‘het Woud’ in om daar te zitten schrijven. Hij zat dan in zijn auto en stapte alleen uit om even te bewegen. Zo schreef hij in nauwelijks een jaar tijd in Veenendaal twee romans: De taal der liefde en Lieve jongens.

Veenendaal niet onopgemerkt gebleven

Het verblijf van Gerard Reve in Veenendaal is niet onopgemerkt gebleven. Juist dat aspect wist mijn nieuwe docent Peter van Zonneveld in geuren en kleuren te vertellen. Een vechtpartij in een Veense supermarkt haalde de landelijke krant De Telegraaf. Gerard Reve zou daarbij iemands kleding hebben beschadigd en moest smartengeld betalen.

Het is zo’n akkefietje waarvan naderhand iedereen een eigen versie heeft. Reve schrijft er zelf vrij luchtig over in zijn brief van 11 juni 1971, een paar dagen na het opstootje:

Maak je over ons maar geen zorgen, want het gaat werkelijk veel & veel beter dan vroeger, & dat incident in de supermarkt is niet representatief voor mijn toestand het is een ongelukkige samenloop geweest. Ernstige konsekwenties heeft het niet gehad. Ik ben het met je eens dat ik hier, zo kort na onze vestiging, alle opspraak moet vermijden. (283)

Veel consequenties heeft de ruzie in de supermarkt inderdaad niet gehad. Gerard Reve slaat aan het schrijven en concludeert dat hij al jaren eerder naar Veenendaal had moeten komen. Toch betrekt hij wat later in Weert een kamer in een drie etages omvattende flat van een vriend.

Teigetje en Woelrat beginnen in Veenendaal een eigen winkel aan de Kerkewijk, De Eenhoorn. Later als de relatie met Gerard Reve is verbroken, gaan de twee ex-geliefden van Gerard Reve samen verder als modeontwerpers.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 13 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Wormenstreken

image

De ochtend is vochtig in het park. Ik stap over het smalle paadje, ontloop de plassen op het zandpad en geniet van het brede fietspad verderop. Het is nog best frisjes. Het lijkt of een dun laagje ijs op het gras ligt. Heel dun, zelfs niet zichtbaar maar het is voelbaar dat het er ligt op de grassprieten.

Het fietspad ligt bezaaid met regenwormen. Overal kruipen ze. In de volle lengte liggen ze op het asfalt. Verderop weer terug op het zandpad zie ik ze ook liggen. Ik vraag me af of ze nog leven in deze kou, maar ze kronkelen nog. Of ze nu van het pad afgaan of er juist verder op kruipen, is mij onduidelijk.

image

Ik verbaas mij over al die wormen. Hun uitgestulpte middenlijven en vooral de rode delen van de worm doen vermoeden dat ze een partner zoeken om mee te vrijen en kleine wormpjes te maken. De aflevering van Klokhuis deze week gaf heel toevallig uitleg over het spannende leven van de regenworm. Ik speur de paden af, maar zie nergens twee innig in elkaar verstrengelde wormen liggen.

Ook op het smalle pad liggen de wormen, klein en dun. Een winter overleefd, zoeken ze weer het leven van het voorjaar. Ik tuur naar de smalle lijven en zie hoe ze voortbewegen. Op weg naar een mooie lente.

Meiler

image

Ik weet niet of ik het het mooiste stukje uit het boek vindt, wel een heel aangrijpend deel. Het is een passage die op de grens staat van bewondering voor zijn vader naar schaamte. Het is zeker een sleutelpassage in de roman van Joachim Meyerhoff Wanneer wordt het eindelijk zoals het nooit is geweest. De ik-verteller maakt een meiler samen met zijn vader.

De vader van de hoofdpersoon en ik-verteller heeft een vakantiehuisje gekocht. Een beetje in een opwelling. In het huisje naast hen woont een straatarm gezin. Zij knappen het stulpje aan de Oostzee helemaal op. Het is een enorm werk, maar vader is optimistisch en gaat voortvarend te werk. Natuurlijk met hulp van moeder. Zij weet zijn theorie uitstekend om te zetten in de praktijk. Zonder haar is zijn boekenkennis niks waard.

Josse heeft op televisie gezien hoe ze in vroeger tijden houtskool maakten onder een meiler, een enorme berg zand en plaggen waaronder het hout brandt tot houtskool. Hij wil er dolgraag ook eentje maken en vraagt of zijn vader hem daarbij wil helpen. Het is voor hem al een hele sensatie om zijn vader te zien zwoegen bij het houthakken, stapelen van het hout en steken van de graszoden. Het laatste gaat zijn vader wat minder goed af:

De grond onder het gras was vet en het blad van de spade was er moeilijk in te krijgen. Maar ik kon iets wat mijn vader al na de eerste poging opgaf. Het lukte me met beide voeten tegelijk op de bovenkant van het blad te springen en het zo min of meer de grond in te stampen. Zo sneden we de plaggen aan vier kanten los en tilden ze op. (163)

Er is weinig te eten in het huisje en ze komen in tijdnood. Vader moet naar D-Boven. Ze steken de houtberg met zand en plaggen aan en maken er nog snel een paar rookgaten in. Als het begint te regenen op de terugweg, verdwijnt alle hoop dat het hem lukt het hout tot houtskool om te vormen.

Als hij een week later de plaggenberg ziet en merkt dat er nog altijd rook komt uit de kleine heuvel, gloort er weer hoop aan de horizon. Zijn twee broers mogen de berg met geen vinger aanraken. Als ze voorstellen om de meiler alvast open te maken, ontzegt hij de twee de toegang tot zijn meiler. Hij kan dan in de brand vliegen, weet de hoofdpersoon nog van de televisiedocumentaire.

Als ze weer een week later de berg zien is hij nog altijd warm. De broers stellen nu voor om er water in te gieten, maar ook nu laat Joachim de twee niet toe tot de meiler. Het geduld is die week erna op. Hij wil gaan samen met zijn vader. Als hij hem dan openmaakt en bukt…

Jarenlang werd mijn vader elke ochtend afgehaald door een patiënt die een autostuur in zijn handen hield. Hij was de chauffeur van mijn vader. Mijn vader slenterde tevreden met zijn dokterstas achter hem aan, en een meter voor hem uit hield die jongen dat stuur in de lucht, stuurde nu eens naar links, dan weer naar rechts en bromde met trillende lippen een vochtig ‘brrrrrrrroem’. (232)

Wat ik zag, was ongelooflijk: een geheimzinnig glinsterend, zwartzilveren labyrinth van houtskoolblokken. Ik brak nog een stuk uit de buitenwand. Het zag eruit als de gebogen scherf van een antieke aarden pot. Vanbuiten licht, vanbinnen zwart gelakt door het roet. (168/169)

Wat is hij trots. Hij ziet een paar weken later hoe de stukken houtskool onder de barbecue verdwijnen. Hij is trots en beetje weemoedig tegelijk. Het is de enige keer geweest dat Josse samen iets met zijn vader bouwde.

Blogtournee

Ik lees dit boek voor de blogtour georganiseerd door WPG België. Een hele maand zwerft dit boek over verschillende boekenblogs. Lees de andere bijdragen.

Joachim Meyerhoff: Wanneer wordt het eindelijk zoals het nooit is geweest. Oorspronkelijke titel: Wann wird es endlich wieder so, wie es nie war. Alle Toten fliegen hoch. Teil 2. [2013] Vertaald door Josephine Rijnaarts. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur. Eerste druk, februari 2015. ISBN 978 90 5672 508 2. Prijs € 19,95 (e-book: € 13.99). 312 pagina’s.

Alle de Wercken van Focquenbroch – #50books

wpid-20150322_134403.jpgHet oudste boek in mijn boekenkast is het boekwerk Alle de Wercken van Focquenbroch. Het boek uit 1679 bestaat uit drie delen en zit in een onooglijke band, maar het is wel de oorspronkelijke.

De houtsnedes aan het begin van elk deel zijn werkelijk een lust voor het oog, met heel treffende details, waarbij die van de Afrikaanse Thalia buitengewoon gedetailleerd en treffend is verbeeld. Alles zit in deze 3 houtsnedes van de hand van Schoonebeek.

image

Koopman en dichter

Focquenbroch is een koopman en een dichter die veel Latijns werk vertaalde. Dit is ook terug te vinden in het boekje dat ik in bezit heb onder de titel: De Aeneas van Virgilius in sijn Sondaeghs-pack.

Het is een allegaartje van dichtwerk, maar Focquenbroch is van alle markten thuis en reist de hele wereld rond met zijn dichtwerk. Niet alleen Afrika, waar hij een periode werkt en in 1670 ook sterft, maar ook Indië en Japan komen in zijn boek voor.

image

Taalgebruik

Het taalgebruik en vooral de spelling staan wat verder van ons af, maar het is heerlijk om te lezen. Focquenbroch staat bekend als een cynische dichter die veel satire in zijn poëzie verwerkt. Naast gedichten, schreef hij ook toneel (die zitten ook in mijn band uit 1697). De poëzie moet ook vaak gezongen zijn, zoals dit lied:

Wegh wegh ick verlaet het malle Vryen:
Faustina had wel eer mijn ziel bekoort;
Maer door de tijd is die Min gans versmoort,
Nu schyf ick het minnen heel ter syen
Want wie sagh ooyt dat de Min,
Immer aenbracht groot gewin?
‘k Roem voortaen dan mijn geluck,
Want ick draegh geen liefdens juck.

‘k Sal niet meer op liefd van Maegdenhoopen,
Gelijck ick eertijds op Faustina deê:
Neen losse Maegt. ‘k haet de pijn die ick leê,
Des soeck ick de Liefde nu ontloopen.
Want wie sagh ooyt dat de Min,
Immer aenbracht groot gewin?
‘k Roem voortaen dan mijn geluck,
Want ick draegh geen liefdens juck.

Een prachtig lied dat ook nu nog gezongen zou kunnen worden. Ik ken mooie reconstructies van liederen uit zeventiende en achttiende eeuw. Dit lied past daar uitstekend in. De tekst mag dan ver van ons af lijken te staan, maar als je je er een beetje in verdiept, kom je een heel eind.

Zo heb ik in huis iets uit de zeventiende eeuw, een lot uit een boekenlot dat ik voor iets anders had gekocht, blijkt een heel mooi kleinood te bevatten. En ik geniet ervan.

Lees zelf uit het werk van Focquenbroch dat ik in bezit heb op dbnl.nl

#50books

Dit is het tweede antwoord op vraag 12 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Omringd door gekken

image

De ik-verteller en hoofdpersoon van Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest wordt letterlijk omringd door gekken. Hij woont met zijn familie midden in de Inrichting voor kinder- en jeugdpsychiatrie Hesterberg. Zijn vader is directeur van de instelling.

Het levert mooie portretten op van mensen die het misschien niet helemaal op een rijtje hebben. Tegelijkertijd is de ontlading van deze eerlijke mensen heel treffend. De verteller weet ze mooi te vatten in zijn beschrijvingen. Zoals de wanneer de vier patiënten op de verjaardag van zijn vader een bos bloemen geven. Zijn moeder stopt de bloemen in een vaas:

Ze had ook al eens meegemaakt dat er een paar patiënten aanbelden en haar een reusachtige bos rozen gaven. Toen ze de bloemen voor het raam zette en naar buiten keek, ontdekte ze dat alle rozen in de tuin waren afgeknipt. (63)

Deze beschrijvingen zijn heerlijk en vatten in een paar zinnen de essentie van de mensen in de inrichting. Joachim Meyerhoff is een meester in dit soort beschrijvingen van de patiënten. Hij weet ze in een paar woorden te vatten, gezien vanuit de ogen van het kind dat hij was.

De klokkenluider

Zo vertelt hij meerdere keren over de klokkenluider. Het is een patiënt waar heel bang voor is. Hij draagt twee vergulde klokken met een stevig handvat en zwaait al lopend met zijn klokken langs zijn oren. Je hoort hem van verre aankomen en de verteller is doodsbenauwd voor hem.

Maar na een geruststellende kennismaking laat hij zich altijd door hem over het instellingsterrein dragen alsof hij een klok is. Vanaf dat moment mag hij bijna elke dag op hem rijden. De klokkenluider is zijn menselijke troon geworden. Hij herkent zich in het beeld van Sint Christoffel in de kathedraal van hun stad Sleeswijk:

In zijn handen hield de veerman een lange tak die een heel stuk boven hem uitstak. Op zijn schouders zat het kindje Jezus. Zonder het verhaal te kennen van de veerman die bijna bezweek onder het gewicht van zijn passagier, keek ik gefascineerd naar het hoog boven mij zittende kinde. Ik kon mij goed voorstellen wat voor uitzicht het daarboven had. (99)

Eigen chauffeur

De klokkenluider keert later nog een keer terug in het verhaal. Net als veel andere patiënten uit de inrichting. Ze zwermen om zijn leven als de andere gezinsleden in het verhaal. Zijn vader is wel de stuurman die het schip in de juiste richting koerst. Hij heeft zelfs zijn eigen chauffeur. De ik-verteller vindt maar dat zijn vader zich idioot gedraagt. Hij doet mee met de patiënten. Ik vind het vooral mooi:

Jarenlang werd mijn vader elke ochtend afgehaald door een patiënt die een autostuur in zijn handen hield. Hij was de chauffeur van mijn vader. Mijn vader slenterde tevreden met zijn dokterstas achter hem aan, en een meter voor hem uit hield die jongen dat stuur in de lucht, stuurde nu eens naar links, dan weer naar rechts en bromde met trillende lippen een vochtig ‘brrrrrrrroem’. (232)

Hier spreekt de oudere verteller die zich schaamt voor zijn vader. Het is zo typerend hoe mooi de verteller je meeneemt. Hij trekt je in zo’n vergelijking helemaal mee van de schaamte van de puber naar het inleven van zijn vader in de patiënten.

Blogtournee

Ik lees dit boek voor de blogtour georganiseerd door WPG België. Een hele maand zwerft dit boek over verschillende boekenblogs. Lees de andere bijdragen.

Joachim Meyerhoff: Wanneer wordt het eindelijk zoals het nooit is geweest. Oorspronkelijke titel: Wann wird es endlich wieder so, wie es nie war. Alle Toten fliegen hoch. Teil 2. [2013] Vertaald door Josephine Rijnaarts. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur. Eerste druk, februari 2015. ISBN 978 90 5672 508 2. Prijs € 19,95 (e-book: € 13.99). 312 pagina’s.

Kamergeleerde

image

Een ode aan de vader van de verteller is Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit geweest is van Joachim Meyerhoff. Zijn vader is directeur van de psychiatrische inrichting voor jongeren. Aan het begin van het verhaal als de verteller 7 jaar is, wordt zijn vader 40. Het is een breekpunt voor zijn vader: hij stopt met roken:

‘Ik zeg er wel meteen bij dat ik op mijn tachtigste verjaardag, op de ochtend van mijn tachtigste verjaardag – wie weet, misschien zitten we dan ook wel weer met zń allen bij elkaar, net als nu – weer begin. Ik stop vandaag dus niet definitief. Ik las alleen een veertigjarige rookpauze in. En ik wil ook afvallen.’ (38)

Het verhaal van vader wordt wreed verstoord als een merel tegen het raam vliegt. Het dier moet het met de dood bekopen. De rest van de veertigste verjaardag van zijn vader zijn ze bezig de zwarte lijster te begraven.

Het moedige voornemen om meer te gaan bewegen strandt vrij snel na de aankoop van een paar hardloopschoenen. Vader Hermann vertrekt voor zijn eerste trimrondje en komt niet meer terug. Ze vinden hem verderop in het bos. Hij heeft zijn enkels verzwikt bij het trekken van een sprintje.

Langzaam verschuift het beeld van vader. Is hij aanvankelijk de goedmoedige man die van een grap houdt, geleidelijk verandert zijn rol in het gezin. Zijn vader haalt zijn wijsheid vooral uit boeken vertelt de verteller. Hij weet alles uit de boeken. Dat gaat tot het irritante af.

Als de verteller jaren later naar Turkije op vakantie gaat, leest zijn vader vier weken lang alles wat los en vastzit over het land. Wanneer Josse trots vertelt waar hij overal is geweest, vraagt zijn vader waarom hij niet in de buurt bij het wereldberoemde zoutmeer is wezen kijken:

Ik had nog nooit van dat meer gehoord, maar herinnerde me dat ik in Sivas inderdaad massa’s mensen met enorme telelenzen had gezien. Het toppunt van zo’n vijandige overname was het moment waarop ik riep: ‘Maar ik ben er tenminste geweest!’ Mijn vader legde triomfantelijk zijn hand op de stapel boeken over Turkije en antwoordde: ‘Ik ook.’ (150)

Zijn vader kwam feitelijk nergens, maar haalde al zijn kennis uit de boeken die hij las. Hij was daarin niet te overtreffen, stelt de verteller.

Zelfs de aankoop van een zeilboot, doet hij via het lezen van boeken. Als hij dan uiteindelijk zeilexamen doet, slaagt hij moeiteloos voor de theorie. Voor de praktijk leunt hij echter op zijn vrouw. Zij weet alleen het schip drijvende te houden terwijl haar man angstig op de bodem van de boot ligt.

Blogtournee

Ik lees dit boek voor de blogtour georganiseerd door WPG België. Een hele maand zwerft dit boek over verschillende boekenblogs. Lees de andere bijdragen.

Joachim Meyerhoff: Wanneer wordt het eindelijk zoals het nooit is geweest. Oorspronkelijke titel: Wann wird es endlich wieder so, wie es nie war. Alle Toten fliegen hoch. Teil 2. [2013] Vertaald door Josephine Rijnaarts. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur. Eerste druk, februari 2015. ISBN 978 90 5672 508 2. Prijs € 19,95 (e-book: € 13.99). 312 pagina’s.

Pakjes met herinneringen

image

Aan het einde van zijn verhaal vertelt de verteller van Joachim Meyerhoffs roman Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest het volgende:

Wat ik wil zeggen is dit: pas wanneer ik erin geslaagd ben al die opgeborgen pakjes met herinneringen weer los te knopen en uit te pakken, pas wanneer ik de moed heb om de schijnbare betrouwbaarheid van het verleden op te geven, het te aanvaarden als chaos, het te vieren en te versieren, pas wanneer al mijn doden weer levend worden, vertrouwd, maar ook veel vreemder, veel autonomer dan ik ooit heb durven en willen beseffen, pas dan zal ik beslissingen kunnen nemen, pas dan zal de toekomst zijn eeuwige belofte waarmaken en ongewis zijn, pas dan zal de lijn zich verbreden tot een vlakte. (309)

Een citaat dat dit boek ontzettend mooi samenvat. De verteller is op zoek naar het verleden. Aanvankelijk lijkt elk hoofdstuk een nieuwe herinnering. Ze lezen als losstaande verhalen en behandelen stuk voor stuk een element uit het verleden. Samen vormen ze een verhaal, maar ze staan best sterk op zichzelf.

Losse verhalen

Ik genoot van deze losse verhalen over de jonge Joachim, of Josse. Hij groeit op midden op het terrein van Hesterberg, een psychiatrische instelling voor jongeren in Noord-Duitsland, vlakbij Sleeswijk. Zijn vader is directeur van de inrichting die om de paar jaar een andere naam krijgt:

Eerst heette het ‘Provinciaal krankzinnigengesticht’, toen ‘Provinciaal idiotengesticht’, toen ‘Provinciaal geneeskundig verzorgingsgesticht voor zwakzinnigen’. Daarna specialiseerde het zich in jonge mensen en noemde het zich ‘Geneeskundig opvoedingsgesticht voor achterlijke en zwakzinnige kinderen’ en ten slotte, na honderdvijftig jaar, ‘Inrichting voor kinder- en jeugdpsychiatrie Hesterberg’. (19)

Die benaming houdt het de rest van het boek vol. De verhalen gaan over de patiënten en hoe het gezin van de directeur daar temidden van al die krankzinnige jongeren zich weet te handhaven. Daarbij moet Josse zich ook in een minstens zo gek gezin zien te handhaven met twee broers, een vreemde moeder en een boekenwijze vader.

Verzonnen herinnering

Of hierbij de herinnering echt zo gebeurd is of dat er sprake is van een verzonnen herinnering, blijft in het midden. Aan het begin ontdekt de verteller namelijk dat het ontzettend mooi is om iets te verzinnen dat waar is. Vanuit het denkbeeldige ontstaat de werkelijkheid. Dat is de werkelijkheid van de roman.

Daarmee maakt de verteller zijn eigen wereld en zorgt daarmee dat het verleden hanteerbaar en verdraaglijk wordt. Het oproepen van de herinnering doet namelijk ook pijn. Het roept een verleden op dat er nooit geweest is, zoals de titel het uitdrukt: Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest.

Tussen die verzonnen herinnering construeert de lezer zijn eigen verhaal. Dat is de schoonheid van dit boek dat mij ontzettend treft. Ik heb genoten van de jeugdherinneringen van een zevenjarig jongetje. Tussen het verhaal door laveert de oudere verteller die soms een latere herinnering tussen het verhaal moffelt.

Blogtournee

Ik lees dit boek voor de blogtour georganiseerd door WPG België. Een hele maand zwerft dit boek over verschillende boekenblogs. Lees de andere bijdragen.

Joachim Meyerhoff: Wanneer wordt het eindelijk zoals het nooit is geweest. Oorspronkelijke titel: Wann wird es endlich wieder so, wie es nie war. Alle Toten fliegen hoch. Teil 2. [2013] Vertaald door Josephine Rijnaarts. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur. Eerste druk, februari 2015. ISBN 978 90 5672 508 2. Prijs € 19,95 (e-book: € 13.99). 312 pagina’s.

Op zoek naar het oudste boek – #50books

image

Wat is het oudste boek uit mijn bibliotheek? Ik moest even speuren. Het was vlak voor mijn studententijd dat ik een klein boekje met gedichten van Schiller vond voor een klein bedrag. Ik kocht het, want het was ontzettend oud!

Gedichten van Schiller

Het boekje stamt uit 1818 is onooglijk om te zien en valt uit elkaar van ellende. Een beestje heeft zich een tunneltje door de bladzijden geboord. Ik heb geen idee of dat van voor of na mijn koop is. Ik was er heel lang gelukkig mee en pronkte ermee dat dat het oudste boek uit mijn verzameling was.

image

De rest van mijn oude boeken kocht ik ook allemaal toevallig. Zo stuitte ik op een oud, Franstalig boekje uit 1761 boordevol met legeropstellingen en verdedigingswijzen. De hoofdstukken dragen namen als ‘Ordre de Bataille’ en Défense contre les Escalades’.

image

24 tekeningen

Achterin het legerhandboek staan 24 tekeningen die de tekst in het boek toelichten. Helaas heeft de laatste boekbinder ze door elkaar gehutseld, maar ze zitten er alle 24 in. De ene mooier dan de andere, maar de liefhebber van legeropstellingen zou ongetwijfeld veel plezier aan het boek beleven.

Ik kocht het boek jaren terug tegelijk met de losse delen van Junghuhns Java. Het boekje wil ik nog steeds een keer verkopen aan de hoogste bieder. Dus als je belangstelling hebt, neem gerust contact op.

image

W.G.V. Focquenbroch

Het laatste oude boekje dat ik kocht, was een jaar terug. Ik kocht het op een boekenveiling samen met een stapel boeken die ik dolgraag wilde hebben. Maar geheel onverwacht werd ik best geraakt door dit boekje dat in het lot zat: Alle de Wercken van W.G.V. Focquenbroch uit 1679.

image

Lees binnenkort meer over dit boeiende boekje

#50books

Dit is het antwoord op vraag 12 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.