Waargebeurd

20140928_215256In zijn schriftelijke cursus Zelf schrijver worden zegt de volksschrijver iets over het gebruiken van de werkelijkheid in de roman. De werkelijkheid is bijna nooit interessant genoeg voor een roman. De werkelijkheid is:

ofwel moordend vervelend, ofwel in zijn huiveringwekkende, ’toeval’ geheten coïncidenties volstrekt onwaarschijnlijk en volstrekt ongeloofwaardig is. (44)

Men dient de werkelijkheid, volgens Gerard Reve, niet

af te luisteren en te kopiëren, maar te stileren.

De roman van Mariët Meester doet mij sterk denken aan zo’n waargebeurd verhaal. Ongetwijfeld zijn de verhalen over pastoor Peter Pex in Veenhuizen wereldberoemd en aan menig keukentafel verteld.

Het leven van de pastoor is daar zeker interessant genoeg voor. Peter Pex woont meer dan veertien jaar in de veenkolonie en maakt de overgang mee van opvoedgesticht naar strafinrichting. Bovendien speelt het verhaal van de pastoor voor een gedeelte in de Tweede Wereldoorlog.

Allemaal elementen die zeer de moeite waard zijn voor een boek. De in Veenhuizen opgegroeide schrijfster Mariët Meester moet de verhalen gehoord hebben. Ze vond het verhaal van deze bijzondere pastoor interessant genoeg om met de rest van de wereld te delen in haar boek. Alleen is het de vraag of die opgeschreven werkelijkheid wel interessant genoeg is voor een roman.

De kloeke roman die Mariët Meester schreef van 274 bladzijdes behoort echter naar mijn oordeel tot de verhalen die te saai zijn. Ze had zeker elementen uit het leven van de pastoor in haar verhaal kunnen integreren, maar het verhaal zelf mist teveel spanning omdat het te dicht bij de werkelijkheid staat.

Hierdoor verzandt het verhaal pagina’s lang in een saaie weergave van de even saaie werkelijkheid. De verhaallijn is te dun om voldoende spanning in het verhaal te houden. Zeker het is een mooi en ontroerend verhaal dat Mariët Meester schrijft, maar het mist te vaak spanning en verhaal. Zoals in de scène dat de pastoor gebeld wordt door de hoofddirecteur van het gesticht.

‘Pastoor telefoon voor u!’ Het galmde door het trappenhuis. Laatst had hij de huishoudster als een operazangeres op de trap horen zingen, ze had niet in de gaten dat hij net als nu boven op de sprei van zijn ledikant zijn dutje lag te doen.
‘Ik kom eraan,’ riep hij en sprong met een zwaai van zijn benen van het bed. Zijn habijt lag op de stoel, hij trok het aan zonder de losse kap. Hoe onrustiger zijn nachten werden, hoe dieper hij ’s middags sliep, hij had de telefoon niet eens gehoord.
Hij repte zich naar benden. ‘Wie is het?’ vroeg hij de huishoudster geluidloos.
‘De hoofddirecteur,’ mimede ze terug.
Hij nam de grote zwarte hoorn van haar over. ‘Goedemiddag, met uw pastoor.’ (103)

Het opnemen van een telefoontje van de hoofddirecteur van de gevangenis kost zo bijna een hele pagina. Terwijl de pastoor alleen hoort dat hij zich moet melden bij de directeur.

Met de relatie met de huishoudster gebeurt hetzelfde. De spannende relatie kabbelt eveneens teveel door. Zeker, het is een bijzonder verhaal, maar ook hier dreigt een herhaling van zetten. Erotische scènes breken het verhaal mooi, maar de zoveelste vrijpartij zegt genoeg over de lusten van pastoor en huishoudster. Dat de kapelaan het mogelijk hoort en daarmee weet, is een voortdurende dreiging.

Omdat alles al een paar keer gezegd is, krijgt het einde veel minder de lading die het gehad zou moeten hebben. De lading die het verhaal spannend, tragisch en ontroerend tegelijk maakt. De reden waarvoor Mariët Meester dit verhaal op papier heeft gezet.

Een beetje afstand van de werkelijkheid, zou zeker geholpen hebben. De werkelijkheid als inspiratiebron zou veel meer hebben opgeleverd. Dan hadden ook andere verhaallijnen een plek in het verhaal kunnen krijgen.

Ik zie in de roman genoeg mensen voorbijkomen die zeker de moeite waard zijn om meer over te vertellen. Daarmee is een mooie kans blijven liggen om vanuit de werkelijkheid een verhaal te vertellen dat nog meer indruk maakt en beter beklijfd.

Daarmee is Hollands Siberië echt niet een slecht boek. Het is een boek dat met een paar ingrepen zoveel mooier had kunnen zijn. Wie weet grijpt Mariët Meester de kans nog een keer aan om de pastoor tot passant te maken van een ander verhaal. Daarmee zou dat andere verhaal heel sterk aan kracht winnen en de pastoor een ander verhaal krijgen. Een verhaal dat niet echt gebeurd is, maar zo gebeurd had kunnen zijn.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Mariët Meesters roman Hollands Siberië. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Mariët Meester Hollands Siberië Amsterdam: Uitgeverij Arbeiderspers, 2014. 272 pagina’s. ISBN: 978 90 295 8958 1 Prijs: € 19,95

Almere 30 jaar

20140928_211716Al zolang Almere bestaat, kent de stad zijn jubilea. Elke paar jaar wordt aangegrepen een nieuw jubileum te vieren. Mij staat het 25-jarig bestaan van Almere nog helder voor de geest in 2001. Het was het jaar waarin ik de avondvullende documentaire over Almere zag. Paradijs in de Polder, een documentaire waarnaar ik nog steeds op zoek ben. Hij ontbreekt tot mijn eigen verbazing in het Stadsarchief van Almere.

Het zien van deze documentaire versterkte mijn gedachte dat ik Almere als woonplaats helemaal niet zo gek zou vinden. Waarom zou geluk moeten afhangen van een niet te bereiken bestaan aan een Amsterdamse gracht, als dezelfde staat van geluk bereikt kan worden aan een gracht in Almere? Het is natuurlijk wel een staat van geluk, niet status.

Ik verhuisde in 2006 naar Almere. In het jaar dat ik die eerdere droom werkelijkheid zag worden, werd Almere 30 jaar. Het was het jaar dat het Stadshart opgeleverd werd en de koningin haar verjaardag in Almere vierde. Het was ook het jaar waarin een torentje in het Stadshart zorgde voor landelijke ophef en vertraging van het openingsfeestje.

Sinds die tijd verzamel ik boekjes die met Almere te maken heb. Als ik ze voor een leuke prijs tegenkom, schaf ik ze aan en lees ik met veel belangstelling over de geschiedenis van Almere. Ik zou zelfs meehelpen aan een boek over de openbare gebouwen in Almere met een gedicht van mij over het uitkijktorentje dat bij het Weerwater staat. Helaas ging dat niet door.

Ik dacht eerst dat het om hetzelfde boek als het boek van Frits Huis ging. Maar dat is een ander boek. Het boek van Frits Huis, oud-journalist en tegenwoordig wethouder en bekend als panellid bij de Rijdende Rechter, verscheen dit jaar en kreeg de titel: Almere 30 jaar in verbinding met haar inwoners. Helaas kreeg ik het boek niet aangeboden om het te bespreken op mijn blog, maar ik vond het te leen bij de bibliotheek.

Natuurlijk hebben we allang het dertigjarig bestaan van Almere gevierd, maar het boek staat stil bij de totstandkoming van de Gemeente Almere in 1984. Op 2 januari 1984 veranderde het bestuur van het openbaar lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders met een landdrost in een gemeente, zoals de rest van Nederland wordt bestuurd. Met aan het hoofd een gemeenteraad, een door het volk gekozen raad.

Wordt vervolgd…

ABC en Wim is weg – #50books

20140928_133644Het eerste boekje dat ik zelf las en dat ik zelf had, was het ABC-boekje van Rie Cramer. Al moest ik erg wennen aan de vreemde woorden als chocolaad.

De titel doet vermoeden dat dit het eerste leesboekje van velen is geweest. Het is ingewikkeld genoeg om te denken of dit echt zo is. Zoals de naam Quirinus die echt wel moeite geeft aan het beginnende lezertje.

Veel boekjes die ik toen las, zijn uit mijn herinnering gevlogen. Behalve een boekje dat altijd is blijven hangen: het gouden boekje met de titel Wim is weg. Ik las het boek uit de bibliotheek en vond het een prachtig verhaal over een jongetje dat een fiets krijgt op zijn verjaardag en dan weg wil. Hij wil naar Spanje op de fiets.

Het is een prachtig verhaal dat ik mij erg aansprak. Toen later de gouden boekjes in herdruk kwamen, zocht ik ook naar dit boekje. Het verhaal is geschreven en getekend door Rogier Boon, Annie M.G. Schmidt heeft de tekst bewerkt. Daarmee is het een prachtig verhaal geworden dat helemaal aansluit bij de belevingswereld van het kind dat net leest.

Alle boekjes werden herdrukt, behalve dit boekje. Ik zocht op internet en zag dat er buitensporige bedragen voor de tweedehands-exemplaren werd gevraagd. Een herdruk leek onmogelijk door een conflict met de erven van Rogier Boon.

Ik vergat het boekje, maar ineens kreeg ik vorige week van Inge. Ze had op DWDD gezien dat het boekje herdrukt zou worden. Ze bestelde het boekje stiekem voor mij. Ik verslond het en heb het sindsdien elke dag weer doorgelezen.

Overigens spreekt het verhaal nog steeds kinderen aan. Inge las het op de BSO voor en de kinderen luisterden aandachtig. Ze kregen er geen genoeg van.

Net als ik: ik krijg er ook geen genoeg van.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 39 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Jongensgeheimen

20140921_194016De drie verhalen onder de titel Jongensgeheimen behoren tot de mooiste verhalen uit de bundel De vreemdeling in het Palazzo d’Oro. Hier laat Paul Theroux zien dat hij een meester is in het schrijven van korte verhalen. Op een prachtige manier weet hij de weemoed van de jeugd op te roepen.

Het verhaal Shelter vertelt over een jongen die zich terugtrekt in een zelfgekocht tentje in de achtertuin, zijn shelter. Het buurmeisje weet hem hier ook te vinden. Totdat zijn strenge ouders erachter komen. Het is een ontroerend verhaal.

‘Truman komt’ speelt vlak na de oorlog als president Truman een ronde maakt door Amerika met een trein. Het verhaal speelt met zondebesef en het wangedrag van volwassenen waar kinderen onder lijden. Paul Theroux weet een heel weemoedige sfeer op te roepen, net als in het eerder verhaal.

Het derde Jongensgeheim onder de titel ‘Padvinders’ verwijst naar drie jongens die padvinder zijn en het geleerde in het bos in praktijk brengen. Ze blijken erg goede speurders te zijn, ook als één van hen door een vreemde man wordt misbruikt.

Het is een hartverscheurend verhaal waarbij de jongens het kwade bestraffen, maar wat al ver voor de hele discussie rond seksueel misbruik in de katholieke kerk is geschreven. Daarmee geeft het verhaal een heel mooi beeld van de jaren ’50 waarbij veel onder het priesterkleed werd weggemoffeld.

Een verhaal over een onderwerp dat de laatste jaren veel aandacht heeft gekregen. De verteller speelt heel mooi en integer met de schijnheiligheid die het (katholieke) geloof ook weet op te roepen.

Het slotverhaal ‘Slonzinge nimfen’ is eveneens een verhaal van Paul Theroux dat contrasteert tussen ouderdom en de kloof tussen arm en rijk. Een rijke advocaat krijgt best warme gevoelens voor de moeder en dochter die zijn huis schoonhouden. De kloof tussen hen is minder groot dan je aanvankelijk zou vermoeden.

Paul Theroux: De vreemdeling in het Palazzo d’Oro. Oorspronkelijke titel: The Stranger at the Palazzo d’Oro. Vertaald door Theo Hendriks. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 2003. ISBN: 90 450 1059 3.

Prinsloo

20140831_184358Naast de novelle De vreemdeling in het Palazzo d’Oro bevat de gelijknamige bundel van Paul Theroux nog een paar verhalen. Het bevat drie Jongensgeheimen, Een Afrikaans verhaal en Slonzige nimfen.

Het Afrikaanse verhaal is een indrukwekkend verhaal over de Zuid-Afrikaanse schrijver Lourens Prinsloo. Een fictieve schrijver die Paul Theroux op een heel bijzondere manier verweeft in zijn verhaal.

Prinsloo is een Afrikaanse boer, een Afrikaner, die in de avonduren na het werk op het boerenland schrijft. De familie van de blanke schrijver leeft al een aantal generaties in Oranje-Vrijstaat, de plek waar Etienne Leroux ook vandaan komt.

Volgens Paul Theroux is de schrijver Prinsloo niet verzonnen, maar dat is weldegelijk het geval. De verteller weet op een mooie manier zijn reis door Afrika te combineren met de ontmoeting met deze fictieve schrijver. Het is een mooi excuus om het levensverhaal van deze boerenschrijver te vertellen, want niemand anders kent het.

Ik zou zulks kunnen doen door een fictieve naam voor hem te verzinnen, maar Prinsloo is zo bekend, zijn werk zo alom gelezen, dat het geen zin heeft. En ik loop al te lang mee om de verdichtselen te verbergen. (239)

Daarna citeert Paul Theroux die Prinsloo zou hebben ontmoet bij Etienne Leroux, uit het werk van deze schrijver. Er komen een paar verhalen langs die hij mocht lezen. Helaas beschikt hij niet meer over het manuscript. Ook is het werk niet meer uitgegeven omdat de schrijver voortijdig stierf en zijn erfgenamen een uitgave tegenhouden door onderlinge ruzie.

Zo vertelt de verteller zelf het verhaal van de schrijver. Een bijzondere vermenging van verhalen ontstaat waardoor de werkelijkheid helemaal heen kronkelt. Het verhaal is zo geloofwaardig dat veel mensen naarstig op zoek zijn naar het werk van Lourens Prinsloo. Tot op heden heeft niemand het kunnen vinden. Maar misschien is het werk van de novellist Koos Prinsloo een waardige vervanger.

Toeval of niet, het is deze week de Week van de Afrikaanse roman. Lees mijn verslag van de openingsbijeenkomst op Litnet.

Paul Theroux: De vreemdeling in het Palazzo d’Oro. Oorspronkelijke titel: The Stranger at the Palazzo d’Oro. Vertaald door Theo Hendriks. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 2003. ISBN: 90 450 1059 3.

Proefkonijn – #WoT

20140924_205929 proefkonijn (o.), 1 konijn waarop proeven genomen worden; 2 (fig.) persoon die (voorwerp dat) men gebruikt om zekere werkwijze te proberen: ik heb niet veel zin om als proefkonijn te dienen;

In zijn kielzog liep de godsdienstleraar. Ze hielden allebei een zwaar doosje in de hand. De schooldirecteur zette zijn doos op de tafel, strekte zijn handen in elkaar gevouwen naar voren en richtte zich toen tot de klas. We keken hem vol verwachting aan.

Hij pakte een donker boek uit het doosje. ‘Jullie zijn allemaal proefkonijnen’, zei hij. ‘We geven jullie allemaal een bijbel. Daar moeten jullie dan heel zuinig op zijn. Aan het eind van het vierde jaar is hij dan van jullie.’

Dreigend hield hij een briefje omhoog: ‘Hierop zet je je naam en we controleren hem elk jaar. Wees er zuinig op.’ Daarna gaf hij iedere leerling persoonlijk een bijbel en een briefje. Aan de andere kant van de klas, begon de godsdienstleraar met het uitdelen van de donkere boeken. Achterin bevatte het boek de 150 psalmen op dun papier met de catechismus.

Het zware boek kreeg voorin mijn tas een plekje. Ik had hem als enige boek gekaft met boeklon. Het Vergat je hem, dan volgden zware sancties. Zeker een proefkonijn werd geacht altijd het boek der boeken bij zich te hebben.

Sindsdien moet ik als ik woord proefkonijn lees, altijd terugdenken aan die ochtend ergens in augustus aan het begin van de Mavo. De eerste klas, de brugklas. We waren proefkonijnen. Voor het eerst experimenteerden ze met het geven van een bijbel, in plaats van het verplicht te stellen voor ouders. Zo zaten we allemaal met de juiste vertaling voor onze neus en hoefde er niks meer mis te gaan.

Waar moet jij aan denken bij het proefkonijn? Ben jij weleens een proefkonijn geweest of voel je je weleens een proefkonijn? Wanneer hoorde jij voor het eerst het woord proefkonijn? En denk je bij het woord gelijk aan dierproeven of ben je meer bezig met het overdrachtelijke woord proefkonijn?

#WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Deelname is geheel vrijblijvend. Plaats een reactie onder dit bericht waarin je het linkje plaatst naar je blog. De #WoT is opgezet door @metkcom en daarna door @webpixelqueen overgenomen. Vanaf september 2014 heb ik het stokje overgenomen.

De vreemdeling in het Palazzo d’Oro

20140831_185406Tijdens zijn reis door de binnenlanden van Afrika, schrijft Paul Theroux in Dark Star Safari een novelle. Het boek wordt een jaar na het reisboek uitgegeven onder de naam De vreemdeling in het Palazzo d’Oro. In zijn reisverhaal doet Paul Theroux veel over het schrijfproces uit de doeken. Het schrijven van het lange erotische verhaal dient als troost, afleiding en zinnige tijdsbesteding.

Na het lezen van het reisverhaal werd ik erg nieuwsgierig naar de novelle. Paul Theroux noemt De vreemdeling in het Palazzo d’Oro een erotische novelle. Hij wekte daarmee grote verwachtingen bij mij.

De vreemdeling in het Palazzo d’Oro is een bijzonder verhaal. Het gaat over een dame van adel, de Gräfin, van wie de ik-verteller moeilijk de leeftijd kan inschatten. Hij ontmoet haar op Sicilië, in Taormina. De Gräfin is er met haar arts Haroun, die duidelijk op mannen valt. Hij daagt de student die de ik-verteller is uit en zegt hem dat de Gräfin op zoek is naar zijn genegenheid.

Als hij haar dan eindelijk verovert, komt het verhaal in een erotische versnelling:

We communiceerden via aanraking, vlees was alles, en als in een nabootsing van taal gebruikten we onze monden, onze lippen, onze tanden, kussend, likkend. Mijn mond zwierf over haar hele lijf, die van haar over dat van mij. Na dagen van verhongering, verslonden we elkaar in het duister. (72)

De erotiek komt helemaal los in het verhaal van Paul Theroux. Hij wil weg van haar omdat hij beseft dat het niet meer lust is dat hem leidt, maar dat de Gräfin hem in haar macht heeft. De vrijheid die hij had, heeft hij ingeleverd voor de lust.

Daarnaast is het vooral een verhaal over oud worden. Zeker als de hoofdpersoon ontdekt dat de Gräfin wel zijn moeder had kunnen zijn, misschien wel zelfs zijn grootmoeder. Na de ontdekking keert hij juist naar haar terug, uit bewondering voor het prachtige werk die haar arts Haroun bij haar heeft gedaan.

Het einde is een ander verhaal, aangezien de roman begint met de zin:

Dit is mijn enige verhaal. Nu ik zestig ben, kan ik het vertellen.

Het is namelijk een raamvertelling van de oude man die naar Taormina terugkeert en verliefd wordt op een jong meisje. Hier lijkt het verhaal cyclisch te worden, maar Paul Theroux weet dit op een mooie manier te breken.

Daarmee is het verhaal meer geworden dat het Leidmotief dat hij onderweg in de Afrikaanse hotels en bussen schreef aan de erotische novelle. Het is zelfs iets meer dan een erotische novelle.

Paul Theroux: De vreemdeling in het Palazzo d’Oro. Oorspronkelijke titel: The Stranger at the Palazzo d’Oro. Vertaald door Theo Hendriks. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 2003. ISBN: 90 450 1059 3.

Erotisch verhaal

20140831_185357Aan boord van het schip de Philae komt Paul Theroux op zijn tocht door Afrika een zestal oudere, uitbundige blonde vrouwen tegen. De Duitse dames zijn op reis met een Levantijnse arts. De man is een plastisch chirurg die de dames behandeld heeft. Ze zien er allemaal hetzelfde uit, aar de dames zijn zo sknp om te zien dat niet zij een compliment verdienden maar de arts.

Het bracht hem op het idee terwijl hij de Nijlcruise vervolgt:

Dat geweldige inzicht leek mij een geweldig onderwerp voor een verhaal: bijvoorbeeld over de relatie van een jongeman met een veel oudere vrouw die er uitziet als dertig, en die op reis is met haar plastisch chirurg. Om mezelf te kalmeren met de illusie dat ik werkte, begon ik aan dat verhaal te schrijven. Dit is mijn enige verhaal. Nu ik zestig ben, kan ik het vertellen… Naarmate de dagen en weken verstreken, werd dit verhaal beurtelings melancholiek, komisch, weemoedig en op een troostende manier erotisch. (59)

Vanaf dat moment gaat het verhaal als het erotisch verhaal waaraan Paul Theroux werkt. Het wordt een steeds langer verhaal ‘over die jongeman en die oudere vrouw op het zomerse Sicilië.’ (229) Het erotisch verhaal groeit uit tot een novelle.

In Harar, Lilongwe en in de luxebus van Harare naar Johannesburg. Overal werkt hij aan de erotische novelle. IN de bus zit hij naast een evangelist terwijl hij de spannende passages opschrijft in het schrift dat op zijn schoot ligt. Dan volgt een citaat van Paul Theroux uit de novelle die hij schrijft:

In dat sombere sterrenlicht stond nog een verschijning die mij een wijnglas overhandigde, terwijl zij nog steeds haar kanten handschoenen droeg. Ik nam een slokje, raakte haar hand aan en werd verrast door de warmte van het kant, haar vlees had haar handschoen verwarmd, en toen ik mijn hand uitstak om haar borsten aan te raken, stond ik versteld van de manier waarop haar lichaam haar zijden hemdje had verwarmd, haar japon, haar mouwen… (415)

Als de evangelist met hem in gesprek komt, daagt Paul Theroux hem op zijn bekende manier uit. Het stelt bijna onmogelijk kritische vragen over het geloof. Flauw en niet het meest indrukwekkende gedeelte van het reisverslag. De vermenging met de passages uit de erotische novelle, laten zien dat voor Paul Theroux het schrijven een vorm van meditatie is. Daarbij bestrijdt hij zijn eenzaamheid door te krabbelen in het schriftje.

Tijdens zijn week in het reservaat, voegt hij nog pagina’s toe aan zijn erotisch verhaal. Het verhaal krijgt de lengte van een novelle van honderd pagina’s. Daar in Zuid-Afrika rondt hij de novelle af:

De uren dat het donker was, gebruikte ik om me van het raam af te wenden en verder te krabbelen aan mijn erotische verhaal; ik kopieerde en verbeterde het, en zei tegen mezelf dat zelfs de grote kunstenaars Utamaro en Hokusai weleens iets erotisch hadden gemaakt, tot aan porno toe zelfs. De Japanners haden een mooi eufemisme voor dergeljk werk bedacht – dat noemden ze shunga, ‘lentebeelden’. (494)

Zo schrijft het verhaal af en kopieert het in een nette versie die hij bij zich draagt. Het is zijn redding. Als later zijn tas uit een kluis in het hotel wordt gestolen terwijl hij een paar dagen de hort op is. Gelukkig heeft hij de verbeterde kopie van zijn erotisch verhaal bij zich gedragen de tas die hij wel bij zich droeg.

Het verhaal waaraan Paul Theroux onderweg schreef, is een jaar na Dark Star Safari verschenen in 2003 onder de titel The Stranger at the Palazzo d’Oro. In hetzelfde jaar is het boek vertaald door Theo Hendriks als De vreemdeling in het Palazzo d’Oro. Naast de novelle bevat het boek nog een paar heel lezenswaardige verhalen.

Paul Theroux: Dark Star Safari, Een reis van Caïro naar Kaapstad. Oorspronkelijke titel: Dark Star Safari. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 2003. ISBN: 90 450 1056 9.

Paul Theroux: De vreemdeling in het Palazzo d’Oro. Oorspronkelijke titel: The Stranger at the Palazzo d’Oro. Vertaald door Theo Hendriks. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 2003. ISBN: 90 450 1059 3.

Conducteur Ad Harms

20140921_145934Bijna alle conducteurs die je kaart controleren vergeet je weer. Gelukkig maar. Soms blijven ze hangen. Dan zie je ze later en herkent ze. Een conductrice die ik daar eens op attendeerde, was er niet zo blij mee.

Na de herkenning verdwijnt de conducteur even snel weer uit je geheugen. Een conducteur hoort in de trein, de herinnering aan een conducteur ook.

Bij het openslaan van het tijdschriftje Spoor herkende ik hem meteen: Ad Harms. Deze hoofdconducteur krijgt extra aandacht in het herfstnummer van dit tijdschrift voor vaste klanten van NS. Harms reist het liefst ’s nachts. ‘In een vorig leven ben ik vast mol geweest, of een vleermuis’, zegt hij in het artikel.

Ik ken Ad Harms niet van de nachttrein. Ik herkende hem als de conducteur bij een grote storing in Utrecht. Het was 2009 en ik zat in de stoptrein naar Almere. We zouden vertrekken, maar bleven staan. De conducteur riep om dat we nog niet konden vertrekken. Er was iets met de wissels.

Daarna hield hij ons keurig op de hoogte. Zo vertelde hij later dat we geen toestemming kregen om te vertrekken. Hij legde keurig uit dat de treindienstleiding het niet verantwoord vond om weg te rijden. Ze konden namelijk geen contact leggen met de treinen onderweg. Na de wisselstoring was er een complete communicatiestoring opgetreden. Zonder de organisatie af te vallen, vroeg hij ons om begrip.

Zijn geduldige en heldere uitleg hielp mee aan het begrip. Ook zijn spijtige houding toen de trein uiteindelijk niet vertrok en wij allemaal noodgedwongen moesten uitstappen, verdiende respect. Buiten de trein gaf hij zijn persoonlijke excuses voor de situatie en probeerde iedereen zo goed mogelijk te helpen.

Zo’n conducteur zou bij de top van NS moeten spreken over serviceverlening. Het begint al met de algehele communicatie op het station en online. Hoeveel beter zou dat kunnen. Ad Harms liet mij zien hoe het beter kan. Hij deed dit vooral vanuit zijn liefde voor het vak en de dienstverlenende houding tegenover de reizigers.

Later reisde ik nog weleens met hem mee. Ook toen viel mij zijn gastvrijheid en vriendelijkheid op. Iemand met veel plezier in het werk en met hart voor de reizigers. Daarom is het helemaal terecht dat hij zo’n mooi plaatsje heeft gekregen in dit nummer van Spoor.

Non-fictie – #50books

20140921_193858Het meeste dat ik lees is fictie. Ik ben gek op verhalen en vind het heerlijk om mij in een droomwereld te begeven. Een boek helpt mij daar helemaal bij. Ik kruip mij in het verhaal en ben in de geschreven wereld.

Daardoor zijn 9 van de 10 boeken die ik lees fictie. Toch waag ik mij soms ook aan een non-fictie boek. Het leeuwendeel van deze non-fictie-boeken zijn biografieën. Daarnaast lees ik ook wel praktische boeken zoals nu het boek Hypotheekvrij! van Gerhard Hormann. Het is een handleiding hoe je (versneld) de hypotheek van je huis kunt aflossen.

Er zijn best veel non-fictieboeken die heel goed zijn blijven hangen. Zoals het boek De prooi van Jeroen Smit over het graaien van bankiers. Aan de hand van de bestuurders van ABN Amro vertelt Jeroen Smit het verhaal van de bankwereld voor de wereldwijde financiële crisis. De totale gekte en het geldgraaien zorgen voor de enorme neergang en soms zelfs ondergang van de banken.

Ik heb genoten van de mooie manier waarop Jeroen Smit het verhaal geconstrueerd heeft, in combinatie met de literaire stijl waarmee hij te werk gaat. Het helpt mee om het verhaal op een mooie manier over te brengen op de lezer.

Deze vorm wint het voor mij van veel informatieve boeken die enkel als doel hebben om informatie over te dragen. Die boeken lees ik tussendoor en vluchtig. Ze krijgen minder aandacht omdat ze het ook niet echt vragen. Jammer, omdat het onderwerp vaak genoeg interessant is.

Die literaire vorm ontbreekt bij het boek Hypotheekvrij! van Gerhard Hormann. Hier komen de tips sterker in naar voren. Het gevaar bij dit soort boeken boordevol met tips is dat het teveel wordt. Ik doe het rustig aan en sla soms een stuk over dat me verveelt of teveel voor zichzelf spreekt.

Gelukkig treft die verveling mij minder snel bij boeken over geschiedenis zoals over het Rampjaar 1672 of het boek van Maarten van Rossem over de macht van het westen en kolonialisme. In eigenlijke zin geen fictie, maar inspirerend genoeg om de fantasie te prikkelen.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 38 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.