Veiligheidsdienst

image

Er zijn niet veel romans die over de Binnenlandse Veiligheidsdienst gaan. De BVD krijgt over het geheel genomen niet zoveel aandacht. Soms besteedt een journalist er een vluchtige bijdrage aan in een tijdschrift, maar het onderwerp blijft meestal onbesproken.

Het lezen van interview met een oude bekende bracht Gerrit Komrij tot het schrijven van zijn laatste roman De loopjongen. In het interview kwam een oude studiegenoot aan het woord die vertelde dat hij geronseld was om voor de veiligheidsdienst spionage-activiteiten te doen. Een kleurloos type vond Komrij, maar hij vond het idee interessant genoeg dat hij er een roman over schreef.

Met de wetenschap dat hij niet lang meer te leven had, is het een vreemde prioriteit die hij stelde. Zeker ook omdat hij het voorrang gaf aan zijn laatste dichtbundel. Gerrit Komrij is niet een groot romanschrijver. Hij doet uitstekend research en laat het boek tot in detail kloppen, maar Gerrit Komrij weet zijn personages niet tot leven te wekken. Het blijft een verhaal dat de beleving en fantasie van de lezer niet weet te raken.

Hoe anders is het bij Leeuwenstrijd, Een familieroman van Thomas van Aalten. Hij behandelt hetzelfde onderwerp – en vele andere – over spionages, veiligheidsdiensten en infiltraties. Hij weet het onderwerp heel goed tot leven te wekken en plaatst het in een perspectief dat een diepere betekenis in het verhaal geeft.

Het gaat dan niet meer over de veiligheidsdienst, maar het stijgt daar ver bovenuit. Het gaat over verraad, familiebanden en wat dit met mensen doet. Thomas van Aalten weet het uit de historie te halen en het in het verhaal te passen.

Daarmee krijgt het een heel mooie positie in de roman en past naadloos in het verhaal. Hij heeft dat ontzettend mooi gedaan en slaagt in iets waarin Gerrit Komrij niet in geslaagd is. Namelijk: de historie tot leven wekken.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Thomas van Aaltens roman Leeuwenstrijd, Een familieroman. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Thomas van Aalten: Leeuwenstrijd, Een familieroman. Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2014. 384 pagina’s. ISBN: 9789046816370 Prijs: € 19,95

Begeleidend briefje

imageEen leuke opdracht voor de stagiaire vond Hielke. Hij mocht dit jaar de stagiair begeleiden op de afdeling publiciteit. Met het schrijven van een begeleidend briefje bij de roman Leeuwenstrijd die de bloggers van Een perfecte dag voor literatuur kregen toegestuurd, kon weinig misgaan.

Hij liet het meisje de brief tikken, controleerde zorgvuldig het geschrevene, markeerde wat wijzigen in het document en liet het verder aan de vierdejaars communicatiekunde over. Dat kon niet meer misgaan.

Wel kwam het blonde grietje nog even aan zijn bureau met de vraag hoe het nu werkte met het voorbedrukte papier. Hij was gehaast en vertelde dat het papier met de letters naar boven in het apparaat moesten worden gelegd. Eerst een keer printen en dan kijken of het goed uitkomt. Het gaat weleens mis.

imageAan het eind van die werkdag bedacht hij opeens dat het papier met de letters naar beneden in het apparaat moest. Hij vergiste er zich regelmatig in. Daarom liet hij het ook altijd aan anderen over. Hij vergat het verder aan zijn stagiaire te vragen.

Hielke was het vergeten totdat hij een blog van de bloggers van Een perfecte dag voor literatuur zag. Het ging over het briefje waarbij het briefhoofd van de uitgeverij aan de verkeerde kant was terechtgekomen. Geen woord over de roman Leeuwenstrijd, Een familieroman van Thomas van Aalten.

Je kunt ook niks overlaten aan de stagiaire, dacht hij. En daarna, wat kinderachtig van zo’n blogger om uitgerekend te gaan bloggen over het briefhoofd van het begeleidend briefje. Je kon beter een professionele recensent iets over het boek laten schrijven in plaats van zo’n blogger die vluchtte in een blogje over het begeleidende briefje.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Thomas van Aaltens roman Leeuwenstrijd, Een familieroman. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Thomas van Aalten: Leeuwenstrijd, Een familieroman. Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2014. 384 pagina’s. ISBN: 9789046816370 Prijs: € 19,95

Dinosaurus en kever

imageOp zoek naar het meer waar de dinosaurus gezien zou zijn, tekent de Congolees Manou een plattegrond van het meer. Zo kan Redmond O’Hanlon zien waar ergens de dinosaurus zich ophoudt in het meer Lac Télé. Dan bedient de verteller zich van een prachtig staaltje vertelkunst:

Een klein rood kevertje, een soort meikever, werd aangelokt door de lichtstraal en stortte neer, midden in Lac Télé, stopte zijn vleugels onder zijn glimmende schild, kroop naar het noordoosten om de dinosaurus te inspecteren, opende zijn schild weer en zigzagde weg, de duisternis in. (398)

Hier hanteert Redmond O’Hanlon een prachtige vergelijking. Op de plattegrond verandert het kevertje in een monster. Het is beeldspraak waarbij het kleine groot wordt en een mug bijna letterlijk in een olifant verandert.

Redmond O’Hanlon: Congo. Oorsponkelijke titel: Congo Journey. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Amsterdam, Uitgeverij Atlas, 1996. 568 pagina’s. ISBN: 90 254 0165 1

Fetisj

image

Het begint een traditioneel ingrediënt in de reisboeken van Redmond O’Hanlon te worden, zijn fetisj-kamer in zijn huis. Boudewijn Büch wist op televisie al een bezoekje aan deze bijzondere kamer te filmen. In de boeken van O’Hanlon komen het gevonden vogelei en de teen van de overleden vriend steeds terug.

Het boek Congo opent zelfs bij de féticheuse om een zegen voor de reis door de oerwouden van Congo te vragen. Verderop weet hij zelfs een fetisj te bemachtigen van een tovenaar.

[D]e fetisj die je nu in je handen houdt, meneer Redmond, die bevat de vinger van een kind. De geest van dat kind zal je beschermen. Die geest zla je behoeden voor gedachten die oud en treurig zijn. Die geest zal je vrijwaren van ziekte. De fetisj zelf is geheim. (230)

Hij stopt de fetisj veilig in zijn broekzak en voelt er soms aan om zijn angsten te bezweren. Het staat in schril contrast met O’Hanlons houding tegenover het christendom. Dat vindt hij waanzin, terwijl zelfs de Congolezen hem op de hypocriete houding wijzen.

Een kruis om de nek dragen, is ook een fetisj. Het eten en drinken van het lichaam en bloed van het grote blanke hoofd, is geen reden om de Afrikanen uit te lachen om hun geloof.

Redmond O’Hanlon krijgt zelfs de status van tovenaar als de Congolezen vernemen dat hij in huis een kamertje heeft met allerlei ‘herinneringen’, zoals hij het zelf noemt. Volgens Manou is het een fetisjhuisje, zoals Afrikanen.

Je ziet er blank uit, maar je bent een Afrikaan. Je voorouders, dat zijn eigenlijk Afrikanen, de oude mensen, de voorouders, pygmeeën die zo van het oerwoud houden. (560)

Ik ben het helemaal met Manou eens.

Redmond O’Hanlon heeft later een prachtige televisie-aflevering gemaakt over zijn fetisj met de vinger van een kind erin. Hij achterhaalt een hele handel in lichaamsdelen van overleden kinderen. Hierom verdwijnen veel kinderen in bepaalde Afrikaanse landen. Om nooit meer terug te keren.

Zie hoe hij op zoek gaat naar de oorsprong van zijn fetisj

Redmond O’Hanlon: Congo. Oorsponkelijke titel: Congo Journey. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Amsterdam, Uitgeverij Atlas, 1996. 568 pagina’s. ISBN: 90 254 0165 1

Gevonden!

imageOp een maand na bijna een jaar geleden zag ik het eerste filmpje van mijn neefje. Ik genoot van de eerste beelden van dit kleine ventje. Opgenomen op het mobieltje van mijn zwager, het beeld een beetje trillerig. Ik moest gelijk denken aan het eerste filmpje dat ik van Doris maakte.

Ik doorzocht alle computers en (harde) schijven in huis, maar vond het niet. Het was waarschijnlijk opgenomen op Inges mobieltje, ’s nachts na de geboorte. We hadden geen fototoestel mee, kochten een wegwerpcamera en maakten nog wat foto’s moet Inges mobiel.

Van de foto’s zijn er nog wat overgebleven. Het filmpje was echter spoorloos verdwenen. Mogelijk stond het nog op het mobieltje, maar hij was leeg en de oplader was nergens meer te vinden. Kwijt. Het beeld zou mogelijk voorgoed verloren zijn.

Ik zocht nog op andere plekken, startte zelfs een oude computer op, maar vond het filmpje niet meer. Ik had er vrede mee. Het was niet anders. De herinnering aan het eerste beeld, met friemelende vingers, was sterker dan het beeld zelf.

Tot Inge bij het opruimen ineens de oplader vond. Nu was de telefoon verdwenen. Ze had gezocht, maar hij was nergens te vinden. ‘Misschien heb ik hem wel weggegooid,’ zei Inge. Ik kon het niet geloven. ‘Heb je al bij de televisie gekeken,’ zei ik. ‘Daar heb ik hem de laatste keer gezien.’ Ik sprak de zin uit en zag hem liggen voor de televisie.

De oplader bleek inderdaad te passen. We laadden de oude mobiel en hij kwam weer tot leven op de Sim-kaart van Doris. En daar was het filmpje: het filmpje van vlak na de geboorte, met friemelende vingertjes.

En er staan nog veel meer filmpjes en foto’s op het mobieltje. We hebben gisteren heerlijk herinneringen opgehaald aan de hand van de filmpjes van de kleine Doris, Inges moeder en onze lieve teckel Sientje.

Lezen in de jungle

imageLeest in Tussen Orinoco en Amazone zijn reisgenoot Simon Stockton eindeloos in de klassiekers van Dostojevski. Ook in Congo is er een reisgenoot van Redmond O’Hanlon die leest. Medereiziger Lary Shaffer leest in Congo onderweg DickensOur Mutual Friend en Martin Chuzzlewit.

Het ontwikkelt zich net als in het vorige reisboek tot een heus Leidmotief, waarnaar de verteller O’Hanlon met zichtbaar genoegen verwijst. Zoals wanneer Redmond in zijn rugzak op zoek is naar iets. Hij kan het niet vinden en krijgt van zijn lezende vriend een uitdrukkelijk advies:

Weet je, als je hebt gevonden wat je in godsnaam nou weer zoekt, misschien zou je dan meteen even die verdomde drieënzestig zwarte sokken vol maden die je hier in de tent hebt uitgestrooid, kunnen oprapen en terugdoen waar ze thuishoren: in die stinkende backpack van je, wat een levensgroot gevaar voor de volksgezondheid is. (256)

Lary Shaffer – een filmer die voor Nobelprijswinnaar Nico Tinbergen werkte – leest vooral ’s avonds in de tent bij het licht van de zaklantaarn. Niet zoals die eerdere reisgenoot Simon Stockton aan boord van de boot of al trekkend door het oerwoud.

De Congolezen zien het lezen van Dickens als een goede daad. Manou bijvoorbeeld wil dolgraag gaan studeren in Amerika en net als Lary de boeken van Dickens gaan lezen, in zijn zelfgebouwde huis.

En ’s avonds zal ik die Dickens lezen, en ik zal alle films van doctor Lary bekijken en ik zal saka-saka eten en ik zal Coca-Cola drinken, en Johnny Walker, Black Label. […]; ik geef samen met doctor Lary les, we zijn werkers, we werken samen, we zijn elkaars gelijken, we waarderen elkaar. (557)

Lary Shaffer reist maar een gedeelte met Redmond O’Hanlon mee en hij bereikt zelfs nooit het meer met de dinosaurus. Hij weet een echte band weten op te bouwen met de Congolezen, iets waar Redmond pas aan het einde van zijn boek in slaagt. Hij krijgt dan vooral respect voor zijn fetisj-kamer.

Redmond O’Hanlon: Congo. Oorsponkelijke titel: Congo Journey. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Amsterdam, Uitgeverij Atlas, 1996. 568 pagina’s. ISBN: 90 254 0165 1

Congo

imageNa de twee grote reisverslagen over Borneo (1984) en in het Amazonegebied van Brazilië (1988) bezoekt hij in Congo (1996) het derde grote regenwoud van de wereld. Het zijn de drie hot spots die het weer van de wereld bepalen. Met dit laatste bezoek heeft Redmond O’Hanlon alledrie de gebieden in kaart gebracht.

Het bezoek aan de drie gebieden bestrijkt een periode van ongeveer tien jaar. Hierin geeft O’Hanlon een mooi beeld hoe snel het leven op de aardbol verandert. De bedreiging van het regenwoud krijgt steeds prominenter een plek in zijn boeken.

In Congo gaat hij op zoek naar de dinosaurus in het Lac Télé, een groot meer dat midden in het regenwoud van Congo ligt. Het behoort tot één van de vele voorbodes waar de reisverhalen van Redmond O’Hanlon overgoten zijn. Hij weet de lezer hiermee prachtig te bespelen.

Je weet dat de dinosaurus is uitgestorven, maar je weet ook dat Redmond O’Hanlons voorbodes altijd uitkomen. Bijvoorbeeld als hij zegt dat hij nooit ziek is geworden onderweg.

‘Malaria heb ik nog nooit gehad.’ Maar toen ik dacht aan onze avond met de féticheuse kreeg ik meteen spijt van mijn grote woorden. (46)

Je weet dat hij een paar bladzijden later ongetwijfeld overvallen zal worden door een malaria-aanval. Of erger.

Het bezoek aan de féticheuse waarnaar hij in het fragment refereert, is nog eens zo’n O’Hanlon-element dat in al zijn boeken terugkeert. Het heimelijke geloof in het bezoek aan zo’n tovenaar waaraan hij het hele verhaal kan ophangen. Als het goed afloopt, ligt het aan de fetisj. Als het slecht gaat, ligt het aan dezelfde fetisj.

De fetisj die hij wat later bemachtigt, heeft dezelfde functie. Zijn begeleiders refereren graag naar deze afwijking. Net als dat het bijzondere kamertje in zijn huis voorbijkomt, met vogeleieren, het kootje van een teen van een overleden vriend en de vele andere eigenaardigheden uit het verleden.

Het maakt zijn verhaal tot een adembenemend reisverslag, waarbij de mond geregeld openvalt van verbazing. Juist de grote hoeveelheid Brits relativeringsvermogen maakt het boek Congo tot een hoogtepunt van de drie regenwoudboeken van Redmond O’Hanlon.

Redmond O’Hanlon: Congo. Oorsponkelijke titel: Congo Journey. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Amsterdam, Uitgeverij Atlas, 1996. 568 pagina’s. ISBN: 90 254 0165 1

Kongo en Congo

imageIk kwam laatst de bundel met reisverhalen Naar huis tegen in de kringloopwinkel van Diemen. In deze bundel met verhalen van Boudewijn Büch, Charles Darwin en Paul Theroux, staat ook een verhaal van Redmond O’Hanlon. Het verhaal heeft de veelzeggende titel ‘Kongo’.

De verantwoording aan het eind van het 190 pagina’s tellende boekje vermeldt de vertaler van dit verhaal, Tinke Davids. Dan volgt een belangrijke zin over het grote reisboek van Redmond O’Hanlon dat nog moet verschijnen: ‘Kongo verschijnt najaar 1993′.

Najaar 1993 verschijnt het grote reisboek van Redmond O’Hanlon niet. En de jaren erop ook niet. Pas in september 1996 verschijnt de eerste druk van dit boek. Het telt meer dan 50 pagina’s en heeft de titel Congo gekregen.

Het verraadt iets van de moeite die Redmond O’Hanlon heeft om tot zijn prachtige reisverhalen te komen. Een proces dat jaren kost van schrijven, schrappen, herschrijven en veranderen. Het meest blijkt dat nog als je het verhaal ‘Kongo’ naast het grote reisverhaal legt.

Het verhaal uit Naar huis vindt in het grote reisverhaal Congo een plekje in de hoofdstukken 30, 31 en 32. Hij kiest ervoor in het korte verhaal om de naam van Léonard achterwege te laten en te beperken tot Commandant.

Het verhaal is echt een fragment gebleven en is moeilijk los te lezen van het grotere geheel. Veel van de context die het grote reisverhaal bevat, valt in het korte verhaal weg. Wel blijft de prachtige vertelwijze overeind die O’Hanlon zo kenmerkt. Het verhaal nodigt daarmee uit tot het lezen van het grote reisverslag.

Redmond O’Hanlon: Congo. Oorsponkelijke titel: Congo Journey. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Amsterdam, Uitgeverij Atlas, 1996. 568 pagina’s. ISBN: 90 254 0165 1

Warm grasland – Fietsen bij 33 graden (2)

image

Voorbij de koeien kon ik weer op mijn stalen ros stappen. De bomen om mij heen en het frisse briesje haalden de ergste warmte weg. Zo arriveerde ik bij de brede brug, passeerde een man die languit op de picknicktafel lag in de volle zon. Die was gek.

Onder de brug voer een bootje met een jongen en meisje. Ze kwamen aan de andere kant tevoorschijn. De jongen natuurlijk aan het roer. Voor de jongen alle reden om het gas extra aan te draaien. Ze verdwenen snel uit het zicht. Ik reed verder tussen het hoge gras en hoorde hoe de steentjes onder mijn wielen kraakten.

image

Een bevinding die ik eens las bij Martin Bril over geluid. Geluid klinkt zo anders op een warme dag. Het lijkt dof en schel tegelijk. Tussen het moment dat het steentje onder de band komt en dan ineens wegschiet, lijkt intenser en harder. De warmte neemt het geluid sneller mee. Net als dat het geluid van de ochtend anders klinkt dan het geluid van de avond.

Ik reed voorbij het bankje waar ik een paar maanden geleden nog even zat en het telefoontje kreeg: de uitnodiging voor het sollicitatiegesprek bij het bedrijf waar ik nu werk. Ik fietste er nu langs, want de zon brandde vol op het bankje. Ik zou er levend verbranden op dit uur.

image

Daar kwamen de uitkijktorens in zicht. Ik stuitte snel op de plek waar een paar weken geleden vandalen een deel van de schutting verwoestten en in brand staken. Ik keek over het natte land. Een paar eenden en ganzen. Een enkele witte reiger, maar geen lepelaar. Het was te warm.

De hitte steeg duidelijk op uit het grasland. De vogels vlogen niet, er was geen beroering. Alleen die paar ganzen en eenden op het gras. Verder hield iedereen zich koest. Zoals het ook hoort bij dit weer. De warmte dwong ze het rustig aan te doen. Net als ik.

image

De warmte deed ook op mijn conditie zijn aanslag. De warme wind zorgde lang voor afkoeling, daardoor had ik minder in de gaten hoe warm het eigenlijk was. Dat kreeg ik verderop door. Ik voelde de vermoeidheid toeslaan. Doorfietsen en zo snel mogelijk naar huis.

Fietsen bij 33 graden (1)

image

Hoe zouden de vogels zich gedragen met deze hitte? Ik vroeg het mij terwijl het kwik al een eindje in de dertig graden verbleef. Het raadsel kon natuurlijk eenvoudig worden opgelost. Naar de Lepelaarplassen fietsen om te ontdekken wat die beesten doen met deze temperatuur.

Ik stapte op de fiets en reed eerst nog langs de kringloopwinkel om te jagen op leuke boeken. Het lijkt wel of in de vakantieperiode veel interessantere boeken liggen bij de kringloopwinkel. Binnen een week tref ik al twee boeken aan waar ik langere tijd naar op zoek ben. Zo ook op deze warme zomerdag waarbij het kwik al een flink eind in de dertig graden verbleef.

image

Maar de fietsrit richting Lepelaarplassen kon ik niet voorkomen. De verrekijker lag in de fietstas. De boodschappen opgehaald bij de Albert Heijn zouden de hoge temperatuur wel even kunnen verdragen en de voorband was juist extra hard opgepompt voor een langer tochtje op de fiets.

Ik voelde de warme wind mij tegemoet waaien, maar het irriteerde absoluut niet. Het voelde zelfs best aangenaam. Ik fietste langs de Almeerse strandjes. De badgasten stonden puffend in de rij bij de ijskraam. De rest probeerde zich in het hoge gras onder de bomen te beschutten tegen de felle zon. Ik fietste op het gemakje langs jengelende kinderen met opblaasbeesten op de rug en zwetende zonnegoden en godinnen.

image

Ik fietste langs de vissende Polen en frisbeeënde kinderen op het kinderfeestje van Michael. Of dat vertelden de briefjes die aan de bomen hingen om de richting naar het feestje aan te geven. Ik fietste alles voorbij. Zag tieners van de ophaalbrug in het water duiken. De spartelende lijven bewogen in de richting van de aanlegsteiger, om daar watertrappelend te hangen.

Ik was er nog niet, een racefietser met een erg gebruind lichaam passeerde mij en ik sloeg de weg van de eenzamen in. Er fietste daar niemand. Alleen de koeien versperden mijn weg. Ze namen ook helemaal geen aanstalte om mij uit de weg te gaan.

image

Hitte en nieuwsgierigheid belette dat. Ik slalomde maar lopend, met de fiets aan de hand tussen het koevolk door. Ze liepen een eindje met mij op en ik accepteerde maar dat ik door de dikke, bruine koeienvlaai heen moest stappen.

Morgen deel 2 van deze warme omzwerving