Fusillade in Veenendaal

image

In Het Boschhuis van Pauline Broekema wordt een paar keer Veenendaal opgevoerd. Bijvoorbeeld als de tabaksteelt en bijbehorende industrie aan de orde komen. Maar ook in negatieve zin, wordt Veenendaal opgevoerd in het verhaal. In de bossen bij Veenendaal wordt op 20 november 1944 Pieter Julius ter Beek gefusilleerd.

Hij sterft voor het vuurpeloton vanwege zijn verzetsactiviteiten. Samen met vijf anderen wordt hij neergeschoten als vergeldingsactie voor een aanslag in de bossen bij de Amerongse Berg op een Duitse soldaat. In het bos, bij de Elsterberg vlakbij de weg van Veenendaal naar Elst, wordt hij gefusilleerd.

image

Oude Veensegrindweg

Ik ben er naartoe geweest. Iets achter de kruising met de Oude Veensegrindweg, herinnert een natuurstenen kruis aan deze verschrikkelijke gebeurtenis. Vlak voor het schot laat Pieter nog zijn protest horen in een: ‘Leve de koningin!’ De reconstructie van de fusillade is heel mooi beschreven door Pauline Broekema.

De plek ligt vlakbij het Zandgat en waar vroeger het ziekenhuis was. Ik speelde daar vroeger regelmatig. Een vriendje heeft er zelfs vlakbij gewoond. Deze gedenkplek kende ik niet. Niet bewust. Het kruis is vanaf de weg naar Elst moeilijk te zien. Als je het weet, zie je het liggen. Als je het niet weet, ga je er snel aan voorbij.

image

Ik ben erheen gegaan en heb bij het kruis gestaan. Daar staande, droeg ik de passages over de fusillade voor uit Het Boschhuis van Pauline Broekema. Heel bijzonder om zo voorlezend stil te staan bij dit aangrijpende moment uit deze familiekroniek.

Fragment over fusillade

Bekijk het fragment waar ik een paar passages over de fusillade op de plek zelf voordraag. Schakel de ondertiteling aan om de tekst mee te lezen.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Pauline Broekema’s familiekroniek Het Boschhuis, Kroniek van een familie. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Pauline Broekema: Het Boschhuis, Kroniek van een familie. De Arbeiderspers, 2014. 471 pagina’s. ISBN: 9789029588973 Prijs: € 19,95

Ongecorrigeerde drukproef

ongecorrigeerd-drukproef-het-boschhuisAl weken ligt hij bij mij in huis, de ongecorrigeerde drukproef van Pauline Broekema’s Het Boschhuis, Een familiekroniek. Ik heb hem ook al een paar weken uit, maar ik sla hem nog geregeld open.

Zoals twee weken geleden toen ik naar Amsterdam fietste en langs de plekken uit het boek reed: Muiderberg, in Amsterdam de Hollandsche Schouwburg en het oude kantoor van de Gooische Stoomtram.

Een paar week eerder ging ik in Veenendaal op zoek naar de fussiladeplaats zoals die in het boek beschreven wordt. Ik maakte er een filmpje en las er een passage uit het boek voor. Allemaal plaatsen die dankzij het boek extra gingen leven.

Morgen is het zover. Dan begin ik met de eerste blog van een reeks die ik over dit boek geschreven heb. De familiekroniek van Pauline Broekema daagt daar genoeg voor uit. Het wordt een mooie reeks, met veel verhalen en gezichtspunten.

Daarbij ga ik niet alleen dieper in op het boek van Pauline Broekema. Er zullen veel andere boeken en verhalen voorbijkomen in de blogs.

Jean Kwok: Bijna thuis

image

De roman Bijna thuis vertelt het verhaal van Kimberly – Ah-Kim – die op elfjarige leeftijd van Hongkong naar New York emigreert. Ze is met haar moeder. Haar vader is overleden. Op uitnodiging van haar moeders zus, tante Paula zijn ze naar Amerika geëmigreerd.

Om haar tante te helpen, is het voorwendsel. Maar ze worden in een onleefbaar en eigenlijk onbewoonbaar appartement in Brooklyn gestopt. En ze mogen werken in de textielfabriek waar tante Paula en haar man oom Bob bedrijfsleider zijn.

Ze krijgen verschrikkelijk slecht betaald waarbij tante Paula ook nog eens veel geld inhoudt om een schuld te vereffenen. De schuld bestaat uit kosten van de oversteek en medicijnen die Kims moeder kreeg toen ze tbc had.

Ze moeten leven in een appartement zonder verwarming. Zelfs ontbreken fatsoenlijke ramen en het ongedierte tiert er welig. In de fabriek krijgen ze per kledingstuk betaald, waardoor ze een heel karig loon bij elkaar weten te sprokkelen.

Kim gaat naar een school in een achterstandswijk en heeft het er moeilijk mee de taal en in haar ogen vreemde gewoonten aan te leren. Bovendien probeert ze na schooltijd haar moeder zoveel mogelijk te helpen in de fabriek. Ze levert een harde strijd om haar weg in deze andere maatschappij te vinden. Ze leeft in twee werelden.

Als ze bijvoorbeeld tot diep in de nacht in de fabriek heeft gewerkt, terwijl ze de volgende dag een belangrijke mondelinge toets heeft op school:

Ik voelde me net een vogelverschrikker bij harde wind. Ik kon elk moment omver worden geblazen, in talloze stukjes uiteenvallen, en dan zou ik wakker worden en merken dat er niets van me over was, niets van de persoon die ik zo graag wilde zijn. (195)

Jean Kwok weet prachtig de vertwijfeling bij Kimberly te beschrijven. Ze verwoordt de totale vervreemding waarmee Kim wordt geconfronteerd op een humoristische wijze en met mooie beeldspraak. Je wordt meegenomen in het verhaal en de beleving van Kimberly.

Daarbij weet ze het gedrag van de medeleerlingen en docenten, maar ook van haar tante en moeder op een innemende manier over te brengen op de lezer. Want Kimberly krijgt een applaus aan het einde van de toets. De docenten hebben zich vergist. Kimberly is echt zo slim.

Ze doet dit nooit op een vervelende manier, zoals Lulu Wang bijvoorbeeld wel op mij overkomt. Jean Kwok stelt het verhaal zelf centraal. En dat verhaal staat als een huis. Ze weet een hele wereld tot leven te wekken van Chinese migranten die overleven en vechten voor hun nieuwe bestaan.

Jean Kwok: Bijna thuis. Vertaling Jeannet Dekker. Oorspronkelijk titel: Girl in Translation Amsterdam: De Boekerij, 2010. 303 pagina’s. ISBN: 9789022553640
Binnenkort in voordelige editie verkrijgbaar voor: € 7,50 (ISBN: 9879022570845)

Meegenomen

image

De ontmoeting met Jean Kwok bij het blogevent van Meulenhoff maakte me nieuwsgierig naar haar debuutroman Bijna thuis. Zo nieuwsgierig dat ik hem afgelopen zaterdag bij de bibliotheek leende en gelijk aan het lezen sloeg.

Ik las het afgelopen weekend lekker in de tuin en de afgelopen dagen onderweg in de trein naar mijn werk. Ik legde even de stapel boeken aan de kant die ik momenteel voor het blogproject Een perfecte dag voor literatuur lees.

Jean Kwok nam mij mee naar een andere wereld, de wereld van een Chinese immigrante en haar dochter in New York. Het is een verhaal over uitbuiting en overleven in de jungle van het westen.

Bijna thuis is het verhaal over de fabrieken waarin migranten onder erbarmelijke omstandigheden moeten werken. Over de onbewoonbare huizen waarin ze worden gestopt. Zonder verwarming, waar de kakkerlakken, muizen en ratten rondlopen. Het is een verschrikkelijk leven dat je niemand gunt. Ze zetten de oven aan om zich voorzichtig aan te warmen.

De warmte van de oven kwam nooit tot aan de muren, de vloer of meubels. Alles straalde kou uit die tot in onze lijven doordrong, en onze lijven waren afgezien van de muizen de enige bron van warmte in het hele pand. Zelfs vlak voor de oven waren mijn vingertoppen altijd gevoelloos en kon ik mijn vingers niet goed buigen. (57)

Het is niet zo heel verwonderlijk dan Kimberly altijd ziekelijk is en met een loopneus rondloopt. Jean Kwok schetst hier een wereld die zover afstaat van mijn dagelijkse leven. Ze weet dit leven aan de onderkant van de samenleving op een prachtige manier tot leven te wekken. Ze vertelt het verhaal dat doordrongen is van leven en vooral van overleven.

Hoe een moeder en dochter vechten voor beter leven en hoe ze elkaar daarin steunen en ondersteunen. Juist de secure beschrijving van gebeurtenissen, situaties en omstandigheden maken het verhaal tot een indrukwekkend verhaal.

Jean Kwok: Bijna thuis. Vertaling Jeannet Dekker. Oorspronkelijk titel: Girl in Translation Amsterdam: De Boekerij, 2010. 303 pagina’s. ISBN: 9789022553640
Binnenkort in voordelige editie verkrijgbaar voor: € 7,50 (ISBN: 9879022570845)

Apart drieluik

imageHet boekje Zuid-Afrika’s traditie is onderdeel van een drieluik, uitgegeven door de Zuid-Afrikaanse ambassade in 1969. Ik heb alleen het eerste deeltje. De rest heb ik (helaas) niet weten te bemachtigen. De andere delen van deze trilogie heten Vooruitzicht en verandering en Vooruitgang door afzonderlijke ontwikkeling.

De andere delen zullen wel meer van de apartheidsgedachte verwoorden. Ik moet het met dit ene deeltje over traditie doen. De apartheid is in dit propagandamateriaal heel mooi verwerkt. Zo krijgt de bantoe-muziek een eigen hoofdstukje onder het grotere Volksmuziek. Net als de bantoe-schilderijen en houtsnijwerk. Ook Radio Bantoe wordt apart besproken. Het krijgt allemaal een aparte benadering.

imageDe literatuur van de Bantoe’s heeft een uitvoerige behandeling. Helemaal los van wat de blanken als Van Wyk Louw schrijven, bespreekt de propaganda de bantoe-cultuur als een heuse antropoloog:

De laatste tijd is de sociale roman begonnen de plaats van de historische in te nemen. Professor Nyembezi, één van de vooraanstaande en vruchtbare  Zoeloe schrijvers, heeft de gave om personen uit te beelden in tegenstelling tot het merendeel van de Bantoe-schrijvers, die over het geheel genomen eerder geneigd zijn tot het geven van een beschrijving tot op zekere hoogte moraliseren. (24)

Het lijkt wel dat de schrijver van dit boekje zijn eigen tekst bekritiseert.

Van Wyk Louw

imageIk lees in het boekje Zuid-Afrika’s traditie, Een kort overzicht van kunst en cultuur in de Republiek Zuid-Afrika. Bij een foto van de Zuid-Afrikaanse dichter Nicolaas Petrus van Wyk Louw staat:

de meest vooraanstaande Zuidafrikaanse dichter. Louw was enige tijd hoogleraar in de Afrikaanse taal aan een Nederlandse universiteit.

Allemaal in cursieve letter, het is een onderschrift bij een foto. Ook verderop in de tekst zelf klinken lovende woorden over hem:

de gangmaker van zijn generatie. Van de alleenspraak ging hij via het epische gedicht, de moderne ballade en de dramatische monoloog naar het poëtische drama. (16)

Een ander boek dat ik bij het Zuid-Afrikahuis kreeg, is iets minder enthousiast over deze dichter. Het is het boek van Gerrit Schutte: De Vrije Universiteit en Zuid-Afrika.

Louws hoogleraarschap aan de Vrije Universiteit wordt bediscussieerd binnen de universiteitsmuren. De dichter zelf was zelf niet erg gecharmeerd over de ijver van de Zuid-Afrikaanse studenten aan de VU. In een brief aan Scholtz zou Louw hebben geschreven:

ek weet dat hulle die ellendigste, cru-ste menings oor ons vraagstukke het en die hier en links en regs verkondig (380)

Deze studenten zijn op hun beurt veel positiever over de dichter. In de gesprekken met elkaar en bij de hoogleraar thuis horen ze voor het eerst openlijk over de apartheid.

De universiteit was wat minder enthousiast over de dichter vanwege zijn (weinig christelijke) levensstijl. Dat stond hoger aangeschreven dan zijn houding tegenover de ‘vraagstukke’ in Zuid-Afrika.

Van Deyssel over Maurits

imageDe vondst van het eerste deel van Van Deyssels Verzamelde opstellen wordt extra beloond met het boek zelf. Wat een geweldig deel is dit. De lezer krijgt een bundel prachtige essay’s te lezen.

Mijn oog valt meteen op de recensie van Van Deyssel over de boeken van Maurits Van de suiker in de tabak en Hoe hij Raad van Indië werd. Maurits is het pseudoniem van P.A. Daum en Lodewijk van Deyssel is laaiend enthousiast over de boeken van deze schrijver. Hij schrijft aanstekelijk over de boeken van deze journalist uit Nederlands-Indië.

De heer Maurits heeft die twee voortreffelijke boeken geschreven, waarvan de titels hier boven staan, en daarmeê heeft-i me een groot plezier gedaan. Dat klinkt misschien verwaand, dat ik zeg, dat-i mij dar meê een groot plezier heeft gedaan. Ik kan ’t niet helpen, en tóch móet ik ’t zóo zeggen, want dit is precies wat ik dacht na de lezing dier boeken: jongen, kerel, Maurits, wat doe je me daar erg veel plezier meê. (237/238)

Wat mij vooral treft is de prachtige stijl die Van Deyssel hier hanteert. Geen opsmuk en met heel veel humor. Ik heb erg gelachen bij het lezen van de recensie en vermoedde dat Van Deyssel dit humoristisch bedoelde. Hij schrijft over de levensechte verhalen van Maurits. Van Deyssel leest liever dit soort verhalen doordrenkt van het leven dan de saaie literaire verhandelingen van auteurs als Terburch.

Hij gaat ver in zijn bewondering en daarbij hanteert hij extreme bewoordingen. Bijvoorbeeld wanneer hij schrijft dat hij moest huilen bij het lezen van een passage in Hoe hij Raad van Indië werd.

Er zijn menschen, die gauw huilen, maar ík huil niet gauw en bij een boek nog minder gauw als bijv. in de komedie, maar toen de heer Maurits mij vertelde van Corries dood toen ze ’n ’n kind kreeg, in zijn “Raad van Indië”, tóen heb ik eventjes moeten huilen en daar ben ik hem zeer, zeer dankbaar voor.'(239)

Het komt licht overdreven op mij over. Al vermeldt Van Deyssel aan het einde van de bespreking dat Maurits zich kan wedijveren met grote auteurs uit het buitenland, ‘die een uitnemende reaktie zijn tegen de suffigheden van menig duf hollandsch schrijver.’ (240)

Ik sloeg het eerste deel van Harry Pricks biografie over het leven van Lodewijk van Deyssel open. Het boek zat eveneens in het lot. Daar schrijft Harry Prick dat Van Deyssel een zwak had voor de boeken van Maurits. Dan volgt een heel lang citaat uit de boekbespreking uit het eerste deel van de Verzamelde opstellen.

imageGeen woord te bespeuren over de ironische bewoordingen waarin Van Deyssel zich uitdrukt. Maar volle ernst. En helemaal kan ik dat niet geloven. Misschien bewonderde hij Maurits, maar hij doet dit wel met erg veel humor.

En dan weet ik gelijk weer wat ik in de hedendaagse kritiek mis: de humor. Gerrit Komrij deed het soms, maar het kan niet vaak genoeg. Humor helpt zeker om kritiek leuk te maken en haalt de angel van het venijn eruit.

Van Deyssels Verzamelde opstellen

imageOp een veiling kocht ik laatst de Verzamelde opstellen van Lodewijk van Deyssel. Ze zaten in een lot met liefst 38 banden met boeken van en over Van Deyssel. Ik haalde de boeken op en liep door de natte straten van Leiden.

Thuisgekomen telde ik de boeken na. Tot mijn schrik ontdekte ik dat ik een deel van de elf-delige serie Verzamelde opstellen miste. Enig uitzoekwerk maakte het alleen maar erger. Ik miste het eerste deeltje.

Ik nam gelijk contact op met het veilinghuis. Eerst vroeg de contactpersoon of ik echt goed gekeken had. Ja, ik had echt heel goed gekeken. Het lot moest uit 38 banden bestaan en ik telde er 37. Ze zouden gaan kijken of het deel ergens zou liggen.
imageHet bleef even stil en ik vreesde het ergste. Tot ik na het weekend een berichtje tegenkwam. Ze hadden het boek gevonden. Het was per ongeluk terechtgekomen bij de restanten die aan een opkoper waren verkocht.

Gelukkig bracht hij het boek terug en stuurden ze het eerste deel van de Verzamelde opstellen kosteloos naar mij. Vergezeld met het pakketje ging een stapeltje excuses.

Ik heb ze allemaal aanvaard, want ik was helemaal blij. Ik heb nu de Verzamelde opstellen van Lodewijk van Deyssel!

Kritiek – #50books #WoT

imageEen interessante vraag die Martha stelt bij de #50books van vorige week. Wie hebben er meer kijk op het recenseren van boeken: bloggers of krant- en tijdschriftrecensenten? Moet je om een goede kritiek te schrijven veel weten van lezen, schrijven en boeken?

Bij het blogevent van uitgeverij Meulenhoff gaf Marieke Groen een workshop recensie schrijven. Ze wees op het verschil tussen een blogrecensie en een krantenrecensie. De eerste zou vooral persoonlijk schrijven en de krantenrecensent zou vooral een professioneel lezer zijn.

Professioneel lezen

Wat is een professioneel lezer? Is dat iemand die Nederlands of literatuurwetenschap heeft gestudeerd? Of is het iemand die zich voldoende heeft ingelikt in het literair circuit?

De recensies in krant of tijdschrift kenmerken zich vooral door mooischrijverij. Maar geven ze een duidelijk beeld en bijbehorend oordeel over het boek? Het lezen van veel boekenblogs geven mij een gemengde maar goede indruk van een boek. Daar hoef ik niet persé een recensie uit de krant voor te lezen.

Boek niet gelezen

Bovendien tref ik maar al te vaak krantenrecensies aan waarbij ik zeker weet dat de recensent het boek niet gelezen heeft. Die twijfel heb ik niet bij het lezen van boekbesprekingen op blogs. Daarbij zijn ze dikwijls onconventioneel en geven een orginele kijk op het boek.

Het verschil tussen professioneel of normaal lezen, bestaat niet. Elke lezer is een lezer, waarom zou de ene lezer meer waard zijn dan de andere? Ik lees soms blogs met een originele kijk op boeken die ik niet in kranten tegenkom. Ze zijn voor mij waardevoller dan menig professionele kritiek. Goede kritiek draait niet om professionaliteit maar om de kritiek die gegeven wordt.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 24 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Zonnebril en rimpels

image

Ik scande de te lenen boeken net in bij de bibliotheek. Ineens kwam ze voorbij. Precies dezelfde donkere zonnebril en rimpels op het gezicht. Dezelfde grijze haren en het pruilmondje.

Daar liep dezelfde uitstraling voorbij als de vrouw op de cover van Een vrouw op 1000 graden van Hallgrímur Helgason.

Ik schrik en kijk met grote ogen de vrouw aan. Ik zie niks achter de donkere glazen. Ze ziet wel mijn verbazing maar ik kijk in de duisternis van het glas.

Ze knikt en zegt gedag. Ik knik terug en groet. Ze verdwijnt om de hoek. Het personage Here Björnsson is langsgelopen. En alles is weer zoals het was.

Alleen mijn verbazing klopt nog door mijn lijf. Ik heb Here Björnsson gezien!