De eerste klap is een daalder waard

image

Een naamloos meisje in haar eerste baan voor een kleine uitgeverij. En afgunstig voor haar bazin. Marte Kaan gooit met het eerste verhaal ‘Een keurig meisje’ in haar verhalenbundel Saboteur gelijk alle registers open.

Mijn antipathie was acuut en onomkeerbaar. Ik had een hekel aan alles waar ze voor stond.

Ze slaat in haar gedrag om en zoekt juist de goedkeuring van haar bazin. Het verhaal dat ontstaat, moet dramatisch eindigen. Zeker ook omdat de vertelster ook de minnaar van haar bazin probeert te winnen, een vooraanstaand literair criticus, met ‘handen die elke week een schrijver naar God tikten’.

De grimmige sfeer waarin de ik-vertelster haar verhaal vertelt, maakt het tot een verhaal dat je bijblijft. De precieze toedracht blijft onduidelijk, maar Marte Kaan roept een schimmige wereld op met dit verhaal.

De eerste klap

Die eerste klap is een daalder waard in de verhalenbundel Saboteur. De verhalen die volgen staan er in de schaduw van, maar zijn zeker niet minder. Ze laten een andere wereld zien.

Vrijwel alle personages in de verhalen zijn vrouw, in de knoei met zichzelf en gek op wijn. Vier flessen witte wijn per dag is geen uitzondering. Ze zoeken houvast in de drank, die ze daar niet vinden. Ze proberen een draai te vinden in het leven, maar eindigen allemaal steevast in doldwaze triestheid.

Knal

De knal aan het begin van het verhaal, soms letterlijk. Die eerste klap die altijd weer een daalder waard is.

Het vliegtuig ontploft.

Dat is de openingszin van het verhaal ‘New York’.

Of:

Ze is net van de pers gerold.

De openingszin van het verhaal ‘Hoofdredacteur’. Ze roept er prachtige beelden mee op en legt verbanden tussen metaforen en het verhaal.

Verdwijnende metafoor

Soms verdwijnt de metafoor langzaam met het verhaal zoals in ‘Uitschot’ gebeurt. Daarin verzucht de vertelster dat er een brand is geweest in de onderbuik van het gebouw. Het gebouw verandert in een zwartgeblakerde ruïne.

Op een weirde manier esthetisch. Dat gebouw ben ik.

Even lijkt het of het werkelijk om een gebouw gaat, maar geleidelijk verdwijnt de metafoor en verandert in een psychotherapeut. Net zo jaloers op andere vrouwen als in het eerste verhaal.

Geheimzinnige wereld

Het is die sfeer die je bij de kladden grijpt bij het lezen van Marte Kaan. Een geheimzinnige wereld van vrouwen die zich verstoppen tussen de bladzijden en soms ineens naakt voor je staan.

Zoals in het verhaal ‘Expat’. De hoofdpersoon is een zielige vrouw, ver weg en met een man die altijd van huis is. Ook hier de sprekende zinnen die eigenlijk al het hele verhaal vertellen:

Toen haar man en baan in het buitenland kreeg aangeboden zei hij ja zonder met haar te overleggen. Na de eerste schok zag zij haar kans schoon haar leven een aura van bijzonderheid te verschaffen. Ze vertelde haar vriendinnen dat het een gezamenlijke beslissing was. (76)

Ze wordt omringd door de meegenomen boeken. Ze zullen ongelezen in de kast blijven staan, verklapt de verteller. Alleen de huishoudster geeft nog afleiding. Haar vriendinnen in Nederland zijn onbereikbaar.

Zo biedt Marte Kaan een inkijkje in een leven dat aan de buitenkant zoveel lijkt voor te stellen. Maar de innerlijke wereld van de expatvrouw van dit verhaal ziet er in en in triest uit. Net zoals vrijwel alle personages in de verhalen van Marte Kaan.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Marte Kaans verhalenbundel Saboteur. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Marte Kaan: Saboteur. Verhalen. Amsterdam: Ambo, 2014. 144 pagina’s. Prijs: 16,95 euro

Dicht bij huis genieten

imageEr zijn mensen die vinden dat je elke dag iets anders zou moeten doen. Ze denken dat iets anders iets nieuws oplevert. Er zijn mensen die hele wereld over reizen op zoek naar iets nieuws. Ze zien niks nieuws, want ze nemen zichzelf mee en vergeten dat ze alles door dezelfde bril zien.

Bovendien vergelijken ze alles wat ze zien. De zee die ze nu zien vergelijken ze met al die andere zeeën die ze hebben gezien. De berg met al die andere bergen en het bos met al die andere bossen. Ze zien dus iets anders, maar ze vergelijken het met wat ze eerder zagen.

Paul Theroux noemt dat heel mooi als hij in de trein zit met een stel toeristen, op weg naar Machu Picchu. De toeristen vertellen honderduit aan de anderen waar ze allemaal geweest zijn en zien niet waar ze nu zijn.

Reizen heeft ook weinig met iets nieuws zien te maken. Zelden ontmoeten toeristen echt de ander. Ze leven in hun eigen cocon en kijken met het boekje in de hand. Dat reizen vertelt meer wie ze zijn, dan dat ze zichzelf leren kennen via de ander. Ze willen de buitenwereld vertellen waar ze niet allemaal geweest zijn. Reizen is meer status dan een beleving.

Ik las een mooie bevinding van Steven Gort. Hij schreef dat hij onlangs ontdekte hoe mooi zijn achtertuin is. Vlakbij huis was hij het bos in gegaan en zag dingen die hij niet eerder gezien had.

Ik moest denken aan Martin Bril. Hij stelt in het essay ‘De kunst van het wandelen’ dat een wandeling niet te lang mag duren (een uur maximaal) en dat je het liefst dezelfde wandeling moet maken. Je ziet iets als je er vaak aan voorbij gaat. Er vallen pas dingen op als je ze vaak ziet.

Sinds ik dat gelezen heb, houd ik er rekening mee. Je kunt de mooiste uitgestippelde routes lopen. En soms doe ik dat ook, maar het rondje hier door het park is mij het dierbaarste. Ik loop het elke dag, niet precies hetzelfde, maar ongeveer dezelfde paadjes. Ik markeer mijn route met een serie foto’s die ik onderweg maak.

Verder kijk ik vooral, naar de dingen waar ik eerder achteloos aan voorbij liep. Ik zie en hoor dan dingen van dat moment. Gisteren waren de blaadjes ook groen, maar niet zo groen als vandaag. De lucht licht anders dan een dag eerder. Net als dat het geluid van de vogels anders fluit dan gisteren.

Het is het moment dat je dan proeft. Het moment. Je wordt niet afgeleid door het nieuwe en onbekende. Je kunt het gebied in je opnemen zoals het is. Je kent het immers, weet precies waar de bomen staan en hoe het licht valt. Je wordt niet afgeleid door het verhaal dat je straks thuis moet vertellen van wat je allemaal aan nieuwe dingen gezien hebt.

Nee, je staat er gewoon en voelt de lucht strelen, ziet het licht vallen, hoort wat er op dat moment is.

Ik vind dat zo heerlijk en intens. Ik hoef helemaal niet meer weg. Of zoals dat boertje eens vertelde die nog nooit de zee had gezien. ‘Ik ben nog lang niet klaar met wat hier allemaal is. Waarom zou ik dan de zee moeten zien?’

Omzwervingen: Schaapskudde

imageHeerlijk de aanblik van de schaapskudde die sinds vorig jaar door Almere graast. Ik kwam ze tegen bij mijn fietsritje naar de Lepelaarsplassen. Ze lopen in een begrenst stukje grasland, omheind door een tijdelijk hek dat onder stroom staat.

De herder zat knus tussen zijn schapen. In de berm stond zijn bestelwagentje geparkeerd. De auto verried dat de herder even poolshoogte nam om dadelijk zijn weg weer te vervolgen.

De schapen graasden ondertussen van het malse gras. Op het fietspad vertelden de schapenkeutels dat ze daar onlangs hun stappen hadden gezet. Ik keek naar het vredig tafereel. Dat hier midden in de stad een herder met zijn kudde liep.

Dat is nog eens wat anders dan ik op de basisschool leerde. Het liedje, dat gepresenteerd werd als ‘heel oud’ vertelde van een herder die op de grote, stille weide eenzaam rond dwaalde met zijn kudde schapen. Deze herder tuurde op zijn mobieltje in het kielzog van een rijtje flatgebouwen.

Sinds ik de herder met zijn schapen zag lopen, vraag ik mij af of dit niet een idee is voor andere stadsdelen. Hier wordt het gras gemaaid. Het malse en voedingsrijke gras dat gemaaid is, blijft liggen en verstikt zo het nieuwe gras.

Waarom zou de kade van onze gracht niet lekker mogen worden afgegraasd door een schaapskudde? Het levert ook nog eens wol en kaas op. Zo wordt het kostbare land in de stad nog eens extra goed benut.

Dan heb ik het niet eens over het grote grasveld in het park. Nu poepen er alleen honden en gebeurt verder niks met dit voedingsrijke grasland. Kansen te over om in de stad te gaan boeren.

Poep en plas in een boek – #50books


De vraag voor vandaag gaat over welke boeken absoluut niet aan jou besteed zijn. De aanleiding hiervoor is een boek van Midas Dekkers over poep. Martha schrijft hierover: ‘Ik geloof niet dat dit een boek is dat ik graag zou lezen’. Jammergenoeg blijft de argumentatie wat haar weerhoudt om dit boek te lezen achterwege.

Natuurlijk ik zou het kunnen raden. Poep en pies is vies. Daar praat je niet over en schrijf je helemaal geen column over. Ondanks het wegvallen van de schaamte voor seks is het onderwerp poep en pies nog altijd in de schaamtezone verbannen.

Voor een gedeelte is het terecht. Het is ook echt vies om je met de uitwerpselen van anderen te bemoeien. Aan de andere kant levert het veel inspiratie en plezier op. Poep als metafoor voor alle andere bagger die je ‘uitschijt’. Wat dat betreft zou het best wat meer onder de aandacht mogen komen.

Gerrit Komrij was een verwoed verzamelaar van alles wat met poep en pies te maken had. Inclusief de subgroep van de scheet. Het kon hem een ongehoord plezier geven een boek te lezen waarin alle soorten scheten werden uitgelicht.

Of hij schreef er zelf over. Zoals in zijn eigen gedicht getiteld ‘Komrij’s patentwekker’, de kaars in het achterste die je op tijd zou wekken. Net als ‘Banaal alfabet’ dat zo op de lachspieren werkt dat een onverhoeds scheetje onontkoombaar lijkt.

En waarom niet daarover schrijven of lezen. Zoals Gerrit Komtij dat in zijn bijzondere boek Kakafonie zelf noemt in iets andere bewoordingen dan Midas Dekkers:

Minutieuze aandacht schenken we aan hoe het erin gaat – de structuur, de kook- en baktijd, het kleurenpalet – maar hoe het eruit gaat, daar doen we giechelig over. En het gaat er weer uit, bij iedereen. Het boek dat u nu in handen heeft is een omgekeerd kookboek, onafscheidelijk deel uitmakend van een tweedelig gastronomisch hoofdwerk. Het toont het ware gezicht van de mens. (5)

Ik heb niet zo’n fascinatie voor poep en plas als Gerrit Komrij. Ik kan soms wel meegaan in de metafoor. Tijdens mijn studententijd maakte ik er gretig misbruik van. Zo sterk dat bij mijn docent Oudere taalkunde Cor van Bree, bij een contralezing tegenover mijn lezing over dichten eens verzuchtte:

Freudiaans kan een en ander met de anale fase verband houden. De toiletmetaforiek van Hendrik-Jan zou althans in die richting kunnen wijzen.

Hij refereerde naar een sonnet dat ik in de lezing opvoerde over de gang van een heerlijke maaltijd door het menselijk lichaam. Het gedicht heeft nooit een verzamelbundel gehaald, maar ik beleefde destijds veel genoegen in het schrijven ervan.

De voorliefde voor de scatologie van Gerrit Komrij kwam sterk tot uiting toen in november 2012 het eerste deel van zijn bibliotheek onder de veilinghamer viel. Als merkteken was voor een kakkende heer gekozen. Zelfs op het toilet stond de beeltenis.

Zo vraag ik mij af waarom een geleerde heer niet over poep en plas mag schrijven zonder geleerd te zijn. Op zich trekt het boek van Midas Dekker mij niet, maar ergens ben ik best benieuwd wat hij erover te zeggen heeft. Waarom wel lezen over eten en niet over dat andere aspect van leven: wat er allemaal uit gaat.

 

#50books

Dit is het antwoord op vraag 17 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

Koningsdag

image

Het woord is nog wennen: koningsdag. De sfeer verschilt niet veel van Koninginnedag. Onze armen en nek ingesmeerd met zonnecrème en dan de stad in voor een bezoekje aan de vrijmarkt.

Al jaren zijn we van plan er zelf een keer te gaan staan met de spulletjes van zolder, maar steeds komt er iets tussen. We lopen door de rommel die wel van onze eigen zolder afkomstig lijkt.

image

Puzzels, gezelschapsspelletjes, boeken, oude spijkerbroeken en gescheurde shirtjes. De rommel lijkt niet aan te slepen. Het is ook lastig om iets te vinden. Nagenoeg met lege handen komen we weer thuis.

Gelukkig staat er wel een dame met papegaaien. Voor een euro aan het goede doel mag hij op je arm staan. Doris krijgt de blauwe ara Elvis op haar arm. De lange staart valt prachtig naar beneden. Achter ons staat een vijftig jaar oude papegaai. Tegen de kou draagt hij een gebreid truitje. Het maakt hem extra koddig.

image

Zo genieten we van het volksfeest en keren we om in de richting van huis. Zonder veel bijzonders dit keer. Dan hoeft dat later ook niet verkocht te worden. Ook op de vrijmarkt lijkt de crisis te zijn toegeslagen.

image

Oranje tompoezen

imageAan het eind van de middag voor Koningsdag nog snel de stad in voor een doosje Oranje Tompoezen. Het warenhuis met de eenheidsprijs is in Almere op de dag zelf dicht. Een hinderlijke gewoonte van de Hema hier.

In de plaatsen waar ik eerder woonde was de winkel op Koninginnedag gewoon open. In elk geval ’s morgens zodat je zo’n lekkere oranje tompoes ophaalde voor deze feestdag. Achter de speciale toonbank buiten werden ze verkocht. Nu hangt op de deur van de Hema dreigend een briefje: op Koningsdag zijn wij dicht!

Zo schuif ik een doosje oranje vrienden in mijn fietstas. Waarschijnlijk zijn ze op de Koningsdag zelf al verorberd. De tompoes is het lekkerste op de dag van aankoop. Dan is het glazuur nog niet hard en het koekje nog niet slof.

De stad is gonst al van de naderende feestdag. Mijn weg wordt regelmatig versperd door auto’s met aanhangers vol met troep uit de garage of van zolder. Een heuse cabrio waar grote schilderijen op de achterbank staan, met een aanhanger tjokvol gestouwd staat midden op het fietspad. De automobilist staat wild te gebaren naar iemand die verderop iets roept.

Ik rij verder. De eerste vrijmarkt kooplui staan al achter een zeil. De artikelen liggen nog in de dozen erom heen. Anderen verwachten blijkbaar hun verkoopwaar nog en zitten achter een leeg tafeltje of groot oranje zeil. Over een paar uurtjes schuifelt de massa hier voorbij. Een verkoper heeft drie grote tuinkabouters al klaarstaan. Zullen ze van eigenaar wisselen vandaag of belanden ze morgenavond in de vuilcontainers van de gemeente?

Tijd – #WoT

imageTijd is meer een beleving dan een exacte wetenschap. Elke seconde duurt in theorie even lang, maar de beleving van die seconde verschilt elke keer. Ik weet nog hoe ik als kind lang kon turen naar de klok en zag hoe traag hij liep.

Vooral in de tijd dat ik vakantiewerk deed en achter de lopende band het meest geestdodende werk aan mij voorbij zag komen. Dan keek ik vermoeid op de klok en zag dat er nog maar tien minuten verstreken waren. Het werd een sport zo min mogelijk op de klok te kijken en een juiste inschatting van tijd te maken.

Nu onderga ik de tijd niet meer zo. Meestal schat ik het wel goed in als het saai is. Het contrast dat de tijd vliegt en de andere keer de klok stroperig traag voorbij trekt, lijkt steeds minder groot te zijn. Ook als het genieten is, kan ik de tijd in hetzelfde tempo voorbij laten gaan als bij een vervelend moment.

Wel merk ik dat ik sneller van slag raak als er iets gebeurt met de tijd. Zoals bij de wisseling van wintertijd naar zomertijd en andersom. Dan ben ik een paar weken van slag. De tijd die ik in mijn hoofd heb, klopt niet met de tijd die de klok laat zien. Maar alles went, na een paar weken zit ik weer in het nieuwe ritme en weet feilloos hoe laat het is.

Omzwervingen: Op zoek naar de Lepelaar

imageGewoon even een middag op de pedalen. Ik fiets naar de Lepelaarsplassen. Op zoek naar de Lepelaar. Ik ben er vaak langs gehold en zag op het grasland de witte vogels lopen. Of het Lepelaars waren kon ik van zo’n afstand niet zien.

Vanmiddag ben ik gewapend met de verrekijker van mijn opa. Twee wandelaars lopen mij al tegemoet met hun verrekijker. Ze stoppen en kijken door hun kijker in mijn richting. Ik ga zelf eens turen tussen de kijkgaten die langs de route staan opgesteld. Soms verhoogd, andere keren verdiept. De verrekijker moet mij meer laten zien dan ik met het blote oog zie.

imageDe jonge runderen lopen voor mij uit over het fietspad. Als ik ze dicht genoeg nader, wijken ze voor mij uit. Schuchter springen ze in de richting van het struikgewas en loeren tot ik op een veilige afstand ben. Dan lopen ze weer in de richting van het fietspad. Dat loopt een stuk prettiger dan de drassige bodem naast het pad.

Ik kom bij een brede betonnen brug. ‘Lepelaarsbrug’ staat erop. Ik kan mij niet voorstellen waarom de brug zo breed is. De brede brug is er duidelijk voor een ander doel gebouwd dan het smalle schelpenpad waarmee de weg achter de brug vervolgt. Ik rij het pad op.

Bij de waterkant ga ik even zitten om te genieten van het mooie uitzicht over de Noorderplassen. Een bootje tuft voorbij en laat de twee eenden dobberen op de golven die het maakt.

imageIk stap weer op in de richting van de eerste uitkijkpost en tuur door de verrekijker van opa. Wat een uitzicht. Als het beeld scherp is, zie ik veel meer dan ik met het blote oog kan zien. Wat een vogels zeg. Ik zie hoe gansen, futen, eenden en zilverreigers over het grasland lopen, in het water poedelen of een mooie landing in de plas voor de uitkijkpost maken.

De volgende uitkijkpost is een heus huisje met een dak. Ik haal wat spinnenwebben weg die het zicht ontnemen. Op de grote plaat naast het kijkgat staan de vogels die ik zou kunnen zien. De lepelaar heeft veel weg van de witte reiger. De laatste heeft een ranke nek en een lenig voorkomen, de lepelaar is wat forser.

imagePas bij de volgende uitkijkpost, zie ik ze. Twee lepelaars ploegen door het water. Ik zie de kop omhoog komen en duidelijk de lepelvormige snavel. Eentje heeft beet en is flink in de weer met een gevangen visje. Hij schudt wild heen en weer om het diertje tot bedaren te krijgen.

Weer een uitkijkpost verder haal ik ze er onmiddellijk uit: een groepje van vier lepelaars waadt door de sloot. Wat een verschil met de reigers. De verrekijker haalt ze duidelijk naar voren tussen alle gansen, eenden en kieviten. Ik geniet. Het voelt eventjes alsof ik mijn eigen natuurfilm schiet.

imageHelemaal alleen op de fiets geniet ik van het zonnetje. In de berm ligt een eierschil. Helemaal leeggezogen, van boven een flink gat, maar ook aan de zijkant en onderkant gaten van een snavel die het ei heeft uitgezogen. Ik stop het voorzichtig in het zijvak van mijn fietstas en fiets naar huis.

Als ik thuis de poort inrij, hoor ik een zacht kraken. De fietstas schuurt tegen de poort aan en het ei valt helemaal in stukjes. Gelukkig heb ik de foto nog, maar ik kan het ding helaas niet bewaren zoals Redmond O’Hanlon altijd met zijn eiervondsten doet.

image

Omzwervingen: Gemeenlandshuis

20140331_123949
Voorbij het Diemerpark begint Amsterdam echt bij het Gemeenlandshuis. Hier zou Thijsse schokkend hebben gekeken naar het enorme viaduct waar de A10 overheen loopt. Het voortrazende verkeer ziet weinig van de kale bedoening onder de brug. Betonnen pijlers en graffiti lijken elke vorm van natuur te negeren.

20140331_123839Het Gemeenlandshuis waar Thijsse van schrijft dat hij er als kind in de omgeving speelde, staat er nu leeg bij. Er vindt momenteel een inwendige verbouwing in plaats. Ik tuurde naar binnen door het glas in lood, maar zag weinig meer dan steigers en de dikke steunbalken voor de verdieping boven de begane grond.

gemeenlandshuis bij amsterdamVan de haven waar Thijsse naar refereert zie ik niet zoveel. De bedrijvigheid heeft zich verplaatst naar de weg. Overal raast het autoverkeer langs en over je heen. De straten van en naar de oude stad zijn breed en vol met stoplichten. Voor een fietser uit Almere is dat wennen, bij elke kruising sta je stil. En er zijn verschrikkelijk veel kruisingen in Amsterdam.

20140331_124017Van deze kant de stad ingereden, langs de Hortus, verbaast mij de drukte. Midden op de weg een busje waar rustig uitgeladen wordt. Een file van ongeduldige, toeterende en scheldende Amsterdammers vormt zich op de smalle weg. Zo verlang je bijna naar de rustig voorbij varende binnenvaartschepen op het kanaal.

Omzwervingen: Met Jacques richting Amsterdam

20140412_175809Niet zo lang geleden vond ik het boek Langs de Zuiderzee van Jacques P. Thijsse. Het boek bevat een vijftal beschrijvingen van wandelingen en fietstochten. Het eindigt met een indrukwekkende vaartocht over de Zuiderzee. De beschrijvingen bevatten uitvoerige tochten. Een wandeling van Amsterdam naar Huizen heen en weer op één dag is heel normaal.

Ik kreeg gelijk het idee om Jacques P. Thijsse te gaan volgen. Het boek verscheen precies honderd jaar geleden en ik wilde eens op zoek gaan naar de plekken die Thijsse noemt in zijn boek. Ook wilde ik weten of de afbeeldingen nog terug te vinden waren in de werkelijkheid.

Daarom combineerde ik laatst een afspraak in Amsterdam met een fietsrit naar de hoofdstad. Het viel eigenlijk best tegen de afstand en ternauwernood bereikte ik de plaats van bestemming op het afgesproken tijdstip. Misschien kwam het ook door de afleiding die ik onderweg had.

muiderberg oude kerk

Ik fietste langs het oude Zuiderzeestrand bij Muiderberg, zakte af naar het water van het IJsselmeer. Het kabbelde tevreden tegen het houten afschot. Ik zag hoe het oude Kerkje aan Zee nu tussen de bomen verstopt ligt en probeerde de kustlijn van weleer op de foto te zetten.

De binnenzee van weleer ligt er nu kalmer bij dan toe. Al schijnt het dat het nog altijd flink tekeer kan gaan op het IJsselmeer. De dreiging voor het omringende land is wel verdwenen. De recreatie wint hierdoor terrein. Al eist de economie ook veel ruimte op in de vorm van energiecentrales en snelwegen. Het laatste vraagt in de omgeving tussen Naarden, Almere en Amsterdam veel ruimte voor de verbreding van de A1, A9 en A6.

Het grote verschil tussen toen en nu zijn de bomen die nu overal weelderig groeien. Het zoute en zilte water van toen verhinderde dat waarschijnlijk. De ruimte valt nu goeddeels weg in het groen. Het kerkje bij Muiderberg ligt helemaal verscholen in het groen.

Het witte dijkhuisje uit het boek is door de bomen eromheen helemaal onttrokken aan het zicht. Met moeite lukte het mij dit huisje dat tussen Muiderberg en Muiden aan de oude Zuiderzeedijk ligt op de camera te krijgen.

dijkhuisje bij muiderberg

Verderop grijpt de bebouwing in. Het Muiderslot vanaf het gezichtspunt in het boek, is nu nauwelijks te vinden. Vanaf de oude dijk, tegen de haven aan, staan hoge loodsen voor de reparatie van plezierjachten. Het Muiderslot valt helemaal weg achter deze schutting van bebouwing.

muiderslot

Terecht merkt Thijsse op dat de Zuiderzeekant een verwaarloosde kant is van Amsterdam. Honderd jaar later is daar weinig aan veranderd. Wat eens de mooie kant van de stad was, waar de schepen voeren van en naar de Oost, liggen nu verwaarloosde fabrieksloodsen, gammele bruggen en een tot park omgetoverde vuilstortplaats.

Gelukkig is er ook meer ruimte voor natuur, al schuren natuur en economie soms rakelings langs elkaar heen. Zoals bij de uitgebreide energiecentrale of bij de uitbreiding van de snelweg. Dan is het lastig plekjes te vinden waar geen verkeer rijdt.

De afbeeldingen zijn afkomstig uit Langs de Zuiderzee van Jacques P. Thijsse, eerste druk in 1914. De hier weergegeven afbeeldingen zijn gemaakt door Edzard Koning.