Comenius en Eben in Naarden

image

Het is niet mals wat Jan Amor Comenius in zijn boek Het Labyrint der Wereld en het Paradijs des Harten uit 1623 behandelt. Tijdens zijn reis door de wereld stuit de verteller op onbetrouwbare mensen. Uiteindelijk vindt hij bij God het vertrouwen dat hij zoekt.

Gisteren was in de Grote kerk in Naarden de uitvoering van een indrukwekkend muziekstuk van de Tjechische componist en organist Petr Eben aan de hand van Comenius’ boek. Wybe Kooijmans voerde het uit op het Witteorgel. Twaalf passages uit het boek werden voorgedragen door Henk E.S. Woldering.

De inleider van het concert, directeur van het Comeniusmuseum Hans van der Linde, schetste het duidelijk: ‘Stel, je bent 31 jaar. Je hebt niks meer. Je bibliotheek en manuscripten zijn verbrand. Je krijgt te horen dat je twee kinderen en vrouw gestorven zijn aan de pest. Wat ga je dan doen?’

De muzikale portretten die Petr Eben bij dit boek maakte, vallen helemaal in lijn met Comenius’ ideeën in zijn boek. In veertien improvisaties neemt Eben je mee in de wereld van Comenius. De voordracht van de door Eben geselecteerde fragmenten maakt het tot een indrukwekkende belevenis. De muziek was heel beeldend, zoals het rad van Fortuna, de pijlen die de dood schiet en de maskers die de mensen in de stad dragen.

image
Voordracht door Henk E.S. Woldring

Henk E.S. Woldring droeg de tekst mooi en gedragen voor. Hij wist de toehoorder goed in het bijzondere verhaal te trekken. Een verhaal boordevol met dramatiek waarin de beelden die de verteller oproept, extreem en grillig zijn. Bewust liet ik de tekst liggen wanneer Woldering de passages voordroeg. het gaf het verhaal een grotere mate van dramatiek en beleving voor mij.

De improvisaties deden de rest. Petr Eben weet met de compositie een sfeer op te roepen die nauw aansluit bij de wereld die Comenius schetst in zijn boek. Dat begint al bij de opening waarin al veel elementen naar voren komen die later zullen terugkomen. Wybe Kooijmans gebruikte misschien niet het tutti zoals Eben voorstelt in de aanwijzingen, maar de proloog stond als een huis.

image
Beeld van Jan Amos Comenius bij de Grote kerk van Naarden

Dat gold zeker ook voor de rest van de uitvoering. Kooijmans wist de toehoorder goed vast te houden in een afwisselend vertolking van de verschillende delen. Zo gebruikte hij veel van de mogelijkheden van dit Witte-orgel om de verschillende stemmingen en beelden van dit bijzondere muziekstuk kracht bij te zetten. Hierbij hield hij goed rekening met het improvisatorisch karakter van de verschillende werken.

Eben wist een profane sfeer op te roepen, die doet denken aan profane werken van Franz Liszt. Compleet met zachte strijkers, berustende akkoorden en mooie melodische lijnen. Eben maakte bij zijn compositie dankbaar gebruik gemaakt van de vele liederen die Comenius schreef. Hij verwerkte ze op een integere manier in zijn compositie.

Daarmee paste het concert goed in de lijdenstijd met het onderwerp over de teleurstelling in de medemens en de redding door God. De muzikale verwerking van Eben deed de rest. Het was een bittere gewaarwording om te zien dat de kerk in Naarden gisteren niet zo vol zat als wanneer over een paar weken de passiekoorts Naarden treft. Dan speelt de Matthäus in een ploegendienst.

De beleving die ik gistermiddag meemaakte, komt dicht in de buurt bij wat Bachs Matthäus bij mij oproept. De combinatie tussen literatuur en muziek maakte het tot een belevenis. Intens en indrukwekkend.

image

Zwijgen

image

Zwijgen staat centraal in Wat ik weet van Julie Berry. Het boek is een vertaling van All the Truth That’s In Me. Van de hoofdpersoon in Julie Berry’s roman is letterlijk een stuk van de tong afgesneden. Om haar te redden, zegt Judith Finch zelf.

Het blijkt echter een noodlottige verminking. Ze wordt verstoten door de gemeenschap waarin ze leeft en kan zich alleen redden door weer te gaan spreken.

Strekking

Dat is in het kort gezegd de strekking van het verhaal voor jongvolwassenen. De achterflap vermeldt ongeveer hetzelfde: ‘Opgesloten in haar eigen stilte, wordt Judith niet gezien en niet gehoord.’

Het 300 pagina’s tellende verhaal speelt in de kolonistenstadje met de naam Roswell Station. Het is een strenggelovige dorpsgemeenschap.

Dominee Frye en de schoolmeester Rupert Gillis houden de gemeenschap in de angstgreep. Verstoten worden is zo ongeveer het ergste dat je kan overkomen. Het geloof houdt de bewoners van het dorpje goed in de greep. Zo blijft er weinig speelruimte voor de geest over. Al zijn er allemaal verhalen die angstigverzwegen worden.

Inhoud

Het is het verhaal van Judith. Als ze veertien jaar is, verdwijnt ze. Het boek drijft op deze gebeurtenis. En vooral de vraag: wat is er precies gebeurd? Tot het einde toe blijft de precieze toedracht onduidelijk. De ontvoering en het afsnijden van haar tong, het waarom en hoe blijft in stilzwijgen gehuld.

Als ze na twee jaar terugkomt, kan ze niet meer praten. Haar tong is namelijk gedeeltelijk afgesneden. Haar vader is gestorven van verdriet om haar verdwijning. Haar moeder kan dit moeilijk accepteren. De gemeenschap ziet haar als een boodschapper van de duivel vanwege haar spraakgebrek. het vermoeden van seksueel misbruik maakt haar nog sterker tot verschoppeling.

Niemand is geïnteresseerd in haar verhaal, maar ze zijn bezig met de verdwijning van een ander meisje, Lottie. Judith draagt deze verhalen bij zich en de sleutels tot de oplossing. Het blijft stil. Gelukkig vindt ze wel steun bij de dorpelingen. Zoals bij de beeldschone Maria. Zij leert Judith weer te praten met minimale tong die ze nog in haar mond heeft.

Vorm

De vorm waarvoor schrijfster Julie Berry kiest, wekte in eerste instantie ergernis bij mij. Ze heeft het boek opgedeeld in vier delen, omringd door een proloog en een coda. De vier delen zijn weer opgedeeld in korte hoofdstukjes, bijna paragrafen.

Soms stokt een paragraaf midden in het verhaal om over te gaan in de volgende. Zo weet ze Boek Eén op te delen in liefst 97 korte hoofdstukjes. Misschien wil Julie Berry hiermee de jongere lezer tegemoet komen door het verhaal in hapklare stukjes op te dienen.

Opbouw

Het kostte mij vooral moeite om goed in het verhaal te kunnen komen. De verteller hutselt verschillende delen uit de geschiedenis door elkaar, waarmee het verhaal meer krijgt van een losse puzzel waarvan je zelf de bij elkaar horende stukjes aan elkaar mag plakken.

Pas de honderd pagina’s voorbij kwam ik enigszins in het verhaal en kon de lijn beter vormen. Mogelijk ook doordat het verhaal zelf ook minder gebruik maakte van terug- en vooruitwijzingen, maar gewoon in de lijn van de geschiedenis bleef.

Dan vind je uiteindelijk best een aardig verhaal, met een hoog gehalte van een EO-serie als dr. Quinn of Het kleine huis op de prairi. Het geloof speelt een grote rol, inclusief de citaten uit psalm 137. De verstikkende gemeenschap en bekrompen houding van dorpsgenoten werkt op mij als een rode lap op een stier. Het roept dingen in mij op waar ik liever niet aan denk.

Blijft het verhaal staan. Best een interessant verhaal. Het verhaal van een liefde, waaraan omstandigheden en gebeurtenissen trekken, maar die overeind blijft. Verder kabbelen personages, intriges en lastige moeders om deze lijn.

Stijl

Julie Berry heeft veel woorden nodig voor het vertellen van het verhaal. Woorden die haar personage Judith wat minder gretig gebruikt, al is zij zelf de verteller van het verhaal. Het verhaal vraagt daarmee veel geduld van de lezer. Geduld die ernstig op de proef wordt gesteld door de stijl.

De stijl blijft het grote hangijzer. Veel beschrijvingen en overbodigheden. Het haalt de vaart uit het verhaal en voegt dikwijls weinig toe. Pas aan het einde van het verhaal als de korte paragrafen verdwijnen, krijgt het verhaal vaart. Alsof de verteller eindelijk mag vertellen wat ze al op de eerste bladzijde zeggen wilde.

Normering

Voor het eerst heb ik de behoefte ook een echt oordeel over het boek te vellen. Daarom introduceer ik de ‘normering’. Hierbij geef ik sterren bij vier aspecten van het boek (inhoud, vorm, opbouw en stijl), waarna een eindoordeel volgt.

Ik heb voor Wat ik weet het volgende oordeel±

Inhoud: ***
Vorm: *
Opbouw: **
Stijl: *

Totaal: **

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Julie Berry Wat ik weet. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Bespreking van Julie Berry: Wat ik weet. Vertaling van All the Truth That’s In Me. Vertaald door Jenny de Jonge. Haarlem: Uitgeverij J.H. Gottmer, 2014. 302 pagina’s.

Zomertijd – daar is hij weer!

image

De trouwe volger van deze blog weet dat ik iets met – of beter: tegen – de zomertijd heb. Het uurtje dat de klok vooruit gezet wordt, stuit jaarlijks op een portie weerstand van mijn lijf. Dat uurtje eerder uit bed haalt mijn ritme door elkaar.

En elk jaar komt dat uurtje eerder weer op me af. Vorig jaar was ik er zo goed op voorbereid dat ik mij een week te vroeg al in de zomertijd waande. Het duurde nog een week voordat het zover was.

Zelfs deze voorbereiding was onvoldoende om niet dezelfde symptomen te hebben van vermoeidheid en verwarring. Ineens moet ik op de klok leven in plaats van luisteren mijn lichaam. Iets waar ik onwennig tegenover ben.

Alle tips ten spijt. Het helpt allemaal bitter weinig. Het lijf laat niet met zich sollen en heeft moeite met het schuiven van de klok.

Het kan bij mij ook te maken hebben met een bijbaantje als nachtportier dat ik in mijn studententijd had. Ik vond het heerlijk om ’s nachts te werken. Vooral in het begin, ging het als een speer. Maar het werd steeds moeilijker om het lichaam voor de gek te houden. Ik kreeg het niet meer voor elkaar en merkte dat de overgangen van ritme aan het einde en aan het begin van een dienst zwaarder werden.

Daarom stopte ik met het nachtportieren. Tijdens een van mijn laatste diensten leerde ik Inge kennen via internet. Dan begon ik mijn dienst met een mailtje aan haar en eindigde ik eveneens mijn dienst met een mailtje. Dan kon ze bij het wakker worden mijn berichtje lezen, terwijl ik net in bed lag.

Gelukkig lig ik nu ’s nachts lekker naast haar en mag haar ’s morgens vertellen waarover ik gedroomd heb. Al is het vannacht een uurtje korter.

Lees de andere blogs over de zomertijd

Paul Bowles

image

Tegenover de schrijvers die in hun vrijheid worden beknot, eindigt Paul Theroux De Zuilen van Hercules met een ontmoeting met de schrijven Paul Bowles in het Marokkaanse Tanger.

Het is een contrastrijk ontmoeting in vergelijking met de ontmoetingen met schrijvers in Egypte, Syrië en Israël. Paul Theroux heeft een prachtig gesprek met een schrijver die hij aanbidt. De Amerikaanse schrijver woont al jaren in Marokko. Hij voelt zich er vrij. Paul Bowles vindt het heerlijk om in een wereld te leven omringd door moslims.

De 80-jarige schrijver merkt dat hij veranderd is door in Marokko te wonen. Het heeft hem geduldiger en fatalistischer gemaakt. ‘Je hebt geen controle over de dingen, dus wat kan een mens doen?’ zegt hij tegen Paul Theroux. In het appartement in Tanger hoort Paul Theroux wat de Amerikaanse schrijver van moslims vindt: ‘Moslims maken hun geloof waar, het zijn zelden huichelaars.’

Een bijzondere kijk op de islam van de schrijver die vaak tot de Beats gerekend wordt. Hijzelf reageert maar afstandelijk op Beat-schrijvers die enkel in Marokko op doorreis waren. Paul Bowles lijkt meer op deze vrije schrijvers dan hijzelf wil doen geloven, stelt Paul Theroux:

In mijn ogen was hij een man die al zijn gevoelens verborg; hij had glinsterende ogen, maar een koele blik. Hij leek tegelijkertijd verstrooid, alwetend, werelds, afstandelijk, gereserveerd, ijdel, sceptisch, excentriek, onafhankelijk, onverwoestbaar, egotistisch en ontvankelijk voor lovende woorden. Hij leek op vrijwel alle andere schrijvers die ik van mijn leven had leren kennen. (507)

Zo eindigt de reis met een bevinding dat schrijven vrij en onafhankelijk maakt. Het zijn de basisingrediënten voor een schrijver. Een schrijver die monddood wordt gemaakt, is geen schrijver meer. Die is zijn mond verloren en daarmee zijn vrijheid.

Bespreking van Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.

Vrijheid – #WOT

image

Bij Paul Theroux’ reis door de landen rond het Middellandse Zeegebied, valt op hoeveel landen gebukt gaan onder een gebrek aan vrijheid. Ze leiden onder oorlog, bezetting of een dictatuur. Zo laat De Zuilen van Hercules zien dat misschien in Griekenland wel de democratie is uitgevonden. Veel landen om Griekenland worden overheerst door een tiran of er woedt een oorlog.

Dat begint al in de landen van het voormalig Joegoslavië. De oorlog is in volle gang als Paul Theroux er is. De stad Dubrovnik waar hij verblijft, is kort voor zijn bezoek getroffen door dertigduizend granaten. De oude binnenstad is weer hersteld in een poging het toerisme weer te laten opleven. De toeristen blijven weg uit angst voor het geweld. Als hij de stad liggen vanaf de berghelling achter Dubrovnik, ziet Paul Theroux de schade in de herstelde daken.

In Albanië is ook een gebrek aan vrijheid. Het land is net verlost van het bewind van de paranoïde dictator Enver Hoxha. In gesprek met Albanezen vertelt zijn taxichauffeur Adrian hoe ze hun dictator noemden: ‘Shokut Enver.’ Wat betekent: Vriend.

Dat was schitterend. De man die een muur rond hun land had gebouwd en hen had uitgehongerd en het licht had uitgedraaid en hun doodsbang had gemaakt en hen gevangen gezet en niet goed vond dat ze hun baard lieten staan, en die in fraaie villa’s woonde terwijl zij in hun hutten zaten en zuur brood aten of hun persoonlijke wapen reinigden (‘voor het geval van een aanval door de imperialisten’), die man was ‘Vriend Enver’. (290/291)

Het woord Shokur wordt nauwelijks meer gebruikt, vertelt zijn taxichauffeur. Het is te beladen door het verleden. Ze gebruiken nu het woord zoti, wat God betekent. ‘We zijn geen vrienden meer, we zijn nu goden.’

Albanië en Joegoslavië zijn niet de enige landen die gebukt gaan onder overheersing. In landen als Syrië, Israël, Libanon, Egypte en Libië moeten burgers of bepaalde bevolkingsgroepen het doen met een gebrek aan vrijheid.

In elk land vindt hij wel een schrijver die strijdt voor zijn vrijheid. In Egypte is dat de net neergestoken Naguib Mahfoez. In Syrië treft hij Abd al-Rahman Munif. In Israël ontmoet hij de Palestijnse schrijver Emile Habiby.

Ze zijn allemaal kritisch in de richting van de overheerser en streven op hun manier hun vrijheid na. Het is bewonderenswaardig hoe ze in het leven staan. Ze mogen misschien beknot zijn in hun vrijheid, het denken en het schrijven geeft ze een grote mate van vrijheid. Alsof ze dan even een vogeltje zijn en rondvliegen in de vrije lucht, met onder de onderdrukte wereld.

Bespreking van Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.

Het boze oog

image

Als Paul Theroux in zijn boek De Zuilen van Hercules op Sicilië is, haalt hij een interessant bijgeloof aan: het boze oog. Volgens veel Italianen laten priesters die langs een slagerswinkel lopen, het vlees bederven.

Priesters zijn noch man, noch vrouw. Ze hebben het boze oog. (173)

Bij het zien van een priester, kijkt Paul Theroux snel om zich heen om te zien hoe de Italianen reageren. Hij doet een interessante ontdekking:

Bij Italiaanse mannen was de meest algemene en effectieve manier om dat geestelijke boze oog af te weren, een aanraking van de eigen testikels en een subtiel gebaar met twee vingers in de richting van de priester. Wat Italiaanse vrouwen deden, heb ik nooit kunnen ontdekken. (173/174)

Als hij in de trein zit naar Metaponto komt er in zijn lege coupé een priester te zitten. De coupé blijft verder leeg. Elke voorbijganger die naar binnen kijkt, wendt zijn blik meteen af en loopt snel verder door de gang. Als de priester weg is, verkoopt een non een bidprentje van Maria aan hem. Hij gebruikt het plaatje van de Heilige Maagd als bladwijzer in het boek Frankenstein dat hij op dat moment leest.

Later op het cruiseschip de MS Seaborne Spirit komt Paul Theroux het boze oog weer tegen. Hij vraagt ernaar bij de gids Riccardo als hij door Pompeii loopt. Volgens Riccardo speelt het boze oog vooral op Sicilië en ten zuiden van Napels. ‘Hier kom je dat niet zo vaak tegen’, zegt hij.

Daarna komt een verhandeling van Paul Theroux over het boze oog. Het is waarschijnlijk op afgunst gebaseerd. Als er één overeenkomst te vinden is aan de kusten van de Middellandse Zee, dan is het de vrees voor het boze oog. Dat strekt van de Franse kust tot in Turkije.

In Griekenland en Turkije is eenzelfde remedie tegen het boze oog: het glazen blauwe oog. In Turkije is dat oog in alle gedaantes verkrijgbaar. Elke kraam of winkel verkoopt glazen blauwe ogen bij de andere dagelijkse benodigdheden als lucifers of spijsolie.

In werkelijkheid is het een visseoog, en het oog van een vis verwijderen en erop trappen is werkzame contramagie in het oostelijk bekken van de Middellandse Zee. (309)

Zo zijn de verschillende culturen rond de Middellandse Zee meer met elkaar verbonden dan je in eerste instantie zou denken. Van een priester of non tot een bezwering in Turkije dat overwegend Islamtisch is. Een prachtige bevinding van Paul Theroux in De Zuilen van Hercules. Zeker ook omdat het steeds weer in andere gedaantes terugkomt in zijn verhaal.

Bespreking van Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.

Neergestoken schrijver

image

Net als in andere reisboeken, bezoekt Paul Theroux in De Zuilen van Hercules ook schrijvers. Hij doet dit bij ze thuis of in het ziekenhuis. De Egyptische schrijver Naguib Mahfoez ontmoet hij in het ziekenhuis. Vlak voor de ontmoeting is de Egyptische schrijver op straat neergestoken.

Paul Theroux gaat met de trein van Alexandrië naar Caïro, waarbij het nog even een citaat geeft uit Justine van Lawrence Durrell over ‘het snuiven van de reusachtige locomotief’.

Het is een intrigerend gesprek dat Paul Theroux heeft met Mahfoez, de schrijver die Alexandrië als inspiratiebron in zijn werk heeft. De Egyptenaar spreekt vrij luchtig over de aanslag die op hem gepleegd heeft. Hij is verontwaardigd dat de dader hem neergestoken heeft om zijn boek. Maar de dader heeft het boek waarschijnlijk niet eens gelezen omdat zijn religie het hem verbiedt.

‘Als je het boek gelezen hebt en het niet goed vindt,’ wist hij uit te brengen, haperend, ‘goed, dan heb je misschien een reden om een schrijver neer te steken. Nietwaar? Nietwaar?’ (367)

Wat verderop gevolgd door de mooiste zin uit het interview met de oude schrijver die op straat is neergestoken omdat er over hem een fatwa is uitgesproken.

‘Denkbeelden moet je met denkbeelden bestrijden – niet met geweld.’ (367)

Paul Theroux spreekt ook een andere schrijver. Weer op aanraden van zijn broer Peter Theroux die werk van veel Arabische schrijvers vertaald heeft. Het gaat om de Palestijnse schrijver Emile Habiby.

Het bezoek aan de schrijver geeft een mooie inkijk in het verschil tussen Palestijnen en Joden. ‘De deur van Arabieren staat altijd open’, laat hij de taxichauffeur zeggen. Terwijl bij Joden de deur op slot is.

Ook brengt hij een bezoek aan de Syrische schrijver Abd al-Rahman Munif in Damascus. Samen met hem bezoekt hij Ma’aloula, een plaats waar nog mensen zijn die Aramees spreken, de taal die Jezus sprak.

Het levert een mooi verhaal op over mensen die alleen gebeden in het Aramees kunnen uitspreken. Ze wijzen hem voortdurend op het oude altaar in de kerk, dat er meer uitziet als een gootsteen, dan op een altaar lijkt.

Het zijn bijzondere ontmoetingen met schrijvers. Is het niet de taxichauffeur die hem er naartoe brengt, dan treft Paul Theroux samen met de schrijver wel bijzondere mensen. Dat is het element in het werk van Paul Theroux: de ontmoeting met de ander. Gaat het niet via een boek, dan wel via een schrijver.

Bespreking van Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.

Doctor Johnson rond Middellandse Zee

image

Op zijn reis rond de Middellandse Zee leest Paul Theroux veel boeken. Daarnaast bezoekt hij ook schrijvers in De Zuilen van Hercules. Een traditie sinds zijn bezoek aan Borges in zijn treinboek De oude Patagonië-expres. In dat boek voert hij ook heel actief de schrijvers Poe en Boswell op. Vooral de laatste krijgt in vrijwel elk reisboek van hem aandacht.

Ook in De Zuilen van Hercules voert Paul Theroux de gesprekken met Doctor Johnson van James Boswell op. Dat begint al bij de introductie waarin hij zijn reis om de Middellandse Zee motiveert.

Het hoogste doel van reizen is de kusten van de Middellandse Zee te zien,’ heeft Doctor Johnson gezegd. ‘Aan die kustne lagen de vier grote rijken van de wereld: het Assyrische, het Perzische, het Griekse en het Romeinse. Onze complete godsdienst, bijna al onze wetten, bijna al onze kunsten, bijna alles wat ons verheft boven de wilde, is tot ons gekomen van de kusten van de Middellandse Zee. (10)

Een betere motivatie om de reis te beginnen is er niet. Wat verderop als hij op Corsica is, haalt Paul Theroux nog een keer Boswell aan als hij het over Corsicaanse nationalisten heeft:

De Corsicaanse trots varieert van fel nationalisme tot zwijgzame waardigheid, dat hadden alle bezoekers geschreven sinds James Boswell, die geïnteresseerd was geraakt in de Corsicaanse onafhankelijkheid en Doctor Johnson had laten kennismaken met Paoli. (136)

Daarna verlaten Doctor Johnson en James Boswell het verhaal om op de achtergrond stilletjes mee te neuriën. Maar noemen doet Paul Theroux niet meer. Gelukkig verruilt hij Johnson spoedig voor een exemplaar Frankenstein. Een boek dat ik niet zo direct met de Middellandse Zee associeer. Maar dat hoeft bij Paul Theroux ook niet, weet ik uit ervaring.

Bespreking van Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.

Junghuhns gedenksteen – #50books

Gedenksteen Franz Wilhelm Junghuhn in Mansfeld
Burgemeester Dietmar Sauer bij de onthulling van de gerestaureerde gedenksteen van Franz Wilhelm Junghuhn in Mansfeld.

Leiden staat vol met gedenkplaquettes: hier woonde Nicolaas Beets, hier schreef Kneppelhout zijn Studentenschetsen en hier woonde Wilem Bilderdijk. Bij de oprichting van veel van deze gedenkstenen was mijn docent Peter van Zonneveld betrokken.

Literair Leiden in plaquettes

Hij is een lopende encyclopedie als hij door literair Leiden loopt en weet precies welk huis welke schrijver en/of hoogleraar als bewoner heeft gehad. Of de plaats waar Karel van het Reve met zijn auto te water geraakte aan het Rapenburg.

Voorzover ik weet is in Leiden alleen het huis van Japanoloog Von Siebold een museum geworden. De woonhuizen van de meeste schrijvers zijn woonhuis gebleven of bieden onderdak aan een onderdeel van de Universiteit Leiden. In het ergste geval herbergen de monumentale panden studenten. Dat zijn dan vaak niet de studenten met de meeste literaire kennis en liefde, maar met het meeste geld.

Gedenksteen Junghuhn Leiden

Zelfs het huis van Bomans fictieve personage Pieter Bas bezit een gedenksteen op de Breestraat. Temidden van al die plaquettes in Leiden zit ook een gedenksteen in de muur van het huis waar Junghuhn woonde tussen 1848 en 1855. Jarenlang liep ik er gedachteloos langs, totdat dezelfde Peter van Zonneveld over deze bijzondere natuuronderzoeker vertelde. Ik raakte helemaal vervuld van deze natuuronderzoeker.

Sindsdien keek ik bij het fietsen altijd even naar het pand aan het Rapenburg. Ik maakte zelfs in de achtertuin een keer een borrel mee en staarde vol ontzag naar de indrukwekkende boom die daar stond. Misschien had Franz Wilhelm Junghuhn die boom wel gepland en het kleine spruitje elke avond een emmer water gegeven.

Gedenksteen Mansfeld

In 2009 mocht ik een bezoek brengen aan de geboorteplaats van Junghuhn in Mansfeld. Zijn huis staat er niet meer. Het is een open ruimte tussen twee huizen in. Het huis zou in de jaren zeventig zo vervallen zijn geweest, dat het is afgebroken. Vermoedelijk waren de kelders onder het huis nog wel intact. Al was er in de DDR-tijd een zware tractor doorheen gezakt, vertelden de bewoners van het kleine stadje mij.

De plaquette die in 1909 boven de deur werd geplaatst, staat nu op de lege plek waar het huis stond. In 2009 werd het in aanwezigheid van de burgemeester en de directeur van het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap Nederland onthuld. Het genootschap is nog altijd eigenaar van de plaquette.

Ik sliep in het hotel naast het geboortehuis van Junghuhn. Mijn kamer grensde aan het huis van Junghuhn. Als ik goed keek kon ik in de tuin kijken. Ook genoot ik van het uitzicht op het slot aan de andere kant van het dal. De volgende morgen liep ik door de straat waar Junghuhn en veel eerder Luther liepen om naar school te gaan. Op weg naar de burcht waar ik de lezing zou geven.

Tangkuban Perahu

Zo kroop ik even in de huid van Junghuhn. Maar of ik hier nu dichter bij hem gekomen ben? Ik heb nog altijd het idee dat ik misschien dat gevoel alleen maar op de Tangkuban Perahu kan hebben. Het immers zijn lievelingsvulkaan.

Zijn graf en grafmonument liggen aan de voet van de berg, maar ik denk dat je alleen op de top het dichtste bij Junghuhn komt. De vrees voor teleurstelling en financiële redenen weerhouden mij nog steeds naar Indonesië te gaan.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 12 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

Even in Zuid-Afrika

image

Iets vertellen over Litnet. Het is vrijwel onmogelijk. Toen ik de vraag stelde aan hoofdredacteur Etienne van Heerden of ze misschien wat materiaal voor de presentatie hadden, kreeg ik de volgende reactie:

LitNet is ‘n komplekse ruimte, maar jy is welkom om ‘n oorsigtelike praatjie oor LitNet te lewer – in die besonder oor hoe jy dit in die vreemde ervaar. ‘n Subjektiewe beskouing, as ‘t ware. Hoe klink dit vir jou?

Het maakte de twijfel alleen maar groter. Wat moest ik vertellen over litnet? Litnet is zo groot dat je het onmogelijk in een presentatie van 20 minuten kunt proppen. Ik zocht verder.

Ik kwam uiteindelijk uit bij mijn eigen verhaal over litnet en de Afrikaanse literatuur en muziek die ik daarmee leerde kennen. Net als de taaldebate en de hygliteratuur.

Ik vertelde mijn verhaal.

In 2000 vroeg Etienne van Heerden aan mij – op een plechtig moment na een Albert Verwey lezing en na een paar glazen Kaapse wijn – of ik misschien wilde meewerken aan Litnet. Ik studeerde Nederlands en had de gastschrijver met bibberende stem een paar weken eerder om een bijdrage voor de Almanak gevraagd.

Hij vroeg of ik misschien de Nederlandse literatuur wilde bijhouden met spannende schrijvers als Abdelkader Benali en Kader Abdolah. Of de schrijver Saïd El Haji van wie ik ooit een verhaal toeliet in het literaire studententijdschrift dat ik had opgericht.

Ik kon niet weigeren. Zo’n groot schrijver die mij vroeg om te schrijven voor litnet. Ik gaf er vrijwel meteen gehoor aan en begon te schrijven voor litnet. Ik kon geen salaris krijgen. Zo schrijf ik gratis voor dit bijzondere internet tijdschrift.

Ook las ik bijdragen van anderen op litnet. En ik liet eens een stapeltje cd’s uit Zuid-Afrika opsturen. Zo maakte ik kennis met een paar prachtig muzikanten. Namen als Koos Kombuis, Johannes Kerkorrel en Gert Vlok Nel. Zonder litnet had ik ze waarschijnlijk niet gekend.

En ik vertelde over ze aan anderen. Zo drong de Afrikaanse rock binnen in mijn leven. Op mijn huwelijk speelde een liedje van Koos Kombuis als openingsdans, Bicycle Sonder ’n Slot. En op de trouwkaart citeerden we uit een liedje van deze zanger en schrijver.

Door litnet ben ik een rijker mens geworden. Ik merkte het ook bij de lezing. De gesprekken met studenten uit Zuid-Afrika en Nederlanders met grote liefde voor dit land en haar inwoners. Ik voelde me even in Zuid-Afrika.