Productbeleving

image

Een computer, smartphone of tablet is een beleving. Daarom besteedt Steve Jobs evenveel zorg aan de verpakking van het product. Alles hoort bij de beleving, van de doos waar je het product uithaalt tot aan het steken van de stekker in het stopcontact. Het moet allemaal en volmaakte eenheid vormen.

Mike Markkula

Deze wijsheid heeft hij van Mike Markkula, de eerste investeerder in Apple. Mike Markkula wordt een vaderfiguur voor Jobs, stelt biograaf Isaacson. In drie principes stelt hij de marketingfilosofie van Apple op:

  1. empathie: een intieme band met de klant en wat hij wil
  2. focus: elimineer alle bijzaken en richt je op de dingen die je goed wilt doen
  3. ‘imputeren’: producten presenteren op een creatieve, professionele manier

Imputeren

Het rare begrip ‘imputeren’ wijst op de productbeleving van een klant. Volgens Mike Markkula valt de complete presentatie van het product hieronder:

‘Mensen beoordelen een boek wel degelijk op grond van het omslag,’ schreef hij. ‘We kunnen het beste product hebben, de nuttigste software enzovoort, als we die op een onverzorgde manier presenteren, dan zullen ze ook als onverzorgd beschouwd worden; als we ze op een creatieve, professionele manier presenteren, dan imputeren we de gewenste kwaliteiten.’ (107)

Steve Jobs knoopt dit erg goed in zijn oren. Bijna obsessief gaat hij hiermee om. De beleving van een iPhone of iPad begint al bij het openen van de doos. Daarom bemoeit Jobs zich met alle uiterlijkheden van het product. Tot aan de kleinste details toe. En vaak heeft hij daarin gelijk. De klantbeleving zet Jobs er zelfs toe om zijn eigen winkels te openen.

Gelikte presentaties

Het hoogtepunt van de productbeleving zijn de gelikte presentaties van nieuwe producten. De lancering wordt zorgvuldig voorbereid en is tot in de puntjes verzorgd. Steve Jobs weet op een geraffineerde manier een soort ‘halleluja’-stemming te bereiken onder zijn publiek.

Dat doet hij met de keuze van het publiek, maar ook door zorgvuldig het moment te kiezen. De opmerking ‘Oh, and one more thing…’ klinkt voor het eerst bij de MacWorld in 1998 wordt zijn gevleugelde uitspraak bij presentaties. Het uitspreken van de zin is al genoeg om het publiek helemaal in vervoering te brengen.

Als het dan niet lukt bij de presentatie, dan haalt het product de sceptici wel na de lancering over. Indrukwekkkend is de lancering van de iPad. Sceptici zien in het product niet veel meer dan een grote iPhone. Er verschijnen zelfs blogs met koppen als ‘Acht dingen die verkeerd zijn aan de iPad’. Totdat het product vijf maanden later op de markt komt. Dan slaat de opinie om van enigszins sceptisch naar laaiend enthousiast.

Walter Isaacson: Steve Jobs, de biografie. Oorsponkelijke titel: Steve Jobs - the Biography. Vertaald door Rob de Ridder. 16e druk. Houten, Antwerpen: Uitgeverij Unieboek/Het Spectrum, 2013 [eerste druk: 2011].

Kill your darlings

image

In het schrijfproces spreken kenners vaak over het principe: ‘Kill your darlings’. Een verhaal wint aan kracht als je bepaalde elementen in het verhaal weghaalt. Dat gaat vaak met veel pijn gepaard. Je bent trots op dat aspect, die verhaallijn of dat personage. Waarom zou je hem eruit schrijven? Maar voor het verhaal is het ballast. Minder is meer. Het verhaal wint aan kracht en overtuiging zonder die ‘darlings’.

Hoe zou het proces heten dat de ‘darlings’ juist in het verhaal worden teruggeschreven? Want dat is wat Yvonne Keuls doet met haar nieuwe roman Koningin voor een nacht. Ze heeft het verhaal namelijk al eens eerder vertelt in de novelle Daniël Maandag. Er ligt zelfs het voornemen dit boek uit 1988 te verfilmen. Het scenario is al geschreven door Yvonne Keuls.

Herschrijving van Daniël Maandag

Koningin van de nacht is daarmee een herschrijving van Daniël Maandag. Ze schreef de novelle destijds voor de Bijenkorf. Het project van twee maanden viel midden in het werk aan een roman met jeugdherinneringen aan de oorlog met als titel Koningin voor een nacht.

Omdat het een novelle van ongeveer 80 pagina’s moest worden en ze twee maanden de tijd had om het te schrijven, sneuvelden een paar ‘darlings’. Daniël Maandag bevat slechts een deel van deze aantekeningen. Daarna bleef het werk liggen. Ze hield er een onbevredigend gevoel aan over.

Filmscript

Daar kreeg ze later de kans voor bij het schrijven van een filmscript over Daniël Maandag in 2011, verwerkte ze de aantekeningen van het oorspronkelijke boek. Zo is de nieuwste roman Koningin van de nacht ontstaan. Ze schrijft de verantwoording in het ‘Nawoord’.

Ze suggereert hierin een beetje dat het verhaal van Koningin van de nacht een heel ander verhaal zou zijn door de nieuwe elementen in het verhaal. Dat is niet het geval. Koningin van de nacht is hetzelfde verhaal als Daniël Maandag.

Zelfde verhaal

Beide boeken verhalen over de Tweede Wereldoorlog in een halfjoods gezin, waarvan de moeder kort voor de oorlog uitbreekt naar een sanatorium in Zwitserland is gegaan. Ze is daar overleden. Nu worden Daan en zijn zus Roos voornamelijk opgevoed door een tante, Isabel.

Het nieuws van moeders dood bereikt de familie pas laat. De Duitsers hebben het land al onder de voet gelopen. De vader van Daan, Daniël Maandag, is ervan overtuigd dat de Duitsers hem met rust zullen laten. Gedurende het verhaal dringt de oorlog zich steeds sterker op. Alleen de vader blijft het ontkennen. Dat bezorgt een ongemakkelijkheid die je als lezer meeneemt, terwijl je – met kennis van de geschiedenis – heus wel de afloop weet.

Het is het identieke verhaal als de eerder verschenen novelle. Alleen bevat de nieuwe roman een paar extra elementen, verhalen in verhalen. Zelf schrijft Yvonne Keuls over haar schrijverschap: ‘Ik improviseer op hetzelfde thema, steeds een octaaf hoger.’

Zelfde improvisatie

De roman Koningin voor een nacht is vrijwel dezelfde improvisatie, maar wat langer, uitgebreider en behandelt een paar nieuwe motieven. De intentie en werking van de muziek verschilt niet zo sterk. Grote delen van de nieuwe roman komen letterlijk overeen met de novelle uit 1988. Ze borduurt in stijl heel mooi voort de vele nieuwe uitweidingen en verhaalelementen. Je merkt de overgangen nauwelijks.

In de novelle komt bijvoorbeeld de Duitse officier niet voor. Net als het spelen van de kinderen in het Spergebiet. Ook speelt in Koningin van de nacht Mozarts Opera Die Zauberflöte een grotere rol, net als de overleden moeder. Al die nieuwe elementen versterken de spanning van het verhaal, maar ze maken het verhaal zelf niet wezenlijk anders.

Misschien is het voor Yvonne Keuls bevredigend dat ze haar aantekeningen goed heeft kunnen verwerken in het boek, voor de lezer maakt het niet uit. Het verhaal krijgt er geen ander beloop door. Dat is jammer. Juist de niet-gebruikte verhaalelementen uit Daniël Maandag hadden een mooie plek kunnen krijgen in een heel nieuw verhaal. Een ander perspectief of een nieuwe verteller zouden een heel andere beleving opleveren en daarmee een nieuw verhaal vertellen.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Yvonne Keuls roman Koningin voor een nacht bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Mindere kanten van Steve Jobs

image
De andere kant van de biografie over Steve Jobs

Biograaf Walter Isaacson besteedt in zijn biografie over Steve Jobs ook aandacht aan de mindere kanten van Steve Jobs: zijn woede-uitbarstingen en het genadeloos neerhalen van mensen. Het gevoel dat de Apple-oprichter heeft voor een product, lijkt afwezig te zijn als mensen niet doen wat hij voor ogen heeft. Hij kan ze dan diep kwetsen en veel pijn doen.

Als een goede biograaf betaamt, zoekt Walter Isaacson naar een reden voor dit gedrag. Het meedogenloos eerlijk zijn van Steve Jobs ligt bij het streven naar perfectie. Bovendien leidt het vaak weldegelijk ergens toe.

Tientallen collega’s die Jobs het meest heeft gekwetst, beëindigen hun opsomming van horrorstory’s met de opmerking dat hij hun dingen heeft laten doen waarvan ze nooit hadden kunnen dromen dat die konden. (671)

Het is wat softwareontwerper Bud Tribble het ‘reality distortion field’ noemt. Het moedwillig trotseren van de werkelijkheid om daarmee mensen tot grootse daden te krijgen. Dat begint al als hij Stephen Wozniak vraagt mee te helpen bij het ontwerpen van een spelletje voor Atari.

Volgens Jobs moest het project binnen vier dagen klaar zijn, terwijl de meeste technici maanden nodig hebben voor zo’n ontwerp. Een onmogelijke deadline die Jobs zelf gesteld heeft. Het lukt Wozniak. Hij weet zelfs het aantal gebruikte chips tot een minimum te beperken. Hetzelfde gebeurt bij het ontwerp en de bouw van de Apple II, waarvan overigens bijna zes miljoen zijn verkocht.

Dat verdraaien van de werkelijkheid gaat heel ver bij Steve Jobs. Hij doet hetzelfde als hij hoort dat er bij hem kanker is geconstateerd. Hij wil zich aanvankelijk niet hiertegen laten behandelen en meent dat hij het zelf kan bestrijden met een fruitdieet.

Het ontkennen van de kanker, haalt het echter niet weg. Het anders zo effectieve ‘reality distortion field’ maakt het probleem alleen maar groter. De aanname dat hij dingen met zijn wil kan beïnvloeden, werkt hier niet. Als hij geopereerd wordt, zien de artsen dat de kanker is uitgezaaid:

Hadden ze negen maanden eerder geopereerd, dan waren ze de uitzaaiing mogelijk voor geweest, hoewel ze dat nooit zeker kunnen weten. (546)

Dat is de keerzijde van een karakter dat hem vaak vooruit had geholpen. Het focussen op dingen en ontkennen van dingen die er zijn, het ‘reality distortion field’ lijkt dit keer de ziekte alleen maar te verergeren. De loop van de geschiedenis loopt zoals ze loopt, maar zonder koppigheid van Steve Jobs was ze anders verlopen.

Walter Isaacson: Steve Jobs, de biografie. Oorsponkelijke titel: Steve Jobs - the Biography. Vertaald door Rob de Ridder. 16e druk. Houten, Antwerpen: Uitgeverij Unieboek/Het Spectrum, 2013 [eerste druk: 2011].

Wat kun je leren van Steve Jobs?

image

Wat kun je veel leren van het leven van Steve Jobs. Ook omdat het mooi, overzichtelijk en eerlijk is opgeschreven door zijn biograaf. Ik heb de afgelopen weken met veel plezier gelezen in Steve Jobs, de biografie van Walter Isaacson. Het is meer dan het boeiende relaas van het leven van een computer en internetpionier. Steve Jobs staat aan de basis van de moderne tijd met computers, tablets en smartphones. En je kunt heel veel van deze bijzondere man leren.

Steve Jobs heeft vooral de laatste decennia de wereld radicaal veranderd. Een leven zonder digitale media, communicatie en netwerken is niet meer in te denken. Ik stuitte op de biografie van deze computerpionier en medeoprichter van Apple in een uitgave van 3 euro bij de Action. Dat kon ik niet laten liggen. Het lezen kon ik evenmin laten. Ik werd al gegrepen bij de eerste bladzijden.

Verheerlijking of verafschuwing

Veel biografen neigen naar een verheerlijking of waanzinnige afschuw van hun onderwerp. Ze bekijken daardoor het subject van de levensschets niet meer met een neutrale blik. De geloofwaardigheid van de biografie is van veel dingen afhankelijk. Dat betekent dat vriend en vijand aan het woord komen. Als het even kan, moet de gebiografeerde daar zelf op reageren. Het geeft een genuanceerder beeld. Want grote personen hebben niet alleen vrienden, ze bezitten ook (veel) vijanden.

Een boek over iemand van meer dan 700 bladzijden en dat in één keer lezen. Het betekent voor mij dat het een interessant onderwerp is. Dat geldt voor weinig andere mensen. Meestal blijft een biografie hangen in een voornemen en bladeren door het lijvige werk. Volledigheid is meestal de oorzaak van die zwaarlijvigheid.

Inkijkje in boeiende wereld

Het boek geeft een inkijkje in de boeiende wereld van computer- en internetpioniers: de jaren ’70 in Silicon Valley. Of zoals Isaacson het zelf samenvat:

De sage van Steve Jobs’ leven valt samen met de scheppingsmythe van Silicon Valley: een bedrijfje beginnen in de spreekwoordelijke garage en het uitbouwen tot het waardevolste bedrijf ter wereld. Zelf heeft hij niet veel uitgevonden, maar hij was een meester in het samenvoegen van ideeën, kunst en technologie op een manier die de toekomst bepaalde. (671)

De kracht van Jobs ligt in de combinatie van het grote geheel kunnen overzien, maar tegelijkertijd op de kleinste details letten. Steve Jobs doet dit vanuit een poëtische liefde voor de techniek. Creativiteit en technologie gaan hand in hand samen en vormen een eenheid.

Eenheid en eenvoud

Dat verlangen naar eenheid en eenvoud is de impuls die Steve Jobs drijft. Een product moet niet alleen functioneel zijn, maar ook mooi zijn. Hij vindt dat uiterlijk (buitenkant) en innerlijk (binnenkant) een eenheid vormen. Hardware en software moeten perfect op elkaar zijn afgestemd. Een product moet er van binnen net zo gelikt uitzien als van buiten.

De eenvoud, het minimalisme en bauhausprincipe, waar Walter Isaacson de hele biografie over schrijft, komt in alle gedaantes terug. Het gaat dan niet alleen over het product zelf, maar ook over de productie. Onder leiding van Tim Cook reduceert Apple het aantal hoofdleveranciers en brengt zo de voorraad nog verder terug. In het jaar dat Steve Jobs operations er zelf bij deed, was de voorraad al teruggebracht van twee maanden naar een maand. Onder Tim Cook gaat het naar twee dagen en soms zelfs voor niet meer dan vijftien uur. Het maakt de levering van producten heel wendbaar.

Reality distortion field

Maar het is niet alleen trompetgeschal van Walter Isaacson. Zo besteedt hij veel aandacht aan het ‘reality distortion field’, een aan Star Trek ontleend begrip. De aliens scheppen zo hun nieuwe wereld en Steve Jobs schept met hetzelfde ‘reality distortion field’ een eigen werkelijkheid die nauwelijks in deze wereld past maar voor veel vernieuwing heeft gezorgd.

Ik ben heel erg vervuld van deze bijzondere biografie. Daarom komen er zeker nog een paar blogs over hem en wat ik van hem leer.

Walter Isaacson: Steve Jobs, de biografie. Oorsponkelijke titel: Steve Jobs - the Biography. Vertaald door Rob de Ridder. 16e druk. Houten, Antwerpen: Uitgeverij Unieboek/Het Spectrum, 2013 [eerste druk: 2011].

Hoofddorp – plog

image

Ik was vandaag voor een afspraak in Hoofddorp. Ik was er eens eerder, maar dan aan de andere kant van het spoor. Daar zag ik goed de vliegtuigen opstijgen en landen. Vandaag vlogen de grote Boeings door mijn wolkenhemel en bulderden het zonlicht tegemoet alsof ze regen wilden hebben.

Omdat ik wat eerder was, liep ik gelijk even een rondje door het centrum. Vooral het cultuurgebouw vond ik erg mooi. De glazenwand weerspiegelt het Raadhuisplein mooi. De zon schoot zo haar licht tussen de gebouwen in een oneindige stroom.

De spiegeling van glazen wanden vind ik altijd heel mooi. Ik krijg er geen genoeg van. In het gebouw heb ik even de bibliotheek bezocht en genoot ik van de mooie galerij tussen alle culturele gebouwen.

Gek op kringloopwinkels liep ik een wandeling door Hoofddorp naar de Meerwinkel. Een mooie verwijzing naar de naam van de gemeente, Haarlemmermeer. Er stond een enorme rij voor de deur. Alsof het gratis was. Ik vroeg een rijgenoot of er een opruiming of zo was. ‘Nee, hij is weer open na het weekend.’ ‘Maar hij is maar één dag dicht geweest,’ antwoordde ik. Hij vond dat nog een extra reden voor de lange rij.

De deur opende. We stormden naar binnen. Ik vond een paar leuke boeken en zelfs een stapeltje oude tijdschriften over treinen.

Op de terugweg kwam ik totaal onverwachts bij het oude treinstation Hoofddorp. Het behoorde aan de Haarlemmermeerlijnen, waarvan ik vooral de oude lijn ken naar Amstelveen. Het station ademt dezelfde sfeer uit, maar ligt beduidend hoger dan de weg, bijna op een dijk lijkt het te liggen. Wat verderop liep ik over de oude spoorbrug. De Haarlemmermeerpolder ademt genoeg verleden om bepaalde dingen niet meer te hebben.

Ik kan van die dingen echt genieten. Net als het Petit Restaurant Tien dat midden op het industrieterrein staat. Een mengeling van weemoed en genoegen. Ik weet zeker als Martin Bril hier langsgereden zou zijn, hij zeker iets gegeten had en erover geschreven zou hebben.

Door elkaar lezen – #50books

image
Gelezen, nog te lezen, tegelijk lezen.

Ik ben opgevoed dat je netjes eerst het ene boek uitleest en dan pas aan het volgende begint. Het liefst breng je het uitgelezen boek eerst naar de bibliotheek om in te wisselen voor het volgende. Het is net zo’n regel dat je een boek uitleest. Een verplichting die ik mijzelf opleg en die geregeld tot een marteling leidt.

Ergens ben ik door elkaar gaan lezen. We hadden het er vaak over tijdens de studie. Ik had de sport om collegedagen te maken van 9 tot 21, waarbij ik dan een college of 10 volgde. In dat soort tijden kon het voorkomen dat je zo’n vier tot vijf boeken per week las. Het was lezen tegen de klippen op. Zeker als daar ook nog een boek bijzat als Misdaad en straf.

Dat boek las ik echt in een roes. Ik begon eraan en liet mij meesleuren door het verhaal. De volgende dag werd het boek behandeld bij het college en ik las de hele avond en een groot deel van de nacht door. Ik las het verder tussen de colleges door tot ik het helemaal uit had. Het hoorcollege van dr. Matthias Prangel maakte de beleving alleen maar sterker. Deze leeservaring uit 1998 is één van de meest intense die ik ooit had.

Meer boeken tegelijk

Ik lees nog altijd meerdere boeken tegelijk. Het is heerlijk om als je het ene boek even zat bent, over te stappen naar het andere. Ik ben niet bang dat ik de verhalen door elkaar haal, al denk ik dat je moet oppassen met het gelijktijdig lezen van boeken uit dezelfde reeks.

Ik zou niet twee reisverhalen van Paul Theroux door elkaar gaan lezen. Net als dat ik niet een verhaal van Paul Theroux en Redmond O’Hanlon evenwijdig aan elkaar zou lezen. Maar meerdere romans tegelijk of een informatief boek naast een fictief werk, kan best. Ik lees wel meerdere gedichtenbundels naast elkaar. Ze vullen elkaar aan, versterken de werking en zorgen voor de afwisseling.

Groot gevaar

Het grote gevaar van naast elkaar lezen is dat er een boek sneuvelt tijdens het lezen. Gewoon omdat het niet interessant is. Je bent eraan begonnen, maar een ander boek dat je in dezelfde periode leest, wint het en wordt opgevolgd door een ander boek. Het boek zakt langzaam naar beneden in de stapel en verdwijnt helemaal uit zicht. Het is een risico en ook een groot risico. En dat is in tegenspraak tot dat andere boekprincipe: een boek lees je uit!

Om al die halfgelezen boeken een beetje te voorkomen, probeer ik nu wel wat trouwer aan één boek te blijven. Ook omdat ik bang ben dat ik het boek vergeet zodra ik aan het andere boek lees. Het is mij te vaak overkomen, waardoor een bespreking in de vorm van een blogpost uitbleef. Jammer, want ik doe het graag. Alleen kost het wel wat tijd.

Verleiding

De verleiding blijft aanwezig. Zo las ik een groot deel van de biografie van Steve Jobs terwijl ik allemaal andere boeken las. Alleen was dat aan het eind niet meer te houden, het versnipperde het verhaal teveel. Ik las de biografie die Walter Isaacson schreef, uiteindelijk helemaal uit. Deze week – ik was allang weer een ander boek aan het lezen – schreef ik de blogposts om ze later te zullen publiceren. Dus ook een boek lezen en onderwijl over een ander boek schrijven, het kan allemaal.

Dat door elkaar lezen heeft altijd een risico: je haalt de boeken door elkaar. Het overkwam mij kortgeleden. Ik besprak een jubileumbundel voor een oud-docent van mij en las op dat moment een andere jubileumbundel voor een andere oud-docent. Daar haalde ik een paar dingen door elkaar die in de boekbespreking terechtkwamen.

Ik werd daar kort na publicatie op gewezen en kon de informatie uit het andere boek snel verwijderen. Of het een erg voorval was? Ik dacht dat degene die in een essay besproken werd, een predikant was, maar hij was een leraar. Niet veel mensen zullen het hebben gezien, maar in een boekbespreking voor onderzoekers is het een vrij ernstig vergrijp.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 4 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

Vervuild paradijs

image

De eilanden in de Pacific die Paul Theroux in De gelukkige eilanden aandoet, komen paradijselijk op hem over. Bij de ontdekking van de eilanden in dit enorme gebied, vergeleken de ontdekkers hun vondst ook vaak met het paradijs. Een eigenaardige vergelijking. De natuurvolkeren, de ongerepte natuur en het voedselrijke eiland roept dat blijkbaar op bij mensen.

Het lezen van De gelukkige eilanden roept tegelijk wel de vraag op hoe met deze kwetsbare paradijzen wordt omgegaan. Overal loert het gevaar van vervuiling. Met name de Amerikanen weten goed hoe ze de eilanden van Hawaii moeten vervuilen. Ze gaan roekeloos met de natuur om. De stranden lijken vooral bedoeld voor het massatoerisme dat een aanslag is op de kwetsbare natuur.

Meteoroloog

Bij een peddeltocht rondom Nananu-i-Ra komt Paul Theroux de meteoroloog Michael tegen.

Michael was een van de eersten die de verandering van het weerpatroon over de hele wereld en de mogelijkheid van een broeikaseffect had bestudeerd. (320)

Michael zegt iets heel interessants in het boek van Paul Theroux over de invloed van drie gebieden in de wereld op het hele klimaat. Hij demonstreert hoe kwetsbaar de wereld eigenlijk is.

‘De mensen denken voornamelijk aan Brazilië – het regenwoud – als ze zich zorgen maken over de ozonlaag. Maar het zijn de drie hot spots die het weer in de wereld bepalen. Brazilië, Borneo en Kongo-Zaïre, het midden van Afrika. Die produceren de hitte en de kracht’- hij duwde omhoog met zijn vuist – die El Niño voortdrijft.’ (320)

De meteoroloog doet vervolgens Michael de voorspelling dat de jaren negentig ‘een heet decennium’ zullen worden. Deze uitspraak slaat vooral op het decennium erna, waarbij de ‘drie hotspots’ eraan moeten geloven door de ontbossing van dit energierijke gebied.

3 energieke gebieden

De reisverhalenschrijver Redmond O’Hanlon alledrie de gebieden bezocht en bereist heeft. En over alledrie de gebieden prachtige boeken schreef (het laatste over Kongo moet ik nog lezen). De kracht en energie die van de natuur in deze gebieden uitgaat, laat wel zien dat de meteoroloog die Paul Theroux tegenkomt, gelijk heeft. Het zijn heel kwetsbare gebieden die het weer over de hele wereld beïnvloeden. De grote veranderingen daar (bomenkap), zorgt voor grote veranderingen over de hele wereld.

Het doet pijn en verdriet verderop in De gelukkige eilanden te lezen hoe kwetsbaar de eilanden – aardse paradijzen – zijn in de Pacific. Overal bespeurt Paul Theroux de negatieve invloeden van de moderne mens. Dat geldt niet alleen voor de Fransen die kernproeven doen in het gebied, maar zeker ook voor de Amerikanen en Japanners.

Massatoerisme

Het massatoerisme krijgt de eilanden in hun greep. Zo sterk zelfs dat de toeristen het paradijs bedreigen. De gelukkige stranden worden bevolkt door toeristen die de oorspronkelijke culturen van zeker duizend jaar totaal verwoesten. De eilanden worden nu volgestouwd met hotels en landingsbanen voor vliegtuigen. De stranden worden in bezit genomen door waterskiërs en surfers.

Van de speciale diersoorten die oorspronkelijk op de eilanden van Hawaii leefden, zijn nog enkele overgebleven.

Hawaii heeft meer inheemse vogel- en plantensoorten veroren, heeft meer dieren tot uitsterven gedreven dan enige andere plek op aarde. (614)

Misschien dat de bestempeling ‘paradijs’ voor dit verval heeft gezorgd. Het demonstreert hoe kwetsbaar mooie gebieden zijn. Hoe snel ze er niet meer zijn. Verdwenen, terwijl ze onvervangbaar zijn en de begeerte naar het paradijs – hoe het eens was – alleen maar zullen versterken.

Eenvoudige luxe

image

Tijdens zijn reis door de Pacific in De gelukkige eilanden, doet Paul Theroux ook Hawaii aan. Op Hawaii verblijft hij een paar dagen in de Orchid Bungalow. Dat is een luxewoning aan zee. Hij krijgt daar voor 2500 dollar per dag een leven als een luis op een zeer hoofd. Elk verzoek van hem wordt onmiddellijk ingewilligd. Al op de eerste dag ziet hij de hele middag een enorme bultrugwalvis uit het water springen en met zijn staart slaan.

Het luxeverblijf leidt volgens de resident manager tot ‘bungalowkoorts’. Je neemt bezit van bungalow, krijgt je natje en je droogje en voelt geen enkele behoefte de bungalow te verlaten. Het record voor een verblijf in één van de luxe bungalows staat op naam van de acteur Dustin Hoffman. Die na arrivering pas na 28 dagen weer tevoorschijn kwam.

De luxe verlamt Paul Theroux ook. Hij merkt dat in de bungalow de dag niet lang genoeg is.

Ik wilde lezen, in de zon liggen, aan lichaamsbeweging doen, zwemmen, in de jacuzzi zitten, uitvoerige, kostelijke maanltijden tot me nemen, champagne drinken en naar muziek luisteren, en wel allemaal tegelijk. (661)

Hij is er slechts twee dagen, maar de luxe krijgt hem in de greep. Maar de ’tergende realiteit’ is de prijs. Waarom zou hij niet proberen zo goedkoop mogelijk te leven op Hawaii. Zou hij net zoveel plezier hebben voor een duizendste van de prijs die hij nu betaalt?

Hij probeert het, pakt zijn tent en leent een opblaasbare kajak. Voor nog geen 2,2 dollar per dag zou hij kunnen leven, rekent hij uit. Daar ziet hij de bultrugwalvis weer, van dichtbij. Het dier laat zich niet meer zien, maar voor Paul Theroux is de dag goed. Hij geniet van het zijn en voelt zich één met de natuur om zich heen.

Mijn dagen waren zonnig en aangenaam. Mijn nachten werden verlicht door de sterren. Ik sliep zoals ik op Kauai had geslapen, aangenaam verdoofd van vermoeidheid. ’s Ochtends werd ik gewekt door het geschreeuw, gekrijs het geratel van vogels in de palmen boven me. De lichaamsbeweging, het eenvoudige voedsel en de soberheid van deze onderneming maakten me zelfgenoegzamer dan toen ik als miljonair had geleefd, en in die vergenoegde stemming sliep ik als een blok in mijn tentje aan de rand van de lagune. (668)

Luxe betekent nog niet dat je ervan uitrust. Daar zijn andere dingen voor nodig. Het is de zelfgenoegzaamheid die hem zo tevreden stemt en die hem uiteindelijk de rust geeft.

Gewiekst – #WOT

image

‘Meester Hendrik-Jan kunt u mij tillen?’ Ze vraagt het met een heel lief stemmetje, een beetje zachtjes, vleiend. Ik til haar in de auto en maak haar gelijk vast in het stoeltje, want dat kan ze nog niet. Ze is ook net vier.

Elke ochtend rijd ik als vrijwilliger de kinderen van de buitenschoolse opvang waar Inge werkt, naar school. In oktober genoot ik onderweg van de gouden zonnestralen in de vroege ochtend. Nu zwiepen mijn ruitenwissers in de dichte motregen. Het levert wel weer gedichten op.

Een tijdje terug vertelde ik dat het meisje van vier moeite heeft met instappen in de auto. ‘O, maar bij mij stapt ze gewoon in’, zei Inge. ‘Maar bij jou is de instap lager.’ ‘Nee hoor, ook in de auto waarin jij rijdt, stapt ze zelf in.’ Ik voelde mij een beetje voor de gek gehouden. Zeker ook toen ik hoorde dat het vastmaken van de gordel evenmin een probleem was.

De ochtend erop stond ze weer bij de open autodeur te wachten opgetild te worden. ‘Maar ik hoorde dat je dat zelf kunt’, zei ik in een poging haar te leren het zelf te doen. ‘Maar bij u niet’, gaf ze als antwoord en bleef net zo lang wachten tot ik haar erin had getild.

Een jongedame die het goed voor elkaar heeft. Zij behoort tot die groep mensen waarin je al de toekomstige manager in ziet opstaan. Of het meisje dat met gemak een jongen om haar vinger windt. Hij doet alles voor haar. Zo’n galante jongen, attent en actief om het haar zo goed mogelijk naar de zin te maken.

Het lijkt haar al aardig te lukken, gewiekst als ze is.

Dagje treinen naar Vlissingen – een plog

station-vlissingen

Een blog in foto’s. Het liefste van elk uur dat je doormaakt. Dat is ploggen. Leuker vind ik eigenlijk om als iemand iets onderneemt, daar deelgenoot van te zijn via twitter, facebook of instagram. Elk uur een nieuwe update. Dat kan zijn met een fietsrit of zoals ik afgelopen zaterdag deed: een treinrit naar Vlissingen en terug.

Samen met Doris ging ik een dagje treinen op een Kruidvat-kaartje. Een dag later zou het kaartje verlopen zijn, daarom namen we het ervan.

image

Waar ga je naar toe als je een dagje gaat treinen? Zo ver mogelijk. Ik vond het wel een leuk idee om de trein naar Vlissingen te gaan. Er gaat een rechtstreekse trein naar Vlissingen vanuit Almere. Om 9 uur stonden we helemaal klaar voor de trip.

 

Klaar voor de rit naar Vlissingen met de intercity van 09.01 uur

En onderweg heerlijk lezen…

doris-lees-in-trein-naar-vlissingen

Eindelijk het boek in de hand waar je thuis maar niet aan toekomt…

hendrik-jan-in-trein-naar-vlissingen

Tussen het omslaan van de bladzijden even naar buiten kijken en van de prachtige wolkenhemel boven het Zeeuwse landschap genieten…

De conducteur controleert de kaartjes en ik zie voor en achter mij de kaartjes van Kruidvat tevoorschijn komen. Een collectieve gedachte om naar Vlissingen te gaan. Een eindpunt waar je niet snel komt. Als onze buurvrouw luid belt met haar zoon, vertelt ze over haar beweegreden om helemaal naar het uiteinde van Nederland te gaan.

‘Ja, we zijn onderweg met zo’n kaart van het Kruidvat. Hij was bijna verlopen, daarom zitten we nu in de trein naar Vlissingen. Weet je wel, die kaart waarmee we toen ook met de trein gereisd hebben naar Maastricht.’

Dan naderen we Vlissingen. Blij stappen we uit de trein. Meer dan 3,5 uur in de trein maakt een beetje stijf. Maar wat is het centrum ver van het station. We lopen langs de zeedijk en zien de schepen passeren op weg naar de zeehaven van Antwerpen.

schepen-op-weg-naar-zeehaven-antwerpen

Kleine bootjes varen af en aan, halen en brengen de loodsen om de grote zeeschepen veilig de haven in te loodsen.

loodbootje-naast-containerschip-bij-vlisssingen

We aan de rand van het centrum en bezoeken even de volksheld uit Vlissingen: Michiel de Ruyter:

Een visje eten en terug naar de trein. Om 14.06 vertrekt hij. We moeten haasten. Tegelijk nog even genieten van de wolkenhemel en de zon boven de Westerschelde.

We rijden weer terug over het enige spoor in Zeeland. Bij Krabbendijke moeten we even op de foto. Als de honden thuis aan het krabben zijn omdat ze jeuk hebben, roep ik altijd met een zwaar Zeeuws accent ‘Krabbendaike’.

In Roosendaal stappen we over op een andere trein. We gaan niet dezelfde weg terug, maar kiezen voor een heus rondje Zuidwest-Nederland. Het voelt geweldig om in een trein te stappen die hier begint. We blijven zitten tot het eindstation Zwolle. Doris verruilt haar boek voor een spelletje op haar telefoon.

We rijden door het Brabantse land, Tilburg, Den Bosch en Oss. Alle stations passeren ons. Langzaam verdwijnt de zon achter de horizon. Het boek wordt weer opgepakt. Het vervolg van het andere deel van Mees Kees.

Ik geniet van de reis. Wat een prachtige treinreis is de rit van Roosendaal naar Zwolle. Van de Maas naar de IJssel. Het eindstation van de trein: Zwolle. Daar halen we snel onze avondmaaltijd op en eten in de stoptrein naar Almere patat met een hamburger. Geen grote maaltijd in het restauratierijtuig, maar tussen de smalle stoeltjes delen we het tafeltje dat tegelijk de bovenkant van het grijze prullenbakje is.

Dan is het eten op en kijken we naar buiten. Het donker spiegelt ons weer terug. We kijken naar onszelf. Bijna thuis staren we moe en voldaan naar de spiegeling. Een vader met zijn dochter reizen met ons mee en zwaaien terug.