De lachende lezer

image

Lezen en lachen is een bijzondere combinatie. Iemand leest en boek en barst steeds in gelach los. Het is de vreugde van de tekst. Een tekst die iemand alleen leest en daarom is de vreugde ook voor hem alleen. In de trein is het zelfs een beetje gênant als je tegenover een heer of dame zit die iedere keer grinnikt of nog erger: keihard gaat lachen.

Gelukkig lach ik niet zo vaak hardop om boeken. Niet dat het niet grappig is, maar gewoon omdat het een beetje gênant is en je door het lachen niet meer aan lezen toekom. Al denk ik dat ik elk boek zeker wel een paar keer moet lachen. Er zijn bijna geen humorloze boeken, al kon ik om het Afrikaboek van Hemmingway en Van dode mannen win je niet van Walter van den Berg wat minder goed lachen.

De grote uitzondering van mijn niet lachen zijn de reisverhalen van Redmond O’Hanlon. Daar kom ik werkelijk niet meer bij van de benarde situaties die hij beschrijft op een droogkomische wijze. Ontroering en humor wisselen elkaar op harmonieuze wijze af. Het zijn reisverhalen waar ik echt van geniet. En dat is misschien het geheim van een mooi boek dat je erbij kunt lachen of huilen zonder erop te letten dat het eigenlijk heel gênant is.

Dit is het antwoord op vraag 44 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Wolkenvlek

image
Wat zie jij in de wolkenvlek?

Google vierde gisteren de 129e verjaardag van ‘inktvlekdeskundige’ Hermann Rorschach met een eigen doodle. Elke keer bij een zoekopdracht verscheen een andere inktvlek. Iedereen die in vroeger tijden een psychologietest kreeg, kon ook de inktvlek verwachten.

Over die inktvlek gingen de wildste verhalen de ronde. Dat je bepaalde dingen wel of niet moest zeggen om een seksueel actieve geest te hebben. Ik vond het maar een doodeng ding toen ik bij een beroepskeuzetest naar zo’n vlek moest staren en er vanalles in moest zien. Ik zei maar wat. ‘Elk antwoord dat je geeft, is goed’, maakte mij vooral onzekerder. Want zij concludeerden wel iets uit elk antwoord dat ik gaf.

De Doodle zette mij natuurlijk wel aan het denken over inktvlekken. Hermann Rorschach schijnt zich zijn leven lang te hebben ingezet om zijn idee wetenschappelijk te onderbouwen. Uiteindelijk is de inktvlek vooral bekend geworden onder patiënten die iets moesten zien in een donkere vlek waaruit je alles en niks kon halen.

Dat Rorschach in zijn jonge jaren de bijnaam ‘inktvlek’ maakt het verhaal alleen maar mooier. Ik dacht over Hermann Rorschach als kind. Zou hij misschien gek zijn geweest op het kijken naar de wolken? De wolken komen voor veel mensen ook overdrijven als grote inktvlekken waar ze van alles in zien. Ze zien er dan een man met een baard in, een hond of een fietswiel.

Ik kijk vaak mee met andere mensen die dit doen. Het is een heerlijk tijdverdrijf om met anderen samen te doen. En met zo naar de hemel kijken is niks mis. Maar als ik alleen ben doe ik dat helemaal niet. Ik kijk naar de wolken zoals ze zich aan mij voorbijtrekken. Zonder referentie naar de werkelijkheid. Het grote luchtkastelen die voorbij drijven waar ik niks in zie. Ze zijn te groots en imponerend om er iets in te zien. Ze zijn zichzelf.

NaNoWriMo – week 1

image

De eerste week NaNoWriMo zit er op. Precies een week geleden worstelde ik nog met het idee aan een heel nieuw project beginnen, een roman over de zorg. Zeker dat idee zweeft nog steeds in mijn gedachten, maar ik ben mij ook gaan afvragen waarom veel plannen bij mij stranden. Dat komt omdat ik vaak teveel tegelijk wil en niet wat ik begonnen ben, afmaak.

Andere idee

Zo zit ik een week later te werken aan het andere idee waarmee ik vorige week worstelde; de verhalen over teckel Sientje. Ik ben er in augustus mee begonnen, schreef in totaal 14 bijdragen tot de NaNoWriMo begon. Bij het schrijven merkte ik dat ik het heerlijk vond om over het verleden te schrijven. Ik droomde heerlijk weg in de herinneringen van mijn teckel en schreef het verhaal uit mijn blote gedachten op.

Of het allemaal klopt? Ik geloof best dat er wat dichting bij gekomen is. De fantasie wringt zich ook door de herinnering. Aan de andere kant verbaasde het mij hoeveel er terugkomt bij het schrijven. Al schrijvend herinner je andere verhalen die ermee te maken hebben.

Uit blote hoofd

Het is heerlijk om zo uit het blote hoofd te schrijven. Het lijkt net of je weer eventjes terug in de tijd gaat en die periode herbeleeft. Zo heb ik bewust oude dagboeken, blogs en verhalen laten liggen en ik weet zeker dat daar ook best veel in terug te vinden is.

En zo zit ik na een week al over de 18.000 woorden. Het verrast mijzelf. Het hele document telt nu meer dan 27.000 woorden. Of ik voor dit project de vereiste 50.000 woorden haal, betwijfel ik. Ik verwacht dat er nog zoveel komt als dat ik tot nog toe geschreven heb. Of dat nog een week werk is, weet ik niet.

Misschien dat ik het komende week iets rustiger aandoe. Ik heb genoeg de ruimte daarvoor. Met vanaf nu 1.386 woorden per dag kom ik bij die 50.000. Ik merk dat het best hard werken is. De cadans waarin ik ben terechtgekomen is wel lekker. Dan ontdek je dat je bij schrijven misschien minder hard moet nadenken, maar gewoon moet schrijven. Doen!

Ik ben blij dat ik de keuze gemaakt heb een bestaand project eerst af te ronden. Voor het eerst van mijn leven heb ik het gevoel echt iets af te maken. En of het nu bij blogs blijft of meer de richting van een roman opgaat, dat kan ik nog niet zeggen. Het resultaat tot nog toe stemt hoopvol.

Naar mijn introductiepagina op NaNoWriMo.org

Beschrijving van het project

Scherp – #WOT

image

Na een tweetje kreeg ik hem dan: de loep bij Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans.

De dame bij de klantenservice begreep niet helemaal wat ik bedoelde, maar even later haalde ze het felbegeerde loepje uit een exemplaar en gaf het mij. Nu kan ik de kleine woorden bij de insecten scherp stellen en proberen te lezen.

Helemaal blij ging ik naar huis met het loepje. Het kijken door een vergrootglas vraagt natuurlijk best wat vaardigheid. Zeker ook omdat de woorden bij de insecten in het gratis boekje van de bibliotheek lastig zijn te lezen. Het scherpstellen van een loep vraagt twee dingen: de afstand van het boek tot de loep en de afstand van de loep tot het oog. Met die afstanden kun je spelen. Vervolgens moet je dan de beste afstand in beide gevallen kiezen om het woord zo groot mogelijk te krijgen.

Een vergrootglas heeft altijd iets geheimzinnigs in zich. In de tijd dat ik postzegels verzamelde maakte een vergrootglas onderdeel uit van de gereedschappen bij het verzamelen. Ik tuurde door het vergrootglas langs de randjes en zocht naar echtheidskenmerken. Niet dat ik er veel verstand van had, maar het hielp wel om het kleine waardepapier scherp te zien.

Met vriendjes speelden we dan met een vergrootglas. Op een voorjaarsochtend zochten we het brandpunt van de zon. Een jongen liet het door de loep versterkte zonlicht op een blaadje vallen. Het ontvlamde langzaam. Een mooi proces van scherpstellen en zoeken naar het brandpunt van het vergrootglas.

Moet je altijd alles scherp zien? Heeft het zin alles onder een vergrootglas te leggen? Soms kun je beter iets schimmig en vaag laten. Dan kun je het scherpstellen aan anderen overlaten. Het is een keuze die je best mag maken. Zolang jij scherp ziet wat jij scherp wilt zien. Zoals de letters bij de insecten in het boek van Godfried Bomans.

Bedankt bibliotheek voor deze mooie loep.

Noppende paarden

image

De mooiste vondsten in de kringloopwinkel zijn de boeken waarmee je net mee bezig bent. Of dat werk dat je net zoekt. Als je zoiets voor een zacht prijsje op de kop tikt, is mijn hele dag goed.

Zo vond ik even onverwacht als gewenst het boekje Voerman’s paarden, samengesteld door Jan Voerman sr. bewonderaar Henk van Ulsen. Ik hoorde veel over deze acteur en Voerman-verzamelaar van Jacob Jan Voerman. Het was zelfs zijn droom om samen met deze bekende Overijsselse acteur een toneelstuk te schrijven en te spelen over de twee Voermannen.

Noppende paarden

Jacob Jan sprak even raadselachtig als het woord zelf is over ‘noppende paarden’. Hij vertelde dat deze aanduiding de paardenschilderijen van Jan Voerman met een geheimzinnigheid omhulde. Niemand wist precies wat het was. Het riekte naar iets dat misschien wel een beetje vies was. Had het met de voortplanting te maken of was het iets anders.

De paarden van Jan Voerman zijn bijna even sprekend als zijn wolkenluchten. Het mooiste is natuurlijk de combinatie van paarden die in de uiterwaarde staan. De IJssel op de achtergrond en boven dit alles de wolkenhemel.

Schilderijen en gedichten

In het boek Voerman’s paarden staan de schilderijen afgewisseld met gedichten over paarden van onder andere Gerrit Achterberg, Jan Baeke, Ida Gerhardt en Rudger Kopland. Het boek bevat de schilderijen uit de Voerman-collectie van Henk van Ulsen, die de Hannema-de Stuers Fundatie in 1994 verwierf.

In haar inleiding bij dit boek vol paarden – in woord en beeld – geeft Saskia Derksen een duidelijke omschrijving van het woord noppen, dat volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal een Gelders woord is:

Met noppen wordt bedoeld dat twee paarden in tegengestelde richting naast elkaar staan, de hoofden naar elkaar toegewend en elkaar zachtjes met tong of tanden de noppen (oneffenheden) uit de vacht masseren. (15)
image
Noppende paarden van Jan Voerman sr.

Blogs over Godfried Bomans

image

De actie Nederlands leest zorgt voor een hernieuwde belangstelling voor Godfried Bomans. Ik zie dat terug in het bezoek op deze blog. Zo zorgde de uitzending van Andere tijden over Godfried Bomans voor een opleving van mijn blog over het boekje De man met de witte das. Ik had het niet zo erg in de gaten, maar zag ineens dat het één van de meestgelezen blogs was. Leuk natuurlijk, maar ik schreef meer over Godfried Bomans en daar wil ik de geïnteresseerde lezer graag op wijzen in deze blog.

Betaalbare Bomans

Het bezoek aan kringloopwinkels zorgt voor een rijke hoeveelheid goedkope en betaalbare boeken van deze auteur. Hij was in de jaren ’60 en ’70 een televisieberoemdheid. Zijn plotselinge dood veroorzaakte een schok in Nederland. Uitgever Elsevier sprong hier gretig op in en bracht in een leuke reeks veel van de populaire boeken opnieuw uit.

Daarnaast kocht ik op een veiling in 2006 het verzameld werk van Godfried Bomans. Mijn docent Peter van Zonneveld bracht deze 7-delige uitgave uit samen met Annemarie Feilzer, compeet met de weergave van radio- en televisiegesprekken. Een imposante uitgave van het vele werk dat Godfried Bomans verrichte.

Ik moest aanvankelijk niet zoveel van al die beduimelde boekjes in de kringloopwinkels hebben. Zeker ook omdat ik over ‘alles’ beschikte in de uitgave van het verzameld werk. Langzaam maar zeker veroverden de versleten exemplaren in de kringloopwinkels mijn hart. Gewoon omdat ik niet altijd met die dikke blauwe delen op schoot wil zitten, maar ook omdat het wel wat heeft ze in de uitvoeringen van de bewonderaars te lezen.

Blogs over Godfried Bomans

Zo ontstonden ook enkele blogs over Godfried Bomans die ik hier graag even wil noemen:

Rottumerplaat

Over het verblijf van Godfried Bomans en Jan Wolkers op het eiland Rottumerplaat voor het VARA-radioprogramma ‘Alleen op een eiland’. Lees blog: Rottumerplaat

Beraadslagen

Hoe de meeuwen angst inboezemen bij de populaire schrijver: ‘net of een paar mannen vlak bij de tent in het donker staan te beraadslagen. Lees blog: Beraadslagen

De schim van Colijn

Hoe twee totaal verschillende schrijvers totaal verschillend het verblijf op Rottumerplaat beleven. Lees blog: De schim van Colijn

Wetenschapsfraude

Godfried Bomans vertelt in een interview met Ischa Meijer hoe hij als student psychologie de wetenschap heeft besodemieterd. Lees blog: Wetenschapsfraude

Zoek de 10 verschillen

Het citaat uit een interview met Ischa Meijer komt wel heel sterk overeen met een citaat uit een ander boekje dat ik in dezelfde week kocht: De man met de witte das. Lees blog: Zoek de 10 verschillen

Een nieuwe waarheid

Over Godfried Bomans boek De man met de witte das. Een openhartig verslag over de relatie van de schrijver met zijn vader. Lees blog: Een nieuwe waarheid

Hommel

Hoe een hommel mij doet denken aan Erik, of het klein insectenboek van Godfried Bomans. Lees blog: Hommel

Nicolaas Beets en Charles Dickens

Waarom Beets geen Dickens is en hoe Godfried Bomans mij stimuleerde deze vergelijking te maken. Lees blog: Nicolaas Beets en Charles Dickens

De loep van Nanda Roep

Deze maand is niet alleen een schrijfmaand, het is ook leesmaand. Onder de titel ‘Nederland leest’ buigt een groot gedeelte van boekminnend Nederland zich over het boek: Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans. Een boek waarmee Godfried Bomans in het eerste oorlogsjaar op slag beroemd werd en zelfs zijn vader overtrof zoals hij in De man met de witte das schrijft.

Bibliotheekabonnees kunnen het boekje gratis afhalen bij hun bibliotheek. Het berichtje van Nanda Roep op facebook stemde mij hoopvol toen ik mijn exemplaar ging ophalen. Nanda Roep kreeg een loep bij haar gratis boekje. Dat vergrootglas was bij mijn boekje niet meegeleverd.

Ik moest het doen met een boeklegger met een code. Al is het jammer dat de bibliotheken hier verschillende vormen van beleid op uitvoeren. Of zoals op de binnenkant van de kaft van het boekje staat dat je voor het onderzoek naar insecten een loep nodig hebt:

Misschien heeft je bibliotheek er één bij dit boek gedaan, maar iedere andere loep is natuurlijk ook prima.

Zo mist de Almeerse lezer de codes die in de verschillende afgebeelde insecten in het boekje verborgen zit. Gelukkig levert de afscheurbare coupon aan de boekenlegger recht op een gratis minicruise naar Newcastel.

Vrouwenverhalen – #50books

image

Is in een verhaal duidelijk de vrouwelijke schrijvershand te ontdekken? Ik ben opgevoed bij literatuurwetenschap met het idee dat het om de tekst draait en niet om de maker. Het maakt niet uit of het een schrijver of schrijfster is die het verhaal vertelt. Het draait om het verhaal. De bewering dat je een schrijver of schrijfster wel haalt uit de tekst past niet in die gedachte.

Maar een gedachte is een gedachte. De ervaring kan natuurlijk heel anders zijn. Bijna altijd weet ik of ik een man of een vrouw lees. Ik lees overigens heel veel boeken van mannelijke auteurs. Het is dan lastig te bepalen of ze zoveel verschillen van vrouwelijke schrijvers.

Ik ken wel enkele vrouwelijke auteurs waar ik diep onder de indruk van ben. Zo behoort het verhaal ‘Toetie’ van Maria Dermoût tot een van de hoogtepunten uit de Nederlandse literatuur. Of schrijfsters als Virginia Woolf, Carry van Bruggen en Doris Lessing. Ze zijn heel mooi met hun heel eigen stijl en hun heel eigen thematiek. Het zijn de verhalen die ze vertellen waardoor ik ontroerd raak, niet of het vrouwen zijn.

Hella Haasse is zeker een lievelingsschrijfster van wie ik veel boeken heb gelezen. Ergens vind ik haar een betere schrijver dan Harry Mulisch. Ze heeft een prettige schrijfstijl en mooie thematiek. Vooral ook de diversiteit in onderwerpen van historische roman tot aan een groots uitgewerkte psychologisch verhaal.

In de negentiende eeuw waren er vrouwelijke auteurs die zich achter een mannennaam verscholen. De schrijfsters George Sand en George Eliot zijn bekende voorbeelden. Veel lezers dachten ook dat deze schrijfsters mannen waren. Dat was in die tijd een voordeel. Een mannelijke auteur werd serieuzer genomen dan een vrouw.

Ik durf niet hardop te zeggen dat dit nu niet meer is. Soms lees je weleens beweringen over schrijvers als Connie Palmen of Vonne van der Meer. Ik denk dat schrijvers als Liza van Sambeek en Heleen van Royen wel negatief bijdragen aan de beeldvorming rond vrouwelijke auteurs. Dergelijke boeken vloeien moeilijk uit mannenpennen. Daar zijn weer andere boeken kenmerkend.

Dat verschil is niet erg. Mannen verschillen nu eenmaal van vrouwen. Zolang het geen criterium is om literatuur al dan niet goed te keuren, is er niks mee aan de hand. Ik kan van sommige vrouwelijke auteurs echt genieten. Iemand als Marjan Berk vind ik heerlijk om te lezen. Ze heeft een heel eigen (vrouwelijke) thematiek en ze blinkt er in uit. Haar schrijfstijl werkt erg aanstekelijk. Ze weet op een luchtige manier boeiende onderwerpen onder de aandacht te brengen.

Zo verschillen vrouwen van mannen. Maar of ik bij een test feilloos de man van de vrouw kan onderscheiden, betwijfel ik.

Dit is het antwoord op vraag 43 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Slangen

image

Heeft hij gedronken of is hij jaloers? Dan komen de slangen bij de ik-verteller en hoofdpersoon van Van dode mannen win je niet. In deze derde roman van Walter van den Berg kruipt de schrijver in het hoofd van de man die man die zijn moeder jarenlang terroriseerde. Wat ontstaat is een roman van een man die losse handjes heeft en het niet zo nauw neemt met de liefde.

Ik herkende in het verhaal veel van de verhalen van vrouwen die jarenlang zijn misbruikt en mishandelt door hun man. Ze beloven elke keer beterschap en weten de veroorzaker van hun agressie altijd buiten zichzelf te leggen. Als hij moeder Dimphy voor de eerste keer geslagen heeft, wil hij bij haar weggaan, maar zoon haar Wesley wil niet dat de hoofdpersoon weggaat:

Ik bleef voor jou. Jij zat te huilen omdat ik weg zou gaan en dat was niet nieuw voor me, huilende vrouwen, huilende kinderen, maar de meesten huilden om zichzelf, en jij huilde om mij.
Echt, Wesley, als jij niet had zitten janken, hadden jullie gewoon rustig door kunnen gaan met jullie leventje. (39)

Dat hij zelf aandeel heeft in zijn agressie, is blijkbaar niet zo belangrijk. Huilende vrouwen, bibberende kinderen of aanhankelijke meisjes. Ze zorgen er allemaal voor dat hij besluit te blijven na de belofte dat hij het nooit meer zal doen. En elke volgende keer dat het gebeurt, belooft hij beterschap.

Bij de volgende keer refereert de verteller hier graag naar: ‘We hadden afgesproken dat het niet meer fout zou gaan.’ Dat het fout gaat, ligt niet aan hem, maar aan haar. Hij refereert dan graag aan het vertrouwen dat hij naar zijn oordeel niet krijgt. Dat hij haar niet vertrouwt, ontgaat hem. Zo mag de moeder van Wesley geen mannen meer thuis knippen voor tien gulden, omdat de mannen eigenlijk voor iets anders komen.

Het zat me niet lekker dat al die mannen bij haar thuis kwamen. Ik bleef een keer een week thuis, ik vertrouwde het niet, een vrouw alleen thuis waar mannen aanbellen. Die mannen hadden allemaal ideeën en ik dacht aanvankelijk niet dat je moeder iets met die ideeën kon, daar was ze te naïef voor, dacht ik toen nog, ze knipte die mannen gewoon, maar als ze te veel met haar borsten in hun nek hing, zaten ze daar met een stijve in mijn keuken. (153)

Dat wantrouwen merkt hij niet op. Als Dimphy vervolgens de knipafspraken afzegt omdat hij thuis is, weet hij het wantrouwen op haar af te schuiven. Hij zegt dat achter haar op de muur met hele grote letters ‘hoer’ staat geschreven.

Het zijn de jaloezie en de drank die de slangen bij hem oproepen. Daarom drinkt hij aanvankelijk ook niet veel in het bijzijn van Dimphy. Het zorgt ervoor dat hij zich niet verliest in zijn agressie. Hij heeft eerst nog de tijd nodig voordat hij echt gaat drinken. Natuurlijk gebeurt dat een keer en dan gaat het gelijk goed mis.

Elke keer volgt de beterschap. En na elke recidive volgt een nieuwe belofte. Zo vormt de belofte, het terugkerend element in Van dode mannen kun je niet winnen. Het is zijn machteloosheid. Zodra mensen dichterbij komen, komen de slangen en slaat hij ze met zijn agressie van hem af.

Walter van den Berg gaat hiermee een nieuwe weg in. Waren zijn vorige romans nog sterk door de personages van de puber die games op zijn computer speelt, hier krijg je de andere kant te zien. Over de slangen spreekt de ik-verteller en hoofdpersoon nooit met anderen. Het is een kant van hem die hij liever zelf ook niet ziet, maar het gebeurt door drank en jaloezie. De gewelddadige vriend van een moeder die – zonder het goed te beseffen – het leven terroriseert van een vrouw en haar kind.

Een perfecte dag voor literatuur

Ik las het boek voor de bijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybooks.nl. Lees in de reacties de bijdragen van anderen. Lees mijn eerdere blog.

Boekinformatie

Walter van den Berg
Van dode mannen win je niet
Amsterdam: De bezige bij, 2013
ISBN: 978 90 234 8511 7.
208 pagina’s
Prijs: € 18,50

NaNoWriMo

image

Vandaag begint de National Novel Writing Month. Het idee is dat veel mensen (op moment van schrijven ruim 214.000) wel een roman of boek willen schrijven, maar dat het lastig is om je er toe te zetten en er tijd voor vrij te maken. Deze maand proberen veel schrijvers proberen een boek te schrijven.

NaNoWriMo heeft de strenge regel dat je in deze maand in totaal 50.000 woorden schrijft. Dat betekent in de praktijk dat je minimaal 1.667 woorden moet typen. Verder stimuleren alle schrijvers elkaar en ze proberen elkaar ook uit te dagen. Het werkt een stuk prettiger als je met een paar duizend tegelijk werkt aan een roman dan alleen op een zolderkamer. Al is het laatste natuurlijk wel het gevolg.

Ideeënworsteling

Ik worstel met twee ideeën. Er loopt een prachtig project waarbij ik mijn herinneringen aan Sientje opschrijf. In het teckelblad De dashond zullen een paar afleveringen verschijnen en misschien ook wel op een teckelblog als die er belangstelling voor heeft.

Daarnaast heb ik al meer dan tien jaar het idee van een roman over de zorg, waar ik een tijdje in gewerkt heb. Ik wil op zoek gaan naar de relatie tussen zorg en de hebzucht van bestuurders. De periode dat ik daar werkte, biedt genoeg inspiratie. Het is een vaag idee, nog niet voldoende omlijnd en is vooral: schrijven!

Elke dag blijven bloggen?

Verder ligt hier een prachtige blog waarvoor ik elke dag wil schrijven en er is wolkenhemel met elke dag een gedicht. Teveel, allemaal. Zeker ook omdat ik misschien deze maand een paar interviews met Almeerders mag afnemen voor een opdracht. En vergeet die paar gedichten niet die ik wil insturen voor een dichtwedstrijd. Ze liggen al klaar, maar vragen nog om een flinke poetsbeurt.

Misschien moet ik stoppen met denken wat ik wil gaan doen en gewoon beginnen met het idee dat ik had. De stukken over Sientje passen wel tussendoor. Net als al het andere werk. Maar de aandacht is voldoende. Ik heb de laatste weken al gemerkt dat de opzet veel meer gestalte krijgt. Nu het schrijven nog…

Bekijk mijn participanten-pagina op NaNoWriMO