Cultboeken – #50books

image

Aan het lezen van James Joyce’ Ulysses, waarmee Oek de Jong in zijn essay Wat alleen de roman kan zeggen iets teveel koketteert, ben ik nog niet toegekomen. Het boek trekt mij onvoldoende. Ik vermoed dat het tot de boeken behoort die veel mensen in de boekenkast hebben staan, maar die niemand echt gelezen heeft.

Mijn Ulysses behoort ongetwijfeld tot de boeken waarvan Frank Albers in Beatland zegt dat het de boeken zijn die in je boekenkast blijven staan en elke verhuizing meegaan. Maar die nooit gelezen zullen worden:

Boeken waar je heel af en toe in bladert om te kijken of de woorden nog niet zijn weggestreken, maar waarvan je weet dat je ze hoogstwaarschijnlijk ongelezen op deze aarde zult verlaten. (17)

Frank Albers reist in Beatland het boek On the Road na. Al spreekt zijn schrijfstijl mij niet erg aan. Ik ben getroffen door het idee dit bijzondere cultboek na te reizen dwars door Amerika. Dat is de reden waarom ik mij door het boek probeer te worstelen.

Volgens Frank Albers behoort een boek als On the Road tot een cultboek en is niet een klassieker. Vervolgens geeft hij een definitie van een cultboek: ‘Cultboeken moet je op of vóór een bepaalde leeftijd gelezen hebben, klassiekers niet.’ Een definitie die – voor mij – zeker niet geldt voor On the Road.

Ik vond het boek pas mooi toen ik de twintig al ver gepasseerd was. Dat neemt niet weg dat ik getroffen werd door de dingen die het boek tot een ‘cultboek’ hebben gemaakt: de vrijheidsdrang, de behoefte aan zelfbevestiging en de nukken en driften van het escapisme.

Het boek dat Peter Pellenaars graag leest, Zen, and the art of motorcycle maintenance van Robert M. Pirsig schaart Frank Albers overigens ook onder cultboeken. Waarschijnlijk onder dezelfde reden als On the Road.

Dit is het tweede antwoord op vraag 45 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Cultuurpessimisme

image

Tegen het einde van zijn 95 pagina’s tellende essay Wat alleen de roman kan zeggen schrijft Oek de Jong:

Bij het kranten lezen zijn er bepaalde onderwerpen waar ik liever niet over lees (80)

Dat heb ik ook bij het essay van Oek de Jong. Hij zegt hele mooie dingen over de roman en de waarde van de roman. Zo beschrijft hij prachtig de ervaring bij het lezen van de erotische scènes van de Japanse schrijver Yasunari Kawabata. Dat hij winnaar van de Nobelprijs is, moet Oek de Jong uiteraard even noemen om de schrijver meer waarde te geven.

Pessimistische scènes

Het zijn juist die pessimistische scènes over de teloorgang van de cultuur die ik liever niet lees. Opmerkingen als:

Veel achttienjarigen die naar de universiteit gaan, zijn niet in staat een tekst van enige lengte te schrijven en hebben zelfs moeite met correct spellen. (83)

Het is een cultuurpessimisme dat je van de oudere generatie hoort, terwijl nieuwe studenten over heel andere capaciteiten beschikken waar ik jaloers op ben. Het is een andere zienswijze wat cultuur is. Dezelfde als waar Oek de Jong zelf iets laat doorschemeren uit de tijd waarin hij jong is. Het onderscheid tussen hoge en lage cultuur is dan aan het vervagen.

De literaire roman behoorde tot de hoge en de strip tot de lage cultuur, Chopin was hoge cultuur, popmuziek lage. Voor mijzelf betekende dit onderscheid in de praktijk niets, want in de Amsterdamse subcultuur waarin ik me vanaf eind jaren zeventig bewoog werd het al niet meer gemaakt. In het Shaffy Theater keek ik in de ene zaal naar een toneelstuk van Peter Handke en in een andere naar een show van clown Django Edwards. (16)

Hoge en lage cultuur

Dat versmelten van hoge en lage cultuur gebeurt in deze tijd meer dan ooit. Luister je het ene moment nog naar Bach, het andere moment klinkt er een de muziek van Arnin van Buren door de luidsprekers. Of lees je het ene moment een gedicht van Gerrit Komrij, het andere zing je een lied van André Hazes mee.

Daarmee beantwoordt Oek de Jong een heel belangrijke vraag niet: wat voor een toekomst is de roman weggelegd. Hij blijft sterk hangen in de jeugd die niks meer kan en weet, terwijl ik op internet heel andere bewegingen zie: iedereen schrijft, iedereen blogt. Een recensent in een krant moet concurreren met de duizenden meningen over een boek op internet.

Filmpjes kijken en googlen

Internet is meer dan het filmpjes kijken en googlen dat Oek de Jong in zijn essay doet. Het www is een niet meer weg te denken medium in onze cultuur geworden. Oek de Jong gaatvoorbij aan een belangrijk onderdeel in de cultuur die hij door al zijn pessimisme niet ziet.

Hij blijft teveel hangen in een schoonheidsbeleving die hij zelf ook niet meer heeft. Hij vergelijkt zijn jeugd met de jeugd van tegenwoordig. Hierbij vergeet hij dat de processen die hij en zijn generatie in gang hebben gezet, bijdragen aan de ‘verloedering’ waar hij over schrijft.

Dat is jammer. Het cultuurpessimisme haalt de kracht uit zijn essay. Ik zou hem juist willen uitdagen om mee te gaan op internet. Zijn ervaringen met de oude klassieken daar te delen. Het levert hem en ons nieuwe gezichtspunten op en zal bijdragen aan de cultuur.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is een bijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Egoïsme

image

In Paul Theroux’ roman De Benedenrivier leven de bewoners van Malabo in grote armoede. Leek in de jaren ’60 nog de hoop te heersen, nu is de hoop vervlogen en proberen mensen binnen te halen wat er binnen te halen valt. De hoofdpersoon van het verhaal Ellis Hock lijdt hier erg onder. Ze proberen hem zijn geld afhandig te maken. Iets waar ze aanvankelijk niet in slagen, maar wat ze geleidelijk aan steeds beter afgaat.

Ellis Hock krijgt weinig respect van de bewoners. Mocht hij in het verleden een heldenrol hebben toebedeeld in het dorp, nu lachen ze hem uit. Als onderwijzer kwam hij zonder iets, alleen zijn kennis. Nu stapt hij het dorp binnen met een fortuin aan geld. Hij verwacht de bewoners te kunnen helpen, maar ze zijn alleen geïnteresseerd in het geld dat hij bij zich heeft.

Afrika van herinnering

De hoofdpersoon van de roman verbaast zich hierover. Hij probeert het Afrika uit zijn oude herinnering te laten herleven, maar hij vergeet dat hij zelf veranderd is. Heb je aanvankelijk als lezer nog medelijden met Ellis Hock, gaandeweg het verhaal slaat dit oordeel om.

Het valt namelijk op dat Ellis Hock een grote egoïst is, die niemand wil helpen en alleen maar met zichzelf bezig is. Misschien ligt zijn ellende helemaal niet bij de dorpsbewoners die hebzuchtig zijn, maar bij hemzelf die alleen maar met zichzelf bezig is. Zelfs als iemand een groot offer doet voor hem, is hij alleen maar bezig of de opdracht die hij die persoon gegeven heeft, wel is overgekomen. De verwondingen en ellende van die persoon lijken minder belangrijk voor hem. Het maakt hem van een sympathiek personage tot een persoon waar je van walgt.

Veranderen

Niet alleen Afrika is veranderd, maar Ellis Hock zelf ook. Net als alle Amerikanen en Europeanen. Ze gooien maar voedsel naar beneden in de veronderstelling dat ze weldoen, maar het kostbaarste wat ze hebben – hun kennis – delen ze niet. Ze weten het altijd beter dan de mensen in Afrika zelf. Het roept een wroeging op die begrijpelijk is en die je zelfs als lezer overneemt.

Zoals het moment dat Zizi zegt dat ze bang is voor hem. Het argument mompelt ze heel zachtjes waarbij Ellis Hock een deel van een Senaspreekwoord hoort: ‘de vluchtende rat…’

‘De vluchtende rat brengt alle andere in gevaar,’ zei hij. ‘Denk je zo over hem?’ (291)

Als lezer schud je weemoedig het hoofd. Begrijpt hij het echt niet? Ze denkt niet zo over Aubrey die hem inderdaad besodemieterd, maar ze denkt zo over Ellis Hock zelf!

Wat doet die man daar?

Er doemt nog een vraag op bij het lezen van het boek: Wat doet die man daar eigenlijk in dat dorp? Is hij daar alleen omdat hij zulke mooie herinneringen koestert aan de tijd dat hij daar werkte? Een tamelijk egoïstische houding. Hij ziet de honger en ellende waarin de dorpelingen leven niet.

Hij is er alleen voor zichzelf en beziet alles wat er gebeurt vanuit dat standpunt. De honger en ellende merkt hij wel op, maar hij werkt niet aan een oplossing en gaat zelfs mee in de macht van het dorpshoofd. Weerloos en machteloos.

Dat is de grootst ontnuchtering in de roman van Paul Theroux. Een gewaarwording die onmogelijk in een reisverslag is te stoppen, maar die zich in fictie heel mooi laat vatten. Daarmee demonstreert Paul Theroux een schrijver van formaat te zijn, die op verschillende manieren de werkelijkheid kan beschrijven. Als reiziger in Laatste trein naar Zona Verde en als romancier in De benedenrivier.

Meer lezen

Dit is de derde blog van een serie van vier blogs over De Benedenrivier van Paul Theroux. Lees ook de andere drie blogs:

Informatie over het boek

Paul Theroux: De Benedenrivier. Vertaling van: The Lower River. Vertaald door Suzan de Wilde en Maarten Polman. Amsterdam: Uitgeverij Atlas/Contact, 2012. ISBN: 978 90 450 2062. Prijs: € 21,95. 386 pagina’s.

Onontsloten – #50books

image

Boeken die zich onmiddellijk prijsgeven bij het lezen zijn na de eerste lezing niet meer interessant. De kracht ligt juist in het boek dat eindeloos herlezen kan worden en steeds nieuwe inzichten geeft. Soms is het de stijl die treft. Een andere keer zie je weer iets nieuws in het verhaal.

Hetzelfde onbegrip leidt ook tot de geheimzinnigheid die je bijvoorbeeld heel sterk voelt bij het lezen van gedichten. Je snapt het niet helemaal, maar er zit iets onder dat je wilt vatten. Soms houdt het je zo goed vast dat het je nooit meer loslaat en je regelmatig kan herlezen.

Ik heb dat zeker ook met boeken. Een boek als On the Road van Jack Kerouac bijvoorbeeld. Toen ik het als twintiger voor het eerst las, vond ik het verschrikkelijk. Het veelvuldige gebruik van drank, drugs en het wanstaltige gedrag van de personages. Ze ergerden mij. Twee jaar terug las ik het boek weer. Het greep mij ineens bij de kladden. Ik las meer boeken van Jack Kerouac, maar voelde niet meer wat ik die keer onderging bij het lezen van On the Road.

Het staat weer op het verlanglijstje om binnenkort weer eens op te pakken. Het is een boek als een roes en ik snap veel delen van het boek niet, maar de geheimzinnigheid trekt. Net als veel boeken van Jan Wolkers die eindeloos de moeite waard blijven. De walgvogel bijvoorbeeld blijft elke keer weer trekken. Ik lees hem bijna elk jaar. Of De kus dat een mooi verhaal is die elke keer wat nieuws laat zien.

Overigens ben ik het niet met Oek de Jong eens wanneer hij zegt dat die ervaring alleen bij het lezen is. Ik voel dikwijls dezelfde innige verbondenheid met een muziekstuk of bij een film. Die kan ik ook eindeloos opnieuw beluisteren of bekijken en daar hoor of zie ik ook steeds iets nieuws in. Hetzelfde merk ik bij bepaalde schilderijen of beelden.

Kunst grijpt je steeds weer bij de kladden en krijgt je op een nieuwe manier in zijn greep. Dat geldt zeker voor schilderijen als de broers Jan en Hubert van Eyck met hun ‘Lam Gods’ of Lucas van Leyden met ‘Het Laatste oordeel’. De verenging die Oek de Jong maakt alsof dit het onderscheidende is van literatuur ten opzichte van de andere kunst, geldt zeker niet voor mij.

Dit is het eerste antwoord op vraag 45 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

NaNoWriMo – week 2

image
Schrijfschema voor NaNoWriMo met verhaalideeën. De vinkjes zijn al afgewerkt.

Over de helft met NaNoWriMo. Met meer dan 30.000 woorden. Iets om trots op te zijn. Maar het grootste gedeelte schreef ik een week eerder. De eerste week van NaNoWriMo schreef ik op de vleugels van mijn energie. Ik genoot ik er echt van de herinneringen aan vroeger en onze oude teckel. De verhalen van vervlogen tijden. Het was het verhaal van het begin van mijn relatie met Inge.

Tegenwoordige tijd

Deze week kwam de tegenwoordige tijd steeds dichterbij. Ik wilde het niet, ik durfde het niet aan. Onze trouwerij, de geboorte van Doris. Alles veranderde en staat dicht bij het nu waarin ik leef. De gepaste afstand die ik eerst ervoer, de tijd die geweest is en niet meer terugkomt, werd het nu.

Natuurlijk was het toen ook anders, maar ik zie het niet met dezelfde weemoed. Het is nu veel meer een tijd waarin ik sta en waarbij ik mijzelf niet goed buiten de tekst kan plaatsen. Niet dat ik niet tevreden ben met het nu, maar het staat te dicht bij mij.

Tijd

Daarnaast begint ook iets anders parten te spelen: de tijd. Druk met andere dingen die op mijn pad komen en meer om aandacht schreeuwen dan het schrijven aan NaNoWriMo. Het haalt mij uit de tekst. Maar ik vind het belangrijk te blijven schrijven en elke dag iets op papier te zetten.

Daarom heb ik het wat rustiger aangedaan en mij ook tijd en ruimte gegund dit te doen. De tekst zal nog door de malle molen gaan. De structuur moet anders en misschien mag er best wat verdichting in. De basis staat: het verhaal van mijn teckel Sientje. Het verhaal van een relatie en ergens ook het verhaal waarin ik nu nog leef.

Nog genoeg verhaal?

Ik zit nu rond de 30.000 woorden, met de tekst waaraan ik al voor de NaNoWriMo werkte, komt de totale tekst op ongeveer 40.000 woorden. Ik weet niet of ik nog genoeg verhaal heb voor 20.000 woorden. Ergens verwacht ik deze week het einde te naderen. Misschien dat ik dan nog wat intermezzi toevoeg. Net als een paar verzonnen verhalen met betrekking tot teckel Sientje.

Ik wil de laatste week gaan gebruiken voor het herschrijven. Ik wil de tekst geschikt maken om op verschillende plekken te publiceren, in delen, los van elkaar en uiteindelijk moet er ook een geheel van gemaakt worden. Wat het allemaal wordt, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat het project hoe langer hoe verder komt. Wat er nu is, is een lijvige tekst van 40.000 woorden. Zover ben ik nog niet vaak gekomen met een schrijfproject.

Pedant

image
De omstandigheden waarin deze blog geschreven is…

Het is de toon die de muziek maakt. Voor een roman of essay zijn het de woorden die het verhaal maken en de emotie oproepen bij de lezer. Oek de Jong gebruikt in zijn essay Wat alleen de roman kan zeggen veel overbodige woorden. Woorden die voor mij vooral negatieve associaties oproepen en dan is het lastig om te genieten van een boek.

Toekomst van de roman

Het essay bevat een aantal gedachten over de toekomst van de roman, gecombineerd met leeservaringen en voorbeelden uit zijn eigen werk. In zijn voorwoord zegt de schrijver van de succesvolle roman Pier en Oceaan dat het verzoek van de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak en het Nederlands Letterfonds best wel goed uitkwam.

Het kwam op het juiste moment: ik had mijn handen vrij, nadat ik acht jaar had gewerkt aan Pier en oceaan. Het leek ook het juiste moment om mijn ideeën over de roman, die ik in de loop der jaren in essays, interviews en De wonderen van de heilbot (2006) had ontwikkeld, in een groter verband bijeen te brengen. (8)

Best een pedant toontje om een essay mee in te leiden. Het is een toontje dat mij afleidt bij het lezen van zijn opstel over de roman. Net als terloopse opmerkingen die volkomen overbodig zijn, maar wel bij mij een ergernis oproepen, zoals

Zelfs in een zeer arm en weinig ontwikkeld land als Tanzania (waar ik onlangs was) zijn duizenden ‘bioscopen’: in hutten en schuren krijgen betalende bezoekers een dvd te zien op een oude televisie. (20)

De opmerking dat hij er geweest is, geeft voor mij de opmerking weinig meerwaarde. Het roept bij mij een pocherige houding op, van ‘kijk mij eens waar ik geweest ben’.

Mooie afleiding

Het leidt mij af en dat is jammer, want hij zegt soms mooie dingen over de roman. Zoals wanneer hij vertelt over scenes die alleen in een roman zijn uit te drukken. Als hij schrijft over de leeservaring van Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel García Márquez. Het is een boek dat in zijn ogen een ‘ongekende beheersing spreekt: stilistisch en compositorisch’.

Het succes van de roman is niet het gevolg van een marketingcampagne, zegt Oek de Jong, ‘maar louter en alleen omdat de roman een nieuwe vorm bracht: een roman die niet meer in scènes werd verteld.’

De zin die volgt doet afbreuk aan zijn mooie opmerkingen, totaal overbodig en alleen maar ergernis oproepend:

Toen ik het boek in de herfst van 1975 las, op weg naar de Provence, voelde ik dat. (47)

Die weg naar de Provence, wat draagt dat bij aan ervaring van het lezen van dit boek?

Friese terpen

Dat het noemen van een leeslocatie ook veel kan toevoegen, bewijst Oek de Jong Iets verderop. Hij voert de ervaring van het moment en de plaats van het lezen op een subtiele en mooie wijze op. Oek de Jong schrijft hoe hij Gerard Reves Nader tot u als vijftienjarige leest in de kattenbak van de Renault 4 van zijn ouders.

Ze maken een tochtje langs de Friese terpen en bijbehorende kerken. Hij leest de hele dag in het boek en kan het zelfs niet laten niet door te lezen als ze een kerkje binnengaan. Zo zwervend over het Friese platteland, langs de graven en onder de regenwolken.

Het is de perfecte atmosfeer om de wanhopige en melancholieke brieven van Nader tot u te lezen – ze werden immers geschreven in ‘de suizende leegte’ van het Friese platteland. (59)

Hier draagt locatie zeker bij aan de leeservaring. Het kan zeker een mooie toegevoegde waarde hebben. Oek de Jong neigt jammergenoeg teveel naar een pedant en pocherig toontje. Dat wekt veel ergernis op bij het lezen van zijn essay. Het leidt af en haalt de schoonheid weg van de mooie dingen die hij zegt.

Misschien leent zich hier inderdaad alleen de roman voor. Want Oek de Jong moet het hebben van de zintuigelijke ervaringen bij het lezen van romans van Dostojevski, Joyce, Yourcenar en Flaubert. Hij moet het niet hebben van het overbodige ‘oude mannetjes gezemel’ over de teloorgang van de cultuur. Dat is alleen maar irritant en zijn dingen die ik liever niet lees.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is een bijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Paniek – #WOT

image

Het schiet er ineens in: paniek. Op momenten dat ik zou verwachten in paniek te raken, raak ik nooit in paniek. Ik handel heel rustig en instinctief als er iets anders gebeurt waarbij direct actie moet worden ondernomen. Zonder nadenken handel ik en vergeet alles om mij heen.

Zoals de keer dat ik een man in zijn scootmobiel zag stilstaan bij een kruispunt. Toen ik vijf minuten later er weer langsfietste, zat hij er nog. Kalm en rustig heb ik de man geholpen en een ambulance gebeld. Geen idee, hoe het de man verder vergaan is.

Of de man van wie zijn jonge herdershond was ontsnapt. Het dier rende langs de weg in Almelo; hij er achteraan. Zonder aarzeling gaf ik de man een lift in mijn auto en zijn we de hond achterna gereden. Hij kreeg hem te pakken.

Dan is er geen paniek. Maar de paniek overvalt mij. Een vraag, een mededeling die mijn patroon verwart. Ik heb het anders in mijn hoofd zitten. Ik weet even geen raad hiermee. Dat is paniek!

Het klemt zich vast in mijn hoofd. Het is een ballonnetje dat zichzelf opblaast en steeds groter wordt, zodat het alle gedachten kan beheersen. Je hebt er nauwelijks controle over. Het gebeurt.

Niet dat het aan mij te zien is. Ik ben nukkig, wil even met niets en niemand te maken hebben. Moet even het aangehoorde laten zakken. Tijd om te verwerken. Het valt allemaal best mee. Ik moet stoppen waarmee ik bezig was. Even schakelen. Ik pas mijn patroon aan. Het kan best. De paniek ebt weg.

Maar het kost wel energie. Dat heb ik het laatste jaar ervaren. Daarom probeer ik mij nu de tijd te geven als iemand met een vraag komt. Eerst afmaken waaraan ik begonnen ben en mij niet door eindeloze ballast laat afleiden.

Teloorgang

image

De Benedenrivier van Paul Theroux bevat een mooie gelaagdheid. De liefde voor Afrika en de idealen waarmee Ellis Hock naar het continent gaat. De vrouw Gala symboliseert zijn liefde voor Afrika. De jonge Ellis Hock is verliefd op zijn collega-onderwijzeres, maar ze is al beloofd aan iemand. De ontmoeting met zijn vroegere liefde laat vooral de teloorgang van de tijd zien. Ze is oud en dik geworden.

Gala, oud geworden, was monumentaal maar gehavend, met zware borsten, en sjokte naar hem toe over de planken van de brede veranda op brede, dikke voeten, en stak hem haar gelige handpalmen toe als begroeting. (143)

Ze symboliseert de teloorgang van Afrika, waar Ellis Hock niet aan wil denken. Hij wil niet zien dat het hopeloos is met Afrika. Vol goede moed probeert hij de school waar hij met zoveel plezier werkte, op te knappen. Het is een vergeefse opknapbeurt. Het dak is ingestort en de lokalen zijn leeggeroofd.

Uit op zijn geld

Niemand spreekt meer Engels. De mensen zijn alleen op zijn geld uit. Leefden ze in zijn tijd nog onder het juk van de koloniale overheerser Engeland, nu leeft de dorpsgemeenschap onder het juk van de hoofdman Festus Manyenga. Ellis Hock krijgt een meisje toebedeeld, Zizi.

Ellis Hock wil maar een paar dagen in het dorp blijven, maar raakt al snel de tijd kwijt. Ze zitten niet te wachten op zijn hulp. Niemand gaat naar school en al snel merkt hij dat hij gevangen zit. Al zijn gangen worden gevolgd door de dorpsbewoners. Elke beweging die hij maakt, wordt nauwlettend in de gaten gehouden door Manyenga. Verder komt er niemand van buitenaf in het dorp. Hij is aan de grillen overgeleverd van de dorpsbewoners en kan geen kant op.

Waarschuwing

Gala waarschuwt hem. In het dorp zijn ze alleen op zijn geld uit. Als zijn geld op is, zullen ze hem weggooien als oud vuil. Ellis Hock wil het niet geloven, blijft steken in zijn idealisme, maar ontdekt spoedig dat niemand in het dorp te vertrouwen is.

Zijn poging te ontsnappen uit het dorp, loopt op een grillige tocht uit. Mensen die hij geld aanbiedt, misbruiken hem. Hij belandt bij gewetenloze kinderen. Hun ouders zijn dood gegaan aan honger of aids. Ze nemen buitenlanders gevangen in de hoop hen geld afhandig te maken. Hij weet te ontsnappen, maar hij belandt uiteindelijk weer in handen van Manyenga. Zo is hij terug bij af en Gala krijgt meer en meer gelijk.

Spannende verhaallijnen

Het zijn allemaal prachtige en uitermate spannende verhaallijnen. Ze lezen als een jongensboek, maar het verhaal zelf is veel intrigerender. De Afrikanen mogen in de ogen van Ellis Hock zijn veranderd, geleidelijk ontdekt hij dat hij zelf ook niet meer is die hij was. Kwam hij in de jaren ’60 zonder iets, nu neemt hij een tas mee vol met bankbiljetten. De arme Afrikanen willen niet zijn liefdadigheid, maar zijn geld.

Het verhaal wordt steeds prangender. De malaria put hem uit, hij wordt uitgebuit en de dorpsbewoners stelen het geld uit zijn enveloppen. Als hij ontdekt dat hij al zijn geld weg is, weet hij dat de voorspelling van Gala uitkomt. Ze hebben hem alleen nog maar en zullen hem aan de hoogst mogelijke bieder meegeven. De dorpsoudste Manyenga is een grote schurk en alleen maar uit op zijn geld.

Angst

De angst voor deze mensen krijgt de overhand. Ik was diep onder de indruk van een angst voor deze dorpsbewoners, de vergelijkingen die hij maakt. Het idealisme van weleer verandert in een vijandigheid en verlangen naar Medford. Hij is en blijft een vreemdeling. Of zoals Manyenga het zegt:

‘Jullie mzungu kunnen overal heen! Jullie kunnen doen wat jullie willen! Jullie zijn vrij om te komen en te gaan omdat jullie maahhnee hebben! Dit is voor u een korte vakantie, maar dit is ons hele leven, omdat we veroordeeld zijn voorgoed aan de Benedenrivier te wonen!
‘Ik heb jullie al mijn geld gegeven,’ zei Hock eenvoudig.
‘Omdat jullie ons haten en willen dat wij hier blijven,’ ging Manyenga tekeer, met pruilogen, halsstarig in zijn slinkse drift. ‘Jullie beledigen ons met voedsel, werpen het ons toe alsof we beesten zijn. Wij zijn jullie apen niet meer.’ (376)

Er is heel wat te zeggeen voor wat het dorpshoofd zegt tegen Ellis Hock. Maar wat Festus Manyenga vergeet te vertellen is dat de bewoners van zijn dorp nog altijd iemands apen zijn. Niet van de Europeanen, maar van Manyenga. Al het door Amerikanen gedropte voedsel ligt bij hem opgeslagen en de dorpsgenoten die hem dienen, lijden honger. Niet echt een groot verschil met de situatie in de tijd van het kolonialisme.

Meer lezen

Dit is de derde blog van een serie van vier blogs over De Benedenrivier van Paul Theroux. Lees ook de andere drie blogs:

Informatie over het boek

Paul Theroux: De Benedenrivier. Vertaling van: The Lower River. Vertaald door Suzan de Wilde en Maarten Polman. Amsterdam: Uitgeverij Atlas/Contact, 2012. ISBN: 978 90 450 2062. Prijs: € 21,95. 386 pagina’s.

De Benedenrivier

image

De roman De benedenrivier opent met de zestiger Ellis Hock. Hij krijgt een mobieltje voor zijn verjaardag. Als zijn vrouw voor hem de mail naar binnen haalt, verschijnen allemaal berichten van vrouwen die wel erg warm van toon zijn. Ellis Hock dacht dat hij al de berichten gewist had, maar dat blijkt niet zo te zijn. Zijn vrouw vraagt om een verklaring, maar die kan hij niet geven. De hulp van een psychiater kan het huwelijk niet redden, de verwijten van jaren stapelen zich op en ze gaan scheiden.

Ellis Hock is een kledingverkoper in Medford, Massachusetts. Hij drijft de door zijn vader opgezette herenmodezaak, maar de zaken gaan steeds slechter. Zijn mislukte huwelijk, een dochter die haar deel van de erfenis opeist met de teruglopende zaken brengen hem ertoe zijn winkel en het pand te verkopen. Bij dit alles heeft hij een droom naar het verleden: zijn prachtige jaren in Afrika.

Jaren in Afrika

De prachtige jaren in Afrika is een element waar Paul Theroux in zijn reisverhalen ook vaak met weemoed naar refereert. Hij verhaalt dan over zijn ervaringen in Malawi en Oeganda. In het laatste land maakte hij ook kennis met V.S. Naipaul en sloot vriendschap met deze schrijver.

Het Afrika dat hij in Laatste trein naar Zona Verde tegenkomt verschilt wezenlijk van het Afrika dat in zijn herinneringen huist. Iets soortgelijks is met de hoofdpersoon Ellis Hock in De benedenrivier aan de hand. Hij denkt met weemoed terug aan de tijd in Afrika, de tijd in het Paradijs, of zoals de verteller het zegt: ‘De gelukkigste tijd van zijn leven’.

Slangenman

In Afrika was hij de enige mzungu die niet bang was voor slangen. Als hij in Medford een ‘maf wijf’ bevrijdt van haar python voelt hij het verlangen alleen maar sterker worden en gaat hij naar Malawi, naar Malabo. Hij ontmoet daar in de stad slechts één oudgediende. Het is een man die altijd in Malawi gebleven is, Norman Fogwill, een man die nog één tand heeft en heel cynisch is geworden. Norman Fogwill adviseert Ellis Hock niet naar de Malabo te gaan.

Maar Ellis Hock houdt vast en haalt contant geld bij de Barclays Bank. De bediende vraagt of hij het zeker weet zoveel geld mee te willen nemen. Hij weet het zeker.

‘Wees voorzichtig, meneer,’ zei de bediende, terwijl hij tien dikke enveloppen onder de dikke glazen ruit door propte. (58)

Ellis Hock is onvermurmbaar. Hij gaat op weg naar het dorp waar hij de vier mooiste jaren van zijn leven heeft doorgebracht en laat zich rijden naar deze afgelegen plek, zonder enige verbinding met de buitenwereld. Voor hem is dat het ultieme genot: geen enkel contact met de wereld. Het verlangen komt uit; hij wordt gebracht door Chuma.

De Benedenrivier werd zijn maatstaf voor geluk; hij was vooral zo gelukkig geweest omdat hij afgesneden was geweest. Geen telefoon, alleen de wekelijkse post, en soms een oude krant, al vergeeld van ouderdom. Het nieuws was onbelangrijk, ingehaald door latere, grotere trivia. Er was niets te vrezne. Niemand had geld. Hij had het vreselijk gevonden dat hij weg moest; hij had ernaar verlangd terug te gaan. En nu was hij hier, terug: fantastisch. (81/82)

De pech onderweg naar het dorp, doet sterk denken aan de pech die Paul Theroux ondervindt onderweg in Namibië. Hier staat hij een hele dag en nacht langs de kant van de weg en besluit uiteindelijk in de auto te gaan slapen. In De benedenrivier redden ‘vier lachende mannen’ Ellis Hock en zijn chauffeur Chuma van de ondergang.

Meer lezen

Dit is de tweede blog van een serie van vier blogs over De Benedenrivier van Paul Theroux. Lees ook de andere drie blogs:

Informatie over het boek

Paul Theroux: De Benedenrivier. Vertaling van: The Lower River. Vertaald door Suzan de Wilde en Maarten Polman. Amsterdam: Uitgeverij Atlas/Contact, 2012. ISBN: 978 90 450 2062. Prijs: € 21,95. 386 pagina’s.

Afrika in fictie

image

De romans en verhalen van Paul Theroux zijn onlosmakelijk verbonden met zijn reisverhalen. Ze spelen vrijwel altijd af op een locatie die hij in één van zijn reisverhalen bezocht heeft.

Het idee van De muskietenkust doet hij duidelijk op als hij onderweg is in de binnenlanden van Honduras in De oude Patagonië Expres. Hotel Honolulu is onlosmakelijk verbonden met zijn reis door de Pacific in De gelukkige eilanden.

Romans en reisverhalen

Zijn laatste roman De benedenrivier is direct verbonden met zijn reizen door Afrika in Dark Star Safari en Laatste trein naar Zona Verde. De roman speelt weliswaar in Malawi, maar de sfeer die hij neerzet in zijn roman, komt sterk overeen met het Afrika dat hij beschrijft in Laatste trein naar Zona Verde.

Wat hij tijdens zijn reizen niet kan verwerken in zijn reisboek, kan hij juist wel kwijt in fictie. Dat zie je sterk terug in de roman De Benedenrivier. Hij bezoekt bij zijn eerste Afrikareis Malawi, een vertrouwde plek waar hij in de jaren ’60 twee jaar heeft lesgegeven. Uit Laatste reis naar Zona Verde heeft hij vooral zijn ervaringen verwerkt, het Afrika zoals dat in de clichés naar voren komt, aangestuurd door hebzuchtige machthebbers.

Andere kant

De roman De benedenrivier laat een andere kant van de schrijver zien die ik voornamelijk uit de reisverhalen ken. Paul Theroux is een begenadigd auteur. Niet alleen van reisverhalen, maar ook van romans. Het verhaal van De benedenrivier bevat alle elementen die een goede roman bevat: een sterk hoofdpersonage, een spannende verhaallijn en een prachtige locatie.

Daarmee bevat de roman veel ingrediënten van andere romans uit het oeuvre van Paul Theroux. Het boek leent zich er goed voor om verfilmd te worden, daarvoor zijn de dramatische verhaallijn en mooie beelden in het verhaal heel geschikt.

De roman die goed past in het rijtje van bekende en verfilmde romans van Paul Theroux als De muskietenkust en Saint Jack. De ontberingen, voortdurende dreiging en mooie locaties geven het boek ook het karakter van een film. De manier waarop de hoofdpersoon Ellis Hock als enige blanke slangen bezweert, is het andere motief waarvan Paul Theroux’ is doordrenkt. Het levert een boeiend thema op in deze laatste roman van de Amerikaanse schrijver die vooral bekend is van zijn reisverhalen.

Meer lezen

Dit is de eerste blog van een serie van vier blogs over De Benedenrivier van Paul Theroux. Lees ook de andere drie blogs:

Informatie over het boek

Paul Theroux: De Benedenrivier. Vertaling van: The Lower River. Vertaald door Suzan de Wilde en Maarten Polman. Amsterdam: Uitgeverij Atlas/Contact, 2012. ISBN: 978 90 450 2062. Prijs: € 21,95. 386 pagina’s.