Erik of het klein insectenboek

image

De leesactie Nederland leest stond deze maand in het teken van Godfried Bomans boek Erik of het klein insectenboek. Ik las het boek langgeleden in mijn middelbare schooltijd voor het boekententamen van mijn Mavo-diploma. De strekking van het sprookje komt dan anders op je over dan wanneer je het later leest. Het kwam er niet van.

Ik zag de film die een paar jaar geleden gemaakt is en werd weer snel meegenomen in het verhaal. Pas bij deze leesmaand kreeg ik weer de gelegenheid het boek weer eens te lezen. Het was een feest der herkenning en tegelijkertijd genoot ik van nieuwe dingen in dit prachtige sprookje. Wat een verhaal bevat dit boekje.

Motto

Bij de film werd ik erg getroffen door het motto van Leonardo da Vinci:

Wij zijn alle ballingen, levend binnen de lijsten van een vreemd schilderij. Wie dit weet, leeft groot. De overige zijn insecten.

Een prachtig levensmotto. Het kader waarin we leven past helemaal in dit idee. De wereld is veel meer, maar juist de beperking geeft de betekenis aan alles.

Negentiende eeuws

Het verhaal van Godfried Bomans verraadt onmiddellijk zijn voorliefde voor sprookjes en negentiende-eeuwse schrijvers als Charles Dickens. De gecursiveerde samenvatting waarmee elk hoofdstuk begint, lijkt zo uit een boek van Dickens te komen. De schrijfstijl verraadt deze invloed net zo sterk. De verteller plaatst zich nadrukkelijk buiten het verhaal:

Het eerste wat de kleine Erik deed in het land Wollewei was – huilen. Ja, dat is nu wel een beetje vervelend om te vertellen; maar deden wij soms anders toen wij voor het eerst gezet werden in het schilderij waarin wij nu al zo lang leven? Het schijnt erbij te horen, en men moet erin berusten. Doch de kleine Erik vond één troost die wij destijds niet bezaten: hij het zelf gewild. En dat is een groot verschil. (27)

Door in het schilderij terecht te komen ontspint zich een prachtig verhaal over de insecten. Erik is klein geworden en kan met de dieren praten. Het eerste schept aanvankelijk zijn verbazing, het tweede helemaal niet. Hij is gedurende zijn verblijf in het schilderij in gesprek met alle insecten en dieren die hij tegenkomt. Het verbaast hem niet en lijkt voor hem een vanzelfsprekendheid.

Denken en instinct

De kracht van het verhaal is dat de insecten gepresenteerd worden met menselijke eigenschappen. Op zich is er niet zoveel te beleven aan een insect. Je kunt natuurlijk lange tijd naar de activiteiten in een mierennest kijken, het toekennen van menselijke eigenschappen blijft steken bij vlijt en arbeid.

Bomans gaat verder en ziet de insecten graag als mensen. Daarbij kent hij het dierlijke instinct grote eigenschappen toe. De wetenschap uit het insectenboek van Solms en het verstand staan goed handelen juist in de weg. Zoals in het advies dat Erik geeft aan de meikever wat zij moet doen met haar eieren. Ze voelt de drang dat ze die middag een ei of tachtig gaat leggen:

‘Stoort u toch niet aan die Solms,’ sprak Erik beslist, ‘en denk maar liever helemaal niet. Als de eieren er eenmaal zijn, zult u eens zien hoe gemakkelijk alles gaat. Zelfs de dingen die in de kleine lettertjes staan, zult u doen alsof het niets is. U weet het zelfs beter dan juffrouw Schönberg; daar zit hem nu juist het wonder der natuur in! Nu, goede moed, mevrouw en grote u de kleinen van mij.’ (108)

Dat hij het zelf met zijn gevoel niet redt, laat het einde van het boek zien. Terug in de wereld van de mensen, buiten het schilderij, De reactie van juffrouw Schönberg op het gemaakte proefwerk liegt er niet om. Hij zou er rare opvattingen over de meikevers op na houden. Een einde dat de lezer wakkerschudt. Erik of het klein insectenboek leert je niet veel over insecten, maar veel meer over mensen. Dezelfde eigenaardigheid die bij Erik na dit avontuur is overgebleven:

‘soms als hij onder mensen vertoeft, kan hij niet nalaten aan bepaalde kleine insecten te denken;’ (129)

NaNoWriMo – Week 4

image

De laatste week zit erop, nog een dag en de echte NaNoWriMo 2013 is helemaal klaar. Ik heb mijn doel gehaald. Op maandag bereikte ik al het aantal woorden: 50.000! De teksten slaagden inhoudelijk wat minder goed. Het hoogtepunt viel een week eerder.

De passages van nu waren vooral het zoeken naar een mooi einde en dat is lastig. Zeker ook omdat de laatste teksten vooral over de tijd na de dood van Sientje gingen en ook vertelden over de komst van onze huidige teckels Saartje en Teuntje. Het doel om meer dan 50.000 woorden te schrijven was groter dan de kwaliteit van de teksten.

Het echte einde volgde pas twee dagen later op woensdag. Ik zag wat beter het grote geheel en het lukte mij om de inhoud beter te laten aansluiten op het eerdere verhaal. Het zoeken van een conclusie is altijd lastig en of het geschreven einde ook het echte einde is, weet ik nog niet. Ik moet het nog eens goed laten bezinken.

Dat neemt niet weg dat ik flink geschreven heb de afgelopen maand. Meer dan 60.000 woorden telt het document dat ik nu voor me heb liggen. Ik ben al stiekem begonnen met het doornemen van de eerdere gedeelten. Het begin kostte zeker ook flink wat moeite, ontdek ik nu. Ook daar zocht ik naar de juiste toon en een mooie vorm. Pas later kwam dat, zie ik nu. En misschien valt dat ook tegen, dat moet ik nog ontdekken.

Zo is er een mooie schrijfmaand voorbij en vraagt de geschreven tekst flink redigeren en corrigeren. Maar ik heb een mooi doel. De tekst die ik gemaakt heb, is al een goed begin dit doel te bereiken. Ik ben trots en geniet daar nog even van.

En dan corrigeren om daarna aan de slag te kunnen met de echte roman.

Kader – #WOT

image
Ook een foto is een kader, want niet alles is vol in beeld, sommige dingen vallen zelfs buiten het kader.

Een kader is er nodig om in te werken. Zonder kaders is de wereld een chaos. Bij de studie literatuurwetenschap leerden we werken in kaders. Begin je wetenschappelijke verhandeling altijd met de inkadering, leerde de docent mij. Zo duidt je de verhandeling en geef je de lezer het kader waarin je werkt.

Kaders zijn heel erg nodig voor mij. Zonder kader is de wereld niet behapbaar, kan ik het moeilijk een plek geven. De kaders geven mij rust en zo kan ik het gebeurde beter plaatsen. Het is de betekenis die ik eraan wil geven die het voor mij weer waarde geeft.

Het schilderij

Een mooi voorbeeld van de inkadering vind ik in Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans. Daar is de lijst van het schilderij De Wollewei letterlijk de grens tussen de fantasie en de werkelijkheid. Ik vind het een prachtig idee. Erik Pinksterblom die op zoek is naar de lijst van het schilderij. Buiten die lijst bestaat de fantasie niet meer.

Zo zit het ook met andere kaders. De taal is een kader, de ruimte waarin je in gesprek bent met elkaar of het boek dat je leest. Alles vraagt om een inkadering. Die inkadering, het maken van de lijst om het schilderij, dat doe je zelf. Het is een wijze les geweest bij mijn studie en ik pluk er nog elke dag de vruchten van.

Inkadering

Die behoefte aan inkadering is voor mij duidelijkheid. Ik moet goed weten wat er van mij verlangd wordt en waarop ik afgerekend wordt. Zodra dat voor mij helder is, kan ik goed functioneren. Een onduidelijk kader waarbinnen ik kan werken is vooral vervelend voor mijzelf. Ik zie alles als belangrijk en ga dan overal mee aan de slag. Duidelijkheid helpt mij te focussen om de onbelangrijke dingen gerust te laten liggen.

Gelukkig is het ook heerlijk om buiten de kaders te denken. Dat is mijn creativiteit. Zoals bij mijn blog, daar kan en mag alles, maar ook hier zijn de kaders belangrijk. Je mag erbuiten gaan, maar beperk jezelf anders verdwijnt alles ‘ins blaue hinein’.

Kader Abdolah

Dan is er nog een heel bijzonder kader: Kader Abdolah. De Iraanse schrijver vluchtte naar Nederland en heeft zich verscholen achter een pseudoniem waarmee hij twee vrienden eert. Door hun namen te combineren ontstaat een nieuwe naam. Deze schrijver wisselt sterk in kwaliteit.

Het huis van de moskee heb ik meerdere keren met tranen in de ogen gelezen, maar het boekenweekgeschenk De kraai heb ik met afgrijzen aan de kant gelegd. Beide boeken hebben het niet tot een recensie gered. Het eerste omdat het zo mooi is dat ik het niet te pakken krijg in een bespreking. Het tweede omdat ik er geen woord voorover had.

Officieel debuut – The Pickwick Papers

image

Officieel geldt The Pickwick Papers als het debuut van Charles Dickens. Hij vestigde er in elk geval zijn roem ermee. Het is een prachtig verhaal dat balanceert tussen scherts, ernst en luim. Niet elk hoofdstuk is even indrukwekkend om te lezen, maar het geheel bezit een onweerstaanbare aantrekkingskracht die je dwingt het verhaal verder te lezen.

Lange tijd was mijn vooroordeel dat het werk van Charles Dickens uitermate saai, kneuterig en overdadig ernstig was. Dat vooroordeel is helemaal weggenomen na het lezen van De nagelaten papieren van de Pickwick-club. Wat een verhaal! De hele samenleving krioelt door het boek: van bediende tot rijke burgers en adellijke lieden.

Dickens weet hiermee een mooi portret te schetsen van een tijd die al vervlogen is als hij het zelf opschrijft. Dat is misschien ook wel een aspect van het grote succes van zijn werken. Terwijl de stoomtrein al door het land raasde, schreef Dickens nog of diligences en trekschuiten.

Het mooiste en ook ernstigste openbaart Dickens zich in de vertellingen binnen het verhaal. Meestal ontmoet Pickwick iemand in een kroeg of in de postkoets die hem een aangrijpend verhaal vertelt. Het zijn mooie verhalen. Het begint met het verhaal van de reizende clown en wordt door vele vertellingen gevolgd. Hierin is ook veel van de latere Dickens terug te vinden. De Dickens van de Christmas Carol.

Gabriël Grub

Zoals het verhaal waarmee het tweede deel opent. Dat is het verhaal van de doodsgraver met de prachtige naam Gabriël Grub. Als hij op kerstavond een graf probeert te delven, wordt hij bezocht door kobolden. De liefde voor de ander op kerstavond en het delen van geluk, liefde en weelde met anderen. Het komt al voor in dit verhaal dat zomaar opduikt in The Pickwick Papers:

[D]it is de moraal van dit verhaal: dat als iemand op Kerstavond zit te kniezen en zich op zijn eentje bedrinkt, hij er niets beter van wordt, zelfs al is de borrrel niet zo goed en zelfs als hij heel wat minder is dan de vuurdrank die Gabriël Grub zag drinken in het hol van de kobolden. (II, 12)

Dickens en kerst

Dan is het heerlijk om bij Godfried Bomans het volgende te lezen over Dickens en kerst. Hij schrijft erover in het boek Dickens, waar zijn uw spoken? dat vlak na zijn dood verscheen. Dickens staat voor Godfried Bomans symbool voor het Engelse knusheid van de familie die lekker thuis zit, terwijl de wind om het huis giert en de regen tegen het raam slaat:

In Dickens bezit Engeland een schrijver, die dit burgerlijke, […], tot een soort dronkenschap van genoeglijkheid verheven wordt. Dickens was een gewoon en gezond man, die echter in zijn gewone gezondheid mateloos was. En hij voerde dit besef tot geborgenheid op tot een orgie van genoeglijkheid, een bacchanaal van gezelligheid, een wellust van kleine tevredenheid. En het was vooral met kerstmis, dat deze dronkenschap hem naar het hoofd steeg. (24)

Iets van die dronkenschap proef je al in The Pickwick Papers. Waarbij Bomans in zijn vertaling niet in de laatste plaats een poging deed deze knusheid op de Nederlanders over te brengen.

Van losse flodden naar strakker omlijnd verhaal – The Pickwick Papers

image

Het boek De nagelaten papieren der Pickwick Club begint met de oprichting van de Pickwick Club door de heer Samuel Pickwick. Het begin van Charles Dickens’ boek hinkt nog op veel gedachten. Zo komt het aanvankelijk vooral over als een opeenschakeling van notulen, opgesteld voor de Pickwick Club.

De leden lopen ook rond met notitieboekjes om alles wat ze zien op te schrijven en daarvan verslag uit te brengen in de bijeenkomsten van de Pickwick Club. Het geschrijf bezorgt Pickwick ook problemen als hij de ochtend na de oprichting van zijn club met de koets wil rijden:

De heer Pickwick schreef elk woord van deze verklaring nauwkeurig in zijn notitieboekje, met het oogmerk de blub te zijner tijd nauwkeurig in te lichten omtrent de opmerkelijke taaiheid van paarden onder de meest ongunstige omstandigheden. Nauwelijks was dit geschied, of zij bereikten Golden Cross. De koetsier sprong van de bok, Pickwick steeg uit. (I, 10)

De koetsier vraagt Pickwick opheldering waarom hij zijn nummer heeft opgeschreven. Pickwick ontkent. Een vechtpartij breekt uit, waar hij uit gered wordt door een ’tamelijk lang, mager jongmens, in een groene rok’. De vrienden Augustus Snodgrass, Tracy Tupman en Nathaniël Winkle zijn onafscheidelijk van hem en vergezellen hem overal.

Verschuiving

Geleidelijk verschuift het accent meer en meer naar de hoofdpersonen in plaats van de club die gezamenlijk avonturen beleeft. Het is Samuel Pickwick, een gefortuneerde Engelse heer en wat ronder dan de gemiddelde man van zijn leeftijd. Hij is erg onhandig en belandt van de ene ellende in de andere.

Het levert veel komische verhalen op, zoals het misverstand dat bijna een duel oplevert. Of de nagespeelde legerslag waarbij Pickwick met zijn kornuiten midden door het slagveld loopt. Het hoogtepunt is natuurlijk wel het misverstand van zijn hospita juffrouw Bardell. Ze denkt dat hij haar ten huwelijk vraagt, terwijl Pickwick alleen zijn knecht Samuel Weller bij haar introduceert.

Van losse flodden naar strakker omlijnd verhaal

De losse flodden maken hier plaats voor een strakker omlijnd verhaal. Al blijven er nog steeds geweldige passages, zoals bij de picnic waarbij Pickwick teveel punch drinkt en in een diepe slaap valt. Ze laten hem achter in een kruiwagen en als ze terugkomen, is hij verdwenen. Hij ontwaakt in de schutskooi midden in het dorp.

Het verhaal krijgt nu een andere ontwikkeling juffrouw Bardell laat zich door twee bedriegende advocaten verleiden een proces tegen Pickwick te beginnen. Hij zou haar bedrogen hebben door haar ten huwelijk te vragen. Dit is natuurlijk een groot misverstand en een groot deel van het verhaal wordt in beslag genomen door het lopende proces.

Mooie scènes

Dat levert mooie scènes op waarbij de vrienden en leden van de Pickwick-club verklaringen moeten afleggen. Door het gestuntel van Nathaniël Wicks wordt het de jury wel heel makkelijk gemaakt. Pickwick krijgt een flinke boete te betalen. Wat hij vervolgens weigert met alle gevolgen van dien.

Hij belandt in de gevangenis. Dit ogenschijnlijk saaie deel van het verhaal, krijgt veel leuke kanten. Pickwick stuurt zijn knecht Sam weg en belooft dat hij weer mag terugkomen als hij uit de gevangenis is. De vrienden van Pickwick zien echter in dat de onhandige Pickwick daar in het gevang beschermd moet worden voor al het gespuis dat er rondloopt. Daarom bedenkt Samuel een list en krijgt een schuld van zijn vader die hij moet voldoen. Zo komt hij bij Pickwick en behoedt op die manier zijn meester voor veel gevaren.

Lees meer over The Pickwick Papers: het officiële debuut van Dickens

Erik of de Pickwick Papers

image

Leest een groot deel van Nederland Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans, ik lees The Pickwick Papers van Charles Dickens. Het is een vertaling van de schrijver die Erik of het klein insectenboek schreef: Godfried Bomans. Godfried Bomans was een groot liefhebber van het werk van Dickens, in het bijzonder dit werk.

Naast David Copperfield vond hij de The Pickwick Papers tot de mooiste boeken van Charles Dickens behoren. Dat zegt zijn biograaf Michel van der Plas tenminste in Godfried, Het leven van de jonge Bomans 1913-1945. Godfried Bomans vertaalde The Pickwick Papers van Charles Dickens zelfs en gaf het de titel De nagelaten papieren der Pickwick Club mee.

Prisma-reeks

Het zou zijn enige bijdrage blijven aan de vertaling in de beroemde Prisma-reeks van uitgeverij Spectrum waarvan hij in 1941 één van de grondleggers was. Op zijn initiatief kwam een groep schrijvers en vertalers bijeen, waar onder andere Jacques Bloem, Antoon Coolen en Jan Campert tot het illustere gezelschap behoren.

De reeks zou na de oorlog worden gepubliceerd. Het zijn de beroemde pockets geworden, tegenwoordig vrijwel alleen in gehavende en beduimelde staat verkrijgbaar. De grote namen hebben hun bijdragen ernstig verkleind. Bloem en Coolen waagden zich aan een enkel kerstverhaal en Godfried Bomans hield het bij The Pickwick Papers. Hij zou overigens eindeloos aan de vertaling hebben gewerkt tussen 1940 en 1952.

Pickwick Papers als Prisma 3 en 4

Uiteindelijk verscheen het boek in 1952 als Prisma 3 en 4, na de Schetsen van Boz. De andere 32 delen uit de reeks van De werken van Charles Dickens verschenen in de periode tussen 1952 en 1954. Deze vertalingen werden door anderen verzorgd.

Overigens kreeg het boekje Erik of het klein insectenboek van Bomans ook een plekje in die Prisma-reeks. En wel als nummer 35, direct volgend op het werk van Charles Dickens. Na de 32 delen met de verhalen en romans van de Engelse schrijver, volgde een vertaling van de tweedelige biografie van Dickens, verzorgd door John Forster.

Meer over Godfried Bomans en Charles Dickens

Liefdesverhalen – #50books

image

Liefdesverhalen zijn niet echt aan mij besteed. Een liefde die in een boek voorbijkomt, is prima. Maar een boek dat voortmijmert over de liefde, vind ik strontvervelend. Net als die zoetromantische verhalen waarbij ze elkaar dan aan het einde toch krijgen of toch weer niet.

Liefde hoort zeker bij het leven, maar ik zie het als een onderdeel in het leven. Als het hele verhaal erop drijft, dan blijft er een flinterdun laagje chroom over. Als het tussen de regels doorsijpelt en het binnen het hele verhaal een rol krijgt toebedeeld, wint het juist aan kracht.

Julia

Zo las ik bij mijn studie het mierzoete Julia van Rheinvis Feith waar Eduard in brieven voortdurend gekweld de naam van zijn geliefde uitroept. Met alle aandachtstreepjes ertussen. Het boek is een kwelling om te lezen en je verlangt dat Julia deze overdreven kerel onmiddellijk afwijst. ZOiets wil je niet thuis bij je op de bank hebben zitten.

Het werk is geïnspireerd op Het lijden van de jonge Werther van Goethe. Dit boek spreekt veel meer tot de verbeelding en bevat gelukkig niet die irritante uitroepen. En dat de hoofdpersoon Werther zich af en toe sentimenteel gedraagt, vergeef je hem uiteindelijk wel. Maar misschien komt dit doordat het verhaal gewoon beter is.

Een verhaal van een geheel andere orde is in mijn ogen het liefdesverhaal van Harry Mulisch Twee vrouwen. Ondanks alle ingewikkeldheid en de verwikkelingen die zo kenmerkend zijn voor Harry Mulisch, drijft een mooi liefdesverhaal naar de oppervlakte. Gelukkig ook omdat er nog allerlei andere dingen spelen die voldoende afleiding bieden.

Turks fruit

Dan blijft voor mij hèt liefdesverhaal van de Nederlandse letterkunde over: Jan Wolkers’ roman Turks Fruit. De film heeft misschien veel van de verbeelding expliciet gemaakt, maar de roman leest zeker vlot weg. Je wordt gegrepen door de liefdesgeschiedenis die onder het rauwe taalgebruik verborgen ligt.

Het is het verhaal van de onvoorwaardelijke liefde van de hoofdpersoon voor Olga. Maar tegelijkertijd zit er nog zoveel meer in de roman, zoals het hele idee van het kunstenaarschap en het zoeken naar wat kunst is. Kunst is dan uiteindelijk alleen maar een vorm om de liefde voor iemand te uiten.

Net zoiets als de poging waar ik nu zo hard aan werk. De poging om met het verhaal over teckel Sientje mijn liefde voor Inge te vertellen. Maar het is zo mooi als het ergens anders over gaat en de onderliggende toon het liefdesverhaal neuriet.

Dit is het antwoord op vraag 46 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

NaNoWriMo – Week 3

image

Nog een klein eindje en dan zit ik op die 50.000 woorden voor de NaNoWriMo. Voor het verhaal kom ik dan op bijna 60.000 woorden. Veel teveel, maar er kan genoeg geschrapt worden. Tegelijk wil ik vrijwel alles wel gebruiken. Niet voor het eindproduct, maar wel voor de verschillende blogs en columns die ik wil schrijven.

Ik ben verbaasd over de hoeveelheid woorden die ik elke dag weer uitgetuft heb. Stuitte ik vorige week op de kritische passages, verdween het nostalgische gevoel en maakte plaats voor de tijd waarin ik nu leef. Ik merkte deze week dat het nostalgische gevoel weer opleefde. Niet altijd, gebeurde dit. Soms was ik te druk met andere dingen om een mooie tekst te schrijven.

Andere keren werd de tekst juist buitengewoon mooi. Zoals bij het schrijven over Sientjes dood. Ik hikte dagenlang tegen dit moment van schrijven aan. Telkens kwam er weer een nieuwe uitvlucht iets anders op te schrijven. Uit een andere periode dat mij te binnen schoot of een intermezzo dat niet gemist kon worden. Eindelijk durfde ik het aan en begon ik te schrijven. Daar verscheen dinsdag de tekst in een vloeiende beweging.

Het schrijven hield niet meer op, terwijl ik best moe was van de andere dingen die ik die dag gedaan had, schreef ik bijna 3500 woorden op. Een record. En het voelde zo goed wat ik allemaal had opgeschreven, zonder drama maar met gevoel. En het leek of alle tekst ten dienst had gestaan van dat moment. Ik voelde mij intens gelukkig.

Korte zinnen

image
De korte zinnen van Walter van den Berg spreken de opmerking van Oek de Jong tegen.

Het is een korte opmerking over ‘korte zinnen’ in hedendaagse romans die Oek de Jong maakt in zijn essay Wat alleen de roman kan zeggen. Hij schrijft:

Tegenwoordig lijken veel schrijvers alleen nog maar korte zinnen te kunnen of willen schrijven. Korte zinnen, korte alinea’s. Snel, sneller, snelst. Ze lijken niet te beseffen dat een opeenvolging van alleen maar korte zinnen monotoom werkt. Ze lijken evenmin te beseffen dat een schrijver veel meer greep op zijn lezers krijgt wanneer hij alleen al simpelweg korte en langere zinnen met elkaar afwisselt. Zonder de wat langere, samengestelde zin verliest het literair proza aan kracht, schoonheid, verfijning, elegantie, stuwing en emotie. (71)

Misschien werkt de lange zin wel in het werk van Oek de Jong. Maar hij gaat hier wel buitengewoon kort door de bocht met zijn lange zinnen. Geeft de lange zin misschien de nuance weer, in de lange zinnen die Oek de Jong hier stuwt, mist hij weldegelijk aan kracht.

Hij moet ook weten dat de kracht van een roman niet in lange of korte zinnen zit. De kracht van een mooie roman, ligt in het verhaal. De stijl waarin het verteld wordt, draagt zeker bij aan de leeservaring, maar de kracht van het verhaal vormt het eerste en belangrijkste aspect. Zelfs in een belabberde vertaling drijft het meesterwerk naar boven. Zeker stijl kan nog heel veel toevoegen, maar de schoonheid van een roman wordt niet bepaald door lange zinnen.

Korte zakelijke zinnen

Walter van den Berg gebruikt in zijn romans korte en zakelijke zinnen. Zinnen die zich emotieloos uitdrukken. In zijn werk is dat juist de kracht. Mag het misschien in eerste instantie een beetje hinderlijk overkomen, geleidelijk wint het verhaal en ontdek je dat juist die korte zinnen meehelpen het verhaal te vertellen.

Door de stijl heen openbaart zich het verhaal. Er komt iets moois naar boven drijven en dat wordt gedragen door de korte zinnen. Zij dragen juist bij aan het verhaal. Een boek als Van dode mannen win je niet zou met lange zinnen juist aan kracht inboeten. Ze horen bij het verhaal en de sfeer van het verhaal. Ze horen bij deze schrijver.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is een vervolgbijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Duwtje – #WOT

image

Altijd fascinerend gevonden hoe een duwtje genoeg is een hele hal met domineestenen omver te krijgen. Het is niet veel kracht. Een vingerbeweging is genoeg. Meestal gebruiken de duwers hun rechterwijsvinger daarvoor. Of het gaat met veel tamtam en lawaai gepaard. Voorzichtigheid is geboden, dat dan wel weer.

Hoe je vallend een hele beweging in gang kunt zetten. Ik heb vaak ook een klein duwtje nodig in de goede richting om nog meer in beweging te komen. Al maak ik uit eigen beweging vaak ook hele goede stappen. Ik heb wel mensen om mij heen nodig die de focus nog scherper stellen en me dat zetje geven in de juiste richting.

Ik merk het meer en meer. Ook nu ik – met heel prettige begeleiding – nieuwe wegen probeer in te slaan. Hierbij moet ik ook goed weten wat een goed duwtje is. Soms willen mensen je in de verkeerde richting hebben. Niet elk duwtje gaat de goede kant op. Hoe goed dat duwtje ook bedoeld is.

Jij bent zelf degene die de richting bepaalt. Laat je niet bij elk duwtje een richting op gaan. Kies de richting die overeenkomt met wat jij wilt. Anders werken de duwtjes tegen je. Ik merk het dat niet elk advies goed is. Dat geldt ook voor de duwtjes die je zelf geeft. Duw niet te hard, iemand moet zelf kunnen kiezen welke kant hij opgaat.

Kleine duwtjes kunnen een veel effect veroorzaken. Dat bewijst het dominospel wel. Het is een hele kunstvorm, waarbij elke kleine roering veroorzaakt door een muis of een mus genoeg is. Ik heb het geduld al niet om naar zo’n uur durende spektakel te kijken, laat staan zelf zoveel stenen te leggen. Maar ik denk er met bewondering aan, want een duwtje is genoeg om miljoenen stenen om te laten vallen.