Ideaalbeeld – #WOT

image

Een ideaalbeeld is een beeld dat je in je hoofd hebt en dat stemt zelden overeen met het beeld dat de werkelijkheid toont. Bovendien is het de vraag of het beeld dat je van de werkelijkheid hebt, wel overeenkomt met hoe anderen het zien. Je kunt heel ongelukkig zijn terwijl anderen denken dat je heel gelukkig bent. Dat het ideaalbeeld ook nog eens door de tijd heen verandert, maakt het extra lastig.

Mijn ideaalbeeld zwabbert altijd tussen elementen waar ik het ene moment meer aandacht aan besteed dan het andere. In de tijd dat ik geen relatie had, was ik daarmee bezig. Je zou het een ideaalbeeld kunnen noemen. Later vroeg afstuderen mijn aandacht en daarna het zoeken naar werk.

Allemaal praktische zaken. Elke keer ligt het doel buiten een totaalplaatje, maar wordt in beslag genomen door een gedeelte. Het zijn de delen die het ideaalbeeld vormen, maar je kunt je steeds op één gedeelte richten. Na een jaar zoeken, ben ik nu heel hard bezig de beste manier te vinden mijzelf te ontplooien en daar de juiste baan bij te vinden.

Een ideaal houdt je van het hier en nu weg. Terwijl genieten en geluk belevingen van het moment zijn. Daarom kies ik ervoor ideaalbeeld in mijn achterhoofd te houden, maar het niet te laten overheersen. Ik probeer te genieten van de situatie waarin ik nu zit en op die manier een balans te vinden.

En die balans lijk ik gevonden te hebben. Al blijft er genoeg te wensen over. Het is iets wat me nog nooit overkomen is. Misschien is dat het beste ideaalbeeld: balans! Balans met jezelf en je omgeving.

Psychologie van de eenvoud

image

In de eenvoudige zinnen, spreekt de kracht. In de roman Van dode mannen win je niet, is die zin er al op de tweede bladzijde. Het is de bepalende zin voor de nieuwe roman van Walter van den Berg. Net als dat de ik-verteller bepalend is voor het verhaal dat volgt. De zin luidt:

Jullie woonden in die flat in Slotervaart en je vader was twee jaar dood. (6)

De dode vader verdwijnt snel naar de achtergrond. Het verhaal gaat namelijk over de hoofdpersoon. Hij vertelt met veel bluf over zijn veroveringen, het vertrouwen dat hij wint van vrouwen en vervolgens de ontmaskering. Het een bijzonder jaloerse man die het niet uit kan staan dat Wesley en zijn moeder de liefde voor een andere man delen, deze man is dood. En van dode mannen kun je niet winnen, want je kunt niet tegen ze vechten.

De eerdere romans van Walter van den Berg West en De hondenkoning overdonderen door de eenvoudige – bijna simpele – taal en de mooie personages. Zijn personages zijn namelijk jongens die helemaal niet opvallen. Ze houden van computers en wonen in hoge flats in de buitenwijken van Amsterdam. Ze kijken videofilms en proberen in contact te komen met de buitenwereld, wat maar moeizaam lukt. Het zijn de personen die je wel ziet, maar nooit hoort. Walter van den Berg geeft ze een stem in deze bijzondere romans.

De derde roman van Walter van den Berg Van dode mannen win je niet, onderscheidt zich van de eerdere twee. De hoofdpersoon is niet de teruggetrokken puber die met een hoofd vol puistjes op de computer zit te gamen. Het is een lul die het niet zo nauw neemt met relaties maar vooral erg agressief is en zijn vrouwen terroriseert. De teruggetrokken puber komt er zeker ook in voor. Dat is Wesley, de persoon tot wie de ik-verteller zijn verhaal richt.

Ook voor Van dode mannen win je niet kiest Walter van den Berg de deprimerende buitenwijken van Amsterdam als locatie van het verhaal. Op van die plekken waar veel schrijvers niet hun roman situeren, heeft Walter van den Berg een voorliefde. De wijken waar niemand graag woont, maar waar iedereen woont. Voor hem geen grachtengordel of mooie natuur. Bij hem staan er flats met lage stukjes groen ertussen:

Jullie woonden achter de Derkinderenstraat, en we reden weg tussen de flatjes door, laffe flatjes van vier verdiepingen, beton en wat baksteen, flatjes die haaks op elkaar waren gezet met veldjes en parkeerhavens en garages ertussen, struiken aan de voet van de flatjes met zwerfvuil in de takken. (11)

Geen betere locatie voor een boek waarin de hoofdpersoon losse handjes heeft en de schoolgaande Wesley houdt van strips en computers. In deze flat in Slotervaart weet een man het leven van een vrouw en haar zoon te terroriseren. Walter van den Berg probeert in Van dode mannen win je niet in de psychologie van deze terrorist door te dringen. De locatie helpt daar wel een aardig handje bij.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is een bijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybooks.nl. Lees in de reacties de bijdragen van anderen.

Boekinformatie

Walter van den Berg
Van dode mannen win je niet
Amsterdam: De bezige bij, 2013
ISBN: 978 90 234 8511 7.
208 pagina’s
Prijs: € 18,50

Na de storm

image

De storm is uitgeraasd. De sterke wind neemt geleidelijk af en ik ga het park in met de honden. Om te zien wat de storm heeft aangericht. Maar vooral wil ik genieten van de prachtige luchten bij dit onstuimige weer. Als de staart van een beest zweven de wolken groots en meeslepend over het land. De wind sleurt ze niet meer zo hard mee, maar genoeg om elk moment een compleet nieuw plaatje te zien.

Takken liggen op de grond, versperren de doorgang. Het pad is niet meer te vinden door alle bladeren die zich hebben verzameld in grote hopen. De ravage lijkt mee te vallen, tot ik drie bomen zie liggen op het fietspad. Ze hebben de harde Zuidwester niet overleefd. Het zijn lindebomen waarbij het volle blad de genadeloze klap heeft gegeven. Teveel wind tegen het gewicht van de bladeren.

image

Met stam en al uit de grond gewipt. Dat is bij twee bomen gebeurd. De derde is in tweeën gespleten door de stormkracht. Er ligt een bijna even dikke stam op het fietspad. Geen doorgang meer. Ik maak wat foto’s van de ravage. Wat een kracht zit er in de wind. Bomen ontwortelen en alles is door elkaar gegooid. Alsof iemand in razernij naar iets heeft gezocht, zonder het te vinden.

Ik loop verder. Geniet van de rust in het park. Het lijkt of niemand nog naar buiten durft. Geen hond kom ik tegen, terwijl ik normaal op elk willekeurig uur van de dag meerdere honden en hun bezitters tegenkom. Ik kom op het pad dwars door het Beatrixpark en zie hoe twee omgevallen bomen dit pad versperren. Nog niet zo heel lang geleden lag hier al een boom. Toen een windstille dag, nu heeft de wind een einde gemaakt aan deze twee reuzen van het park.

image

Ik geniet van al die luchten die elk moment de hemel van kleur veranderen. De zon probeert door al die wolken heen te breken, maar het lukt nog niet zo vaak. Het levert een mooi spel op dat mij dwingt omhoog te kijken. De hemel inspireert en lijkt mij uit te dagen. Onstuimigheid levert genoeg spanning op om elk moment een nieuw schilderij te presenteren. De compositie van kleuren geeft om de haverklap een nieuwe verrassing.

Ik denk nog even terug. Wat was dat genieten, wat eerder vanmiddag aan het Weerwater. De stille welving in het water is een onstuimige golvenzee geworden. Het lijkt wel of ik aan het stand sta. Een hele golfslag komt op de kade af en slaat tegen het steen. Ik word kletsnat van al het water dat opspat.

image
Weerwater op hoogtepunt van de storm

De hemel zorgt ervoor dat je wegdroomt. Maar het is genoeg geweest. We gaan weer naar huis. We lopen langs het appelboompje. De sierappeltjes liggen tussen de losgewaaide bladeren op het pad. Saartje scharrelt haar maaltje wel bij elkaar. We lopen de gracht op, en zien hoe de schutting van de buurman omver is geblazen. Overal takken en bladeren. De eerste herfststorm is voorbij en de gevolgen zullen nog dagenlang door onze media en in onze hoofden blazen.

image
Het Den Uylpark na de storm

Innoveren – #WOT

image

Te pas en te onpas komt het woord voorbij: ‘innoveren’. In de meeste gevallen verkeerd gebruikt. Een bedrijf moet innoveren om de crisis te overleven. Onzin natuurlijk. Marketing stopt oude wijn in nieuwe zakken en zegt dat het een nieuw product is, maar is dat wel zo. Ik geloof er eigenlijk nooit iets van.

Het verbaast mij altijd dat producten altijd vernieuwd moeten worden. Het suggereert dat een vernieuwing een verbetering is. En dat is pertinent onjuist. Een vernieuwing is geen verbetering, een vernieuwing is een vernieuwing. Het is vaker een verslechtering dan een werkelijke verbetering.

Vooral leveranciers van elektronica en software hebben er last van. Ze willen doen geloven dat elke update een verbetering is van de bestaande. Dat ze hier heel vaak ongelijk in hebben, bewijst de apparatuur zelf.

UPC Mediabox Horizon

Neem bijvoorbeeld de UPC Mediabox Horizon. We hadden een andere mediabox. Hij viel regelmatig weg maar na de lange opstart kregen we een soort balans met het apparaat. Maar als je een abonnement hebt, moet je regelmatig kijken of je niet besodemieterd wordt. Daarom ontdekten we dat het goedkoper kon. We sloten een nieuw abonnement bij dezelfde leverancier en kregen de Mediabox Horizon cadeau.

Het moet bij die mediabox allemaal anders en daarmee bewijst UPC dat innoveren niet altijd een verbetering betekent. De horizon biedt weinig perspectief voor de interactieve televisiekijker. Het begon met een verschrikkelijke afstandsbediening, waarbij je eindelijk op knopjes moest drukken en dan niet bij je programma kwam. Er werd een andere afstandsbediening gestuurd, maar daar waren weer niet alle knopjes op zodat je nu met twee afstandsbedieningen zit.

Dan is het vinden van programma’s in Uitzending gemist een drama. Stonden vroeger de titels kort en overzichtelijk in een rij, nu moeten de programma’s met een plaatje worden gepresenteerd.

Het resultaat een onmogelijk door te komen interface die het onmogelijk maakt een programma terug te kijken. want als je iets eindelijk gevonden hebt, laat hij het afweten en kun je weer van voren af aan beginnen.

Update

Ik zie hetzelfde terug bij softwareprogramma’s als Windows, Android en vergeet natuurlijk niet iOS. Stuk voor stuk drama’s bij een nieuwe release. En als gebruiker vraag je je af waar het allemaal voor nodig is. De oude versie werkte prima na een lang traject van bugs en missers. Waarom moet het helemaal anders?

De andere kant van innoveren is het stopzetten van diensten. Google is daar de laatste tijd heel goed in. Zo zie ik al dagen achter elkaar dat mijn iGoogle over een paar dagen stopt. Het is jammer, want ik vond het altijd wel een prettig openingsscherm. Volgens Google omdat er genoeg alternatieven zijn. En zo helpt de vernieuwing een oude dienst om zeep. Nee, innoveren maakt meer kapot dan je lief is.

image

Voorlezen – #50books

Voorlezen is heerlijk om te doen, maar het is ook heerlijk voorgelezen te worden. Vooral kinderen worden veel voorgelezen, maar als een verhaal goed voorgelezen wordt, kan dat een volwassene eveneens ontroeren.

Zo raakte ik getroffen door een fragment bij Zomergasten waarbij Jan Wolkers voorleest uit De Walgvogel. De taal verandert bij het voorlezen. Je hoort duidelijk waar hij de inspiratie vandaan heeft gehaald: je hoort de taal van Jesaja en Jeremia. Het is geen proza meer dat je hoort, maar poëzie.

Het voorlezen van gedichten – dat dan ineens voordragen heet – geeft dezelfde ervaring. De klanken krijgen een nieuwe betekenis. Lucebert is een dichter die werkelijk prachtig kon voordragen. Het gedicht ‘Het laatste avondmaal’ is overdonderend in zijn voordracht. Het werkt inspirerend om zo naar de gedichten van hem te luisteren.

Misschien helpt het mee om de gedichten op wolkenhemel toegankelijker te maken door ook een paar voor te dragen. Al vind ik zelf dat ik niet mooi kan voordragen. Ik vind het leuk om voor te lezen of een gedicht hardop te lezen, maar ik vind niet dat ik het heel mooi kan doen.

De verhalen van Dickens komen helemaal tot leven als ze voorgedragen worden. Echt genieten om te luisteren naar ‘The Great Winglebury Duel’ uit Sketches by Boz. Ik ben nog op zoek naar de hele voordracht van Roy Macready. De voordracht brengt het verhaal helemaal tot leven. Zo wil ik wel luisteren naar een verhaal.

Voorlezen hoort bij de opvoeding. Het mooiste moment bij het voorlezen dat ik meemaakte als ouder, was dat het boek van schoot wisselde. Ik las haar niet meer voor, maar zij las mij voor uit Jip en Janneke.

Of het verhaal dat ze laatst op school voorlas uit Meester Jaap. Ik was ontzettend trots en liet af en toe een traan los van ontroering. En voor mij heeft zij nog steeds gewonnen!

Dit is het antwoord op vraag 42 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Bestolen

image

Als Paul Theroux in het boek Laatste trein naar Zona Verde in Angola komt, verergert de situatie alleen maar. Zijn persoonlijke gegevens zijn van zijn creditcard gestolen en langzaam verdwijnt een enorm bedrag van zijn bankrekening. Paul Theroux heeft dit nog helemaal niet in de gaten en komt er pas een maand na vertrek uit Namibië achter. Het slechte karma dringt al veel eerder binnen, namelijk bij het passeren van de grens van Namibië met Angela.

Hier ziet hij het uitzichtloze Afrika. De essayvorm waarmee hij door Zuid-Afrika en ook door Namibië trok, verandert in de vertrouwde weergave van zijn oude reisverhalen. Hij reist weer. Prachtig schrijft hij over de autorit met Camillo, ‘een echte snelheidsmaniak’. Die steeds dronkener wordt. Hoe ze vast komen te zitten in de bush omdat de auto niet meer start. Na een lang oponthoud, raakt de auto weer aan de praat en bereikt hij zijn bestemming toch.

Verbazing

Het verblijf in Luanda brengt hem van de ene verbazing in de andere. Hoe kan een land dat voor miljarden euro’s per jaar aan olie uitvoert, zo arm zijn. Hij ziet hoe de mensen in de olie-industrie bakken met geld binnenhalen. Het zijn allemaal buitenlanders, omdat, zo menen zij, de Angolezen niet willen werken. Afpersing en opportunisme vieren hoogtij, constateert Paul Theroux:

Uit de immense uitgestrektheid van de sloppenwijken, de slechte toestand van de wegen en de willekeur waarmee er gebouwd werd, kon ik afleiden dat de overheid corrupt was en de mensen uitbuitte, dat zij tiranniek en onrechtvaardig was en volkomen ongeïnteresseerd in haar bevolking, maar tegelijkertijd de mensen vreesde om wat ze zagen en haatte om wat er werd gezegd en geschreven. (357)

Het is niet de armoede die Angola in de greep houdt, maar de hebzucht:

Angola was een land zonder plan, één grote graaipartij, ingegeven door hebzucht. Je kon onmogelijk door het land reizen zonder te voelen dat er een vloek op rustte – niet de vloek van de geschiedenis, zoals waarnemers vaak zeiden, maar de vloek van zijn immense rijkdom. (358)

Als Paul Theroux aangeeft dat hij verder wil naar Cagandala met de trein, krijgt hij te horen van een documentairemaker dat dit ‘Zona verde’ is. Een benaming die hij eerder al hoorde toen hij met pech langs de weg stond. Het staat voor de ‘groene zone’, alles wat geen stad is. Maar eerst wil hij met de documentairemaker een tijdschriftartikel maken over de bedreigde antilope, het laatste stuk nog levend wild in de wildernis van Angola.

Roet in het eten

De dood gooit roet in het eten en Paul Theroux hikt steeds meer tegen die treinreis naar Zona verde aan. Het brengt hem tot wanhoop. De betovering van de treinen waar hij in de andere (trein)boeken mee reisde, is er niet meer. De vreugde in een trein te stappen die hem naar een bestemming brengt die hij niet kent, verruilt hij voor de keuze niet verder te gaan:

Dezelfde vreugde die ik altijd had gevoeld wanneer ik aan een lange reis begon, overviel mij nu bij dit besluit om niet verder te gaan. (390)

Voor het eerst verlangt de schrijver naar huis. Stelt hij aan het einde van Gelukkige eilanden dat thuis eigenlijk overal is, in zijn laatste reisverhaal komt hij tot een andere conclusie: ‘ineens kwam naar huis gaan me heel aanlokkelijk voor.’

Laatste reisverhaal

Het roept het vermoeden op dat dit boek het laatste reisverhaal is van Paul Theroux. Is hij zijn nieuwsgierigheid kwijtgeraakt? Of is het genoeg. Heeft hij genoeg gezien van de wereld om het kijken en reizen aan een ander over te laten?

Zo is Laatste trein naar Zona verde de ultieme afsluiting van een prachtig reisverhalenoeuvre geworden. Al zou ik het niet uitsluiten dat het over enige tijd toch weer gaat kriebelen bij deze reiziger en schrijver…

Meer lezen

Dit is het eerste deel van een serie over het nieuwste reisboek van Paul TherouxLaatste trein naar Zona Verde, Mijn ultieme Afrikaanse safari. Lees de andere delen:

Gegevens boek

Paul Theroux: Laatste trein naar Zona Verde, Mijn ultieme Afrikaanse safari. Vertaling van The Last Train to Zona Verde, My ultimate African safari. Vertaald door Nan Lenders, met dank aan Anneke Bok. Amsterdam: Uitgeverij Atlas/Contact, 2013. ISBN: 978 90 450 2451 6. Prijs: € 24,95.

De ultieme Afrikaanse safari

image

De ultieme Afrikaanse safari begint in Kaapstad, de plek waar Paul Theroux in Dark Star Safari zijn reis door Afrika eindigde. Hij verwijst in Laatste trein naar Zona Verde heel vaak naar zijn vorige reis door Afrika.

Hij vergelijkt de townships en krottenwijken, met de plekken waar hij tien jaar eerder kwam in Dark Star Safari. Werd het hem in die tijd nog ontraden, nu is het bezoek aan een sloppenwijk een heuse vorm van toerisme. Naast een wildsafari in een natuurpark, kunnen toeristen zonder problemen hun neus steken in andermans zaken en een township bezoeken.

Paul Theroux herhaalt deze bevinding meerdere keren. Een bezoek aan de arme wijken van New York of Londen haalt iemand tegenwoordig wel uit zijn hoofd, maar in Zuid-Afrika stapt hij zonder gene een sloppenwijk binnen. Voor de Amerikaanse reisverhalenschrijver is het een vorm van voyeurisme. Hij gebruikt zijn bezoeken aan de sloppenwijken om veranderingen te bespeuren. En hij ziet deze zeker. Hij heeft het idee dat de situatie in deze wijken minder uitzichtloos is geworden dan eerst.

Machinegeweer

Dat positieve beeld is hij snel kwijt in de bus naar Windhoek. Zo is voor de president van Zuid-Afrika zijn lijflied een lied dat de machinegeweer verheerlijkt. Ook roepen veel leiders op tot het doden van de blanke boer. Ze vergeten daarbij dat hun land voor de voedselvoorziening sterk afhankelijk is van Afrikaner boeren.

In zijn gesprekken blanken van wie de grond in Zimbabwe was onteigent, blijkt dat de Zimbabwanen sinds het vertrek van de boeren nauwelijks in staat zijn zich in hun eigen voedsel te voorzien. Een gevaar dat voor Zuid-Afrika ook dreigt. Paul Theroux gaat fel van leer tegen idealisten als Bono die liedjes als ‘Schiet de boer neer’, vergoeilijken door te zeggen dat het eigenlijk volksmuziek is.

Olifantenrug

De situatie in Namibië deprimeert hem. Al laten de San (bosjesmannen) en een safari op een olifantenrug hem ook een andere kant van het land zien. Hij komt vooral het Afrika tegen van de vooroordelen, waarbij armoede en uitzichtloosheid overheersen. Mensen die op een kluitje zitten in de sloppenwijken. Voor Paul Theroux zijn de sloppenwijken plekken waar de mensen tijdelijk wonen. Maar waar bijna iedereen zijn hele leven gedwongen blijft zitten.

Daar spreekt hij zich duidelijk uit over ontwikkelingshulp. Volgens hem bevordert de hulp vanuit het Westen alleen maar de uitzichtloosheid. Het maakt de mensen lui en weinig inventief om iets aan hun situatie te doen. Bovendien spekt het eerder de kassen van de gevende landen door de opdrachten die ze ermee binnen halen. Het kapitaal verdwijnt zo even hard als dat het gegeven is.

Meer lezen

Dit is het tweede deel van een serie over het nieuwste reisboek van Paul Theroux, Laatste trein naar Zona Verde, Mijn ultieme Afrikaanse safari. Lees de andere delen:

Gegevens boek

Paul Theroux: Laatste trein naar Zona Verde, Mijn ultieme Afrikaanse safari. Vertaling van The Last Train to Zona Verde, My ultimate African safari. Vertaald door Nan Lenders, met dank aan Anneke Bok. Amsterdam: Uitgeverij Atlas/Contact, 2013. ISBN: 978 90 450 2451 6. Prijs: € 24,95.

Laatste trein naar Zona Verde

image

Ik las de aankondiging van het laatste reisverslag van Paul Theroux: Laatste trein naar Zona Verde, Mijn ultieme Afrikaanse safari. Het is een vertaling van het eerder dit jaar verschenen The last train to Zona Verde, My ultimate African safari.

Wat was ik nieuwsgierig naar dit boek in de vertaling van Nan Lenders (met dank aan Anneke Bok). Het laatste reisboek van Paul Theroux en het omslag met de locomotief in de Afrikaanse ochtendzon beloofde een treinreis. Wat verlangde ik naar dit verslag uit Zuid-Afrika, Namibië en Angelo. Ik zou kennismaken met een heel ander soort treinen.

Het zou misschien vergelijkbaar zijn met het tien jaar eerder geschreven Dark Star Safari. Maar dit boek was niet helemaal een treinboek zoals dat wel het geval is met De grote spoorwegcarrousel, De oude Patagonië expres en het boek China, per trein of het vijf jaar geleden verschenen De grote spoorwegcaroussel retour. Daarvoor is het spoorwegnet in Afrika veel te versnipperd.

Maar bij het lezen van Laatste trein naar Zona Verde van Paul Theroux herkende ik weinig van de treinboeken erin terug. Zelfs de gedetailleerde vorm van observeren en beschrijven is verruild voor een andere, meer essayistische benadering. Het lijkt of in elk hoofdstuk Paul Theroux een bepaald aspect van Afrika wil behandelen. Daar fietst soms een situatie of persoon doorheen die hij onderweg is tegengekomen.

Drie treinen

In Laatste trein naar Zona Verde neemt Paul Theroux welgeteld drie treinen: een trein vanuit Swakopmund in Namibië naar de hoofdstad Windhoek. Daarnaast neemt hij in het begin en aan het einde een boemeltje in Zuid-Afrika, dat van de buitenwijk Khayelitsha naar Kaapstad zelf gaat. Aan het einde van het boek maakt hij dit korte ritje ook om de kleren die hij droeg tijdens de reis weg te geven. Verder reist Paul Theroux voornamelijk per bus.

Meer lezen

Dit is het eerste deel van een serie over het nieuwste reisboek van Paul Theroux, Laatste trein naar Zona Verde, Mijn ultieme Afrikaanse safari. Lees binnenkort de andere delen:

Gegevens boek

Paul Theroux: Laatste trein naar Zona Verde, Mijn ultieme Afrikaanse safari. Vertaling van The Last Train to Zona Verde, My ultimate African safari. Vertaald door Nan Lenders, met dank aan Anneke Bok. Amsterdam: Uitgeverij Atlas/Contact, 2013. ISBN: 978 90 450 2451 6. Prijs: € 24,95.

Kapsalon in park

image

Hij komt eraan fietsen en rijdt over het voetpad. Het grind knarst onder zijn wielen. Het zonnetje schijnt flauwtjes door het wolkendek. Aan zijn fietsstuur bengelt een wit plastic tasje. De bocht om, over het evenwijdige paadje.

Bij het bankje stopt hij, stapt af, zet zijn fiets vast op de standaard en hengselt het tasje los van zijn stuur. Hij gaat zitten, opent het zakje en haalt er een zilverkleurig bakje uit. Het is een bakje van aluminiumfolie.

Een kartonnetje sluit het bakje van boven af. De jongen opent het bakje, haalt een vork uit het zakje en zet het vol in het eten. Het is een heuse kapsalon zie ik. Hij mengt de smurrie met shoarma en sla tot een heuse stamppot.

De vork gaat erin en verdwijnt in zijn mond. Het zonnetje schijnt zachtjes en hij zit daar alleen op het bankje te genieten van zijn kapsalon. De fiets staat naast hem, haaks op het bankje. De wandelaar loopt voorbij met zijn honden en ziet hoe de kapsalon in de mond van de puber verdwijnt. Zo verdwijnt de kapsalon in het park hap voor hap.

Woordenschilder

jacob-jan-voerman-naast-standbeeld-overgrootvader-jan-voermanIk laat mij meevoeren door de derde Voerman, Jacob Jan. Hij schildert niet met verf en penseel, maar met woorden. Zijn mooie verhalen over zijn familie, de ouders en de kinderen. Het geloof, de verhalen van Charles Dickens en George Eliot. Onderweg delen we onze passies, bij mij thuis als de frieten bakken en het eten wordt opgediend.

Hij praat met evenveel liefde over Dickens als over zijn andere grote voorkeur Terry Pratchett. Een auteur waar ik niet veel mee heb, maar waar mijn wederhelft Inge helemaal verzot op is. Zij delen die verhalen over hun favoriete schrijver. Ik luister en observeer. Ik zie hetzelfde plezier waarmee hij over de wolken en torretjes van de Voermannen vertelt.

Droom aan diggelen

De projecten na het grote theaterproject, waaronder het mooiste project: iets met de Voermannen. De droom, een toneelstuk samen met acteur en Voerman-liefhebber Henk van Ulsen: hij: senior, Jacob Jan: junior. Maar Henk van Ulsen is er niet meer. De droom ligt aan diggelen op de vloer van de fantasie.

Ik zoek het drama voor een verhaal bij het verhaal van de Voermannen, maar hij hangt teveel op de werkelijkheid. Iets dat ik herken in mijn eigen pogingen tot schrijven: de werkelijkheid staat goede fictie in de weg. Misschien de schilderijen laten spreken, het verhaal wordt door de schilderijen verteld.

Bloggen naar perfectie

Bloggen en de zoektocht naar perfectie: echt iets goeds en moois maken. De theatervoorstelling van Jacob Jan laat het zien. Je kunt iets heel goeds maken, voorbij goed. Een mooie blog. Het loslaten van elke dag bloggen, maar goed bloggen. Misschien naar drie keer in de week, maar dan beter. Zoeken naar inspiratie en motivatie. Hoe het bloggen je helpt met schrijven. En hoe het bloggen je helpt jezelf te vinden.

Lees ook de andere bijdragen over deze ontmoeting: