Bloggen in Niets en niemand

cover niets en niemand ivo bonthuis

Het koste mij enige moeite in de roman Niets en niemand van Ivo Bonthuis te komen. Het moment dat mij meenam, is als NinjaX een blog schrijft. NinjaX is het alterego van de hoofdpersoon Steven Innes. NinjaX, een ondernemende immigrant, vastbesloten u alles af te pakken, schrijft over kerst. ‘Geen tijd als de kersttijd om orde op zaken te stellen.’ De ondernemer vereffent als een Scrooge de rekeningen van zijn klanten. Het is een blog in een typerende en deprimerende ‘geenstijl’-stijl. Rauw en hard, zonder nuance.

Onder de blog verschijnen reacties. Geleidelijk verschuiven de reacties en worden onderdeel van het verhaal. Merel, een collega van Steven – haar naam ‘was iets met een vogel’ – reageert onder het bericht. Ze probeert hem te pakken te krijgen. Er is iets met zijn moeder waarvoor ze hem moet hebben. Zo dringt het blog het verhaal binnen. Een mooi gegeven. Ik die een tijdje terug er nog voor pleitte om meer de chat en tweets in romans te laten komen.

Bloggen als uitlaatklep

De blog fungeert als een uitlaatklep voor de hoofdpersoon Steven Innes in de roman Niets en niemand van Ivo Bonthuis. Het boek is vandaag overal online te vinden bij de eerste bijeenkomst van de leesclub via blogs. En een blogger houdt ervan om blogs te lezen. Als hij ze tegenkomt in een roman, gaat zijn hart sneller kloppen. Zeker ook omdat de reacties onder het bericht zo mooi vermengen met de loop van het verhaal. Het bloggen wordt zo onderdeel van het verhaal en krijgt een eigen stem die het verhaal meevertelt.

Niets en niemand vertelt het verhaal van Steven Innes, zoon van Laura en Maxime Innes. De roman opent op de luchthaven Charles de Gaulle bij Parijs. Laura ontdekt daar dat haar gemiste vliegtuig net neergestort is. Geschokt blijft ze staan en laat de beelden van het neergestorte vliegtuig op het scherm tot zich doordringen. Daar had zij in kunnen zitten.

Elk hoofdstuk wisselt

Het eerste hoofdstuk vertelt het verhaal gezien vanuit Laura. Het tweede hoofdstuk volgt haar zoon Steven. Hier zet een procedé in dat de rest van de roman doorzet. Elke hoofdstuk wisselt van focalisator en voert het verhaal op vanuit de ander bezien. Zo ontvouwen zich geleidelijk de verhalen van Steven en Laura. De grote gemene deler is Maxime Innes, Frans kunstenaar die in een vacuüm is terechtgekomen. Hij maakt geen kunst meer en is verworden door hotdogs-verkoper in Utrecht.

Elk personage worstelt met zijn of haar identiteit. Het duidelijkst vormgegeven in de kunstenaar Maxime bij wie niks meer uit handen komt. Zijn vrouw Laura merkt hoe ze langzaam in de verwarde patronen van haar moeder terechtkomt. En Steven probeert zich los te maken van zijn ouders.

Gedeelde verhalen

De gedeelde verhalen maken het boek het mooiste. De verhalen van Madelein, een vrouw die plompverloren op een dag aanbelt om geld op te halen voor de armen. Zij blijft aan het gezin kleven. Zo is zij geworden tot een leidmotiv in Niets en niemand of op zijn minst de motivatie voor Laura om naar Parijs te gaan voor een interview met de vrouw die een galerie begonnen is. Het geheim voor haar succes om midden in de crisis een galerie te beginnen: ze verkoopt rotzooi. Of zoals ze het zelf toelicht:

‘Ik mag wel zeggen dat ik een neus voor rotzooi heb. Schrijf maar op: “Haar grootste talent: in een zaal vol schoonheid ziet zij dat ene, dat bijzondere, spuuglelijke kreng.’ (126)

Een volkomen zinloos interview voor het toeristisch tijdschrift waarvoor Laura Innes het artikel wil schrijven. Het wordt dan ook niet een gesprek over de galeriehoudster Madeleine in Parijs, maar het vertelt het verhaal van de familie Innes. Het artikel is een poging om zich te ontworstelen aan haar man. Iets waarin ze haar moeder verafschuwt heeft. Tegelijkertijd heeft ze de expansiedrift van haar vader: groter en groter. Om de talentloze kunstenaar die haar zoon is, een toekomst te garanderen. Laura is slachtoffer van haar eigen genen.

Pallet van verhalen

Daarmee is Niets en niemand een pallet aan verhalen, verschijningen en personages. En dat grijpt gelijk in het bezwaar van het boek: het vormt een te grote hoeveelheid bouwstenen die de lezer maar moet op elkaar moet zetten. Zeker er zitten veel aangrijpende en mooie momenten in. De ene keer dient het motief weldegelijk het verhaal. De andere keer is het een mogelijkheid die je kunt zien. Zoals de robijnrode kleur die voortdurend in verschillende gedaantes terugkomt. Je kunt het zien, maar het hoeft niet. Maar of al deze kleine bouwwerkjes, het grote bouwwerk van het verhaal ondersteunen?

Gelukkig biedt het einde voldoende houvast. Het eindigt met de blogger Steven, die zijn alterego NinjaX in de wilgen heeft gehangen. Vervolgens schrijft hij een kerstverhaal over de liefde en wat hij liefheeft. Een reflectieblog zouden sommige bloggers het noemen. Het is het einde van een verhaal dat overal ongrijpbaar is en zich verder vormt in je hoofd. Bijna het echte leven. En omdat het verhaal ergens moet stoppen eindigt het bijna als een domper in cursieve letters:

Reacties voor dit bericht zijn uitgeschakeld. (190)

Ivo Bonthuis: Niets en niemand. Roman. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2013. 190 pagina’s. ISBN: 978 90 468 1467 3. Prijs: € 17,95.

Een perfecte dag voor literatuur

Deze blog sluit aan bij het blog-initiatief “Een perfecte dag voor literatuur” van Not just any book. Lees de andere bijdragen over dit boek.

Vertel het verder – #50books

Met Doris aan de Amsterdamse grachten (in 2009)

De belasting zat hem op de hielen, daarom kon de laatste cursusdag ‘interaction design’ niet doorgaan. De jonge internetondernemer stelde voor om de cursus op een andere dag voort te zetten in het huis van zijn schoonouders. Een imposant pand midden in de Amsterdamse grachtengordel. De lunch genoten we wat verderop. Hij trakteerde op de heerlijkste gerechten. De controle van de belastingdienst was blijkbaar toch meegevallen.

We liepen terug langs de gracht naar het huis van zijn schoonouders voor het laatste stukje van de cursus. Het tekenen van de websitestructuren en schema’s ging verder. Zoeken naar de meest effectieve indeling van de website, zo kon ik het nieuwe intranet verder vorm geven. Hoe zorg je ervoor dat je bezoekers vinden wat ze zoeken. En hoe vertaal je dat in de structuur van de website?

Hij vroeg wat ik gestudeerd had. Ik vertelde hem over de studie Nederlandse Taal- en Letterkunde en van mijn liefde voor literatuur en verhalen. Was die wereld van computers en internet wel wat voor iemand die van boeken en verhalen hield. Was er überhaupt wel een overlevingskans voor het boek met al die nieuwe technieken.

‘Ja, ik zie juist heel veel nieuwe kansen’, antwoordde ik. ‘Er zal nog een kunstvorm gevonden moeten worden op het internet. We zijn er nog lang niet. En ik weet niet waar het heengaat. Ik denk dat we nog aan het begin staan van een heel nieuwe vorm waarin we verhalen vertellen.’

Hij knikte, kon er zich weinig bij voorstellen. En eigenlijk ook niet, maar ik blijf erbij, een jaar of acht later en vele ontwikkelingen verder. De literatuur moet een nieuwe vorm vinden, aangepast aan de situatie. Een digitale wereld van games, films, muziek, stemmen en tekst. Het biedt ongekende kunstvormen. Nieuwe kunstvormen.

Wat dit betekent voor het boek. Ik weet het niet. Er zijn initiatieven geweest als van Stephan Sanders die op internet zijn debuutroman Liefde is voor vrouwen schreef. Lezers konden dagelijks zijn vorderingen volgen en zelfs voorstellen doen voor wendingen of de introductie van nieuwe personages.

Media noemden het in 2000 de allereerste ‘interactieve roman’. In de besprekingen van het boek later, werd het interactieve aspect niet of nauwelijks aangehaald. In hoeverre de uiteindelijke roman lijkt op wat Stephan Sanders op de website liefde-is-voor-vrouwen.nl deed, is niet meer te achterhalen. De website is al jaren offline.

Tot nog toe is internet meer in de inhoud van het boek doorgedrongen dan in de vorm van het boek. Het digitale boek lijkt nog teveel op het papieren exemplaar. Daarom verwacht ik dat de ontwikkelingen hier nog heel langzaam zullen volgen. De roman zal meer en meer naar de achtergrond verschuiven en een nieuwe vorm krijgen. Voor poëzie zie ik een ongelooflijk grote rol weggelegd. Gedichten sluiten heel goed aan bij de vlugge en vluchtige digitale wereld.

De tijd zal het leren. De uitvinding is nog niet gedaan en eerst zullen heel veel mensen er afkeurend mee omgaan. Net als dat het lezen van een romannetje erg lang als schadelijk is ervaren. Lang hebben mensen ervoor moeten vechten en pas in de twintigste eeuw kon je zonder gene een boek lezen in het openbaar.

Bij de voorstelling van Jacob Jan Voerman vorige week raakte ik er echt van doordrongen. Verhalen blijven belangrijk. Over de vorm kun je discussiëren, maar het verhaal blijft. Internet of niet. De menselijke stem spreekt en vertelt zijn verhaal. En dat verhaal gaat hoe dan ook voort. Het boek is als een verhaal en het verhaal vertelt verder. Zonder einde.

Dit is het antwoord op vraag 38 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Nare dromen

image

Zeker drie keer droomt Redmond O’Hanlon tijdens zijn tocht door de Amazone in Tussen Orinoco en Amazone. Het is een droom met een canvas kano erin. Hij is een achtjarig jongetje en achterin peddelt zijn vader. Als Redmond verdwaald is, komt de droom telkens terug, maar in de rest van het verhaal komt de droom geregeld in de nachten voorbij.

Bij de eerste keer dat deze droom aan de orde komt, zit niet zijn vader achterin, maar Simon. Hij pakt de buks van begeleider Chimo en schiet zichzelf in zijn mond. De knallen blijken van het onweer ter komen. De tweede keer is Redmond teleurgesteld omdat hij en zijn vader in de kano de onbereikbare spoorbrug niet weten te bereiken. De derde keer bereikt hij de spoorbrug.

Maar toen we dichterbij kwamen, veranderden de natuurstenen pijlers en de roestige ijzeren dwarsbalken langzaam in een stel takken die gesteund werden door x-en van stammetjes met een leuning van lianen. We voeren eronderdoor, en plotseling werd ik overweldigd door een hevig geluksgevoel. (624)

De dromen verwijzen naar zijn jeugd als er een halve, lege eierdop van een grote lijster voor zijn voeten valt. Hij begint eieren te verzamelen en vaart met zijn vader in de canvas kano op het meer van Bowood vaart. Daar vindt hij het ei van een fuut onder een plukje drijvend groen. Het is het pronkstuk van zijn collectie. De verzameling eieren in een doos heeft nog altijd een plekje in zijn fetisjkamer. Bij de verbrande teen van een vriend die zelfmoord pleegde.

Bij het lezen van Tussen Orinoco en Amazone van Redmond O’Hanlon – zo vlak voor het slapen gaan – word ik ook geteisterd door dromen. Ik loop met de honden door een smal paadje in het park en laat mijn handen glijden langs de takken. Als ik thuiskom en in mijn handpalm kijk, zie ik een hele verzameling vol teken over mijn hand lopen.

Ze weten zich naar binnen te werken en kruipen onder mijn huid verder. Ik probeer ze dood te drukken en zie dat er eentje verandert in een wesp. Duidelijk zie ik de gele zwarte strepen en voel het lijfje sidderen. Steeds als ik hem wil dooddrukken, kruipt hij weg.

Als ik badend in het zweet wakker wordt, bedenk ik mij dat ik toch maar geen junglereizen van Redmond O’Hanlon moet lezen. Je krijgt er nare dromen van.

Naïef of dom? – #WOT

image

Naïef of dom. Hoe dicht liggen ze bij elkaar? Ik ga vaak uit van het goede van de mens, de beste bedoelingen. Dat werkt heel goed bij mensen die betrouwbaar zijn, zeggen wat ze bedoelen. Zodra belangen aan mensen gaan trekken en ze een spelletje spelen, haak ik af. Want ik verlies. Geheid.

Als mensen misbruik maken van je naïviteit, dan vind je jezelf heel dom. Ik had niet zo naïef moeten zijn. Zo vol vertrouwen in de ander. Hem of haar op zijn woord gelovend. Denkend dat de verwoorde moeite die ze voor je doen ook de echt moeite is die ze voor je doen.

Dan haken ze af, leggen plotseling een eisenpakket op tafel. Of zeggen ineens iets heel anders. Dan begint het spel. Het spel dat ik niet kan winnen. Het lijkt voor mij of ik die met zwart speelde, ineens het witte leger ben. Het speelbord is omgedraaid. De verwarring heerst. Paniek. Het gevecht met mezelf is aangebroken. Ik kom er niet meer uit.

Zo kreeg ik een paar weken geleden een mooie toezegging, in woorden en op papier. Eindelijk had ik iets bereikt. Ik zag licht in de verte. Maar ineens verschuift het pallet, ben ik wit en niet meer zwart. De legers verschuiven en hergroeperen. Wie ik was, ben ik niet meer.

Ik heb het verkeerd begrepen, het zit toch anders in elkaar. Iemand anders gaat er ineens over. De afspraak is hol en leeg. Een lijntje ontspint zich en ik word eraan vastgebonden. ‘Aan het eind van de week weet ik meer’, wordt: ‘volgende week hoop ik meer duidelijkheid te hebben’. Een belofte wordt een instituut met beleid dat met dezelfde messen snijdt en geen uitzonderingen kan maken.

Zo verschuift naïef in dom en bewondering voor degene die het spel wel snapt. Hij heeft dat gewiekst aangepakt, weet de mazen op te zoeken en er doorheen te kruipen. Slim heten zulke mensen, terwijl het in feite ratten zijn die de naïviteit van hun medemens opvreet. En alleen maar denkt aan zijn of haar eigen hachje: het eigen baantje.

Zeker als ik hoor dat gesprekken voor 55 procent uit lichaamstaal bestaat, een taal die ik niet begrijp. En nog eens 30 procent uit ‘hoe je het zegt’. Iets waarbij ik de nuance ook niet zo goed kan maken. Blijft er die 15 procent over, waar het eigenlijk om gaat. Zo verdwijnt naïviteit en wordt verruild in wantrouwen.

Het geloof in een eerlijke wereld is net zo naïef als het vertrouwen in een afspraak. Dom, dom, dom.

Dit is de 39e #WOT van 2013. #WOT (Write on Thursday) wordt wekelijks aangedragen door Irene.

Yanomami en de yoppopijp

image

Redmond O’Hanlon bezoekt in Tussen Orinoco en Amazone het amazonegebied om de Yanomami tegen te komen. Het geweldadigste volk ter wereld. Blijf uit de buurt van de Yanomami, roept een soldaat hem nog toe als hij wegvaart uit de bewoonde wereld. Je weet dan als lezer dat dit eerder een aansporing is om het wel te doen, dan een waarschuwing om het niet te doen.

Hij heeft zijn zinnen gezet op een ontmoeting met de Yanomami. Het is voor Simon een reden de reis af te breken. Redmond komt vrij snel na het vertrek van zijn vriend de eerste indianen tegen. Gabriel is mee om contact te kunnen maken met de Yanomami die veel verder in de binnenlanden leven. Met deze indianen is het makkelijk contact te leggen. De ‘echte’ Yanomami zijn veel moeilijker te vinden en vooral: echt gevaarlijk.

Redmond krijgt wel via de yoppopijp het bruine poeder in zijn neusgat geblazen. Na zijn dosis kijkt hij urenlang naar de vrouw van de man die straks met hen meegaat. Op het punt hen allemaal te vermoorden, zonder dat hij het weet.

‘Jij hebt naar Jarivanaus vrouw zitten staren als een jongen die nog maar net zijn ballen heeft gekregen! Je hebt naar haar gekeken als een jongen die nog in zijn moeders hut woont!’

Het daagt Redmond uit verder te zoeken: ‘als dit geen echte Yanomami zijn, hoe zullen díe dan wel zijn?‘ Ze verlaten de rivier en gaan verder de rimboe in. Een deel van de begeleiders blijft achter. Ze zien het niet zitten om de indianen tegen te komen en vrezen voor hun leven. De tocht door het regenwoud beschrijft Redmond O’Hanlon prachtig in beeldrijke taal. Je ziet het voor je ogen gebeuren terwijl je leest.

Omstreeks het middaguur zag ik een troep kleine vogels die om ons heen vlogen, van tak naar tak en op de grond; en een stap of twee later liepen we over een massa middelgrote zwarte mieren, een chaotische, hyperactieve menigte insecten die alle kanten uit rende en zelfs twee, drie meter hoog in de stengels van varens, de stammen van bomen klommen – het was, nam ik aan, en van Henry Walter Bates’ soorten strijdmieren (hij heeft tien soorten gevonden, waarvan acht nieuwe); maar Jarivanau was te ver voor me uit om naar hem te schreeuwen en hem tegen te houden; na vijf minuten waren we de colonne gepasseerd, en ik stond alleen even stil om een paar buitengewoon dappere exemplaren van mijn broek te vegen. (559)

Een zin waar ik van geniet. Hij kan zo uit een negentiende-eeuws reisverslag komen zoals Wallace en Junghuhn die schreven. Het is een verhaal als een jongensboek waarbij de spanning en de opwinding van de reizigers heel goed overkomen op de lezer. Na deze zin komt de begeleider Jarivanau op het spoor van de Yanomami. Ze stuiten op een veelbelopen pad van ruim een meter breed.

Dan volgt de echte ontmoeting met de oorspronkelijke bewoners van het regenwoud. De dosis bruine poeder uit het flesje brengt Redmond in extase. Wat volgt is een diepzinnig visioen over de oorsprong van alles. Hij is toegelaten tot de indianenstam. Als hij ontwaakt uit de roes, blijkt dat hij uren heeft zitten kijken naar een berg.

Mijn ledematen waren stijf, mijn nek deed pijn, mijn zitvlak was gevoelloos; ik moet heel lang naar de Leaopuei hebben zitten staren.

De missie is volbracht. Redmond kan weer naar huis.

Niet meer kunnen schrijven

image

Een vriendin vertelde laatst dat het niet meer lukte, het bloggen. Ik moest denken aan een fragment in de televisieserie van de reis met de Beagle, In het kielzog van Darwin. De schrijver Redmond O’Hanlon bezoekt in Indonesië een medium om contact te maken met zijn geliefde natuuronderzoeker Alfred Wallace. Ze hebben ‘een beetje pech’, het lukt het medium niet contact te maken. Omdat Wallace een westerling zou zijn.

Redmond O’Hanlon stelt aan het einde van de sessie nog een bijzondere vraag aan het medium. ‘Ik zou graag weer kunnen schrijven’, zegt de Britse reisverhalenschrijver. Al twee jaar krijgt de schrijver van internationale bestsellers geen letter meer op papier.

Het schrijven lukt gewoon niet meer en hij zou het graag willen. In een gesprek op het eiland Ternate licht Redmond O’Hanlon dat toe:

Ik kon het gewoon niet meer aan. […] En ’s nachts werken ging niet meer. Dat deed ik altijd. Ik kreeg nooit meer dat bijzondere gevoel dat je vergeet dat je achter je bureau zit, je volkomen gewichtsloos voelt met een pen die als vanzelf schrijft. En je bent zo geconcentreerd op wat je aan het schrijven bent, dat je uit een trance moet ontwaken als je je pen neerlegt. Een zalig gevoel.

Ik herken dat gevoel. Dat je helemaal opgaat in het schrijven. Dat tijd en ruimte niet meer zijn. Dat je helemaal verdwijnt. Het filosofisch stadium van zijn. Het voelt als een drugs, maar het is heel moeilijk op te roepen. Je moet in de juiste stemming zijn, genoeg rust in je tenen hebben en voldoende idee om lekker door te schrijven. De hoogtepunten van het scheppen noemt Redmond O’Hanlon het. De dieptepunten zijn voor iedereen afschuwelijk.

Soms is het gewoon gaan zitten en het proberen, maar als dat niet lukt, dan werkt dat heel frustrerend. Misschien is de enige remedie, het bezoeken van een medium. Maar of dat helpt? Redmond O’Hanlon heeft na het bezoek aan Ternate nog altijd geen boek geschreven. Wel maakte hij een prachtige televisieserie voor de VPRO: O’Hanlons helden. En hij hielp mee aan twee boeken, maar het is niet meer de reisboekenschrijver van weleer.

Naar het fragment op uitzendinggemist.nl (video start bij het fragment in nieuw venster)

Simon Stockton

image

Simon Stockton is de reisgenoot van Redmond O’Hanlon bij zijn tocht door het Amazonegebied. Zijn metgezel van de reis naar Borneo zou nog niet met hem meegaan ‘naar High Wycombe.’ Daarom wijkt hij uit naar Simon Stockton, ‘een vriend uit de tijd dat ik voor in de twintig was.’

Simon werkt in een casino en is toe aan een verzetje. Maar in het oerwoud is het oersaai, probeert Redmond O’Hanlon nog. Charlie Brewer, de grote ontdekkingsreiziger en fotograaf van Venezuela, vindt Redmond O’Hanlon een volstrekte amateur als het gaat om het kiezen van zijn reisgenoten:

of een sadist. Ik mag Simon wel. Ik moet om hem lachen. Maar je had hem in Londen moeten laten. Biologisch gesproken, Redmond, is hij een gespecialiseerd dier. Hij is bestemd voor het leven in de stad, en nergens anders. Je speelt een heel gevaarlijk spel. Je speelt met het leven van mijn indianen.

Inderdaad speelt Redmond een gevaarlijk spel. Simon hoeft het eten van de jungle niet en eet alleen de blikjes spam. Zo verdwijnt het hele overlevingspakket aan eten. Simon verveelt zich in de jungle van de amazone. Hij leest onderweg in de kano de Russische klassieken, Misdaad en Straf en daarna de Gebroeders Karamazov.

Op een avond vertelt Redmond over de spulletjes die hij verzamelt voor zijn fetisjkamer, zoals de teen van zijn vriend Douglas die zelfmoord pleegde door zich te verbranden als een boeddhistische monnik. Met afgrijzen hoort Simon het verhaal aan. ‘Krankzinnige ellendeling dat je bent, míjn voet krijg je niet’, krijgt hij toegeworpen.

Hoe dieper ze het regenwoud binnendringen, hoe ellendiger Simon eruit gaat zien.

Soms had hij die zelfde afstandelijke, lege blik als ik het laatst gezien had in Douglas’ ogen, een paar weken voor zijn zelfmoord. En de laatste tijd was hij nóg meer overeenkomst gaan vertonen – hij bewoog zich óf heel gespannen en snel, stijf en ongecontroleerd, strak als een draad, óf onnatuurlijk ontspannen. ’s Avonds lag hij meestal in zijn hangmat, hij zei niets, bewoog zich niet, staarde omhoog tussen de bomen. (425-426)

Als de russische klassieker uit zijn en Simon voor de derde keer Conrads Heart of Darkness leest, heeft hij er genoeg van. Hij is net meegeweest naar een dorp om nieuwe voorraden te halen. Bij de terugkomst van de delegatie krijgen ze op drank getrakteerd. De tirade die Redmond daar krijgt, behoort tot het mooiste fragment:

‘Waarom zou ik blijven? Waarom moet ik mij de hele dag laten steken door mieren, wespen en horzels en bijen? Ik heb erover nagedacht. Ik ben tot een besluit gekomen. Het is niets dan regen en muskieten en almaar diezelfde klotebomen en eindeloze rivieren en weerzinwekkend eten en aldoor drijfnatte kleren.’

Op Redmonds reactie dat Simon dan de Yanomami niet zal zien en geen foto’s kan maken, reageert Simon prachtig:

‘Jij hebt totaal geen smaakpapillen. Jij vindt alles even prachtig. Jij zou een goed maal nog niet herkennen als ik het in je strot ramde. Je bent een vette bruut. Je bent zo gevoelig als een rinoceros. En bovendien ben je manisch. Je raakt opgewonden, elke keer dat je een nieuwe vogel ziet. Terwijl ik, eerlijk gezegd, Redmond, om het maar openlijk te zeggen, ik denk alleen maar, daar heb je weer zo’n stomme rotvogel.’

Jaren later bezoekt een team van de VPRO Simon om te vragen hoe Redmond is als hij reist. Verschrikkelijk zegt de croupier meer dan 25 jaar na de reis door de Amazone. Hij denkt alleen maar aan zichzelf en heeft nergens anders oog voor. Bovendien vreet hij alles wat hem wordt voorzet en zegt: ‘wat lekker’. Daarna leest hij – hoe ook anders – de mooiste passage voor uit Redmonds boek Tussen Orinoco en Amazone. En zegt dat het precies zo gebeurd is…

Naar het fragment op uitzendinggemist.nl (video start bij het fragment in nieuw venster)

Vertellen van het leven

Het begint met een verhaal. Dat is er. Het is meer dan een kop en een staart. Een goed verhaal, een prachtig verhaal. Dan is er de performance: de kleren (wit), de schoenen, het zachtrode licht en het decor: letters van piepschuim, een whiteboard, twee klapstoeltjes. Het geluid versterkt door een doventolk en een schrijftolk.

Alles is er. Sommige dingen iets sterker dan het andere. Maar daarvoor is het een try-out. Geen haperingen in de tekst. De theatervoorstelling van mijn blogvriend Jacob Jan Voerman is ronduit prachtig. Met een try-out die voorbij goed gaat, ‘goed genoeg is niet goed genoeg’, raakt hij de kern van zijn voorstelling.

Ik ken hem van twitter. Medeblogger Jacob Jan Voerman. Hij gaat het theater in. Gisteren was in Utrecht de allereerste try-out. Ik was heel nieuwsgierig wat hij zou gaan vertellen. Natuurlijk ken ik een gedeelte van het verhaal al van zijn blog. Ik ken ook zijn schrijfstijl.

Zijn theatervoorstelling is als zijn blog, maar dan in het kwadraat. De blog is kort en vluchtig. De voorstelling gaat diep en is geduldig. Een mooi afgerond verhaal van top tot teen. Het is een verhaal over boeken die als troost en als leidraad dienen. De klassieken die volgens Jacob Jan erg belangrijk zijn. ‘Ik heb ze ook gelezen. Moby Dick.’ Een zucht. ‘Maar als een klassieker je meeneemt, neemt hij je een stuk verder mee.’

Zo’n klassieker is het verhaal van Jacob Jan Voerman. Hij nam mij mee en hij nam mij een stuk verder mee. De strijd om het personage te doorgronden. Het verhaal van Natka, een meisje dat de verteller tegenkomt als hij ontspoorde jongeren coacht. Hij legt het haar allemaal uit, de Roos van Leary en de diagonale lijnen die de Belg Curvelier erin maakte. Maar dat wil ze niet weten. Ze weet dat allemaal al. En de verteller verklapt het: niet zij leert van hem, maar de coach leert van zijn cliënt.

Gedurende het verhaal komen de helden van Jacob Jan Voerman voorbij: Ayn Rand, John Steinbeck, Fjodor Dostojevski en Tonke Dragt. De boeken van deze schrijvers leiden de verteller door het verhaal. En zo probeert hij te zoeken naar het antwoord. Hij probeert het personage te doorgronden. Zijn personage. En hij heeft macht, hij kan alles met het verhaal: ‘Ik ben de schrijver, de beweger. Ik kan mijn personage de tijd geven en het leven zelf wel met antwoorden laten komen. Maar dat wil ik niet.’

Jacob Jan Voerman zoekt, speurt, wikt en weegt. Hij staat op dat podium en worstelt. Die worsteling maak je intens mee als toeschouwer en luisteraar. De worsteling met het verhaal en met de personages. De strijd met feit en fictie. Waarheid en leugens. De strijd met de spiegel waar je doorheen probeert te kijken. Het is een verhaal geworden dat heel mooi is geworden.

Ik heb van de eerste try-out genoten. De mooie combinatie van theater, waarbij hij op prachtige wijze zijn personages vorm geeft met behulp van letters in piepschuim. Het maakte het verhaal compleet. Het verduidelijkt wie er spreekt. Net als de gebarentolk en de schrijftolk. Ze maken onderdeel uit van het verhaal, zonder het verhaal geweld aan te doen.

Ik kreeg een verhaal waarvan ik genoot. En natuurlijk kan ik best wel iets verzinnen met mijn kritische blik om het allemaal nog beter te maken. Op elke slak is nog wat zout te leggen. Ik zou dan vertellen: meer rust, nog langzamer spreken, nog meer letten op de tekst, het publiek de ruimte geven en het verhaal laten ademen.

Zeker, ik kan het allemaal zeggen, maar dat zijn kleine verbeteringen voor een verhaal. Hij weet het zelf ook. Maar zijn verhaal staat als een huis en het is een voorstelling waarvan ik alleen maar kan zeggen: ik heb genoten. Wat een mooi verhaal!

Update november 2021

8 jaar na de geboorte van Emma, stond ze er weer. Emma een vrouw die vertelt over haar transitie en vooral over haar boek Onder de radar.

Kakofonie – #50books

image

Bibliotheken zijn over het algemeen doodstille ruimtes. Dat is erg misleidend, want de bibliotheek is een kakofonie van stemmen die hard door elkaar tetteren. De ene schreeuwt nog harder dan de andere. Achter elke rug schuilt een verhaal, vertelt door één of meerdere stemmen. Tussen de kaften krijsen de personages om het hardst.

Mijn bibliotheek is ook zo’n ruimte. De ene titel schreeuwt nog harder dan de andere dat hij gelezen wil worden. Of ik hem ooit zal lezen, ik weet het niet. Dat is afhankelijk van het juiste moment, de juiste hoeveelheid tijd en voldoende innerlijke rust. Er is genoeg. Misschien wel meer dan waar ik een mensenleven mee kan vullen.

Een groot gedeelte van mijn bibliotheek bestaat uit boeken die ik alvast gekocht heb voor een later moment. Een moment dat het beter uitkomt of dat ik er meer tijd voor heb. De rij boeken groeit gestaag, maar de voldoening die het geeft als je begint aan het boek. Dat genoegen is bijna niet te beschrijven.

Zo geniet ik elke keer als ik een ongelezen reisverhaal van Paul Theroux uit mijn kast trek. Op dit moment is dat Gelukkige eilanden. Het boek van 675 pagina’s vraagt aardig wat leestijd, maar daar krijg je wel veel plezier voor terug. Heerlijk lezen aan het boek dat al enige tijd in mijn boekenkast ligt.

Datzelfde verlangen maakt ook begeerlijk. Het gebeurt in die verleiding vrij snel dat je een boek koopt waarvan de kans best groot is dat je het later niet meer zal lezen. Mijn boekenkast bevat zeker ook van dit soort boeken.

Soms grijpt mij de angst aan dat ik meer boeken heb dan ik ooit van mijn leven zou kunnen lezen. Waar te beginnen? Wat zou ik allemaal missen? Al die stemmen die verhalen vertellen en om het hardst schreeuwen. Op zulke dagen verlaat ik mijn bibliotheek meteen.

Andere keren ga ik op de grond liggen en kijk omhoog naar al die boeken die op mij wachten gelezen te worden. Ik streel de ruggen, pak soms een exemplaar uit de kast en sla het open. Dan lees ik een klein stukje. Verlekkerd. Met volle teugen geniet ik dan. Dit mag ik straks allemaal nog lezen…

Dit is het antwoord op vraag 37 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Vastgoedwolven

image

Het begon met de herprofilering van de straat, in de loop van de jaren is de straat al aardig wat opengebroken. Daarna werd het braakliggende terrein opgebroken. De moestuintjes en de tennisbaan werden opgeruimd. Een bord stond naast het paadje dat hij de laatste drie jaar nam. ‘Voetpad niet meer beschikbaar in verband met werkzaamheden’, stond erop.

Hij nam het pad uit gewoonte en als afscheid. Graafmachines omhelsden het terrein. De grijparmen trokken het groen uit het land. Een grote bulldozer egaliseerde de grond die kaal tevoorschijn kwam. Het tegelpad lag opgebroken aan weerszijden van een zandbult. Alleen het afgeplatte zand verried waar het pad gelegen had. Hij voelde zijn voeten wegzakken in het zand. Achter hem trok een spoor en veranderde het afgeplatte zand in rul zand.

image

Een ander bord vertelde dat er woningen zouden komen op dit stuk braakliggend terrein. Een paar jaar geleden hadden investeerders afgezien van bebouwing. De grond bleef ongebruikt achter. Een paar mensen mochten ideeën aandragen om de grond zolang te gebruiken. Zo verrees er een tennisbaan en volkstuintjes op het terrein. Een insectenhotel en vogelverschrikker waren het enige dat er op het terrein boven het maaiveld uitkwam.

De eerste keer dat hij hier liep langs dit braakliggende terrein was in 2010. Hij was te voet op weg naar Amstelveen voor een interview. En genoot van de lichtval op deze morgen. De herfst die aanving en de ochtendzon die zo mooi de bladeren van onderaf geel maakte. Op het braakliggende bouwterrein groeide de maïs hoog. En hij vroeg zich af waarom hij hier op het duurste stukje grond van Nederland een maïsveld aantrof.

image

Daarna werd het een mooi plekje groen te midden van de geldwolven. De hazen liepen ’s morgens vroeg over het veld. De ochtendnevel vermengde zich met het groen en maakte dat de hoge vastgoedgebouwen van de achtergrond oplosten in de wolken. Zo maakte het geld plaats voor het groen en genoot hij van de rust die de crisis met zich meebracht.

Nu keerde de activiteit terug. De natuur moest eraan geloven. Hier komen huizen. Een vastgoedontwikkelaar zag er weer genoeg geld in om hier een toekomst met grote winsten te zien. Straks zouden de heimachines komen en de grond klaarmaken voor het gegoten beton. De crisis en de natuur waren overwonnen. En hij zag hoe de haas het hazepad koos. Liep zelf nog een keer over dat pad langs die moestuintjes.

Het zou niet lang meer duren of hij zou hier ook niet meer lopen. Om het vergezicht dat bedorven werd niet te zien aftakelen.

image