Eendenkroos

image

De gracht voor ons huis is de laatste maand helemaal groen uitgeslagen van de eendenkroos. Soms trekt een vaarspoor van eenden door het groen heen. Vanmorgen zag ik de familie zwaan door de gracht zwemmen. Keurig achter elkaar. Vader voor, moeder achter en de twee kuikens tussen hen in. Vader trok het spoor. De anderen volgden keurig in het uitgezette spoor.

image

In deze warme maand zie je het kroos groeien. Soms ontstaat een wak omdat de eenden het opeten. Die beesten moeten in een heus luilekkerland leven. Overal is te eten in ruime mate. Ze trekken zelf het spoor van het leeggegeten bord. Wat niet lukt bij gras – of je moet het met wortel en al opeten – lukt wel bij eendenkroos.

image

Ik heb mij laten vertellen dat je het ook zelf kunt eten. Ip het water van het kikkerpoeltje in de achtertuin drijft ook een flinke laag kroos. Soms neemt Saartje er een hap uit op zoek naar een verstopte kikker. Ik heb zelf ook eens een hapje kroos geprobeerd. Er zat niet veel smaak aan, maar als alternatief voor sla kan het er prima mee door.

image

Dankbaarheid (2) – #WOT

image

De #WOT – dankbaarheid – van gisteren bracht mij tot een bijzonder inzicht. Bij het lezen van het #WOT-woord aan het eind van de middag, dacht ik: ‘Bah, daar kan ik niks mee’. Het woord roept negatieve associaties bij mij op. Het lukte mij nooit de precieze vinger erachter te krijgen. Waarom had ik nou zo’n hekel aan een woord waar op zich weinig mis mee is?

Ik zocht de associaties die het woord ‘dankbaarheid’ bij mij opriep. Het ging vooral om de context waarin het woord gebruikt werd. In de kerk en bij mijn opvoeding. Het woord kreeg vooral de nadruk op de plicht dankbaar te zijn. Je moest het vooral zijn. Dankbaar voor God, voor je ouders, voor het leven. Dankbaarheid ligt buiten jezelf. En je moet vooral iets of iemand dankbaar zijn.

Dat moeten, bracht de negatieve associaties voort. Maar vooral ook het verband dat ik bij het analyseren van het woord ontdekte. Het wordt voor mij altijd gebruikt in verband met ongehoorzaamheid. Je luistert niet, je bent eigenwijs of je wil iets niet. Dan moet je dankbaar zijn.

Ik zocht verder en vond het definitieve antwoord in het dankgebed na het eten. Ook daar wordt het verband gelegd met dankbaarheid en gehoorzaamheid. Doe wat God wil en wees dankbaar. Het past niet in mijn levenshouding waarbij ik vind dat het uit mijzelf moet komen. Natuurlijk kan ik soms iemands hulp vragen. En dan ben ik hem of haar innig dankbaar.

Dankbaarheid – #WOT

image

Schrijf naast de dingen die je energie kosten en die je energie opleveren, ook eens op waar je dankbaar voor bent. Probeer elke dag één ding op te schrijven waar je dankbaar voor bent. Hij schreef het keurig op in het schriftje en liep ermee onder zijn arm mee naar huis.

Dankbaar. Het woord dankbaar roept associaties op met het geboortekaartje: ‘met vreugde en dankbaarheid geven wij kennis van de geboorte van onze dochter’. De puber die niet luistert. De ouder die terugroept: ‘je zou ons dankbaar moeten zijn. Ondankbare hond.’

De God waar je dankbaar moet zijn. ‘O Heer, wij danken U van harte voor nooddruft en overvloed; daar menig mens eet brood der smarte, hebt Gij ons mild en wèl gevoed. Doch geef, dat onze ziele niet aan dit vergank’lijk leven kleev’, maar alles doe, wat Gij gebiedt, en eind’lijk eeuwig bij U leev’!’ Oftewel: als je niet gehoorzaamt, ben je ondankbaar.

Het lukte hem niet om iets dankbaars op te schrijven. Hij moest teveel denken aan de dingen die hem opgelegd werden. Het danken voor het eten. Het bedanken voor het rapportgeld. De dankdag. In de dankbaarheid schuilt iets van afhankelijkheid. Je hebt iets aan iemand of iets te danken en daar moet je dankbaar voor zijn.

Hij vertelde het een week later bij de volgende afspraak. Waarom het vel papier leeg was gebleven. Het deed hem teveel denken aan niet luisteren. Als je gehoorzaamde, was je dankbaar. Anders niet. ‘Je mag ook opschrijven waar je gelukkig van wordt’, zei ze geruststellend. Hij schreef het netjes bovenaan het papier. Dankbaar liep hij naar buiten met het schriftje onder zijn arm.

Verstoppen – #50books

image
Gerrit Komrij verstopte zich achter het pseudoniem Patrick Demompere

Het mooiste pseudoniem vind ik de bekende schrijver die zich wil bevrijden van zijn bekendheid. Als Marek van der Jagt schreef Arnon Grunberg mooie romans, die zeker aan hem deden denken, maar waar ook veel lezers ingetuind zijn. Of J.K. Rowling die een thriller schreef onder de naam Robert Galbraith. Een boek dat pas een bestseller werd nadat bekend werd dat de schrijfster van Harry Potter het geschreven had. De schikking die met de verrader getroffen is, is meer een schijnproces dan een gemeende zaak.

Gerrit Komrij heeft het flink aan de stok gehad met de taalkundige Teun van Dijk die beweerde dat Komrij achter de schrijver Mohamed Rasoel schuilde. Deze schrijver beweerde met het boek De ondergang van Nederland dat islamieten binnen dertig jaar de Nederlandse cultuur zouden verwoesten. Het leidde tot een affaire en bijbehorend rechtsproces.

Komrij zei dat hij niet achter het pseudoniem zat. Dat ging niet met de mildste bewoordingen. De bewijsvoering van de Amsterdamse taalkundige was uitermate krakkemikkig, vond Komrij. Een computermodel kon onmogelijk aanwijzen als auteur op basis van enkele stilistische verschijnselen. Van Dijk bleef het volhouden. En Komrij haalde de vloer met hem aan.

Het bracht de schrijver mogelijk op het idee om wel onder een pseudoniem te publiceren. Het werd Patrick Demompere die wekelijks voor het Vlaamse weekblad Humo over Nederlandse en Vlaamse literatuur schreef. Zoals Patrick Demompere de spot dreef met Gerrit Komrij behoort tot de hoogtepunten van de Nederlandse kritiek met zinnen als:

‘In het algemeen is Gerrit Komrij in de Nederlandstalige letteren een ernstig overschat fenomeen. In zijn kielzog sleept hij een stel oudere jongeren mee, in noord en zuid, die zich door zijn spraakwater het hoofd op hol hebben laten brengen en die sindsdien hun best doen net zo melig te zijn als hun voorbeeld.’ (52)

Deze schrijver werd spoedig ontmaskerd door de oudere jongeren uit het kielzog van Komrij. Hilarisch zijn de woorden van Hans Warren die schrijft: ‘iedere zin van Demompere schreeuwt het uit: ik ben van Komrij! Ik ben van Komrij!’

Langs Grebbelinie van Rhenen naar Veenendaal

kazemat langs heimersteinselaan op grebbeberg
Mijn moeder bij een kazemat van de Grebbelinie op de Grebbeberg

Het is er steeds niet van gekomen om dat Grebbeliniepad te gaan lopen, maar dan is het zover: we lopen de eerste twee stukken van de route. Het eerste leidt langs en over de Grebbeberg. Het eindigt bij het Hoornwerk, een verdedigingswerk dat aan de voet van de Grebbeberg staat.

Ik ga met de trein naar Rhenen, bij Veenendaal Centrum stapt mijn moeder op. Vanaf het station gaat de route direct naar de Rijn, waarna een groot stuk langs het water loopt. Het mooie zomerweer is heerlijk, maar het pad was erg druk met allemaal fietsers die langsreden. Het was zo bijna onmogelijk naast elkaar te lopen. De zon schijnt warm op de rug en verbrandt de nek. Goed insmeren.

voormalige boswachterswoning op grebbeberg
Voormalige boswachterswoning als onderdeel van de Ringwalburcht bij de Koningstafel op de Grebbeberg

De trappen op naar de Koningstafel. Dat is een plateau bovenop de Grebbeberg waar de ringwalburcht ligt. De burcht is een aarden wal, die gemarkeerd wordt door een prachtige toren. Hier woonde vroeger de boswachter. Het toeval wil dat een kleindochter van de voormalig boswachter hier met haar kinderen is. Ze zoekt naar allerlei herinneringen uit haar jeugd. Volgens haar is veel verdwenen van het authentieke boswachtershuis in de vorm van een heuse burcht. De kelders beneden met fraaie gewelven zijn uitgeleefd. Het lijkt of er regelmatig brandjes gesticht worden.

paardenpoep bij ringwalburcht op grebbeberg
Zou de paardenpoep op de Koningsberg iets met de legende van de heilige Cunera van doen hebben?

De route door het bos is wel lastig te vinden. De diepe gleuven lijken op de oude loopgraven, maar het kunnen ook natuurlijke afzettingen zijn. De militaire begraafplaats met de klok aan de andere kant van de weg. De weg over de berg die bij het herdenken van de gevallenen op 4 mei is afgezet.

Langs Ouwehands dierenpark, de Heimersteinselaan in. Een echte boslaan met hoge beukenbomen aan weerszijden. Midden in het bos, in de nabijheid van een grote uitsparing, is een heuse loopgraaf nagebouwd zoals deze aan het begin van de Tweede Wereldoorlog waren gegraven. Deze valleistelling brengt de geschiedenis wel dichterbij.

Zo’n loopgraaf helpt mee je voor stellen hoe het als soldaat hier gevoeld moet hebben. We denken aan een buurman – ome Koos – van mijn opa en oma, die aan het begin van de oorlog gestationeerd was bij de Grebbeberg. Hij zou in één nacht grijs zijn geworden van angst. De verhalen van weleer worden gelijk concreet door zo’n reconstructie van een loopgraaf.

gereconstrueerde loopgraven valleistelling grebbelinie
Gereconstrueerde loopgraaf van de valleistelling bij de Grebbelinie

Iets verderop een heuse kazemat, geschikt voor 3 militairen. Ook hier is een stukje loopgraaf bijgebouwd. Het maakt zo’n verdedigingswerk ook concreter. De hoge bomen eromheen suggereren dat ze er altijd gestaan hebben, maar ik betwijfel dat omdat het het zicht weghaalt. Het verhaal gaat dat vrijwel elke (oude) boom op de Grebbeberg nog de resten van kogels en granaatscherven heeft van de slag die hier in de meidagen van 1940 is gevoerd. Het enorme gat in de boom achter de kazemat suggereert dat ook hier de kogels, bommen en granaten in het rond vlogen.

Dan kom je uit bij het Hoornwerk, een imposant verdedigingswerk uit de 18e eeuw. Het bestaat uit voornamelijk aarden wallen die moeilijk zichtbaar zijn in dit jaargetijde. De bastions die we al eerder zagen langs de Rijn hebben wel duidelijke vormen, maar het verdedigingswerk moet in de hoogtijdagen er heel indrukwekkend uit hebben gezien.

Ik denk aan de eenzame hoofdpersoon van het verhaal ‘Dood weermiddel’ van Hotz. Hij dient een dergelijk verdedigingswerk te onderhouden en de aarden wallen op de juiste hoogte te houden. Het is een bijna onmogelijke taak. Hij wordt dan ook aardig dwarsgezeten door zijn vrouw.

valleikanaal of grift tussen rhenen en veenendaal
De Bisschop Davidsgrift of het Valleikanaal

Dan komt een saai gedeelte van de wandeling, het tweede gedeelte van de route voert langs de oude grift, later uitgegraven tot het Valleikanaal. We hebben hier vaak langs gefietst, zeker later toen er zo’n mooi fietspad langs kwam te liggen. Hier rijden de fietsers in de vorm van senioren en elektrische fietsen af en aan.

Het mooie weer verleidt de bewoners van de Gelderse Vallei tot het pakken van de fiets. Zodoende lopen we regelmatig achter elkaar. Van de verdedingslinie is niet veel te zien, wel een vistrap en een eendenkooi.

vistrap in valleikanaal tussen veenendaal en rhenen
De vistrap in het Valleikanaal tussen Rhenen en Veenendaal

We zijn vervuld van ons gesprek. Moeder en zoon bespreken de laatste stand van zaken. Verderop houdt het fietspad op. Bij de boer halen we vers water, een appel en een waterijsje. Dan komt de Blauwe hel, een stukje moeras zoals het allemaal rond Veenendaal is geweest voor het turf werd afgegraven. Hier ben ik vaak geweest en komt mijn moeder nog vaak. We zijn er bijna. Met meer dan 16 kilometer in de benen is het genieten van de Tjap Tjoi die mijn vader heeft gemaakt.

natuurgebied de hel bij veenendaal
Natuurgebied De Hel bij het Benedeneind in Veenendaal

Grebbeliniepad

soldaat hendrik-jan verschanst in valleistelling grebbelinie
Soldaat Hendrik-Jan verschanst in een Valleistelling van de Grebbelinie

Het ligt al een tijdje in het voornemen om een begin te maken met de wandeling langs de Grebbelinie. Ergens vorig jaar vond ik de ruim 80 kilometer lange wandeling in een aantrekkelijk boekje. Het zogeheten Grebbeliniepad is opgesplitst in 13 afzonderlijke delen, wisselend van lengte tussen de 3,3 en 10,5 kilometer.

De route loopt langs de Grebbelinie, een verdedigingswerk dat halverwege de 18e eeuw is opgericht. Het is een wandeling die begint in Rhenen bij de Grebbeberg en via Veenendaal, Scherpenzeel, Leusden en Amersfoort uiteindelijk naar Baarn en Spakenburg leidt. Onderwijl volgt het pad het oude militaire bolwerk de Grebbelinie.

Een leuk project om met mijn moeder te ondernemen, is mijn idee. Ze is gek op wandelen. Bovendien voert de route langs oude plekken waar ze vaak is geweest. Rhenen ligt in de nabijheid van haar geboortegrond. In Veenendaal woont ze al sinds 1978, verderop in Baarn heeft ze gewoond en in Amersfoort kwam ze vaak toen haar zus daar woonde.

zicht vanaf grebbeberg op bastions rijn en betuwe
Zicht vanaf Grebbeberg op bastion, uiterwaarden en Betuwe

Voor mij roept vooral de route van Rhenen naar Veenendaal veel herinneringen op. Ik bracht mijn hele jeugd in Veenendaal door en heb veel in de omgeving rondgezworven. Voornamelijk op de fiets. Vandaar ook dat de boeken van bijvoorbeeld Jan Siebelink ook veel herinneringen bij mij losweken.

In de tijd dat ik in Veenendaal woonde was ik mij helemaal niet zo bewust dat ik eigenlijk midden in een verdedigingswerk woonde. De kazematten stonden dan wel overal, zoals aan het Benedeneind, bij het Ruiseveen en half onder de snelweg A12 langs het hazepad.

kazemat grebbelinie langs heimersteinselaan grebbeberg
Kazemat of bunker in het bos bij Heimersteinselaan op de Grebbeberg

De kazematten noemden wij bunkers. Het waren kille en koude holen van beton. De jeugd maakte er brandjes in. Het was weinig aan binnenin. We dachten ook dat ze van de Duitsers waren geweest en daarmee nam de afgunst voor deze dingen nog sterker toe.

De laatste jaren is er een kentering en komt er veel meer waardering voor de bijzondere vestingwerken in Nederland. Naast de Grebbelinie is er veel aandacht voor de Stelling van Amsterdam en de (Nieuwe) Hollandse waterlinie. De laatste twee verdedigingswerken zien er wel imposanter uit dan de Grebbelinie.

De Grebbelinie loopt voor een groot gedeelte langs de Bisschop Davidsgrift, waarnaar het vernoemt is. Grebbe is een afleiding van grift, dat verwijst naar dit gegraven kanaal uit de 15e eeuw. Later is de Grift opgegaan in het Valleikanaal dat in de periode 1935-1941 werd aangelegd.

lopen langs grift of valleikanaal
De bisschop Davidsgrift of het Valleikanaal

Mijn pseudoniemen – #50books

image

Het gebruik van een pseudoniem heeft vaak een achterliggende reden. Het lijkt nog het meest op schaamte of het vermijden dat bekenden de persoon en het werk door elkaar gaan halen. Een pseudoniem wordt vaak gehanteerd door schrijvende advocaten, diplomaten en directeuren. Ze willen voorkomen dat hun brood vermalen wordt tot kruimels als hun bazen of opdrachtgevers ontdekken dat ze eigenlijk schrijven.

Over het algemeen weet iedereen het wel. F. Springer is Carel Schneider, achter Nescio verstopt Jan Hendrik Frederik Grönloh en Multatuli heet eigenlijk Eduard Douwes Dekker. In sommige gevallen is het lang onduidelijk geweest wie er eigenlijk achter het pseudoniem verstopt zat, zoals bij Nescio. Bij hem kwam pas na het overlijden aan het licht dat Nescio bij leven een handelsman en directeur was die uit liefde en idealisme schreef.

De echte pseudoniemen blijven voor altijd onbekend. Daar zijn ook geen voorbeelden voor te geven, anders zouden ze bekend worden. Op internet kun je betrekkelijk gemakkelijk een verborgen leven leiden onder een andere naam. Veel schrijfsels zijn daar van een pseudoniem voorzien. Het zijn niet de beste verhalen dus dat is ook niet erg.

In mijn studententijd verborg ik mij bij een verhaal achter het pseudoniem Hein Roosman. Ik vond het verhaal dat ik geschreven had te persoonlijk. Het heette ‘Een aanmerkelijk treinreis’ en was een verhaal waarin ik een verloren liefde probeerde te verwerken. Ik had niet de behoefte aan de grote klok te hangen dat het verhaal van mij was. Het verhaal dat in de NNP-Almanak van 1998 een plekje kreeg leverde geen enkele reactie op. Ik vraag mij af of iemand het gelezen heeft.

Ook deed ik een keer mee aan een wedstrijd voor schrijvers van Marokkaanse en Arabische afkomst. Als Mustapha Ghorbani schreef ik een inzending voor deze literatuurprijs. Het gedicht over een raaf met allochtone smart was niet veel bijzonders. De El Hizjra-literatuurprijs bleef mij zo bespaard. Wel kon ik er stoere verhalen over vertellen bij medestudenten. Zo heeft dat pseudoniem toch nog een aardig leven gehad.

Reizen op televisie

image

In het boek Reisverhalen schrijven gaat Jan Donkers niet alleen in op het schrijven van dergelijke verhalen, maar ook op de consumptie van deze boeken. Wat maakt die bijzondere reisverhalen zo bijzonder? Volgens Donkers is het moderne reisverhaal begonnen met De grote spoorwegcaroussel van Paul Theroux:

‘En inderdaad, het was tot dat moment vrij ondenkbaar dat er lezers geïnteresseerd zouden zijn in het vaak nukkige relaas, geschreven in de eerste persoon, van een op dat moment onbekende auteur die ook de ongemakken van het reizen en op het eerste gezicht onbenullige gesprekjes met medereizigers tot onderdeel van zijn materiaal maakte.’

Met het reisverhaal op de Nederlandse televisie is het echter treurig gesteld. De uitzendingen die Floortje Dessing maakt op de publieke zender zijn ronduit treurig. Jan Donker komt al niet door de programma’s heen daarom citeert hij tv-recensent Wim de Jong over 3 op reis: ‘[het] levert een vooralsnog braaf en gezapig programma op, waarin een heleboel reisuurtjes zijn gepropt waarin ook niets van enige betekenis of oorspronkelijkheid gebeurt.’

Hetzelfde geldt voor veel andere programma’s waarbij een bekende Nederlander naar een ver oord wordt gestuurd om verslag te doen van zijn ervaringen. Het is vaak aansluiten in de rij van de toeristische attractie en daarna vertellen hoe geweldig het was. Een duidelijke thematische aanpak ontbreekt. Alleen Adriaan van Dis lukte het met zijn reis door Zuid-Afrika en door Indonesië. Maar hij is ook een heel goede schrijver van reisverhalen. Het verschil: hij spreekt mensen op de boot, zit in de trein op Java en gaat de dialoog aan met zijn mederezigers.

Dat maakt een reisverhaal niet alleen in een boek interessant maar ook op televisie. Naast Van Dis kan ik geen voorbeeld geven van een mooi reisprogramma op de Nederlandse televisie. Misschien maar eens een leuk idee aanleveren bij de Nederlandse omroep. Of zou al het geld al aan presentatoren als Floortje Dessing zijn overgemaakt?

Eilanden

image

Het boek Eilanden bevat 27 beschrijvingen van eilanden. Het boek staat aan de basis van Boudewijn Büchs latere reisprogramma’s. Het leeuwendeel van de eiland die hij in dit boek behandelt, heeft hij in de tijd van verschijnen in 1981 niet bezocht. Hij leest en schrijft er vervolgens over.

Dat is ook zijn intentie, schrijft Boudewijn Büch in zijn inleiding bij de herdruk van het boek in 1991: ‘Het was immers ook de bedoeling geweest om de door mij – of zelfs de voor bijna iedereen – onbereikbare eilanden een Hollands prozabestaan te geven.’ (33)

Het levert 27 typeringen op van wisselende kwaliteit. De ene keer overstijgt het item nauwelijks het lemma van de encyclopedie. De schrijver hanteert alleen een ander taalgebruik om het te verbloemen.

Zoals bij de eilanden St. Pierre et Miquelon waar hij opmerkt: ‘Met zijn allen tellen de bewoners zesduizend koppen’, ‘Het Franse territorium is zo rooms als de pest’ en ‘Visvangst en doodslaan van pelsdieren brengt op de eilanden geld in het laadje. Er wordt vis ingevroren, gerookt, geroogd en gezouten.’ Een tekst opgebouwd uit de gegevens van het lemma uit de encyclopedie.

Ze zijn gelukkig zeldzaam. Want de andere keer weet Boudewijn Büch een prachtig staaltje vertelkunst te geven. Vooral op de momenten waarop de literatuur en de negentiende eeuw samenkomen. Zoals in de beschrijving van het eiland St. Paul. Hier haalt hij een populair negentiende eeuws gedicht aan van de domineedichter Bernard ter Haar.

Het gedicht De St. Paulusrots vertelt in 2223 verzen over het schip de Jan Hendrik dat op weg naar Batavia verongelukt op de rots in de Atlantische Oceaan. Boudewijn Büch concludeert: ‘Vanit eilandkundig oogpunt is het heerlijke literatuur.’ Een gedicht over een onbekend plekje gesteente.

De televisiereiziger Boudewijn Büch zie je duidelijk in dit boek. Het sluit naadloos aan op zijn manier van reizen: onderweg met een stapel boeken. Of zoals hij het zelf noemt in het dagboek dat hij 1998 bijhoudt: Een boekenkast op reis. Uitvoerig citeert de schrijver onderweg uit de boeken die hij over de bestemming gelezen heeft.

Ook deze televisieprogramma’s stralen de ene keer veel passie uit. Zoals bij zijn reis achter Goethe aan of reis door Amerika waarbij hij op zoek gaat naar de verhalen van beroemde liedjes en bands. De andere keer blijft het steken in een opsomming die door zijn eigenzinnige benadering dan wel weer leuk wordt.

Het boek wordt gevolgd door vier andere eilandboeken. Dit eerste deel wekt genoeg nieuwsgierigheid om het vervolg tot mij te nemen. Het maakt ook heel nieuwsgierig naar de heruitgave van de vijf boeken in één band die dit najaar verschijnt bij uitgeverij De arbeiderspers. Onder de naam Alle eilanden krijgt het boek als aanvulling de verspreide artikelen over eilanden en een voorwoord van Büch-liefhebber en bewonderaar Diederik van Vleuten.

Veiligheid – #WOT

image

Mooi idee natuurlijk, de blog als veilige thuishaven. Maar voor veiligheid moet je best veel in huis hebben. Mijn online wereld verschanst achter een groot hek waar niemand over kan klimmen of zich tussen de spijlen van het hekwerk kan wringen.

Mijn blog is helemaal niet zo veilig. Hackers loeren op dit domein. Na de hack via een plugin volgde een grote brute force aanval. Vooral mijn provider had er veel last van. Ik probeerde al wat maatregelen te treffen, maar helaas zonder veel resultaat.

Gisteren was het weer zover. Mijn provider had wat maatregelen genomen. Met als gevolg dat mijn eigen internetstek onbereikbaar voor mij was geworden. Weer allerlei middelen geprobeerd. Scripts geschreven en andere lapmiddelen van stal gehaald. De site deed het weer, maar ik had hem zo goed afgeschermd dat niemand buiten mijn IP-adres de site nog kon bereiken.

Zo kan het dus ook. Weer verder speuren en wat rommelen. En nu lijkt alles voor elkaar te zijn. Buiten het feit dat mijn provider ook nog een extra obstakel heeft gebouwd tegen de aanvallen van buitenaf.

Het is tuig. Mensen die ordinair je eigen omgeving in kruipen en de boel traineren. En meer dan dat: ze beogen mijn eigen veilige thuishaven te veroveren. Ik lap en probeer er het beste van te maken. Wie weet blijven ze nu wel weg…

Het toont de kwetsbare kant van veiligheid. Hacken gaat verder dan online pesten. Het is ordinair inbreken waarbij de waardevolle content van iemand het doel is. Het toont voor mij de betrekkelijke kant van bloggen. Misschien is straks alles niet meer online en zijn de enen en nullen allemaal verdwenen. Dan volgt er altijd weer een dag om opnieuw te beginnen.