Wereldmuziek op de autoradio


In zijn popmeditatie 81 schrijft Steven Gort over het gebrek aan muziek op de radio. Ik ervaar hetzelfde voor klassieke muziek. Veel klinken de bekende deuntjes van Vivaldi, Bach en Mozart. Minder aandacht is er voor muziek die op zijn minst je wenkbrauwen doen fronsen.

Toch zijn er heel mooie uitzonderingen. Ik zit in de auto in de veronderstelling op weg te zijn naar een orgelconcert. Ik luister naar radio 1, het programma Kunststof. Daar hoor ik iets waar ik uit mijzelf nooit naar zou luisteren. Maar ik luister verder.

Het is een interview met altviolist Oene van Geel. Hij treedt deze week op bij het Nord Sea Jazz festival en ontving de Boy Edgar prijs voor jazz en improvisatie. Het interview was best interessant. Al merk ik zelf dat geklets over muziek functioneert als omlijsting bij de muziek. Het waren juist die fragmenten die mijn nieuwsgierigheid opwekten.

Bij muziek is het niet zo interessant wat iemand vindt, maar veel meer wat hij doet. Hij kan van alles vinden, maar als hij dat niet in mooie muziek weet om te zetten, dan heb je er niks aan. Zo genoot ik van het eerste muziekstuk dat ze lieten horen: een bewerking van een lied van Radiohead. Ik ontdekte hoe mooi populaire muziek kan zijn op andere instrumenten dan de gitaar. Ook het loslaten van de electronica kan verrassende effecten opleveren.

Maar naast het bewerken van popmuziek in het strijkerskwartet Zapp4 is Oene van Geel ook actief op andere gebieden. De improvisatie die hij speelde op zijn altviool klonk bijzonder spannend. Het demonstreerde hoe leuk improviseren is. Net als de brede kijk op muziek, de uitstapjes naar de populaire muziek en de beïnvloedingen van andere muziek. Ze staan meer in de wereld dan organisten.

Want wat ik erg indrukwekkend vond, was de invloed van de Slavische muziek en de Indiase muziek. De verwijzing die hij maakte vanuit de zigeunermuziek naar de Indiase invloeden. Hij liet horen hoe muziek is die zich laat beïnvloeden door andere muziek. Ik merk dat organisten een angst hebben zich hiervoor open te stellen.

Juist de wereldmuziek biedt mogelijkheden voor organisten. De mooie orgelmuziek uit de 20e eeuw is vrijwel allemaal ontstaan vanuit de beïnvloeding van andere muziek: Arvo Pärt, Jan Welmers, Olivier Messiaen, Jehan Alain. Ze vormen een reactie op de wereldse muziek van dat moment. De beïnvloeding van de popmuziek moet nog komen, maar biedt kansen. Net als dat de jazzmuziek veel mogelijkheden geeft, zoals ik laatst hoorde bij het concert van Bert van den Brink in het Orgelpark.

Van Oene van Geels woorden vond ik het onthouden waar dat je moet oppassen niet alles perfect te willen kunnen. Gewoon doen met vallen en opstaan, helpt ook muziek mooi te maken. Een leerrijk autoritje, waar ik helaas voor het laatste muziekstuk met minimal-achtige muziek de auto verliet. Een brede kijk op muziek. Midden in de wereld staan. Hier liggen kansen voor organisten en klassieke musici.

Een nieuwe waarheid

image

In De man met de witte das rekent Godfried Bomans af met zijn vader en met politici. De grote overeenkomst tussen politici en schrijvers is dat ze allebei over een teveel aan fantasie beschikken en spelen met de waarheid.

Het verschil is misschien dat politici voordoen of hun leugen de waarheid is, terwijl schrijvers liever proberen de waarheid voor een leugen aan te merken. Schrijvers onttrekken zich het liefst aan de werkelijkheid door te zeggen dat het verhaal allemaal verzonnen is, terwijl er weldegelijk elementen uit de werkelijkheid zijn ontleend. Politici zijn allergisch voor de leugen, omdat ze zich eerlijk willen voordoen. Maar ze liegen meer dan dat ze de waarheid spreken.

Godfried Bomans beschrijft dat heel treffend als hij zegt dat zijn vader verkiezingspraatjes opende met de bewering dat hij jarig was. Het leverde een mooie binnenkomer op. Hij kon laten zien dat zijn gehoor belangrijk was, al besefte hij ook dat het vieren van zijn geboortedag in het gezin ook heel mooi was.

Dat vader Bomans dit elke avond deed, wist zijn gehoor niet en hij is er ook nooit op betrapt. Het is misschien liegen in de eigenlijke zin van het woord, maar volgens Bomans is het de goede verteller die ‘een nieuwe waarheid schept’.

Onder het kopje ‘liegen’ schrijft Godfried Bomans het volgende over zijn vader:

‘Mijn vader vertelde vaak uit het evangelie en zelfs daar veroorloofde hij zich enige vrijheden. Een daarvan herinner ik mij. De apostelen hadden de gewoonte om in de Hof van Olijven hun namen in de bomen te snijden, hoewel Christus zelf dat niet deed. Eén boom sloegen zij altijd over, zij wisten zelf niet waarom. Alleen Judas Iskarioteh bespeurde die weerzin niet en kerfde zijn letters in het verboden hout. Na de dood van Christus kwamen de elf verslagen in de Hof bijeen en zie, de boom was weg. Zij gingen nu naar het kruis op Golgotha en vonden daarin de letters J.I. gesneden. Ik zie ons nu weer zitten, in de ademloze stilte na die laatste woorden. Alleen een tovernaar kan zoiets bedenken.’ (46/47)

Dat is een nieuwe waarheid scheppen wat goede vertellers en dichters doen. Ik kan mij die beleving als luisteraar goed voorstellen. Ik herinner mij dominees die dit op soortgelijke wijze wisten te doen in een bomvolle kerk. Muisstil waren de toehoorders en de waarheid was er op dat moment. Al klopte er niks van het verhaal, het verhaal was zo goed dat het een beleving werd.

Wolfgang – de afloop

image
Teuntje heeft zich het doosje van de nieuwe Samsung toegeëigend.

Het avontuur met Wolfgang is afgelopen. En goed voor ons: we hebben ons geld teruggekregen. De apparaten werkten weer niet na reparatie. We vonden het genoeg. We gingen met onze toestellen onder de arm naar de Aldi en vroegen ons geld terug. Dat kon niet, zei de filiaalleider. We moesten contact opnemen met het hoofdkantoor. Dan kregen we een brief thuisgestuurd en met die brief kregen we het geld terug.

Inge belde. Ze moesten een brief hebben waarin de problemen werd uitgelegd. We schreven een uitvoerige brief over de situatie, aangevuld met de correspondentie met de leverancier. En dat het probleem maar niet verholpen was.

We stuurden het pakket van sjaalman op naar het hoofdkantoor van Aldi in Zaandam. Twee dagen later viel er een brief op de deurmat. Ik durfde het niet open te maken. Inge wel. Wat zou erin staan? Zenuwachtig schoten onze ogen over het briefpapier. Ze hadden onze brief in goede orde ontvangen en gingen hem in behandeling nemen.

Zaterdag viel het antwoord op de deurmat. Weer zenuwachtig. Inge maakte de bief weer open. Ik keek snel over haar schouder in de brief. We kregen ons geld terug op vertoon van de brief en de bon. We pakten de Wolfgangs in en ruilden de boel in bij de Aldi. Dezelfde filiaalleider hielp haar en hij was erg opgelucht. Nu heeft Inge een ander toestel van het geld gekocht.

Ik wacht eerst haar ervaringen af voordat ik eraan begin. Dat heeft het avontuur met Wolfgang mij geleerd. Het blijft jammer dat het toestel niet deed wat hij had moeten doen…

Lezen in de vakantie – #50books

image

Natuurlijk lees ik in de vakantie. Of ik meer lees dan anders, ligt aan de vakantie en aan de innerlijke rust. Vorig jaar was ik een dagje vrij op camping De ruimte bij Dronten. Daar genoot ik van het dagje zon en van De kus van Jan Wolkers.

De kus

De kus is een prachtig verhaal over een militair die gevochten heeft bij de politionele acties en naar Indonesië gaat met een groepsreis. Het boek viel al in een cyclus aan boeken die ik aan het lezen was. Ik las de hele dag door terwijl Doris op de camping speelde. Het boek was dezelfde dag uit.

In aanloop voor deze vakantie was ik al druk aan het lezen in de reisverhalen en treinverhalen van Paul Theroux. Na De oude Patagonië Expres volgende Het drijvende koninkrijk en China, per trein. Van deze boeken wil ik ook treffende blogs schrijven. Dat vermindert de schrijftijd voor andere stukken.

Ook omdat ik deze vakantie thuisbleef en andere dingen deed. En je kunt niet alles. Ook las ik andere boeken, zoals De man met de witte das van Godfried Bomans en delen uit Nescio’s Natuurdagboek.

Kinderjaren van Jezus

Dan wachten er twee boeken al langere tijd om gelezen te worden. Het eerste boek is Coetzees De kinderjaren van Jezus. Ik wil dit bespreken voor het Zuid-Afrikaanse Litnet. Het lezen van dit boek komt maar niet van de grond. Het lag al in mijn voornemen om het voor de reeks Theroux-boeken te gaan lezen. Ik kom niet in het verhaal, ook omdat het misging met de bezorging van het boek. Het werd nooit bezorgd door meneer PTT-post. Zodoende leen ik het boek nu van de bibliotheek.

De afvallige

Het tweede boek dat ik ook voor Litnet wil lezen, is Jan van Akens laatste historische roman De afvallige. Het laatste boek is een dikke pil die goed gelezen kan worden tijdens een vakantie. De afvallige ligt er als een begeerlijk snoepje.

image

Ik las Jan van Akens Valse Dageraad terwijl ik door Oost-Nederland fietste in 2001. Na die vakantie leerde ik een meisje uit Almelo kennen. Ik droeg het boek in Apeldoorn in mijn hand als herkenningsteken bij ons eerste afspraakje op 9 september 2001.

Misschien dat ik er daarom ook nog niet aan durf te beginnen. Het ziet er net zo veelbelovend uit als dat andere boek van Jan van Aken. Gelukkig is een boek oneindig houdbaar en dat kun je van het heerlijke chocolaatje dat ik maar niet durfde opeten, niet zeggen.

image

Dit is het antwoord op vraag 29 van het blogproject #50books van Petepel. Voor een overzicht van mijn antwoorden op Peters vragen: #50books.

Zoek de 10 verschillen

wpid-2013-07-26-12.17.41.jpgBij kringloopwinkel Wawollie in Goor vond ik vorige week het boek De interviewer en de schrijvers van Ischa Meijer. Het boek biedt een interessante inkijk in de interviews van de schrijver Ischa Meijer met literatoren. Bij thuiskomst las ik gelijk het interview met Godfried Bomans.

In dat interview in 1966 vertelt Godfried Bomans over zijn doorbraak als schrijver. Het boek Erik dat hij als student in Nijmegen schreef, werd een bestseller. Bomans moet terugdenken aan zijn vader:

‘Wat er nou precies gebeurd is weet ik niet. Misschien heeft hij de etalage van een boekwinkel vol zien liggen met Erik… Maar op een dag stopt de Mercedes van mijn vader voor mijn huis in Nijmegen. Ik stond verlamd achter het raam. Ik kon er niet uit. Maar de tiran, de Zeus stapt uit zijn wagen en belt aan. Ik moest open doen. En daar stond hij oog in oog met die debiel. Geen van beiden konden we iets zeggen. Toen zette hij een fles wijn op tafel en vertrok. Er is geen woord gevallen.
De volgende dag belt m’n moeder op om mij te vertellen dat hij gestorven was…’ (14/15)

Een paar dagen later vond ik in de kringloopwinkel van Hilversum een boekje van Godfried Bomans. Het is enkele maanden voor zijn dood verschenen en heet De man met de witte das. Naast een serie bijdragen die Bomans schreef over de Tweede Kamerverkiezingen van 28 april 1971 bevat het boekje ook een portret van zijn vader – de man met de witte das. Bomans vader was Tweede Kamerlid van 1917 tot 1929 voor de Katholieke Staatspartij.

Het boekje opent met deze herinneringen, gevolgd door de bezoeken aan de verkiezingsbijeenkomsten met de lijsttrekkers van 1971. Alle spelers van de zandbak van de Nederlandse politiek komen voorbij. Het boekje eindigt met een korte bijdrage dat ‘De man met de zwarte das’ heet. Het opent bijna verontschuldigend:

‘Ik voel mij als een schilder die meent een portret voltooid te hebben en op het laatste ogenblik beseft, dat er iets ontbreekt. Hij loopt achteruit en bekijkt het werkstuk. Technisch gezien is het af, en toch, als hij nu zijn atelier verliet zou hij iets wezenlijks hebben verzuimd. Op een bepaalde dag moet mijn vader besloten hebben zijn witte das prijs te geven en zich, als ieder ander christenmens, een zwarte om te doen.’ (121)

Bomans eindigt deze epiloog met het verhaal waarmee het interview van Ischa Meijer eindigt:

‘Er verscheen een tweede boekje, Erik geheten, en ik kon opeens wat eten. Ik woonde op de Pater Brugmanstraat en stond toevallig voor het raam, toen de zwarte Mercedes van mijn vader geluidloos de straat ingleed. Hierin zaten mijn ouders. Mijn moeder bleef zitten, maar mijn vader stapte uit en liep langzaam naar de voordeur, met iets onder zijn arm. Ik had beiden in geen jaren gezien en ging in een hoek van de kamer staan, met mijn rug tegen de muur. Nog hoor ik zijn trage voetstap op de trap en daar verscheen hij op de drempel. We keken elkaar een ogenblik aan. Toen begaf hij zich naar het raam en keek naar buiten. ‘Mooi uitzicht,’ zei hij en draaide zich langzaam om. Ik antwoordde niet. Hij bleef een ogenblik bewegingloos staan en zette toen een fles wijn op tafel. Ik zei nog steeds geen woord. Mijn vader kruiste de handen op de rug en keek strak naar het behang. Zo verliepen enkele seconden. Toen knoopte hij zijn jas dicht en verliet de kamer. Ik hoorde het portier dichtslaan en de auto wegrijden. Enkele dagen later kreeg ik een telegram. Hij was gestorven.’ (127)

Wetenschapsfraude

image

In 1966 interviewt de jonge Ischa Meijer de populaire schrijver Godfried Bomans. Bomans vertelt over zijn imago als gesjeesde student. Tot twee keer toe heeft hij een studie afgebroken voor het einde. Eerst rechten in Amsterdam en daarna psychologie in Nijmegen. Daar schrijft Bomans het boekje Erik dat onverwacht een succes wordt. Bomans vertelt aan Ischa Meijer:

‘Ik […] hing de geniale student uit… Daar is die goeie ouwe Rutten nog in getrapt. Ik werd samen met een vriend erop uitgestuurd om het iq van de Zeeuwse kinderen te meten… Drie kinderen hebben we getest. Toen hebben we drie maanden gebiljart en zomaar de tabellen ingevuld. Te hoog. (Grinnikt.) Daarom staan de kinderen in Zeeland nog steeds aangeschreven als de intelligentste in Nederland. Trouwens, die Zeeuwse kinderen zijn schattig…’ (14)

De hoogleraar Rutten kreeg bij zijn aanstelling in Nijmegen de opdracht om het wetenschapsgebied van de psychologie van de grond te krijgen. Hij ontwikkelde hiervoor een laboratorium. Hij had de wetenschap hoog in het vaandel staan.

Wetenschapsfraudeur Diederik Stapel was eveneens psycholoog en leverde gefantaseerde data aan voor collega-onderzoekers en studenten. Hij moet dit interview met Bomans hebben gelezen, want de overeenkomst in werkwijze lijkt vrijwel identiek. De aanlevering van het wetenschappelijk bewijs hoeft niet moeilijk te zijn. Dat Diederik Stapel van biljarten houdt, is een kwestie van invullen van de tabel.

Gooi naar ontsnapping – #WOT

image
Ontsnappen met een fietsrit door het bos

Het is drukkend warm. Tijd voor de ontsnapping. Ik maak een tochtje op de fiets. Dit keer heb ik het Gooi voor ogen. Ook hier kwam Nescio op zijn zwerftochten door de regio. Hij hield erg van Huizen, Laren en de streek rond Bussum en Naarden. Ik weet dat er vandaag een temperatuur van 30 graden is voorspeld, maar ga het proberen.

Plechtig beloof ik aan het thuisfront naar huis te gaan als het niet meer gaat. Op mijn krent blijven zitten, is warmer, is mijn redenatie. Ik smeer mij snel in om mij te beschermen tegen de warme zon. Natuurlijk neem ik ook een beetje zonnebrandcrème mee.

Op de Hollandse Brug voel ik de warmte over mij heen gaan. Het is inderdaad heet. Ik fiets verder in de richting van Naarden, langs de kringloopwinkel. De deur is gesloten. Hij gaat pas om 13 uur open. Daarom fiets ik maar verder in de richting van het Hilversumse bos. Ik weet Bussum mooi te ontwijken door onderlangs te fietsen, langs het Naardermeer.

Het is rustig. Niemand waagt zich buiten. Een fietser heeft zich onder een boom geïnstalleerd. Naast hem ligt een plastic tasje waarin de ronde vormen van de blikjes bier zich aftekenen. Aan zijn lippen brengt hij een geopend blikje. Hij zwaait uitbundig als ik voorbij fiets.

Ik rij het Spanderswoud binnen. De bomen geven verkoeling. De warmte lijkt moeilijk het bos binnen te dringen. Over het smalle fietspad fietsen tegenliggers mij tegemoet. Ik ga even op het bankje zitten om even te pauzeren.

Een man en een vrouw komen voorbij. Hij loopt voorop met een hondje. Zij achter hem aan. De jurk floddert langs haar lichaam. Witte benen steken onder het jurkje uit. Ze zwijgen. Het grint van het fietspad kraakt onder hun schoenen. Als ze bijna uit zicht zijn hoor ik de man tegen de vrouw schreeuwen. De hond blaft.

image
Hervormde kerk van Gravenland

Weer verder, ik kan moeilijk mijn route bepalen. Weer terug, want ik wil naar ’s Gravenland. Ik wil eens Trompenburgh zien. De creatie in de vorm van een schip is van Daniël Stalpaert en behoort tot de hoogtepunten van de Gouden eeuw. Ik wilde het eens zien, maar als ik in ’s Graveland aankom, zie ik het bouwsel niet. Een gebouw dat doet denken aan de Hervormde kerk van Renswoude met imposante muren in een vierkant gebouwd. In de toren prijkt het jaar 1658.

Ik mis de Trompenburgh en besluit de ingekorte route naar Hilversum te gaan maken. Het is best warm en om nu helemaal door te rijden naar Vreeland, vind ik net te ver. Ik weet niet beter, anders was ik doorgereden, dan zou ik de Trompenburgh wel zien. Nu staat een meisje in een zomerjurkje achter mij stil bij het stoplicht.

Alle fietsers gelijk groen, staat er bij het stoplicht. We rijden de ’s Gravelandseweg op in de richting van Hilversum. Passeren allerlei landhuizen. De koeien staan in de sloot vanwege de hitte. Ik hoor de koe die midden in het water staat tevreden snuiven.

Ik vind het fietsnetwerk weer en zak af naar Hilversum. De warme stad kom ik binnen. Een stad die ik alleen ken als wandelaar en automobilist. De laatste verdwaalt nogal eens, maar als fietser red ik mij goed.

Ik fiets de stad in, struin bij de boekwinkel door de afgeprijsde boeken en moet nog even wachten tot De Slegte open is. Solare staat op de winkelruit, ‘voorheen de Slegte’. De winkel is niet ingrijpend veranderd. Achterin nog altijd de tweedehands boeken. Voorin loop ik langs de nieuwe boeken.

Dan nog even langs de kringloopwinkel, waar ik een aardige buit vandaan haal. Als ik weer buiten sta, voelt het warm. Het is iets na twee uur en de temperatuur stijgt tot tropische waarden. Ik stap weer op de fiets en vervolg mijn route. Daar komt de hei: de Zuiderheide. De zon brandt moordend.

Ik rij helemaal alleen en waan mij even als enige aanwezig hier op deze heide. Bij de eerste boom zit een stelletje op het bankje. In het enige schaduwplekje. Ze groeten als ik langsrijd. Ik ben hier niet de enige. Als ik de heuvel op klim, raast het verkeer van de A1. In Nederland ben je nooit alleen. Zelfs niet in een hutje op de hei.

image
ANWB-paddestoel nummer 1

De volgende heide op. Daar tref ik de eerste ANWB-paddestoel aan. Het is de eerste paddestoel die geplaatst is. Iets verderop op de Bussumerhei staan de vervolgpaddestoelen. Een bord herinnert aan deze eerste paal. Het is inmiddels wel een modern model. De vorige paddestoel liep een stuk minder steil af langs de zijkanten.

image
Schaapskudde Tafelbergheide zoekt verkoeling

Op de Tafelbergheide lopen de beroemde Gooise schapen van de schaapskooi. Vaak vastgelegd door de schilders die in de 19e en 20e eeuw naar Laren en Blaricum kwamen om het authentieke landleven vast te leggen. De schapen zijn naar het fietspad gekomen voor de verkoeling. Onder de bomen staan ze, dicht tegen elkaar. Ze hijgen en drukken hun kop tegen de bast van de boom.

image

Als ik door Blaricum fiets, wil ik mij nog even insmeren met zonnecrème. Ik zoek in mijn tas maar kan de fles niet vinden. Ik zou hem toch niet vergeten zijn? Ik vrees het ergste. De zon brandt op mijn huid. Kan ik zo nog doorrijden. Het is een vol uur nog fietsen naar huis. Ik rij door. Er zit niet veel anders op. Door de bossen rijdt het heel prettig. Onder de bomen over de smalle paden, langs al de villa’s van bekende Nederlanders zitten verborgen achter de hoge hekwerken.

Ik kom weer terug waar ik begonnen ben, bij de kringloopwinkel van Naarden. Daar ga ik nog even naar het toilet en fris mij op aan een flinke hoeveelheid water. De verkoeling is niet zo moeilijk te vinden. Bij de boeken neus ik vanzelfsprekend nog even, maar ik vind zo snel niks van mijn gading. De fietsrit zit in mijn benen en in mijn hoofd. Ik ga snel naar buiten om de rest van het rondje Gooi af te maken.

image
Fiets zo de Grote kerk van Naarden binnen.

De Hollandse brug voelt warmer dan de heenreis. De tegenwind zorgt voor een prettig verkoelend briesje. Al is briesje wel erg warm, het voelt nog niet als een föhn waarover ik mensen uit warme landen vaak hoor. Nog een klein eindje. Ik kies de route door het Kromslootpark voor de beschutting.

De schapen in het Kromslootpark grazen gewoon in het open veld. Blijkbaar hebben deze het minder warm dan hun soortgenoten op de Tafelbergheide. Een paar keer de trappers naar beneden drukken en ik ben helemaal thuis. De ontsnapping heeft lang genoeg geduurd.

image
Weer thuis na de ontsnapping

Abcoude

polder bij abcoudeVoor ik er goed erg in heb, komt Abcoude in zicht. De nummers van de route kloppen niet altijd. Vlak voor ik Abcoude binnenrijd, zie ik een meisje zitten op een bankje bij het water. Ze drinkt een sapje uit een pakje en zuigt hard aan het rietje. Het pakje deukt in. Ze glimlacht naar me als ik een foto van mijzelf probeer te maken voor het plaatsnaambord Abcoude.

Het lukt niet om de kerktoren erbij op te krijgen. De ene keer sta ik voor de toren, de andere keer voor de plaatsnaam. Het meisje staat op van het bankje, pakt haar fiets en fietst weg. Ze houdt het pakje ingedeukt vast en doet net of er nog heel veel appelsap in zit.

Abcoude is niet veel aan. Ook klopt de bewegwijzering niet. Ook hier weer een imposantere katholieke kerk dan hervormde kerk. De meisjes bij het stoplicht snappen niet waarom ze wachten. Ze hangen half ongeduldig aan de paal, en draaien halve cirkels alsof ze een dans uitvoeren. Bij de weg aangekomen, draaien ze de helft weer terug. Toch een beetje bang voor het verkeer dat eraan komt rijden. De bus pas maar net door het smalle straatje. Ik zie niemand in het groenige monster zitten op de chauffeuse na.

groen licht in abcoude

De weg naar Weesp maakt indruk. Een smalle weg langs de ringvaart. Het water in de vaart is zeker een meter hoger dan het water in de polder. De molens die langs de weg staan, maalden de polder vroeger droog. Nu hangen er kneuterige gordijntjes voor de ramen en hangt de molen stil. De manier waarop de wieken hangen, zal wel een bepaalde tijd of signaal aangegeven. De grote treurwilg voor de molen, geeft het iets mystieks.

Een meisje loopt voor mij uit, ik passeer. Ze begint net weer met hardlopen. In haar oren pluggen oordopjes. Ze trekt aan het draadje en laat het weer los. Het lijkt of ze sneller gaat lopen, maar misschien heb ik het mis. Ik rij door een groene tunnel van lindebomen. Een imposante holte onder de bomen verraadt dat hier een weg loopt. Twee jongelui op een scootertje komen uit de tunnel. Als ik de tunnel inrijdt, kom ik in een oase. Een boerderij ligt gelijk links van mij. Aan de andere kant het water van de ringvaart.

molen met treurwilg bij abcoude

Weesp komt dichterbij. De weg sluit aan op de vertrouwde weg bij Driemond. Ik haak weer in op de bekende weg naar huis via Weesp. Ik ga de brug over het Amsterdam-Rijnkanaal. Een grote boot vaart voorbij uit Hamburg. Het lijkt of een luxe appartementengebouw voorbijvaart. Grote ramen waarachter hele huizen schuilen. Een varend hotel met hele grote kamers. Ik moet er een foto van maken op de brug naar Weesp. Verderop zie ik de spoorbrug. Hij ligt nog een eind verder dan waar ik nu ben.

In Weesp volg ik de nieuwe borden van de route van Almere naar Amsterdam Zuidoost. Een duur project dat bestond uit het plaatsen van bordjes voor de bekende weg. Naast de hele trits met andere, toeristische routes is er dan nu de route van en naar Amsterdam Zuidoost op een bordje naast al die andere bordjes. Waarom niet mooi aansluiting zoeken bij het bestaande systeem van een fietsroutenetwerk.

groene tunnel voorbij abcoude

Over 5 minuten ga ik sluiten, zegt de boekenman in de kringloopwinkel van Weesp als ik binnenloop. Even kijken of ik iets van mijn gading vind. Maar ik wil snel verder en ik maak niet eens die vijf minuten op. Verder langs de batterij van Weesp, onder het spoor door naar de polder. Dat blijft wel jammer van die rit: dat laatste stukje van die flessenhals. De harde wind maakt het nog eens extra moeilijk. Ik lijk nooit thuis te komen. De wind in Almere is het hardste. Die raast en maakt het moeilijk vooruit te komen. De laatste etappe is de ruigste.

rollator van plastic flessen in weesp

 

Dit is het laatste deel van een zomerse fietstocht door de polder. Lees ook de eerdere delen van deze fietsrit:

Ouderkerk aan de Amstel

image

De fietstocht naar Ouderkerk aan de Amstel begin ik in Amstelveen vanaf de kringloopwinkel. Niet zo inspirerend als eerder toen ik langs de oude Haarlemmermeerlijn fietste. Langs de A9 doemt het gebouw van KPMG op. Onder het hoge gebouw komen de auto’s als mieren omhoog uit de parkeergarage. Iets verderop weer zo’n imposant kantoorgebouw. Een vrouw staat buiten bij een metalen deur te roken. Het hekwerk verraadt dat achter het metaal eveneens een garage verborgen ligt. De deur valt met een klap dicht. Het sigaretje is op.

Dat hier een bijenlokkast hangt, vind ik aandoenlijk. Het nummer dat erop geschreven staat, lijkt een telefoonnummer. Zoiets hoort hier toch niet in deze kantoorjungle. De snelweg raast op de achtergrond. En ik rij over het fietspad omringd door bomen. Ze houden mij heerlijk uit de zon. Het briesje zorgt voor de verdere verkoeling.

Soms stop ik even om op de kaart te kijken. Sinds de fietsvakantie met Doris besef ik dat bij het fietsen een goede fietskaart beerlijk is. De route staat langs de weg niet altijd goed aangegeven. De kaart helpt mij de juiste weg te kiezen.

bijenlokkast

Zo rijd ik Ouderkerk aan de Amstel binnen. Een weg evenwijdig aan de Amstel helpt mij het stadje binnen te komen. Veel uitspanningen zie ik. Ze pronken met hun leeftijd, sinds 1647 zegt Brasserie Paardenburg. Een groep ballen bralt op het terras met een aardappel in de keel over hoe geweldig het hier is. ‘Het is een geweldig dorpje’, zegt de jongeman met het rode haar tegen de man met de bril.

Ze genieten allebei een aantrekkelijke bonus op hun werk en staan nu met een drankje aan een hoog borreltafeltje. Naast hen staat een vrouw in mantelpakje, ze kijkt lodderig uit haar ogen. Haar voeten drukken haar hoge hakken zijwaarts naar de grond. Ze leunt daarom extra op het borreltafeltje.

zicht op amsterdamse zuidas vanaf ouderkerk aan de amstel

De brug over naar het centrum. Aan de andere kant passeert een jonge moeder mij. Het zitje achterop haar fiets is leeg. Ook hier een Kruidvat en een Primera.

Ik kom bij de Hervormde kerk, een achttiende eeuws godshuis. Het staat verstopt tussen de hoge bomen. Om de grote koningslinde staat een bankje helemaal in het rond. Ik ga er even op zitten. Het uitzicht op de Joodse begraafplaats. Hier werden de Portugese Joden begraven. Een grote herdenkingsplaat herinnert hieraan, erachter liggen de graven.

ouderkerk aan de amstel

Ik eet de koude pannenkoeken van gisteren op. Een man komt aangelopen met een fiets aan zijn hand. Hij is al wat ouder en heeft niet veel haar meer op het hoofd. Hij kijkt aandachtig naar de dame die hem passeert. Haar billen bollen vlak langs hem heen. Zijn hoofd volgt haar achterste tot ze de hoek om is, voorbij het museum van Ouderkerk aan de Amstel.

Nescio vertelt in zijn Natuurdagboek over de kastanjebomen rond de kerk. De man passeert de bomen en gaat aan de andere kant van de koningslinde zitten. Ongetwijfeld van de kroning van Wilhelmina of bij Juliana geplant. Uit het plastic tasje dat hij in zijn hand vasthield, grabbelt een puzzelboekje en slaat het boekje open.

De kruiswoorden vormen onder zijn pen. De wind ritselt de antwoorden door de bladeren. Ik probeer voor de derde keer mijn huid met zonnebrand voor de zon te behoeden. Het helpt weinig voel ik. Vooral op mijn benen heb ik een branderig gevoel.

gezellenhuis in ouderkerk aan de amstel

Ik laat mij heerlijk afleiden op mijn fietsrit: het Gezellenhuis. De tegeltjes met de naam boven de deur zien er indrukwekkend uit. Het pand verkeert in vervallen staat. Zeker de achterkant van dit rijksmonument die het midden houdt tussen een schuur of een glazen kas waar dan wel dakpannen op zitten. Of de achterkant van de katholieke kerk met tegenlicht.

Ik maak overal een foto van. Mijzelf voor het water en de hervormde kerk. De foto wil niet naar internet. Ik laat mijn mobieltje aan en stop hem in de tas. Wie weet verschijnt het toch nog op facebook.

Morgen verschijnt het laatste deel van deze fietstocht door de polder: Abcoude. Lees ook de eerdere delen van deze fietsrit:

Haarlemmermeerlijn

spoorbrug over a9 met aan weerzijden een fietspadIk volg het spoor verder vanaf het Haarlemmermeerstation langs de tramrails, maar moet een stukje Amstelveenseweg pakken. Gelukkig vind ik snel weer de fietsroute verder langs het tramspoor. Dan rij ik Amstelveen binnen, het fietspad blijft keurig naast de rails lopen alsof het een trein is. Dan splitst het pad zich in twee smalle paden. Ik nader de snelweg A9, want ik zie het torentje van de kerk uit het loof spitsen.

De kerk vlak langs de snelweg wordt met sluiting bedreigd. Een verbreding van de snelweg is de directe bedreiging. Kon de Sint-Annakerk de vorige keer nog worden behoed. Nu schijnt het lot beslist te zijn. Voor mij is het het symbool dat wegen niet overal dwars doorheen gaan, maar ook met een boogje om iets heen kunnen. De kerk ligt namelijk zo prachtig in een bocht.

a9 bij amstelveen

De weg is hier verdiept, zodat de werkelijke wereld zich als een berg boven de snelweg uittorent. Een wereld boven al het geraas van het verkeer. Hier op de brug naast het spoor oogt het allemaal erg smal. Ik maak een filmpje over dit bijzondere punt in het Nederlandse wegennet. Onderwijl druk ik mij tegen de reling, want eigenlijk kan je hier helemaal niet staan. Zo smal is het hier.

station amstelveen ligt aan een fietspad

Wat voor een indruk maakt het station Amstelveen op mij, vlak na de brug over de snelweg. Het station is een kleine scheet vergeleken bij het imposante Haarlemmermeerstation vier kilometer verderop in Amsterdam. De tegels met de plaatsnaam in de zijwand en de schattige bloemen voor de ramen maken het extra beminnelijk.

De rit gaat verder, langs de plas bij Bovenkerk. De vorige keer dat ik hier was stormde het. Mijn jas viel steeds open van de harde wind. Ik kreeg vleugels want de wind vatte steeds de zijflappen van mijn jas waardoor ik een halve vogel of een straaljager leek. Ik was toen zelfs nog even op de aanlegsteiger gaan staan. Ik zie nu hoe klein de plas eigenlijk is. In formaat toch zeker kleiner dan het Weerwater bij huis. De wilde golven van de vorige keer maakten het bedreigender en daarmee groter in mijn gedachten.

De toren van de St. Urbanuskerk van Bovenkerk, een neogotische creatie van Pierre Cuypers, komt extra mooi uit door de ruimtewerking van het water en de omringende bomen. Zo valt de dakruiter, midden in de spits extra op. Dat de kerk met de achterzijde naar het water wijst, maakt deze werking alleen maar sterker. Ook nu, met een vluchtige blik, zie ik genoeg. Het ideale plaatje van een kerk – liefst Middeleeuws – dat boven alles uit stijgt.

image

Daar is de kringloopwinkel van Amstelveen. Ik haal er drie deeltjes van het verzameld werk van Van Eyck. De koop van de eerste drie delen op een veiling was al een jaar of vijf geleden. De begeerte naar de andere drie delen bleef, nu kon ik haar goedkoop vervullen. Het zijn ‘werkexemplaren’ uit de bibliotheek van het ministerie van OKW. Veel is er niet mee gewerkt, de boeken ogen ongelezen. Het lijkt zelfs dat de bladzijden voor het eerst sinds jaren openvallen.

Wat ga ik nu doen? Ik kon op het toilet van de kringloopwinkel wat kwijt, maar dat is niet genoeg. De route van de Haarlemmermeerlijn laat ik voor wat hij is. Voor de kringloopwinkel drink het flesje met roosvicee leeg voor de nodige energie en eet het laatste stukje van de Enkhuizer krentenmik. Het is iets na 2 uur en ik neem het besluit: doorrijden naar Ouderkerk aan de Amstel. Ik ken het plaasje verder niet, maar het moet in een open landschap liggen.