Mag ik eindelijk weer? (ï ö Ä)

image

Wanneer ik in mijn blog een vreemd teken invoegde zoals een ‘é’ of een ‘ö’. Of gewoon een ander raar ding als ‘@’ of ‘#’. Dan ging mijn WordPress-cms heel raar doen. Hij sloeg het document niet meer op, het brak ergens bij het teken af en er verschenen vage tekens met Ä en andere loze kreten.

Ik leerde ermee leven. Ik schreef bewust zonder trema en accenten. Zo verdwenen de dubbele puntjes boven ‘geïmproviseerd’ of het accent boven ‘één’. Dingen waar ik van baalde, maar het kon nu eenmaal niet anders.

Als er in het linkje dan zo’n vreemd teken zat, dan weigerde hij het op te nemen. Mijn sprankelende pagina ‘Over mij‘ was zo niet te redigeren. Ook durfde ik niet aan de overzichtspagina met literatuurrecensies voor Litnet te werken. Daarom liep de content op deze pagina’s enigszins achter op de realiteit.

Diverse pogingen had ik ondernomen om het euvel te verhelpen. Het speelde rond de periode dat ik gehackt werd. De hack werd verholpen, maar ergens draaide een javascriptje mee dat niet mocht meedraaien.

Ook waren andere dingen in het WordPress-cms een crime. Ik kreeg bijvoorbeeld bepaalde plugins niet opgestart. Dan verscheen er alleen een walhalla van vreemde tekens in beeld. Zelfs een Rus, Griek of Arabier zou daar geen chocolade van kunnen maken.

Afgelopen week besloot ik nog eens alle plugins van de site af te halen en daarna er weer op te zetten. Het hielp niks. Het euvel bleef. Er zat niks anders op dat het laatste redmiddel: een back-up maken en alles van de site af te halen.

Zo gezegd zo gedaan. Vanmorgen vroeg opgestaan, alles gedownload. Daarna alles van de server gehaald, wordpress opnieuw geïnstalleerd en tenslotte de foto’s geupload. Een karwei van een halve dag. De rest van de dag ging op aan het herstellen van plugins en andere sentimenten die al tijden meedraaien op mijn site.

Van de nood heb ik maar een deugd gemaakt. Daarom installeerde ik maar een nieuw thema – dertien in plaats van elf – en haalde het rijtje boeken maar uit de header. Of het allemaal wat is, weet ik nog niet. Ik ga er maar eens een tijdje mee stoeien.

En de ultieme test naar die vreemde tekens? Dat is dit stukje tekst geworden. En het staat als een huis, volgens mij. Anders zit er niks anders op dan een flink aantal van dit soort walgelijke tekens tentoon te spreiden.

@#%$*&~`”;+&}{|?

Politie

wpid-2013-05-30-18.09.50.jpg

Wat is de overeenkomst tussen een politieagent en een briefje van 1000? Als je ze nodig hebt, zijn ze er niet. En als je ze niet nodig hebt, dan zijn ze er. Dat mopje ging bij mij op het schoolplein. De politie: je beste vriend maar soms ook je vijand.

Bijvoorbeeld de prent die ik een jaar of vier terug kreeg voor rijden zonder licht. In het najaar als het later licht wordt, bij het station als alle forensen op weg zijn naar hun werk. Makkelijk scoren om zo boete-inkomsten te genereren. Zo kreeg ik een boete voor rijden zonder licht. Het was snel afgewikkeld, maar ondanks dat fietsten er een flinke hoeveelheid mensen voorbij zonder licht.

Na de woninginbraak kwamen twee agenten. Het was midden in de nacht. Terwijl zijn collega alle papieren aan het invullen was, maakte de andere agent grapjes. ‘Tja, ik heb ook zo’n ding thuis’, zei hij over onze hond die de hele tijd aan het blaffen was. ‘Ze blaffen als het niet nodig is en houden hun bek als het nodig is. Als deze geblaft had, was hij echt niet naar binnen gekomen hoor.’

Daarmee leek Sientje een beetje op politieagent en een briefje van duizend. Als je ze nodig hebt, zijn ze er niet. Al ging die nacht de mop helemaal niet op. Ze waren keurig op tijd en ze hebben ons prima geholpen.

Daktuin

image
Daktuin op het VU-gebouw

Ook ik ben naar de daktuin geweest op het dak van de VU. Twee voormalige VU-studenten kwamen op het idee om hier een mooi dakterras van te maken. Een mooi idee. Het biedt de mogelijkheid om lekker buiten te zitten in het groen. Bovendien wordt er weinig anders met de ruimte gedaan.

image
Zitten in het groen

Kort na de introductie van de daktuin, publiceerde VU-historicus op twitter een foto. Hierop is te zien dat de Vrije Universiteit kort na de opening al dakterassen had. Op de daken zie je mooie terrassen in prachtige perkjes. Wat de reden geweest is om ze af te schaffen weet ik niet. Er kunnen best goede redenen voor geweest zijn.

image
Uitzicht vanaf de ‘moestuin’ in de richting van de rode pieper

De nieuwe daktuin is dus helemaal niet zo nieuw als ze willen doen geloven. Ik kwam op het terras toen de zon scheen. Het zag er lekker warm uit. Op het terras bries een windje, waardoor het colbertje dat ik aanhad geen overbodige luxe was.

image

Verder vond ik het nogal kaal aandoen. Er stonden een paar snelgroeiende bomen, sprieten nog. Wat plantjes in de perken en wat verderop stonden vierkante metertuinen met groenten. Ook waren er een paar kassen waarin paprika en courgette stond.

image

Verder was het een lege bedoening. De houten vlonders op het dak gaven alles wel iets gemoedelijks. Tegen de borders kon je zitten. Ook stonden er knusse tafels waaraan studenten zaten te studeren. Heel aardig allemaal natuurlijk, maar het weegt niet op tegen de hectare die de VU hortus bestrijkt.

image
Vierkantemeter tuinen al dan niet tot een kas omgebouwd.

Het levert geen geld meer op, vindt het college van bestuur. ‘We zijn een universiteit, geen tuinderij’, zou de voorzitter van het college van bestuur hebben gezegd over de bijzondere plantenverzameling. Het is het marktdenken dat heerst. Een gloednieuw ziekenhuis levert meer op dan een 80 jaar oude Tulpenboom.

image
Vierkantemeter tuin onder glas zodat een kas ontstaat.

De Hortus moet helaas wijken voor de nieuwbouw van het ziekenhuis. Het groen dat daar groeit is werk van jaren met liefde tuinieren. De planten van de daktuin staan er enkel als decoratie. De student die het idee van zijn medestudenten heeft uitgevoerd, wil het aantal dakterassen uitbreiden.

image
Hier niet zitten hoor!

Hij vindt het belangrijk om in het groen te kunnen studeren of te praten. En hij hoeft niet zo nodig met het groen in gesprek. Terwijl dat voor mij de hoogste vorm van meditatie is. Zo wordt het steeds moeilijker om in alle drukte een rustig plekje groen te vinden.

image
Niet betreden!

Niezen

image

Ze zeggen weleens dat dieren eigenaardige tics hebben, mensen kunnen er ook wat van. Zo hoorde ik vandaag een mevrouw in de trein heel eigenaardig nieen. Het leek of ze de hik had en bij het uitstoten van de hik ook niesde. Ze boog half voorover hikte en blies daarna een flinke stoot lucht uit door de neus.

De trein was al gestopt bij Duivendrecht. Ze had haast, moest snel de trein uit. Enkel in een t-shirtje met korte mouwen. De magere armen staken benig uit het groene shirtje. De trein stond al stil, ze klapte snel haar witte laptopje dicht en vluchtte met geopende rugzak en losse laptop in de hand de trein uit. Ze holde. De paardenstaart zwiepte heen en weer en deed de naam eer aan.

Geen wonder dat ze moest niezen. Het was misschien een beetje warm buiten, maar de airconditioning in de trein stond hoog aan. In mijn colbertje was het aardig uit te houden, maar in een kort shirtje?

Zonnestralen

image

Dan schijnt de zon heerlijk en trek je in de achtertuin. Ik haal de kussens uit de schuur en leg ze op het houten bankje helemaal achterin de tuin. Lekker in de zon ga ik zitten. Een kop koffie erbij. De merels fluiten het riedeltje van de buurt. Een paar tuinen verder zitten buren met elkaar te kletsen. Dat hij zoveel leest als ze op vakantie zijn. ‘Wat moet ik anders’, verzucht hij luid.

image

Voor de tweede keer heeft Saartje de drijvende kikker uit de kikkerpoel gehaald. Hij ligt demonstratief op de tegels. Ik pak hem op en laat hem in de poel drijven. Ik zie hoe het onkruid opnieuw opgekomen is na de regenachtige dagen van laatst. Goedmoedig trek ik het er weer uit. De wortels gaan dit keer erg makkelijk mee. Misschien gaan we het toch winnen.

image

De pioenroos heeft inderdaad knoppen. Zou het dit jaar eindelijk lukken? De geurende sering staat prachtig in bloei. En de achterliggende rododendron heeft volle knoppen die elk moment kunnen uitkomen. Het roosje dat ik vorig jaar plantte, komt nog niet echt los. De enorme bessenstruik tegen de poort aan, zit barstensvol bessen. De merels hebben een deel opgevreten, maar er lijkt genoeg over om te rijpen.

image

Het laatste straaltje middagzon beschijnt het achterste hoekje van de tuin. Precies op het bankje. En ik voel me even heel gelukkig. Hier heb ik op gewacht. En ik zie en voel het ook. Wat een rijkdom op die paar vierkante meter grond. Opgegroeid met de vreze Gods, weet ik dat alles van waarde weerloos is. Daarom probeer ik er nog ietsje genieten bij te doen. Alsof dit nog niet genoeg is.

Slaspruiten

image

De slazaadjes wilden in de kweekbak maar niet opkomen. Daarom hebben we na een dag of veertien opnieuw gezaaid. Een paar dagen later komt ineens het ene spruitje na het andere uit de grond. Binnen de korste keren steken enkele tientalle slaspruiten op in de kweekbak.

Dat is een beetje teveel van het goede en daarom dunt Inge de eerstelingen uit. Een bundeltje losgetrokken slaspruiten ligt op de aarde naast de opkomende Afrikaantjes. ‘Kun je die ook opeten’, vraag ik. Natuurlijk kun je ze opeten. Als ze groter zijn, verdwijnen ze immers ook in de mond.

image

Ik wil dat eens proeven, zo’n klein slaplantje. Ik neem er voorzichtig een paar in mijn mond. Wat een heerlijke smaak. Knapperig en een beetje zoet. Zo vers en jong. Ik wil meer, maar houd mij netjes in. Nog even wachten en dan kan de sla worden uitgezet in de moestuin. Hopelijk houden de slakken zich in, want jonge sla is erg verleidelijk. Dat heb ik wel geproefd.

Opgeruimd

image

Een dag na de ontdekking loop ik weer over het pad van de gevelde boom. Ik kom vanaf de andere kant en zie de stam al liggen in het bos. Maar de enorme kruin die een dag eerder nog zo intens op het pad lag, is verdwenen. Een paar stammen liggen nog bij de boom. Afgezaagd. Maar de rest is verdwenen.

image

Het geldt blijkbaar ook voor een grote boom die zeker een jaar of 30 is. Hij valt om en binnen de kortste keren is alles verdwenen. Wat psalm 103 voor het gras zegt: ‘Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.’ Een dag na mijn ontdekking herinnert alleen het platgedrukte gras nog aan de gevelde bomen. Zelfs het bolletje van de paardenbloem houdt het langer uit, dan de bomen die daar lagen.

image

Ik loop nog even naar de plek des onheils. De brede stam ligt nog altijd mooi op zijn kant. Hij wordt omringd door allemaal afgezaagde stammetjes. Het zaagsel ligt er nog. Maar de bladeren van de kruin zijn weg. Alleen ligt er nog een bergje bladeren die bij de val van de boom blijkbaar waren losgeraakt en later de grond bereikten. Of bij het opruimen van de takken zijn afgevallen.

image

Ik kijk nog eens om als ik wegloop. Inderdaad. ‘Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.’ Zelfs het leven van een majestueuze populier is kortstondig. Een drama is weer aan het oog onttrokken. Alleen een paar stammen herinneren nog aan de boom die hier ooit stond.

image

Geveld

image

Niet eens een storm. Mogelijk een blikseminslag. Ik weet niet wat de boom in het Beatrixpark heeft geveld. Maar hij ligt daar. Groots en zwaar ligt de enorme boom en doorkruist het pad waarover ik wil lopen.

image

De bladeren van deze populier hangen nog fris en groen aan de takken. De brede stam ligt helemaal op de grond. Onderaan bij de wortels is de boom helemaal geknakt. Los van de grond.

image

Ik loop eens om deze immense boom heen. Wat is hij toch groot als hij zo op de grond ligt. Op zijn kant, de grote stam horizontaal op de bodem, waar hij eigenlijk fier overeind hoort te zijn. De takken steken nu merkwaardig uit de dikke stam.

image

Ik kijk nog eens goed en zie dat de brede populier ook andere bomen heeft meegenomen in zijn val. Ik zie een eik liggen. Aanmerkelijk kleiner, maar ook van deze eik is de stam losgerukt uit de grond. De wortels steken er nog een eindje uit. Hier is de kleinere mee meegesleurd in de val van de grote.

image

Ik probeer mij voor te stellen hoeveel kracht bij deze valpartij gepaard ging. Veel. Het zal een enorme herrie hebben gemaakt. Ik loop nog eens terug, half door het bos waar nauwelijks iets groeit op de bodem. Het is er donker. De zon kan er nauwelijks doordringen.

image

En ik vraag mij af hoe lang dit zal blijven liggen. Ik herinner mij een boom iets verderop die enkele weken bleef liggen op het pad. Misschien omdat niemand het meldde. Misschien omdat hij niemand in de weg lag. Deze groep bomen die omgevallen is, vraagt wel om een andere behandeling. Maar of ze deze zullen krijgen?

Muze – #WOT

image
De muzen zwermen overal

De muze inspireert. Ze helpt je op weg en stimuleert je om door te gaan. Ze zal je aanmoedigen als je het wilt opgeven. Ze overwint je onzekerheid als je overweegt het geschrevene in de prullenbak te gooien. Onmogelijk om al deze kenmerken bij een persoon neer te leggen. De muze is voor mij een veel breder woord.

Overal word ik omringd door muzen. Ze vliegen in zwermen om mij heen. De hemel inspireert mij. Mijn lief helpt me op weg en stimuleert mij door te gaan. Social media moedigt mij aan en overwint mijn onzekerheid. En vergeet de #WOT niet elke donderdag. Het inspireert, transpireert en informeert: een blog schrijven over een onderwerp die een ander aandraagt.

Overal ligt inspiratie: op straat, in een boek of bij het horen van een muziekstuk. Ik ben niet altijd zeker over mijn werk. Mijn dichtsels willen niet altijd meewerken, maar als ik er dan een mooie foto van de hemel bij plaats, lijkt het tij te keren. Er ontstaat iets dat ik op dat moment dolgraag wil delen. En dat doe ik dan ook.

Soms laat ik de muze zelf aan het woord. In de serie over de 150 psalmen bijvoorbeeld die ik op wolkenhemel.blogspot.nl plaatste. Of in een situatie die ik letterlijk een plekje geef in een blog. Zo hangt alles met alles samen en ontstaat er een kunstwerk. Mijn blog.

Alle tinten blauw

image

Ze fietst van de stad naar huis. Alle tinten blauw omringen haar. Ze fietst op een blauwe fiets, met een blauw jack aan. Achteraan dobbert een blauwe fietskar, blauwe fietstassen, een blauw kinderzitje achterop en een blauw mandje voorop. Alles blauw, zo blauw.

Ze trapt tegen de harde tegenwind in. Ik kan niet zien of het karretje gevuld is, want ik vermoed dat er binnenin ook iets blauws schuilt. Ze fietst zich een blauwtje, maar thuis wacht een blauwe wereld. Dat weet ik zeker.