Rottumerplaat

imageGodfried Bomans en Jan Wolkers verbleven in juli 1971 los van elkaar een week op Rottumerplaat. Het hoogste puntje van Nederland. Ze deden het voor de VARA-radio onder de noemer ‘Alleen op een eiland’.

Ik vond het dagboek van Godfried Bomans onlangs in de eerste uitgave uit 1972. Het maakt onderdeel uit van een boekje met andere reisverhalen en essays over reizen van zijn hand. Zo vliegt Bomans mee met de eerste vlucht van de KLM naar Tokio via de nieuwe route over de Noordpool. Ook schrijft hij over Honolulu, Parijs en Teheran.

Ik heb 2 andere uitgaven van Godfried Bomans op de zandplaat bij de waddeneilanden. Het eerste boekje is een uitgave van Budgetboeken uit 1988 en zit een pakket met onder andere Wolkers Groeten van Rottumerplaat. Ik heb het dagboek van Wolkers meerdere keren gelezen. Aan de notities van Bomans heb ik mij niet eerder gewaagd, maar de eerste druk uit 1972 heeft mij voldoende uitgedaagd. De andere druk die ik bezit, is de versie in het eerste deel van het verzameld werk, Werken I.

Bij de druk uit 1988 en in het verzameld werk staan ook de uitgetypte tekst van de radiogesprekken met Willem Ruis. Het is bijzonder om deze teksten bij het dagboek te lezen. Het is een boeiend relaas, waarbij Bomans graag de schijn wil ophouden dat het beter met hem gaat dan het met hem gaat. Het wantrouwige gevoel van Willem Ruis is niet helemaal onterecht.

Godfried Bomans zegt zelf dat hij op de boot naar Rottumerplaat een kou heeft gevat en daardoor griep heeft opgelopen. Of het werkelijk griep is, betwijfel ik. Het zijn eerder de verschijnselen van heimwee en verlangen naar de bewoonde wereld. Godfried Bomans lijdt werkelijk aan het verblijf op de zandplaat in de Waddenzee.

Dat beeld komt ook naar voren in het dagboek zelf dat na Bomans dood is gepubliceerd aan de hand van zijn manuscript. De losse aantekeningen die Bomans daarbuiten nog schreef, zijn niet meegenomen in het boek. En Bomans schreef veel uit, zo werkte hij een complete dialoog uit op donderdag 15 juli die hij graag zou willen opvoeren met Willem Ruis.

Op de band zoals die later in het luisterboek Alleen op een eiland is te horen, kun je het gesprek tussen Willem Ruis en Godfried Bomans hierover beluisteren. De dialoog zoals Bomans die uitgewerkt heeft, is echt niet geschikt voor uitzending vinden Willem Ruis en Ge Goudswaard. Het komt niet spontaan over, terwijl de eerdere uitzendingen heel spontaan verliepen.

Bomans legt zich erbij neer. Hij komt tot het schrijven van de dialogen omdat hij ontevreden is over de eerdere uitzendingen. Hij zit ongemakkelijk in de toiletruimte waarin de zendapparatuur staat en wil graag goed voorbereid te werk gaan. De laatste dagen slijt Bomans vol verlangen naar het moment dat hij opgehaald wordt. Hij verhult dit verlangen in de interviews, maar in de tegenstrijdige opmerkingen hoor je weldegelijk dat het eenzame verblijf op het eiland hem ernstig tegenvalt.

Wat een contrast met Jan Wolkers die Godfried Bomans afwisselt. Jan Wolkers voelt zich als een vis in het water op het eiland. Hij struint dagen over de zandplaat, wordt vrienden met de zeehonden, vindt er zelfs een en bouwt een heuse welkomstmuur met een deur erin. Naast de deurbel de tekst: ‘Jan Wolkers 2 x bellen’.

Godfried Bomans heeft geen enkele foto gemaakt uit angst dat zijn toestel onder het zand zou komen te zitten. Jan Wolkers fotografeert alles wat hij ziet en overkomt. De dode zeehond met baby in de buik, krijgt meerdere foto’s op verschillende dagen. Zo kun je het rottingsproces van nabij meekrijgen. Of de scholekster met het gebroken pootje dat keurig door Wolkers wordt gespald zodat de wond weer mooi kan genezen. Het diertje verblijft in een doos bij zijn tent.

Het contrast tussen de twee schrijvers die in leeftijd ruim elf jaar van elkaar verschillen kan niet groter zijn. Jan Wolkers is de natuurmens die het helemaal beleeft en opgaat in zijn omgeving. Godfried Bomans leeft als een angstig wezen en bibbert ’s nachts van angst om alle geluiden die hij hoort. De opmerking dat hij de omtrek van Haarlem mooier vindt dan het eiland zegt genoeg. Al maakt hij die opmerking pas veel later en zit hij de eerste dagen nog te genieten van het uitzicht voor zijn tent. De storm gooit roet in het eten en noopt hem rillend in zijn tentje.

Aanraders – #50books

image
Aanrader of persoonlijke voorkeur?

Een boek dat je net gelezen hebt en dat je iedereen aanraadt ook te gaan lezen. Het is de vraag van de #50books die ik nog niet beantwoord heb. Ik weet het antwoord niet zo goed. Ik lees aardig wat. Om de paar dagen ligt er wel weer een ander boek op het tafeltje naast mij. Met mensen ben ik veel kieskeuriger, maar met boeken stap ik makkelijk over van de ene naar de andere.

Ook lees ik meerdere boeken tegelijk. Voor het slapen gaan lees ik vaak een paar columns van Martin Bril. Op mijn bureau op zolder liggen vaak boeken die ik wil bespreken voor Litnet. Andere keren ben ik thuisgekomen met een stapel leesvoer van de kringloopwinkel en die wachten op mij om gelezen te worden.

Dus welk boek verdient het om aanbevolen te worden? Elk verslag van een boek is een aanbeveling. Ik wil mensen deelgenoot laten maken van het plezier dat ik beleef aan lezen. Boeken die niet de moeite van het lezen waard zijn, liggen niet op mijn nachtkastje en krijgen ook geen plaatsje op mijn blog. Natuurlijk deel ik ook teleurstellingen die ik bij het lezen ondervind. Maar dan hoop ik dat de lezers eigenwijs genoeg zijn het boek zelf ter hand te nemen om het met mij oneens te zijn.

Eigenlijk gebeurt het bitter weinig dat ik spijt heb dat ik een boek gelezen heb. Zelfs als ik het boek minder vind, beleef ik er ergens wel plezier aan. Dan is het onbelangrijk of het een spannend boek is. Meestal zegt het verhaal genoeg. En in andere gevallen haal ik genoegens uit passages, formuleringen of andere dingen die mij opvallen.

Als iemand dan vraagt welk boek ik hem of haar echt zou aanraden, dan sta ik met een mond vol tanden. Er is niet een boek. Bovendien is niets zo persoonlijk als je lievelingsboek. Zijn er voor mij lievelingsboeken? Eigenlijk niet. Elk boek heeft wel iets onvolmaakts in zich. Iets dat opvalt of irriteert. Boeken zijn eigenlijk net mensen.

Het zou zo gebeurd kunnen zijn? – #50books

image

Schrijven bevat iemands gedachten, fantasieen, hersenkronkels en perversiteiten. In de diepste gedachten van de schrijver huizen de moordenaar, de kinderverkrachter maar ook het meisje dat verkracht is en de laatste gedachten van de vermoorde. Daarmee komt willekeurig de vraag op of iemand de dingen die hij opschrijft ook werkelijk beleefd heeft.

Ik denk van wel. Harry Mulisch schrijft in zijn Logboek dat de dingen die hij opschrijft zich herinnert. Hij herinnert zich de dingen die nooit gebeurd zijn en dat maakt zijn verhaal. Een verhaal heeft voor lezers een andere waarde wanneer het echt gebeurd is. Niet de vraag of het gebeurd zou kunnen zijn speelt, maar de vraag of het echt zo gebeurd is. Literatuur is een verhaal dat gebeurd kan zijn, niet een verhaal dat gebeurd is.

De waarheid in het verhaal
Sommige literatuurwetenschappers hebben de neiging om op zoek te gaan naar de waarheid in het verhaal of wat de auteur ermee bedoeld zou kunnen hebben. De auto in het verhaal van Van Dis is groen, maar in het echt was het een gele. De man met de hoed en de Amerikaanse vrouw in de roman van Ronald Giphart dat ben ik. En ga zo maar door.

Het zoeken naar de intentie van de auteur is net zo zinloos als het zoeken naar de werkelijkheid van het verhaal. In de literauurwetenschap duiden ze dit verschijnsel ook wel aan als ‘intentional fallacy‘, Een verhaal is een weergave van de werkelijkheid en kan helemaal ontsproten zijn uit de fantasie van de schrijver.

Niet interessant
Wat de schrijver met zijn verhaal bedoelt is niet zo interessant. Veel interessanter is de vraag wat het verhaal met jou doet. Waarom vind je een verhaal zo goed of waarom is het slecht? Deze vraag is veel makkelijker, beter en eerlijker te beantwoorden dan de vraag wat hij ermee bedoeld kan hebben. Dat laatste is namelijk altijd giswerk.

Wel ben ik altijd geinteresseerd hoe zo’n literair meesterwerk tot stand komt. Zo’n Logboek van Harry Mulisch bij het schrijven van zijn Ontdekking van de hemel vind ik heerlijk om te lezen. Hoe hij worstelt met het verloop van het verhaal. Hij hij zijn eigen gebeurtenissen integreert in het verhaal. Zo geeft Harry Mulisch de persoon Onno Quist een hersenbloeding. Iets dat Harry Mulisch zelf een paar maanden eerder meemaakt. Hij doet het bijna gevoelloos af met ‘Heb Onno mijn hersenbloeding gegeven’.

Radiofragmenten
Ook kan ik mij bovenmatig interesseren voor een verhaal als dat de schrijvers Godfried Bomans en Jan Wolkers op Rottumerplaat. Daar ben ik de laatste dagen erg mee bezig. Aan de hand van de radiofragmenten construeer ik een heel eigen werkelijkheid. Dat enerzijds een vollediger beeld oproept, maar ik weet ook dat de betrokkenen het zelf anders beleefd hebben.

Zo blijft iets als auteursintentie en het spel met de werkelijkheid een interessant vraagstuk, maar het moet allemaal bekeken worden met jezelf als referentie. Jij leest het verhaal en jij doet er zelf iets mee. Als jij de schrijver als persoon daar graag in terugleest, dan ligt dat bij jou. Of hij het zo bedoeld heeft, ligt bij hem.

Facebook fenomeen
Overigens denk ik dat met de komst van internet en social media een heel ander fenomeen de kop op steekt. Schrijvers krijgen veel meer reactie en interactie met hun werk. Het gebeurt nog weinig dat lezers deelgenoot worden van het proces van schrijven, maar ze reageren meer en meer via kanalen als facebook en twitter. Enerzijds loven ze een werk, maar anderzijds kunnen ze het ook de grond inboren. Of zoals laatst een poezie-deskundige deed bij mijn gedicht. Hij noemde het geen poezie, maar gedachten met enters ertussen.

Zo maakt ieder zijn eigen werkelijkheid en misschien ook wel literatuur.

Lieve Celine

image

De telefilm Lieve Celine draaide gisteravond op Nederland 2. Het leek mij al de mooiste van de reeks telefilms. De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van Hanna Bervoets. Lieve Celine is een indrukwekkende film. Het gaat over het zwakbegaafd meisje Brooke. Ze groeit op in de volkswijk Amsterdam Noord. Ze woont met haar zus en moeder in een kleine arbeiderswoning. Haar zus werkt bij het Kruidvat en al spoedig trekt haar vriend Johan bij hen in huis.

Brooks moeder lijdt aan depressies en overlijdt. Brooke ontdekt de muziek van Celine Dion. De liedjes van deze zangeres loodsen haar door deze zware tijd heen. Ze heeft de droom om naar Las Vegas te gaan, naar een concert van haar idool. Onmogelijk zegt de sociaal werkster, maar Brooke zet al haar zinnen op het uitkomen van haar droom. Ze zoekt werk en spaart van het verdiende geld voor de reis en het concertkaartje.

Het loopt allemaal anders. Als op een dag schuldeisers op de stoep staan, nemen ze al het huisraad mee. Brooke’s zus Sue wil dolgraag op vakantie naar Turkije. Ze steelt het geld van Brooks rekening en van het geld voor het concert gaan ze op vakantie. Een treuriger vakantie is niet denkbaar. Als ze dan ook nog eens door Johan wordt verkracht, verandert het verhaal helemaal in een melodrama. Brooke wordt zwanger.

De film begint op Schiphol als ze haar vliegtuig naar Las Vegas zoekt en alles voorbij flitst. Er dreigt de verwarring, maar haar ze weet zichzelf overeind te helpen. Ze gaat naar Las Vegas.

Ik was onder de in druk van het acteerwerk. Vooral de hoofdrol van Brooke is onvoorstelbaar mooi vertolkt door Esmee van Kampen. Ze is vooral bekend van de reclame van de Plus-supermarkt. In haar rol als Brooke zet ze met minimale woorden en maximale expressie een prachtig mens neer. Met al haar tekortkomingen en sterke kanten. Haar rol draagt de film.

Op sommige dingen zou je wel wat kunnen aanmerken. Zo zou de openingsscene op Schiphol met een paar simpele ingrepen nog sterker gedramatiseerd kunnen worden. Ook zijn sommige verhaallijnen niet zo strak uitgewerkt. Zo is niet helemaal duidelijk of Brooke ook dronken is als ze verkracht wordt. Je vermoedt het wel, maar heel dik ligt dat er niet op. Het had allemaal met enkele kleine ingrepen iets verbeterd kunnen worden. Ook de scenes in Amerika aan het einde zijn een beetje onderbelicht.

Met de wetenschap dat de Telefilms met een minimaal budget zijn gemaakt, neem je al deze kleinigheden voor lief. Zeker als je je laat meeslepen door het ijzersterke verhaal. Het zou echt zo gebeurd kunnen zijn en je hoopt als kijker dat het nooit zo in het echt zal gaan. Daarmee vervult de Telefilm een duidelijke maatschappelijke rol. Het zet een maatschappelijk debat in gang. Was het vorige week over asielzoekers, Lieve Celine zet het beleid ten aanzien van zwakbegaafden en de kinderbescherming in een kritisch daglicht. Niet dat het zo gebeurt, maar het zou heel goed zo kunnen gebeuren.

Maar nog veel meer is het een film die ontroert. En naar mijn mening komt dat door het mooie samenspel van de acteurs en het sterke verhaal. Je krijgt een mooi kijkje in de belevingswereld van een zwakbegaafde.

Bekijk de film op uitzendinggemist.nl
Voor meer informatie over boek: lieveceline.nl

Dwergen tekort

image
Dwergen tekort langs het spoor bij Almere Poort

Het spandoek wijst naar het spoor zodat je de tekst vanuit de trein goed kunt lezen: ‘dwergen tekort’. Ik zie het doek hangen als ik er op weg naar mijn werk langsrijd. Het spandoek hangt aan een hek bij een stukje land dat vlak langs de spoordijk ligt.

Waarom zou iemand daar deze tekst opschrijven? De tekst suggereert dat er een tekort is aan dwergen. Als ze te kort zouden zijn, dan zou ’tekort’ geschreven moeten zijn als twee woorden. Het spandoek hangt bij Almere Poort, tegen het strand aan. De dubbeldekker waarin ik zit, komt in hoog tempo voorbij. Vanuit mijn trein is het spandoek nauwelijks te fotograferen.

dwergen-tekort

Daarom ben ik er naartoe gefietst. Er woei een koude wind maar ik had de wind in de rug. De hemel leek een vuurwerk van volle witte strepen en uithalen van wolken. Ik moest de drukke ringweg oversteken, klom over de reling en zag het doek hangen. De letters in spiegelbeeld. Op het kleine stukje land staat een electriciteitshuisje. Ik kon het doek nauwelijks vanaf de weg fotograferen. Ook omdat mijn Fuji het opgaf bij de kou. De wind had hem onderweg teveel afgekoeld om de zoomlens te laten werken.

Ik zag een stoptrein vaart minderen voor de stop bij het nieuwe station Almere Poort. De reizigers keken naar buiten. Of ze naar mij keken of de tekst op het spandoek lazen, weet ik niet. Daarvoor reed de trein weer te snel door. Ze tuurden naar buiten. Dromerig en misschien lieten ze zich wel meenemen door deze interessante tekst. Want over een tekort aan dwergen lees je niet vaak.

Innige dank

image

Cisca Dresselhuys kwam eens bij de WEP-cursus van Wegener langs. Twee jaar kreeg ik een werkervaringsplek en om de twee maanden kreeg ik twee volle weken een cursus. Bij het interviewblok kwam zij naar Amersfoort en vertelde over haar rubriek in Opzij.

Ze legde uit hoe ze te werk ging. Haar interviews voor Langs de feministische meetlat nam ze in drie sessies af. De bandrecorder ging mee en ze nam alles op. Bij de laatste sessie had ze het interview vooraf laten lezen en besprak ze het met de geinterviewde.

Een intensieve vorm van interviewen waar wij als regionale journalisten met flapperende oren naar luisterden. Wat een luxe, iemand in drie aparte sessies interviewen. Onze oren gingen alleen nog maar meer flapperen toen ze vertelde dat haar secretaresse het hele interview van de band op papier tikte. Letterlijk.

‘Ik neem er de tijd voor’, zei ze er bijna arrogant bij. ‘Het kost me minimaal drie dagen om iemand goed te kunnen interviewen.’ Ze rekende voor: zeker een dag voorbereiding, dan minstens een dag in totaal aan interview-tijd en zeker een dag aan het uitwerken. Over de tijd die het haar secretaresse kostte de banden letterlijk op papier te zetten, zweeg ze.

Een vorm die in het hedendaagse snelle tijdsgewricht wel een beetje eigenaardig overkomt. Zeker omdat elke mediavorm kampt met veel geldgebrek. Een interview mag niet teveel tijd in beslag nemen. Een krant heeft dikwijls niet zoveel tijd vrij om een goed interview voor te kunnen bereiden en uit te kunnen werken. Het typen van de tekst ligt zeker helemaal bij de journalist.

Het boek dat ik trof in de kringloopwinkel bevatte wel een heel bijzondere tekst in de aanhef. Het was een opdracht van de schrijfster zelf. En wel een opdracht aan haar secretaresse, de vrouw die de banden voor haar baas netjes uittikte.

‘Voor Paulien’, staat er. ‘Met mijn innige dank voor het uitwerken van al die lange banden. Cisca.’

Survivalkit – #WOT

wpid-2013-03-22-15.45.36.jpgZe helpen je op andere gedachten te brengen, maar zijn vooral tot troost: boeken. Als er voor mij een survivalkit is, dan zijn dat boeken. Overleven door boeken. Het brood voor de geest.

Bij de verhuizing pakte ik ze stuk voor stuk in. Ze verdwenen in bananendozen om daar voor lange tijd in te blijven. Zo verstoten van mijn verzameling boeken, voelde ik hoe het is om zonder dit overlevingspakket te zitten.

Ik was aan het inpakken en mijn schoonmoeder vroeg waarom ik zoveel boeken had. Je kunt er immers maar een tegelijk lezen. En als een boek uit was, dan hoefde je dat toch niet te bewaren. Je wist dan wat erin stond. Zij typeerde die dingen heel huishoudelijk en noemde ze ‘stofnesten’. Ze vergaren alleen stof en brengen je weinig.

Het was haar moeilijk uit te leggen dat boeken als vrienden kunnen zijn. Ze zijn er altijd voor je en je kunt er op elk gewenst moment in lezen. Ik kan heerlijk genieten in mijn bibliotheek. Dan pak ik een boek, streel het over de rug en neem de letters tot mij. Het boek hoef ik dan niet eens helemaal te lezen, maar het stukje dat ik gelezen heb, maakt me weer vrolijk.

Zo zijn mijn boeken een heuse survivalkit. Ze loodsen me dikwijls door moeilijke tijden heen. Al lezend voel ik mij dan getroost. Getroost door de woorden of door het verhaal. Het boek om te overleven.

Verhaal in een verhaal

image

De mooiste boekenvondsten zijn boeken met een verhaal. Meestal heeft een boek zelf een verhaal in zich dat je kunt lezen, maar soms zit er ook een ander verhaal aan het boek. Daar heb je dan wel een gebruikt boek voor nodig. Met name de aanhef van boeken die mensen aan anderen gegeven hebben, doen het goed bij mij.

Andere keren heeft iemand zichzelf getrakteerd op een boek en volgt een uitvoerig excuus waarom de aankoop zo verdiend was. Zo trof ik eens een boek in een kringloopwinkel waarin de koper schreef dat hij een tentamen niet gehaald had en zich daarom maar eens op een boek had getrakteerd. Het boek als troost.

Sommige mensen moeten niks van gebruikte boeken hebben. Iemand als Antoinne Bodar heeft er een afkeer van. Hij vindt het maar niks dat iemand anders met zijn vieze vingers in zijn boek gezeten heeft. Voor heel bijzondere boeken wil hij wel een uitzondering maken, maar dan moet het boek wel tiptop zijn.

Ik vond op Tweede paasdag wel een heel bijzondere aanhef in een boek. Het was in de kringloopwinkel van Almere Haven. Ze zitten op een prachtig nieuwe locatie. Ik was er de vrijdag al geweest maar op de terugweg van de Groene kathedraal reden we er even met zijn allen langs.

Het was een boek met interviews van de bekende Opzij-hoofdredacteur Cisca Dresselhuys. Jaren heeft ze mannen geinterviewd in het tijdschrift en hield ze ‘langs de feministische meetlat’. In het gelijknamige boek staan deze interviews afgedrukt. Ik vond het boek in de Kringloop en kon het echt niet laten liggen.

Niet alleen vanwege het boek, maar veel meer vanwege de opdracht voorin het boek. De tekst voorin bevat een heuse opdracht van de schrijfster zelf. Het is gericht aan ene Paulien. Hier zit een verhaal achter en ik ken dat verhaal.

Lees het vervolg: Innige dank

Grillig pad der liefde

image

Grillig pad der liefde is het verhaal van Barbara Pavinati’s ‘Ware en Onmogelijke Liefde Martin’. Ze vertelt over hoe ze hem leert kennen en hoe haar relatie met hem is. Dan overlijdt hij aan zijn ernstige spierziekte. Gedurende het boek neemt ze afscheid van hem. Ze eert hem in haar boek en vertelt tegelijkertijd hoe het rouwproces is verlopen. Daarmee vertelt ze ook haar eigen verhaal over de zoektocht naar de liefde.

Ander jasje
Het zijn de verhalen die ze aan mij vertelde in een ander jasje. De dates die ze had met de ‘rare vogels’, de verhalen die ze bij de ontmoetingen vertelde en de diepere intensie. Of zoals ze zelf schrijft: ‘Ik snakte naar liefde. Misschien zelfs meer dan menig ander, omdat het voor mij niet voor het oprapen lag. Mijn leven IS liefde. Ik had zoveel te geven.’ (18/19)

Het verhaal van Barbara Pavinati komt mij heel bekend voor. Als studiemaatje vertelde ze mij al over haar liefdesavonturen. In Grillig pad der liefde staan deze verhalen. Zo lees ik het verhaal van haar oma in Italie. Ze bezocht haar Italiaanse grootmoeder regelmatig en kon mooi over haar vertellen. Ook in haar boek schrijft ze over haar ‘nonna’. ‘Bijzonder ook om mee te maken dat ik in een ander land familie heb die me met open armen ontvangt, en mij op sleeptouw neemt (zodat ik mooie bergen zie) en met wie ik een geschiedenis deel.’ (20)

Ware en Onmogelijke Liefde
Ontroerend is het verhaal van haar liefde voor Martin, haar ‘Ware en Onmogelijke Liefde’. Hoe ze een relatie met hem begint en dat het niet werkt. Ze hebben veel ruzie. ‘We waren te zwaar voor elkaar’, schrijft ze. Juist die afstand maakt een hele nieuwe liefde. Ze zijn zielenmaatjes geworden. ‘[We] deelden alles samen, behalve het bed. Die grens had ik wel getrokken. Anders werd het te complex.’ (39)

Dan komt de onvermijdelijke dood, die veel eerder komt dan verwacht. Hij krijgt een pacemaker, wat hem nog wat jaren te leven zal geven. Juist als Barbara met vriendinnen een tripje maakt naar Dublin. Ze denkt voordat ze weggaat dat haar Martin ook de dood kan trotseren. ‘Uiteindelijk kneep hij er toch tussenuit. Een beslissing die hij niet kon nemen met mij in de buurt. Te veel pijn, verdriet. Te veel liefde tussen ons.’ (43)

Na Martins dood gaat het verhaal verder. Niet voordat ze afscheid van hem genomen heeft en beseft dat ze hem altijd bij zich draagt. ‘In mij leef je voort’, schrijft ze in het hoofdstuk ‘Afscheid’. ‘Je hebt mij wezenlijk veranderd. Maar ook ik moet weer verder. Kom, laat mijn hand los. Ik ben niet meer bang. Geloof me. Dan blijf ik in jou geloven. Onvoorwaardelijk en door de roerigheid van het leven heen. Mijn leven lang. Ons spirituele huwelijk houdt stand. En dat is mooi. Want de tijd is rijp om je te laten gaan. Dag lieverd. Dag.’ (59)

Stappen
Barbara schrijft zich weer in op een datingsite en gaat weer stappen. Ze draagt Martin in haar hart, maar staat weer open voor de liefde. De paden van de liefde typeert ze zelf als: Ware en Onmogelijke liefde, Echte liefde en de Onbereikbare muze. Uiteindelijk neemt ze met haar nieuwe liefde Boef een stap die ze met Martin nooit maakte: ze woont met hem samen.

Het schrijven van het boek zorgt ervoor dat ze een nieuwe stap zet in haar schrijverschap. ‘Mijn schrijfonderwerpen gaan veranderen. Was het eerst voornamelijk over mijn grillige liefdesleven, vandaag de dag moet ik een andere invalshoek verzinnen. Misschien het bijzondere in het alledaagse, of ‘gewoon’ mijn fantasie de vrije loop laten. Ik ben een andere schrijver geworden. Niet meer de schrijver die omringd door en in woorden leeft, maar een schrijver die met woorden leeft.’ (106)

Een hoopvol einde maar de ‘schrijver die omringd door en in woorden leeft’ is de drijvende kracht van Grillig pad der liefde. Daarom hoop ik ook op een vervolg waarin ze zoekt naar nieuwe verhalen, maar wel met het doorleefde en eigenzinnige dat Barbara Pavinati demonstreert in haar boek Grillig pad der liefde. Ze noemt het geen literatuur. Het is onmiskenbaar Barbara Pavinati. Haar eigen stem klinkt tot in de kleinste hoekjes door. De stem van een schrijfster met haar eigen verhaal.

Bestellen
Het boek is niet in de reguliere boekhandel verkrijgbaar. Kijk op haar blog om het boek te bestellen.

Persoonlijk bericht

image

Er verscheen een tijdje terug een persoonlijk berichtje op facebook, gevolgd door een prive-berichtje op twitter. Ze kwamen allebei van Barbara Pavinati. Ik ken haar sinds mijn studietijd. We studeerden allebei Nederlands in Leiden. Zij was een jaar eerder begonnen en ook een jaar eerder klaar. We kwamen elkaar regelmatig tegen, richtten een leesclubje op en deelden de perikelen in de liefde.

De laatste keer dat ik haar tegenkwam was op haar 30e verjaardag. Haar vriend, Chairman, was er ook aanwezig. We aten en dronken er heerlijk een heuse high tea op het terras bij het Koetshuis De Burcht. Met heel veel mensen zaten we aan een lange tafel. Prachtig weer, de junizon. Het was heerlijk, maar we moesten snel weer gaan want mijn oma lag op sterven.

En ineens lag daar die vraag tussen mijn berichten. Ik wist er niet zo goed raad mee. Zeker, ik had weleens contact gehad via twitter en facebook. We hadden kort geschreven over ons wel en wee. Ze schreef dat ze tegenwoordig in het oosten van het land woonde. Terwijl ik dat oosten net verruild had voor het westen. Daarnaast begreep ik dat haar vriend, Chairman, was overleden.

Ook las ik dat ze werkte aan een boek. Ze bewerkte haar blogs tot een boek. Een klus die best zwaar was, schreef ze. Een boek vraagt een andere werkwijze dan een blogje. Papier leest anders en is een ander soort medium dan het scherm van de computer.

Ze vroeg in het berichtje van een paar dagen terug of ik haar boek wilde bespreken op mijn blog. Een vraag waarover ik goed moest nadenken. Het recenseren van boeken van vrienden is moeilijk. Je wilt je vrienden niet tekort doen in je bespreking. Tegelijkertijd wil je ook eerlijk zijn over het boek. Als je een boek niks vindt, is dat lastiger te verkopen aan een vriend dan aan iemand die je niet kent. Met een vriend onderhoud je namelijk ook nog een relatie.

En Barbara is een vriend. De eerste keer dat ik haar zag was bij de Bert van Selmlezing. Het was aan het einde van de introductiedag voor eerstejaars studenten. Ze zat in de rij achter mij. Ik was eerstejaars en diep onder de indruk van haar. De donkere haren, donkere ogen en rijzige verschijning. ’s Avonds trad ze op bij het open podium met haar gedichten. Sterk gericht op klank. Ze waren een verademing met de academische poezie die anderen tentoonspreiden. Ik hield het meer op rijmpjes en maakte de liefde bijna zonder gedaante.

Later mijmerden we vaak over gedichten en de liefde. Dan zagen we elkaar in de steeg tussen universiteit en stad. We moesten een leesclubje beginnen, stelden we voor. Zo ontstond een eigen leesclubje. In de naam zat iets met ‘hemel’. Daarnaast vonden we elkaar in de 19e eeuw. Zij Bilderdijk ik Junghuhn. Al stapte ik regelmatig over om van de mooie poezie van Bilderdijk te genieten, de kunst der poezy.

Het bezwaar bij het lezen van een boek van een bekende is dat je dingen tegenkomt die je al weet. Tegelijkertijd is daar de fictie. De verschuiving van de werkelijkheid naar de wereld van het verhaal op papier. Dat is een heel andere wereld en dat levert vaak een conflict op. Ik schreef haar over mijn worsteling. Ik wil het doen, antwoordde ik. ‘Wel geef ik de opmerking dat ik mijn mening niet onder stoelen of banken steek op mijn blog.’ Vind ik het niks, dan schrijf ik dat ook, was mijn waarschuwing erbij.

Het boek viel twee dagen na mijn antwoord met een harde plof op de deurmat. Ik hoorde het vallen en besefte dat ik niet meer terugkon. Ik opende de enveloppe en haalde er een bijzonder boek uit. De gladde en paarse kaft, het hart, de kleine hartjes en die naam: Barbara Pavinati. Een naam die beklijft. Een naam die je nooit meer vergeet als je hem een keer gehoord hebt. Een naam vol poezie. De naam is al een gedicht, een spel met a’s en i’s en een r die over je tong rolt. Barbara Pavinati.