Vrijmarkt

image

De vrijmarkt van koninginnedag is mijn jaarlijkse happening. Ik ga er nooit ver voor van huis, ik blijf heerlijk in Almere. Dan laat ik me weer verbazen over de rommel die verspreid op straat ligt. Soms is gewoon een doos van zolder gehaald en is de doos gewoon omgekeerd boven het kleedje. Een allegaartje aan rommel en aftandse zooi, waartussen soms iets moois verstopt zit.

De verzamelaar kan ontzettend veel van zijn gading vinden. Het vraagt een oplettend oog. Ik moet eerlijk zeggen dat ik er meer en meer een oog voor ontwikkeld heb. De bezoeken aan kringloopwinkels hebben mij oplettend gemaakt. Soms zie ik een oogopslag wat waardevol is en wat niet. Al zal een echt waardevol voorwerp dat veel geld waard is, mij waarschijnlijk minder snel opvallen. Gewoon omdat ik voor dergelijke voorwerpen niet zoveel interesse heb.

image

Een socioloog kan zijn hart ophalen op zo’n markt. De erotische boekjes, een complete propedeuse rechten of grote doos met Rocky-dvd’s erin. Ze vertellen allemaal iets over iemand en over het afscheid van iets. Iemand hoeft het niet meer. En vooral kinderspeelgoed, want die levensfasen gaan sneller voorbij.

Vandaag is het rustig op de vrijmarkt. De kroonwisseling houdt veel mensen binnen. Het zonnetje wil ook niet echt doorbreken. Zo blijft het beperkt tot de diehards die geen genoeg krijgen van rommel en die er zelfs wat voor willen betalen. Ik vergaap mij bij het kraampje van een man aan een keurige tafel met uitgestald boeken en andere curiosa.

De oudere man houdt een briefje van een kladblok in de hand. Op het velletje papier staat een rijtje bedragen waarmee hij de Kameleons moet afrekenen. ‘Die zijn niet van mij’, zegt hij erbij. ‘Mijn zoon heeft het opgeschreven wat hij ervoor wil hebben.’ Zo weggedoken in het papier had hij nauwelijks aandacht voor zijn klanten.

image

We zijn alweer bijna bij onze fiets. Ik kijk nog eens om en zie voor een kraampje iets van metaal staan. Het zou zo een hondenbench kunnen zijn. Zo eentje die we best wel willen hebben, maar alleen voor een leuke prijs en als er toevallig op stuiten. ‘Is dat een hondenbench?’ vraag ik Inge. ‘Ik weet het niet’, zegt ze nadat ik uitvoerig instructies heb gegeven welk ding ik nu bedoel. ‘We moeten het maar vragen.’

Bij de kraam vraag ik wat dat is en wijs naar de hondenbench die onder de behangtafel staat waarop de andere koopwaar uitgestald staat. ‘Wat is dat?’ vraag ik. ‘Een bench voor de hond’, zegt de vrouw achter de kraam. ‘Wat moet hij kosten?’ vraag ik. ‘5 euro.’ Ik kijk Inge even aan. ‘2,50 euro.’ De vrouw kijkt nog eens naar de bench en dan naar mij. ‘4 euro.’ ‘Verkocht’, roepen wij.

Krachtloos en teer

image

De tulp waar ik met zoveel liefde over schreef een paar dagen terug, is gesneuveld. ’s Morgens passeerde nog een meisje met haar ouders. Het kind schoot de voortuin in en trok aan de bloem. Erg begeerlijk zo’n bloeiende tulp om even je vingers over te laten strelen. Ik dacht dat de bloem gelijk naar voren boog.

In psalm 103 vertelt het lyrisch ik over het kortstondig leven. Gelijk het gras is ons kortstondig leven, klinkt het in vers 8 van de berijmde versie. Het leven is ontzettend weerloos. Het kan elk moment afgelopen zijn. Net als een bloem waarbij de steel knakt en de dood intreedt. Uitgebloeid. Het is verdwenen, zelfs ‘haar standplaats’ is niet meer terug te vinden, stelt het lyrisch ik.

Gelijk het gras is ons kortstondig leven,
Gelijk een bloem, die op het veld verheven,
Wel sierlijk pronkt, maar krachtloos is en teer;
Wanneer de wind zich over ’t land laat horen,
Dan knakt haar steel, haar schoonheid gaat verloren;
Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.

Gerard Reve was zo getroffen door de tekst uit deze psalm dat hij zijn huis in het Friese Greonterp de naam Huize Het Gras gaf. De wijdse omgeving deed hem er waarschijnlijk aan denken. Op het huis prijkt een gevelsteen waar Huize Het Gras op staat. Het is een bedevaartsoord voor Reveliefhebbers geworden.

image

De geknakte bloem, daar gaat de psalm in de berijmde versie vooral over. En daar moest ik dan ook aan denken nadat de bloem los van de steel op de grond lag.

Ik was zo druk in de weer in de voortuin, verhoogde het paadje en sleepte daarom met de grote tegels. Waarschijnlijk ben ik toen langs de tulp gelopen en heb de bloem van de steel ontdaan. Per ongeluk en ik was best verdrietig toen ik het zag.

Niks aan te doen. We hebben hem als troost in een flesje water gezet en nu staat de tulp eenzaam binnen te pronken. De standplaats in de tuin is nog te vinden, maar hoe lang nog? In een open veld was hij natuurlijk snel overgroeid door gras.

Tuinaarde voor moestuin

bakken-moestuin-vullen-met-tuinaardeWeer energie en moed gevonden voor het moestuintje. Daarom vanmiddag even naar de bouwmarkt voor een flinke hoeveelheid tuinaarde. De laatste ophoging. Gelijk de gelegenheid benut wat ophoogzand mee te nemen om het verzakte paadje naar de voordeur aan te pakken.

Nog een heel gedoe om op zondagmiddag een stapel tuinaarde mee te nemen. Zeker ook omdat de Almeerplant sinds kort niet meer bij ons in de buurt is. Daarom moest ik een flink eindje rijden voor de bouwmarkt. De eerdere logistiek was het transport met het winkelwagentje. We liepen ermee direct vanuit de winkel mee naar huis. Een tocht van een halve kilometer.

Nu met de auto om de zakken met tuinaarde op te halen. Buiten stond een medewerker bij de tuinaarde en planten, Ik vroeg de jongen om advies. ‘Ik wil vijftien zakken tuinaarde meenemen’, zei ik. ‘Hoe kan ik dat het beste doen?’ ‘Doe er een op uw karretje’, adviseerde hij. ‘En reken er vijftien af. Dan wacht ik hier wel en dan kunt u de zakken afrekenen.

Ik haalde de dingen die ik nodig had, minus de veertien zakken tuinaarde. Ik ging de winkel in, achter de jongen aan die op mij zou wachten. Hij liep achter een karretje waarop een enorme plant stond. Ik sloot gelijk aan in de rij bij de kassa. Iemand liep mij voorbij. Hij had nog even in de bak met vlaggen gekeken.

De kassadame vroeg: ‘Wie staat er dan buiten?’ Ik wist niet hoe de jongen heette. ‘Hoe ziet hij er dan uit.’ Hij was blond wist ik nog en een beetje fors. ‘Dat is Martin, maar die is alweer binnen’, riep haar collega van een kassa verder. Ze klaagde dat hij dat niet moest beloven. ‘U moet dus gewoon weer naar buiten en daar de zakken meenemen en dan terugkomen om hier af te rekenen.’

Nogal omslachtig vond ik. ‘Tja, Martin moet dat dan ook niet beloven als hij vervolgens weer naar binnen gaat’, zei ze. Ik vond het nogal onlogisch. Gelukkig kwam een collega van de vrouw aangelopen. ‘Ik loop wel even met u mee.’ Buiten probeerde ik nog een beetje extra gunst te verwerven. ‘Is het goed als ik dit eerst wegbreng naar mijn auto? Hij staat iets verder.’ ‘Ik vind het zo stinken om het mee te nemen in de auto’, zei de vrouw van de Praxis.

Daarna de andere veertien 40-literzakken met bemeste tuinaarde opgehaald. Ik kreeg ze amper op het karretje. De vrouw van de Praxis telde ze na en ik verdween met de tuinaarde naar mijn auto. Het karretje wilde alle kanten op behalve de goede. Het liet zich teveel afleiden door de kleine richeltjes tussen de steentjes.

tomatenplanten-in-vierkante-meter-tuin

De lading in de auto geladen, voorzichtig. Ik zag hoe de auto zakte bij elke lading zand die erbij kwam. Met diep doorgezakte veren reed ik naar huis om daar de boel uit te laden. Bijna onmogelijk om de auto over het fietspad aan de voorkant van het huis te krijgen. De buurman is al dagen bezig met zijn bootje en die stond midden op de brug. Toch kreeg ik het voertuig erlangs.

Dan alles de voortuin insjouwen en de grond over de perkjes verspreiden. Het bleek niet verkeerd ingeschat. Nog maar een paar zakken erbij en de voortuin is helemaal ingericht. Als vochthoudend materiaal nam ik lege cacaodoppen mee. Dit houdt ongedierte beter weg en helpt om het water beter vast te houden.

Nu konden de tomatenplantjes van de Lidl erin. Het begin is er. De komende weken ga ik er verder mee. Het is wel druk verkeer zo aan de voorkant van het huis. Er lopen en fietsen aardig wat mensen voorbij. En sommigen willen weten wat je aan het doen bent. Misschien helpt het om de schutting af te maken en op die manier nog duidelijker het gebied af te bakenen.

Tulp

image

Naast het trappetje naar de voordeur bloeit een rode tulp. Wij hebben de bol nooit gepland. In hun poging het huis te verkopen, schijnen de vorige bewoners wat bloembollen in de grond te hebben gepland. Naast de tulp schiet er iets verderop jaarlijks een narcis uit de grond. Bij de regenpijp groeit altijd een spriet op waar nooit een bloem bij te zien is.

image

De tulp is er elk jaar weer. Alleen. Hij wuift zachtjes op de wind die langs het aanbouwtje voor blaast. De bladeren lonken zo fluweelzacht. Ik heb de neiging er met mijn vingers over te strelen als ik zo vanuit mijn plekje bij het raam naar kijk.

image

Het mooiste is dat hij ’s morgens dicht zit en na de eerste warmte van de zonnestralen langzaam opent. Dan zie je de stamper zitten en zelfs de meeldraden. Bij het vallen van de avond, zijn de bloembladeren van boven weer keurig toe. Zodat de boze vijand er niet meer in kan kijken.

image

En zo zie ik iedere dag een klein natuurfilmpje vanuit mijn plekje bij het raam. Het lijkt dan net of het helemaal geen winter is geweest.

image

Veters

image

Een veterschoen zonder veters loopt ook zo onhandig. Daarom maak ik de gang naar de schoenmaker. Net als een paar maanden terug. De veter van de rechterschoen begon te rafelen. Dat kwam ook doordat het lipje dat de veter geleidt, afgebroken was.

Meestal het begin van een veter die gaat sneuvelen. Eerst trek je het huidje eraf. Dan vormt zich een steeds dunner draadje. Het houdt nog wel, maar als je de knoop gemaakt hebt, trekt de veter langzaam los. Teveel speling.

De schoenen bevallen eigenlijk al niet sinds de aankoop. In de winkel had ik ze uitvoerig getest. Ze liepen heerlijk en de prijs was redelijk. Maar binnen een paar weken brak een metalen lipje waarlangs mijn veter loopt. Het gebeurde bij de rechterschoen. Steeds haalde ik mijn wijsvinger aan het gebroken lipje open als ik mijn veter strikte. De veter zou het niet lang uithouden, dacht ik. Hij begon al te rafelen. Daarom kocht ik maar een nieuw veterpaar bij de schoenmaker.

In plaats van de veter van de rechterschoen, begaf de linkerveter het. Tot mijn eigen verbazing verliep het proces van rafelen en het losse huidje zich in enkele dagen. Zo verving ik de linkerveter nog voordat de rechterveter het begeven had. Ik liet de rechterveter maar zitten tot hij echt versleten was.

De linkerschoen heeft het veterpaar al versleten. Dan merk ik met een noodveter in de linkerschoen dat de linkerveter echt aan zijn laatste dagen begint. En dan trek ik – best onverwacht nog – de veter stuk. Ik ben helemaal door de veters heen. Denk nog een andere veter te kunnen vinden, maar hij blijft onvindbaar.

Daarom ga ik maar naar de schoenmaker. De schoenmaker waar ik in januari het paar veters kocht. Hij staat met zijn buik naar een groot schuurapparaat gericht en maakt zo een signatuur in een bosje sleutels. ‘Zo weet ik dat die van de achterdeur zijn’, zegt de vrouw als ze de sleutels krijgt overhandigd.

Ze heeft de veertig euro afgerekend als ik aan de beurt ben. Ik vraag aan hem wat ik kan doen aan het snelle breken van mijn veters. ‘Dat komt door het metaal’, zegt hij. ‘Maakt het dan niet uit dat het lipje loszit?’ vraag ik terwijl ik naar het kapotte lipje van de rechterschoen wijs. ‘Nee, het gaat om het metaal dat langs de veter schuurt.’

Hier kom ik niet uit, daarom neem ik maar een nieuw paar veters en hoop het weer een paar weken lopen uit te houden. Dat deze schoenen een miskoop waren, weet ik al toen ik ermee de winkel uitliep in augustus. Daarom proberen we er allebei het beste van te maken.

Volle maan – #wot

image

Meestal sta ik niet stil bij de volle maan. Maar dan zie ik hem ineens bij het uitlaten van de honden. De dagen ervoor zag ik hem langszaam aan opzwellen. En nu is hij helemaal tot een ronde cirkel gevormd. Niks meer op aan te merken, niet meer een hap eruit, maar mooi rond.

De maan speelt een grote rol in Sinterklaasgedichten. In de poezie komt de maan beduidend minder voor. Het mooiste gedicht van de maan dat ik ken, is ‘Herinnering’ van Elisabeth Eybers in het Afrikaans.

As kind het ‘k eens die maan se ronde skyf
langsaam sien uitswel bo die silwer vlei
om saggies soos ’n seepbel weg te dryf
en tussen yl popliere in te gly.

Een mooiere maansopkomst ken ik niet. Het lyrisch ik vergelijkt de maan zo prachtig met een zeepbel van het bellenblazen. Tussen de bomen komt hij op en drijft langzaam weg. Erg mooi die vergelijking. Het beeld is herkenbaar. De opkomst van de maan verrast altijd. Het mooiste is als de maan de zon afwisseld.

In de tijd dat ik ’s morgens vroeg kranten bezorgde kon ik heel intens in het halfduister van de ochtend genieten van de volle maan. Of als de hemel helemaal helder is en de maan zijn schaduwen werpt. De schaduw valt altijd anders dan overdag en dat levert verrassende gezichten. De zon kan dat beeld niet overtreffen. Dan zou ik naar buiten willen gaan en lekker in het maanlicht een boek willen lezen. Misschien wel de dichtbundel van Elisabeth Eybers.

Tumult bij kikkerpoel

onderzoek-bij-kikkerpoel-in-volle-gangBij het komen van de jonge puppies vorig jaar, plaatste ik een houten vlondertje over de kikkerpoel. Ik moest er niet aan denken dat de jonge hondjes zouden verzuipen op hun ontdekkingstochten. Net als dat ik de onderkant van de poort voorzag van een extra latje om te voorkomen dat ze daar onder zouden kruipen.

We zaten vanmiddag zo lekker in de tuin en het leek mij wel weer eens goed het poeltje van de houten bedekking te ontdoen. ‘Wat zouden ze gaan doen?’ vroeg ik Inge nog. ‘Ik denk dat ze er lekker uit gaan drinken’, antwoordde ze.

teuntje-en-saartje-bij-kikkerpoel

Ze gingen er inderdaad uit drinken. Daarnaast waren ze erg geinteresseerd in de blaadjes die op het wateroppervlak dreven. Ze hapten gretig naar de herfstbladeren. In al het enthousiasme ging Teuntje zelfs nog een stapje verder. Ze krabbelde met haar pootje in het water, boog iets naar voren en viel er met een plons in.

Voor het verzuipen hoefden we niet bang te zijn. Ze was er sneller uit dan dat ze erin gevallen was. Het koude bad weerhield haar niet om verder te gaan met haar activiteit.

Italiaanse reis – #50books

image

Ik ben niet zo snel verliefd op een stad. Daarvoor vind ik teveel steden te mooi. Daarom richt ik mijn stedelijke liefdespijlen eerder op een heleboel steden dan een enkele stad. Ik ben gek op Rome, Leiden en Berlijn. Die liefde komt niet door een boek, maar omdat ik door die steden gelopen heb en rondgezworven.

Eerlijk beeld vormen
Ik moet de stad toch zien om een eerlijk beeld te kunnen vormen. In bijna alle verhalen en boeken spelen steden een rol, maar de stad vormt het decor. De woorden en de verbeelding maken een stad mooi, maar ik word er niet verliefd. En misschien heb ik niet zoveel fantasie om mij door een boek te laten verleiden een plaats te bezoeken. Ik heb het nooit gedaan.

Hoe anders is het om een boek te lezen over een bepaalde plaats als je er geweest bent. De mooie verhalen van Hotz spelen in de omgeving van Leiden. Ik kan er juist extra van genieten omdat ik er gewoond heb. Dat geldt voor veel andere verhalen en boeken die in Leiden spelen zoals De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch of romans als De walgvogel en Kort Amerikaans van Jan Wolkers.

Italiaanse reis
Nog mooier was de reis naar Italie die ik met het boek Italiaanse reis van Goethe in mijn hand maakte. Ik heb genoten van die reis. Vooral ook omdat de Goethe zo prachtig schrijft over het land. Ik volgde het boek op de voet, maakte soms zelfs een omweg om de belevenissen van Goethe te staven aan de mijn tijd.

Ik had het boek een maand voor mijn vertrek gekocht in de prachtige vertaling van Wilfred Oranje. De eerste complete vertaling van Goethes bijzondere reisverlag, dat misschien wel de basis vormt van het hedendaagse reisverhaal. Ik vond laatst in Weesp de eerdere vertaling van het boek zonder de correspondentie.

Zo zocht ik me rot naar het klooster van de Benedictijnen in Catania. In de kerk San Nicolo l’Arena waar tegenwoordig de Universiteit van Catania zit, hoorde Goethe een verschrikkelijk groot orgel bestaande uit 5 manualen, 72 registers en 2916 pijpen. Het instrument zou van de hand zijn van Donato del Piano.

Ik kwam met geen mogelijkheid in deze imposante kerk, de San Nicolo l’Arena, dat als de grootste van Sicilie geldt. Goethe schreef vol enthousiasme over de Benedictijn die als enige het orgel kon bespelen. Al beloofde ‘zijn droefgeestige en gesloten uiterlijk een weinig opwekkende conversatie’. Zijn spel was adembenemend:

Hij was echter de kunstzinnige man die als enige het kolossale orgel van deze kerk wist te bedwingen. Toen hij onze wensen meer geraden dan uit onze mond vernomen had, willigde hij ze zwijgend in; we begaven ons naar de zeer ruime kerk, die hij, terwijl hij het schitterende instrument bespeelde, tot in de verste uithoek vulde met zowel het zachtst ruisende zuchtje als de bruutst daverende klank.
Wie de man niet van tevoren had gezien, zou wel moeten geloven dat een reus de oorzaak van al dit geweld was, maar omdat we zijn persoonlijkheid al kenden, voelden we slechts bewondering dat zijn krachten in deze worsteling niet al lang waren gesloopt. (308-309)

Monte Pelgrino
Wel bekeek ik de gebouwen in Rome waarover Goethe schreef, liep door de ruines van Pompeii en beklom zelfs de heilige berg, de Monte Pelgrino, bij Palermo op zoek naar het kapeltje dat de Duitse schrijver op zijn reis bezocht. Het hing nu vol met autobanden en andere kitsch. Ik hield zelf een dagboek bij naast de uitgave van Goethe en voelde mij een heuse Italiereiziger in plaats van een toerist. Dat Goethe zich aanmerkelijk anders voortbewoog in rijtuigen en weldadige logementen, viel mij niet eens zo op.

Ik stapte met een zwaarbepakte rugzak – waarvan de inhoud voor de helft uit boeken bestond – de trein in. In een plaats aangekomen speurde ik naar de jeugdherberg. Die soms tot mijn eigen teleurstelling gesloten was. Ook ontmoette Goethe veel vrienden en bekenden. Hij behoorde wel tot de jetset van de 18e eeuw. Iets dat ik niet kan en kon zeggen. Maar voor een boek is dat niet erg.

Stiekem vond ik dat mijn reisverslag helemaal niet zo verkeerd was. Een paar jaar geleden heb ik de notities uitgewerkt en als blog op internet geplaatst. Iets wat ik toen niet deed omdat bloggen bij een select gezelschap in Amerika slechts bekend was. Ik schreef toen e-mails aan mijn vrienden met een reisverslag erin. Die e-mails heb ik niet meer, maar de blog wel.

En zo heb ik misschien een vervolg gemaakt op de reiservaringen van Goethe. Al blijft mijn stijl ernstig op de grote Duitse schrijver achter.

Johan

image

‘Wilt u een stukje proeven meneer’, vraagt hij als ik een pondje jong belegen bestel. ‘Nee, dank je’, antwoord ik. Een reep kaas op de vroege ochtend is niet aan mij besteed. Daar hou ik niet van. Naast mij komt een man staan. Het meisje pakt al een stuk kaas. ‘Jong belegen geitenkaas?’ Hij knikt.

‘Is Johan er niet?’ ‘Nee’, antwoordt ze. ‘Die is vandaag op IJburg. Misschien komt hij vanmiddag nog. Maar we zullen het wel redden hoor, zonder hem.’ Ze snijdt trefzeker een stuk van de grijswitte kaas en legt het op de weegschaal. Precies goed. Ze trekt een genoegzaam haar mond op. ‘Nog iets?’

De man is klaar. ‘Jammer dat hij er niet is’, zegt hij. ‘Ik ben er zelf volgende week niet. Dan moet ik wielrennen. Een wedstrijd in Belgie door de Ardennen.’ ‘Ik heb vroeger ook gefietst’, zegt het meisje. Ze kijkt dromerig over het marktplein terwijl ze de jong belegen geitenkaas weer met een stukje folie afdekt. ‘Ga lekker mee’, klinkt zijn stem uitdagend over de markt. ‘Ik weet het niet hoor’, zegt ze. ‘Ik heb al heel lang niet meer getraind. Ik ben geen 19 meer en om dat nu ongetraind te gaan doen.’

De rest hoor ik niet. Daarvoor loop ik al te ver weg van de kaasboer. De kaas ligt onderop in mijn tas, de vier spaarmuntjes zitten in mijn kontzak. Nu de groentenman nog en ik ben klaar.

Bloesem

bloesem-bij-fietspad-almere-muziekwijkHet groen schiet uit de bruingrijze takken en de bloesem bloeit. Ik fiets langs het station Muziekwijk en weet ineens weer waarom de pagina over de bloesem bij Muziekwijk zo populair is op mijn blog. Alles staat eer in bloei. Het lijkt of je door een gebouw loopt van bloesem, een bloesemgewelf. Het hele plafond is bedekt met bloemen in wit en roze. De sierkers van Muziekwijk staat weer in bloei.

bloesem-sierkers-almere-muziekwijk

De verbazing slaat je elk jaar weer in het gezicht. Je bent het vergeten maar de bloemen herinneren je er ineens aan. O ja, het is weer zover. Het laantje langs het winkelcentrum, de weg naar het station staat weer in volle bloei. Een week of twee later dan gewoonlijk, maar dat komt door de koude maand maart. Ik kijk nog eens goed en geniet van de verschillende stadia van bloei.

stadia-bloesem-in-muziekwijk

In een boom lijken ze alledrie aanwezig te zijn: het begin van de knoppen die langzaam uit de tak zwellen, de volle bloei waarin het bloemetje zijn stampertje goed laat zien aan de buitenwereld en de nabloei waarbij de bloemblaadjes langzaam afscheid nemen van de boom.

bloesem-almere-muziekwijk-detail

Dan dwarrelt een witte of roze sneeuw naar beneden en bedekt het hele fietspad. Een windvlaag is dan genoeg. Zover is het nog niet. Al weten ik en de veel andere bezoekers dat dit moment altijd sneller aanbreekt dan je zou willen. Zeker met de late komst van het voorjaar zoals dit jaar het geval is.

bloesem-almere-muziekwijk