Van den vos Reynaerde – #50books

image

Een interessante vraag bij #50books deze week: welk dierenboek is je altijd bijgebleven?

Ik hield vroeger niet van dierenboeken. Een verhaal met pratende dieren vond ik uiterst merkwaardig. Dat paste ook bij mijn opvoeding. In de bijbel praten niet zoveel dieren. Bij mij weten zijn het er twee: de slang in het paradijs en de ezel van Bileam. De bijbel is meer het domein van de engelen en demonen, dan van de sprekende dieren.

Of het daardoor komt, weet ik niet, maar ik had het niet zo op dierenverhalen. Zodra een beest op zijn achterpoten ging staan en de stem verhief in een boek, haakte ik af. Het kon niet. De dieren in de bijbel waren allemaal op 1 of andere manier vervult van een andere, bovenmenselijke geest en daarom spraken ze. Dieren die praten waren daardoor zeldzaam. Eigenlijk bestonden ze niet voor mij.

Pas veel later ontdekte ik de schoonheid van het mooiste dierenverhaal van de Nederlandse literatuur en ook van de wereldliteratuur: Van den Vos Reynaerde. Het prachtige verhaal over de Reinaart de Vos die ik vroeger met argusogen bekeken had. Het verhaal is geschreven door ‘Willem die Madocke maecte’.

Het werk vertelt over de vos Reynaerde en is eigenlijk een aanklacht tegen de vos. Alle dieren klagen over zijn wandaden en vinden dat hij gestraft moet worden. De verteller heeft een mooi dier uitgekozen. De vos wordt nog altijd gewantrouwd.

Bij mijn studie Nederlands maakte ik grondiger kennis met dit verhaal. Vooral omdat het zo’n mooi beeld schetst van de Middeleeuwse samenleving. Door de dieren heeft de verteller betere mogelijkheden de maatschappij op de hak te nemen. De aanklacht bijvoorbeeld dat hij Cuwaert de haas het Credo leerde zingen ‘Ende soudene maken capelaen’. Een zin waarover ik al eerder schreef.

De wandaden die op het conto van Reynaert de vos worden toegeschreven, behoren eigenlijk veel meer mensen toe. Hij is de zondebok. Omdat het een dier is, blijft een concrete aanklacht achterwege. Maar iedereen weet waar het over gaat. Dat maakt het tot zo’n prachtig verhaal. Zelfs meer dan 700 jaar later.

Kuddedier

image

Ik loop het park in. Een man loopt voor mij uit. De twee herdershonden lopen met hem op alsof hij een kudde schapen is. Ze trekken grote cirkels om hem heen. Hij gaat voort als een herder voor zijn kudde uit.

Op het pad dat diagonaal van het pad van de schaapsherder staat, nadert een man met een andere hond. De hond schiet op de herdershonden af. Er klinkt een signaal. De hond grijpt een herdershond. De herdershond bijt van zich af. De man rent op zijn hond af en trek aan de halsband. Het dier schiet weer los en grijpt de herdershond bij de nek.

Als dan de baas dan eindelijk zijn hond in bedwang heeft, loopt de schaapsherder terug om zijn hond op te halen. Hij houdt een hand omhoog. Het zit blijkbaar goed. Geen scheldkannonades en gemor. Verderop stond de man stil en bekeek zijn hond aandachtig. De bijtgrage hond was al het park uit met zijn baas. De zonnebril hielp hem snel genoeg uit zicht.

Voor mij een voorbeeld dat het juist mis kan gaan. Gisteren rende een hond vanuit een zijpad in een vaart op ons af. Ik probeerde hem te weren met ’tssjj’. Het hielp weinig, het dier volgde ons gewoon. Er klonk geroep van de eigenaresse. Kort erop holde ze achter haar hond en mij aan. ‘Ik heb het tegen u meneer’, riep ze.

Haar hond kreeg de vrije loop en naderde mijn honden wel erg dicht. Tegen mijn zin. Maar ik moest eens goed naar haar luisteren. Ik had haar hond niet te corrigeren. ‘Mijn hond is mijn kind en daar bemoeit u zich niet mee’, zei ze.

Daarna las ze mij even goed de les voor. Zonder stoppen. Gelukkig hield haar vriend hun hond vast, zodat ik niet meer op mijn honden hoefde te letten. Elk woord dat ik uitstamelde, was voor haar olie op het vuur. ‘Als u dit nog een keer doet, sla ik u’, zei ze. Ze doelde op mijn ’tssjj’.

Ik wilde weer verder. Dit mondde uit in een vruchteloze discussie. Zij hing als een vechthond aan mijn nek en liet meer los. Ik moest mij vooral gedragen. Ik had ‘rothonden’. Haar hond had niks verkeerds in de zin. Mijn honden misdroegen zich.

Ik moest en zou door de knieen door excuses aan te bieden. Dat heb ik gedaan, maar ik loop vandaag met een wrang gevoel door het park. Het gelijk zag ik net voor mij afspelen. Blijkbaar moet je je hond maar laten grijpen omdat iemand anders zijn hond als een kind beschouwt en geen correctie duldt. Het pad dat ik loop, gaat met een grote cirkel om de anderen heen. Ik zie geen hond.

Tournemire in het orgelpark

image

Een uitgesproken mysticus als Tournemire in het Orgelpark, kan dat eigenlijk wel? Een kerk bezit die gewijde ruimte, hoge gewelven en daarmee mystiek wel. Het Orgelpark is een concertzaal die haar oorsprong als kerk heeft, maar de protestantse uitstraling van weleer heeft nu een ander soort warmte plaatsgemaakt.

Bij Tournemires Les sept Paroles du Christ hoort de mystiek. Het vormt naast het orgel, de ruimte en de organist een wezenlijk element voor een uitvoering van dit bijzondere muziekstuk van de Parijse organist Charles Tournemire (1870-1939).

Inderdaad kan een uitvoering van dit werk in het Orgelpark een versie in de Parijse Sainte Clothilde niet verslaan. Daarvoor is de ruimte te klein en het orgel (in verhouding) te groot. Ondanks deze minpunten wist de Schaagse organist Tjeerd van der Ploeg woensdagavond erg dicht in de buurt te komen van een intense en mystieke uitvoering van dit bijzondere werk. De 7 koralen bij de 7 kruiswoorden die Jezus in de verschillende Evangelien spreekt, behoren tot het meest toegankelijke uit het oeuvre van deze Parijse organist.

Het muziekstuk past goed in de tijd waarin ook Dupre en Messiaen passages uit het evangelie in muzikale schilderingen uiteenzetten. Dupre schreef het lijdenswerk Le Chemin de la Croix in 1935. Messiaen schreef in hetzelfde jaar 9 meditaties rond de geboorte van Jezus. Een paar jaar eerder schreef Messiaen al L’Ascension. Het zijn 4 meditaties rond de Hemelvaart van Jezus Christus.

Messiaen bewandelde een andere weg dan Tournemire, net als dat Dupre verschilt van Tournemire. De inspiratiebron vormt wel het orgel, het Frans-symfonisch orgel zoals Cavaille-Coll dat ontwikkeld heeft.

De componist Marcel Dupre onderscheidt zich van Tournemire door zijn veel contrapunctischer en meer doorwrochte interpretaties van het lijden van Christus. Charles Tournemire is veel rauwer en intenser. Hij spiegelt de 7 kruiswoorden in een heuse muzikale strijd. En dat gaat heel ver. Soms krijst het orgel het in alle toonaarden uit. Dan lijkt het of het niet erger kan. Andere keren verzinkt de muziek in een zachte klankwereld waarin vooral berusting doorklinkt.

Tjeerd van der Ploeg wist deze aspecten prachtig te interpreteren op het Verschuerenorgel in het Orgelpark. Het orgel is sterk geinspireerd op de Frans symfonische orgels zoals Cavaille-Coll deze maakte. Zodoende waren de registratievoorschriften van Tournemire tot in de puntjes te volgen. Probleem bij dit orgel is dat het erg groot is voor de ruimte waarin het staat. Het uitgebreide scala van soorten aan fortissimo wordt zo gereduceerd tot 1 soort, namelijk hard. Alles klinkt hard. De kleine variatie van het ‘hard’ gaat verloren in de luide klank.

Het orgel bezit veel klankrijkdom, maar de ruimte vraagt minstens evenveel aandacht voor een goede match. Gelukkig boden de 7 verschillende meditaties van Tournemire genoeg mogelijkheden om je over dit punt heen te zetten. Juist de klankrijkdom, het zoeken naar de grenzen en mogelijkheden van het orgel, maken deze composities tot zo’n muzikaal hoogtepunt.

Tournemire weet alle facetten van de menselijke geest bloot te leggen in de 7 koralen. Hij doet dit enerzijds door uitdagende thema’s neer te zetten. Hij roept hiermee een enigszins vervreemdende sfeer op en tegelijkertijd een heel kerkmuzikaal klankidioom. Hij past prachtig in de traditie, maar zoekt de vernieuwing op. Vaak sluit zijn muziek naadloos aan op de muziek en van onder andere Louis Vierne of Charles Marie Widor. Maar de keuzes die hij uiteindelijk maakt, verschillen van zijn tijdgenoten. Hij brengt daarmee de verrassing in zijn muziek.

Het lijkt of in deze koralen van Tournemire de geloofsbeleving een wezenlijkere rol vervult dan in de muziek van Vierne of Widor. Dupre slaat een vernieuwende weg in, maar gaat veel rationeler te werk. Messiaen laat een heel nieuwe klankbeleving toe in zijn werk. Tournemire hangt een beetje tussen deze twee componisten in. Soms nadert hij in idioom de componist Jehan Alain. De ritmes in het zesde koraal en de akkoorden in het zevende, lijken soms rechtsstreeks uit een compositie van Alain te stappen. Tournemire verschilt echter met al deze componisten. Hij is een echte organist maar vooral mysticus.

Dat mystieke kwam ook goed tot uitdrukking in de uitvoering van Tjeerd van der Ploeg. Al is het een concertzaal en voorheen gereformeerd kerkgebouw, de zo typerende rooms-katholieke mystiek waarin gregoriaans aandoende thema’s een rol spelen in combinatie met de oosterse ritmes. Het klinkt heel vernieuwend en uitdagend. De muziek barst uit zijn voegen en dat werkt lastig in een kleine ruimte. Tegelijkertijd weet ik ook wel dat de kracht in de muziek zelf zit.

Dat is zo mooi aan het live horen van deze muziek. De klank van het pedaal komt veel beter tot uitdrukking dan je bij een opname kunt horen. En Tournemire benut het orgel op alle mogelijke manieren van hoog tot laag. Een opname laat daarin veel steken vallen. Zo is de verhouding tussen het pedaal en de hoge fluiten werkelijk adembenemend in het tweede koraal. Hierin nadert Tournemire een bijna paradijselijke ervaring bij Jezus’ woorden ‘Hodie, mecum eris in Paradiso’ (Nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn).

Of de weeklacht die in het vierde deel klinkt bij de woorden ‘Eli, Eli, Lamma sabacthani’ (Mijn God, Mijn God, waarom hebt u mij verlaten). Een grotere schreeuw van eenzaamheid en verlatenheid is niet tot klinken te brengen dan de krijs van Tournemire. Ook het thema van de berusting is een ontwikkeling die steeds sterker naar voren komt. De laatste twee koralen demonstreren dit heel mooi.

Zo word je als luisteraar helemaal meegevoerd met het lijden van Christus. De gevoelens bij deze woorden zijn intens en doorleefd in muziek gezet. Zo bereik je als luisteraar een heel andere ervaring dan bij het gesproken woord. Voor mij nemen de Sept Paroles du Christ een heel eigen plek in bij de muziek in de lijdenstijd. Tournemire weet een gevoelige snaar te raken.

Dat gebeurde ook bij de 50 toehoorders in het Orgelpark afgelopen woensdag. De laatste koralen voeren je mee in een toestand die je dicht bij jezelf brengt. Na het klinken van de laatste toon, was het helemaal stil. Zo drong zelfs de stilte door in de muziek en vormde een wezenlijk element bij deze compositie. Het applaus dat meer dan een minuut later volgde, was bijna ongepast. De muziek hield niet op bij de laatste noot.

Daarmee behoorde deze uitvoering tot een intens beleefd concert. Tjeerd van der Ploeg beheerste het muziekstuk goed, wist de subtiliteit goed uit het Verschuerenorgel te halen. Dwars door het rumoer van de tremulant en het robuuste volle werk. Tjeerd van der Ploeg wist zelfs iets van de mystiek uit het orgel en de ruimte te halen die ik voor onmogelijk hield.

Zo verliet ik woensdagavond het Orgelpark met een ervaring die zeker kan tippen aan de indrukwekkende uitvoeringen van Bachs passionen. Het einde van een mooie verdiepende periode in dit bijzondere muziekstuk uit het orgeloeuvre van Charles Tournemire.

Ticket – #WOT

image

Het verschil in betekenis tussen een kaartje of een ticket begint te vervagen. Liet je in vroeger tijden een kaartje zien om bij een concert naar binnen te komen, nu mag je ook je ’ticket’ laten zien. Een treinkaartje is door de chip al veranderd in een pasje.

Alleen in het vliegtuig vragen ze nog om je ticket. Alsof een treinkaartje naar Londen goedkoper zou zijn dan een vliegticket. Het verschil is dat je voor het ticket geen belasting betaald over de brandstof en voor het treinkaartje wel.

Ik heb een hele verzameling treinkaartjes. Bewaard omdat werkgevers dat vroegen of gewoon om mijn portemonnee te legen. Ik durf ze nooit zo goed in de vuilnisbak te gooien. Het leukste treinkaartje is het boekenweekgeschenk. Op een zondag in de boekenweek mag je daarmee treinen door heel Nederland.

Afgelopen zondag kon het weer. Ik heb het dit jaar niet gedaan, maar het is heerlijk om met een boek in de trein te zitten. Een dubbele beloning. Het schijnt dat op die zondag de schrijver van het boekenweekgeschenk ook ineens in de trein zit. Kees van Kooten las dit jaar voor uit zijn boekenweekgeschenk De verrekijker.

De verrekijker van zijn vader was voor Kees van Kooten een soort ticket naar het verleden. Samen met het logboek uit het oorlogsjaar vormt het de toegang tot de oorlog. Op de televisie zag ik hem in de trein een stukje voorlezen aan zijn medereizigers. De camera’s op hem gericht mijmerde hij over het heengaan van het boek. De inhoud van 30.000 e-books verwaarloost de ‘uithoud’. Ik hoor het hem voorlezen voor de camera.

‘Maar ik ben nu eenmaal te gehecht aan de uithoud; aan al hun vertrouwde en zo geduldige ruggetjes.
Wanneer je voor het eerst mee naar huis mocht met een schoolvriend, wierp je aldaar een snelle, nerveuze blik in de boekenkast van zijn ouders, om in het geniep in te schatten wat voor mensen het waren.’ (23)

De boekenkast als ticket om te achterhalen om wat voor een mensen het gaat. Zo kunnen bewaarde kaartjes heel veel betekenen. Ik hoorde een vriend eens vertellen dat hij een kaartje van een voetbalwedstrijd had verkocht. Het was een kaartje van een voetbalwedstrijd van PSV, met het treinkaartje naar Eindhoven erbij. Het leverde 75 euro op.

image

Als de zomer voorbij is en ik mijn winterjas aantrek, kom ik ze altijd weer tegen. In de mengelmoes aan oude treinkaartjes, bonnetjes en boodschappenbriefjes, vind ik dan mijn ticket van het concert van Mulatu Astatke in Paradiso. Ik kan het niet weg doen en het hoort onlosmakelijk in die jas. Het stukje dat afgescheurd kan worden, valt bijna los van de rest van het kaartje. Er zitten verschillende harde vouwen in en het papier wordt steeds meer beduimeld.

Ik bewaar het. Ik moet dan denken aan het concert op vrijdag 27 maart 2009. Dat ik zo druk was met een nieuwe baan en dat mijn vader in het ziekenhuis lag. Hij dreigde te bezwijken aan de longontsteking die hij had. Ik vertelde het een vriend die mee was en moest bijna huilen. De muziek die volgde was onvergetelijk mooi.

Lees mijn boekbespreking van Kees van Kootens De verrekijker op Litnet

Audacity

image

De uitvoering op cd van Tjeerd van der Ploeg is prachtig maar toch blijft de behoefte aan de Tournemire van Marc Brefield – of hoe hij ook heten mag – in de Sint Servaasbasiliek in Maastricht. Ik moet het bandje maar digitaliseren om het te redden van de ondergang.

Elke keer afdraaien betekent weer het risico van een beschadiging op de band. Die zit er nu al dik in. Daarom speur ik op zolder naar het cassettedek van weleer. Het dubbeldek waarop ik het bandje heb samengesteld. Mogelijk weet dit apparaat ook de ruis een beetje te drukken.

Ergens in het midden achter de stapels dozen zou hij moeten zitten. Ik zoek de doos met het cassettedek, maar hij lijkt onvindbaar. Wel de platenspeler maar het apparaat dat ik zoek is er niet. Weer de stapel langs. Naar een andere stapel. Ik sjouw me rot maar zie niet wat ik zoek. Een laatste keer, hier zou hij moeten zitten. Ik kijk onder de platenspeler en zie het cassettedek.

Naar de computer om het apparaat aan te sluiten. Het bandje draait, ik hoor muziek, maar het programma – een oud programma bijgeleverd bij een boekje om van platen cd’s te maken – geeft geen sjoege. Misschien is het te zacht. Terug naar zolder naar de doos met de platenspeler voor de versterker. De versterker voor de platenspeler ertussen. Het geluid schalt in een oorverdovende brom uit de speakers, maar het programma registreert niks.

Misschien gewoon opnemen. Het bandje draait. Ik ben ijzig stil. De vorige keer dat ik iets opnam, registreerde hij alleen het geluid via de microfoon. Zo zat ik met allemaal geklets en het geluid van de televisie, maar niet met de muziek die ik wilde opnemen. Het is driekwartier later. Ik buig mij weer over de apparatuur. Het bandje stopt. Ik stop de opname in het programma.

Benieuwd wat ervan geworden is. Ik speel het af, maar ik hoor niks. Opnieuw speur ik de instellingen af. Maar er gebeurt niks. Het is voorbij met dit programma. Dat is mij wel duidelijk. Op de computer op zolder kan ik dit niet doen. Deze heeft niet zo’n mooie audio-ingang. Ik ga weer op zoek. Neus handleidingen door, scharrel wat op internet. Maar het baat allemaal niet. De opnames lukken niet.

Dan vind ik het gratis programma ‘Audacity’. Misschien is dat wel iets voor mij. Ik zoek verder naar achtergrondinformatie en download het programma. In tegenstelling tot het oude programma registreert dit apparaat wel de muziek uit het cassettedek. Maar hij neemt even enthousiast achtergrondgeluid via de microfoon op. Zoeken in de instellingen en ik zie dat er verschillende geluidskanalen openstaan. Het juiste kanaal zoeken en de verkeerde kanalen afsluiten. Voor ik er erg in heb is het gepiept en neemt hij op.

De zeven koralen klinken. Prachtige muziek, voorafgegaan door het betreffende kruiswoord door de Amerikaanse kunstenaar. Intiem en groots tegelijk. Het orgel van de Sint Servaas is ontstemd. Maar dat is niet belangrijk. Het maakt de weeklacht nog intenser. Die valse trompet lijkt het diepste verdriet nog beter weer te kunnen geven. Ik ben tevreden Hier wordt een groots wonder verricht en ik kan er straks nog eindeloos naar luisteren.

Als de opname klaar is, volgt het opdelen in stukken. Ik snap er niks van. Al die rare tekentjes. Ik kan er niet eens mee overweg. Het oude programma was daar veel makkelijker in. Weer terug het internet op en daar openbaart zich de oplossing. Het programma is zeer gebruiksvriendelijk ontdek ik snel. Veel gebruiksvriendelijker dan het oude. Ik ga heerlijk verder en voor ik het weet staat alles prachtig op een cd.

Met de opnames die ik heb liggen van Chemin de la Croix van Dupre verloopt het allemaal soepel. Behalve dat de opname in de Sint Jan van Den Bosch door Maurice Pirenne onmogelijk op een cd gebrand wil worden. Ik moet het opdelen en combineer het met Ton van Ecks uitvoering van hetzelfde werk. Op het orgel van de Sint Servaas van Maastricht. Dit keer strak gestemd, maar wel zacht opgenomen.

Niet alles kan volmaakt zijn.

Genoeg

image

Een mailtje daags na thuiskomst van de fietsvakantie. Of ik wilde meewerken aan een fotoserie voor het tijdschrift Genoeg. Het thema dat de fotograaf had uitgekozen was: ‘nietsdoeners’. Mensen die zich niet laten leiden door de waan van de dag maar hun passie uitvoeren. Hij had al een visser op de foto gezet en was nu op mij gestuit: een wolkendromer.

image

We mailden wat over en weer en belden even met elkaar. We maakten de afspraak. Wat mij een mooie locatie leek? Ik moest denken aan de Groene kathedraal waar ik net met Doris was geweest. Op die prachtige plek kun je goed naar de lucht kijken. Met de indrukwekkende kathedraal van bomen op de achtergrond.

image

Vlak voor een bezoek aan de familie – de jaarlijkse barbecue – maakten we de foto. We zouden gelijk doorrijden naar de Betuwe. De fotograaf Dolph Cantrijn uit Tilburg had de compositie al helemaal in zijn hoofd. Een schrijfblok had ik meegenomen en hij situeerde mij precies de andere kant op. In het weiland bij de Groene kathedraal.

image

Probleem was de relatie tussen de donkere voorgrond en de lichtere hemel. Hoe krijg je mij helder te zien en zie je de wolken in de lucht ook nog eens heel erg goed. De oplossing was een extra belichting. Je ziet er niks van, maar er staat een lichtspot op mij gericht. Met een beetje hulp van Doris kwam het helemaal in orde met de belichting.

image

Het weer zat erg mee. Precies op het moment dat we afgesproken hadden, dreven een paar cumuluswolken over. Zo in het gras gezeten met blocknote, potlood en grasspriet in de mond. Een leuke pose en een foto waar ik supertrots op ben. Volgens mij zijn er geen kiekjes van mij die dit beeld overtreffen.

wolkenblogger
Het eindresultaat (copyright Dolph Cantrijn)

Charles Tournemire en de 7 kruiswoorden

wpid-2013-03-03-11.26.41.jpgVolgens organist Ton Eck behoren de Sept Chorals-Poemes d’Orgue pour les sept paroles du Xrist (op. 76) van Charles Tournemire tot het meest toegankelijke uit zijn orgelwerk. Hij schrijft:

‘Deze imposante cyclus werd, zoals zoveel andere composities van zijn hand in de Ste. Clothilde door de componist ten doop gehouden. De belangstelling van het publiek schijnt minimaal geweest te zijn, maar het werk – dat tot het toegankelijkste van Tournemire’s composities behoort – zou deze onfortuinlijke premiere ruimschoots overleven. Ook hier geeft de componist, zoals bij veel van zijn andere werken, een uitgebreid commentaar bij elk van de delen.’ (de Orgelvriend, maart 1995, p. 14)

De premiere schijnt 37 toehoorders te hebben gehad op 6 juni 1935. Ondertussen is mijn speurtocht naar Tournemire uitgebreid. Ik vindt bij de bibliotheek de uitvoering van Tjeerd van der Ploeg op het Mutin-orgel in de l’Eglise St. Pierre de Douai. Het instrument van de leerling van Cavaille Coll doet niet onder voor het werk van zijn meester. Wat een prachtklank. Vooral prestanten en strijkers klinken heel inspirerend.

Met zo’n betere en vooral transparantere opname – geen gekraak en gesuis van een 20 jaar oud cassettebandje met radioruis – op een instrument dat nog geschikter is voor dergelijke muziek, kun je beter naar de muziek zelf luisteren. De koralen roepen associaties op met onder andere Louis Vierne. Het eerste en derde koraal hebben heel veel overeenkomst met de orgelsymfonien van de tijdgenoot van Tournemire.

Charles Tournemire gaat echter verder. Zijn werk is veel mystieker van aard. De enorme verbondenheid met het geloof maakt de koralen bij de 7 kruiswoorden tot prachtige muziek. De muziek spreekt zo intens en diep dat je zelfs als ongelovige hier niet buiten kunt staan. Ik vind deze muziek zeker vergelijkbaar met Bachs passionen. Hier spreekt dezelfde intensie en energie.

Het hoogtepunt vormt het tweede deel op de tekst: Hodi mecum eris in Paradiso. Het zijn de woorden die Jezus sprak tegen de moordenaar aan het kruis, die hem om vergeving vraagt. ‘Heden zult gij met mij in het paradijs zijn’ (Lucas 23:43).

De muzikale verwerking van Tournemire doet met de hoge fluiten en diepe, zachte onderliggende subbas denken aan het paradijs. De uitkomende stem voert je helemaal mee. Het stuk wordt niet voor niets vaak uitgevoerd door organisten. Echt een hoogtepunt van de Franse koraalkunst.

Woensdagavond speelt Tjeerd van de Ploeg de Sept Chorals-Poemes d’Orgue pour les sept paroles du Xrist (op. 76) op het Verschueren-orgel in het orgelpark.

Zomertijd

image

Ik baal. Een hele drukke zaterdag en dan wordt ook de klok verzet. Die zomertijd. Zo’n onnodige maatregel. Iedereen klaagt er steen en been over, maar elk voorjaar dient hij zich weer aan. Een eindeloos gebakkelei. Niemand die opstaat een einde aan deze zinloze maatregel te maken.

’s Avonds had ik de klokken al een uur vooruit gezet. Dan wennen we alvast aan het idee. Eigenlijk moet je een hele week voorbereidingen treffen. Elke ochtend ietsje eerder uit bed. Elke avond iets eerder naar bed. Het schijnt te helpen. Maar de verandering blijft tegennatuurlijk. Omdat je de biologische klok voor gek probeert te houden. Dat kun je eventjes doen, maar eens houdt het op.

Ik baal. De klok zegt dat het half 9 is, maar het voelt een uur eerder. Ik reken mij suf. Ik laat mij niet voor de gek houden, maar moet mijzelf in het ootje nemen. De zomertijd is een feit. Ik zal mij eraan moeten conformeren. Mij schikken naar het lot.

We gaan uiteindelijk naar beneden. Toch een beetje uitslapen. De klok zegt 10 uur, maar het gevoel zegt iets anders. Als ik de honden uitlaat, verbaas ik mij over de rust. Iedereen heeft de wintertijd nog in het ritme, concludeer ik. De ijskoude wind heeft sjaaltjes ijs gemaakt om de rietstengels in het water. Een meerkoetje zwemt troosteloos in het midden van de gracht. Wat een gedoe die zomertijd. Het is dat pasen dit jaar anders valt, maar ze zijn zelfs in staat om midden in een paasweekend de zomertijd in te voeren.

We gaan ontbijten. Best laat om half 11 ontbijten, maar eigenlijk is het ook nog half 10. Ik kijk eens op de tijden van de dvd-recorders. Alletwee nog oude tijd. ‘Maar er is toch altijd eentje die op de zomertijd springt’, zeg ik. ‘Ja, het zou wel moeten’, antwoordt Inge. Ze kijkt op haar mobiel. ‘Deze springt ook altijd automatisch op de zomertijd, maar er staat nog wintertijd.

Ze zoekt op internet. ‘Het is ook nog geen zomertijd. Het is volgende week pas.’ Ik schrik. ‘Maar ik heb het gisteren ook aan mijn ouders verteld. Straks waren die een uur te vroeg in de kerk.’ De stelligheid waarmee ik het beweerde. Ik leefde helemaal in gedachten naar de zomertijd. Bijna schikte ik mij naar de nieuwe tijd.

Er komt een berichtje binnen. ‘Je vader en ik waren een uur te vroeg in de kerk. Het is pas volgende week.’ Ik schaam me diep en schrijf het ook. ‘Het is niet erg’, antwoordt ze vrijwel meteen in een nieuw sms’je. ‘We hebben een lange dag en je vader heeft in stilte kunnen oefenen.’

Uitgelezen Weesp

image

Ik heb er al veel over gelezen maar ben er nog nooit geweest: de Weesper boekenmarkt. Onder de naam Uitgelezen Weesp hebben de grote kerken van Weesp de deuren geopend en liggen er stapels boeken in de verkoop.

Het is mij gelukt. Toevallig vond ik de aankondiging in een tijdschrift over beurzen en verzamelen. Ik noteerde de aankondiging direct in mijn agenda. Hier moest en zou ik naartoe gaan. Niets zou mij tegenhouden.

De kou vandaag weerhoudt mij niet te gaan. Wel ga ik met de trein in plaats van de voorgenomen fiets. Ik neem Doris mee. Ze vindt het altijd wel leuk om te neuzen in de boeken en het levert genoeg aanspraak.

image

We zijn vroeg genoeg op het station om nog even geld te pinnen. Alleen doe ik dat niet. In plaats daarvan zien we vier intercity’s voorbij razen. En voelen we de koude wind onze wangen strelen.

De katholieke kerk als eerste. Omdat deze het dichtste bij het station staat. We betreden het gebouw dat er slecht aan toe is. Het hele godshuis staat boordevol met boeken. Langs alle paden liggen de boeken uitgestald. Over de imposante banken vormen de dozen met boeken een heuse kraam.

Prachtige titels komen voorbij. De honger maakt gulzig. Ik sta binnen de korste keren met een grote stapel in mijn handen. Ik heb onderweg geen pinautomaat gevonden en er moet hier contant betaald worden. Daarom vraag ik na een halfuurtje scharrelen of ik op de terugweg mag afrekenen voor de enorme stapel.

image

We lopen naar de andere kerk. Op zoek naar een bank passeren we het stadhuis. Er is een trouwerij aan de gang. Het echtpaar staat boven op het balkon van het schattige stadhuis. Het lijkt op het Paleis op de Dam, maar dan in superklein formaat.

Een grote groep mensen staat klaar om te glimlachen voor de fotograaf. We pinnen snel bij de ABN Amro. Doris vraagt waarom er een leeg blikje staat en raapt een brillenmontuur van de grond.

Daarna lopen we terug naar de Grote kerk voor het tweede deel van de boekenmarkt. Ook deze kerk – een flink stuk groter dan de katholieke Laurentius – staat helemaal vol met boeken. Ook hier liggen prachtige exemplaren. De honger is nog niet genoeg gestild. Ik vind weer veel van mijn gading.

image

Een paar prachtige uitgaven met de dichtwerken van J.J.L. ten Kate. Ook een serie gedichten van hem over de Faust van Goethe. Van de laatste vind ik een oude vertaling van de Italiaanse reis. Ook ligt er muziek. De voorspelen voor Gezangen van Brandts Buys ligt er. Ik loop verder. Voor ik er erg in heb draag ik weer een enorme stapel in mijn handen.

Doris vermaakt zich prima in de hoek met kinderboeken. Ze zit op een bankje rond een pilaar en bladert in een stripboek. Onderwijl struin ik de rijen boeken af. Wat een prachtige boekenmarkt is dit zeg. Doris maakt mij wakker uit de dagdroom. ‘Ik heb dorst papa’, zegt ze.

We gaan in een andere hoek zitten en drinken wat met een stukje taart erbij. Het is echt een uitje. Ik blader onderwijl in de voorgenomen aankopen. Als ik weer terug in de droom ben, tikt een man op mijn schouders. ‘Meneer, u kunt die stapel boeken wel even ergens neerleggen hoor.’ Ik zeg dat het niet hoeft. ‘Ik begin zelf op een boek te lijken’, grap ik. ‘Met een geknakte rug en ezelsoren.’

image

Als de rekening wordt opgemaakt, komt de man er weer bij. Wat een indrukwekkende aanwinsten en wat een mooie prijs. Ik geniet dubbel. Zeker ook omdat er een doos boekenweekgeschenken staat. Ik vind er het boekje dat ik deze week in mijn eigen boekenkast niet meer kon vinden. Het boekenweekessay van Jan Mulder en Remco Campert. Verder kan ik de verleiding niet weerstaan de boekjes mee te nemen die ik nog niet heb. Best aardig wat.

We lopen terug met de 2 zware tassen vol met boeken. Dan moeten we nog naar de katholieke kerk voor de verrekening van de andere boekenberg. Het is bijna niet te doen om naar het station te lopen. De ogen waren groter dan de draagkracht.

Ik sjouw met de 3 plastic tasjes en kom steeds uit balans door het oneven aantal tasjes. Als we het station bereiken, haal ik opgelucht adem. Ik denk nog even niet hoe het straks moet met 2 personen op een fiets en een kilo of 15 aan boeken.

image

2 keer per jaar
Ik heb me laten vertellen dat het boekenevenement Uitgelezen Weesp 2 keer per jaar is in de Grote kerk en katholieke Laurentiuskerk. In het voorjaar valt het in het laatste weekend van de boekenweek. In het najaar valt het in het laatste weekend van augustus tijdens het Sluis en Bruggenfeest

Loshangende poort

image

Ik loop met 2 honden en een container de poort door. De container van het oudpapier blijft ergens achter haken. Ik schuif en trek. Hij staat binnen de poorten. Ik laat hem even staan om de poort weer dicht te doen. De onderkant schuurt tegen de grond. Ik zie dat hij helemaal ontzet is. Ik probeer hem op te tillen en dan te dicht te doen. De onderkant stokt tegen de grond.

Eerst maar de honden naar binnen dan nog eens goed kijken. Ik kom weer terug om de situatie in ogenschouw te nemen. Het lijkt bij de ophanging van de deur te zitten. De hele plank waaraan de deur hangt, is los. Ik probeer de deur uit de ophanging te trekken. De onderste ophanging bengelt helemaal los.

Als de deur eruit is kan ik beter zien wat er precies aan de hand is. De dikke plank tegen de betonnen paal zit slechts aan 1 plek vast. Ik probeer te onderzoeken of het volstaat nieuwe schroeven in de bestaande gaten te draaien. Helaas, de bovenste schroef is ergens in de paal gebroken. De onderste steekt een stukje uit het beton maar is niet meer in beweging te krijgen.

Er zit niks anders op dan de boor te halen en een paar nieuwe bevestigingen te maken. Ik vind wel dat het nodig is om wat extra versteviging aan te brengen. Daarom boor ik 3 in plaats van 2 gaten. Omdat onderop veel gewicht hangt, maak ik daar 2 gaten wat dichter bij elkaar.

Als ik na het boren en schroeven de deur weer terughang en een beetje afstel, merk ik dat de deur al langere tijd wiebelde en loshing. Want wat zit hij nu stevig en stabiel. Nog een beetje bijstellen om te zorgen dat hij goed sluit. Krakend en piepend gaat de poort dicht. Hij valt mooi in het slot. Elke keer als ik de poort dichtdoe, verbaas ik mij weer over de soepele manier waarmee hij dichtgaat.