Betuttelen – #WOT

image

Je mag niet roken voor je 16e, niet drinken voor je 18e, geen drugs gebruiken en seks zonder condoom is uit den boze. Het zijn niet zozeer de ouders die dit vinden, als wel de overheid die meer en meer overgaat tot het betuttelen van haar burgers.

Zo ligt er een serieus plan op tafel om kinderen onder de 16 te beboeten als ze met een pakje sigaretten worden aangetroffen. Ze hoeven de rooksignalen nog niet eens uit te blazen om een strafbaar feit te plegen.

Ik zie weer de beelden weer voor mij. Het schoolvriendje dat stiekem rookte. Zijn ouders deden het ook, wat het betrappingsgevaar verminderde. Hij had zijn pakkie shag gewoon in zijn jaszak zitten. Geen ouder die op het idee kwam de zakken te inspecteren.

Natuurlijk kwamen zijn rookactiviteiten aan het licht. Misschien had iemand hem ergens zien roken, wat een goed bewijs is. Zijn vader vroeg op een avond of hij even het pakje shag mocht zien. De zoon maakte er weinig stampij van en haalde het keurig op. Hij was 14 jaar.

Ik probeerde in die tijd ook te gaan roken. Geinspireerd door hem, maar vond het buitengewoon smerig. Op weg naar een vriendje in Goes rookte ik een half pakje mentol sigaretten op in een poging er doorheen te komen. Het hielp niets. Ik zag groen en vond het nog steeds smerig. Ik was een jaar of 15. Niemand in de rokerscoupe zei er iets van. Pas ver na mijn 18e durfde ik weer een asdragende stengel in mijn mond te stoppen. Weliswaar in de vorm van een sigaar.

Nu is het schande al dat roken. Natuurlijk het is niet gezond en ik hou er ook niet van. Maar is het verstandig als de overheid zich hiermee moet bemoeien. Een rookvrije plek in een restaurant maakt het eten een stuk lekkerder. Het verbetert ook de kwaliteit voor bezoekers. Mensen met asma kunnen eindelijk in een restaurant of cafe zitten. Maar om jongeren het roken van overheidswege te verbieden. Is het verkoopverbod van tabak niet voldoende?

Het lijkt wel hoe minder mensen elkaar betuttelen hoe meer de overheid tot deze taak overgaat. Je mag niets. Afval op straat, de hond van de buurman die op de stoep poept of de foutgeparkeerde auto in het hofje. Allemaal dingen die verboden zouden moeten worden.

Ik heb het niet zo op een bemoeiende overheid. Elkaar aanspreken, daar geloof ik meer in. Al merk ik ook dat ik heel bescheiden ben op het aanspreken van wangedrag. Een grote mond terug. Waar ik me eigenlijk mee bemoei of ze negeren je volledig. Dat is het antwoord dat je snel krijgt.

Het is allemaal betuttelen. Zeker als de overheid zich met ons leven gaat bemoeien. We eten ongezond, we voeden onze kinderen verkeerd op, we geven onze huisdieren niet genoeg aandacht, we roken of we drinken teveel. En ondertussen is het vingertje de overheid geworden.

Een overheid die zich niet – of zo weinig mogelijk – met dat soort dingen zou moeten bemoeien. Onze verworven vrijheid komt namelijk snel in het geding. Vaak eerder en pijnlijker dan we denken.

Van MOV naar AVI

image

Ik haal de volgende dag maar eens het SD-kaartje uit de camera en stop het in de computer. Het MOV-bestand zorgt voor problemen. Hij kan het niet lezen. Gelukkig is de VLC-player wel geschikt voor de video. Ik draai het af en hoor het geploeter in Viernes Berceuse. Dit wil ik mijn luisteraars niet aandoen.

Globaal beluister ik de fragmenten van de improvisatie. Best aardige stukjes. Niet alles is zoals ik het wil. Wat is het toch lastig om jezelf terug te horen. Maar ik wil wel een impressie achterlaten op internet en zoek naar het juiste bestandsformaat om het in Windows Movie Maker aan de slag te gaan.

Het zou via de VLC-speler moeten kunnen. Ik speur wat in de functionaliteiten en druk op converteren. Ik vink wat mogelijke opties aan. Het apparaat zet zich aan het werk. De lege balk vult zich langzaam met blauwe vierkantjes. Het percentage stijgt langzaam maar zeker. Om de paar minuten komt er een half vierkantje bij.

Ik loop weg voor de was en andere huishoudelijke karweitjes. Als ik mij een halfuurtje later weer durf te vertonen, zie ik dat de vierkantjes net over de helft zijn geschoten. Kopje koffie en de weekendkrant maar even gaan doen beneden. Een uurtje verder is de actie bijna voltooid, meldt het scherm in piepkleine lettertjes.

Als de actie wat minuten later werkelijk voltooid is, kruip ik nieuwsgierig achter het scherm. Ik probeer het bestand binnen te laten in mijn videobewerkingsprogramma. Het allereenvoudigste programma dat er bestaat. Hij ziet niks. Geen geschikt programma om in zijn programmatuur toe te laten.

Ik trek de player weer open en zoek naar een andere conversie. Vink enkele vakjes aan waarvan ik denk dat het beter is dat die aangevinkt zijn en zie het eerste halve vierkantje vertellen dat het converteren in gang is gezet.

De tweede ronde, een uur of wat later vertelt dat het weer niet werkt. De witte was draait ondertussen. Ik sla mismoedig de ogen open en speur naar mogelijke instellingen. Internet heeft veel programmaatjes. Misschien dat deze mij een eindje verder helpen.

Een flink aantal programma’s verder, heb ik iets gevonden dat heel makkelijk een MOV-bestand verandert in een handzaam AVI-formaat. Dat zou mijn bewerken een eindje op weg kunnen helpen.

Mijn computer is ondertussen vervuild met allemaal bestandjes en extensies. Ze helpen mij bij het zoeken op internet, verschonen de computer of sporen eindelijk alle fouten op mijn harde schijf op. De hele mikmak verstoort mijn vertrouwde beelden. De startpagina in mijn browser is veranderd. Ook zit er ineens een hinderlijk brede balk bovenin. Gratis software mag dan gratis zijn, je krijgt er allerlei ongewenste troep bij.

OOk dit converteren vraagt aandacht van de vierkantjes. Het kost de nodige tijd een AVI-bestand te maken uit een MOV-filmpje. Zeker van mijn zaak converteer ik ze allebei na elkaar. De wasmachine draait de volgende was. Het dekbed moet ook schoon. Als de 2 filmpjes eindelijk geconverteerd zijn is het al laat in de avond.

Gespannen open ik het videobewerkingsprogramma. Zouden ze het nu wel doen? Hij herkent de programma’s en ook hier beginnen balkjes op te lichten. Alleen zijn het groene balkjes en ze stoppen ook plotseling met oplichten. Ik krijg een melding dat het programma de codec mist. Ik voel mij een Dan Brown die speurt naar een geheime code.

Mijn vriend Google helpt me weer uit de brand. Het is een simpel vinkje in het programma. Opgelucht haal ik adem en start de band weer. Maar het programma is onvermurwbaar. Hij mist weer iets anders belangrijks en kan de codec niet ophalen. Moedeloos hap ik naar adem. Ik probeer al de hele dag een video te bewerken, maar krijg het bestand niet eens in mijn het programma te zien.

Gelukkig biedt mijn lief uitkomst. Zij heeft meer geduld dan ik. Een dag eerder heeft ze nog enkele verloren gegane bestanden van mijn SD-kaartje terug weten te halen. Ik was de koning te rijk, want er zat best veel typwerk in. Net als een indrukwekkend verhaal dat ik alleen op dat kaartje had staan. Niet alles is terug maar wel het belangrijkste.

Nog voor het slapen gaan speurt mijn lief wat rond op het wereldwijde web. Ze vindt het antwoord ook niet. ‘Ja’, zegt ze nog vlak voor het slapen gaan als we dag nog even doornemen. ‘Op zo’n nerdsite zeggen ze dat je gewoon .mov moet veranderen in .avi.’ Ik wuif dit idee onmiddellijk weg. ‘Dat bestaat niet. Dat het zo makkelijk is. Waar heb je anders al die bestandsformaten voor.’ Ze beaamt het. ‘Ja, bij de reacties stond dat het bij veel bestanden ook niet werkt.’

De volgende ochtend, besluit ik het toch eens te gaan proberen. Niet geschoten is altijd mis, denk ik. Voor ik de grote operatie voortzet, is het verstandig de simpelste mogelijkheid, een andere extensie achter het bestand tikken, eerst te doen. Baat het niet, dan schaadt het ook niet. Zo type ik de letters achter het bestandje. Voor de zekerheid verander ik de hele naam van de 2 bestanden in het veelzeggende ’test1′ en ’test2′.

Tot mijn stomme verbazing begint het programma te ratelen. Geen codec of ander gebrek komt aan het licht. De groene vierkantjes vullen zich langzaam maar zeker. Meer dan een uur doet Windows Movie Maker erover om het bestand naar binnen te halen. Maar daar staat hij. Het geluid is wat minder hard dan in het origineel. Maar dat komt alleen maar beter uit.

Het oorspronkelijke breedbeeld rekt ook in een ander formaat. Ik wordt in .avi wat langer en slanker dan in .mov. Dat komt ook beter uit, vind ik. Misschien is alleen af te dingen op de bos haar op mijn hoofd. Die daarmee ook wat hoger wordt dan het nu is. De registratie is niet anders. Dezelfde fouten en dezelfde onvolkomenheden. Wat dat betreft een mooie afspiegeling van de werkelijkheid.

Zo kan ik de rest van de dag goed aan de slag met de enorme hoeveelheid materiaal die geschoten is. Het Berceuse van Vierne transporteer ik naar de bak met prive-opnames. De improvisatie selecteer ik tot een grove versie. Al het geklets trek ik eruit en de onvolkomenheden en halve dingen. Ik beluister het geheel en kom tot een nieuwe volgorde.

Niemand die het ziet, maar het klinkt gelijk een stuk beter. Zelfs de pedaalsolo kan mijn goedkeuring verdragen. Ik ben immers een amateur en ook op youtube mogen ze dat best weten. Bovendien zijn organisten niet gewend naar elkaar te luisteren. Ze maken alleen tijd en aandacht vrij voor hun betergewaarde collega’s. Dus daar hoef ik evenmin iets voor te vrezen.

De laatste transformatie geschiedt. Ik zet nog wat tekst tussen de verschillende delen en dan is hij af. Aandachtig luister ik de band nog een keer af. Tot vandaag. Ik luister hem nog een keer. Dan zet ik hem met een druk op de knop online en voeg wat tekst toe in het opmerkingsveld. Het staat er.

Ik luister nog een keer. Zo vaak heb ik nog nooit naar een improvisatie van mijzelf geluisterd. Ik besluit dat ik best trots mag zijn op het resultaat. Op een orgel dat ik niet ken en voor iemand die slechts een paar keer per jaar op een ‘echt’ orgel speelt.

Dan kruip ik weer snel achter mijn harmonium en speel de sterren van de hemel

Improvisatie op Ic wil mi gaen vertroesten

image

Daar is hij dan: de improvisatie op Ic wil mi gaen vertroesten die ik zaterdag speelde op het orgel van De Duif in Amsterdam. Gelukkig kreeg ik hulp van de organist Stephan van de Wijgert bij het kiezen van mooi registraties. Het zijn 6 variaties geworden, omlijst met het koraal aan begin en einde.

De improvisatie bestaat uit de volgende variaties (met de tijden ervoor in het filmpje):

00:00 koraal: quintadeen
00:58 variatie 1: fluiten
02:50 variatie 2: cornetten hw en pos
07:27 variatie 3: 8-voeten positief
08:49 variatie 4: alle 8-voeten
10:17 variatie 5: sesquialter
11:32 variatie 6: pedaalsolo
14:37 koraal: plenum hoofdwerk

Opnemen

hoofdwerkkas-smits-orgel-de-duif-amsterdamIk mag haar nieuwe camera meenemen om mijn orgelspel in de Amsterdamse De Duif op te nemen. Trots maar ook met de vrees iets kapot te maken, draag ik het ding in mijn tas. Een statief om hem goed te positioneren slingert los aan mijn hand. Ik pak het allemaal goed aan vandaag.

Ik durf de camera met statief niet te ver weg te zetten. Daarom met zicht op de speeltafel staat de apparatuur ook voor mij goed in het zicht. Ik stel alles in en zet mij achter de klavieren van het indrukwekkende Smits-orgel.

Het aantal orgels met drie klavieren waarop ik gespeeld heb, is op de vingers van een hand te tellen. Daarom voel ik mij deze ochtend de gelukkigste mens op aarde. Ik laat mij adviseren door de vaste organist van deze kerk. Hij weet welke klanken de verschillende combinaties opleveren.

Zo zit ik helemaal klaar en zet het beginakkoord in van Viernes Berceuse. Ik heb een paar noten gespeeld als ik besef dat de camera nog niet op opnemen staat. Snel stop ik mijn spel en vlieg naar het toestel. Mijn voeten tikken tegen de registers als ik mij losworstel van de speeltafel.

Het rode knopje druk ik in. De video loopt. Hij neemt op. Ik vlieg weer terug. Kijk nog even snel naar de registercombinatie en zet het akkoord weer in. Niet alles verloopt vlekkeloos. Ik loop vast in een akkoord en besluit opnieuw te beginnen. Ik ben nog niet ver genoeg op weg om de blunders voor lief te nemen.

De foutloze opname gaat vandaag niet lukken. Daar ken ik dit instrument niet goed genoeg voor. De pedaalpartij lukte mij thuis al amper goed in te studeren. Vandaag zit het helemaal niet mee. De brede en korte toetsen brengen mij nog meer van slag. Zodoende laat ik het zoveel mogelijk bij manualiter-spel.

Dan de improvisatie. Het koraal klinkt fantastisch op de quintadeen van het positief. Wat een prachtig register is dit. Ik krijg er wat verderop een fluit bij. Het klinkt goed. Dan een minimal-stijl zoals ik thuis had bedacht. Op de fluiten van dit orgel. Ik strand ergens en besluit dat het voldoende is.

Het gedeelte met de cornetten van hoofdwerk en positief vraagt wat voorbereiding in de registratie. Ik speel en geniet van de klank. Het zijn allebei prachtige registers die leuk tegen elkaar afsteken. Ik geniet maar besef dat het langdradig kan zijn.

Daarna ben ik alleen, de organist is even weggelopen. Ik probeer de pedaalpartij die ik thuis een beetje heb voorbereid, zoek er de juiste registratie bij. Het wordt voor mijn gevoel te machtig. Ik ga door en besef dat dit misschien allemaal iets teveel van het goede is.

Nog wat gerommeld en dan is mijn halfuurtje voorbij. Tijd voor de volgende. Hij neemt plaats op de orgelbank en zet een imposant boek voor zich op de lessenaar. De verticale balken verraden dat het een ander muziekschrift is dan ik ken. Hij zoekt een registratie en zet een imposant contrapuntisch evenwichtig muziekstuk in.

Ik druk voor de tweede keer op het rode knopje. De camera gaat uit. De komende dagen durf ik het resultaat nog niet te beluisteren. Dat is mij wel duidelijk.

Spelen in Amsterdamse De Duif

rugwerk-orgel-de-duif-amsterdamGisteren op de open orgeldag in de Amsterdamse De duif gespeeld. Daar staat een prachtig orgel van de Brabantse orgelbouwer Smits. Het is gebouwd in 1864 en in 1882 voltooid door zijn zoon. Het is het grootste Smits-orgel van boven de rivieren.

Het is een prachtig instrument waarop ik een halfuur mocht spelen. Ik speelde de Berceuse van Vierne met de mooie strijkers en fluiten die dit instrument rijk is. Elk werk bezit een holpijp met elk een eigen karakter.

Ik moest erg wennen aan het pedaal. De toetsen waren breed en vielen anders uit dan ik gewend ben. Zodoende was het lastig spelen. Ik heb het pedaal maar een beetje ontweken.

Na Vierne improviseerde ik enkele variaties op het lied ‘Ic wil mi gaen vertroesten’ (gezang 174). Het is natuurlijk altijd lastiger te improviseren op een onbekend orgel dan literatuur te spelen. Het gaf mij wel de kans om veel van het geleerde van de improvisatiecursussen in praktijk te brengen. Al met al leverde het best leuke stukjes muziek op.

hoofdwerkkas-smits-orgel-de-duif-amsterdam

Blijft staan dat je zo’n orgel eigenlijk nog beter wil leren kennen. Daar heb je meer tijd voor nodig dan het halfuurtje. Ook omdat het orgel van De Duif niet zo snel te doorgronden is. Het vraagt tijd en aandacht om de mooie dingen vand dit orgel te vinden.

Gelukkig hielp de organist Stephan van de Wijgert mee om het instrument wat sneller te leren kennen. Verder gebruikte ik mijn eigen gehoor om snel de fraaie elementen op te diepen uit de grote orgelkassen. De ruimte deed de rest, want het is een eerlijke profane ruimte waar ik echt van genoot.

smits-orgel-de-duif-amsterdam

Nadat ik gespeeld had, luisterde ik nog naar andere deelnemers. Het bewees weer dat het ‘boven’ heel anders klinkt dan beneden. Zo ontdekte ik dat het beneden nog intiemer klinkt. Een orgel naar mijn hart.

Bekijk de dispositie van het Smits-orgel op de website van De Duif

Beluister de improvisatie over ‘Ic wil mi gaen vertroesten’

Poepgoed

image
Olifantenpoep

Poep in alle varianten. Dat is het onderwerp van de tentoonstelling Poepgoed. Het is een reizende tentoonstelling voor kinderen die vorige week op de Kemphaan in Almere te zien was. Op de laatste dag zijn we er natuurlijk heen geweest.

image
Welkom bij Poepgoed!

De tentoonstelling geeft een snelle inkijk in de vele gedaantes waarin poep zich openbaart. Daarnaast krijg je een kijkje in de poepcultuur. Hoe heeft de mens door de eeuwen heen gepoept.

Verschillende drollen
We hebben gisteren op de Kemphaan genoten van de verschillende drollen die er zijn. Het verschil tussen de vertering van een planteneter als een zebra of olifant en een omnivoor (vleeseter) als de leeuw.

We kregen alle gelegenheid de drollen van de verschillende dieren te bestuderen. In de hal konden bezoekers zelfs even de drollen zien die de dieren in de Almeerse natuur produceren. Zo stonden we oog in oog met de keutels van uil, bever en hert.

poep-uit-almeerse-natuur
Poep uit Almere

Verschillende geuren
Ook kon je de verschillende geuren ruiken van de drollen. Wat is het verschil in geur tussen mensenpoep en een koeienvlaai. Het verschil was even indringend als smerig. De reconstructie in de geurmachine kwam erg overeen met de ‘echte’ geur.

op-de-poepdoos
Op de poepdoos in het kakhuis

Daarnaast stond er een heel arcenaal aan toiletruimten. Je kon het kakhuis zien, een blik werpen in een Romeinse toiletruimte of een heus damesurinoir bekijken. Het laatste zag er zo echt uit dat er een bordje bij stond dat het niet de bedoeling was hier een boodschap achter te laten.

Terugval
In de Middeleeuwen was het een terugval naar de smerigheid. Alles werd maar op straat gegooid. Mensen moesten zich een weg banen door de drek en smerigheid. In Amsterdam werd tot ver in de 18e eeuw de gracht als open riool gebruikt.

image
Wat hapt die spreeuw uit de koeienvlaai?

De schone toiletten van de Romeinen waren blijkbaar helemaal vergeten. De ruimtes werden als onzedelijk ervaren. Gezellig met z’n allen een drol draaien was er niet meer bij. De smerigheid op straat doet denken aan de hondenpoep die in onze tijd de straat vervuilt. De poepschep en het poepzakje moeten uitkomst bieden.

Leerzaam uitje
Zo gingen we naar huis met een leerzaam uitje op zak. Op de terugweg liepen we ook nog even de koeienstal binnen van de stadsboerderij. Schattige kalfjes waren daar te zien. Net als de reusachtige koeien. En de indringende geur van de koeienvlaai hing hier in lichte variant.

Madonna met de valken

image

De vraag maakt mij nieuwsgierig naar het tweede gedicht uit de reeks Madonna met de valken van Vestdijk. Vooral naar de rest van het gedicht. Een vraag met slechts twee regels uit dit gedicht kan niet beantwoord worden zonder het hele gedicht.

Ik trek de verzamelde gedichten uit mijn kast. De cyclus Madonna met de valken is bijna een roman in verzen. Het bestaat uit 150 gedichten. Bloemlezingen halen meestal enkele gedichten uit deze enorme reeks aan. Simon Vestdijk schreef ze tijdens zijn verblijf in Sint Michielsgestel.

Het lezen van een gedicht vraagt een andere leeshouding dan het lezen van een roman of verhaal. Het begint ermee dat je een gedicht niet hoeft te snappen. Soms is het raadselachtige van een gedicht het mooie. Blijkbaar is deze lezer ook getroffen door het vers. Hij wil het snappen, maar het lukt niet.

Wel een paar handvatten bij het lezen.

Het lyrisch ik spreekt in de ‘gij’ vorm. Het ‘uw’ is daarmee de vierde naamval van gij en slaat dus op de gij. Het is de valkenier van de madonna waarover het lyrisch ik spreekt.

De valkenier is de verzorger van de valken, de madonna (of de vrouw) kijkt alleen toe. De keurvalk is haar toegenegen. Keur duidt hier op de valk met de beste kwaliteit. Bijna op te vatten als voorkeur. Volgens het lyrisch ik heeft ‘menig held’ haar aandacht voor de valk met lede ogen aangekeken.

In de tweede strofe kan het lyrisch ik het niet meer aanzien. Hij trekt de kap op de kop van de valk ’tot op de smalste kier’. De valk lijkt symbool te staan voor de onbereikbaarheid van de (jonk)vrouw. De valk staat dichter bij haar dan hij haar ooit zou kunnen bereiken. Zelfs na zijn dood blijft deze valk over haar waken.

Alles is interpretatie.

Weerbaarheid – #WOT

alles-van-waarde-is-weerloos-lucebertHoe ver reikt weerbaarheid? Het tegenovergestelde van weerbaar is weerloos. De beroemde dichtregel van Lucebert ‘Alles van waarde is weerloos’ prijkte heel lang op het dak van een kantoorflat van een verzekeraar bij Station Blaak in Rotterdam. De regel komt uit het gedicht ‘De zeer oude zingt’.

De weerbaarheid van het weerloze kan alleen maar door het af te schermen. Uit het zicht te halen, eindeloos in te pakken. En dan nog kan het makkelijk stuk. Verzekeren heeft helemaal geen zin. Iets van waarde dat weerloos is, is onvervangbaar. Anders heeft het geen waarde.

Wat is van waarde? Een mensenleven, een bijzondere herinnering. Het verweert snel. De weerbaarheid van iets weerloos is eigenlijk als een eendenkuikentje. Machteloos en zonder moeder weerloos. Het diertje kan elk moment opgeschrokt worden door een roofdier.

Weerbaarheid is stoere verdedigingstaal. Je bent weerbaar als je de aanval van je af wendt. Of klappen incasseert zonder te verliezen. Stevig en vasthoudend. Je maintiendrai. Ik houd stand.

Ik vind het egoisme. Juist het zwakkere en weerloze heeft bescherming nodig van de weerbare. Weerbaarheid houdt zichzelf in stand, maar dat gaat ten koste van het weerloze. En daarmee staat het waardeloze overeind en is het weerloze verdwenen.

Vecht daarom mee om het weerloze te behouden. Het kost veel moeite en tegenslag. Maar wat overeind blijft is iets van waarde. Onschatbaar en onverzekerbaar.

Interpretatie van een gedicht

image
Tweede gedicht uit de reeks Madonna met de valken van Simon Vestdijk

Er kruipt een berichtje binnen via de contactpagina op mijn website. Een lezer stelt mij een vraag over de interpretatie van een gedicht. Hij komt niet uit de eerste twee regels van het tweede gedicht uit de reeks Madonna met de valken van Simon Vestdijk.

Hij schrijft:

Ik heb gelezen dat je een groot Vestdijk-fan bent, dus heb ik een vraag voor je die me al een tijdje bezighoudt. Het gaat over het tweede sonnet uit Madonna met de Valken: De eerste regel daarvan luidt: ‘ Ik raad de glimlach van uw valkenier/Zoozeer zijt gij uw keurvalk toegenegen;’
Hoe vaak ik deze zin ook herkauw, de betekenis ontgaat me; De valkenier, is dat niet de vrouw waar het in deze reeks om gaat? Maar tegen wie praat de dichter hier dan (‘uw’). Als zij niet de valkenier is, wat doet ze dan met een keurvalk? En wat betekent ‘ik raad de glimlach’? Jij hebt Nederlands gestudeerd, dus: help!

Ik heb Nederlands gestudeerd dus het gedicht zou voor mij niet een raadsel moeten zijn. Ik heb zeker aardig wat gedichten geanalyseerd. Vrijwillig of in opdracht. Ik ben er niet een kei in geweest. Ik schrijf liever een gedicht dan het gedicht van een ander kaal te plukken.

Ik probeer te bedenken hoe het gaat. Dat iemand wakker kan liggen om een gedicht. De tekst over zijn lippen laat glijden en probeert te snappen. Het lukt niet. Hij krijgt geen vat op het gedicht. Maar het laat hem ook niet los. Meet hij het zien in verband met de andere gedichten? Of is gedicht een gesloten systeem met een hele eigen betekenis?

Wat zou ik de man graag willen helpen, maar mijn interpretatie is ook maar een interpretatie is. Het is een gedicht. En dan kracht van een goed gedicht is dat het eindeloos veel betekenissen kan hebben. Dat je er eigenlijk geen grip ook krijgt. Dat lijkt bij deze lezer te gebeuren. Misschien heeft de dichter er zelf wel fouten in gemaakt. Bovendien zijn de paar regels die ik krijg te weinig om een gedicht uit te leggen.

En waarom zou mijn uitleg beter zijn dan van een niet-neerlandicus?

Lees zelf het gedicht in .pdf

Nicolaas Beets en Charles Dickens

image
Lijken de Schetsen van Boz niet heel veel op de Camera Obsura van Nicolaas Beets?

De scherpe beschrijving van de karakters en grappige situaties in Charles Dickens’ Sketches by Boz roepen associaties op met de Camera Obscura van Hildebrand (Nicolaas Beets). Ik ben daar gelijk naar gaan speuren. De Dickens- en Beets-liefhebber Godfried Bomans heeft hierover geschreven. Hij suggereert een beinvloeding en daar is zeker wat voor te voelen.

Of Beets werkelijk de Sketches by Boz kende, is onduidelijk. De verhalen van Dickens waren wel bekend in die tijd, ze spreidden zich als een olievlek over het continent. Al kwam de echte doorbraak pas met de Pickwick Papers in 1836. In die tijd verschenen de Schetsen van Boz in boekvorm.

Hildebrands schetsen stammen eveneens uit die tijd. Volgens de inleiders bij de Camera Obscura-uitgave in 1998 is er zeker een parallellie te vinden in het werk, maar kun je niet stellen dat Beets schatplichtig is aan het werk van Dickens. Beets heeft een eigen stijl die losstaat van Dickens.

Automatisch sla ik aan het speculeren. Beets is na de Camera Obscura opgehouden met het schrijven van die prachtige schetsen. Voor Dickens was het juist de opmaat voor het schrijven van zijn schitterende oeuvre. Hij heeft tientallen romans geschreven.

Ook hier gaat de Inleiding bij de Camera Obsura-uitgave van 1998 op in. De inleiders W. van den Berg, Henk Eijssens, J.J. Kloek en Peter van Zonneveld spreken over ‘het eigenlijke probleem-Beets’. Het is de vraag waarom zulke uitdagende en vernieuwende studentauteurs als Nicolaas Beets later zo veranderden in gezapige predikanten.

‘Het probleem betreft het opmerkelijke gegeven dat er eigenlijk twee Beetsen hebben bestaan: de student die als dichter en prozaist een belangrijke rol heeft gespeeld in de literaire vernieuwing van 1830, en de predikant wiens werk de belichaming is van wat later ‘domineespoezie’ zou gaan heten: conventioneel, vroom en vaak niet aan huisbakkenheid ontsnappend.’

Het is het probleem van de 19e eeuwse samenleving in Nederland, leggen ze verderop uit. Hij kon niet anders. De samenleving was er in die tijd niet op ingericht en het was bijna logisch dat Nicolaas Beets deze weg ging. Zonder dit probleem hadden we waarschijnlijk zelfs geen Camera Obscura gehad.

Blijft het wel jammer dat Nicolaas Beets nooit heeft kunnen uitgroeien tot de romancier die Charles Dickens is geworden. Tegelijkertijd verklaart het ook de liefde van Godfried Bomans voor beiden. En het vertelt waarom ik zo verrast werd door de boeken van Charles Dickens. Ik ben ook zo gek op de Camera Obscura. Geen wonder dat ik zo onder de indruk ben van de Schetsen van Boz. Ik ben niet voor niks een leerling van Peter van Zonneveld.