Symbool – #WOT

image
Symbolen verwijzen naar iets anders

De wereld is vergeven van de symbolen. In de vorm van een beeld, een icoon. Het kruis is zoiets. Het verwijst naar iets anders, is groters. Het kruis is een element is uit het christelijk geloof. Religie zit zelf ook boordevol symbolen, verwijzingen naar iets anders. De verwijzingen gaan ook dikwijls naar iets dat meer is dan je zo kunt uitleggen.

Symbool = verhaal
Elk symbool heeft een verhaal. Zo verwijzen de hap brood en de slok wijn naar het laatste avondmaal van Jezus. Symbolen die verwijzen naar een verhaal. Het verhaal herbergt ook veel symbolische waarden. Of het al dan niet echt gebeurd is, is dan niet zo belangrijk. Het symbool is een zelfstandig aspect binnen het geloof geworden.

Symbolen deel je met een gemeenschap. Als je persoonlijk symbolen hebt, verwijzen veel mensen je naar de psychiater. Je kunt overal symbolen in zien terwijl het symbool op zichzelf nooit wat betekent. Het verwijst altijd ergens naar. Schrijvers als Harry Mulisch zien overal een symbool in. Ze maken een wereld van op zichzelf volstrekt nutteloze symbolen. Dat is dan een nieuw verhaal waarbij alles met alles samenhangt.

Chaos
De chaos is de tegenhanger van een dergelijke samenhangende wereld. Terwijl de mens zijn wereld schept vanuit de chaos met behulp van symbolen, is de chaos zelf alweer een symbool geworden. Chaos bestaat in zoveel vormen dat het op zichzelf alweer chaos oproept. Ook hier is het sterk afhankelijk van wat mensen hieronder verstaan.

Een chaos in de vorm van een berg papieren kan voor de eigenaar zo logisch geordend zijn als het maar kan. Symbolen zelf zitten ook zo in elkaar. Het symbool dat voor de een positieve gevoelens oproept, roept voor de andere veel negatieve associaties. Een kruis kan voor de ene geborgenheid en gezelligheid oproepen, voor de ander juist beknelling en angst.

Symboolpolitiek
De politiek zou zich niets van symbolen aan moeten trekken, maar ze doet dat maar al te vaak. Het woord dat hiervoor geldt is: symboolpolitiek. Politici merken dat iets ‘gevoelig ligt’ onder hun kiezers. Ze kiezen er dan voor om de maatregel waar veel weerstand tegen is, terug te draaien en er een andere voor in de plaats te nemen.

Ook zijn maatregelen die veel sympathie opwekken heel symbolische voor symboolpolitiek. Met 130 kilometer per uur over de snelweg mogen rijden bijvoorbeeld. Als je in de file staat heb je niks aan zo’n maatregel.

Of het lanceren van nieuwe regels na een incident. De maatregelen die genomen zijn in de kinderopvang bijvoorbeeld. De bestaande regels werden eerst onvoldoende gecontroleerd. Waarom dan allemaal nieuwe regels moeten komen en die overdreven controleren?

Dit soort symboolpolitiek getuigt meer van angst dan van daadkracht. De nieuwe regel staat dan symbool voor het nieuwe beleid dat de politici willen voeren. Het staat meer symbool voor de onmacht dan voor daadkracht.

Rijk!

image

Bij de opruiming zag ik het boekje Rijk! van Marjan Berk liggen. Ik wist dat deze schrijfster een paar jaar geleden een miljoen euro bij de Lotto had gewonnen. Het geld kwam goed van pas. Ze zat financieel aan de grond en overwoog zelfs haar oude huis in Kalenberg te verkopen. De prijs zorgde ervoor dat dit niet meer hoefde.

Het verhaal van iemand die de Lotto wint, trok mij om het boekje mee te nemen in de opruiming. Ook omdat ik weet dat Marjan Berk heel aardig schrijft. Ik heb een paar boeken van haar in de kast staan en zelfs gelezen. Het zijn leuk boeken om tussendoor te lezen. Ze halen je even uit de diepzinnige kost van Dante en andere literaire zwaarwichten waaraan ik normaal knabbel.

Middagje lezen
Het boekje heb ik in een middagje uitgelezen. Het zijn heerlijke columns over geld en rijkdom. En dan vooral het gebrek eraan. Een onregelmatig inkomen, een leven op grote voet en een gezin van 5 kinderen zijn daar de oorzaak van. Als kleine zelfstandige moet de gescheiden Marjan Berk op een bepaald moment zien rond te komen.

Alimentatie weigert ze. Ze herinnert zich het gedonder als vijfjarige om de 115 gulden die haar vader aan haar moeder maandelijks moest betalen. Het gezeur hield aan tot haar dood. Dat wil Marjan Berk zich besparen. Maar het freelance bestaan is een onzeker bestaan. Ze wordt vaste klant bij het pandjeshuis. De heren in de stofjassen herkennen haar.

Het zijn allemaal vermakelijke verhalen over de financiele onzekerheid. Tegelijkertijd leer ik hier ontzettend veel van. Geluk hangt niet af van een bankrekening. De financien hangen niet af van een vast inkomen. Mijn financiele huishouden is helemaal niet zo chaos als ik zelf geloof.

Vertrouwen
Ik lees bij Marjan Berk het vertrouwen dat het allemaal wel goedkomt. Ze leidt een leven dat meedijt op de financiele golven. Is er geld, dan wordt het uitgegeven. Is er geen geld, dan wordt de broekriem aangehaald. Het is belangrijk na te denken over je toekomst, maar het is belangrijker om je aan te passen aan de situatie waarin je terechtkomt en te werken aan een oplossing.

Het boek kabbelt van lening naar lening. Alles wordt keurig afbetaald, maar de leefwijze wordt Marjan Berk toch fataal. Ze redt het niet meer. Zeker als er allerlei hoge kosten bijkomen. Nieuw riet voor op het dak van haar huis, bijvoorbeeld. De 13 jaar oude Saab waarvan de koppeling stroef begint te lopen. Of de kleinkinderen. Oma zijn vindt ze het ’toetje van het leven’, maar het is wel een duur toetje.

Marjan Berk krijgt door ‘deze kleine, schijnbaar onbelangrijke tegenvallers […] plotseling het gevoel op een hellend vlak terecht te komen. En ik houd helemaal niet van hellende vlakken, ik nogal hevige hoogtevrees.’ (130) Ze vraagt zich vertwijfeld af hoe ze dat hellend vlak weer horizontaal krijgt.

Nepcheque
Ineens staat daar Robert ten Brink voor haar deur met een grote nepcheque van 1.000.000 euro. ‘Je hebt een miljoen gewonnen! In de Lotto!’. Ze heeft eerst het gevoel dat ze voor de gek wordt gehouden. Maar het is echt. Jaren eerder vulde ze een formulier van de Lotto in omdat Erica Terpstra zulke lovende woorden had gesproken over de sportieve doelen van de loterij. Ze was het vergeten. Als ze dezelfde cijfers in de oranje vakken had ingevuld, zou ze 7 miljoen hebben gehad, beweert Robert ten Brink nog. Maar van die ene miljoen is Marjan Berk ondersteboven genoeg.

Het verhaal erna is leuk om te lezen. Ze geniet van de plotselinge rijkdom die haar ten deel valt. Ze trakteert haar vrienden en familie en haalt het ’te koop’-bord van haar huis. En ze slaat het advies van haar financieel adviseur niet in de wind. ‘Genieten, mevrouw Berk! U moet er wel van genieten!’

Goed doel
En dat doet ze ook. Ze kan nu boeken schrijven waarbij ze de opbrengst aan een goed doel schenkt. En ze laat een prachtig straatje naast haar huis aanleggen van ‘handgevormde zogenaamde waaltjes, bakstenen’. Tegelijk maakt ze duidelijk dat een miljoen euro heus niet alle zorgen weghaalt. En is het echt zoveel als het lijkt?

Van de miljoen euro verdwijnt al drie ton in de schatkist van het rijk. De overblijvende zeven ton is ook niet eeuwig. Het klinkt als veel geld, maar het is ook zo op. Zeker als blijkt dat haar huis verzakt. Moet ze het laten repareren voor een ton? Ach, de gaten dichtsmeren en eens kijken hoe alles er over een jaar of tien bijstaat, kan ook. Wie dan leeft, wie dan zorgt. En zo kom je toch weer terug bij het echte onderwerp van Rijk!

Marjan Berk: Rijk! Derde druk. Pandora Pocket, 2010 [eerste druk 2008].

Mijn favoriete leesplekje – #50books

image
Leesplek in mijn bibliotheek

Het liefste zit ik met een boekje in een hoekje, zou Thomas a Kempis hebben gezegd. Of op zijn Latijn: ‘In omnibus requiem quaesivi et nusquam inveni nisi in angulo cum libro’. Iemand die leest, een lezer, heeft iets intiems. Ik zag een keer in Den Haag een meisje zitten aan de Hofvijver. Ze las. Het beeld liet zich misschien nog het beste vergelijken met erotiek. Je mag er niet naar kijken, maar het is heerlijk om naar te kijken. Het is alsof je iemand op iets heel intiems betrapt. Lezen.

Ontmoeting met een boek
De eerste ontmoeting met mijn vrouw was op een station. We zouden elkaar herkennen aan het boek dat we bij ons hadden. Zij Harry Potter, ik Jan van Aken. In de wachtkamer zat een meisje. Ze zat verzonken in een boek. Ik kon niet zien of het Harry Potter was, want haar handen bedekten de titel. Het was haar en Harry Potter. Ik vergeet dat beeld niet snel meer in die stationshal van het station Apeldoorn.

Er zijn veel afbeeldingen van lezers. Vooral lezende vrouwen. In mooie lange jurken. De haren lang en sluiks voor het gezicht. De intimiteit straalt ervan af. Wat een prachtige aquarellen zijn dit. Want dit soort afbeeldingen zijn alleen vlekkerig in een aquarel vast te leggen. De (moderne) romans die de jonge dames lazen, waren toen ook nog verderfelijk en slecht voor de geest. Misschien dat ze daarom altijd iets geheimzinnigs hebben.

Wat lezen
Het lezen van een boek verschilt wezenlijk van een krant. Het beeldje van de lezer waarmee de Twentsche Courant Tubantia graag naar buiten komt, is een man wijdbeens zit met de brede krant opengeslagen voor zijn gezicht. Weinig intiems aan. Het is eerder een onbeholpen lezer die geen manieren heeft.

Dan is er de plek waar ik zelf het liefste lees. Is er een plek waar ik het liefste lees. Lezen kan overal: in bed, op het station, in de trein, bij de snackbar, op het toilet of gewoon op de bank. In een lekkere fauteuil of halfliggend op een bank of saize longe. In bed is ook erg lekker, maar dan moet je wel een stevig kussen in de rug hebben. En die heb ik momenteel niet. Daarom lees ik nu voor het slapen gaan of als ik de slaap niet kan vatten een boek op mijn zij. Het boek kan daar niet te dik bij zijn. Anders gaat de bovenarm zeer doen van het omhoog houden.

image
De zitzak waar ik mijn ideale leesplek in zag.

Lekkere leesplek
Ik neem mij weleens voor dat een lekkere leesplek mijn lezen zou bevorderen. Dan droom ik een rustig plekje zonder het geluid van de televisie in de woonkamer of juist in totale afzondering op mijn werkkamer. Ik heb er al verschillende pogingen gedaan een geschikte leesplek te maken. Toch nog toe zonder enig effect. Het laatst kocht ik een zitzak voor op mijn werkkamer. Ik droomde mij heerlijk weg in de zachte bolletjes die ondersteuning gaven op de juiste plekken. Een paar pogingen verder ontdekte ik dat het niet werkt.

Je kunt wel een mooie plek maken om te kunnen lezen, maar als de innerlijke rust ontbreekt, lukt het niet. Voor lezen is meer nodig dan een mooi plekje. Net als met schrijven. Achter een bureau kom ik tot weinig productie. In de trein of een overvol cafe schrijf ik de mooiste epistels. Of bij het uitlaten van de honden, dan doemen mooie dichtregels op aan de horizon. Ik stop dan en tik snel de zinssnede in mijn mobieltje om het bij terugkomst uit te werken.

Camping
Toch zijn er plekjes waar je bij uitstek goed leest. Op de camping bijvoorbeeld. Voor onze stacaravan in het heerlijke zonnetje. Of binnenin op die grote bank. Helaas joegen de grote klussen die ik aan de caravan moest doen mijn rust op. Maar ik heb toch wel wat zomers heerlijk gezeten in het zonnetje met een boek op schoot. En dan heb je aan een tent ook genoeg. Afgelopen zomer las ik met het dagje rust op camping De Ruimte zo De Kus van Jan Wolkers uit.

Ik verlang alweer naar de zomer waarbij ik heerlijk met een goed boek op schoot kan lezen. De gillende kinderen en dreigende onweerswolken merk ik niet eens op. Het verhaal neemt mij mee naar de mooiste plekjes van de fantasie. Want dat zijn de beste plekjes: de plekjes waar het boek je mee naartoe neemt. Zodat je helemaal vergeet dat je eigenlijk gewoon thuis op de bank zit te lezen of onderweg in de trein of voor de tent.

#50books
#50books is een initiatief van

Ontdooien

image
Een glad spoor hoort bij het ontdooien

De hele wereld ontdooit. Een koude en kille wereld verandert in een heuse natte bende. De paden transformeren in een modderig karrenspoor. De velden lijken weer drassige moerassen en op het ijs in de gracht, ligt een dun waterlaagje. Buiten verandert van harde substantie in een natheid. En dat gaat niet van de ene dag op de andere, daarom glibber ik voort. Een stap lijkt meer op een glijpartij dan een heuse voetstap.

image

Een paar dagen terug prees een facebook-vriend het strooibeleid van de gemeente Tilburg. Nu kon zijn dochter schaatsen in de straat. In Almere is het park verandert in een schaatsbaan. Wel met heel schokkerige vormen van voetstappen, hondenpootjes en fietsbanden. Sommige stukjes krijgt de voet geen enkele grip op de ondergrond. In de tijd van de vorst stapte je gewoon door de ribbels sneeuw heen. Maar nu zijn ze verandert in heuse ijsbergen met puntige uiteinden.

image
IJspad in Beatrixpark

Een vrouw probeert met haar fiets door de ijsmassa te komen. Achter haar fiets hangt een fietskarretje. De kinderen in het karretje schudden alle kanten op. Een kind achterop de bagagedrager jengelt. ‘Omdat mama denkt dat het verderop beter is’, roept moeder geirriteerd.

image

Wij lopen verder. Ik kies de zijkant van het pad. Daar is het ijs beter begaanbaar dan op het verharde pad. Een dun laagje ijs ligt op het pad en maakt het tot een heuse glijbaan. De honden vinden het geweldig en glibberen op hun pootjes vooruit. Een glijer is niet erg, maar juist leuk. Ze hebben genoeg poten om de schade op te vangen.

image

Dan komen we bij een grote plas aan. Voor de vorst kwam, lag het hele park vol met grote plassen. De plassen waren bevoren en later bedekt door het ijs. Zo viel het allemaal wat minder op. Maar het was er wel. Het ijs op de plas begint te smelten. De sneeuw is al verdwenen. De koude plas heeft het smeltwater weer opgevroren, waardoor het ijs een grijze tint heeft gekregen.

image

Er stroomt een heus beekje van smeltwater uit de grote plas. Over het pad heen heeft zich een watervalletje gevormd. Het water stroomt naar het lager gelegen gedeelte aan de andere kant van het pad. De honden genieten. Ze happen het ijs op. Saartje graaft in het ijs op zoek naar het frisse water. Zo levert zelfs een ontdooiende wereld plezier op voor een jeugdige teckel.

Dooi

image

Zo snel als de wereld wit werd, wordt de wereld weer groen en kaal. De grond komt weer in zicht, net als de plassen water. Het park verandert in een grote modderpoel. De paadjes zijn weer zichtbaar en bestaan niet meer uit het spoor voetstappen in de sneeuw.

image

Op het ijs in de grachten drijft een laagje water. De hemel spiegelt op het natte ijs. Op sommige plekken ligt nog een dun laagje sneeuw dat zich nog niet gewonnen wil geven. Een slee staat op het ijs. De zitting is kapot en een deel van de ijzers is in elkaar gezakt.

image

De zon schijnt haastig door het wolkendek heen. Soms is een glimp van de lichtbol op te vangen. Maar dan is hij weer snel achter het pak wolken verdwenen. Een echtpaar voert de grote zwanen in het park. Een zwerm meeuwen is niet van het lekkere maaltje weg te houden. Ze schreeuwen in duikvlucht neer op de hompen brood die het echtpaar in de lucht gooit.

image

Het sprookje is voorbij. Ik weet weer hoe regen voelt en modder dat tegen je broekspijpen opspat. De winter maakt plaats voor een voorjaar waarvan de knop nog zoek is. De nachtvorst loert nog. Net als de regen die genoegzaam valt alsof er niks anders geweest is.

image

Houthakker en schrijver

image
A. L. Snijders in de documentaire Een handige dromer

Of je nu hout staat te hakken of aan het schrijven bent, het is allebei nuttig voor de schrijver A.L. Snijders. Is er een groot schrijver verloren gegaan, vraagt documentairemaker Joost Conijn aan hem in Een handige dromer.

Ik zag de documentaire gisteren en vandaag nog een keer. De documentaire geeft de burger weer moed. Snijders stelt het houthakken gelijk aan het schrijven. Het vormt allebei een element in zijn leven. Hij heeft het allebei nodig om te kunnen leven.

De trouwe lezer van A.L. Snijders herkent de elementen uit de ZKV’s gelijk. Hij ziet de oude tractor die bij koude moeilijk aan de praat komt. Of de moestuin. De kip die hij voert. Het bos waaruit de schrijver zijn brandhout hakt en sprokkelt. De schuur en het schrijfkamertje.

Het schrijven van een roman wordt als ultiemste vorm van schrijven gezien. Voor A.L. Snijders is het onhaalbaar. Hij heeft er het geduld niet voor. Hij moet ook houthakken en de kippen voeren. Het ontbreekt hem aan ambitie. Ook kan hij niet goed genoeg typen. ‘De meeste mensen typen sneller dan ze denken. Bij is het andersom, maar ik maak van de nood een deugd. Daarom schrijf ik van die korte verhaaltjes.’

Prachtig om hem zo te zien en te horen. Hij is precies zo als dat hij schrijft. En dat heb ik vaak bij grote schrijvers niet. Die zijn maar al te vaak in het echt onhebbelijk en verschrikkelijk. A.L. Snijders is authentiek. Dat straalt hij uit op het witte doek en in zijn verhalen.

Snelwegverhalen

image
Het boek Snelwegverhalen van Melle Smets en Bram Esser

Bij de boekenopruiming kocht ik het boek Snelwegverhalen van Melle Smets en Bram Esser. Ik kies bij de opruiming vaak een boek dat ik anders niet zo snel zou kopen. De derde fase van de boekenopruiming geeft je de kans een boek te nemen dat grenst aan je belangstelling. Ik laat mij dan verrassen. Het boek van Smets en Esser is precies zo’n boek.

De snelweg is het grootste monumentale bouwwerk van Nederland. Het vormt in elk geval de grootste infrastructurele ingreep van de 20e eeuw. Het landschap in Nederland is ingrijpend veranderd sinds de komst van snelwegen. Ze doorkruisen steden en natuurgebieden. Op vrijwel elke plaats in Nederland hoor je wel een snelweg ruisen.

Een stad
Dat de snelweg zich bijna gedraagd als een stad, vol van verhalen, gebeurtenissen en emoties, lijkt minder vanzelfsprekend. Een kunstenaar (Melle Smets) en filosoof (Bram Esser) gaan in Snelwegverhalen samen de snelweg op voor dertig dagen.

Ze noemen het een snelwegsafari of expeditie, hun tocht over de Nederlandse snelwegen. De weg is voor de twee niet het middel om ergens te komen, maar het doel op zich. Als ze op de eerste pagina in de verbouwde Volkswagen Passat de snelweg A15 bij Charlois oprijden, is hun expeditie begonnen. ‘De expeditieleden schudden elkaar de hand, want ze hoeven nergens meer heen, ze zijn reeds op de plek van bestemming. Het onderzoek kan beginnen.’

Onderzoek
En dat is een heel bijzonder onderzoek. Een onderzoek van parkeerplaatsen, pleisterplekken, snelwegboulevards, tankstations en bijzondere bouwwerken. Het levert een spannend boek op, waarin mensen vooral een rol spelen. De afwisseling van de teksten van Bram Esser en de prachtige tekeningen en fotocollages van kunstenaar Mele Smets maken het tot een avontuur om te lezen.

image
Een infografic over de uitspanning Frans op den Bult langs de A1

Fascinatie
Ik kan mij die fascinatie voor de snelweg wel voorstellen. Het is vergelijkbaar met de trein. De ijzeren spoorwegen maken de wildste capriolen om via bruggen, viaducten en vreemde constructies ergens te komen. De snelweg heeft dat ook. Ik heb bijvoorbeeld vaak bij knooppunt Buren gefietst of gelopen. Of ik verbaas mij over het razende verkeer bij knooppunt Muiderberg. Het laat zien dat je op de snelweg minder ziet dan erlangs. Het boek Snelwegverhalen zoekt die verhalen en beelden. Daarmee is het een heerlijk boek om te lezen.

Blog
Melle Smets en Bram Esser reisden over de Nederlandse snelwegen van 16 oktober tot 15 november 2009. Onderweg hielden ze een blog bij. Hier is ook achtergrondinformatie te vinden over dit bijzondere project: snelwegsafari.nl

Focus – #WOT

image
Waar ligt de focus

Ik vind van mijzelf dat ik te weinig focus heb. Wat ik daar precies mee bedoel, weet ik zelf niet eens zo goed. Je kunt je focussen op een bepaald doel. Een doel dat verder weg ligt, dat vooruitstrevend is. Een doel waarmee je eigenlijk meer wilt dan je kunt. Vervolgens richt je je hele leven in op dat doel. Alsof alles wat bestaat in dienst staat van dat ene ding waar je op richt.

Ik richt mijn leven niet op 1 ding. Er zijn veel dingen: mijn gezin, werk, boeken, schrijven, lezen, dichten, bloggen, honden, hardlopen en musiceren. Ongetwijfeld vergeet ik er een paar. Het ene aspect leidt af voor het andere. Als je geconcentreerd wilt werken aan 1 doel, dan kunnen die andere aspecten niet of nauwelijks.

Een vriend schreef een tijdje terug op facebook nadat zijn boek uitkwam: ‘ach, je bent er drie jaar van je leven mee bezig, je verliest al je sociale contacten en bijna je relatie, dus dan is het inderdaad wel geestig als mensen het wat vinden’. Het zijn de offers die je moet geven om je doel na te streven. Bovendien schreef hij zijn roman hoofdzakelijk in de nachtelijke uren. Dus het kostte hem nog eens zijn slaap.

De focus van mij ligt niet op een duidelijk punt en ik weet niet of ik dat moet nastreven. Misschien moet ik tevreden zijn met de dingen die ik heb en daarin de doelen zoeken. Het zijn doelen die niet zo sterk op een duidelijk resultaat afstevenen.

Het schrijven van een gedicht is zoiets. Ik vind het lekker om te stoeien met woorden en er dan iets van een gedicht uit te werken. Daarna is het niet meer zo interessant voor mij. Ik leg het weg. Een dichtbundel fabriceren vraagt dan teveel aandacht. In die tijd kan ik heel veel gedichten schrijven, dus waarom zou ik die bundel maken?

Het is niet zozeer een focus op het resultaat, maar een focus op het genieten bij de dingen die je doet. Dan is het niet zo belangrijk wat het resultaat is wat je doet, maar veel meer of je ervan genoten hebt. Ik merkte dat de focus teveel op het moeten kwam te liggen. Het genieten was niet zo belangrijk. Het resultaat helemaal niet meer.

Het gevaar bestaat dan dat je als een kip zonder kop rondrent, zonder ook maar iets te bereiken. Nu sta ik stil en probeer te genieten van het moment. Ongeacht wat ik doe en het resultaat. Dan is gedichten schrijven heerlijk meditatief. Net als het schrijven van een #WOT. En zo is het schrijven over focus een focus geworden. Het schrijven als focus. Een betere #WOT kun je niet maken.

De 3 fasen van boekenopruiming

image
In de opruiming boeken

Ik kan mij er het hele jaar op verheugen: de opruiming van de boekhandel. Ik staar aandachtig naar de borden die bij de bakken staan. Bij de eerste fase geeft de boekhandelaar 25 procent korting. Te weinig. Op een prijs van 20 euro, slechts 5 euro korting krijgen, is voor mij te karig.

Wel bestudeer ik aandachtig de bakken met boeken wat er ligt. Het kan goed van pas komen in een latere fase van de opruiming. Dat is het moment dat de borden met 50 procent korting gaan hangen. Dat is een boeiend moment, maar nog niet het geschikte moment.

Tenzij er een boek ligt dat ik absoluut wil hebben. Dan wil ik nog wijken voor de verleiding. Maar als het een boek is, dat wel leuk is maar niet per se noodzakelijk, dan wacht ik op de derde en laatste fase. Dat is de korting van 70, 75 of 80 procent. Elke boekwinkel hanteert een andere korting in deze fase. Ik ken ze alledrie. De mooiste is de laatste, maar de eerste komt het meeste voor.

image

Zo vond ik gisteren de opruiming in de laatste fase bij mijn boekwinkel. Met 70 procent korting gingen de boeken in de bakken weg. Ik werd er hebberig van, maar hield mij keurig in. In tegenstelling tot andere jaren, nam ik mee waar ik veel in zag. En het zijn prachtige boeken, moet ik zeggen.

Vorstschade of vandalisme

image
Vorstschade of vandalisme?

Het lijkt wel of deze bomen in het park moedwillig zijn gesloopt door vandalen, maar ik vermoed dat de vorst de vandaal in dit geval is. De bast heeft overal losgelaten en er zijn zelfs kale plekken waarbij het hout goed zichtbaar is. De bast ligt in schilfers onder de boom.

image

Het lijkt of iemand er met een botte bijl naar beneden heeft staan hakken. Of met een scherp mes de bast heeft losgeschraapt. De vorst is natuurlijk van zichzelf bot genoeg om op een boom te hakken. Zeker als de koude winterwind langs de vrijstaande bomen giert. De sneeuwstorm van zondag deed de rest.

image

Een droevig gezicht, maar voor een mooi winterlandschap moet je blijkbaar wat over hebben. Ik zie veel bomen die het zwaar hebben. Grote vochtplekken verschijnen in de bast. Mogelijk dat de bomen in het park op deze plek zijn stukgevroren.

image

Zeker 2 bomen bij het Den Uyl monument in het gelijknamige park zijn er slecht aan toe. Hopelijk komen ze de vorst weer te boven. Maar dat weten we pas later.