Uit de kleren

Kleren hangen in de bosjes bij het Den Uylpark

De herfst heeft de verkleedpartij uit de kleren gehaald. Bladeren hielden eerst de naaktheid van de broek, trui en shirt tegen. Nu hangen de kleren zichtbaar voor iedereen. De kale takken kunnen niks meer verhullen.

Het enige dat zich verhuld is het verhaal achter deze kleren. Ze hangen trefzeker aan de takken en hebben zich netjes verdeeld over de struiken in de bossage. Het moet er al wel een tijdje hangen, verraadt de rafelige kledij.

In de schemering wakkeren de kleren tot figuren. Dan bewegen armen in de mouwen en trilt het lijf in de gewaden. Een mooi gezicht hoe de kleren veranderen in fantomen. De fantasie gaat uit de kleren en rent het bosje uit.

Je zou er bijna een gedicht van maken.

Deur – #WOT

image
Open deur

De deur staat altijd open, las hij. Dat is een open deur, dacht hij. De deur stond hoogstens op een kier. Dat deed de deur toe. Geen houden meer aan, want voor hem ging geen deur meer open. Daar was het gat van de deur. Hij voelde zich een deur. Niemand vindt het leuk het deurtje te krijgen.

Misschien was het ook zijn fout. Hij klopte niet aan de deur waar hij in wilde. Meestal bleef hij dralen. Elke andere kerel kreeg een voet tussen de deur. Voor hem viel de deur altijd voor zijn neus dicht. Hij vroeg vrienden om raad maar dat was aan een dovemans deur geklopt.

Zo stond hij voor een gesloten deur een dag later. Er staan nog genoeg deuren voor mij open, dacht hij. Hij hoopte op een zilveren hamer om ijzeren deuren te verbreken. Hij kon immers best een deurtje opengooien. Maar het ging zijn deur voorbij.

Stille roltrap

roltrap

De trein stopt. Deuren gaan open. De reizigers stappen uit het treinstel. IN een mooie rij lopen ze het perron af. De sleur trekt in de richting van de roltrap. Maar de treden rollen niet. Ze houden zich stil. De eerste komt bij de trap, houdt de leuning vast en hoopt dat de trap zich in beweging zet. Het blijft stil.

De tweede komt aanlopen. Pakt vrijwel identiek de rubberen leuning vast. Ze verwacht dat de boel in beweging komt. Maar de trap blijft stokstijf staan. Net als de reizigers. Ze houden in eerste instantie stil bovenaan de trap. Als ze merken dat het geen zin heeft, stappen ze naar beneden.

De treden lijken anders te vallen als je van een stilstaande roltrap naar beneden loopt. Misschien minder hoog. Het voelt heel anders dan een normale trap. Ook verwacht je dat de trap zich ieder moment in beweging zet. Het gebeurt niet. Elke reiziger trekt dezelfde teleurstelling en begint maar zelf te stappen.

Los nippeltje

image
Losse nippeltje aangedraaid

In het voorjaar kwam er een blikje tussen mijn voorwiel. Het lege blikje klemde tussen mijn voorwiel en het spatbord. En ik stond stil. Mijn fiets is niet de sterkste. Dit was teveel voor hem. Ik vreesde een reparatie, maar wist mijn fiets te redden.

Ik haalde het spatbord los en wrikte het blikje uit de gevangen houding. Ik kreeg de boel weer min of meer vast. De rest van de rit hoopte ik thuis te kunnen komen. Mijn fiets was van slag, maar reed me naar huis. Het gebeurde allemaal midden op de Hollandse brug. Het verkeer raasde langs mij heen.

Ik kwam thuis, maar sindsdien zit om de haverklap het spatbord voor los. Mijn fiets hoeft maar een beetje te trillen, of het spatbord schiet los. De voorlamp schudt dan woest heen en weer. En ik moet weer stoppen om mijn stalen ros weer in het gareel te krijgen.

Het gebeurt altijd midden op een fietstocht. Als je ergens staat op een onmogelijk punt. Wanneer het verkeer langsraast en je geen enkele ruimte hebt om je fiets te repareren. Bovendien heb ik dan nooit het juiste gereedschap bij me. Dan klungel ik wat met mijn handen om het ding vast te krijgen. Tijdens de fietsvakantie heb ik ettelijke malen zo langs de weg gestaan.

Je hoort het al, ik ben niet zo enthousiast over mijn Giant. Het lijkt wel of nieuwe fietsen niet meer robuust en sterk zijn. Ze storten in als je er gewoon op fietst. Volgens de directeur van Giant moet een fiets 15 jaar meegaan. Volgens mij een mensenleven lang. Mijn fiets haalt dat niet. Net 4 jaar oud heb ik al een peperdure reparatie moeten plegen, nadat een spandraad in mijn achterwiel kwam.

Nu heb ik voordat ik ging fietsen snel gereedschap gehaald en het spatbord goed vastgezet. Ik hoopte dat het dit keer mijn fietstochtje ging halen. Ik pakte een paar steeksleutels en draaide de boel muurvast. Zo vast dat het tijdens de rit niet meer lostrilde. Wel hoorde ik allerlei geluiden van schurende onderdelen. Dat betekent niet veel goeds bij mijn fiets, maar dat zal ik binnenkort wel zien.

Bladblazer (2)

Netjes opgeruimd door de storm

Je mag dan wel proberen de bladeren weg te blazen met een bladblazer, de beste blazer is de wind natuurlijk. De storm van gisteren heeft de bomen ontdaan van de laatste bladeren. Maar de wind liet het niet onder de bomen liggen.

Het pad achter het huis lag bezaaid met bladeren. Overal en nergens lagen ze. De storm heeft de boel weer netjes aan kant gewaaid. Zo is het pad weer helemaal vrij van bladeren. Alleen tegen de schutting ligt het netjes op een hoop. Waarom zou je het zelf opruimen als de natuur het zelf doet?

Bladeren in bibliotheek Gerrit Komrij

image
Boeken van Gerrit Komrij worden volgende week geveild bij veilinghuis Bubb Kuyper

Volgende week wordt het eerste gedeelte van Komrij’s bibliotheek geveild bij veilinghuis Bubb Kuyper in Haarlem. Deze week waren de kijkdagen. Ik nam een kijkje op de laatste kijkdag. Deels uit nieuwsgierigheid, maar ook omdat ik graag een paar van zijn boeken wilde bekijken.

Het veilinghuis is sinds kort verhuisd naar het Kenaupark. Het is gevestigd in een imposante 19e eeuwse villa. Best een contrast met het vorige pand aan de Jansweg dat uit de 17e eeuw stamde. Het formaat van het nieuwe pand biedt genoeg ruimte om de hoeveelheid boeken bij een veiling kwijt te kunnen.

image
Boeken uit de verzameling van Gerrit Komrij

De boeken van Gerrit Komrij concentreerden zich op de 2 grote kamers op de begane grond. Liefst 1638 kavels zijn er op deze eerste veiling te koop. De catalogus belooft ‘highlights’ en een ‘first selection’. Ik heb hier en daar wat boeken bekeken. Wat een prachtige boekenverzameling had Komrij, concludeerde ik vrijwel meteen.

Een uitgebreide verzameling 19e eeuw, waarbij de typische Komrij-elementen aan bod komen. Veel erotica en scatologie. Tekenaars als Felicien Rops (kavels 1160 en 1161) en titels als Het goed regt van den beerput, met bewijzen verdedigd of Het verhaal van Flatusstein of hoe Liselotje haar eigen toilet bekwam. Veel van de boeken die Komrij citeert in de Kakafonie, Encyclopedie van de stront (2006) stonden gebroederlijk naast elkaar.

image
Zelfs het toilet kreeg Komrij’s ‘logo’

De kakkende heer gold eveneens als herkenningspunt voor de boeken van Komrij. Elk lotnummer had bovenin het vel de heer in drukkende houding staan. Ze gingen zelfs nog verder met het logo. Het toilet kreeg eveneens de afdruk mee. Ik vond het goed passen in het gedachtengoed. Komrij was niet voor niks Buitenlid van de Orde van de Bruine Boon.

Hij had buitengewoon veel aandacht voor dit onderwerp. Niet alleen in zijn essays en poezie, maar ook in zijn bibliotheek. Zelfs de afdeling theologie kon zich er niet aan onttrekken met Gargons De Zalig-sprekinge over Besnijdenisse en Voorhuid, ofte Opening van den XXXII. Psalm uit 1700.

image
Ex libris van Gerrit Komrij

Ik was erg onder de indruk van het zeer bescheiden ‘Ex Libris’ in de boeken. Het stond vrijwel altijd op een minuscuul zegeltje, linksonderin aan de binnenkant van het kaft. Bijna onzichtbaar. De bezitter liet bescheiden zijn kostbare bezit achter in het boek. Hoe passievoller de liefde voor een boek uitdrukken.

Ik ben heel benieuwd wat de veiling volgende week doet. In elk geval krijgen de boeken een nieuwe, levende eigenaar. De bladzijden zullen weer geroerd worden. Hopelijk met dezelfde liefde en passie als de vorige eigenaar deed.

Koraalimprovisatie – het vervolg

Improviseren op koororgel Oudewater
Improvisatieles op het koororgel van Oudewater

Aan het eind van de terugkomdag van de cursus Koraalimprovisatie stelde organist Gerben Mourik om in het najaar weer een cursus te organiseren. Zodoende kreeg ik in augustus de uitnodiging om mee te doen met een vervolgcursus. Enthousiast geworden van de vorige bijeenkomsten, gaf ik me daarvoor meteen op.

Vandaag en gisteren was de cursus. Ik doe het momenteel rustig aan, maar dit wilde ik mij niet onthouden. Zodoende bracht ik gisteren en vandaag door in een steenkoude kerk. De Sint Michaelskerk van Oudewater, thuisbasis van organist Gerben Mourik, was de ruimte waar de cursus gegeven werd.

Veel dingen vorig jaar nieuw waren, zijn verder uitgediept. Zo kwam het opzetten van een fuga voorbij. Net als de Engelse stijl (fanfare) van de terugkomdag. Daarnaast gaf Gerben Mourik erg veel nieuwe elementen, als de trio a la Krebs, het opzetten van een canon, een koraalbewerking in de stijl van Mendelsohn en het spelen van een passacaglia.

Gerben Mourik koororgel Oudewater
De meester speelt een trio over psalm 95 voor

Mooie voorzetten om weer lekker mee aan de slag te gaan. De basis van dit alles vormt het harmoniseren. Ik heb weer veel geleerd aan de hand van de improvisatiemethode van Arie J. Keijzer. De toonladders die ik de afgelopen maanden geoefend had, waren een goede basis. Ik merkte dat het ook het harmoniseren in algemene zin ten goede komt.

Misschien komt mijn droom – het prachtig harmoniseren van een stevige psalm – ooit uit.

Merel in november

image

Het verkeer raast over de rotonde. Het stoplicht springt op rood. De auto’s moeten de fietsers voor laten gaan bij de afslag. Een ongeduldige automobilist grijpt met zijn kleine auto de binnenkant van de rotonde. Half over het asfalt, half over het tegelwerk neemt hij de binnenbocht.

De lucht is grijs. Geen straaltje van de zon bereikt de aarde. Somber grijpt de herfst om zich heen. Hier mag niet teveel vrolijkheid doordringen. Het verkeer heeft zijn koplampen ontbrand. De auto’s schieten hun licht voor zich uit. Het schijnt op alles en iedereen.

Boven al het geraas hoor ik ineens de fluit van een merel. Ik speur omhoog. Geen boom of ander stukje groen kan hem een schuilplaats bieden. Dan zie ik hem zitten. Bovenop de lantaarnpaal die de rotonde moet verlichten. Trots staat hij daar en zingt zijn najaarslied.

Geen gunstig moment om een loflied te zingen, maar ik bespeur in de zang het verlangen naar het voorjaar. Hij zingt door. De hoge tonen dringen zacht maar duidelijk door al het geraas van het verkeer heen. De merel zingt zijn lied. Een lied van verlangen en hoop. En ik hoor wat hij zingt: het komt allemaal goed. Maar nog even geduld.

Onafhankelijk #wot

image
Onafhankelijk of arbeider?

Onafhankelijk zie ik als het vrij zijn in doen en handelen. Of we zo onafhankelijk zijn als we weleens menen, betwijfel ik. We kleven aan deze aardbodem met heel ons hebben en houden. Een huis dat gebouwd lijkt op een hypotheek in plaats van een fundament. Een liefde waar je niet zonder kunt. Kinderen die hoe ouder ze worden, hoe afhankelijker van je lijken te worden. Het bankboekje dat altijd leger raakt.

De vaste (financiele) grond is voor mij de baan die ik heb. Als je die dan ook nog eens dreigt te verliezen, dan is het zwaar. Het voorspelbare wordt onvoorspelbaar. Het gemak van het leven, verandert in onzekerheid. Zo verdwijnt een fundament in de rompslomp.

Je kunt het zekerheid noemen. Mij ontbreekt eigenlijk de zekerheid sinds ik begon te werken in 2002. Geen vast contract en elk jaar weer die spanning waarin je maar moet hopen dat je nog een jaar respijt krijgt. Aan het einde van de 3 jaar is daar dan de beslissing. De economische situatie of een ander gebrek wordt er dan bijgehaald.

In 2005 ging het slecht met de krant – geen vast contract. In 2007 veranderde een afdeling – geen vast contract. In 2009 stopte de titel bij de uitgever – geen vast contract. In 2010 hing het van een opdracht af – geen vast contract. En nu hangt er weer een reorganisatie boven het hoofd – geen vast contract. Over mijn functioneren ging en gaat het niet.

Elke keer die spanning. Een huis, een gezin, een leven. Het draait er niet eens om of je functioneert. Het draait alleen om het contract. Tijdelijk kun je ruilen met tijdelijk. Een vast contract boezemt veel organisaties angst in. Iedereen blijft zitten waar hij zit. Alleen mensen met een tijdelijk contract wisselen van baan. Tijdelijk.

Daarom word ik altijd verdrietig van persberichten die spreken over ongedwongen ontslagen. Zelfs vakbonden lijken dit doel na te streven. Ze zijn er trots op dat alle mensen met een vast contract kunnen blijven. Dat tijdelijke contracten niet verlengd worden, zien ze als winst.

Iemand met een tijdelijk contract dat niet verlengd wordt, komt blijkbaar ‘ongedwongen’ zonder werk te zitten. Managers zeggen dan in een gesprek met een spijtig gezicht dat het nu eenmaal zo is. Een feit. Ik ben er afhankelijk van. De managers beschikken zelf over een vast contract.

Onafhankelijk thuiszitten omdat je werkeloos bent. Ik zie dat niet zo. Ik zie het vooral als een belasting. Werkeloos zijn wordt gezien als ‘profiteren’ door het grootste deel van Nederland. Het grootste deel dat al jaren naar hetzelfde werk gaat omdat het een vast contract heeft.

Daarom probeer ik mijn gedachten los te maken van het contract. Zo probeer ik onafhankelijk in het leven te staan. Mij heeft niemand. Ik ben niet in een contract te vangen. Leve de vrijheid. Soms lukt dat en dan voel ik me even onafhankelijk.

Maurice Ravel, Boudewijn Buch en George Gershwin

Op 23 november is het 10 jaar geleden dat Boudewijn Buch stierf. Getriggerd door een tweet bekeek ik vandaag een fragment van Pauw & Witteman. Het ging over Boudewijn Buch. Ze waren in gesprek met de biograaf Eva Rovers. Ze werkt een jaar aan de biografie en denkt nog een jaar of 3 nodig te hebben. Daarnaast waren ze in gesprek met bewonderaar Diederik van Vleuten.

Diederik van Vleuten heeft samen met pianist Jaap Stork een voorstelling gemaakt over Maurice Ravel. De openingstune van het programma De wereld van Boudewijn Buch is een fragment uit Ravels Pianoconcert in D.

Dit pianoconcert is ook bekend als het Pianoconcert voor de linkerhand. Ravel schreef het voor de pianist Paul Wittgenstein. Deze pianist was zijn rechterarm verloren in de Eerste Wereldoorlog en vroeg Ravel een pianoconcert voor hem te schrijven.

Geinspireerd door deze uitzending beluisterde ik weer eens het Pianoconcert in D van Maurice Ravel. Een prachtstuk. Dynamisch en met invloeden van ondermeer jazz. Ravel schreef het na reis naar Amerika. Het gaf zijn muziek een inspirerende impuls. Zo componeerde hij ook zijn beroemde Bolero in deze tijd.

In hoeverre Boudewijn Buch een bewonderaar was van Ravel, kan ik niet beoordelen. Hij zal waarschijnlijk getriggerd zijn door het boeiende verhaal eromheen. Jeugdvriend Paul Westgeest maakte samen met Boudewijn Buch in 1974 een reis naar Ravels geboorteplaats Cibourne. Westgeest doet van deze reis op een Vespa verslag in Cibourne Revisited, Een reisverslag.

De muziek van Maurice Ravel is heel inspirerend. Zeker ook voor organisten. Je komt dan terecht in de wereld van Gershwin, Alain en Poulenc. De vroege muziek van de laatste componist heeft veel verwantschap met de muziek van Ravel, al maakte hij deel uit van een ander gezelschap.

De organist Geert Bierling heeft een interessante cd gemaakt met muziek uit de jaren ’20. Naast de bekende Bolero (bewerkt voor orgel door Bierling), speelt hij werken van Gershwin, Vierne, Widor en Alain. De cd kreeg de veelzeggende titel: An American in Paris. Bierling refereert met zijn cd-titel naar het beroemde muziekstuk van Gershwin uit 1928, het jaar waarin hij kennismaakte met Ravel in New York.