Wifi repeater

Het bereik van de Wifi in huis is niet overal ideaal. Zeker sinds de router beneden staat, lukt het op zolder nauwelijks om op internet te komen. Laat op zolder nou net mijn bureau staan. Zodoende verlangde ik al een tijdje naar een versterker van de draadloze golven.

Bij de Aldi had ik er een keer eentje gevonden. Alleen vond ik hem alleen in het krantje. De Wifi repeaters waren al uitverkocht. Gelukkig werden ze weer aangeboden. Zodoende stond ik vlak na openingstijd bij de ingang. Er kwam al een jongen uit de winkel met een enorme computer. Hij werd gevolgd een oudere man met een groot computerscherm.

Zodoende rende ik naar de kassa en sloot aan in de rij. Als ze er zijn, dan zijn ze bij de kassa, heb ik ondertussen geleerd. De laatste aankoop was wat minder geslaagd. Het ging om een harde schijf van 1,5 Terrabyte die ik pas een jaar na aankoop aan de praat kreeg. Ook toen stond ik met openingstijd in de winkel.

De man voor mij haalde er 2. Ik vreesde dat ik naast het net zou vissen. Maar de cassiere pakte behendig 2 nieuwe exemplaren. ‘Die wil ik ook’, zei ik nadat de man had afgerekend. Naast de 2 Wifi repeaters ging hij er vandoor met een pakje schnitzels en een spitskooltje. ‘En de man achter mij, wil er volgens mij ook eentje.’

Ik hoorde de oudere man eerder bij de filiaalmanager vragen om een exemplaar. ‘Die liggen altijd bij de kassa, anders ben ik ze zo kwijt.’ Je bent ze sowieso snel kwijt, dacht ik toen. Nu knikte de man achter mij in de rij. ‘Ja, van hetzelfde’, zei hij.

De cassiere liet mijn exemplaar over de scanner gaan en legde het volgende op de loopband. De man greep het gretig vast. ‘Nee, meneer. Eerst afrekenen’, zei ze streng. ‘Dan mag u hem meenemen.’ ‘Ik wil hem heel graag’, antwoordde de man als excuus.

Ik ging naar huis met het ding. Helemaal blij. Het was me gelukt om een felbegeert artikel van de Aldi te pakken te krijgen. Ik wist niet dat het nu pas begon. Ik moest het ding nog zien in te stellen. Dat was een stuk lastiger dan ik verwachtte.

Allereerst beweerde de handleiding dat je via een kabeltje contact moest hebben met je router. Ik was een halfuur in de weer om op zolder een stopcontact te maken in de nabijheid van het computerdraad dat door ons huis van beneden naar boven loopt.

Daarna moest ik het ding zien in te stellen. Ik volgde netjes de handleiding omdat ik hem het signaal wilde laten versterken. Zodra ik het had ingesteld, beweerden computer en mobieltje dat er conflicterende IP-adressen actief waren. Dan de ‘bridge’-functie proberen. Ook dat hielp niet. Dan maar iets aanvinken, bedacht ik me.

Ik ontdekte dat de Wifi repeater ook zonder internetaansluiting via een draadje werkte. De conflicterende IP-adressen waren verholpen met het vinkje. Daarna zocht ik een ander plekje voor de repeater. Nu staat hij op de eerste verdieping in de buurt van een raam. Het draadloos netwerk beslaat nu het hele huis met dezelfde code.

Ik ben ontzettend blij. Nu hoef ik niet meer de router op de rugleuning van de bank te leggen als ik op zolder wil internetten.

Hoe smaakt in vensterbank gerijpte tomaat?

De herfst begon en de tomatenplant in de tuin kreeg vruchten. Te laat om nog te rijpen in de zon. De temperatuur was te laag om ze op natuurlijke wijze rood te krijgen. Daarom knipten we het trosje af en legden het op een schaaltje in de vensterbank.

De ervaring vorig jaar met het rijpen van de tomaten was niet zo positief. Het kleine tomaatje dat kwam, smaakte ontzettend melig. De tros tomaten van dit jaar bleef uit angst voor tegenvallers groen. Hoogstens bespeurden we dat de bleekgroene kleur van eerst misschien iets donkerder werd. Maar van rode tomaat was in de verste verte geen sprake.

Tot ze ineens verkleurden. Het begon met de grootste. Hij kreeg geleidelijk de kleur van een rijpe tomaat. Tot hij zondag ons met een gezond rode blos aankeek. Wat een kleur. Het beloofde veel goeds.

Omdat het de kweek van Doris is – zij heeft immers de zaadjes in de tuin geplant – mocht zij de tomaat aansnijden. Eerlijk deelde ze de vrucht. Zo proefde ik een frisse tomaat die beduidend beter smaakte dan het melige ding van vorig jaar. En het belooft nog wat te worden. Er liggen al meer rijpe tomaatjes op het schaaltje.

Gehackt

Het begon met een vreemde code vorige week maandag. Ik haalde het netjes weg. De plugins waren verdwenen. Er stond een raar tekstbestandje. ‘Het is zover’, zei ik tegen Inge. ‘Ik ben gehackt.’

Gehakt zou je van ze willen maken, die criminelen die je site overnemen. Hoe het veroorzaakt werd, was mij onduidelijk. Wel merkte ik dat het erg kwalijk was. Toen ik per ongeluk het tekstbetandje als widget plaatste, verscheen er een dreigend filmpje met een galg en werden er Arabische teksten voorgedragen.

Ik haalde alles weg, maakte een nieuw account in WordPress en ging onder een andere naam schrijven. Alle blogs zette ik over op mijn nieuwe naam. Hier moest ik wel een eind mee komen.

Ik dacht dat ik het euvel verholpen had, maar gistermorgen zag ik een andere tekst staan. Mijn titel was overgenomen. Nu moest het wat rigoreuzer. Ik maakte een backup en ging aan de slag met wat andere artikelen. Een nieuwe wp-settings erin, ik controleerde de wp-config op ‘hacktaal’, maakte weer een ander account aan en ging aan de slag met mijn plugins.

Het was opgelost, dacht ik. Alleen maakte ik een foutje. Bij het verwijderen van het account vergat ik aan te vinken alle artikelen op de nieuwe naam over te zetten. Ik ontdekte het, maar het was te laat. Ik kon de actie niet meer ongedaan maken.

Alles was weg! De backup kon ik niet meer herstellen. Ik had iets verkeerd gedaan. De nood was nu echt aan de man. Ik raakte in paniek. Alle data, 2200 blogs en meer dan 800 foto’s , waren verdwenen.

Ik toverde de artikelen terug via de backup vandaag. De foto’s lukten niet. Mijn provider neostrada heeft de foto’s weer prachtig hersteld. Daarna heb ik weer veel werk gemaakt van de beveiliging en nu hoop ik dat ze mij ongeroerd laten. In elk geval eerst een stevige backup draaien. Want data is ontzettend veel waard. Dat heb ik wel geleerd.

Op tijd

image

De ochtend is eerder opgestaan dan ik. De klok is een uur verschoven. De mensen leeft weer bij de tijd, de tijd van de natuur. Het voelt wakker. De wereld is bevroren. Op de houten brug ligt een dikke laag rijp. Op de lopen plekken is het gras wit. De bladeren liggen stijf op de grond. Ze ritselen niet meer onder de hondenpootjes, maar kraken zachtjes.

De zon verovert trots het bevroren landschap. Mijn schoenen glijden lichtjes over het asfalt. Ik pak het volgende bruggetje. Dikke wolken dampen uit het water op. De zon schijnt op de reling. De rijp dampt omhoog. Het is een schouwspel van vervliegende waterdamp. De damp vermengt zich met de dikke wolken uit het water.

Ik loop het laantje in. De zon schijnt door de kale takken. De bomen hebben al het blad verloren. Dan duik ik de hoek om en tuur het andere park in.

De zon schijnt op het bevroren gras. Mist wolkt omhoog. De nieuwe dag wint terrein. Het licht kleurt alle toonaarden. In het park begint een kleurensymfonie te spelen. Daar zet ik mijn treden in het witte gras. Vooruit dwars door de nachtvorst. Op weg naar een mooie dag.

Kamelen

kamelen onder snelwegviaduct

Het verkeer van de A1 raast boven ze op het viaduct. Ze staren dromerig voor zich uit. De poten liggen in elkaar geklapt als bij een klaptafeltje en rusten in het zand. Drie kamelen onder het troosteloze beton van de snelweg.

Ze zien de fietser niet voorbij rijden. Horen de auto’s niet meer boven hen razen. Ze turen de diepte in. De kaken malen trage rondjes. Ze herkauwen het maaltje van eerder vandaag.

Koude wind blaast over de bulten. De woestijn onder het viaduct doet ze dromen van de Sahara. De herfstwind verstoort die droom. Maar ze trekken er zich weinig van aan. De Sahara kan ook koud en donker zijn. Net als het koude zand onder het donkere viaduct.

zandweiland met kamelen

Alles raast door. Op zoek naar een bestemming. De zon kan niet eens bij de kamelen. Het maakt niet uit. De bulten wijzen fier en vol naar boven. Daar is niet veel voor nodig. Zelfs deze plek die niemand wil, is goed voor ze.

Krijsen, gillen en roepen

De meeuwen krijsen over het water. Een vrouw laat haar hond uit. Het beest holt meters voor haar uit de branding in. Een oude vrouw loopt haar tegemoet. Het dier vliegt blaffend op haar af en laat pootafdrukken in haar donkere jurk achter. De eigenaresse van de hond roept het dier.

De hond heeft lak aan de lokroep. Andere dingen lokken hem veel meer. Een jongen met een vlieger. Of een andere hond die angstig wegrent. Mij kan niks gebeuren. Zijn bazinnetje schalt zijn naam over het strand. Hij loopt weg. Weer de gil. Hij duikt op een andere hond die hem grommend begroet. Uitdagend rent het dier de branding in.

Aan de boulevard staat een oudere man. Hij kijkt naar de vrouw met de hond, schudt geergerd zijn hoofd. Achter hem begint een auto te gillen. Tandwiel schuurt op tandwiel. De man schrikt. Het petje op zijn hoofd schiet een eindje omhoog. Hij draait zich om en loopt gejaagd naar de auto.

Met een ruk trekt hij het portier open. ‘Je moet de koppeling laten opkomen als je hem in de versnelling zet’, schreeuwt de man. De vrouw achter het stuur kijkt hem hulpeloos aan. ‘Eerst de koppeling indrukken.’ De man buigt naar voren en wijst naar de voeten van de vrouw. Hij maakt een schakelbeweging met zijn hand. ‘Dan de versnelling, dan koppeling laten opkomen.’

Hij smijt het portier dicht. De auto gilt opnieuw. ‘Je snapt het gewoon niet’, schreeuwt de man moedeloos. De vrouw gebaart met haar armen omhoog. De auto maakt nu helemaal geen geluid meer. De man loopt geirriteerd weg. Dan wordt hij tegengehouden. Voor hem staat een hond te blaffen. Hij roept iets naar de vrouw beneden op het strand.

Dan ineens begint de motor van de auto te draaien. De vrouw schakelt, laat de koppeling opkomen en rijdt weg. Haar man staat voor paf. Hij kijkt de auto na terwijl de hond tegen hem blaft. Achter hen gilt het bazinnetje moedeloos. Wie weet luistert haar hond ook een keer.

Kroamschudd'n

In Twente noemen ze het kroamschudd’n. En dat hebben wij gedaan. We zijn op kraamvisite geweest bij facebook-vriendin Diana. Haar ruwhaar teckel Dena heeft 3 weken geleden 6 prachtige puppies gebaard. De foto’s waren zo verleidelijk dat we zijn gaan kijken. En wat zijn het een schatjes.

Dan kun je bijna niet voorstellen dat Teuntje en Saartje een jaar geleden nog niet eens geboren waren. Er is sindsdien veel veranderd. Er lopen nu 2 bijna volwassen teckels in huis rond. En dan vergeet je snel dat ze ook zo klein zijn geweest. De puppies van Dena kropen nog traag. Ze stonden wankel op de pootjes en piepten nog zachtjes.

Die kleine hondjes zijn ongelooflijk vertederend. Er moest er eentje poepen en zelfs dat kreeg iets liefs. Het beestje wankelde op zijn achterpootjes en perste met moeite het drolletje eruit. Zo verandert een vieze aangelegenheid in iets schattigs.

Ik kon het niet nalaten er eentje vast te houden. Ook redde ik het hondje Odin. Hij verstopte zich onder de bench en durfde er niet meer onder uit. Zo hield ik het reutje eventjes in de hand vast. Wat ruiken ze lekker en kijken ze schattig.

De zachte lijfjes en de onbeholpen bewegingen. Ze deden mijn hart smelten. Bijna wilde ik er eentje meenemen. Zo lief en schattig. Ik was helemaal verliefd. Gelukkig weet ik ook wel dat je niet elke hond die je ziet, kunt meenemen.

Zodoende gingen we zonder een nieuwe aankoop naar huis. Maar wel met de ervaring van die lieve hondjes. Want ze zijn geweldig! En ik heb mij laten vertellen dat er nog een paar beschikbaar zijn…

Update

Doris maakte enkele filmpjes van de hondjes. Ze heeft samen met mij een mooie samenvatting gemaakt waarover ze een tekst heeft ingesproken.

Vreemdganger

Ze komt van verre al aangewaggeld. Een brede jas strak en breed tegelijk rond haar lijf gespannen. Het bruin steekt treurig af tegen de grijze lucht erom heen. Een boot vaart in het kanaal evenwijdig aan de weg en haalt een fietser in. De golven rollen achter het bootje en breken tegen de metalen kade.

Ik ga naar binnen, snuffel wat tussen de boeken. De stapel Dickens ziet er veelbelovend uit. Ik vermaak mij de laatste tijd met de Schetsen van Boz. Hoe een beginnend schrijver zich tegoed doet aan schetsen uit het dagelijks leven. Zelfs een ballonvaart of de koetsjes op het plein zijn de moeite waard voor een verhaal.

Ik vind 2 titels die ik nog niet heb. Het tweede deel van het Grauwe huis en het eerste deel van de biografie van Foster. In een bundel essay’s die ik van een andere plank trek, zegt Vestdijk dat Bleak Haus de mooiste roman van Dickens is. Ik speur verder en vind dingen die ik langere tijd al zoek. Soms voor iemand anders.

Als ik bij de achterste kast sta, hoor ik stemmen. ‘Ik ben bij hem weg’, zegt een vrouwenstem. ‘Hij ging vreemd.’ Mijn vingers glijden langs de titels. Erotische verhalen van Heeresma. Achter de kast klinkt het geluid van klerenhangers. Ze tikken tegen elkaar.

Ik loer om het hoekje. Een vrouw hangt een bloesje aan een klerenhanger. Ze luistert aandachtig naar de vrouw die haar vriend heeft verlaten. Ik kan haar niet zien, de boekenkast staat voor haar. ‘Hij ging vreemd en ik moest steeds huilen. Daarom zijn we uit elkaar gegaan.’

Ze doet een stap naar voren. Ik zie de vrouw die langs het kanaal waggelde. Het koord van haar jas zit strakgeknoopt om haar middel. Het maakt haar dikker dan ze is. De wallen onder haar ogen vormen dikke gootjes om de tranen naar beneden te geleiden. De vrouw die luistert, hangt het bloesje op. ‘Weet je Jeanette’, zegt ze. ‘Je moet de volgende keer gewoon een Nederlandse vriend zoeken. Niks kwaad over buitenlanders, maar ze zijn anders.’

De vrouw met het koord om haar middel, buigt treurig voorover. De bloesjessorteerder kijkt haar aan. ‘Mijn moeder had het getroffen met mijn vader. Maar de meeste die ik ken, zijn niet zo. Zoek gewoon een Nederlandse vriend. Dat is veel beter voor je.’ Ze pakt een nieuw bloesje van de tafel en houdt het tegen het licht van het raam.

Een boekenrug kijkt me verleidelijk aan. Ik trek het boek uit de kast en blader het door. Als ik opkijk, is de vrouw met de jas verdwenen. De vrouw bij het raam pakt een nieuw bloesje en houdt het tegen het licht. Ik zet het boek terug in de kast en stap een kast terug voor een ander verhaal.

Waterlandse bos

Ik loop door het bos waar ik 2 maanden geleden fietste. Naast elkaar, de laatste etappe op weg naar huis. De zon schijnt nu op een laag pitje. Wij reden in de zomerhitte. De zon brandde op mijn armen. Bij het bankje in het open veld stopten we om ons extra in te smeren tegen de felle zon.

Nu piepen de stralen bedeesd door de bomen. De bladerrijke kruinen van toen zijn nu kalend. De groene bladeren zijn veranderd in tinten geel, rood en bruin. Het licht valt alsof het even nagedacht heeft. De lichtstralen kun je bijna afzonderlijk waarnemen als je goed kijkt.

Ik haal een fietsend gezin in. Vader rijdt voorop. De zoon hangt vast aan de bagagedrager met een touw. Hij laat zich op zijn skeelers voorttrekken. Moeder rijdt erachter. Haar opgevallen jas wappert mee op de wind als de manen van een paard.

Ik ren er voorbij. Kom langs het bankje waar we 2 maanden terug stopten om ons nog even in te smeren tegen de warme zon. Nek, schouders en armen kregen een extra laag olie. De zoon maakt zich los van het touw. Met grote slagen hoor ik hem over het asfalt roetsjen.

De bochten door denk ik aan de rekensommen die ik haar gaf. Optellen boven de 20. En daarna aftrekken. Nu rekent ze in tafels. Hoeveel je leert in een paar maanden tijd. Ik ga de bocht om. Vader en moeder maken weer tempo. Moeder voorop, vader erachter. De zoon heeft zijn touw weer gepakt. Ze rijden mij voorbij.

Het bruggetje, het kasteel. Bijna thuis dacht ik toen. Trots dat we zo’n goed team vormden. Opgelucht dat het allemaal zo goed ging. Nu geniet ik van de zonnestralen. De kracht is verminderd. Een klein stukje van die zomer glimlacht naar mij. Achter de familie aan naar het Weerwater, naar huis.

Erkemederstrand

We zijn naar het Erkemederstrand geweest met de honden. Ik was nog een beetje gespannen. Teuntje smeert hem nog weleens als ze los is. Er waren veel honden op het strand. Geen wonder, het was zondagmorgen en dan willen de baasjes graag met hun hond op pad.

Het is een heerlijk strand waar de honden ongegeneerd konden ravotten en achter elkaar aanrennen. We waren niet alleen. Een vriendin en vriendinnetje met hond reden met ons mee.

De meiden wilden gelijk pootjebaden in het koude water. Teuntje en Saartje werden nieuwsgierig en stapten voorzichtig ook in het water. We kennen ze niet als echt waterminnend. Met de zomerhitte weigerden ze om te gaan staan in het badje.

Nu stonden ze al snel tot hun borst in het water. En even later zwom Saartje zelfs een stukje. Ze werd gevolgd door Teuntje die zich ook manifesteerde als een goede zwemmer. Het staartje zwiepte zelfs over het water als een waterrad dat haar vooruit hielp.