Zie de maan schijnt

Ik haal haar op de fiets op en rij direct van het station naar de bso. Schoenen aan, jas aan en de spullen uit het bakje. Er duikt een schrift en een tekening op. Het tasje met de lege drinkbeker en broodtrommel bengelt aan mijn arm.

De lampjes op de fiets knipperen nog. Ik til haar op de bagagedrager. Ze klemt haar voeten precies over de fietstassen heen. Ze houdt zich goed vast. Mijn rugtas drukt net niet tegen haar gezicht.

Ik fiets ze tuurt tussen de bomen en ziet de maan in de schemering opkomen. ‘Zie de maan schijnt door de bomen’, zingt ze enthousiast. De moeilijke zin van de makkers die hun wild geraas moeten staken, is lastig maar komt er toch uit. Nog een paar dagen en dan is het heerlijk avondje.

Hardlopen in het donker is leuk

Hardlopen in het donker vinden veel hardlopers niet leuk. Ze rennen een beetje in het pikkedonker door een landschap die ze niet zien. In de herfst- en wintermaanden is hardlopen sowieso een beproeving. Je wilt je conditie toch een beetje op peil houden, maar leuk is een ander woord.

Ook biedt de kou weinig inspiratie voor de hardloper. Als het dan ook nog eens vriest en de paden spekglad zijn, is het gauw afgelopen.

Toch is het erg lekker om in het donker te hollen. Zo liep ik laatst op het moment van zonsondergang mijn rondje door het Kromslootpark. De schapen keken verbaasd in mijn richting. Ik had het mijnwerkerslampje op mijn hoofd geklemd en liep door het vallende duister. De zonsondergang tegemoet.

De kleuren vermengden zich prachtig en verschoven langzaam in het donkerblauw van de avond. De koude lucht blies tegen mijn lichaam. In volstrekte eenzaamheid liep ik daar in het duister. Sommige vrouwen vinden het eng om te hardlopen in het donker. Ze zijn bang verkracht te worden. Een vreemde angst. Ook omdat ik niemand tegenkwam. En mannen hoeven blijkbaar niet bang te zijn voor verkrachters.

Voor mij doken niet plotseling vrouwen op die hun jas open ventten. Alleen verschenen 3 reeën tegen de bosrand in de avondschemering. En ik hoorde heel even niets. Helemaal niets. En ik zag verder niets. Alleen de koude novemberavond.

Konijn begraven

image

Langs de spoordijk staan een man en een meisje. Het is donker. Onder het schijnsel van de straatlantaarn zijn ze met iets bezig. Ik vraag me af wat de 2 daar doen. Zo aan de kant van het fietspad in het duister. Brommers en fietsers passeren het tweetal in de vaart van de forens op weg naar zijn boerenkool met worst.

Ik passeer het tweetal. Het is een vader met zijn dochter. Vader is in de weer met een schep. Dochter kijkt er enigszins bedremmeld bij. Het donker maakt het moeilijk om een emotie te zien. ‘We begraven het konijn’, zegt de vader tegen mij. Hij steekt de spade in de grond en gooit wat zand over het gat.

Hier ligt een konijn begraven. Een spitstrein dendert over de spoordijk in de richting van Almere Centrum. Brommers jakkeren mij tegemoet en schijnen een vluchtig schijnsel over het graf. Vader en dochter taaien af. Zoals hoort bij een begrafenis. Nog verdrietig van het begraven, keren ze terug in de jachtige wereld van de avondspits.

Canto ostinato in boekwinkel

image

De Canto ostinato temidden van boeken. Het klinkt als 2 paradijselijke genoegens bij elkaar. Ik mocht het vanmiddag meemaken in boekhandel Selexyz Scheltema in Almere.

Het iniatief van een stel liefhebbers kreeg erg veel belangstelling. Sommige mensen kwamen bewust even langs. Anderen lieten zich erdoor overvallen. ‘Ik moet eigenlijk weg, maar het lukt me niet’, zei een luisteraar tegen mij. Hij was veranderd van een boekkoper in een luisteraar.

De muziek van Simeon ten Holt doet dat met je. ‘Het stuk grijpt je of grijpt je niet’, zei kenner Jeroen van Veen laatst tegen mij. Een andere weg is er niet. Dat heb ik vanmiddag bij de boekhandel wel gemerkt. Het geroezemoes, het winkelalarm en kinderen die hun moeder roepen. Het maakt allemaal niet uit. Je wordt meegenomen door de muziek.

Vandaag gebeurde het in estafettevorm. De 4 piano’s werden afwisselend door in totaal 14 pianisten bespeeld. Daar waren 6 zaterdagen repeteren in de Kunstlinie voor nodig op liefst 8 piano’s. Sommige pianisten hadden dit stuk namelijk nog nooit gespeeld. Ook speelden professionals en amateurs door elkaar. Het resultaat was niet altijd zuiver en het tempo mocht van mij een tikkeltje hoger. Toch vond ik het een mooie uitvoering. Zeker voor een onschuldige middag winkelen.

Opnieuw werd ik bevangen door de tonen, akkoorden en ook de melodie. Het greep niet iedereen, sommige mensen vluchtten de boekwinkel uit. Maar de hoeveelheid publiek dat bleef zitten, was ongekend.

V&D
‘Verschrikkelijk, wanneer is het nou afgelopen? Het gaat maar door.’ Een verkoopster van de bovengelegen V&D liet haar collega haar mening ongezouten weten. Haar collega vond het echter prachtig. ‘Maar met de muziek in de winkel erbij’, probeerde de medewerkster nog. ‘Toch vind ik het mooi’, antwoordde ze zeker.

De meneer die eigenlijk wat anders te doen had, liep even weg voor zijn afspraak en kwam een halfuurtje later weer terug. Gegrepen door de muziek. En weet je wat het leukste is: luisteren en gelijk bladeren in het boek. Het is dan net of een engeltje je ogen en oren tegelijk kust.

Leeslampje

image

In de schoen van school vond ze een leeslampje. Een mooi cadeau natuurlijk van Sinterklaas. Ze leert net lezen en krijgt dan een leeslampje in haar schoen. Nu is het spannende natuurlijk om zelf in het pikkedonker te gaan lezen. Alleen het leeslampje aan en het boek op schoot.

Vanavond mocht ze het proberen. En ik dacht terug aan mijn uren met het boek half onder de dekens gekropen. Het lampje aan. Als de deur beneden open ging moest het licht zo snel mogelijk uit. Meestal was ik op tijd, maar soms te laat. Zo vond mijn moeder mij een keer tegen 10 uur.

Ik moest een week vroeg naar bed, zonder boek. Vooral het laatste was een straf.

Verzameld werk en radio’s

image

Er zijn van die momenten dat ik droom. Het verzameld werk van Karel van het Reve bijvoorbeeld. Of alles van Maarten Biesheuvel. Hotz, ook zo eentje. Dan ga ik naar de bieb en haal de delen. Zo hoop ik ze te bezitten. Letter voor letter.

Je hoeft niet iets te hebben om het te bezitten. Net als dat je verliefd kunt zijn op iemand zonder dat hij of zij het weet. De letters slurp ik op in de hoop ze te bezitten. Zoals het stukje van Karel van het Reve dat de naam ‘De avonden’ heeft. Het is een niemendalletje, ergens getypt en gevonden door de verzamelaar van het verzameld werk.

Iedereen legt de associatie met het beroemde boek van zijn broer Gerard. Hier vertelt Karel dat hij niet naar de film over het boek gaat kijken. ‘Het leek me erg eng om naar een film te kijken waarin een stel acteurs je vader en je moeder en je broer en jezelf spelen.’ (VW 6, 601)

Op basis van 2 fragmenten vindt hij overigens dat de film weinig overeenkomt met de werkelijkheid: ‘Daarin gedroeg Frits van Egters, de hoofdpersoon, zich tegen zijn ouders op een manier die veel ruwer was dan de manier waarop Frits van Egters zich in het boek gedraagt, en ook veel ruwer dan Gerard zich destijds tegen zijn ouder gedroeg.’ (601)

Dat is nog niet het ergste. De radio die in de film wordt gebruikt komt absoluut niet overeen met de radio in huize Van het Reve rond 1946. Vervolgens verhaalt Karel niet meer over de film of over het boek maar over de radio. Hij vertelt dat ze de radio in de oorlog geruild hebben met tante Femia.

Zij zou zeker haar radio bij de Duitsers inleveren, daarom kon tante beter hun oude exemplaar inleveren dan haar dure. Zodoende fietsten ze hartje oorlog 2 keer door Amsterdam met een radio achterop de fiets. En niemand viel dat op, schrijft Van het Reve: ‘er liepen toen heel wat mensen met radiotoestellen over straat – op weg naar de plaatsen waar je die toestellen moest inleveren.’ (602)

Zodoende leverde de oorlog een voordeel op voor de familie Van het Reve. Een van de armste families van Amsterdam kon zo met een dure radio naar de BBC luisteren. Met hun oude toestel konden ze radio Oranje niet ontvangen. Ze waren zo gewend aan de BBC dat ze met het nieuwe apparaat nooit aan radio Oranje zijn toegekomen.

Afgedwaald

Hij zit een rij banken verderop in de trein van Amsterdam-Zuid naar Almere. Een grote koffer staat rechtop naast hem. Daar kan niemand meer bij komen zitten. En dat in een drukke forenzentrein. Hij staart voor zich uit.  Afgedwaald door gedachten en de verse reis. Maar bijna zijn einddoel naderend.

Grijze haren, ouderwetse bril eveneens grijze sik. Op zijn hoofd draagt hij zo’n arbeiderspet die Van der Lubbe onsterfelijk heeft gemaakt. Zijn mond prevelt in de richting waar hij naar tuurt. Over het water. Als de vermoeide reiziger die al iets te lang alleen verkeert. Of hij verkeert in staat van gebed. Dat kan natuurlijk ook.

Ineens maakt hij zich los van zijn gebed. Hij schuift zijn bankrij uit en loopt op mij af. Heb ik weer. ‘Do you speak English?’ Ik knik aarzeldend. ‘May I ask you something?’ Opnieuw knik ik. Het licht er wel helemaal aan wat voor een vraag hij heeft natuurlijk. Of het volgend station ‘Central station’ is? Ik vraag hem wat hij bedoelt: Amsterdam Centraal? Hij knikt. ‘Dan zit u in de verkeerde trein’, antwoordt ik.

Ik probeer uit te leggen dat hij op Almere moet overstappen naar het andere perron. Hij baalt, slaat met zijn handen woest in de lucht en mompelt wat in zijn knauwerige Engels. ‘Don’t shoot the messenger’, denk ik. Maar hij laat me verder met rust en bedankt me zelfs met een kort knikje.

Hij trekt prevelend de zware koffer tussen de banken vandaan. De koffer draagt hij voor zich uit het gangpad door. Ik zie hoe hij van de trap stommelt om op de galerij uit te komen. Op het station help ik hem de weg naar de lift en wijs naar het andere perron (platform). Dan scheiden onze wegen zich. Ik naar huis. Hij verder op weg naar het doel waar hij even van afgedwaald was.

Stel geiten

Ze lachen. Dat ze eigenlijk de leeftijd van de giechelmeisjes voorbij zijn, deert ze niet. ‘Ja, dan moeten we altijd zo lachen’, vertelt het ene oude meisje aan de andere. Ze heeft zelfs de kleurspoeling uit haar haren laten groeien. Ze kletsen over een uitje die de grijze dame onlangs maakte met haar vriendinnen.

‘Ik kan er ook niets aan doen.’ De andere vrouw knikt. Ze grinnikt er een beetje schaapachtig bij. Het is nog te vroeg om in zo’n lach te gaan. ‘Ik schaam me er ook voor’, vervolgt haar vriendin. ‘Op een gegeven moment is het net een stel van die geiten, dan begint er eentje en dan gaat dat maar door.’

Ik hoor het rumoer van de grijze meiden. Eentje begint te lachen en een golf van meelachers breekt los. De mensen om hen heen kunnen nog zo geërgerd opkijken, het lachen wordt niet minder. Ze gaan er juist meer van lachen. Schaamte verandert in hard giechelen. Net zo onzeker als 40 of 50 jaar eerder. Maar omdat ze samenzijn mag het.

Inderdaad een stel geiten.

Lezen zonder boekenkast

image

Ze schuifelen tussen de boekenkasten. ‘Kijk’, zegt de ene vrouw tegen de andere. ‘Dat is een leuk boek.’ De andere begint te zuchten. ‘Leuk hoor, maar wat moet ik met al die boeken. Ik heb niet eens een boekenkast.’ ‘Je hebt gelijk’, zucht de andere mee. ‘Ik heb ook zo’n stapel. Wat moet je ermee?’

Ze schuifelen verder zonder nog een boek aan te raken. Ik vraag me af hoe je nu kunt leven zonder een boekenkast en boeken. Alsof je je eten naar binnen moet werken rechtstreeks uit de pan. Of naar het toilet moet terwijl het toiletpapier op is. Lezen is niet een luxe, het is een noodzaak.

Het hoekje met erotica grinnikt naar me en geeft me een verleidelijke knipoog. Ik loop snel verder. Tussen noodzaak en noodzaak zit een wereld van verschil.

Lekke band plakken

Banden plakken in het schuurtje in november

Een goede week rijd ik op mijn gloednieuwe achterband van 35 euro. Als ik op de terugweg de rest waarschuw voor het rondzwervende glas op het fietspad, krijg ik een compliment. ‘Je band valt echt op ten opzichte van de rest.’ ‘Ik moet oppassen’, grap ik. ‘Hij begint er te mooi uit te zien.’

Ik snap niet waarom mensen moedwillig bierflesjes of ander glaswerk moeten gooien op het fietspad. Een waar spijkerbed van glas weerhoudt zo de fietser zijn weg. Zouden het de leeglopende banden zijn waar de hangjongeren plezier aan beleven? Het idee van die hardwerkende vader die in de regen op weg naar huis fiets. Eindelijk bijna op de helft, verzucht hij, verlangend naar de zuurkool met worst. In gedachten snijdt hij al de speklap in stukken. De zuurkooldamp kriebelt zijn neusgaten binnen. En pffft, daar loopt zijn band leeg. Lees verder Lekke band plakken