Wintertijd

image

Een lege trein. Het is wintertijd, een uur later. De tijd in de trein lijkt alsof iedereen een uur eerder de trein genomen heeft. De trein rijdt op tijd. Alle ruimte voor het krantje, de tas en de voeten.

Het is wel even stil als altijd. De krantjes ritselen op de maat van de trein. De rails glijdt als nooit tevoren. Er staat: ICT-fraude op Windesheim, kamervragen om olifant in greppel, een stel Albanezen rond een standbeeld en man slaapt week in busje voor kavel op Zelfbouwmarkt Strand West. Over de zombies op de foto’s heb ik het niet.

En ineens begrijp ik waarom Halloween en de wintertijd samenvallen: de tijd verwart zo dat je je snel een zombie voelt. Verkleden is dan geen grote stap.

De smaak van het tomaatje

Dan is het moment daar: het verorberen van het rode tomaatje.  Een blogje waard. Na de bijzondere oogst en rijping, is het tijd voor het nuttigen van de eigen oogst. Een moment waar we ons alledrie op hebben verheugd en waar we echt even voor gaan zitten.

We sluiten onze lunch af met het eten van het tomaatje. De oogst waar we een natte zomer op hebben gewacht. Veel is er niet voor ons drieën. De smaak van de eigen oogst doet de kleine hoeveelheid snel vergeten. Dat is het idee tenminste.

Ik krijg mijn part en neem een voorzichtige hap. Teleurstelling mengt zich met mijn smaakpapil. Ik hap in een melig stuk groente dat in de verste verte niet smaakt naar het tomaatje dat het leek te zijn. Niks geen vlezigheid of frisheid. Maar de meligheid van een stuk groente dat het zwaar heeft gehad deze zomer.

En eerlijk gezegd kan ik het best begrijpen.

Vurrukkulluk en de houten dief

image

Net als de rest van Nederland lees ik Het leven is vurrukkulluk van Remco Campert. Een vrolijk boek met veel kul en cult. Op bladzijde 83 lees ik het volgende als de grijsaard bestolen wordt en erachter komt dat de 200 gulden uit zijn sokken zijn gejat:

‘Houten dief’, riep hij uit, maar zijn oude, door de jaren gehavende stem droeg niet ver. ‘Houten dief!’

Een grappig woordgrapje. Het komt me bekend voor. Zeker als ik diezelfde avond hetzelfde lees. Maar dan in Jip en Janneke. Het verhaal heeft de titel ‘Diefje spelen’. Janneke is de dief:

‘Ik ben een dief!’ gilt ze. ‘Ik ben een hou-te dief!’

Ik vraag me af wie het eerst was met de houten dief. Voorin de dikke Jip en Janneke staat dat de avonturen van de 2 kleuters tussen 1952 en 1957 wekelijks in Het Parool verschenen. Het leven is vurrukkulluk kwam in 1961 uit.

Remco Campert is niet de enige die met taal kan jongleren. Annie M.G. Schmidt heeft hem misschien onbewust beïnvloed. Maar om nu te zeggen dat hij de houten dief van haar gestolen heeft…

Rood tomaatje

We hebben het tomaatje geplukt en op de fruitschaal gelegd. Ik las het een paar weken geleden in een berichtje op de telefoon. Mijn 2 meiden wilden het enige tomaatje aan de tomatenplant rood krijgen. De laatste warme dagen waren geweest. Inge vond op internet een stukje over het rijpen van onrijpe tomaten aan het einde van het seizoen. Dat verhaal van het tomaatje wordt vervolgd, zei ze er trefzeker bij.

Voor een blog moet je heel wat over hebben. Het rijpen van een tomaatje in november vraagt om de nodige aandacht en liefde. Met het tomaatje op de fruitschaal gebeurde weinig. Daarom legden we het in de vensterbank. Zo kon de novemberzon misschien wel de groene tomaat rood krijgen.

Heel langzaam veranderde het groen in een iets rijpere kleur. Tot we hem van de vensterbank konden halen: een heuse rode tomaat tuurde begeerlijk de woonkamer in. Al bedriegt het beeld, het ding is niet veel groter dan 1,5 centimeter in doorsnee. Dat belooft dus een muizenhapje voor ons alledrie. Een muizenhapje van ons rood tomaatje. Hoe een natte zomer veranderd is in een zonnige oogst.

Nieuwe Meppelbrug

Een paar weken terug was een stukje van mijn route van station naar huis ineens afgezet. Ik moest omrijden. De reden werd mij pas later duidelijk: de Meppelbrug werd vervangen.

Het kostte mij een eindje omrijden en een paar keer verkeerd rijden. De oversteek over het water is zo ingesleten dat ik hem herhaaldelijk wilde nemen. Ik snapte de vernieuwing niet helemaal. De oude voldeed prima. Misschien lag er af en een plank los, maar over het algemeen had ik er weinig hinder van.

Vrijdag was het werk aan de brug klaar, waardoor ik zaterdagochtend bij de boodschappen de brug aarzelend nam. Ik was sneller boven dan ik gewend was. De brug is minder steil dan de vorige. Ook wiebelde de nieuwe brug niet zo sterk als de oude.

Gisteren op weg naar huis nam ik hem nog een keertje. En wat rijdt hij heerlijk. Ik genoot van de meters over het water. Het dek ligt stevig en betrouwbaar. Voor het eerst had ik in de gaten waarom de brug vernieuwd moest worden. Daarna stopte ik even om de nieuwe brug te bekijken. Hier is een mooi stukje werk geleverd bedacht ik mij in de zon van de namiddag.

Breien

De kinderen drijven met hun koppies net boven het wateroppervlak. Het enige bankje in de kijkruimte zit vol met 4 ouders. Op het hoekje zit een moeder met een lange sjaal om haar nek.

De sjaal loopt langs haar nek en valt op schoot. Het puntje van de sjaal eindigt tussen 2 breinaalden. Ze is aan het breien terwijl haar kind zwemt. De naalden tikken om de bijzondere wol. Ze vormen samen een wilde sjaal van losse pluimen.

‘Goh, u bent aan het breien’, zegt een moeder die het nu ook opvalt. ‘Dat zie je meer’, vervolgt ze. ‘Ik kan alleen recht toe recht aan breien.’ De breister knikt. ‘Ik ook, maar dit is anders.’ Ze trekt de synthetische draad recht. Overal steken plukken en draadjes uit. Zo vormt zich de losse sjaal.

De naalden tikken en hechten weer een nieuwe baan. ‘Ik ben hier na de zomervakantie mee begonnen.’ ‘Met deze sjaal?’ ‘Nee, met dit materiaal. Ik heb er al eentje in deze kleur en een roze voor haar.’ Ze wijst naar het zwemwater waar haar dochter spartelt. De andere vrouw knikt en draait zich om.

De naalden tikken of er niks aan de hand is.

Herinnerd verleden

image

Ze vroeg wanneer de intocht van Sinterklaas is. Ik vertelde dat dat nog even duurt. Dat is pas over 3 weken. Ik rekende snel en bedacht dat dit rond 14 november zou zijn. De verjaardag van mijn opa.

Gelijk vertelde ik het verhaal dat wij vroeger altijd naar de intocht van Sinterklaas keken bij opa en oma. Het was altijd rond opa’s verjaardag. ‘Dan gingen we naar een vriendin van oma, want die had een kleurentelevisie. Zo zagen we Sinterklaas in kleur.’

Het ging nu erover dat televisies in vroeger tijd alleen zwart en wit uitzonden. ‘Vroeger hadden we een witte televisie’, wist Doris te vertellen. Een eigenaardig weetje voor een kind van 6 over een televisie van toen ze 3 jaar was. Ik vertelde dat die kapot ging. ‘Ja’, bevestigde ze. ‘De televisie was ineens geel.’

Hoe scherp de herinnering kan zijn en hoeveel een kind van 3 jaar meekrijgt. Ik verbaasde mij erover. Ergens in zo’n jong brein klitten hersencellen samen en vormen een herinnering. Als je daar dan zo over praat, vormt het een gedeelde herinnering. Want zonder dat we er erg in hadden vertelden we over de televisie, het oude vrouwtje uit Huizen en de 50 euro die het toestel kostte.

Inferieure tandwielen

Gisteren bij het fietsen in het park, gebeurde het. De fiets trapte door. Hij deed dat in elke versnelling. En ik dacht terug aan het fietstochtje naar Amsterdam, 3 weken geleden.

Op de terugweg bij Muiderberg had zich mijn snelbinder tussen het wiel gewrongen. Ik schrok, de fiets kreeg ik niet meer voor of achteruit. Muurvast stond hij. Ik moest heel goed kijken om het probleem te ontdekken. Nadat het elastiek losgetrokken was, reed mijn fiets weer verder.

Gisteren ging hij vooralsnog stuk. Ik moest kracht zetten om een bruggetje over te komen. Gelijk trapte hij door en ik kreeg geen grip meer. De fiets was kapot. Dat gaat veel geld kosten, dacht ik. Lees verder Inferieure tandwielen

Slakken

Het was een slecht jaar voor slakken. Het warme voorjaar zette de toon. Een natte zomer mocht niet meer baten. Deze conclusie is op basis van het aantal slakkenkorrels dat verkocht is.

Ik kan niet beoordelen of het nu een minder jaar was voor de slakken. In mijn beleving waren er evenveel slakken als altijd. Lag het fietspad bezaaid met slakken als het een dag geregend had. Ook liepen er veel kleintjes rond. Zelfs in de Gingko trof ik zojuist nog een dikke slak aan.

Dan denk ik terug aan de merel die een dikke naaktslak oppeuzelt. Doris die een baby-slakje op haar hand laat kruipen. Of het verhaal van de kinderen in de natuur die zo een naaktslak in andermans hand drukken.

Voordringen

image

De rijen in de supermarkt zijn deze zaterdagmorgen dubbel zo lang. De hoeveelheid boodschappen die de klanten op de loopband leggen, dubbel zoveel. De paden mogen dan geschikt zijn om met 2 wagentjes elkaar te passeren, het is onmogelijk de kassa van een zijpad te bereiken.

Zeker nu het pad ingenomen wordt door een vrouw in een invalidenwagen. Ze neemt alle ruimte in zodat ik niet meer in de rij kan aansluiten. Vergeefs wacht ik in de hoop dat de vrouw haar draai weet te maken en ik haar ook kan passeren.

Dan loopt een man mij voorbij. Achter hem trekt hij een blauw karretje met de boodschappen erin. Hij passeert de vrouw in de invalidenwagen en legt zijn boodschappen op de transportband. Met verbazing zie ik dit aan. Je kunt toch niet zomaar een invalide passeren en je spullen op de band leggen?

De vrouw taait af en rijdt met haar wagen de winkel weer in. Bij de chocoladerepen staat ze heel lang stil. Ze hangt half uit de kar om een reep uit de doos te trekken. Ik kan inmiddels mijn draai maken en sluit aan in de andere rij. De voordringer heeft al zijn spullen al op de band kunnen leggen.

Niemand zegt een woord, maar ik vind het schandalig. Al snap ik niet waarom de invalide vrouw niet iets van deze voordringerij heeft gezegd. Ik wacht rustig tot de band in mijn bereik kom en ik er mijn boodschappen op kan leggen. Als ik druk aan het uitpakken ben, passeert het invalidenwagentje mij weer. Dit keer van de andere kant. De vrouw rijdt tot de voordringer en geeft hem de chocoladereep.

Zo kun je dus ook voordringen, denk ik als ik mijn laatste pak melk op de band leg en het plankje voor de volgende klaarleg. En ik vraag mij af welke manier van voordringen het eerlijkste is. Een invalide laten wachten en het plekje innemen of een invalide passeren en het plekje innemen…