Huizenmarkt op slot

In de huizenmarkt is elke onrust een onrust teveel. Dat toont dat de kritiekcrisis misschien voorbij is, de naschokken trillen nog altijd na. Zo hoorde ik vanmorgen 2 vrouwen in de trein praten over de verkoop van een huis in Lelystad. De ene vrouw wilde haar huis verkopen, maar dat lukte met geen mogelijkheid.

Volgens de vrouw nemen makelaars geen huizen meer in die wijk aan. Er staan al 50 woningen te koop in dat kleine wijkje. Makelaars willen niet meer. ‘We raken het aan de straatstenen niet kwijt’, zeggen ze. ‘We hoeven het niet.’

Een vreemde ontwikkeling natuurlijk. Je vraagt iemand die gespecialiseerd is in het verkopen van huizen om je huis te verkopen. Hij zegt dat het onverkoopbaar is, terwijl hij zelfs een drol zou moeten kunnen verkopen. Niemand hoeft een huis, lijkt het. De angst zit er goed in.

Nu het kabinet twijfelt over het afschaffen van de overdrachtsbelasting, zorgt dat voor genoeg onduidelijkheid onder huizenkopers om een koop even uit te stellen. Ik geloof zelf dat verhaal dat niemand een huis wil kopen niet zo. Ik denk meer dat het ligt aan een situatie en omstandigheden. Niet aan de wil die ontbreekt. Het is eenvoudig het moment niet om een huis te kopen.

Werkgevers delen enkel nog tijdelijke contracten uit, banken geven vrijwel geen hypotheken meer af en de overheid stelt belangrijke bezuinigingsmaatregelen uit. Niet de overdrachtsbelasting, maar de hypotheekrenteaftrek moet worden aangepakt. Maar daar blijven bestuurders liever vanaf. Onzeker over de mogelijke gevolgen die deze grote subsidie kost.

De gevolgen van het niksdoen zijn misschien nog wel erger. Een woningmarkt die op slot zit, banken die geen geld meer verstrekken en wanhopige huizenbezitters. Bij het uitbreken van de kredietcrisis hoopte ik dat iedereen ervan zou leren. De werkelijkheid blijkt een stuk weerbarstiger te zijn.

Als het noodweer later komt dan verwacht

Een leeg Amsterdam Zuid vanwege de wisselstoring bij Weesp afgelopen maandag
Een leeg Amsterdam Zuid vanwege de wisselstoring bij Weesp afgelopen maandag

Het noodweer bleef uit, de nooddienstregeling was al van kracht en de klant was de dupe. De NS had zich bij voorbaat ingedekt door een nooddienstregeling vanaf de middag aan te kondigen. Als er dan iets misgaat op een traject, dan is er al een veilige dienstregeling actief. Een fijn staaltje risicomanagement.

Risicomanagement dat vanuit de organisatie denkt en niet vanuit de treinreiziger. Een treinreiziger zit bij voorbaat al in een veel te volle trein omdat verschillende treinen zijn uitgevallen. Als het noodweer dan uitblijft, betaalt de reiziger het gelag dubbel. Én geen noodweer én een trein die niet rijdt.

Vanuit de klant geredeneerd zou de NS moeten handelen als er iets misgaat. Dus wanneer een incident op een traject zich voordoet, direct ingrijpen en de behandeling concentreren op de plaats waar het misgaat. Zo heb je een duidelijk verhaal naar de reiziger toe en laat je de rest van Nederland met rust.

Deze oplossing is wél een stuk duurder. NS kiest voor de goedkope variant en laat alle treinen in nooddienst rijden terwijl er geen nood is. De treindienst is zo veiliggesteld. Je hoeft niet met materieel en mensen te schuiven en kunt achteraf zeggen dat alles tot in de puntjes geregeld was.

Het risico van deze vorm van risicomanagement is de reiziger. Als je bij het geringst risico op calamiteiten al de nooddienstregeling inzet, is de kans groot dat er geen calamiteit is. Zeker bij het weer is dat een groot risico. Een morrende reiziger helpt je imago niet te verbeteren. Als zelfs het KNMI geen weeralarm afgeeft, dan hoef je dat als reisorganisatie helemaal niet te doen.

Naar mijn oordeel zou het van lef getuigen om risicomanagement vanuit de reiziger toe te passen. Dus met een nooddienstregeling als de nood er echt is. De organisatie loopt dan het risico dat het misgaat, maar bij een goede communicatie kun je achteraf heel veel goedpraten. Daarom is het ook zo jammer dat NS zegt de communicatie beter te kunnen dan Prorail. Het lukt namelijk beide organisaties niet om de reiziger goed te informeren. De site van NS was gistermiddag al onbereikbaar. De rest van de informatie klopt ook vaak niet.

Dat belooft nog een paar mooie jaren voor de treinreiziger. Met veel nooddienstregelingen waarbij de NS smekend op haar knietjes met veel koffie en thee om begrip vraagt.

5 tips hoe je een storing van NS kunt doorstaan

Gistermiddag reed geen enkele trein van en naar Amsterdam Zuid
Door een storing bij Weesp reed gistermiddag geen enkele trein van en naar Amsterdam Zuid

Gisteren was het weer zover: er reed geen enkele trein tussen Amsterdam en Almere vanwege een sein- en wisselstoring bij Weesp. In de ochtend ging al het fout. Toen ik aan het eind van de middag naar huis moest, was het nog steeds niet opgelost. Wat moet je doen als zoiets gebeurt? Hier volgen 5 handzame tips om een storing van NS te doorstaan.

1. Raadpleeg nooit vooraf de NS-site

Vooraf de website raadplegen zoals NS adviseert, is het domste dat je kunt doen. De informatie die op de website staat, klopt namelijk niet. Of de website is uit de lucht omdat iedereen het advies opvolgt. Zo meende de website gisteren dat de trein van Amsterdam Zuid naar Almere gewoon om .34 reed. Niet dus. Niks reed.

Ga gewoon naar het station en laat je verrassen. Alle voorbereidingen die je treft, leveren alleen maar onnodige spanning vooraf op.

2. Blijf rustig

Besef dat niemand iets aan deze storing kan doen. De NS niet. Prorail niet. En ook de koningin kan er weinig aan doen. Jij helemaal niet. Lijdzaam toezien en afwachten is dan de beste houding. Wees op niemand boos en vraag aan niemand informatie. Niemand weet het namelijk.

3. Stel je op het ergste in
Denk aan het ergste. Zie die grote gymzaal voor je met al die legerbedden erin. Denk hoe gezellig het kan zijn. Al die mensen die normaal tegenover je zitten in de trein en slapen, liggen nu naast je. Een groot schoolkamp. Eindelijk de kans een nachtzoentje te vragen…

4. Verhardt u niet, maar laat u leiden
Niemand weet het en daarom doet iedereen maar wat. Zegt de omroeper dat je moet omrijden, rijd netjes om. Zegt de omroeper dat je moet blijven staan. Blijf staan.

5. Zoek de mazen in het net
Zoek wel de mazen in het net. Wanneer een trein klaarstaat en niemand zegt iets, dan kan dat heel goed jouw trein zijn. Stap in – vraag niet eerst, want dan rijdt de trein zonder jou weg -, vraag een medepassagier of het jouw trein is en je hebt hem.

Als eindelijk de eerste bus op het stationsplein binnenrijdt na uren wachten in de brandende zon of stromende regen, wacht netjes op je beurt en stap geduldig in. Je gaat vooruit en dat is al heel veel winst. Het valt mee, je hoeft niet op het legerbedje in de gymzaal te slapen.

Ik was gisteren al een aardig eind op weg met deze 5 handzame tips. Het hielp mij dusdanig dat ik een kwartier eerder weg ging van mijn werk en een halfuur later thuis kwam dan normaal.

Kortom, de vertraging viel mij meer dan mee. Al was het niet een reis die je dagelijks wilt meemaken. Kortom, vanmiddag ben ik helemaal voorbereid. Al was de beste voorbereiding thuisblijven!

Schaf die vaste boekenprijs toch af

Met e-books verdwijnt mijn boekenkast
Met e-books verdwijnt mijn boekenkast

De wet op de vaste boekenprijs is al jaren een discussiepunt. Boekhandelaren en uitgevers willen de vaste prijs voor een boek niet los te laten. Ze zijn bang dat anderen dan gaan stunten met de prijs van het boek. Alleen bestsellers beheersen dan nog de schappen van de boekenwinkels. Dat is het angstbeeld dat ze beheerst.

Ik moest eraan denken toen ik het interview bekeek van Erwin Blom en Roeland Stekelenburg met Wiebe de Jager op Fast Moving Targets. Het inspireerde Erwin Blom zelf ook tot een blog over het uitgeven van boeken. Ze spraken onder andere over de hoge prijs van e-books en de kostprijs van het e-book ten opzichte van het papieren boek.

Consument
De Jager redeneert in het interview vanuit de consument. De prijs van het e-book ligt veel te hoog ten opzichte van het papieren boek. Volgens hem hanteren uitgevers bewust dit grote prijsverschil. Hierbij bekijken ze het e-book als een papieren boek, terwijl het e-book een ander product is dan de papieren versie.

In de jaren ‘90 was de vaste boekenprijs al een hevig discussiepunt. Even dreigde deze te vervallen. Het boek zou dan ten prooi vallen aan de grillen van de markt, vonden uitgevers en boekhandelaren destijds. Een schijnargument.

Het idee was dat boeken voor een groot publiek spotgoedkoop over de toonbank zouden gaan. Dit zou ten koste gaan van de (dure) kwaliteitsboeken. Die zijn niet geliefd omdat maar een paar mensen deze boeken kopen. Als iedereen stunt met bestsellers is het kwaliteitsboek nergens meer te krijgen. Dat beweerden boekhandelaren en uitgevers tenminste.

De duurdere, exclusievere boeken zouden hiermee meer en meer uit de boekwinkels worden verdrongen. Immers, daar verdienen uitgever noch boekhandelaar aan. De marge moest komen van de goedlopende boeken. Op basis van deze goedlopende boeken, konden onverkoopbare dichtbundels en wetenschappelijk werken toch aangeboden worden.

Kunstmatig hoog
De vaste boekenprijs is vooral een kunstmatig hoog gehouden prijs. Deze hoge prijzen hebben uitgevers en boekhandelaren geen windeieren gelegd. De bestsellers gingen alsnog als zoete broodjes over de toonbank, voor de vooraf gestelde prijs. Dat ze met 100.000 verkocht werden, deed er niet toe. Kortom, de markt had geen enkele vat op deze titels.

De grote uitzondering op de vaste boekenprijs werd in 1998 gelegd bij buitenlandse (lees: niet-Nederlandstalige) boeken. Een zeer klein deel van de markt. Het effect van het loslaten van de vaste boekenprijs op deze boeken, is heel lastig te meten. Alleen specifieke winkels die gespecialiseerd zijn in anderstalige boeken concurreren sterker met elkaar.

Ongekend effect op e-book
Het effect van de vaste boekenprijs op het e-book is ongekend. Uitgevers houden de prijs van e-book eveneens hoog. Hiermee verspelen ze de eigen markt. Ik verbaas mij over de enorm hoge prijs die voor het boek gevraagd wordt. Zo betaal je voor Blauwe maandag van Nicci French het bedrag van 14,95 euro. Terwijl de papieren versie 19,95 euro kost.

Hiermee draaien uitgevers de kosten van een e-book ten opzichte van een papieren boek om. Aangezien grote kostenposten zoals drukken, logistiek en boekhandel vervallen. Ik vermoed namelijk dat de kostenprijs van een e-book eerder op 25 procent van de papieren versie ligt. In plaats van de 75 procent die de uitgevers suggereren.

Zelf uitgeven
Daarmee wordt het voor auteurs veel verstandiger om een boek zelf uit te geven. Het is niet zo moeilijk om een boek zelf vorm te geven en in de verschillende formaten op de website te zetten. Daarnaast zijn er ook uitgevers als Eburon die wel e-books aanbieden voor 3 euro. Ze zetten dat verstandig af tegen minder goed lopende uitgaven. Voor deze laatste boeken moet een bezoeker meer neerleggen.

Ik vind dat een e-book een andere prijs vertegenwoordigt dan een papieren boek. Aan een e-book kleeft minder emotie. Het staat verder van je af dan een gedrukte tekst op papier. Ook leest een boek van het scherm anders dan de papieren variant. In mijn ogen vervangt het e-book niet het papieren boek. Het gewone boek zal blijven bestaan. Het zal weer veranderen van het massaproduct dat het vooral in de 20e eeuw is geworden in het waardevolle bezit dat het in vroeger eeuwen was. Voor de grote bulk kunnen we vertrouwen op de e-books.

Loslaten vaste boekenprijs
Ik hoop dan ook dat heel snel de vaste boekenprijs in zijn totaliteit wordt losgelaten. Voor de bijzondere dichtbundel zijn er meer dan voldoende podia. Het internet biedt een scala aan mogelijkheden. In de redenatie van mensen als Jeff Jarvis biedt de niche juist veel mogelijkheden op het internet. Specialisten kunnen hun exclusieve boek direct aanbieden via het www. Daar hebben ze geen boekhandel meer voor nodig.

Wetenschappers kunnen elkaar ook via het www prima bedienen. Zo krijgt de boekwinkel een heel andere plek in de informatieoverdracht. De uitgever zal hierbij ook veel sterker de rol van verspreider krijgen. Het logistieke circus van zal wat betreft bestsellers grotendeels verdwijnen.

Want daar ben ik van overtuigd. De boekwinkel en het boek hebben namelijk alle toekomst. Alleen moet ze wel inspringen op de ontwikkelingen en behoeftes zoals ze nu tevoorschijn komen.

Verkeerd ingeschat – hardloopverhaal

image

Het gebeurt me zelden bij het hardlopen: een verkeerde inschatting. Vrijdag wilde ik een lekker rondje gaan hollen. Gelijk nadat ik Doris naar school had gebracht kroop ik achter de computer. Buienradar kon me precies vertellen of ik nog voor de buien uit kon hollen. Ik bekeek de verwachting.

Een enorm lint van bewolking met actieve buien dreef vanaf de Noordzee het land op. Ik liet de voorspeller bekijken wanneer de bui Almere zou bereiken. Ergens tussen half elf en elf, vertelde de animatie. Als ik dadelijk vertrok, dan zou ik zonder een nat pak thuis kunnen komen.

Hoe vaak moest ik er vandaag niet aan denken bij het hardlopen. Ook nu hing er een rol bewolking over het Naardermeer. Wat minder dreigend dan vrijdag. Nu had ik het allemaal wat beter ingeschat. Ik vroeg me af hoe ik toch zo’n fout kon maken. De weersvoorspellingen waren zo duidelijk geweest. Ik had vrijdagmorgen gewoon niet op pad moeten gaan.

Vlak bij het Naardermeer gebeurde het. De eerste spatten vielen uit de ontzettend zwarte wolkenmassa boven mij. Ik vroeg mij af of ik het droog ging houden. Hoe laat zou het zijn? Hooguit 10 uur, de voorspelling van buienradar had mij een halfuur later beloofd.

Ik rende verder en bij het Almeerderstrand barstte de bui echt los. In de verte, over het IJmeer zag ik lichtflitsen. Dat was niet de bedoeling. Daar moest ik straks gaan lopen over de IJmeerdijk, maar nu ik dat onweer zag, voelde ik mij erg ongemakkelijk worden. Was het wel verantwoord om verder te gaan.

Bij de Jachthaven Marina Muiderzand was ik doorweekt. Ik besefte dat ik zo niet mocht doorgaan. Hardlopen met onweer zou veel te gevaarlijk zijn. Ik stond onder een afdakje bij de receptie van het haventje. ‘Hier melden’, stond op het bord naast de deur. 2 schilders waren druk bezig met het schuren. ‘Zo een beetje nat’, zei er eentje. Ik knikte. Vlak boven ons rommelde het onweer verder.

Er waren problemen. 1 van de schilders kon niet bij de post boven de deur. Hij liep de trap af naar beneden en kwam even later terug met een trapje. ‘Waarom heb je dat gehaald?’ vroeg zijn collega. ‘Omdat ik anders niet daar bij kan, stompie.’ De man wees naar de plek waar hij niet bij kon, maar waar wel de verf vanaf gekrabd moest worden.

De regen stroomde iets minder hard naar beneden. Leek zelfs even helemaal te stoppen. ‘Zo we gaan weer’, merkte de schilder bijdehand die op het opstapje de deurpost aan het schuren. In zijn hand lag een stukje papier en hij drukte het ruwe papiertje tegen het houtwerk.

Ik keek wantrouwend naar de hemel boven mij. Een flard lichtere bewolking trok over mij heen. Boven het IJmeer zag ik lichtflitsen schieten. Het rondje over de dijk zoals ik in mijn hoofd had, zat er niet in. Ik liep de dijk af, naar beneden in de richting van Almere Poort.

Precies op de weg waar ik een klein halfuurtje eerder geen zin in had. Anders had ik daar nu gelopen. Veel dichter bij huis. Nu moest ik een stukje door het bos hollen. Ik hoorde de hemel boven mij dreigend rommelen. Waar mag je met onweer eigenlijk zijn? In het bos is het gevaarlijk, maar als je in het open veld loopt, speel je ook met je leven. Kortom, zo snel mogelijk naar huis. Die gedachte speelde door mijn hoofd.

Ondertussen was de regen weer in volle sterkte aangezwollen. Ik schuilde onder de spoorbrug bij Almere Poort. De wind gierde langs mijn natte kleren. Ik voelde hoe snel mijn warme lichaam afkoelde. Hier moest ik niet te lang staan. Ik baalde. Hier had ik de weersituatie totaal verkeerd ingeschat. Een dergelijk verkeerde beslissing kon je duur komen te staan.

De regen nam weer iets in kracht af en ik holde verder. Het lange fietspad van Almere Poort naar Almere Stad af. De regen nam niet af. Ook niet echt meer toe en het onweer hoorde ik niet meer boven mij. Ik liep weliswaar in het open veld, maar de spoorbaan lag vlak naast me. Hier heerste niet meer het gevaar van eerst.

Zeiknat en doorweekt tot op de onderbroek kwam ik vrijdag thuis. Ik rustte eerst flink uit van de situatie waarin ik mijzelf had begeven. Daarna kwam de analyse. Wat was er fout gegaan. Ik kwam snel tot de conclusie dat de wens groter was geweest dan de realiteitszin. Het zou allemaal wel meevallen. Ik zou het wel halen. Dat dit een keer niet het geval was, had ik aan den lijve mogen ondervinden.

Vanmorgen bij het hardlopen dacht ik eraan terug. Opnieuw hing een dreigende wolkenband boven het Naardermeer. Ik voelde een paar spatten toen ik onder de spoorbrug door liep. Maar wat verderop won de zon het van de dikke wolk. Weer wat verder holde ik in de brandende zon over de IJmeerdijk. Geen regen of onweer belette mij de weg.

Aan de windmolens verderop zag ik dat er nauwelijks wind stond. De hitte sloeg snel toe. Ik rende over het afgesloten Van Wagtendonkpad in de warmte. Ik merkte hoe de warmte mijn longen dichtkneep. Het was heet en benauwd. Dat had ik niet verwacht toen ik de voordeur achter mij dichttrok op weg voor mijn hardlooprondje.

Was het dit keer niet de regen, nu trof mij de warmte. Ik had ook vandaag het weer verkeerd ingeschat. Ik merkte dat ik meter na meter langzamer ging lopen. Uitgeput bereikte ik huis. Hoe was het mogelijk dat ik mij 2 keer zo vergist had in het weer. Was het nu niet de natheid, nu werd ik gepakt door warmte en benauwdheid.

Waar blijft de boekhandel?

Boekverkoop op de Haagse boekenmarkt

Het gaat slecht met de boekwinkels sijpelt de laatste weken in het nieuws. Na de betalingsregeling die Selexyx moest treffen, volgt de opheffing van de boekhandelketen Paagman – niet de verwarren met de Haagse Paagman – met winkels in Rijswijk, Leidschendam, Delft, Zoetermeer en Rotterdam.

Op de site van Paagman staat dat de opheffing wordt veroorzaakt door de enorme concurrentie van entertainment/nieuwe media en de financiële crisis. Of je het laatste als excuus mag aanvoeren, betwijfel ik. Dan zouden de effecten van de financiële crisis de boekhandels erg laat moeten treffen.

Ik denk dat eerder een andere crisis de boekhandels treft. Het is de crisis van het boek waarbij via internet heel eenvoudig een boek besteld kan worden. Of voor het e-book al een grote rol is weggelegd, weet ik niet. Maar boeken kunnen snel en eenvoudig besteld worden via internet. Daarvoor ben je niet afhankelijk van wat de boekhandel op voorraad heeft.

Ik denk dat boekhandels veel te weinig inspelen op de veranderende markt. Ze zouden zich veel sterker kunnen profileren op internet. Bovendien kun je met een beetje creativiteit de online wereld met de offline wereld combineren. Zeker ook als het om fictie draait. Ik denk dan aan initiatieven zoals de Harry Potter site die afgelopen week is gelanceerd. Hier wordt een wereld gemaakt rond de wereld die in het boek wordt verteld. Dergelijke lokale initiatieven rond een boek of een schrijver zouden verrassende resultaten kunnen opleveren waar internetwinkels jaloers op kunnen zijn.

Boekhandels geven aan dat in de december en in de boekenweek de verkoop achter bleef ten opzichte van andere jaren. Juist in deze periodes kan een mooie combinatie van online met offline worden gemaakt.

De boekenweek van volgend jaar kan daar al mee beginnen. Waarom moet de schrijver van het boekenweekgeschenk zich helemaal door Nederland laten rondrijden. En waarom kunnen lezers hier niet in participeren? Een boek is met internet veel meer dan een paar bladzijden tussen een kaft. Internet is een open boek. Dat boek kun je openen. Ook als boekhandel.

Een branche die een paar jaar geleden nog in volle bloei stond, vergeet misschien verder te kijken dan het boek dat ze verkoopt. In dat opzicht kunnen ze veel leren van de bibliotheek. De bibliotheek verandert traag mee met de wereld. Ze manifesteert zich online en weet ook veel meer haar publiek te bereiken. Een bezoek aan de bibliotheek draait niet meer alleen om een boek ophalen. Het is veel meer geworden.

Als de boekhandel uit de wereld van het boek stapt, ontdekt de boekhandelaar dat het boek ook buiten die bladzijdes leeft. Als hij daarop inspeelt, dan ligt er een mooie kans voor hem in het verschiet.

Bovendien moet de boekhandelaar weer terug naar zijn roots: hij zal meer en meer de rol van uitgever moeten gaan vervullen. Geef de bewoners van je stad de gelegenheid bij jou een boek uit te geven. Dat gaat van het familieboek tot en met een dichtbundel. Vroegere boekhandels combineerden uitgeven en boekverkoop ook.

Hier ligt een mooie mogelijkheid om een vast publiek aan je te binden. Als je lezer dan ook nog eens via internet kan bestellen. En bij het ophalen van het boek meer krijgt dan een boek, misschien dat je dan een nieuwe markt ontdekt.

Maar boekhandelaar begin eerst gewoon hier op internet. Wie weet kun je een mooie boekenblog starten. Of via twitter mensen op mooie boeken wijzen. Je verschuift je horizon dan van de winkel naar de hele grote wereld om je heen. Maar daar zitten je klanten nu ook. Dus grijp de uitdaging aan en begin vandaag nog.

Dode meeuw

Het dier lag op de rand van het talud van de busbaan. Daar waar de tegels ophouden en de stoep begint. Vlak naast een boompje dat de verhoogde busbaan scheidt van de weg. De jongen van de tegenover liggende snackbar stond erbij. De meeuw was dood of hij was bezig om dood te gaan. De bruine kop op de tegels. De ogen gesloten.

De witte kleur van de veren verried dat hij er nog niet lang lag. De jongen die erbij stond leek te weifelen. Zal ik hem de nek omdraaien en uit zijn lijden verlossen of hem rustig laten sterven. De meeuw bewoog niet. De kop lag half geknikt op de stoep. Hier kon weinig leven meer in zitten.

Ik fietste voorbij. Zag het dier in een flits liggen. De jongen verzette een voet en ik was al voorbij om te zien of hij het dier echt de nek omdraaide. Soms is het beter een dier uit zijn lijden te verlossen dan hem een schijnredding te geven. Mensen willen het leven soms eindeloos rekken. In de hoop dat het ware leven erin terugkomt. Maar een uitstel van de dood hoeft natuurlijk niet een terugkeer van het eerdere leven te betekenen.

En ach, waar maakte de jongen van de snackbar zich druk om, dacht ik terwijl ik de beelden op mij in liet werken. Het was maar een meeuw. Kijk, als het een merel was, dan had hij alle reden zich zorgen te maken. Als de zanger van de buurt zijn hoofd neerlegt, dan is de buurt in rouw. Een meeuw is alleen maar tot last met zijn gekrijs en asociale gedrag.

Blijkbaar is er een verschil tussen dieren. Sommige dieren wens je dood. De ratten en de meeuwen. Duiven die de boel volpoepen. De dieren waar je last van hebt. Andere kun je eigenlijk helemaal niet missen. De hond waar je bijna 10 jaar mee hebt geleefd of de kanarie die zo mooi zong.

Een vreemd idee dat je zoveel verschil kunt maken in wensen voor leven en dood. Terwijl je elk leven zou moeten waarderen, maar blijkbaar is het verschil tussen vijand en vriend groter. Last en lust, is ook zoiets.

Boeken inleveren

Zo'n puinhoop maakten wij er niet van als we de boeken moesten inleveren
Zo'n puinhoop maakten wij er niet van als we de boeken moesten inleveren

Veel tweets en www’s over het inleveren van de boeken op middelbare scholen. Sommige leerlingen worstelden met de bagage. Anderen sprokkelden alles bij elkaar in de hoop geen boek te vergeten. Weer anderen misten een boek waardoor ze weer naar huis konden fietsen.

Genoeg inspiratie om herinneringen aan de middelbare schooltijd op te roepen. Het inleveren van de boeken leverde altijd fraaie tafereel op. Thuis moest eerst alles bij elkaar gescharreld worden. Daarna volgde de inspectie. Het kaft van de boeken en kijken hoe de hoekjes, randjes en bandjes ervoor stonden.

De doodsangsten voor het afgesleten hoekje, de ezelsoren die per ongeluk in de bladzijden terechtgekomen waren en de gescheurde bladzijdes. Dan dreigde de boete. Een boek moest tamelijk ongeschonden het jaar door. Daarom probeerde je aan het eind, als het zo mooie kaftpapier van het begin van het schooljaar aan flarden hing om je boek, de boeken met oplappen en verdoezelen in het gareel te houden.

Een plakbandje doet wonderen. En als je dan de hele schooltas had ontdaan van alle overbodigheid. Dan brak het moment aan dat de boeken de tas in mochten. Veel meer boeken dan tas natuurlijk. Met een schooltas die op knappen stond, reed je vervolgens naar school.

Daar lagen de stapels boeken op de tafels uitgestald. Docenten die de staat van je boeken controleerden. De zweethanden van spanning en inspanning waarmee de boeken uit de tas werden gehaald. De vluchtige blik over plakbandjes, ezelsoren en afgesleten hoekjes.

Het snelle bladeren door een enkel boek en dan de goedkeurende knik van de leraar. Ja, je boeken waren goed en mochten op de stapels. Bij de andere afgesleten exemplaren waar ook hoekjes af waren en soms de kaft was losgescheurd. Ik was dan zo opgelucht dat ik mij niet eens durfde af te vragen of deze medescholieren wel een boete hadden gekregen.

De rode draad in blogs

Op deze blog bindt de rode draad alle verhaallijnen aan elkaar
Op deze blog bindt de rode draad alle verhaallijnen aan elkaar

Op mijn blog, blog ik maar wat raak. Het levert de kritiek op dat mijn blog overal over gaat en daarmee eigenlijk nergens over gaat. Dat houdt weinig lezers vast. Lezers komen hier bij toeval binnen, maar zullen niet terugkomen. Ze missen de rode draad.

Het gaat overal en nergens over. Want kun je hier nou terecht voor literatuur, schrijven voor internet, contentbeheer, orgelmuziek of het onderhouden van je stacaravan? Voor mijzelf is er weldegelijk een rode draad. Het draait hier om verhalen. Een verhaal kan een uitleg zijn over iets, maar het kan ook betekenen dat ik uitvoerig een gebeurtenis in de trein beschrijf.

Qua thematiek is dan geen rode draad te bespeuren in de uitwerking wel. Ik vind het heerlijk om te schrijven. Dat doe ik dan ook ’s morgens in de trein, ’s middags op de terugweg naar huis of ’s avonds als de rust in huis is gekeerd. Het kan dan over alles gaan: iets waar ik blij over ben, iets dat me ergert of juist een punt waar ik mensen graag op wijs.

Naar mijn mening zijn er verschillende bloggers. Zeker het medium leent zich goed voor het uitdiepen van een thema. Daarvoor heb ik bijvoorbeeld mijn blog wolkenhemel.blogspot.com gemaakt. Dat gaat over de wolkenhemel, gekoppeld aan een gedicht waarin ik de dag probeer te vatten.

Iets anders is dit blog. Dit is een persoonlijk blog waarbij ik schrijf over mijzelf, anderen en de dingen die ik in de wereld om me heen zie, hoor, ruik en voel. Dat is natuurlijk niet zozeer een rode draad. Het is meer een manier om het leven te vatten. Bloggen in de meest rauwe vorm.

Jagen om een bij te redden

Ik probeerde vanmorgen een bij te redden
Vanmorgen moest ik op een bij jagen om hem te redden

Ik zat aan het ontbijt en het zoemde bij het raam. Ik keek goed, het dier vloog onregelmatig en tikte tegen het raam. Het leek niet op een bromvlieg. Al zoemde het dier even enthousiast of paniekerig. Daarvoor was het achterlijf te fors. Nu zag ik het duidelijk: hier vloog een bij.

Bijen prikken maar zijn vredelievend. Laatst had een hommel zich in de nesten gewerkt en die moest ik helaas dood maken. Ik ben er nog verdrietig van. Deze bij redden, was het eerste doel dat ik mij vanmorgen stelde. Het dier tikte hopeloos tegen het raam in een poging het licht tegemoet te treden.

Ik zette de deur open. Nu zocht ik iets om het beestje mee naar buiten te geleiden. De krant waarmee ik hem voorzichtig naar de deur probeerde te brengen, dreef het dier tot wanhoop. Het gezoem verdween. Even leefde ik in de veronderstelling dat hij echt verdwenen was. Tot ik – vlak voor vertrek – zag dat de bij zich achter een bloempot had verschanst.

Ik had geen tijd te verliezen. De trein vertrok dadelijk en ik was nog thuis een bij aan het redden. Dit vroeg om actie. Een blik hielp niet. Hij moest ook opereren zonder de bijbehorende stoffer. En de bij werd er alleen maar onrustiger van. De oplossing zat in een omgekeerd waterglaasje dat toevallig op de vensterbank lag. Ik wist de bij er in te krijgen. Transporteerde het op het blik naar buiten en draaide het glaasje daar om.

De bij moest even wennen, liep op het glas tot het randje, merkte dat hij in de buitenlucht was en vloog op. Ik heb nooit een tevredener bij de hemel zien bestijgen. Hij vloog zo hoog op dat ik alleen nog maar aan Het lied der dwaze bijen kon denken.

Hoe zou het in de bijenkorf gaan. De verloren zoon komt thuis. Dan de ongeruste stemmen die door de korf zoemen. We dachten nog, die komt nooit meer terug. Je bleef weg. Het werd donker en je was er nog steeds niet. De opluchting. Wat fijn dat je er weer bent. En dan de vraag waar de stuifmeel is.

Waarschijnlijk ging het allemaal anders. Maar ik heb mijn taak erop zitten: ik heb een bij gered.

En ook nog de trein gehaald.