Koninginnedag en nepjarig

‘Vandaag is de koningin jarig.’ Op het moment dat ik het zei, wist ik dat ik het niet had moeten zeggen. Ik maakte het mijzelf moeilijk met deze uitspraak tegen een vijfjarige kleuter. ‘Waarom is het vandaag dan geen Koninginnedag?’ Als ik het niet gezegd had, was mij deze vraag bespaard gebleven. Het is een van de dingen die niet kloppen in Nederland.

Koninginnedag terwijl de koningin niet jarig is. ‘Dat komt omdat de koningin haar moeder dan jarig is.’ Ik probeerde het verhaal te vertellen. ‘Toen papa net zo oud was als jij was de moeder van de koningin koningin. Op Koninginnedag, haar verjaardag, wilde ze niet meer koningin zijn.’
– ‘Ging ze dood?’
‘Nee, ze zei dat ze niet meer koningin wilde zijn en ze vroeg haar dochter, de prinses, of ze koningin wilde worden. De prinses vond het zo mooi dat ze koningin werd dat ze zei dat we altijd Koninginnedag zouden vieren als haar moeder jarig was. Daarom vieren we Koninginnedag als zij jarig is. Dat is op 30 april.’
– ‘April? Duurt dat nog lang?’
‘Dat duurt nog heel lang. Vlak voor jouw verjaardag is Koninginnedag.’
– ‘Dat is nog heel lang.’
‘Ja.’
– ‘En dan is de koningin nepjarig?’
‘Precies de koningin is vandaag echt jarig en op koninginnedag is ze nepjarig.’
Hoe een kleuter iets lastigs kan reduceren tot iets makkelijks.

Ik zag helemaal de cabaretshow voor mij over Koninginnedag waarbij de standup comedian John Fealey het vreemde fenomeen van Koninginnedag probeert uit te leggen. Compleet met de ‘queen mum’. Te mooi om niet even naar te kijken.

Red de volkskrantblog!

Red de vkblog toch! Het is een hartekreet die loskomt na het lezen van de reacties op mijn blog over het stopzetten van de volkskrantblog. Niet op mijn eigen webstek, maar op de vkblog-plek. De plek die op 1 maart niet meer te vinden is. Tijd om in actie te komen…

Vragen

De reacties roepen een paar vragen op, zoals:

  • Van wie is de content (de inhoud van de blog)?
    Je zou denken dat de blogger of de schrijver de contenteigenaar is en niet de Volkskrant. De laatste is slechts de aanbieder van de techniek en de online locatie. Ik heb mooie staaltjes gezien van blogs. Het zou werkelijk zonde zijn als dat allemaal verdwijnt.
  • Is bloggen inderdaad verliesgevend?
    Ik denk dat een commerciële partij er best brood in kan zien, de statistieken liegen er niet om. Er zijn bijna 16.000 bloggers die een kwart miljoen blogs hebben geschreven. Bijna 2 miljoen keer is hierop gereageerd. Bovendien hebben de 16.000 gebruikers van dit volkskrant-netwerk zich in 278 groepen verzameld. Dit zijn aantallen waar je een commerciële partner best jaloers op kan maken.
  • Is alles na 1 maart 2011 echt weg?
    Ja, zoekmachines als Google zullen vkblog.nl niet meer indexeren en daarmee zullen zo ook niet meer in cache te vinden zijn. Het is de vraag in hoeverre het project van de Koninklijke Bibliotheek de blogs heeft gearchiveerd. Bloggen en het beheer van de content zijn daarmee vogelvrij. In meest eigenlijke zin zwerven de bijdragen nog altijd ergens op het web, maar ze zijn bijna niet meer te vinden.

Statistieken

Overzichtje van de Statistieken zoals deze gepresenteerd worden op vkblog.nl:

  • 15.987 gebruikers
  • 251.506 berichten
  • 1.894.947 reacties
  • 278 groepen

Waarschijnlijk ziet de Volkskrant het niet in het verband met de krant die 189. 477 volbetalende abonnees kent en een oplage van 268.000 exemplaren (cijfers van 2e kwartaal 2010; bron: welingelichtekringen.nl).

Reddingsplan

Daarom moet een reddingsplan worden ontwikkeld. De tijd is niet lang. Het idee om te wennen aan het verdwijnen van deze unieke vorm van bloggen, moet nu omgezet worden in daden. Vanuit het huidige netwerk ligt er namelijk een mooie basis om iets moois te beginnen.

Een paar opties:

  • zoek commerciële partners die voor hosting en techniek (verdere ontwikkeling blogsoftware) willen zorgen (hyves.nl, wordpress.com);
  • zoek een commerciële partner die bereid is om een deel van de redactie op zich te nemen (nu.nl)
  • richt een vereniging op die de belangen van de bloggers behartigt, vanuit dit initiatief;
  • ontwikkel een verdienmodel gebasseerd op sociale netwerken als hyves.nl, met enkele bijzonderheden als:
    • een tijdschrift (online) dat wekelijks of maandelijks verschijnt met de hoogtepunten van de blog;
    • verdere uitwerking van rubrieken (of netwerkgroepen) waarin content gespecificeerd kan worden voor adverteerders, zoals: reizen, cultuur, gedichten, boeken, wonen, werken, etc.;
    • een model waarbij bloggers door medebloggers beoordeeld kunnen worden en daarmee aan gezag kunnen winnen.
  • enthousiasmeer enkele jonge ondernemers (entrepreneur schijnen ze liever genoemd te worden) en zoek investeerders in een andere hoek. 

Als je het goed opzet, dan heeft de Volkskrant over een jaar of 5 spijt als haar op zijn hoofd…

En u reageren op deze blog, misschien dat we samen verder de ideeën kunnen uitwerken en zoeken in onze netwerken naar personen die bereid zijn te investeren in dit netwerk van bloggers!

Niet bloggen maar de krant is dood

Wat doen mensen met de vkblog? (bron: vkblog.nl)

Een krant blogt niet, maar schaft hem af. De blog is dood, niemand blogt meer zei Heleen van Lier van de Volkskrant voor de Pownet-camera van Pownews bij de uitreiking van de dutchbloggies voor het decennium. Ze was er om het evenement voor de krant te verslaan. Ze bedoelde dat ze zelf niet blogt. En als je zelf niet blogt, dan doet niemand het meer. Bovendien is ze speciaal aangesteld om de redactie te leren twitteren.

Is het erg dat de volkskrant over een maand stopt met de blogservice vkblog.nl? Een grote groep Volkskrant-bloggers is woest op de directie van de krant, meldt hpdetijd.nl. Het bericht bestaat uit een grote hoeveelheid woedende reacties van bloggers die al jaren bij de Volkskrant bloggen. De Volkskrant startte de blog 6 jaar geleden om een link te leggen tussen internet en de krant. Mislukt, zo stelt de huidige directie. De redactie blogt weinig tot niet en de mensen die bloggen hebben nooit voor een scoop in de krant gezorgd. Daarom gaat de stekker uit de vkblog.

Plekje op vkblog

Ik ben in 2007 een plekje op de Volkskrant-blog begonnen. Omdat ik via die blog mijn reacties op het nieuws en gedichten wilde slijten. Het bleef maar al te vaak beperkt tot een korte attentie voor mijn eigen blog. Deels om de informatie niet teveel te laten versnipperen, maar voor het andere gedeelte omdat meerdere blogs lastig te onderhouden is.

Het geheel verwaterde en ontsnapte aan mijn aandacht. Toch wilde ik mijn blogs weer eens onder de aandacht brengen en ik besloot vorig jaar enkele politiek getinte blogs bij de Volkskrant te slijten, zoals de blog waarom zoveel scootmobiels in Almere rijden (deze link na 01/03) en een blog over de schoonmakers en hun stakingen. De reacties logen er niet om. Er werd grof beledigd, mensen gebruikten andere namen om hun mening inclusief beledigingen te ventileren en tenslotte klonk de toon erg badinerend naar buitenlanders en mensen die niet zouden werken voor hun centen.

Sfeer

De sfeer van een weblog waar ik mij heel erg thuis voelde, veranderde in een weblog die mij deed denken aan andere soorten weblogs. Daar zijn ze van harte welkom, maar om moedwillig mensen te beledigen en schofferen op een andere plek, vond ik bijzonder storend. In die zin vormde de Volkskrant-blog totaal geen weerspiegeling van de krant. De redactie was het contact met haar achterban totaal verloren.

Doodzonde. Een redactie die een mooi initiatief niet steunt, werkt het mislukken ervan zelf in de hand. Ik denk dat je met zorgvuldige moderating – mensen die iemand anders naam misbruikten konden dit ongestraft doen – en het eventueel veranderen van technische mogelijkheden, kun je veel grof taalgebruik voorkomen. De website moet de krant zelf weerspiegelen en niet een willekeurig stuk schorem lokken.

Rechtser dan krant

Aan de andere kant hoeft hier niet de oorzaak van het probleem te liggen. Het zou best kunnen zijn dat de Volkskrant-lezer rechtser is dan de redactie aanneemt. In dat geval is er sprake van een crisis. Als ik de directie van de krant was, zou ik heel benieuwd zijn naar de achterliggende oorzaak van dit verbale geweld. Waarom komen krant en blog niet wat betreft de toon met elkaar overeen?

De bloggers strijden in elk geval heel hard voor hun content. De krant mag hun intellectuele eigendom misschien niet voor vol beschouwen, maar de krant mag het niet zomaar weggooien. Het behoort de krant immers niet toe. Of deze strijd veel resultaat oplevert, weet ik niet. Ik vrees het ergste.

Bloggen is niet dood

Uit de reacties van bloggers en de grote hoeveelheid aandacht die dit onderwerp heeft, kan ik zelf alleen maar concluderen dat het bloggen helemaal niet dood is. Wat wel langzaam begint te versterven is de krant. Ze raakt het contact met haar achterban kwijt, verliest meer en meer terrein en is nu begonnen met het graven van het eigen graf. Of zoals Erwin Blom twitteraar én blogger twitterde en later op zijn blog zette:

Des te meer kranten hun online inhoud terugtrekken en activiteiten staken (VK Blog R.I.P.) des te meer ruimte ze voor anderen maken. Tja ..

Een netwerk gaat verloren. Een netwerk dat door anderen zal worden opgepikt.

Uiteraard is dit bericht ook op vkblog geplaatst en tot 1 maart daar te lezen.

Onthutsend hoe mensen reageren op bericht levenseindekliniek

Onthutsend om onder het nieuwsbericht over de prijs voor een behandeling in de levenseindekliniek te reageren met een blog dat de 1200 euro die dit kost, een koopje zou zijn. Onder de betreffende blog reageert weer een ander dat het bestempeld als ‘moordcentra voor zieken en zwakkeren’.

Om je over op te winden. Ik ben maandag flink van slag geweest na het lezen van het verschrikkelijke verhaal van @Linnes84 over de dood van haar moeder. Ze deed dit in een open brief aan @mariskadehaas. Mariska Orbán de Haas is hoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad. De reactie van Marika de Haas was onbegrijpelijk, ze blijft bij haar standpunt en duikt dan in de pijnbestrijding waar alle aandacht naar uit moet gaan.

Geen moord

Euthanasie is geen moord. Het is evenmin te bestempelen als een middel om de zwakkere mensen uit de samenleving maar weg te werken. Het is een weloverwogen beslissing van een individu, iemand, om te beslissen dat het genoeg is. Hij heeft genoeg geleden, er is geen uitzicht meer op een beter leven.

Ik betreur het dat veel gelovigen hierbij hun eigen geloof aan andere mensen opdringen. Ik vind het dat je dan je hoofd in het zand steekt, want het lijkt er meer en meer op dat mensen niet meer gewoon dood mogen gaan. Het leven wordt eindeloos gerekt, maar iemand moet ook gewoon mogen sterven als het genoeg is.

Mensen respecteren

Zeker, ik respecteer het dat er mensen zijn die daar anders over denken. Ik vind dat deze mensen de keuze moeten hebben om zelf te kiezen voor een verdere behandeling. Het is dan jammer dat deze mensen die keuze niet vrij laten bij mensen die daar anders over denken. Het leven is mij dierbaar, maar ik heb vaak meegemaakt dat mensen veel pijn in uitzichtloosheid hebben moeten lijden. De dood kon dan niet snel genoeg komen.

De medische wetenschap is zo ver ontwikkeld dat je meer en meer kunt beslissen over leven of dood. Het leven van een mens kan eindeloos gerekt worden en de dood uitgesteld. Dan is het minstens zo noodzakelijk om vragen te stellen bij het nut om een leven eindeloos te rekken. Het is de wetenschappelijke realiteit die hiervoor zorgt.

Beter maken

Artsen horen beter te maken, maar ze kunnen sommige mensen ook ontzettend helpen door de dood wat draaglijker te maken. Dat betekent niet dat het verdriet en de pijn om iemand te missen minder erg is. Het betekent wel dat het einde wat minder erg is, want soms is dat einde jammerlijk pijnlijk. Zo pijnlijk dat je daar nog heel lang verdriet van kunt hebben. Ook omdat aan iemands laatste wens geen gehoor is gegeven.

Kent Kiet de kattenverhalen van Carmiggelt?

De kat Kiet was weg. Een paar dagen had het dier zich niet laten zien in huis. De eigenaresse van Kiet vreesde het ergste. De kreet op facebook klonk in elk geval best verontrustend. De kreet van terugkeer van de verloren zoon, des te harder: ‘HIJ IS TERUG! na drie dagen. hij ziet eruit alsof hij honderd kilo is aangekomen. voorlopig mag hij niet naar buiten. ben nog steeds erg beledigd.’

De discussie die daarna loskwam was niet te stelpen. Ongetwijfeld zou het dier zijn heil hebben gezocht bij de buren en zich vet hebben laten mesten met hele leverworsten, kapitein Iglo’s en andere dikmakers. Al vaker was Kiet van huis geweest en dan rook hij vreemd. De vreemde lucht die hij verspreide deed een aangename date bij de buren vermoeden. Al keerde hij voorgaande keren wel iets eerder terug van zijn tweede huis.

Ik moest onmiddellijk denken aan een kattenverhaal van Simon Carmiggelt.
Het komt uit zijn kattenverhalenbundel Poespas. Overigens bestaat de bundel voor meer dan de helft uit niet-kattenverhalen maar dit terzijde. Ik heb mij de avond van het bericht rot gezocht om het verhaal niet alleen voor de geest, maar vooral voor de letter te halen.

Carmiggelt schrijft over katten die het huis verlaten en een bestaan op straat verkiezen. Hoe deze dieren overleven, is hem ook een raadsel. Tot hij een bezoek aan zijn tante brengt, want dan wordt hem veel duidelijk. Ze toont hem Arnold, het aanloopkatje. Een eufemisme zo blijkt. En dan volgt een beschrijving van Arnold zoals alleen Carmiggelt deze kan geven:

[D]e kater, die zij, zwaar overblousend, in haar handen hield, had de afmetingen van een voldragen kalf. Wat mij trof was de gelatenheid waarmee het dier in de even dwaze als ongemakkelijke houding bleef hangen, zonder ook maar in het minste tegen te stribbelen. De blik die hij mij toezond, was tot de rand gevuld met wijsgerige versterving en het scheen of hij zeggen wilde: ‘Zo, moet jij me ook eens bekijken? Je gaat je gang maar hoor. Mij zal het allemaal een zorg wezen.’ (188)

En het is Arnold een zorg. Als hij maar eten krijgt. Elke ochtend en middag komt hij op exact hetzelfde tijdstip bij Carmiggelts tante langs. ‘Je kunt er de klok op gelijk zetten’, volgens de tante. Als Carmiggelt een paar weken later weer op bezoek is, vraagt hij naar Arnold. Maar daar wil de tante niks meer van weten. ‘Die laat ik er niet meer in.’ Ze was namelijk een keer op bezoek bij een buurvrouw en zag Arnold liggen. ‘Hé, dat is Arnold’, had ze gezegd. ‘Nee, dat is Piet’, kreeg ze als reactie. Piet kwam elke dag, maar dan een uurtje eerder dan bij de tante.

Een onderzoek in de buurt leerde dat Arnold bij meer buren dagelijks visiteerde. De kater leidde een vierdubbel leven en kreeg van allevier de dierenliefhebbers de bons. Het verhaal eindigt zoals eveneens alleen bij Carmiggelt kan:

Later op de middag zag ik hem door het keukenraam nog even over het plat lopen. Hij had de voze tred van iemand die na een overdadig leven tot armoede is vervallen, maar de blik in zijn koude, ronde ogen zei me dat hij wel iets nieuws zou weten op te bouwen. Want tegen cyniek is nu eenmaal geen kruid gewassen. (190)

Het verhaal van de vriendin die haar kat een paar dagen kwijt is en dubbel zo dik terugkrijgt, brengt mij zo even terug in die bundel dierenverhalen van Carmiggelt. Prachtig geschreven, want Carmiggelt geeft de dieren in zijn sterke beschouwingen altijd iets menselijks mee. Hij doet dat zo goed dat je dat niet eens in de gaten hebt. Ik denk ergens zelfs dat Kiet gewoon bekend is met de kattenverhalen van Carmiggelt.

De citaten komen uit Simon Carmiggelt: Louter leugens & Poespas, Amsterdam: De Arbeiderspers, 1997.

Is doodschieten op twitter gevaarlijk? 10 vragen over twitteren

Peter Breedveld zegt dat de VN beter naar Nederland kan komen om PVV’ers dood te schieten. Hij heeft hiermee de woede van veel mensen op de hals gehaald. Het roept onmiddelijk veel vragen op, zoals de vraag: is doodschieten op twitter gevaarlijk? Hier 10 vragen met een antwoord over social media en incidenten.
  1. Zijn 140 tekens dodelijk?

    Als je op de verkeerde mensen schiet wel. De opmerking om de VN naar Nederland te sturen om PVV’ers dood schieten, raakt in dit geval kant nog wal. Twitter is echt niet geschikt om dit soort uitspraken in te bedden in een context. 

  2. Wat moet je doen als je zoiets – per ongeluk – zegt?

    Met de tweet afdoen als een grap zorgde Peter Breedveld juist dat het binnenbrandje kan uitslaan. Een tweet de lucht in schieten en daarna de nuance aanbrengen, is de verkeerde manier van online discussiëren. Ik denk dat hij in dit geval beter een ‘mea culpa’ de online wereld in had kunnen lanceren.

  3. Wat er dan gebeurt?

    De mediabal gaat rollen en via internet gaat dat makkelijk. Als je alleen al kijkt naar het aantal reacties onder het artikel van Breedveld zelf op zijn weblog frontaalnaakt.nl. Daar staan bijna 300 reacties. Het nieuws dat zijn werkgever niet achter deze uitspraak staat, katapulteerde hem meteen de afgrond in. Dan is er het bericht zelf op de website van Telegraaf dat bijna 950 reacties ontlokt, gevolgd door Geenstijl.nl (325 reacties) en Elsevier.nl (ruim 200).

  4. Wat is er misgegaan?

    De reactie van zijn werkgever zit hem niet mee. Zeker je moet je distantiëren van dergelijke uitspraken, maar het kan heel verstandig zijn een privé-uitspraak privé te houden. Dat is in dit geval  heel lastig, omdat ook de media in de berichtgeving Peter Breedveld als een ‘ambtenaar van de VU’ aanduidde.

  5. Mag een medewerker privé dan niet bloggen?

    Ja en nee. Al zeggen een aantal deskundigen dat het bloggen dood is, bloggen is meer en meer een volksvermaak aan het worden. Bloggen kan iedereen en dat doet iedereen dan ook van harte. Ik denk dat Nederland meer blogschrijvers kent dan mensen die tegen al die blogs op kunnen lezen. 

  6. Is twitteren gevaarlijk?

    Nee, maar wees verstandig wat je twittert, blogt en op andere wijze digitaal de wereld in slingert. Voorzichtigheid is geboden. Een verhitte samenleving als de onze is snel aan de kook en dergelijke uitspraken kun je niet meer afdoen als een grap. Het beledigen van bepaalde godsdiensten staat garant voor veel kiezers. Het beledigen van een politieke partij is riskant. Een oproep tot doodschieten is helemaal gevaarlijk. Dat kun je ook telefonisch doen, daar heb je twitter niet voor nodig. Alleen is de impact op twitter veel groter.

  7. Wat moeten werkgevers met medewerkers die zich op twitter misdragen?

    Organisaties moeten zich afvragen hoe ze reageren op dit soort berichten. Medewerkers die zulke dingen zeggen, kunnen en mogen dat in publieke functies niet doen. Aan de andere kant is er de vrijheid van meningsuiting. De spagaat waarin je terechtkomt mag wat mij betreft groot zijn, maar hangt wel van heel veel dingen af. Peter Breedveld is hier echt veel te ver gegaan.

  8. Is twitter schadelijk voor de gezondheid?

    In een tweetje wat later vandaag stelt Peter Breedveld dat twitteren slecht voor de gezondheid van jezelf is en van anderen. Dat is natuurlijk huiliehuilie doen om een politicus aan te halen. Als je zoiets roept – per ongeluk of voor de grap – dan kun je zulke reacties verwachten. Als je in een rare bui iemand bedreigt met de dood, kun je ook een bestraffing oplopen. Als je het publiekelijk doet, volgt een lynchpartij als deze. Zeker als je vijanden hebt. Dat Breedveld weleens rare dingen doet op internet was al bekend.

  9. En nu, doortwitteren?

    Lekker doortwitteren, maar wel verstandig. Twitter verstandig, twitter politiek correct. Nog beter is gewoon je lezer voor ogen te hebben. Als Peter Breedveld gedacht had: wat vindt mijn werkgever hiervan dat ik twitter? Dan had hij dit niet getwitterd. Dat hij nu stopt, ligt niet aan twitter, maar aan hemzelf.

  10. Namens wie zeg blog en twitter ik dit?

    Ik zeg dit vanzelfsprekend genoeg namens mijzelf. Wanneer je hier iets van vindt, kun je altijd contact met mij opnemen.

Zwarte handschoenen

Op de plek waar ik ging zitten lagen twee zwarte handschoenen. Eentje half onder de man die naast mij zat en de andere moffelde ik tussen onze benen. Ik dacht dat ze hem behoorden en ik wilde hem niet storen in de slaap. Af en toe ging een oog open als de trein vaart minderde. Ik typte wat tekst op mijn EEE.

De trein minderde vaart. Het glas van Amsterdam RAI suisde voorbij. Het wordt zo’n mooie tunnel van licht waarin het schijnsel van de trein zo grappig terugkaatst. De uitstappers voor Amsterdam Zuid begonnen al onrustig te schuifelen. Ik was al naar de uitgang gelopen en zag bij het weglopen de slaper die naast mij zat ook opstaan. De twee zwarte, gebreide handschoenen lagen nog op de stoel.

Ik wilde hem waarschuwen maar vond het teveel moeite. Hij ging al zo achteloos met die dingen om toen hij naast mij lag te slapen.

Een moment later liep ik vooruit op het perron naar de juiste uitgang. Het is een lange weg waarbij je het hele perron af loopt. Alsof hier weleens treinen stil staan van een halve kilometer lengte, want zover lijkt het eind over de tegels met bruingele steentjes wel. Ik werd ingehaald door een man. Hij tikte op mijn schouder. ‘Meneer uw handschoenen.’  Hij hield ze zorgvuldig in zijn hand vast. Ik keek verbaasd terug. ‘Maar u zat toch net naast mij. Met die laptop.’ Ik knikte. ‘Maar het zijn niet mijn handschoenen.’

Hij keek me nogmaals aan. ‘Zijn het echt niet uw handschoenen?’ ‘Nee, ze zijn niet van mij’, antwoordde ik. Hij schudde zijn hoofd en passeerde mij. Bij de vuilnisbak vlak voor de trappen die naar beneden gaan, stopte hij en wierp de gebreide handschoenen in het zwarte gat.

De buitenkant, Een abecedarium

Gerrit Komrij stelde in De buitenkant, Een abecedarium een bloemlezing van alle interviews met hem samen

Natuurlijk ben je ijdel als je een bloemlezing samenstelt uit interviews die met je gehouden zijn, maar Gerrit Komrij mag zo ijdel zijn in De buitenkant, Een abecedarium. Vandaag arriveerde het boek dat ik via marktplaats.nl had besteld. Samen met 2 andere boeken waar ik later wat meer over zal schrijven.

De interviewers maken vaak de goede sier met het interview, terwijl jij het hebt gezegd, stelt Komrij in zijn inleiding bij dit bijzondere boekje. Meestal stellen anderen een bloemlezing samen van interviews, maar Komrij kiest zelf voor het experiment: hoe componeert een auteur zelf weer een portret uit alles wat een reeks interviewers met vuursteen of botte bijl, in de loop der jaren uit hem heeft losgewoeld? (5)

Alles is perceptie, ook het nalezen van interviews. Ik las een tijdje terug een interview met Komrij van Bibeb. Ik herkende daarin niet de Komrij die ik meende te kennen. Zinnen als: ”t Gebeurt ook dat ik dichtklap als ik met mensen sta te praten. Voor zalen heb ik het absoluut niet. En zodra ze mij een microfoon onder mijn neus duwen, bloei ik op. Daar word ik ontzettend geil van.’ (Bibeb: Interviews 73/77, p. 213)

Zeker, gelukkig sprak ook het opstandige jongetje en de stoere bloemlezer, maar primair sprak daar een bijzondere man die zich soms verborg achter zijn woorden. De bijzondere selectie van interviewcitaten die De buitenkant vormt, laat een andere Komrij zien. Eentje die misschien wel de binnenkant laat zien. Al kan ik ook genadeloos lachen om sommige citaten, zoals die over porno:

Pornotijdschriften beantwoorden aan de zeer wezenlijke erotische verlangens van de man. Omdat mannen nooit meemaken dat vrouwen met de benen gespreid en met omhoog gedraaide ogen onderdanig de baas dankjewel zeggen, staan die bladen vol met zulke vrouwen. Die bladen houden mannen bij de dokter weg en uit de kerk. (133)

Laat dat citaat nu net uit het interview met Bibeb (p. 223) komen…

Kortom, een auteur die zichzelf uit 66 interviews citeert en dan tot zo’n mooie verzameling is een op en top bloemlezer. Wat mij nog het meeste trof was de vernuftige manier van ordenen en verzamelen die uit het boekje spreekt. Al roept het boekje bijna om een tweede deel, die van de laatste 15 jaar. Ik weet zeker dat dit weer een nieuwe buitenkant oplevert. Komrij lijkt namelijk verdacht veel op een kameleon. In zijn gedichten en essays, maar ook in zijn interviews.

Sluipenderwijs geluk

Als je niet oplet, dan zie je het niet. Heel langzaam wordt het langer licht. Toen iemand op twitter al eind december meende dat het eerder licht werd, vond ik het te ver gezocht. Het weer hielp daarvoor niet genoeg mee om tot dat inzicht te komen. En zo snel na de midwinterwende is het bijna onmogelijk de paar minuten tijdsverschil op te merken.

Bij mij komt het altijd zo aan het einde van de maand januari of begin februari. Vanmiddag bij het lopen naar de trein, merkte ik ineens dat het langer licht bleef. De straatverlichting brandde niet en het was zowaar nog licht. Kortom, het was het moment waarop je beseft dat de winter al een aardig eindje vordert en dat het voorjaar in zicht komt.
Het moment duurde wel heel kort, de omroeper vertelde dat ik naar een ander spoor moest lopen en mijn trein spoorde het station binnen. Geen tijd meer voor mooi vergezichten, laat staan diepzinnige beschouwingen. Zo kort is dat moment dus.
Misschien laat dit zich het beste omschrijven als een moment van geluk.

tl-lamp boven bureau

Een nieuwe tl-buis hangt boven het bureau in de oude armatuur

Ongezellig noemen veel mensen het licht van de tl-lamp. Het licht is natuurlijk van dat koude, witte licht. En het duurt altijd eventjes voordat het licht op volle sterkte is.

Het meest hinderlijk is als de tl-buis aan het einde van zijn leven komt, dan gaat hij knipperen. De buis wekt daarmee het vermoeden dat hij gaat ontbranden, maar het blijft bij een poging. Als toeschouwer hoop je dat hij spoedig doorbreekt en licht gaat geven. Het tegendeel gebeurt echter. Hij blijft knipperen. Zo lang tot hij het helemaal niet meer doet. En dat kan verschrikkelijk lang duren.

Als kind was ik erg onder de indruk van het licht van de tl-buis. Bij mijn neven hing een moderne, ronde tl-buishouder waarin de hele kamer in een zee van licht baadde. Ik verlangde naar hetzelfde licht. Toen mijn broer en ik een nieuw stapelbed kregen, kwam er ook zo’n moderne lamp. Niet een rode, zoals bij mijn neven, maar een bruine.

De tl-lamp boven het bureau geeft ruim voldoende licht

Het ding ging mee bij de verhuizing en ik mocht hem in mijn kamer ophangen. Bij het schilderen van de kamer een paar jaar later, werd de lamp ook wit geschilderd. Later kocht er een kleinere versie bij die boven mijn tekentafel kwam te hangen. Wat was ik blij met die nieuwe lamp. Ik schakelde hem naar believen aan of uit.

Deze kleine tl-buis volgde mij naar Leiden, Almelo en Almere. Altijd ging hij mee en kreeg hij een mooi plekje boven een bureau. Zo kon ik tenminste goed werken onder het heldere licht van de tl-lamp. De lamp flikkerde altijd eventjes als hij aanging, maar een paar minuten als het licht op volle sterkte brandde, genoot ik van het licht. Lezen, schrijven en typen. Alles kon dankzij het licht van mijn tl-buis.

De geest gegeven

Een kleine 2 weken geleden gaf het ding opeens de geest. Hij bleef onophoudelijk knipperen. Ik probeerde het nog eens, door na een kwartier de schakelaar aan en uit te zetten. De lamp bleef knipperen. Er bleef niks anders opzitten dan het licht uit te zetten met de schakelaar waar ik vroeger zo trots op was.

Er moest een nieuwe lamp in. Ik leefde met het idee dat die dingen hartstikke duur zijn om te vervangen. Gisteravond wilde ik hem al vervangen. Ik zie namelijk geen steek bij het sfeerlicht van het schemerlampje op mijn bureau. Ik fietste om 19.00 uur naar de Gamma, maar trof een dichte winkel aan. Ik leef altijd in de veronderstelling dat die doe-het-zelf-paleizen op zaterdagavond gewoon open zijn. Het is al een paar keer voorgekomen dat ik zo voor een dichte deur stond.

Nog een keertje

Daarom ben ik vandaag nog een keertje die richting uit gefietst. Samen met Doris die het hele eind op haar eigen fiets gereden heeft. Daar zag ik dat de prijzen helemaal niet zo hoog liggen als ik veronderstelde. Zeker er zijn hele dure armaturen, maar gelukkig ook goedkopere. Ik kocht een nieuwe lamp zelfs met een kleine korting. Daarnaast kocht ik een nieuwe armatuur – eveneens afgeprijsd – om ergens anders in mijn studeerkamer op te kunnen hangen.

Thuisgekomen heb ik de lamp gelijk in de oude armatuur gehangen. Het licht knipperde en bleef dit keer branden. Op de doos van de lamp stond de belofte dat de nieuwe lamp 15.000 uur zal branden, ofwel genoeg voor 15 jaar. De oude lamp heeft dat ruimschoots gehaald. Het nieuwe licht is wel anders dan het oude, niet meer zo wit, maar met een lichte sfeertint. Kortom, de tijd van het ongezellige licht is voorbij.