NS kijk eens in India

Volle treinen en overvolle perrons in India (foto: india.targetgenx.com)

De nationale spoorwegen hebben gisteren keurig verteld via hun woordvoerder dat de treinen volgende week zullen rijden, maar dat ze ook een stuk korter zijn dan normaal. Er staan nog teveel treinen in reparatie om ze in volle lengte te laten rijden. De ellende van de NS staat in schril contrast met een van de drukste spoorwegnetten van de wereld: de spoorwegen van India rond de stad Mumbai.

Michael Portillo

Deze vrije dagen heb ik zelf benut om dagelijks op BBC 2 te kijken hoe Michael Portillo elke dag een stukje van de westkust van Engeland naar de oostkust reist. Hij doet dit aan de hand van het 19e eeuwse Handbook van Bradshaw. Na de reis van Michael Portillo zond BBC 2 deze week ook interessante documentaires uit over allerlei spoorlijnen in India. Gisteren en vanmorgen waren uitermate indrukwekkende documentaires over de treinen in en rond Mumbai onder de titel Bombay Railway.


Het uitgangspunt van de tweedelige serie uit 2007 is dat de trein de identiteit van een volk bepaalt. De Engelsen hebben de trein gebracht, met als architectonische hoogtepunt het station Chhatrapati Shivaji Terminus (CST, of Mumbai VT), het voormalige Victoria Terminus. Boven het stadsgewoel steekt een gebouw uit met kathedrale allures. De trein staat in de serie symbool voor vrijheid en expansie. Ook spreekt de enorme werklust van de Indiërs uit deze bijzondere serie over treinen aan de andere kant van de wereld.

Overvolle treinen

De overvolle treinen, waar reizigers zelfs op het dak zitten, de levensgevaarlijke situaties waarbij reizigers om tijd te besparen over het spoor lopen. Een naderende trein weerhoudt ze er niet van om het niet te doen. De overvolle spits heeft voor een uiterst strakke dienstregeling gezorgd waarbij treinen niet langer dan 30 seconden op een station mogen stilstaan. De reizigers zitten ook sardientjes op elkaar in de treinstellen, waarbij vrouwen hun eigen rijtuigen hebben.

Bij het zien van deze beelden bedacht ik mij dat het met die spitstreinen van de NS dus allemaal wel meevalt. Tegelijkertijd verwonderde ik mij over de enorme ijver en punctualiteit van de spoorwegen. Volgens een medewerker reed 97 procent van de treinen op tijd en viel minder dan 1 procent van de treinen uit. Een lovenswaardige prestatie, zeker als je meeneemt hoeveel slachtoffers er op en rond het spoor vallen. De bestuurders laten het niet zomaar zitten. Na heftige bomaanslagen in 2006 reden de treinen weer na 12 uur.

Volksaard

De spoorwegen tonen ook een deel van de volksaard. Het overregelen van alles, waar de Nederlanders een sterke neiging toe hebben, belemmerd ook veel. Ook hier kwam heel sterk naar voren dat treinplanners over een grote dosis creativiteit beschikken en de mensen op de treinen beseffen dat het overvolle spoorwegnet voor een zeer sterke punctualiteit zorgt. Een halve minuut langer ergens stilstaan, betekent een immense vertraging verderop.

Managercultuur

Wat mij betreft zouden NS en Prorail eens met een leerzame blik naar dergelijke spoorwegen moeten kijken. Managers moeten niet bezig zijn met doelen, maar alles in het werk stellen om treinen op tijd te laten rijden en het spoor zo efficiënt en veilig mogelijk inrichten. De managers die ik in de documentaire zag, liepen gewoon tussen hun personeel rond en gaven iedereen de aandacht die hij of zij verdiende. Ze stonden open voor kritiek en waren daarnaast ontzettend trots op hun onderneming en hun werk. Dat laatste mis ik bij de huidige managementcultuur van NS en Prorail. Je rijdt meer dan een trein en je doet meer dan mensen van A naar B brengen.

Rampjaar 1672

Als Lodewijk XIV bij Lobith de Rijn oversteekt op 16 juni 1672 is het Rampjaar een feit (bron: Wikimedia Commons)

Het boek Rampjaar 1672 van Luc Panhuysen beschrijft een stuk geschiedenis waarover Guillame Groen van Prinsterer in zijn Handboek der geschiedenis van het vaderland schrijft: ‘Het scheen, zeide men, dat de Regering radeloos, het volk redeloos, het Land reddeloos was.’ (386) Het land is in oorlog met Engeland, Frankrijk en de bisschop van Münster.

Panhuysen heeft voor zijn boek gebruik gemaakt van egodocumenten, namelijk de briefwisseling tussen Margaretha Turnor, haar man Godard Adriaan van Reede en hun zoon Godard. De brieven heeft Panhuysen in het Utrechts archief gevonden. Het gaat om een kleine 29 archiefdozen met in elke doos zo’n 80 tot 100 brieven. Een ongelooflijk aantal documenten die een bijzondere inkijk bieden in het leven van 3 17e-eeuwers.

Aristocratische bovenlaag

Margretha en haar man Godard Adriaan vormen de aristocratische bovenlaag van de bevolking. Ze bezitten een flinke hoeveelheid land in Amerongen en hebben het kasteel van Amerongen in de loop van de jaren opgeknapt en uitgebreid. Daarnaast bezit het echtpaar een huis in Den Haag, pal naast het huis van raadspensionaris Johann de Witt. De Witt krijgt op zijn beleid ernstige kritiek en eigenlijk wordt hem de schuld in de schoenen geschoven van de inval van de Franse Lodewijk XIV en de bisschop van Münster.

Er valt De Witt zeker veel te verwijten, demonstreert Luc Panhuysen in zijn boek. Het is slecht gesteld met de verdediging van het land. Daarnaast laat Panhuysen zien dat het oorlog voeren snel verleerd is. Het is nog geen 25 jaar na het beëindigen van de 80-jarige oorlog in 1648, maar de Nederlanders kunnen niet meer vechten. Ook stelt de staat de verkeerde personen aan op de cruciale verdedingsplekken, zoal de Franse generaal Montbas. In de brieven van Margretha klinkt afgunst door. Ze vindt het oneerlijk dat haar zoon geen vooraanstaande functie in het leger krijgt. Het hele boek overheerst deze afgunst.

Franse wreedheden verbeeldt door Romeyn de Hooghe (bron: rampjaar.blogspot.com)

Inkijkje

Daarmee geeft Panhuysen een prachtig inkijkje in het leven in de 17-eeuw. Ook beschrijft hij de gruwelen die de Fransen bijvoorbeeld aanrichten bij de aanval van Holland. Ze keren onverrichter zake terug maar laten een spoor van vernieling achter. Tegerlijkertijd nuanceert Panhuysen de gruwelen. Verkrachting, moord en plundering hoorden bij een oorlog. Ook twijfelt Panhuysen aan de ernst van de zaak. De gruwelen worden wel verteld door het slachtoffer. Romeyn de Hooghe wist de gruwelen levensecht in beeld te brengen op basis van ooggetuigenverslagen, zo beweerde de tekenaar.

Hollandse waterlinie

Het rampjaar 1672 heeft altijd weinig aandacht in de vaderlandse geschiedenis gehad volgens Panhuysen. In elk geval een stuk minder aandacht dan de 80-jarige oorlog. Dat terwijl de jonge republiek door het oog van de naald kruipt en ternauwernood weet te overleven. Ook is niet eerder op zo’n grote schaal de Hollandse waterlinie ingezet om het land te verdedigen. In feite is 1672 het oprichtingsjaar van de Hollandse waterlinie. Van Muiden tot aan Gorcum kwam het land onder water te staan. Met vernuftige platbodems waarop soldaten en kanonnen lagen, verdedigden de Hollanders zich tegen de vijand. En met succes. Het keerpunt van de oorlog ligt bij de onneembaarheid van Holland dankzij de waterlinie.

Het jaar 1672 geldt eveneens als het jaar van Willem III. Na de dood van zijn vader waren de oranjes onder heerschappij van Jan en Cornelis de Witt stadhouderloos. Met de dood van de broers De Witt door een volksmassa in Den Haag, kreeg Willem III alle heerschappij. Hij trekt na de oorlog alle heerschappij naar zich toe en vergroot daarmee de macht van Holland ten opzichte van de 6 andere provincies. Dat is wel een uitermate wrange conclusie na het lezen van Rampjaar 1672.

Einde gouden eeuw

1672 luidt het einde van de gouden eeuw in. Stond de 80-jarige oorlog aan de basis van het begin, de andere oorlog betekent het einde. Aan de andere kant merkt Panhuysen in zijn boek op dat het einde eigenlijk al voor de oorlog werd ingeluid. Maar de oorlogszuchtige Willem III heeft de staatsuitgaven die eigenlijk broodnodig waren voor het stimuleren van de economie, uitgegeven aan de strijd tegen de Fransen. Of zoals de eigenlijke aanstichter van de oorlog, Lodewijk XIV op zijn sterfbed tegen zijn 5-jarige kleinzoon zegt: ‘Ik heb teveel van oorlog gehouden, volg mij hierin niet na.’

Wat mij aan het boek het meest aanspreekt zijn de brieven van de Van Reedes. Ik ken de streek rond Amerongen erg goed en dat maakt de brieven in het boek nog mooier. Net als de beschijvingen van Den Haag, waar ik toch een tijdje vlak in de buurt heb gewerkt. Deze egodocumenten vormen de basis van het boek van Luc Panhuysen. De brieven maken het verleden levend. Het zijn mensen van vlees en bloed die radeloos, redeloos en reddeloos waren. De citaten van de brieven pleiten er wat mij betreft voor dat de brieven snel worden uitgegeven of via internet toegankelijk worden gemaakt. Ze verdienen het door meer mensen te worden gelezen.

Links over het rampjaar

Voor aanvullingen houd ik mij aanbevolen.

2010 in 10 blogs

Hoe vat je 2010 samen in 10 blogs? Ik bracht afgelopen jaar veel tijd forensend door in de trein tussen Almere en Den Haag. De tijd zo zittend in de trein besteedde ik dikwijls aan bloggen en twitteren. Dit jaar is het blogbezoek meer dan verdrievoudigd ten opzichte van 2009. Ik schreef dit jaar 537 blogs, tegen 265 vorig jaar. Dit hoge bezoek komt door meer promotie via twitter en het gebruiken van linkservices als twingly.com.

Ik heb mijn blog vandaag doorgespit en koos 10 blogs uit die voor mij het afgelopen jaar typeren:

  1. De danseres – een sprookje
    Het overlijden van mijn schoonmoeder was wel de meest aangrijpende en verdrietige gebeurtenis van 2010. Ze is er niet meer en we missen haar elke dag. Het verhaal dat ik voorlas op haar crematie is een sprookje dat eigenlijk verkeerd afloopt, of toch niet? Lees De danseres – een sprookje »
  2. Plunderaars
    De stacaravan op camping Westerholt is afgelopen voorjaar leeggeroofd. Tot overmaat van ramp was de waterleiding ook kapotgevroren. Een jaar die je niet elk jaar moet hebben. Ik ben dan ook heel benieuwd wat ons binnenkort te wachten staat. Lees het artikel over leeggeroofde caravan »
  3. Wat is een gedicht?
    In 2010 trekt mijn blog soms ook de aandacht van kritische lezers. Een Hengelose organist is gekwetst over een artikel dat ik over zijn orgelconcert schrijf. Hij vindt dat ik de blog onmiddelijk van het www moet verwijderen, mailt hij mij als het artikel al meer dan een maand online staat. Alle wijzigingen ten spijt, blijft hij bij dat standpunt. En een anonieme vriend vindt de gedichten op mijn wolkenblog wolkenhemel.blogspot.com helemaal niks. Ik maak mooiere foto’s dan ik kan dichten vindt de persoon die zich T.S. Eliot noemt. Een ongelijke discussie met een open eind in 3 afleveringen: lees , en
  4. Topimprovisaties door toporganisten op toporgels
    Veel orgelconcerten bezocht  het afgelopen jaar, soms wel meerdere op 1 dag, zoals de Open Orgeldag in Ede of met meerdere organisten zoals het minimalmusic-concert op 4 orgels in het Orgelpark. Maar het absolute hoogtepunt van 2010 was het improvisatieconcert in Dordrecht. Vooral de improvisatie op de Lambada van Berry van Berkum op het gerestaureerde Kam-orgel is een hoogtepunt van het concert. Wat een improvisatie en wat een orgel! Net als het schitterende Bach-orgel in de Mariakapel. Lees de bespreking »
  5. Trailwalker 2010
    De topprestatie van 2010 was naast de marathon van Rotterdam, de Trailwalker van Oxfam Novib, een wandeltocht door van 100 kilometer in 28 uur door de Veluwe. Voor het goede doel liep ik samen met Romae’ers Heleen, Marco en Jeroen. Een barre tocht met zware momenten en een schitterende finish! Na afloop was ik verschrikkelijk moe, had ik heel zere voeten en een kapotte teennagel. Maar wat was het een ervaring! Ik heb veel geleerd van mijzelf en van anderen.
  6. In de wolken met wolkenhemel.blogspot.com
    In 2010 heb ik de hemel ontdekt. Omdat deze blog enigszins bevlekt werd door al die wolken en ook niet iedereen deze bijdrages even goed waardeerde, heb ik de wolken naar een aparte blog verbannen. Het gedicht over Balkenendes afscheid haalde zelfs de populaire blog geenstijl.nl, wat eventjes een recordbezoek opleverde. Gelukkig krijgt de blog nu weer zo’n 10 bezoekers per dag. Allemaal wolkenliefhebbers daarvan ben ik overtuigd. Ook zijn er enkele gastbijdrages waaronder de engel die boven Utrecht zweeft, een bijdrage van Irma.
  7. Met Mulisch is de oorlog dood
    De dood van Harry Mulisch ontroerde velen. Het bracht mij een beschouwing over de oorlog en Mulisch en daarnaast leverde het ook wat leuke gedichten rond de wolken op. Over de ontdekking van de hemel en de regenboog bij Mulisch’ begrafenis. Ik had de regenboog ook gezien, maar dan van de andere kant. Echt prachtig.
  8. Boeken
    Tuurlijk zijn in 2010 weer de nodige boeken gelezen en aangeschaft. De wekelijkse boekenmarkt in Den Haag op d
    e Lange Voorhout en soms op het Plein, zorgde voor veel aankopen: zo schafte ik een Dante, de kraai Hans, de Spiegel van de Poëzie of Haffners boek over Hitler. Ook kreeg ik boeken, waarvan Komrij’s Clubsandwich een prachtige uitgave is, waar Ik ben er erg blij mee en blader veel in de 2 delen poëzie. Ook leen ik boeken van de prachtig nieuwe bibliotheek die Almere rijk is. 
  9. Stedenwijkfestival
    Helaas moest de grote literaire doorbraak uitblijven dit jaar. Het bleef beperkt tot een deelname aan het stedenwijkfestival. In de verhalentent las ik voor een groepje mensen mijn verhalen voor. Leuk om te doen. Ook pakt ik na jaren van poëtische stilte (of hooguit een zacht ruisen) het dichten weer op.
  10. Orgelencyclopedie
    De laatste 2 delen van de 15-delige encyclopedie van het historische orgel in Nederland werden eind mei in de Nieuwe kerk van Amsterdam gepresenteerd. Een hoogtepunt, want ik spaar de boeken al sinds de presentatie van het eerste deel in 1997.
Morgen publiceer ik de 10 meest gelezen blogs van 2010.

Uit in eigen land

Bij de kringloopwinkel in Almere gisteren weer eens een stapel boeken gehaald. Ik ben dit keer gedoken in de toeristische boeken over Nederland. Waarom zou je een spiksplinternieuwe reisgids kopen, als de informatie van 30 jaar geleden ook goed is.

Zo is er het boek Uit in eigen land, een uitgave van The Reader’s Digest in samenwerking met ANWB. Van dit boek lagen meerdere edities in de kringloopwinkel. Ik heb de oudste meegenomen een uitgave uit 1979. De latere editie uit 1987 bevatte exact dezelfde foto’s, soms wat anders verdeeld over de bladzijde, maar verder ieders eender.
Ik vind het bijzonder leuk om door zulke boeken te bladeren. De boeken stinken verschrikkelijk. Ze liggen te koop voor 2 à 3 euro en bevatten de basisinformatie van 30 jaar geleden, maar ze zijn in feite nog actueel. Op een enkel pretpark of afgebrande schuur na, is de informatie nooit veranderd. Wel toont het hoe de beeldvorming rond cultureel erfgoed de laatste jaren veranderd is. Blijkbaar verstond men in 1979 nog iets anders onder culturele vernieuwing dan nu. Zo staat er over het Kurhaus in Scheveningen dat het ‘omstreden’ is. Al lijkt de tekst meer voor dan tegen het gebouw uit de 19e eeuw te zijn:

Scheveningen. Nog altijd ’s lands eerste badplaats, maar die eretitel lijkt nauwelijks meer verdiend, want Scheveningen is de laatste jaren sterk afgetakeld. Niet alleen wat zijn bebouwing in het centrum van de badplaats betreft. Zo is er om de bestemming van het aloude Kurhaus, waarmerk van Scheveningen, op welhaast eerloze wijze touwgetrokken – met als gelukkige uitkomst dat het bouwwerk op de voorlopeige Monumentenlijst is beland. Ook grote stukken strand hebben eraan moeten geloven, al zijn hier de elementen dan in hoofdzaak schuldig aan. Maar er zijn nu plannen voor een grootscheepse ‘facelift’ van de badplaats die concrete vormen beginnen aan te nemen, en er blijft voor dagrecreanten toch nog altijd veel te genieten. (130-131)

Ik vind dit soort teksten werkelijk heerlijk om van te genieten. Niet zo heel lang terug was ik in Scheveningen en ik zag ruim 30 jaar later dat het met die facelift nog altijd bitter gesteld is. Om te zien hoe het was, is het eveneens gisteren gekochte boekje Van Haagse dingen die voorbij zijn een heerlijke opsteker. Daar staan het Badhuis en de Scheveningse Boulevard in vol ornaat. Zoals ze nooit meer te zien zullen zijn.

Speurtocht naar geschiedenis van spoorwegen

Michael Portillo reist aan de hand van George Bradshaw’s handboek door Engeland met de trein in de serie Great British Railway Journeys op BBC 2

Op de BBC 2 is vandaag een televisieserie begonnen die de geschiedenis van de Britse spoorwegen behandelt. Vanmorgen om kwart over tien zag ik de eerste aflevering van Great British Railway Journeys. De presentator Michael Portillo reist met George Bradshaw’s Tourist Handbook uit 1860 per trein door Engeland. In de eerste aflevering vertrekt hij uit Liverpool.

Het verhaal blijft niet bij de trein alleen, maar verplaatst zich ook naar andere elementen uit het leven van de 19e eeuw. Zoals de emigratie naar Amerika, de smeltkroes van culturen in Liverpool en de typische koekjes uit Eccles. De reis in de tijd brengt de kijker terug in de Victoriaanse tijd met alle geheimenissen en vernislaagjes over het werkelijke leven.

De trip van Michael Portillo brengt allerlei leuke weetjes aan het licht, zoals het verhaal dat de Eccles cakes lange tijd verboden waren op stations omdat een machinist een keer dronken van de koekjes een ongeluk had veroorzaakt. Of het eerste treinslachtoffer: een parlementariër die iets te dicht bij het spoor stond.

Ik ben benieuwd, de serie is begin dit jaar ook al uitgezonden en telt in totaal 20 afleveringen. Deze week reist Michael Portillo van de westkust naar de oostkust. Het begin van de spoorwegen is natuurlijk de reis van Liverpool naar Manchester, die hij in de afleveringen van vandaag en morgen maakt.

Voor een voorproefje van de uitzending kun je terecht op youtube:

Voor wie verder wil lezen, is er ook de officieuze website: greatbritishrailwayjourneys.com. De serie is bijna een oproep om zoiets ook in Nederland te beginnen, want ik denk dat zulke verhalen ook wel te vertellen zijn rond de Nederlandse spoorwegen.

Na de reis van Michael Portillo zendt BBC 2 prachtige documentaires uit over verschillende spoorwegen wereldwijd. Zo was er vanmorgen een uitzending over een smalspoorweg in India: The Darjeeling Himalayan Railway. Een ontroerend portret van mensen die rond deze spoorlijn leven.

Tweets van 2010 is nieuws van 2010

Het eind van het jaar, het begin van de lijstjes, zoals het jaar 2010 in 10 tweets. Dutch Cowboys probeert nu een Nederlandse twitterlijst op te stellen. Als je goed kijkt naar de tweets volgens yearinreview.twitter.com dan lijkt dit verdacht veel op het jaaroverzicht zoals de NOS al jaren maakt. Zoek dus de tweets bij het nieuws van het afgelopen jaar. Ik heb al een beginnetje gemaakt met mijn eigen tweets:

  1. aardbeving Haïti
  2. aswolk Eyjafjallajökull IJsland
  3. val kabinet Balkenende IV
  4. kabinet Rutte treedt aan
  5. eindeloze reeks bezuinigingen aangekondigd
  6. olieramp BP
  7. paniek op de Dam bij dodenherdenking
  8. Nederland verliest van Spanje in finale WK
  9. strubbelingen door sneeuw bij NS
  10. overlijden Mulisch

Kerstverhaal en social media

Via @slijterijmeisje zag ik deze hervertelling van het kerstverhaal. Hoe je de ster kunt volgen via twitter en hoe Jozef iedereen bericht over de geboorte van de baby via facebook. Foursquare om te bepalen waar je bent en waar je naartoe moet. Amazon om het cadeau te bestellen en de gmail staat ook niet stil voor de persoonlijke boodschappen, zoals Maria aan Jozef: ‘We moeten praten’.

Kijk zelf en zeg het voort

Christmas Carols vanuit Cambridge

Als voorbereiding op de kerstavond het prachtige kerstlied waarmee menig Christmas Carols-avond wordt begonnen: Once in Royal David’s City, gezongen door het King’s College Chapel’s Choir in Cambridge

Vanavond zendt de BBC 2 traditiegetrouw weer Carols from King’s uit om 19.45 uur (Nederlandse tijd). Een voorbeeld van televisie die elk jaar hetzelfde is en tegelijkertijd elk jaar hetzelfde. Let maar eens goed op de cameravoering (ook vanavond): eerst het zingende jongetje voor de Rubens en daarna de blik op het gewelf van de prachtige chapel.

Telegraaf stopt met twingly.com

De website van de telegraaf.nl gebruikt sinds kort niet meer de ping-service twingly.com om te wijzen op blogs naar het betreffende artikel. Tot dinsdag kwam je door middel van een linkje in je blog naar het telegraaf-artikel automatisch in de lijst ‘gerelateerde blogs’ terecht.

Een nuttige service die je als blogger de gelegenheid gaf je blog via het telegraaf-netwerk te verspreiden. Op deze manier kregen mijn blogs over nu.nl en de NS veel aandacht. Zelfs kamerleden pikten de teksten op.

De kracht van bloggen is het linken en verwijzen naar elkaars blogs.
Reageren op een blog via de eigen blog – ook wel trackback of ping – is een geliefd middel onder bloggers om online discussies te voeren. De telegraaf bood de mogelijkheid om via de twingly-service te reageren via een eigen blogartikel. Blijkbaar werd hier teveel gebruik van gemaakt en misschien ook wel op een commerciele manier want sinds dinsdagmiddag bestrijkt een grote google ads-advertentie het gedeelte van de ‘gerelateerde blogs’.

Websites worden steeds minder scheutig in de mogelijkheid om te reageren. Je kunt bij kranten als nrc.nl en de volkskrant.nl niet meer een reactie achterlaten bij een artikel. Andere sites voeren een ingewikkeld beleid uit waarbij een tekst geen linkjes mag bevatten of een maximale lengte. Zo mag je bij de telegraaf in je reactie geen linkje opnemen.

Deze vorm van beknotting en vrijheidsberoving is uitermate jammer. Misschien is dit te wijten aan commercieel misbruik van de mogelijkheid te reageren. Duidelijke regels hierover hadden veel kunnen voorkomen. Ook de mogelijkheid van sociale mediasites als facebook, twitter en hyves om het artikel via deze kanalen te verspreiden heeft hiervoor gezorgd.

Met het verdwijnen van ping-services als twingly op websites maakt ze plat en ontneemt mensen de mogelijkheid te reageren, terwijl hier meer dan ooit behoefte aan is. Het vergroot naar mijn oordeel de transparantie van internet, want iemand moet de journalistiek controleren. En wie kunnen dat beter dan bloggers? Gelukkig maken bloggers als Erwin Blom en Slijterijmeisje wel gebruik van de mogelijkheid tot trackback.

Overigens heeft de telegraaf geen reactie gegeven op mijn vraag waarom de services beëindigd is.

Geen trein en geen informatie

Naast treinen ontbreekt het ook aan informatie de laatste dagen bij NS

Geen treinen, koude voeten en geen informatie.Sommige dichters huilen van jonge sla in september, ik van de NS in de winter. Vanmorgen was het mijn beurt. Informatie inwinnen via de website heeft weinig zin, daarom maar gegaan. Ik zag bij binnenkomst al een vol perron. Nooit een goed teken. Een overwegstoring bij Naarden-Bussum en een wisselstoring bij Schiphol, zorgden voor de uitval van flink wat treinen. Eigenlijk waren alle rechtstreeks treinen naar Amsterdam Zuid uitgevallen. En niet alleen de treinen reden niet, ook de informatievoorziening stond ergens stil in een weiland. NS-personeel weet inderdaad niet veel meer dan de reizigers op het perron. Terwijl ze wel in indrukwekkende uniformen en gele hesjes lopen. Kortom: chaos op het spoor.

Eindelijk reed er een stoptrein.De trein was overvol en de conducteur verzocht reizigers naar Schiphol uit te stappen. Ik wantrouwde de situatie, maar besloot dan maar het verzoek in te willigen. Ik ging nog even naar de conducteur en vroeg hem of de volgende echt reed. Hij antwoordde dat deze over 10 minuten zou komen.

Ik had beter moeten weten.
Stom. Tip 1: luister niet naar NS-personeel. Zij weten namelijk even weinig als jij. Je staat met z’n allen op een koud perron en alle uniformen en hesjes weten het ook niet. Ze halen de schouders op en de reizigers die het zat beginnen te worden, uitten hun frustraties op medewerkers. Heel slecht, maar het gebeurt. De trein naar Schiphol reed helemaal niet, de conducteur van de vorige trein had dit nooit mogen adviseren. En de intercity daarna naar Amsterdam was niet van plan in Weesp te stoppen. ‘Daar kunnen we niet aan beginnen’, zei de conducteur nors. Waarna de deuren dichtgingen. Ik dacht dat de winterdienstregeling was ingevoerd met extra stops om dit soort problemen te ondervangen. Het antwoord ontbrak en de trein reed weg.

Uiteindelijk meer dan een uur later op de bestemming met veel stoppen, overstappen en stilstaan. Het bewijst dat de NS echt een serieus probleem heeft met de informatievoorziening. In tijden van crisis veranderen stations in oorlogsgebieden waarbij reizigers maar iets doen. Zonder regie en met de wetten van de straat beuken mensen zich een trein in. Als veewagens van aaneengeklitte reizigers rijden die spaarzame treinen de deur uit.