Miskende kankeraar

Soms kom ik van die juweeltjes tegen op een boekenmarkt of in de kringloopwinkel. Zo trof ik vorige week op de laatste werkdag in Den Haag het prachtige boek Eendagsvliegen op de Haagse boekenmarkt aan. Eendagsvliegen van Willem Walraven is niet een titel die echt uitnodigt het boek te kopen, maar bij het lezen de afgelopen dagen heb ik er erg veel plezier aan beleefd. Want Willem Walraven is een heuse schrijver en een miskende kankeraar.

Onze tijd keert zich een beetje tegen de mopperaars en kankeraars.
Positief denken is wat de boventoon voert. Dat zeuren en kankeren gewoon ook tot de Nederlandse volksaard behoort, wordt vaak vergeten. Het is toch heerlijk om het af te geven op de trein die nooit rijdt en de post die niet bezorgd wordt. Vervolgens stap je al mopperend in die vertraagde trein en doet de brief toch op de post. Mopperen is ook iets van je afschudden, zoals een hond de regen van zich afschudt als hij natgeregend is.

Goed zeuren kan soms heel mooie stukken opleveren. De kankeraar Willem Walraven demonstreert dat het beste in zijn korte overpeinzingen die in het boekje Eendagsvliegen zijn samengebundeld. De mooiste stukken cabaret in feite een lange mopperparade. Zoals bijvoorbeeld die bekende act van Bert Visscher over de familie Mug. In het buitenland zal er nauwelijks om gelachen kunnen worden, Nederlanders komen niet meer bij.

De bijdrage aan het einde van Eendagsvliegen ‘De miskende kankeraar’ is misschien wel het pleidooi voor de kankeraar. Ik kan mij hier heel goed in vinden. Een flink partijtje mopperen kan geen kwaad, als het wel met de nodige humor en eerlijkheid gebeurt. Mopperen om het mopperen is nooit goed, maar als er een kern van waarheid in zit, mag het van mij best. Walraven schaart alle groten der aarde onder de kankeraars, van Maarten Luther, Multatuli tot aan Bas Veth:

Laat ons daarom kankeren, waarheidslievend, en zo mogelijk litterair, en zelfs een beetje geniaal. De grootsten hebben nooit anders gedaan en zijn dienovereenkomstig uitgescholden door het plebs. Zij allen hebben ‘gekankerd’ en het is daarom, dat wij hen nog kennen en nooit vergeten. (320)

Leve de Nederlandse blog

Best schrikken natuurlijk als je leest dat het bloggen in Nederland dood is volgens dé blogexperts Dutch Bloggies. De hoeveelheid liefde en energie die erin is gestoken, is genoeg geweest. Het heeft geen zin meer om blogprijzen uit te reiken. De blog heeft niet de positie die bijvoorbeeld de blogs in Amerika hebben gehad. Zo vinden de organisatoren van de prijs die in januari samen met het bestuur wordt opgedoekt.

Een blogger van het eerste uur typeerde de Nederlandse blogbezoeker als ondankbaar publiek. Ze laten je snel in de steek, vond hij. Als de Nederlandse blogbezoeker het zat is, vertrekt hij en komt hij niet meer terug. Ik deel die mening niet. De Nederlandse blogbezoeker is juist trouw. Je moet dan niet geloven in grote aantallen, maar in een klein publiek. Het kleine publiek geeft in de respons aan dat ze je trouw maar kritisch volgt.

Bloggen leeft meer dan ooit in Nederland.
Zeker ook in combinatie met allerlei social media activiteiten. Je blogs tweeten, maar ook verwijzen naar blogs van jezelf en anderen via twitter, linkedIn of facebook. De combinatie van blog, microblog en netwerkgroep maakt het bloggen juist zo dynamisch. Ook helpt het om via allerlei forums je blogs onder de aandacht te brengen.

De omvorming van de website van nrcnext naar een blog, heb ik vorig jaar toegejuicht. Dat nrcnext moet oppassen niet alles 1 op 1 door te plaatsen van de papieren krant naar het www, blijft een punt van aandacht. Het doorplaatsen van de columns waar je niet eens op kunt reageren, is zoiets. Dat bevordert het fenomeen bloggen niet, maar de echte blogs op nrcnext leveren veel reacties op en dragen bij aan de vorming van een mening. Een van de functies van het bloggen.

Daarnaast wil ik de enorme populariteit van het bloggen benadrukken, systemen als wordpress en blogger liggen aan de oorsprong van het bloggen. Het aanmaken van een url dat overeenstemt met de titel van het artikel en dat daarnaast altijd vindbaar blijft onder deze url. Het ligt ten grondslag aan de blog, maar heeft snel een populariteit op het hele www gekregen.

En dat is misschien het probleem. Bloggen is zo’n succes geworden dat iedereen het doet. En als iedereen het doet, dan wordt het veel minder interessant om je ermee te onderscheiden. Er wordt namelijk overal over geblogd. Niet alleen over games, over literatuur, over marketing, maar ook over afvallen en wolken (of gedichten). Elke internetter heeft binnen enkele minuten een gebruiksklare blogsite staan en kan beginnen met bloggen.

Al die internetters die blogs beginnen en na een paar blogjes hun blog niet meer actualiseren, dragen bij aan een enorme wildgroei aan blogs. Deze blogs worden niet bijgehouden en dragen daarom ook niet bij aan de blogosphere. Bovendien blijft de Nederlandse blogwereld beperkt tot een aanzienlijk kleiner taalgebied. Dit zorgt ervoor dat ontwikkelingen zoals in de wereldwijde blogscène niet of in zeer geringe mate komen.

Wel lijkt het dat in Nederland de blog niet echt serieus wordt genomen. Kranten en tijdschriften verwijzen zelden naar sterke blogartikelen. Veel blogs praten elkaar na en leveren daarmee niet echt een wezenlijke bijdrage aan het debat. Ook heerst er een algehele angst om naar elkaar te verwijzen. Links zijn de kracht van blogs en deze ontbreken in veel Nederlandse blogs. Een blog als geenstijl.nl demonstreert duidelijk hoe bloggen moet, maar weinig bloggers nemen dit over.

Daarmee moet ik dutchbloggies misschien gelijk geven om de prijs te stoppen. Een gebrek aan vernieuwing en het kleine taalgebied zorgt er dan voor dat jaarlijks dezelfde de prijs krijgt. Dat mag niet de bedoeling zijn. Blijft wel staan dat ik de beslissing heel jammer vind.

Vochtig gootsteenkastje

Het begint ermee dat de vaatwasser steeds moeilijker sluit. In eerste instantie negeren we het probleem, maar dat helpt niet. Hij blijft haperen ergens op het einde, vlak voor we hem dicht kunnen drukken. Het probleem wordt niet minder erg, het verergert zelfs.

Daar sta je dan. Het moment is aangebroken dat je een onderzoek start. Eerst verwijder je de plint onder de vaatwasser en het naastliggende gootsteenkastje. Het levert weinig bevindingen op. Alleen dat het er best vochtig is, maar het lekt er niet.

Dan komt de tweede stap.
Je laat de vaatwasser maar eens draaien. Het is er niet nat, wel vochtig. De deur van de vaatwasser is van hout en is bevestigd tegen de metalen inbouwvaatwasser. Hier lijkt het probleem van de deur vooral te zitten. Het hout is behoorlijk vochtig. Door het schuren is zelfs een deel van de zijkant weg.

Je kijkt eens goed naar het geheel en ziet ineens dat het deurtje van het gootsteenkastje best wel scheef hangt. Je ontdekt dat de bodem van het gootsteenkastje best wel volgezogen is met vocht. Sterker nog: het spaanplaat lijkt wel twee keer groter dan normaal. Tijd voor de derde stap.

Als het hele gootsteenkastje is ontruimd, komt de volgende stap. De check waar het lek zit. Mocht je een lek in een fietsband een onmogelijke opgave vinden. Dit is vele malen erger. Je kijkt nog eens heel goed van onderen. Volgt de afvoer en de aanvoer van het water en ziet in eerste instantie niet veel vreemd. De bodem wordt heel goed afgenomen, elke druppel water kun je nu zien.

Dan komt het: de waarneming. Daar zie je ineens een druppeltje rond het warmwaterkraantje ontstaan. De monteur vond het zo handig om deze te behouden. Dan kun je het heel makkelijk afsluiten als er iets met je keukenkraan is. Mijn ervaring tot nu toe met kraantjes aan de waterleiding is dat ze altijd lekken.

De laatste stap is het aandraaien van het kraantje en dan hopen dat er geen lek meer is. Ik heb het kraantje aangedraaid en hoop dat het lek nu echt weg is.

Over een nacht ijs

Het eerste ijs van dit seizoen

Het eerste ijs heeft zich in Almere gevormd op de plassen en sloten. Vooral de plekken waar de wind niet veel vat heeft, groeien langzaam dicht. De eenden lopen wat onwennig over het dunne en vooral gladde laagje ijs. Ze glibberen traag vooruit en weten nog hun evenwicht te bewaren. De zon weerkaatst vooral mooi in het water dat bedekt is met een dun laagje ijs.

David Sedaris en Sinterklaas

Zegt het verhaal ‘Zes tot acht zwarte mannen’ iets over Sinterklaas of meer over David Saderis. Ik denk het laatste. In de bundel Van je familie moet je het hebben, een tip van Paulien Cornelisse bij Zomergasten – inderdaad zo lang doe ik al over het boek – vertelt Saderis over de bijzondere kindervriend. De feiten kloppen niet, maar dat geeft niks voor een verhaal. Daar is het een verhaal voor, maar het tekent wel de verteller.

Hij behandelt het typisch Nederlandse gebruik echt als een Amerikaan die een bijzondere volksstam bestudeert. Het begint al met de openingsvraag die Sedaris stelt als hij in een vreemd land komt:

‘Wanneer maken jullie de kerstcadeaus open?’ is ook een goede gespreksopener, want volgens mij zegt dat veel over het nationale karakter. (256)


Het brengt hem op Sinterklaas. Dat verhaal wordt hem verteld door ene Oscar die hem enkele details rond Sinterklaas onthulde terwijl ze op weg waren naar het Centraal Station in Amsterdam. Sedaris huppelt van de ene verbazing in de andere. Want hoe is het mogelijk dat een witte man slaven heeft, die na de jaren 1970 zijn vriendjes worden.

Ook zou het schoppen van de kinderen en meevoeren naar Spanje werkelijk ongehoord zijn. In Amerika, natuurlijk. Maar in Amerika roepen ze buiten heel hard dat iets echt niet kan. Als ze dan binnen zijn ranselen ze elkaar af en maken de meest racistische opmerkingen in de richting van hun donkere landgenoten (en andersom).

Net zoiets als de zes tot acht helpers. Deze brengen Sedaris niet alleen op de titel van het verhaal, alle misvattingen van het verhaal hangen aan de zes tot acht helpers. In mijn ogen beschikt Sinterklaas over het algemeen over twee Pieten, veel uitzonderingen daargelaten, maar de standaardformatie bestaat echt uit 1 Sint en 2 Pieten.

Muggenzifterij van de hoogste orde. Ik geef het gelijk toe. Het brengt mij op Sedaris die misschien nog het meeste zijn eigen volk op de hak neemt. Een kinderverhaal als dat van Sinterklaas zou hem meer uit de slaap houden dan de Amerikaan met zijn legale wapen. Om voor het slapen gaan nog een aantal fabeltjes uit de kast te halen, waar elke Amerikaan echt bang voor is:

Als kind krijg je dat verhaal te horen, als volwassene draai je de rollen om en ben jij degene die het vertelt. Als extra bonus doet de regering daar nog gelegaliseerde drugs en prostitutie bij – dus wat is er eignelijk op tegen om Nederlander te zijn? (2660/1)

Geeft niks David. Ik vergeet voor het gemak maar even dat jouw kerstman eigenlijk een ontmijterde Sinterklaas met overgewicht is, die niet veel meer kan uitkramen dan ‘joho’.

Ter Braak, Wilders en Biskop

Het verse CDA-kamerlid Jack Biskop haalt in een openingsspeech voor zijn fractie Menno ter Braak aan. De vergelijking met de PVV komt hier angstwekkend sterk naar voren. Jammergenoeg vermeldt Biskop niet waar het vandaan komt. Het verzameld werk van Ter Braak beslaat al ruim 4850 pagina’s in 7 delen. Dan is er nog de 4-delige briefwisseling tussen Ter Braak en Du Perron en zijn er nog ontzettend veel artikelen in tijdschriften die niet in het Verzameld werk zijn opgenomen.

De zoekfunctie van de nieuwe website www.mennoterbraak.nl werkt nog niet zo goed om het fragment snel te vinden. Daarnaast gebruikt Biskop een uitgave met de huidige spelling. Helaas, want ik had graag gelezen wat er om het fragment zelf heen staat. Schrijft Ter Braak dit naar aanleiding van een boekrecensie of komt het uit zijn eigen gedachtenkoker. Zeker in formulering doet het zeer Ter Braaks aan, maar context en de bijbehorende duiding is bij dergelijke citaten onontbeerlijk.


Vergelijkingen met het nazisme zijn niet van gisteren. Elke gruweldaad roept een vergelijking met de gruweldaad der gruweldaden op. Het vraagt wel om veel nuancering die in het stuk van Biskop ontbreekt. Ook mist hij de boot door vervolgens geheel volgens christen democratisch gebruik een fragment uit de bergrede aan te halen.

Hitlers doelen

De vergelijking door een fragment van Ter Braak aan te halen over het nationaal-socialisme van Hitler, lijkt erop dat Biskop bijvoorbeeld het boek Kanttekeningen bij Hitler van Sebastian Haffner niet gelezen heeft. Dat boek toont namelijk de dubbele doelen die Hitler nastreefde. Het eerste doel is Duitsland als overheerser in Europa. Het tweede doel is de vernietiging van alle joden in Europa, de holocaust.

De vergelijking van de joden naar de moslims is snel gemaakt. Het idee van een moslim-holocaust hangt in de lucht. Maar dat heeft Wilders nooit gezegd. De stap van het isoleren van een groep mensen – bij Wilders vanwege hun geloof – naar de totale vernietiging van een volk is lang. Het moment dat Menno ter Braak hierover schrijft in 1937 is een moment waarop het eerste doel van Hitler erg dichtbij ligt. Het tweede doel ligt nog mijlenver weg en heeft zich ook veel meer in het geniep afgespeeld.

Misplaatst

Het is misplaatst om alles met de holocaust te vergelijken. Dat geldt evenzeer voor de vergelijkingen van Wilders van de islam met de holocaust. Naar mijn oordeel is de intellectuele benadering van Biskop, vermengd met een christelijk sausje, net zozeer angst met angst bestrijden.

Het oproepen van een vergelijking van Wilders met Hitler veroorzaakt namelijk net zo’n paniekreactie. Mijn voorkeur zou uitgaan naar het zoeken van de dialoog, die misschien juist met Wilders begonnen is en die hij niet durft aan te gaan. Een dialoog waarin het probleem wordt besproken en de toenadering.

Leve Komrij's Clubsandwich

De Clubsandwich bevat 20 delen van Komrij’s Sandwich-reeks (2002-2009)

Vandaag bij het afscheid van de postbus-collega’s 2 prachtige boeken met debutanten en vergeten dichters. Onderweg in de trein al heerlijk gebladerd in de boeken en thuis verder gelezen. Wat een heerlijke keuzes van Komrij. Hij geldt als een heuse ontdekker van nieuwe dichters en blaast het stof van de vergeten dichters. E

Van de vergeten dichters eindelijk weer de grote namen van ondermeer J.J.L. ten Kate – verguist in de onvergetelijke parodie Cornelis Paradijs (Frederik van Eeden) – en de Afrikaanse dichter Sheila Cussons. Vooral de laatste is een heuse parel in de bundel met De vergeten dichters. Van deze bundel is misschien het meest spectaculaire gedeelte achterin bij de bundeling Bombast en larie, De 25 afschuwelijkste gedichten uit de Nederlandse literatuur.

Onder de titel De debutanten staan eveneens mooie parels. De romancier Abdelkader Benali ontpopt zich als een heuse dichter met heuse sonnetten die weemoedig stemmen. Of Philip Hoorne met een gedicht over een vogeltje:

Een vogeltje overreden,
over een vogeltje gereden

Gedichten die je zeker meer moet lezen en die de moeite van het lezen zeker waard zijn. Als dan de gever samenvalt met het boek is het helemaal top. Dit gebeurt in het gedicht ‘De gelukkige huisman’ van Abdelkader Benali:

Zeer tevreden zijn de collega’s met mij,
Prijzen mijn eindprestaties, pakkeuze, schoon
Gebit; ik word uitgenodigd voor manifestaties
Waar ik niet op in kan gaan, te druk met kind,

Vrouw, baan en bouwen aan de tempel, […] (104)

Ik ben benieuwd wanneer Komrij de laatste vergeten dichter vindt.

iPhone, Android of Blackberry?

Hoe ziet de gebruiker van een smartphone zichzelf en hoe zien anderen hem? (bron: csectioncomics.com)

Een interessant verhaal in Dagblad De Pers vanmorgen over de verschillende smartphones die in omloop zijn. De auteur Jorien Beukers deelt het grofweg in 3 categoriën gebruikers: iPhone, Android en Blackberry. Grofweg ingedeeld komt dit overeen met de 3 categoriën bekende computergebruikers, respectievelijk: apple, linux en microsoft.

Wat voor mij een heuse eyeopener is, is de illustratie die het artikel vergezelt. Deze is afkomstig van C-Section Comics en laat prachtig zien hoe de verschillende gebruikers van mobiel internet zichzelf zien en hoe ze worden gezien door de gebruikers van smartphones uit de andere categoriën. Het levert een leuk plaatje op dat meer zegt over de gebruikers dan over de verschillende systemen.

Ik ben gek op dat soort plaatjes, want hoe je jezelf voelt, wordt voor een groot gedeelte ook bepaald hoe je jezelf voorstelt tegenover de buitenwereld. Daarom denk ik ook dat het weinig zin heeft een inhoudelijk diep verhaal over de verschillende systemen af te steken. Het draait meer om de gebruikers van deze systemen.

Wat wel opvalt is hoe sterk bij Apple software en hardware in elkaar verstrengeld zijn. Apple begint meer en meer op de grote concurrent te lijken, die groot werd door de samenwerking met hardware-leverancier IBM. De eenvoudige computer met het besturingssysteem MS-DOS zorgde voor de komst van de personal computer (pc) voor iedereen. Apple heeft hardware en software altijd al in elkaar verstrengeld.

De enige uitweg voor vrijheid, betoogt Jorien Beukers is Android. Ik zie dat ook als uitweg. Al merk ik bij de computertegenhanger Linux dat dit vooral een systeem is geworden voor ontwikkelaars en ICT’ers. Zou het Google lukken om haar systeem breed verspreid te krijgen? De meeste gebruikers huiveren bij het idee dat ze iets zelf moeten doen en willen apparatuur die het gewoon doet. Dat ze daarbij veel vrijheid weggeven realiseren ze zich niet altijd.

Bedenk dat goed als je overweegt een nieuw toestel aan te schaffen. Afhankelijkheid zoals bij de iPhone betekent gebruikersgemak, maar de kosten liggen ook hoger. Maar dat weet iedereen met een computer ook. Zowel Microsoft als Apple zijn handenbinders. Elke pc-gebruiker kan overstappen op Linux, maar niemand doet het uit angst en onzekerheid.

Precies hetzelfde gebeurt bij de smartphones. De ervaring bij computers leert dat het moeilijk overstappen is. Misschien is de moderne mediagebruiker conservatiever dan hij denkt. Ook de smartphone-gebruiker moet zich realiseren dat het lastig is om te switchen tussen systemen. Zeker als je de gebruiksvriendelijkheid van de dure Apple gewend bent. Besef dat goed als je een nieuwe smartphone kan uitzoeken.

Kamerleden kijk eerst naar jezelf

Hebben Tweede Kamerleden voldoende kennis van het spoorwegnet om er een effectief oordeel over te kunnen vellen. Het is natuurlijk erg leuk om zoals Arie Slob commentaar te hebben op Prorail naar aanleiding van het incident van afgelopen vrijdag in Utrecht. Ik betwijfel de hoeveelheid verstand van rails, wissels, bovenleidingen, treinstellen en seinen onder kamerleden.

De benadering van veel kamerleden is namelijk erg vanuit de auto geredeneerd. Dat een trein bijvoorbeeld een veel langere remweg heeft – vaak van enkele kilometers lang – en niet kan uitwijken zoals een auto, lijken ze niet te realiseren.

Kamerleden reizen vrijwel niet met de trein en bewindslieden helemaal niet. Dat kan een kritische benadering van een organisatie als prorail in de weg staan. Want elke spoorwegliefhebber weet dat Utrecht, het knelpunt is van Nederland. Als Utrecht plat ligt, dan ligt het hele land plat, is een opmerking onder treinreizigers die al heel oud is. En ook het brandje van vrijdag demonstreert dat: een probleem bij Utrecht dupeert gelijk duizenden reizigers.

Dat prorail een organisatie is waar nog wel wat kan gebeuren, staat los van dit feit. Ik vind dat kamerleden ook naar zichzelf moeten kijken. Je laten meevoeren met mooi weer praatjes zoals bijvoorbeeld gebeurt bij de Flevolijn, demonstreert dat de kamerleden zelf ook eens moet nadenken. Je lost een groot infrastructureel probleem niet op door treinen dichter op elkaar te laten rijden. Dat reizigers nu dag in dag uit in treinen worden gepropt waar elke minieme vertraging dramatische gevolgen heeft, beseffen kamerleden nauwelijks. Daar kan geen rapportage tegenop.

Dus verdiep je eens serieus in het spoor en laat je niet leiden door incidenten.

Jammer van de vitamines

De rij bij de kassa was lang en er klonk een zacht plofje. Kort erop volgde een verlegen: ‘o’. Ik keek op bij het stapeltje boeken waar ik stond. ‘Nieuw binnengekomen’ hing er op een geel kartonnetje boven. Het tweede deel van de Verzamelde werken van Erasmus hield ik in mijn hand. Ik zweefde bij het bladeren ergens tussen de Lof op de geneeskunst en de Lof de Zotheid. Op de grond lag de fruit smootie.

De aardbeiensiroop verspreidde zich langzaam maar zeker over de tegels vlak voor de kassa. ‘Wat is er dan?’ vroeg de jongen achter de kassa. ‘Mijn drinken is gevallen’, zei het meisje. ‘Sorry, het spijt me heel erg’, zei de vrouw die naast haar stond. Blijkbaar had de vrouw per ongeluk het flesje omgegooid. ‘Geeft niks’, de toon waarmee ze het zei klonk vol verwijten. ‘Wel jammer’, zei de vrouw. ‘Het is inderdaad jammer’, zei het meisje. ‘Ik dronk er expres niet uit omdat ik bang was dat ik zou knoeien.’

Ze keek de vrouw nog een keer indringend aan. Die knipte al met de portemonnee in de hand en het bleef onduidelijk of ze hem nu klaar had voor het meisje of om de boeken af te rekenen. ‘Maar het geeft niks.’ De jongen hing half over de toonbank heen, maar zag niks. ‘Mijn beker met fruitdrank is omgevallen’, zei het meisje. De ergernis klonk nog altijd na. Dat zij het drinken op de plek had neergezet, kwam niet aan de orde. ‘Heeft u misschien een doekje’, vroeg ze. ‘Kan er niet iemand even naar achteren om iemand te halen’, vroeg de kassamedewerker naar de groeiende rij mensen bij de kassa.

Zijn collega kwam er aan. Het meisje zette haar pruillipje weer op. ‘Sorry’, zei ze. ‘Het spijt me zo.’ ‘Ja, het is jammer van de vitamines’, merkte de collega op. Ze pakte het plastic bekertje op. Het rietje viel in het aardbeienplasje. De vrouw liep met de beker naar achteren om een nat doekje te halen. Het boek van het meisje was ingepakt dor de jongen. Het meisje betaalde. De boeken gingen in één van de grote tassen die het meisje droeg. ‘Het spijt me zo’, zei ze. Ze keek nog even naar de plas vitamines, draaide zich om en liep de winkeldeur uit.

De vrouw die de verwijten had gekregen, stond nu bij de kassa. Ze hield een boekje vast dat ingepakt was. De tranen stonden in haar ogen, het leek of ze ieder moment in een hard huilen zou uitbarsten. ‘Meneer’, zei ze. Ze trok hetzelfde pruillipje als het meisje voor haar. ‘Het spijt me zo, maar ze heeft dit boekje al.’ Uit het inpakpapier viel een boekje. Het vertrek van de mier stond op de rug van het boekje. ‘Heeft u misschien een boekje van Carry Slee?’ De jongen schudde met zijn hoofd, graaide met zijn vingers in het bakje van de kassa en gaf haar het geld van de dubbele aankoop. ‘Dank u wel’, zei ze. Het pruillipje verdween met het geld in haar zak en ze liep trots de winkel uit.