Met Mulisch is de oorlog dood

De vrouw van een literair recensent vertelde mij eens bij een etentje dat ze als de dood was bij het kerstdiner een telefoontje te krijgen. Dat Harry Mulisch dood zou zijn en haar man direct een necrologie moest schrijven. Het liefste zou ze de stekker van de telefoon eruit hebben getrokken. Want dan zou haar man ogenblikkelijk het gezellige familiediner moeten verlaten om een stukje voor de krant van morgen te schrijven.

Of het ooit gebeurd is, vertelde ze er niet bij. Afgelopen week hebben de makers van necrologieën uitvoerig de tijd gehad om het leven van Harry Mulisch te beschrijven. De meest walgelijke stukken vliegen over het internet en morgen zal de krant ook wel vol staan met verklaringen waarin de schrijver het graf in wordt geprezen.

De informante vertelde mij meer over Harry Mulisch bij dat etentje.
Harry Mulisch komt in dat opzicht sterk overeen met het personage Max in De ontdekking van de hemel. Net als Max liet Harry geen moment voorbij gaan het vrouwelijk schoon te aanbidden en meer dan dat. Het is een vreemd gezicht om dan te kijken naar een boekenprogramma waarbij Marita Mathijssen is opgetrommeld. Ook zij gaf, volgens de informante gehoor aan de veroveringsdrift van de schrijver. In deze uitzending bleef het roemen beperkt tot het literaire oeuvre en de verschijning. Al liet ze tussen de regels wel iets los. Ze werd ‘helemaal blij’ als ze hem zag.

Zeker is dat Mulisch een bijzondere schrijver aan het literaire firmament was. De opmerkingen over zijn ijdelheid kwamen uit in grappen waarbij hij zich liet opbellen als hij in American zat. Hij liet zich dan oproepen met de opmerking: ‘Meneer Mulisch er is telefoon voor u’. Alleen om interessanter te zijn dan hij was.

Ik denk persoonlijk dat het door iedereen vermeende ‘naast de schoenen lopen’ een zeer vergaande vorm van ironie was. Hij verschool zichzelf achter deze grootdoenerij. Door het idee op te wekken dat hij zichzelf zo verschrikkelijk serieus nam, wekte hij de afgunst van heel veel mensen. Terwijl als je goed naar hem luisterde, sprak in iedere regel de zelfspot en maakte hij zichzelf vooral belachelijk door zo groots over zichzelf te praten.

Ik ben ervan overtuigd dat deze vorm van ironie ook terugkomt in zijn boeken. Hij zet de wereld zo groots op dat alles klein werd. De hele opbouw van een werk als De ontdekking van de hemel vormt een reconstructie van de wereld waarin de almacht van het Opperwezen vooral tot uiting komt. Het Opperwezen is hier overduidelijk de schrijver die een wereld en een hemel maakt, boordevol onmogelijkheden die alleen door hem mogelijk waren.

Vooral aan die constructie van de romans had ik een ongenadig leesplezier. De stijl greep mij niet altijd zo, zeker in de vroege romans is de stijl een lastig obstakel waar doorheen gedrongen moet worden. Tegelijk vormt Het stenen bruidsbed naar mijn oordeel echt het hoogtepunt van zijn oeuvre. Zeker ook door het wonderlijk samenkomen van dader en slachtoffer. Het legt naar mijn oordeel de hele schuldvraag – wie was er eigenlijk fout in de oorlog – open.

Want die oorlog, die heeft het oeuvre van Mulisch wel bepaald. Hij kwam er niet meer van los. Het proces Eichmann dat hij van begin tot einde volgde, leverde niet alleen een indrukwekkend boek op: De zaak 40/61. Veel meer sprak er zijn fascinatie uit over de oorlog en de grip die hij wilde hebben op deze misdadigers. Want wat is goed en wat is fout? Dezelfde vraag als die in Het stenen bruidsbed uit 1959 spreekt.

Als je met een voet in de oorlog staat omdat je hem hebt meegemaakt en tegelijk jezelf zo buiten die oorlog kunt plaatsen, vind ik een hele prestatie om zo naar de oorlog te kijken. Het heeft zijn leven en werk beïnvloed en daarom durf ik met een gerust hart te beweren dat met Mulisch de oorlog dood is.

PVV grossiert in afschaffen en opdoeken

De PVV is grossier in beschreeuwen van nieuwe maatregelen die het kabinet zou moeten nemen. Hierbij roepen ze vooral over het afschaffen van dingen. Onder het mom van ‘linkse hobby’s’ moeten veel dingen het ontgelden. Een overzicht van de grootse praat van afgelopen week:

Dat het vooral geschreeuw is, bewijst de uitroep dat de politie automobilisten die 130 kilometer per uur rijden op de snelweg geen boete meer moeten krijgen. De minister van Veiligheid en Justitie besloot onlangs dat dit nog niet zou gebeuren. Van de kant van de PVV bleef het rustig. Er kwam ook geen reactie op het nieuws dat 130 kilometer per uur 15 doden per jaar kost. De fractie was te druk met het verzinnen van nieuwe uitroepen die de pers zouden halen.

Bouw Nationaal Historisch Museum gelukkig afgeblazen

De komst van het Nationaal Historisch Museum heb ik altijd met argusogen bekeken. In juni noemde ik het een 19e eeuws idee dat gedoemd is te mislukken. In het bericht stelde ik voor om een reizende tentoonstelling te starten in combinatie met veel online activiteiten.

Het lijkt er verdacht veel op dat staatssecretaris Halbe Zijlstra van Cultuur mijn artikel heeft gelezen om zijn bezuinigingsvoorstel te doen, want uitgerekend deze beslissing wordt ondersteund met het idee van de rondreizende tentoonstelling en online activiteiten.

De directeur is verdrietig vanwege de beslissing, maar ik vind het een briljant idee. Wel hoop ik dat de staatssecretaris en vooral de museumdirecteur ook de andere punten die ik in het artikel van juni noem zal inzetten om van het Nationaal Historisch Museum een succes te maken.

Lees het artikel Hopelijk strand Nationaal Historisch Museum »

Junghuhn en de Merapi

Zelfportret van Junghuhn als hij de de noordzijde van de Javaanse vulkaan de Merapi bekijkt

De Javaanse vulkaan de Merapi komt de laatste dagen veel in het nieuws vanwege de hevige uitbarstingen die vrijwel dagelijks plaatsvinden. Zo zag ik gisteren beelden van een dikke laag as die in de wijde omgeving rond de vulkaan ligt en de zware wolken die de vulkaan uitblaast.

De Merapi is voor de Duits natuuronderzoeker in Nederlandse dienst, Franz Wilhelm Junghuhn (1809-1864) de eerste vulkaan geweest die hij beklom. Deze indrukwekkende vulkaan heeft ongetwijfeld de basis gelegd voor zijn latere interesse om 43 vulkanen op Java te beklimmen. Een vrijwel onmogelijke opgave die hij gedurende de dertien jaar van zijn eerste verblijf in de Nederlandse kolonie heeft uitgevoerd.

Kaart van de kruin van de Merapi opgenomen en getekend door Junghuhn in 1836, nader herzien en afgewerkt in 1838

Junghuhn heeft meerdere keren de Merapi beklommen, in 1836 (5 tot en met 8 september en 4 tot en met 6 november), 1837 (april), 1838 (5 tot en met 8 juli) en 1844. Ook in deze tijd was de vulkaan zeer actief. In zijn werk Java beschrijft Junghuhn voornamelijk zijn bevindingen op de vulkaan in 1838 bij een uitvoerige besschrijving van de vulkaan (2e afdeeling, 1e gedeelte, p. 417-465). Dat was kort na de uitbarsting in augustus 1838. Junghuhn zegt zelf dat hij verbaasd is over de geringe veranderingen van de vulkaan na die uitbarsting:

Hoewel hij gedurende een geheele dag eene ontzaggelijk hooge aschzuil uitbraakte en de kloof Blongkeng volkomen door de uitgeworpene massa’s vulde, zoo scheen het als of geen enkele slak van de kegel verschoven was geworden, ja, zelfs de kleine aschvlakte, […], was nog geheel onveranderd! (464-465)

De Merapi-uitbarstingen in 1822 en 1832 waren volgens Junghuhn heel heftig en veranderden ook het aanzien van de vulkaan.

Junghuhns bevindingen uit 1838 en 1844 zijn niet meer actueel als hij Java schrijft, want in 1846 en 1849 zijn opnieuw uitbarstingen van de Merapi. Junghuhn eindigt zijn verhaal over de vulkaan dan ook als volgt:

De uitwerking door de eruptiën van den 2den September, en volgende dagen in 1846, en van den 14den September en volgende dagen in 1849 te weeg gebragt, is nog niet waargenomen geworden. (465)

Figuren van de Merapi getekend door Junghuhn in verschillende periodes

Al zijn er na de bezoeken van Junghuhn nog vele uitbarstingen geweest, de platen die Junghuhn bij zijn boek Reisen durch Java uit 1845 maakte, laten een vulkaan zien die heel herkenbaar is. Ondanks de hevige erupties in 1872 en 1930 hebben de platen van Junghuhn erg veel overeenkomstige herkenningspunten als de prachtige foto’s van de Merapi die verschijnen. Misschien laat een vulkaan zich inderdaad als het karakter van een mens beschrijven: onveranderbaar wisselvallig.

Update 1 november:
De vulkaan blijft rommelen, zelfs het 25 kilometer van de vulkaan gelegen Jogjakarta wordt overdekt met een laag as.

De spiegel van de Nederlandse poëzie

De versies van de Spiegel van de Nederlandse Poëzie die ik mede dankzij de boekenmarkt in Den Haag in mijn bezit heb. Dit zijn drukken uit 1939 (zwart), 1965 (wit), 1979 (donkerblauw) en 2005 (gekleurd).

Wekelijks loop ik wel even over de boekenmarkt in Den Haag. Vandaag was hij aan het Plein. Ik struinde even de europlanken af op zoek naar iets dat de moeite van die euro waard is. En een regelmatig bezoek zorgt er dan vanzelf voor dat je collectie vol raakt. Zo trof ik er laatst nog de Worgengel van Rob Nieuwenhuys.

Vandaag trof ik tot mijn eigen verbazing 2 delen van de Spiegel van de Nederlandse Poëzie aan. Het waren de eerste 2 delen van de 2e editie van na 1953 in een druk uit 1965. Enkele weken geleden had ik het derde deel aangeschaft voor een euro. Zo heb ik de hele druk voor een luttele 3 euro. Kijk dat is nou leuk.

De eerste druk uit 1939 van de uitgever De Spieghel trof ik vorige week eveneens aan op de boekenmarkt. Eveneens voor een euro. En zo bereiken mij de verschillende edities van de bloemlezing van de Nederlandse poëzie van Victor E. van Vriesland, vanaf 1979 verzorgd door Hans Warren. Overigens deed Warren de periode van 1100 tot 1900 niet over, maar liet deze herdrukken en stelde zelf de bloemlezing van de 20e eeuw samen.

Ik vind het leuke aanwinsten. Ze zijn niet te kostbaar om uit de hand te lopen en interessant genoeg om te verzamelen. En zo zie je dat er eigenlijk helemaal niet zoveel verschil zit tussen het verzamelen van kastanjes en boeken. In beide gevallen gedraag je je als een hamster die zoveel mogelijk in zijn wang probeert te proppen om het ergens anders neer te leggen en te vergeten. Want als je het eenmaal hebt, vergeet je heel snel dat je het hebt.

De treinen van Madurodam

De modeltrein van Madurodam rijdt over het voetpad heen

Voor de liefhebber van treinen en modeltreinen is Madurodam het Walhalla. Door de hele miniatuurstad ligt rails en door heel Madurodam rijden de treinen af en aan. En niet alleen treinen rijden door de kleinste stad van Nederland. Ook de randstadrail, een monorail en een tram rijden door Madurodam. Net als een stoomlocomotief op schaal.

Leuk moment als er een trein passeert

Gisteren bij het bezoek aan Madurodam kon ik natuurlijk mijn geluk niet op. Personentreinen, goederentreinen en als neusje van de zalm: de hogesnelheidslijn. Het laatste kreeg een extra dimensie door het cameraatje dat aan boord van de modeltrein zit. Zo keek je mee vanuit de cockpit en ontdekte dat de trein bijna zo hard reed als de echte hsl. Of misschien nog wel harder, want de echte rijdt nog altijd 160 kilometer per uur op een spoor dat geschikt is voor 300 kilometer per uur. Overigens is de hsl prachtig nagebouwd in Madurodam.

Modeltrein rijdt het nieuwe station van Utrecht Centraal binnen

Nog meer mooie momenten: de trein die over je heen rijdt en het nieuwe station Utrecht Centraal, dat in Maduromdam al klaar is.

De Thalys in Madurodam rijdt wel op volle snelheid op de hogesnelheidslijn

Overigens lijkt het me voor de organisatie een hele toer om zoveel treinen te laten rijden dat de bezoeker de indruk heeft dat er af en toe een trein langsrijdt. Dat betekent dat je op meerdere plekken een trein moet laten rijden. Ik denk dat dit flink wat denkwerk vereist voor de organisatie. Een leuke voor een rekensom op de middelbare school.

Filmpjes

De hsl van Madurodam op volle snelheid

Goederentrein rijdt Utrecht Centraal binnen

Pluk en Madurodam

De Petteflet van Pluk staat bij de ingang van Madurodam

Pluk en Madurodam, het klinkt als 2 nauwelijks te combineren werelden. De fantasierijke kinderwereld waarin het verhaal van Annie M.G. Schmidt zich afspeelt, dat zoals Kees Fens eens zei: onrealistisch en realistisch tegelijk is. De andere wereld: Nederland in miniatuur dat tot in de kleinste details de werkelijkheid probeert na te bootsen, maar dan 25 keer kleiner.

Schaal en werkelijkheid botsen voortdurend in Madurodam

Ze lijken meer op elkaar dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. Zo botst de kleine wereld regelmatig met de werkelijkheid als je enorme karpers door de miniatuurgrachten ziet zwemmen. Of een kauw op het torentje van de Ridderzaal ziet zitten, die 25 keer groter is dan het beest dat je daar zou verwachten. Een meeuw in de haven, verandert van een vogel in een schip. Allemaal dingen die net zo goed een schijnwereld vormen als de wereld van Pluk van de Petteflet.

Want die wereld, helemaal verdekt opgesteld achterin het miniatuurpark, is een hele eigen wereld. Niet op schaal, want het verhaal is al op schaal verteld: de grootte van kinderen. Voor Doris ging een wereld open: het kraanwagentje waarin ze mocht zitten, de veerpont van de heen- en weerwolf Stem, de prachtige nagebouwde torenkamer van Pluk, het appartement van de stampertjes en het huis van mevrouw Helderder.

De torteltuin een locus amoenus op werkelijke schaal

Kortom, een wereld die buitengewoon mooi is om binnen te treden. Zo was ik helemaal verliefd op de Torteltuin met bijbehorende poel. Deze tuin was meer dan een schaalmodel en deed werkelijk denken aan een locus amoenus, een plaats waar je nooit meer weg wilt.

Meeuw en kauw maken deel uit van een wereld die 25 keer kleiner is

Bij Madurodam zijn ze zodoende niet alleen goed in het omzetten van een werkelijkheid in miniatuur, maar ook om de fantasiewereld van een boek mooi om te zetten in een werkelijkheid. De werkelijkheid van het gouden duo Annie M.G. Schmidt en Fiep Westendorp. Naar mijn overtuiging heeft de laatste namelijk heel goed bijgedragen aan de extra verbeelding van het prachtige verhaal. De afbeeldingen van Fiep Westendorp leverden uitvergroot het beeld op zoals dat in de tentoonstelling van Madurodam tot uiting kwam.

De 2 werelden komen heel mooi samen in de speurtocht naar de 6 stampertjes en hun vader. Verspreid over het hele miniatuurpark staan 7 letters, die samen een woord vormen. De speurtocht levert veel vermaak en enthousiasme op bij de kinderen. En zo smelten de totaal verschillende werelden samen.

Lees ook het gedicht Madurodam op mijn wolkenblog »

Ginkgo in herfsttinten

De Ginkgo Biloba in de achtertuin in herfsttinten

De Ginkgo in de achtertuin is in de herfst op zijn best. Zeker op dit moment als de bladeren kleuren van diepgroen naar heldergeel. De laatste kleur is werkelijk prachtig en de bladeren vallen in alle verschillende stadia van de boom. Het geeft een mooi gezicht. De blaadjes die volgens Goethe schizofreen zijn en waar ik bij het planten van de boom al over schreef.

Ik ben gek op herfstbladeren. Niet iedereen houdt ervan. Zo zag ik vanmorgen vroeg mijn overbuurman al druk in de weer met een professionele bladblazer om zijn tuin van de herfst te ontdoen. Dat is voor mij de ontkenning dat de dood bij het leven hoort. Alsof elke dag de zon moet schijnen en het nooit mag regenen of koud mag zijn.

Help de bibliotheek gaat dood, wat moeten we doen?

Is de nieuwe bibliotheek van Almere zo goed als dood?

De patiënt ligt aan het infuus: de bibliotheek gaat dood. Dit weekend allemaal alarmerende berichten over het aanpakken van de links hobby’s waaraan het kabinet Rutte begonnen is. De 100.000 met pijn en moeite gewonnen nieuwe bibliotheekabonnees ten spijt. Er zal flink gesneden worden in de openbare bibliotheken van Nederland. Ook de botte kaasschaaf wordt hier ferm in de hand genomen. Bibliotheken vrezen 30 procent te moeten inleveren van hun budget. Kortom, de patiënt gaat dood. Wat moeten we doen?

Gistermiddag stapte ik nog even de nieuwe bibliotheek van Almere binnen. Een prachtige bibliotheek, die veel tijd, inspanning en geld gekost heeft. Het gebouw staat midden in de samenleving, verrijkt het marktplein met de mooie architectuur en opvallende uitstraling en van binnen in het één van de mooiste bibliotheken die ik ken. Elk bezoek dat ik aan de nieuwe bibliotheek breng, is weer kort feestje. Want wat word je door een ongelooflijke schoonheid omringd. Ik was niet de enige die deze mening deelde, het was er ontzettend druk. Er stonden lange wachtrijen voor de uitleenbalie en vrijwel alle computers waren bezet.

Is al die schoonheid nodig om het primaire doel van de bibliotheek in vervulling te kunnen doen gaan? Nee. Het oude gebouw voldeed in eigenlijke zin prima en ook daar kwamen veel mensen. Ook daar werden boeken uitgeleend en kon je informatie opzoeken en vinden. Niet veel anders dan in de nieuwe bibliotheek. Alleen heeft de nieuwe bibliotheek naar mijn mening veel meer toegevoegd dan de primaire functie. Er is ruimte voor ontmoeting, je kunt er internetten en daarnaast kun je onbeperkt grasduinen in de boeken en tijdschriften die door het hele gebouw verspreid liggen.

Een echte zuinigerd kan erover in discussie gaan of er een café in een bibliotheek moet. Ik vind van wel. Het leescafé waarmee de bibliotheek van Almelo een van de eerste van Nederland was, is in die bibliotheek nog altijd een uitermate prettige leefomgeving. Het theater en het filmhuis die in de nieuwe bibliotheek te vinden zijn, bieden ruimte voor heel veel culturele initiatieven. De toegankelijkheid en laagdrempeligheid staan hierbij voorop. Het podium moet een ruimte bieden voor alle inwoners van Almere en niet voor een select groepje.

Het idee dat de bibliotheek veel geld gekost heeft en daarmee overbodigheid uitstraalt, is wel een zeer beperkte visie. Er mag niet met geld gesmeten worden, maar dat betekent niet dat je een houten schuur aan het plein moet zetten als bibliotheek. Een kritische houding naar de realisatie van de bibliotheek, waarbij een jarenlange vertraging is opgelopen, is heel gezond. De bouw van de Almeerse bibliotheek is niet een schoolvoorbeeld hoe een groot nieuwbouwproject moet verlopen. Het is de taak van de politiek om hierbij te kijken waar het fout is gegaan en de verantwoordelijken ter verantwoording te roepen.

Terug naar de bezuinigingen die nu zijn aangekondigd. Ze zullen ook in het budget van de nieuwe bibliotheek in Almere gaan snijden. Aan de bibliotheekdirecteur is het de taak om keuzes te maken. Ik vind dat deze keuzes radicaal moeten zijn. Dingen waar je over twijfelde afschaffen. Daarnaast hoef je niet gelijk de nevenvestigingen af te schaffen. De website en het reserveren van boeken via de website kan enorm beter. Beschouw de website als de toegangspoort van de bibliotheek. Je kunt er ook voor kiezen de vestigingen om te vormen tot servicepunten waarbij abonnees hun boeken kunnen wegbrengen en ophalen. Dan hoef je niet zoveel boeken beschikbaar te hebben in de vestigingen. Wanneer je mogelijkheden in de hoofdvestiging juist weer uitbreid, verschuif je het accent en de functie van de nevenvestigingen. Ik denk dat je daar alleen maar mee aan kracht kunt winnen.

Flink snijden in het personeelsbestand is jammergenoeg een voldongen feit. Hier kun je niks aan veranderen. Wel geldt hierbij dat je zou moeten proberen de voor iedereen zo gunstig mogelijke route te pakken. Aangezien ook in de openbare bibliotheken veel personeel de komende jaren zal afvloeien.

Kortom, grijp de kans bibliotheekhervormingen versneld door te voeren en zoek naar de nieuwe mogelijkheden die minder geld met zich meebrengt. Het dwingt naar mijn oordeel tot scherpere keuzes en ook tot een complete herziening van de activiteiten. Grijp de kans aan, want ik ben doodsbenauwd dat de botte kaasschaaf waarmee het kabinet Rutte dit land probeert te redden juist een gemiste kans is. Minder geld dwingt tot keuzes en die keuzes zijn heel hard nodig.

Het amputeren van een been kan juist de redding van de patiënt betekenen, om terug te keren naar de patiënt. De bibliotheek ligt nog niet op apegapen, maar waak ervoor dat dit gebeurt. Om te (over)leven moet soms een deel dood. Dus doodt dat deel van de bibliotheek. Kortom, de bibliotheek gaat dood. Leve de bibliotheek!

Jannen (2) – Lang leve Jan

De schrijver Wim Daniëls wees mij een tijdje terug erop dat deze blog was opgenomen in zijn boek Lang leve Jan!, onder het hoofdstuk van de Plus-Jannen. Ik schreef eerder al trots over de Jannen in mijn familie. Gisteren kreeg ik het blauwe boekje eindelijk onder ogen. Een boekje dat helemaal in het teken staat van de naam Jan.

Jan was jaren en jaren de meestvoorkomende jongens- en mannennaam in Nederland. Op een gegeven moment waren er zoveel Jannen, dat er slapzucht optrad.

Dat schrijft Wim Daniëls in de inleiding van het feestboekje over de naam Jan. Bij slapzucht treedt zelfregulering op: in het geval van de naam Jan komt het zo vaak op dat de naam niet meer onderscheidend genoeg was. En onderscheid is een voorwaarde voor een naam. Dan slaat het dusdanig door dat mensen hun kinderen de naam Jan niet meer geven. Vervolgens wordt de naam een zeldzaamheid.

Iets soortgelijks is bij heel veel typisch ‘Hollandse’ namen als Wi(lle)mHen(dri)k, Piet en Kees ook gebeurd. Stuk voor stuk verdienen deze namen een feestbundel, want er is over deze namen veel te vertellen. Dat bewijst schrijver, taalkundige en cabaretier Wim Daniëls in het boek Lang leve Jan! wel.

Bij het lezen van het boek ontdek je dat de Nederlandse taal en cultuur doordrenkt is van de naam Jan. Er zijn tal van uitdrukkingen met Jan erin, zoals: de jan uithangen; het is een hele jan, op z’n janboerenfluitjes en jongens van Jan de Witt. Het laatste is overigens een verwijzing naar Johann van Werth en niet naar de in dezelfde tijd levende raadspensionaris Johan de Witt.

Het boek is doorspekt met aantrekkelijke weetjes rond de naam Jan. Zo beschrijft Wim Daniels uitgebreid het leven van jan modaal: hij zoent op zijn 13e voor het eerst, heeft voor het eerst seks als hij 16 of 17
is en heeft 115 keer per jaar een goede vrijpartij. Overigens is hij eens per 25 werkdagen een dagje thuis omdat hij ziek is.

Bij dit jannen-vreugdevuur, sta ik als Hendrik-Jan met een streepje. Natuurlijk moet er een opmerking bij over die beroemde Hendrik-Jan – ja ook met een streepje – die tuinman die zo rond mijn geboortejaar in
een televisiecommercial optrad en waar ik zodoende mijn hele leven lang last van heb gehad. Vooral de twinkeling van iemand die die opmerking maakt, moet erbij. Ze dachten namelijk altijd dat ze de eerste waren die deze vergelijking trok. En dat waren ze natuurlijk niet!

Het Jan-boek is een feest om te lezen en als zodanig best de moeite waard om het iemand cadeau te doen die Jan heet, of op kraamvisite bij een kind dat de naam Jan gekregen heeft. Het eerste zal vaker voorkomen dan het laatste. Maar wie weet, keert de slapzucht en komt de naam vanzelf weer terug.