Boerka en de vrijheid

De hekken versperren een mooie doorgang. Hekken dwarsgeplaatst op de looprichting verstoren het open karakter van het Binnenhof geregeld. Zonder hekken geen democratie lijkt het te willen zeggen. Politici moeten een doorgaande weg zonder blokkades kunnen hebben.

Het publiek gehoorzaamde braaf: de passanten die het Binnenhof gebruiken als doorgang, liepen keurig om de hekken heen en trokken door de breed geplaveide weg voor de politici. Het bewust toegestroomde publiek deed wat het behoorde te doen: hangen op de hekken en foto’s maken van elkaar, de gebouwen en natuurlijk van de hekken. Je verveelt je als je over een hek gaat hangen.

Ik was de voorbijganger en stiefelde mij een weg door hekken en mensen die aan de hekken leven de kleven. Wat verderop liep een persoon in boerka mij tegemoet. Je zag onmiddellijk dat het een man was. De houding, lichaamsbouw en manier van lopen verrieden dat gelijk. Het magere lijf zat verstopt onder de dunne stof. Niemand sloeg acht op de man. Hij wilde een statement maken met een symbool dat op zijn beurt weer een statement maakt. En zo draait de wereld in cirkeltjes om de waarheid heen. Het blijft een opmerkelijk idee dat je vrijheid wilt suggereren door uitgerekend het symbool van onvrijheid te dragen.

En zo zit de democratie gevangen in zijn eigen hekwerk en hijsen de voorvechters van die democratie zich in een gevangenispak. Hoe kun je een probleem ooit oplossen als je de oplossing zelf bestrijdt. Misschien moet ik maar eens een gedicht wijden aan de angst…

Politici in het wild

Tot vandaag lukte het me niet politici in het wild te zien lopen. Zojuist was het in 1 keer raak: Rutte eerst even later gevolgd door Verhagen.

Wat mij vandaag trok, was het spel dat de heren spelen. Rutte kwam als eerste naar buiten en liep van de ene kant van het Binnenhof naar de andere. Hij was binnen, de cameraploegen holden terug en even later verscheen Verhagen. Keurig getimed. Ik wachtte op de 3e speler: Wilders.

Maar Wilders speelde het spel niet mee, hij verscheen niet. En alsof de cameraploegen het wisten: ze holden niet eens terug. De hoop was dus al vervlogen…

Malt en witbiertje van Bavaria

Kreeg zojuist op Den Haag Centraal een witbiertje en malt biertje in één blikje. Een vreemde combinatie. Bovendien vreemd van bierfabrikant Bavaria om in de herfst de aandacht op een nieuw en koel biertje te vestigen.

Ik heb het eens opgedronken. Dat ‘0.0 %’ smaakt ergens in de verte naar bier en heeft ook wel de zoete nadronk. Niks mis mee, maar ik vind dat een witbiertje bij de zomer hoort en niet bij de herfst. Bovendien bezorgt het ijskoude maltbiertje dat je gelijk naar de wc rent, Het biertje moet volgens etiket bij 3 graden Celsius opgedronken worden volgens het etiket.

Kortom, niet echt een inspirerende kennismaking. Misschien nog een keer proberen als weer en mood beter met elkaar overstemmen.

Wat is een gedicht ? (3)

Waar eindigt een discussie? Naar mijn oordeel op het moment dat de opponenten rondjes gaan draaien. Voor mijn gevoel begin ik ook aardig te dralen. Ik cirkel in smalle rondjes om hetzelfde heen. Daarom zal ik voor de laatste keer een paar gedachten wil ordenen in een blog. Ik wil mijzelf graag behoeden voor een  oneindige herhaling. Daarmee doe ik mijzelf en mijn opponent, T.S. Eliot onrecht.

Ik waardeer het zeer dat je reageert, wel is het jammer dat je het niet onder je eigen naam doet. Of hier angst aan ten grondslag ligt of een degeneratie van een goede naam door op zoiets onbenulligs als een gedichtje te reageren dat ergens op een blog zwerft. Ik weet het niet. Ik denk zelf dat het een combinatie is. Daar is veel voor te zeggen, maar het maakt de discussie schimmiger, minder transparant en ook wel minder interessant. Dus wie weet T.S., als je het masker afneemt en je identiteit kenbaar maakt, wil ik misschien nog wel een rondje dralen.

Kom ik op de inhoudelijke kant van het verhaal. Ik geloof niet in auteursintenties. Zeker, een auteur schrijft iets met een intentie, maar het ligt niet aan mij als lezer om daar iets over te zeggen. Op het moment dat ik er als schrijver iets over zeg of schrijf, vergeet ik dat ik mijzelf ook bedien van taal. Taal is afhankelijk van de betekenis die de lezer of toehoorder hieraan geeft. Betekenis is persoonsgebonden en tijdsgebonden. De betekenis die een lezer aan een tekst geeft, hangt af van de lezer en ook nog eens van het moment. Persoonlijk vind ik literatuur: teksten of talige uitingen die de moeite waard blijven om herlezen of opnieuw uitgevoerd te worden.

Daarnaast is literatuur vooral plezier. Iemand als Roland Barthes benadrukt het plezier dat je aan een tekst kunt beleven. Als schrijver en als lezer. Het is gewoon leuk om iets op te schrijven. Het is gewoon leuk om een verhaal te horen of te lezen. Als iets met plezier geschreven is, kun je – als het een goede auteur is – iets van dat plezier teruglezen. Misschien dat literatuur zich daarom erg goed laat vergelijken met een speeltuin. Er staat een draaimolen, een zandbak, een wipwap en een glijbaan. Je kunt kiezen wat je wilt. Je kunt jezelf laten verrassen of juist helemaal verliezen in je eigen fantasie.

Terug naar het gedicht en de poëzie. Jij verstaat iets anders onder een gedicht dan ik. Dat is een betekenistoekenning. Dat jij reageert op mijn gedichten en beschouwingen over poëzie zie ik als een compliment. Ze roepen iets op, een reactie. Misschien is het teleurstelling, maar het roept iets op. Ik schrijf mijn gedichten en verhalen niet met de intentie dat ze eeuwigheidswaarde hebben of dat anderen ze een gedicht noemen.

Ik schrijf gedichten omdat ik vind dat ik ze moet opschrijven. Dat ik er dan in een tweet het label gedicht aan geef, kun je een vorm van auteursintentie of misleiding noemen. Voor mij draait het om de combinatie van plaatje en praatje en het anders inrichten hiervan. Volgens jou ben ik hierin niet geslaagd. Dat is jammer, maar dat is niet erg. Er zijn ook mensen die het leuk vinden. Natuurlijk erkenning en opname in de gallerij der groten – in het rijtje bij T.S. Eliot – is leuk, maar ik heb ook geleerd dat ik het daar niet van afhankelijk moet laten zijn.

Ik heb gezegd. Of om maar eens een collega-dichter aan te halen:

Alles wat ik heb gezegd, mag je allemaal vergeten
Trek je niets meer van mij aan
jij kunt nu veel beter gaan, het is echt voorbij
Ik ben moe van dit gevecht
ach je moet het zelf maar weten
‘k Laat om jou geen tranen meer
dit was echt de laatste keer
Stoor je niet meer aan mij

Treinspotting – leeggespoten spuitbus op trein bij Leiden

We stonden met de trein stil voor een wissel die niet werkte. Naast de trein waarin ik zat, stond een trein opgesteld die een iets minder florissante nacht had gehad. Alles, maar ook echt alles was dichtgespoten. De ramen boden geen uitzicht meer. Alleen de zilverkleur uit de spuitbus was nog te zien, met hier en daar een levensgrote letter van de spuitbuseigenaar.

Met kunst had dit weinig van doen. Dit zag er uit alsof een gefrustreerd konijn teveel spuitbussen in de aanbieding had gekocht en moedwillig tegen een willekeurig treinstel had leeggespoten. Een verwondering over de krankzinnigheid en hoe je een trein helemaal buiten bedrijf krijgt, maakte zich van mij meester. Ik trof eens in Leiden een graffiti-kunstenaar aan die eens vertelde over zijn kunstenaarsverleden. Dat je zo mooi mogelijk een trein probeerde te versieren en dan de hele dag op jacht was naar jouw trein. Je wilde hem hoe dan ook in het wild spotten en op de foto zetten. Deze trein was niet te spotten, want hij kon niet rijden. De reizigers zouden in het donker zitten en de machinist kon niks zien. Kan ik voor het ene nog enig begrip opbrengen, het andere is een vorm van crimineel gedrag: iets moedwillig kapotmaken. Dat verdient nooit enig respect.

Wat is een gedicht? (2)

Handtekening Eliot (bron: wikimedia.org)

Als eigenaar van deze blog staat het mij vrij om in een nieuwe blog te reageren op lezers en reageerders. Onderstaande tekst is een reactie op de reacties onder de eerdere blog van vandaag met de naam: Wat is een gedicht?

Ik voel mij zeer vereerd. Een prins en een koning der dichters onder mijn blogje te zien staan. Voor alle duidelijkheid: ik voel mij zeker niet gekwetst. Wat ik wel vind, is dat elke mening vergezeld moet gaan met argumenten. In de eerste reactie onder het gedicht stond niet direct een duidelijke reden waarom ik zou moeten stoppen met die gedichten onder een foto.

Nu wordt het een interessante discussie: wat is goede poëzie? Ik vind het belangrijk dat mensen een mening hebben en deze ventileren. Net als dat ik het belangrijk vind dat mensen terugkomen op hun mening. Sommige schrijvers vond ik vroeger vreselijk en nu verrukkelijk. Sommige gedichten vond ik een jaar of 15 terug prachtig en bestempel ik nu als gekunsteld.

Je moet oppassen je kritiek niet zo zwaar aan te zetten dat niemand – inclusief jezelf – nog een letter op papier durft te zetten. Poëzie, ook de vernieuwende poëzie die jij noemt, Thomas, is ontstaan uit het experiment. Door het gewoon te doen, dwing je jezelf nieuwe wegen in te slaan. Zo ontstaat het schrijven voor een blog bij mij ook. Deze blog en nu ook de wolkenblog hebben bijgedragen aan het ontwikkelen van een eigen schrijfstijl en onderwerpenkeuze.

Iedereen schrijft, veel pubers schrijven gedichten, maar ook ouderen stellen hun persoonlijke dagboeken op of proberen het verleden te reconstrueren in hun memoires. De liefde kan hiertoe dwingen, de dood die in het zicht komt of gewoon het plezier om iets op te schrijven. Het idee dat mensen het kunnen lezen, stimuleert mij juist om iets op te schrijven. Reacties vergroten dit effect alleen maar.

Schrijven en denken gaan hand in hand samen. Dat betekent niet dat ieder boek doordacht is, maar dat is een ander verhaal. Dichten is ook zoiets gevoeligs. Zijn de regels die Nico Dijkshoorn opdist gedichten? Of is het uit zuiver clichés opgebouwde liedesvers dat bij kaarslicht wordt voorgedragen, een gedicht? Poëzie bestaat niet bij de gratie van zichzelf, het bestaat bij de gratie van de luisteraar en de lezer.

Poëzie is muziek, zeggen sommige mensen. Ze duiden hiermee iets dat van de gratie van de lezer en lusiteraar af hangt. Ik vind dat je een gedicht niet met zoiets als een tafel kunt vergelijken. Een tafel heeft duidelijk een functionele en aanwijsbare betekenis. Een gedicht is niet concreet aanwijsbaar. Een boodschappenlijstje is niet een gedicht, maar op het moment dat het in een specifieke omgeving gepresenteerd wordt, kan het zomaar veranderen in poëzie. Daarom vind ik een gedicht veel meer aan te duiden als ‘alles’ of het ‘grote niets’, terwijl een tafel, een stoel, een bad en een raam dat niet zijn.

Dat maakt deze discussie lastig. De keuze van de naam Thomas, zet deze discussie al in een bepaald daglicht. De referentie naar dichters als Achterberg, Bloem, Nijhoff, Komrij, Claus en Faverey, drukt je ook in een bepaalde hoek. Ik voel me vereerd door T.S. Eliot in eigen persoon te worden toegesproken. Dat is niet niks. Maar hebben niet al deze lui het vak moeten leren? Deze gedichten afgedrukt in obscure krantjes en vage tijdschriftjes, zijn moeilijker te vinden dan een willekeurig blogje. Dat neemt niet weg dat in hun werk ook ontwikkeling te bespeuren is.

Ik durf mij echt niet met voorgenoemde personen te vergelijken. Net zomin dat ik mijzelf wil vergelijken met dichters aan de andere kant van het dichterlijk spectrum, mensen als Nico Dijkshoorn. Tegelijkertijd vraagt de luchtigheid van het internet om een ander soort poëzie en levert het ook een andere soort productie op. Want ik ben de laatste die ontkent dat in de krochten van mijn bureaula en ergens in een vaag bestandje het echte werk ligt. Niet geschikt voor publicatie omdat de eigenaar van deze woorden elk woord op een goudschaaltje weegt. En de prijs van goud is al zo hoog, nietwaar?

Mussenzwerm

Tussen 2 buien bezoekt een zwerm mussen mijn tuin vanmiddag

De broodkruimels liggen al uren in de voederbak. Ineens heeft eentje het in de gaten en binnen de kortste keren verovert een hele zwerm je tuin. Het doelwit: het voederhuisje. Sommigen wachten keurig op hun beurt, op de kruimels die overblijven. Anderen dringen ongegeneerd voor.

Je moet het wel op tijd zien. Als het op is, zijn ze weg. Een ekster zwermt rond in de hoop dat een musje een steekje laat vallen. Even niet opletten en beet. Maar gelukkig hoef ik het niet te zien. Zowel de ekster als de kat krijgen geen kans vandaag. Als de regendruppels weer vallen, duikt de groep weer in de bomen. Op zoek naar het volgende stekkie waar iets te snaaien valt.
Kijk, daarom doe ik soms wat broodkruimels in het huisje. 

Wat is een gedicht?

Voor het dichten de veer wat bijschaven kan geen kwaad (bron: schiedam.nl)

Een blog roept reacties op. Leuk reacties en soms ook wat minder leuke reacties. Het staat iedereen vrij om te reageren, dus ik laat de negatieve reacties altijd staan. Alleen als iemand zich respectloos uitlaat en ook nog eens anoniem optreedt, is het voor mij een reden om zijn reactie te verwijderen. Negatief reageren mag, maar je moet je wel fatsoenlijk gedragen.

Gisteravond kreeg ik een reactie op mijn wolkenblog over een gedichtje dat ik geschreven had naar aanleiding van een zonsondergang. Volgens de anonieme persoon die achter deze reactie zat, wordt een gevoel niet automatisch een gedicht als je woorden achter en onder elkaar zet. Ik kon het maar beter bij foto’s laten. De anonieme persoon ondertekende zijn reactie met ‘een vriend’.

Vrienden kunnen natuurlijk eerlijk dingen tegen je zeggen. Je moet niet zoveel drinken, stop nou toch eens met roken of zou je niet een beetje aan je lijn denken. Allemaal dingen die een bezorgde vriend tegen je kan zeggen. Waar deze vriend me voor wil behoeden, weet ik niet. Wat ik doe, is voor niemand schadelijk. Hooguit kost het een halve gram CO2 voor de 5 bites die een server extra moet draaien om mijn dichtsel te bewaren. Verder geeft het weinig schade. Hoogstens de ergernis van ‘een vriend’. Als hij dan geen argumenten geeft waarom ik de wereld mijn gedichten over de zonsondergang moet onthouden, dan houdt het voor mij op.

Wel jammer, een interessante discussie zou kunnen ontstaan over wat poëzie is. Is een rij woorden over een plaatje een gedicht of niet? Waarom zou het luide gekrijs van Nico Dijkshoorn wel een gedicht zijn en de woorden die ik ’s avonds vanaf een zolderkamertje op een blog plaats niet? Wanneer het dichten alleen voorbehouden is aan een elite, dan wil ik het werk dat ik doe, gelijk als iets anders bestempelen. Ik versta onder een gedicht: taal, klanken, geluid, liefde, horen, muziek, ontroering, tranen, boos, vrolijk, lachen, seks, dralen en opwinding. Kortom: alles!

Daar komt nog bij dat ik het heerlijk vind om het te doen. Het dwingt mij om nog eens goed na te denken over wat ik zie. Het draagt bij aan een stuk bewustwording. Dat wil ik graag met anderen delen via mijn blog. Die vriend zou ik adviseren: lees maar niet wat er staat. De rest: lees lekker en reageer met je naam erbij. Misschien ontspint er dan echt een interessante discussie.