In afwachting van de informateur

Ze staan te wachten op de fractievoorzitters en de informateur. Binnenhof 22 staat al 3 weken volop in de belangstelling. Vanmiddag stonden de cameraploegen klaar van RTL4 en NOS. Ferry Mingelen kletste ontspannen met een voorlichter en het publiek hing over de dranghekken op zoek naar Wilders of Rutte.

Geen dag is hetzelfde voor de Haagse journaille, de ene dag komt eerste Halsema naar buiten en dan Cohen. De andere dag komt eerst Cohen naar buiten en dan Halsema.

Zijn mooie schoenen ook goeie schoenen?

Een uithangbord trok vanmiddag in de middagpauze mijn aandacht. ‘Zelden waren mooie schoenen zo voordelig’, staat op het bord. Deze woorden moeten de klant naar binnen lokken. De vraag is welk soort klanten de winkel wil verleiden.

Mooie of goede schoen

Een mooie schoen is niet per definitie een goede schoen. Net zoals een goede schoen niet perse lekker hoeft te zitten. Sterker nog: een lekkerzittende schoen zoals de Uggs zijn misschien een weldaad voor de voetenbezitter, maar ze mishandelende de voeten voortdurend. Mooie schoenen voor een mooie prijs, maar over kwaliteit zegt het niks. Trouwens, een schoen die zegt ijzersterk te zijn, hoeft ook niet goed voor de voet zijn.

Voetendeskundige

Maar nu voel ik mij bijna een voetendeskundige, terwijl ik niets weet van schimmels, kalknagels of eeltplekken. Ik zag alleen maar dat bord bij een winkel staan. Ik struikelde er bijna over. Dat doe je dan ook weer met voeten.

Hopelijk strandt Nationaal Historisch Museum op een parkeergarage

Het zou verwonderlijk zijn als de komst van het Nationaal Historisch Museum zou stranden op de bouw van een parkeergarage. Als je nadenkt is het echter een stuk minder verwonderlijk. De hele ontwikkeling van een museum dat het gat van de historische kennis moet vullen, staat in het teken van verwondering. Bovenal is het een project van politici en beleidsmakers. Tweede Kamerleden bogen zich voornamelijk over details, zoals de locatie van het museum in Arnhem. Vanuit de museumwereld is altijd met de nodige reserves naar de komst van een Nationaal Historisch Museum aangekeken.

19e eeuws middel

Het roept mijn verbazing op dat een bij uitstek 19e eeuws middel wordt gebruikt om een eveneens 19e eeuws probleem op te lossen. De Nederlander weet zo weinig van zijn eigen verleden en de oplossing lag voor de politici in een middel, namelijk een museum. Zo kan de jeugd onderwezen worden in de geschiedenis.

Bilderdijk

Vaderlandse geschiedenis bestond voorheen niet en geldt als een uitvinding van Bilderdijk, die er een indrukwekkende collegereeks aan wijdde. De geschiedenis bestaat uit een verzameling verzwegen en uitgesproken verhalen die bij uitstek mondjesmaat moeten worden bijgebracht. Het pleit dus meer voor een goed onderwijsprogramma met uitstekende ondersteunende middelen. Hierbij moet de leerling leren zijn geschiedenis te construeren. Daarnaast dient hij met een frisse en kritische blik naar het verleden te kijken.

Geen fysiek museum

Mijn pleidooi is om het plan van een locatiegebonden Nationaal Historisch Museum helemaal te laten varen. Een dergelijk museum haalt alleen maar bezoekers weg bij bestaande musea. Daarnaast zou het maar zeer gedeeltelijk het werkelijke probleem kunnen oplossen. Kennis is niet iets dat met een museumbezoek wordt opgedaan. Kennis is een proces waaraan iemand voortdurend deelneemt. Het ophalen van informatie gebeurt niet via 1 bron maar bestaat uit een kakafonie van bronnen. Dit gaat via boeken, kranten, internet en andere mensen. Het isoleren van kennis in een museum is een utopie.

Alternatieven

Het verbeteren van kennis van de nationale en internationale geschiedenis kan daarom het beste via een breed spectrum van kanalen verlopen. Ik denk dan zelf aan:

  1. Aansluiting zoeken bij bestaande musea. Via een reizende tentoonstelling het hele land doortrekken. Daarbij wordt aansluiting gezocht met de regio waar de tentoonstelling gehouden wordt.
  2. Het verbeteren van het lesprogramma op school. De docent krijgt meer ruimte om de leerlingen basiskennis bij te brengen en daarnaast leert de leerling ook hoe hij kritisch naar de geschiedenis kan kijken. Is het verhaal dat hij hoort juist, wie zegt het en wat is het belang van diegene het zo te vertellen.
  3. Het stimuleren van kennisvermeerdering via nieuwe kanalen. Ik denk dan aan interactieve games, zoals:
  • een online wandeling door een Middeleeuwse stad;
  • een ‘what if’-spel waarbij de speler ontdekt wat de loop van de geschiedenis zou zijn geweest als iemand iets anders gedaan had;
  • via mobieltjes of andere online middelen in de echte wereld online informatie opdoen, dus als je langs bepaalde locaties in een stad loopt, zie je wat zich daar heeft afgespeeld;
  • stimuleren van de lokale geschiedenis. Het staat dichter bij jongeren en leert ze anders naar hun woonplaats te kijken.

Goedkoper

Dergelijke initiatieven zijn veel goedkoper, sluiten goed aan op de bestaande situatie en is voor een veel breder publiek toegankelijk. Het is wel minder duidelijk zichtbaar, maar wel veel sterker verankerd in de samenleving en daarmee duurzamer. Er is in elk geval geen dure parkeergarage of een extravagant gebouw voor nodig.

Het weerbarstige is dat de dure parkeergarage de hele locatiediscussie weer opent. Leiden zegt bijvoorbeeld dat het Nationaal Historisch Museum welkom is.

Hollandse meesters van zand op Buitenhof Den Haag

De zandsculptuurmakers zijn even bezig geweest met hun interpretaties van Hollandse meesters op het Buitenhof in Den Haag. Het resultaat mag er zijn, zo zie ik in mijn middagpauze. Jan Steen, Bosch, Rembrandt, Vermeer, Frans Hals, Paulus Potter en Esscher gaan hand in hand samen. Wat ik erg leuk vind, is het 3-dimensionale beeld. Het levert best aardige plaatjes op zoals het melkmeisje van Vermeer of het zelfportret van Rembrandt.

De danseres – een sprookje

Bij de crematieplechtigheid van Annie van der Velde, afgelopen vrijdag, las ik de volgende tekst voor.

Er was eens een danseres. Ze kon prachtig dansen. Als ze ging dansen, trok ze haar mooiste jurk aan. Ze maakte zich op en deed haar gouden horloge om. Dan zwierde ze in lichte pas over de dansvloer. Alle mannen wilden met haar dansen, maar het was moeilijk iemand te vinden die alle dansen met haar kon dansen. Dan liep ze een prachtige foxtrot – zo’n ouderwetse – maar dan werd het niks bij de Engelse wals. Ze ontmoette 2 dansers van wie ze dacht dat die wel in de maat zouden blijven, maar allebei liepen ze spoedig uit de pas.

Pas later ontmoette ze de danser van haar dromen. Ook bij hem verliep de dans niet altijd vlekkeloos, maar hij deed oprecht moeite en bracht vrolijkheid in haar leven. Dan voelde ze zich vederlicht. Zijn enthousiasme monterde haar op. Eens was ze met de danser in Venetie. Op het San Marcoplein maakten een paar muzikanten vrolijke muziek. De danser nam de danseres bij de arm en samen dansten ze op de muziek. Spoedig verzamelden zich allerlei voorbijgangers om hen heen. Ze klapten mee op de maat van de muziek en zongen de melodie van het lied mee.

Dat was vroeger. De danser raakte in de war. Hij zette het verkeerde been voor het andere en trapte steeds per ongeluk op haar voeten. De danser merkte het zelf ook. Hij wilde niet meer dansen en bleef thuis. Daar mopperde hij dat hij haar niks meer kon geven en dat ze beter een andere danser kon zoeken. Ze probeerde dat, maar geen enkele danser kon met haar de levensdans dansen. Ze wilden allemaal met haar dansen, maar bij elke dans dacht ze terug aan haar eigen danser.

Ze miste de danser. Het verdriet greep haar bij de keel en ontnam haar langzaam de adem. Ze kreeg het benauwd, hapte naar lucht en merkte dat haar benen niet meer zo licht dansten als voorheen. Ze raakte buiten adem na een paar dansen en wat later stopte ze al midden in een dans. Dan moest ze weer op adem komen, want de lucht was op. Tot het dansen echt niet meer ging.

Ze kreeg troost van een klein zonnetje, dat door haar keukenraam naar binnen scheen. Het straalde op haar en maakte haar helemaal vrolijk van binnen. Dan droogden de tranen in de warmte van het kleine zonnetje. Dan werden haar voeten vederlicht en danste ze eindeloos met haar danser. De mensen dromden zich samen op het plein en stonden om de danseres en haar danser. Ze klapten op de maat van de muziek en zongen de melodie van het lied mee.

Tot ze op de langste dag van het jaar bijna niet meer kon ademhalen. Ze voelde hoe het leven haar lichaam wilde verlaten. Het kleine zonnetje zag ze nog eventjes, maar de stralen van de grote zon werden sterker. Ze riepen haar steeds harder. Ze zwaaide het kleine zonnetje vaarwel en blies haar laatste hap lucht uit.

Als je nu ’s avonds heel goed kijkt naar de hemel, dan zie je een sterretje dansen. Het sterretje wacht op haar danser. Ze zwiert de mooiste dansen in haar mooiste jurk. Om haar heen is het publiek toegestroomd. Het klapt op de maat van de muziek en zingt de melodie van het lied mee.

‘Je hoeft niet te huilen’, zegt ze. ‘Weet dat ik een goed leven heb gehad. En dat ik heb gedanst en zal blijven dansen met mijn danser.’

Bramenstruik bij Duivendrecht

Ergens verscholen achter de overkapping van het treinstation Duivendrecht bloeit deze bramenstruik. Geen mens kan er bij om de vruchten over een klein maandje te plukken. Ik kan genieten van deze natuur, de struiken vinden hun weg wel en groeien op plaatsen die bijna onmogelijk zijn. Dat is overleven.

Vosje

Zo zag ik vanmorgen in de warme morgenzon een vosje staan. Het dier stond op het pad tussen bosrand en spoordijk. Ik weet dat er een vossenfamilie in Pampushout woont, want bij het hardlopen vorig jaar zag ik ook al eens een vosje. Hij tuurde met de zon mee het pad af. Als je dit ziet, lijkt het of je heel even de natuur betrapt op iets dat je eigenlijk niet zou mogen zien.

Buren treffen elkaar in de trein

De trein rijdt Amersfoort binnen. De hele middag zijn er allerlei stremmingen geweest. De internationale trein uit Berlijn naar Schiphol is één van de eerste treinen die weer rijdt. Naast ons, aan de andere kant van het gangpad gaan 2 oudere dames zitten. Tegenover hen gaat een vader met zijn 2 dochters zitten aan het tafeltje.

Grappig

Een dochter merkt op dat het grappig is. Zojuist zaten ze ook vlak in de buurt van de dames. De dames babbelen verder over hun ervaringen van een wandeltocht in Drenthe. De man kijkt verbaasd op. ‘Mag ik misschien vragen, maar waar was het.’ De vrouwen noemen een plaatsnaam. ‘Was het in die ene boerderij, met die bomen ervoor?’ De dames knikken. ‘Met die boer en die boerin. Hij sprak zo erg in dialect. Ik kon daar echt niks maken.’ De vrouwen herkennen de beschrijving. ‘Ja, daar komen wij net vandaan.’

Spraakwaterval

Daarna breekt de spraakwaterval van de man los. Hij vertelt dat hij met zijn vrouw om de zoveel tijd een deel van het Pieterpad loopt. ‘Dan gaan we 2 dagen. We zetten onze camper neer op de eindbestemming en gaan dan met het openbaar vervoer naar het beginpunt. De nacht brengen we dan door bij een Bed and Breakfest.’ Ik mis even de logica van het reizen met de camper. Het zou namelijk veel verstandiger zijn om de camper op de helft neer te zetten en daar dan te overnachten. Dan ben je een stuk goedkoper uit.

Beduimelde wandelkaart

‘Mag ik de wandelkaart?’ vraagt de man. Hij vouwt de beduimelde kaart open en wijst. ‘Ben je hier al geweest?’ De dames schudden het hoofd. ‘Daar gaan we volgende keer naartoe.’ ‘Ontzettend leuk, is het daar. Je moet echt bij dat ene logeeradresje gaan. Echt de moeite waard.’

Tabak

Zijn dochters hebben er ondertussen tabak van. Ze zijn ook al lange tijd onderweg, vertelde hun vader zojuist. Over de reis van Enschede naar Amsterdam doen ze al meer dan 6 uur. ‘Hebben jullie kinderen?’ vraagt het jongste meisje aan de dames. ‘Nee’, zeggen de beide dames in koor. ‘Wel nichtjes’, vervolgt één van de dames. ‘Hoe heten ze dan?’ vraag het meisje.

Buren in Amsterdam

De andere vrouw onderbreekt haar vriendin. ‘Mag ik wat vragen? Wonen jullie in Amsterdam?’ Ze knikken en de oudste noemt een straatnaam. ‘Wat?’ zegt de dame. ‘Daar wonen wij ook.’ De meiden noemen een huisnummer. ‘Wij op 79’, zegt de dame bij het raam. ‘Jullie zullen wel veel last hebben van het nieuwe hotel’, vervolgt ze en roept het in de richting van de vader. Hij wil er niet aan herinnerd worden. ‘Ach, herrie heb je altijd in de stad’, zegt hij zo nonchalant mogelijk. De vrouw bij het raam heeft het in de gaten. ‘Tjonge, wat grappig zeg. We zijn haast buren. Ik heb jullie nog nooit gezien in de straat.’

De koolmezen vliegen uit

De koolmezen zijn uitgevlogen. Temidden van al het verdriet over het verlies van mijn schoonmoeder, zijn het juist de kleine dingen die bevestigen dat het leven doorgaat. Ik was er maandag eventjes en hoorde de koolmezen niet meer. Het deed vermoeden dat ze waren uitgevlogen.

Gisteravond waren we even thuis en hoorden de ouders zingen terwijl de jongen piepten. Ze riepen elkaar. Al het kleine grut had zich verzameld in een dichtbegroeide boom, zodat eksters, kraaien en meeuwen wat moeilijker bij de dieren konden komen.

De kleintjes piepten, vlogen lichtjes op. Ik zag dat de jongen nog niet goed konden vliegen. De kopjes waren ontzettend schattig, de plukjes veren wezen nog eigenwijs omhoog. De kopjes zagen er baby-achtig uit. Ze piepten dat het een lieve lust was, van de honger. En de ouders vlogen het ene na het andere rupsje en vliegje in de bek van hun kleintjes.

Dan zie je hoe het voorjaar is veranderd in de zomer. Kleintjes worden groot. Dat geeft veel troost in tijden van verdriet.

Gele stip op de trein

Ze wees bij het overstappen naar de trein: ‘Papa, wat betekent die gele stip.’  We zaten samen op een bankje en wachtten op onze trein toen op Hilversum de trein naar Amsterdam stopte. Ik tuurde naar het treinstel, maar zag nergens de gele stip. ‘Daar’, ze wees nog eens.

Gele stip in wit vierkant

Nu zag ik de gele stip. Hij stond in het donkere vlak in een wit vierkant. ‘Ik weet niet wat dat betekent’, moest ik toegeven. ‘Ik denk dat het betekent pas op voor de rode  streep.’ Ze heeft op school deze weken verkeersborden en -tekens gehad. Zo was op een tekening al een waarschuwingsetiket op een stokje geplakt. De sticker waarschuwde dat hetgeen waar hij opgeplakt was, niet geschikt was voor kinderen jonger dan 3 jaar. Voor Doris was het een verkeersbord.

Terug

We reden aan het einde van de middag terug met de trein van Almelo naar Almere. De trein reed weg en ik moest nog steeds bekennen niet te weten waar de gele stip voor stond. Toen onze trein binnenreed, wees ik Doris op de gele stip die op ons treinstel ook stond. ‘Maar wat het betekent?’ zei ik nog een keer. ‘Wilt u weten wat het betekent?’ vroeg een man die met ons het treinstel instapte. Ik knikte nieuwsgierig. ‘Dat zegt dat je daar water voor het toilet kunt vullen.’

Ontdekking

Ik vertelde de ontdekking aan Doris, ze knikte, al vond ze haar verklaring nog altijd beter. Ze tuurde naar buiten op zoek naar de volgende vraag. Een onbekend teken dat van betekenis moest worden voorzien.

Oranjekoorts in het trappenhuis

We liepen de laatste trap af naar beneden. Bij de deur stond een oudere dame met haar hondje. ‘Ik vind het geweldig’, zie ze tegen de vrouw die op het bankje bij de lift zat. ‘EK, WK, voor mij mag het altijd wel. Het is echt hartstikke leuk.’ Aan haar arm bungelde een uitlaatkoord. Een klein hondje zat er aan vast. Om het halsbandje zat een oranje beesie vastgeknoopt.

De vrouw op het bankje keek naar de keurige dame met een licht afkeurende blik. ‘Ik ben gek op oranje’, benadrukte het dametje nog eens. We daalden verder naar beneden. De schoenen van Doris stonden nu op ooghoogte. ‘Wat heb jij een prachtige oranje schoenen aan’, zei het dametje. Het hondje aan de halsband trok in de richting van de deur. Die wilde eruit. ‘Maar dat is toeval’, zei de vrouw op het bankje bij de lift. Die is niet hiervoor gekocht.’

Wij liepen door, passeerden de dames en zwegen.