Goddank hij staat er nog

Vandaag op een verlate verjaarsvisite in Almelo. Het had al een week of 5 terug gemoeten, maar gladheid en griep weerhielden ons de overtocht te wagen. Vanwege dezelfde kou en natheid hadden wij afgezien van een reis naar de nabijgelegen stacaravan op Delden.

Meuk
Ik was benieuwd hoe de meuk de vorst zou hebben doorstaan. Een dik pak sneeuw had immers op caravan en bijgebouwen gelegen. Net als een flinke koude die met min 15 graden door de vochtige naden en kieren was getrokken.

Opgeschoten coniferenhaag
De spanning viel wel enigszins weg toen ik het drassige veldje opreed en de caravan in geel en roze ornaat over het veld heerste. De blauwe gordijnen en de opgeschoten coniferenhaag deden de rest.

Bij het binnenstappen zag ik vrijwel onmiddelijk dat het goed was. Alles stond er nog, was nog overeind en bleek na een snelle inspectie in prima staat te zijn. Ook rook het niet bedompt en muf. Het rook zelfs een beetje fris.

Bedorven
Kortom, we kunnen weer gaan kamperen. Hier en daar een likje verf, plankje over de vloer en balkje om te stutten, en klaar is Kees. Ik was alleen vergeten te kijken of de potten verf in de aanbouw voor de tent niet bedorven waren door de vrieskou.

Volgens mijn medereiziger, een doorgewinterde schilder en klusser, hoefde ik niets te vrezen als het op terpetinebasis is. Toen begon ik te twijfelen of de verf op waterbasis of terpetinebasis is. Het antwoord ligt in het kastje in de aanbouw.

Moedwillige sloop

Elke tijd heeft zijn mooie en minder mooie kanten, maar in de 20e en ook 21e eeuw heerst de sloop. Hele wijken en steden gingen tegen de vlakte. Omdat projectontwikkelaars er geen geld in zagen en omdat de maatschappij kansen bood. Zo is het hele fenomeen van de kerkverlating gebruikt om moedwillig mooie 19e en 20e eeuwse kerken af te breken. De slopershamer en de bijbehorende kogel hebben heel wat mooie gebouwen tegen de vlakte gegooid en waarom eigenlijk.

Afbraakorgels
Laat ik met het orgel beginnen dat in deze kerken stond. De Amsterdamse orgelbouwer Steenkuyl leverde rond 1900 vier orgels in Rotterdam. Hij bouwde het orgel in de Remonstrantse kerk (1898), de Wilhelminakerk (1900) in Feijenoord, de Nieuwe kerk in Delfshaven (1905) en de Koninginnekerk (1908) op de grens van Kralingen en Crooswijk.

Van deze instrumenten is alleen het orgel van de Remonstrantse kerk bewaard gebleven. Een deel van het pijpwerk uit het orgel van de Wilhelminakerk kreeg een plaatsje in het Vierdag-orgel (1974) van de Oude kerk in Veenendaal. De rest orgels van de Nieuwe kerk en de Koninginnekerk zijn helemaal verdwenen. Over het orgel van de Nieuwe kerk is elk spoor verdwenen en het pijpwerk van het Koninginnekerkorgel is weliswaar opgeslagen in 1972, maar raakte uiteindelijk dusdanig beschadigd dat het is omgesmolten.

Afbraakwoede
De sloop van de instrumenten is gerelateerd aan de sloop van de kerkgebouwen waarin deze orgels stonden. Waarom de gebouwen precies gesloopt moesten worden, is mij een raadsel. De gebouwen van rond 1900 werden als een last beschouwd. Terwijl op enige honderden meters verderop nieuwe godshuizen verrezen, werden de 60- en 70-jarige oude gebouwen afgebroken. Vaak bevatten deze gebouwen enorm veel symboliek en architectonisch hoogstaande elementen. De ruimten werden te groot ervaren en de architectuur werd niet gewaardeerd.

Wie achter deze afbraakwoede zitten, weet ik niet. Ik vermoed eerder dat bestuurders hier een rol in gespeeld hebben, dan dat de massa achter deze besluiten stond. Zo herinner ik mij mijn oma en veel kenissen van haar die met weemoed spraken over de beslissing van de afbraak van de Koninginnekerk. Naspeuring op internet leert dat er een heuse strijd gestreden is om het kerkgebouw te behouden.

Kerkverlatingsangst
Het wrange is namelijk dat bijvoorbeeld de Koninginnekerk intensief als concertzaal is gebruikt. Het concertgebouw De Doelen werd nieuw gebouwd, er kwam een nieuwe Stadsschouwburg, maar voor de oudere gebouwen uit het begin van de twintigste eeuw was geen plaats. Onder het mom van de kerkverlating zijn moedwillig monumenten afgebroken. Ik geloof namelijk niet in het verhaal van de kerkverlating.

In dezelfde tijd verrezen namelijk op soms enkele honderden meters spiksplinternieuwe godshuizen. Vaak multifunctioneel ingericht, met schuifwandjes en warme zaaltjes waarmee de nieuwe manier van geloven (met koffie na de dienst) kracht werd bijgezet. Naast deze gebouwen verschenen in de buitenwijken van Rotterdam de meest verschrikkelijke kerkgebouwen.

Bovendien verdween in Rotterdam bijvoorbeeld veel geld in de wederopbouw van de Laurenskerk, terwijl verderop monumenten die bij het bombardement gespaard waren gebleven, moedwillig werden afgebroken.

Onooglijk
Soms ontsnapte een gebouw gedeeltelijk aan deze afbreekwoede. De Hoflaankerk in Kralingen kreeg een heel nieuw interieur. Iets waar ze nog geen 20 jaar later spijt als haar op hun hoofd van hadden. Naast de onooglijke preekstoel in een design uit de 60er jaren zaten de banken binnen een halfuur slecht. Geen enkele zitstand maakte het mogelijk om de preek op een fatsoenlijke manier uit te zitten. Gelukkig bekeerden de predikanten zich ook tot het praatje van 10 minuten in plaats van een halfuur durende bekeringsoproep.

Ik heb het idee dat de kerkverlating meer als argument werd aangehaald om een gebouw te slopen, dan dat het een geldige reden voor afbraak was. Al is het waar dat veel Nederlanders de binnenstad verlieten om in grote nieuwbouwwijken een nieuw bestaan op te bouwen en een gezin te stichten.

Wat staat er nu eigenlijk op de plekken waar deze heilige huizen stonden? Op de plek van de Koninginnekerk is een lelijke bejaardenflat uit de grond gestamd. Overigens was het terrein nog jaren na de sloop in 1972 een braakliggende vlakte midden in de stad. Ik herinner mij dat we in de jaren ’80 naar een leeg terrein staarden. ‘Daar was onze Koninginnekerk’, zei mijn oma dan. Mogelijk werkte het bestemmingsplan niet mee. De architect heeft niet zijn best gedaan iets moois voor kerk in de plaats te zetten. Zo blijft het eigenlijk een leegte die achtergebleven is.

Chips, een boek en een kort rokje

Ze zat bij het raam, de tas lag naast haar. Haar benen lagen gekruist over elkaar, de panties werden bedekt door een kort rokje. Het bruine rokje begon ietsje boven de knieën, helemaal zoals het hoort. Op het tafeltje naast het raam lag een rood zakje chips. De dungesneden aardappelstukjes kraakten net zo hard tussen haar tanden als dat het zakje ritselde terwijl ze het volgende stukje chips eruit haalde.

De andere hand droeg het dikke boek. Tussen de vingers klemde ze een velletje papier, dat ze langzaam liet zakken om de volgende regel van het verhaal te kunnen lezen. De andere hand hengelde het zakje in om de volgende vangst te doen. Haar ogen tuurden half over de brillenglazen het boek in, het papiertje zakte regel voor regel.

Geknot
De chips kraakten op, de opzichtige ring om haar ringvinger vertelde dat ze getrouwd was. Haar haren bezaten dezelfde kleur als de stof van het rokje. Ze waren naar achteren geknot in een degelijk staartje. Tussen haar boek en de chips was geen speld te krijgen.

Het zakje verdween in de prullenbak. Ze herschikte zich, liet de donkerblauwe winterjas wel dicht zitten. De zilverkleurige drukknoopjes keken preuts mee het boek in en hielden alles zorgvuldig gesloten. Alleen haar goudkleurige oorbellen probeerden een gevecht aan te gaan met de degelijkheid en tuurden ontdeugend om zich heen.

Een afbeelding van een bijzonder iemand trok voorbij. Een groot staatsman, een dichter, een predikant. Alles kon het voorstellen. Het papiertje gleed er overheen en liet de woorden langzaam los, regel voor regel.

Tot het station kwam, een moeder met haar twee dochters wurmde zich rond de vrouw. De twee meisjes zetten zich op de foto, een groot rood toestel, dat een foto toonde als het opengeklapt was, klikte en er knipperde een rood lampje als het ene meisje het andere fotografeerde.

Eindbestemming
Het papiertje kwam stil te liggen op het boek. Een zucht, een blik in de richting van de meisjes, een moeizame glimlach. Het lukte niet. Het boek klapte dicht. ‘Mama wanneer mogen we eruit?’ Ik zag de vrouw met de bril hetzelfde vragen in de richting van de moeder. ‘Het volgende station’, zei ze geruststellend. De vrouw met het rode boek was niet gerustgesteld. Ze bleef zitten waar ze zat, terwijl om ons heel alle stoelen leeg waren. Ik mocht eruit, want de trein reed net mijn eindbestemming binnen.

Victor en Rolf in vrouwengedaante

De twee meiden droegen identieke brillen met een donker en zwaar montuur. Ze staarden wat onwennig om zich heen en spraken wat tegen elkaar. De brillen zorgden ervoor dat ze bij elkaar hoorden, net als de herdershond die achter het stel aanliep, geleid door een touwtje.

Het lichtblonde meisje stopte even, tikte het donkerblonde meisje aan. Zij stopte ook even en de hond hield ook keurig halt. Het lichtblonde meisje wees in de richting van het Malieveld. De andere wist het ook even niet en schudde met haar hoofd.

De brillen beheersten de gezichten zo dat de meiden jaren jonger leken dan ze waren. De zwarte en de lichte legging contrasteerden met elkaar, net als het ruitjesbloesje en het donkere dasje.

Victor en Rolf, schoot door mij heen. Het zijn gewoon Victor en Rolf, maar dan in vrouwelijke gedaante. De hond draaide zijn kop om, terwijl de rest van zijn lijf in de richting stond waarheen de meiden keken. Zijn droeve ogen staarden mij aan. Net alsof hij de enige normale van het stel was.

Sven had Cars moeten kijken

Sport is emotie, wordt mij dikwijls verteld door sportliefhebbers. Ik kan niet begrijpen dat er mensen een hele nacht opblijven om iemand een oneindig aantal rondjes te zien schaatsen. En dan kijken ze wie het snelste door de rondjes heen komt.

Het drama van vannacht laat mij vooral zien dat een sporter niet alle problemen kan uitsluiten. Je bent daarvoor te afhankelijk van anderen, zoals een trainer.

Maar daarvoor hoef je niet een nacht voor op te blijven en een Sven Kramer woest zijn bril zien wegsmijten. De Disney-/Pixar-film Cars vertelt het ook en die heeft er nog geen anderhalf uur voor nodig. Scheelt weer een nachtwake.

Misschien had de aan arrogantie en een tikkeltje grootheidswaanzin lijdende Sven Kramer ook wel wat geleerd van zo’n film. Dat had weer een praktijkervaring gescheeld.

IJsloos IJmeer

Vorig jaar kruide het ijs een behoorlijk eind omhoog langs de IJmeerdijk, maar dit jaar blijft het ijs een eind weg van de dijk. Er ligt hier zelfs water, een 100 meter verderop begint het ijs.

Bezoek
Het water levert veel bezoek op, in het ijsvrije stukje IJsselmeer dobberen allerlei watervogels. Ik zie bij het hollen een groepje gansen, meeuwen en vogelsoorten die ik niet zo snel ken.

Een kauwtje zit op een steen die uit het water steekt, de kauw bij hem vliegt omhoog. Het dier scheert vlak over het water, lijkt soms op het water te willen landen, maar hij laat zich meevoeren door de aflandige noord-oostelijke wind.

IJslaag
Ik tuur het beestje na terwijl meters dijk onder mijn voeten gaan. Nauwelijks te zien, vliegt het beest naar de ijslaag op het IJmeer, een 100 meter verderop. Heel in de verte zie ik hem landen waar het ijs begint. Zijn zwarte lichaam steekt mooi af tegen de lichte kleur van het ijs, anders had ik het stipje onmogelijk kunnen zien.

Had ik maar opa’s verrekijker bij me, die gisteren kreeg. Dan had ik zijn vlucht beter kunnen volgen. Maar dan had ik onmogelijk kunnen doorhollen, besef ik tegelijkertijd. Ik passeer het enige hoopje opgekruid ijs, op de hoek van de dijk, waar de noordoostelijke wind harde tegenwind wordt. Ik heb nu echt wat anders aan mijn hoofd dan een vliegende kraai.

De paleistuin

Een groepje Britse indringers is vannacht uit de tuin van het Paleis Noordeinde verwijderd. Volgens het bericht zou de marechaussee de drie ‘mannen’ van 16 en 17 jaar hebben aangehouden nadat ze over het hek waren geklommen.

Deze week liep ik in de middagpauze ook eventjes door het openbaar toegankelijke gedeelte van de paleistuin. Ik kan me voorstellen dat dit gedeelte ’s avonds afgesloten is, de ingangspoort en de muren rond de tuin lenen zich er wel voor.

Veel mensen liepen er niet in het park. De kale bomen en de vochtige lucht weerhielden de mensen om over de kronkelpaadjes te gaan slenteren. Een jonge moeder passeerde mij met haar kinderwagen. Ik pakte een stukje gras mee om haar genoeg ruimte te geven.

Twee mannen zaten te kletsen op een bankje. Ze rookten een shagje. Als de ene aandachtig luisterde, trok de andere aan zijn peuk, blies de adem met de rook weer uit zijn mond en nam het woord. Dat gaf de ander de tijd om aan zijn shagje te trekken.

Ik was snel van de ingangspoort bij het hoge hek dat de paleistuin in tweeën splitste. Ik passeerde een jong stelletje dat stond te zoenen. Ze hadden geen last van de kou en hielden elkaar warm met liefde en opwinding. Terwijl ik ze voorbij liep, koppelden de monden zich los. De jongen fluisterde wat naar het meisje. Ik kon het niet verstaan, het was geen Nederlands, maar het klonk heel lief. Het meisje lachte zoals alleen verliefde meisjes kunnen doen.

Mijn weg maakte een bocht en bij de splitsing koos ik het pad dat mij weer naar de ingangspoort zou brengen. Het stelletje stond nu wat verder van mij weg. De jongen keek naar mij, pakte zijn meisje bij de arm en verstopte zich achter het enige groene hulstbosje dat vlakbij het hek stond. Onhandig stonden ze daar op de aarde en half verscholen achter het wintergroen. Twee parkwachters passeerden mij en liepen in de richting waar ik vandaar kwam.

Beginnen met twitteren – Twitterhandleiding deel 1

Een account is zo gemaakt, maar hoe maak je je snel het medium twitter eigen? Deze eerste blog over twitteren, is onderdeel van een reeks waarin een aantal aspecten van het twitteren wordt meegenomen. Schroom niet om aanvullingen en reacties te geven op dit artikel.

Een account is zo gemaakt, maar hoe maak je je snel het medium twitter eigen? Deze eerste blog over twitteren, is onderdeel van een reeks waarin een aantal aspecten van het twitteren wordt meegenomen. Schroom niet om aanvullingen en reacties te geven op dit artikel.

Dit artikeltje behandelt niet de praktische kant van het twitteren, hiervoor zijn al heel mooie twitter-handleidingen in omloop op internet zoals: http://bit.ly/6gjk9v

Wat is twitteren?

Twitteren is een vorm van microbloggen. In 140 tekens kan iemand een korte boodschap, een tweet, eenvoudig verspreiden. Iedereen kan deze boodschap lezen, maar twitteraars kunnen ervoor kiezen jou te volgen. Wanneer iemand jou volgt, dan ziet hij jouw laatste tweets in beeld verschijnen.

Waarom twitteren?

Je kunt uit twitter zoveel halen als je zelf wilt. Als je er veel uit wilt halen, zul je hiervoor wel moeite moeten doen. Twitter regelmatig, probeer te beginnen met vijf tweets per dag. Schrijf op wat je beleeft, ziet, leest of ergert. Reageer ook op anderen door een ‘reply’ of door @ voor de accountnaam van die persoon te zetten. Zo is je reactie zichtbaar voor iedereen. Een persoonlijke, afgeschermde boodschap kan via een DM (direct message).

Persoonlijk

De kracht van twitter is de personificatie. Het draait om jou als persoon. Dat wil zeggen wat je denkt, doet en vindt. De aanleiding om jou te volgen kan zijn dat iemand dezelfde interesse deelt (hardlopen, politiek, vissen, ict, computeren, Apple, Linux, erp of de Ford Taunus). Privé en werk lopen op twitter door elkaar. Zo twitter je ’s morgens in de trein over de berichten die je in de krant leest, neem je ’s avonds deel aan de discussie over het televisieprogramma ‘Wie is de mol?’ (#widm) en discussieer je mee over bepaalde aspecten van je werk.

Afschermen

Je kunt ervoor kiezen je account af te schermen. Je staat dan zelf toe wie je tweets wel of niet mag lezen. Dit is aan te raden als je met dingen bezig bent die het daglicht niet verdragen. Het nadeel is wel dat je niet actief kunt deelnemen aan discussies. Twitteraars die je niet volgen, kunnen je tweets namelijk niet lezen en komen je daarmee ook moeilijker op het spoor.

Volgen

Mensen die je willen volgen, kunnen dit gewoon doen. Wanneer je last van ze hebt, kun je ze ‘block-en’. Jij kunt ook iedereen volgen, bij een gesloten account moet iemand wel toestemming hiervoor geven.

Zoeken

Twitter is zeer goed doorzoekbaar. Dat kan via de functie in de rechterkolom, waarachter ‘search’ staat, of via http://search.twitter.com. Deze laatste biedt ook de mogelijkheid om zonder account twitter te doorzoeken.

Hashtag

Twitter is snel doorzoekbaar via een tagsysteem waarmee bezoekers snel op een onderwerp kunnen zoeken. Dit systeem werkt kinderlijk eenvoudig. Je schrijft een hekje voor de woorden die je graag wilt taggen ‘#’, waarna je het onderwerp tikt. Dit moet in één woord. Soms is het lastig om de juiste hashtag te gebruiken. Dan kun je kijken welke het meest gebruikt wordt door zelf even snel op de hashtag te zoeken. Voorbeelden: #ciedavids #balkenende #irakcrisis.

Nederlandse twitteraars gebruiken de hashtag nog niet zo vaak als bij Engelstalige tweets gebeurt. Het gebruik maakt twitter beter toegankelijk. Twitteraars kunnen snel zien wat er over een onderzoek geschreven wordt.

Wat moet je twitteren?

Je kunt over alles twitteren wat je doet, ziet, voelt, denkt en overweegt. Jijzelf bepaalt waar je over twittert. Heb je geen zin om over jezelf te twitteren, doe dat dan niet. Probeer wel een positie en een band met gelijkgestemden op te bouwen. Dit doe je door te schrijven over de onderwerpen waar je veel van af weet, je passies en interesses. Twitter niet om het twitteren, maar doe dit met een duidelijk doel. De ervaring leert wel dat het erg goed is om je erin te verdiepen, anders levert het weinig meerwaarde.

Wie moet je volgen?

Het gebruik van twitter staat of valt met degene die je volgt. Probeer mensen te zoeken die vaak schrijven over onderwerpen die je interesseren en waar je meer van af wilt weten, via de zoekmachine van twitter http://search.twitter.com. Tegelijkertijd krijg je als je vaak twittert ook volgers. Bekijk geregeld wie jou volgen en of ze ook voor jou interessant zijn. Daarnaast kan het interessant zijn om je abonneren op lijsten van twitteraars.

Deze blog schreef ik oorspronkelijk voor Popolo.nl