Spiegelbeeld zonder geluid

De muziek schalt uit tussen zijn oren en de koptelefoon. Hij staat dromerig naar zijn spiegelbeeld te turen in de ruiten van het treinstel. Om hem heen heeft hij een lege ruimte gemaakt door zijn herrie. Het is nog ochtend en hij kijkt naar zichzelf, maar het geluid wordt niet gespiegeld.

Gelukkig duurt zijn aanwezigheid niet lang, een halte verder moet hij er al uit. Hij staart naar de knopjes om de deur open te maken en drukt op het blauwe dat links zit. De muziek dreunt onverminderd voort, de elektrische gitaren klinken boven alles uit. Hardrock, hoor ik er overduidelijk in, maar ik mis het middenkader van geluiden om de herrie te duiden.

De deur blijft dicht, hij drukt nogmaals op de blauwe knop, maar de deur blijft tjokdicht. Ik zwaai naar hem, maar hij ziet het niet. Ik zwaai nogmaals, de bewegingen in het spiegelbeeld moeten hem wakkerschudden. Ik gebaar naar de rechterkant, waar het gele knopje op zit. Je moet daar op drukken fluister ik, maar ik doe alsof ik schreeuw. Hij wordt wakker en drukt op de knop.

De deur gaat open en hij verdwijnt de duistere ochtend in. Het geluid sterft langzaam weg. Over zijn schouder hangt een witte tas met zwarte spikkels op weg naar de school die achter het station ligt.

Rupsje Nooitgenoeg

Het Jip-en-Janneke-tasje was gisteren bij de oppas blijven liggen. Met dikke tranen vertelde Doris gisteravond dat ze het tasje vergeten was. Vanmorgen bracht ik haar naar school en kreeg ik het vergeten tasje mee van de oppas waar we vlak langslopen als we naar school gaan.

In het tasje zat Rupsje Nooitgenoeg, de figuur van het gelijknamige kinderboekje uit 1969. Het tasje was een uitleentasje dat elk kind van de klas mag meenemen naar huis en de volgende dag weer terugbrengt. Het rupsje wilde gisteren mee met Doris, stond in het schriftje.

In het schriftje kunnen de ouders de ervaringen met het verhaal opschrijven. Wanneer en waar het voorgelezen is, wie het voorlas en wie het verhaal hoorden. In het schriftje stond vandaag uitvoerig het verhaal dat het was blijven liggen bij de oppas en hoe jammer we dat allemaal vonden.

Vanavond mocht Rupsje Nooitgenoeg bij Doris in bed slapen. Voordat hij ging slapen, at hij een hap uit papa’s trui.

In zijn bloemlezing De Nederlandse kinderliteratuur in 100 en enige verhalen, schrijft kinderverhaallezer Abdelkader Benali over zijn eerste leeservaring. Het gaat om, geloof het of niet, over Rupsje Nooitgenoeg: ‘Mijn eerste meesterwerk was Rupsje Nooitgenoeg, dat ging over een rupsje dat zich pagina na pagina door van alles en nog wat heen eet, zodat hij een vlinder kan worden.’

Overvolle trein

Een vreemde gewaarwording. De trein van half zes vanuit Utrecht naar Almere lijkt iedere dag drukker te worden. Zit ik nog in alle rust in het boemeltje van Houten naar Utrecht, in de trein naar Almere moet ik vechten om een plekje.

Gisteren stopte de overvolle trein een paar honderd meter van Utrecht. ‘Er is aan de noodrem getrokken’, concludeerde de conducteur door de intercom. ‘We zoeken het lek’, vertelde de machinist wat later. ‘Misbruik wordt gestraft’, dacht ik.

Het was niet de noodrem, maar een storing merkten we toen we wegreden en een paar honderd meter verderop weer stilstonden. Het stoppen, rijden, stoppen en langzaam rijden leverde een vertraging op van een halfuur.

Vervelend allemaal. En toch was de trein weer bommetjevol vanavond.

Leren van de Ikea-catalogus

Ik word elk jaar weer heel blij van de nieuwe Ikea-catalogus. Afgelopen maand viel hij bij mij op de deurmat. Het is een gebeurtenis waarop ik mij elk jaar verheug. De catalogus van het woonwarenhuis verschijnt wereldwijd in een oplage die groter is dan het aantal bijbels in deze wereld.

Kostenbewustheid staat centraal bij Ikea, dat is een groot deel van het succes van dit Zweedse concern. Bij alles letten ze op de prijs en wat voor een voordeel het voor klanten oplevert. Zo werken ze niet mee aan een interview voor SCM, omdat ze niet overtuigd zijn van de win-winsituatie voor hun klant. Ik vind een dergelijke opstelling prijzenswaardig.

Kleiner formaat

Wat mij direct opvalt bij deze nieuwe catalogus is dat hij kleiner van formaat is dan die van vorig jaar. Ook Ikea gaat de crisis te lijf in besparingen. Wel is de nieuwe catalogus 12 pagina’s dikker, maar het woonwarenhuis heeft het boek in gewicht met wel 44 gram gereduceerd. Dat scheelt enorm in de verzendkosten. En de lezer heeft het nauwelijks in de gaten waarop bespaard wordt. De foto’s zijn even mooi, de letters even helder. De bladspiegel is iets veranderd, waardoor de witruimtes boven en onder de pagina wat minder groot zijn. Dat ziet niemand. Het toont dat Ikea in deze mindere tijden zich bewust is van de kosten en hierin bespaart zonder zware consequenties.

Billy

Mijn aandacht wordt getrokken door het verhaal over de Billy. Deze populaire boekenkast van Ikea bestaat dit jaar dertig jaar. Speciaal voor dit feestje staat de ontwerper van dit meubel, Gillis Lundgren, op een twee pagina’s grote foto tussen de verschillende varianten van Billy. Het onderschrift op deze bladzijde trok mijn onmiddellijke aandacht: ‘De Billy boekenkast kost nu veel minder dan toen hij 30 jaar geleden voor ’t eerst in onze winkel kwam. Hoe meer we er van maken en hoe platter we ze verpakken, des te meer we besparen op productie- en transportkosten. En die besparingen komen rechtstreeks bij jou terecht.’

Nog niet klaar

Na de introductie van een nieuw product is de innovatie nog niet klaar. Echte productontwikkeling vraagt om voortdurend het product kritisch onder de loep te nemen. Kan het beter, kan het efficiënter, kan het anders? Een kleine aanpassing is vaak genoeg voor een lagere kostprijs. Als er een lichter schroefje in kan, of het materiaal kan dunner worden, dan gebeurt dit ook. De kosten blijven hierbij voortdurend in het vizier. Ikea speelt het spel wel eerlijk. De Zweed berekent het door aan de klant. Zo ontstaat een win-winsituatie voor klant en producent.

Samenwerking klant en producent

Ik sla een bladzijde om en lees een verhaal waarbij samenwerking tussen klant en producent centraal staat. Een saai verpakkingsverhaal wordt een peptalk, waarbij de klant wordt aangesproken om mee te werken. ‘Zo krijgen we de prijzen nog lager’, eindigt het verhaal. Dat is het succes van Ikea: zuinigheid en dat vervolgens doorberekenen aan de klant. Ikea betrekt zo de klant bij zijn supply chain en zegt dat de klant zelf ook verantwoordelijk is om de prijs laag te houden. Zelf ophalen uit het magazijn, zelf vervoeren naar huis en zelf in elkaar zetten van het product. Alleen zo kun je zelf de prijs laag houden.

Deze blog is geschreven voor www.supplychainmagazine.nl.

Labelen in blogger

Ik word sinds vrijdag afgestrafd door Google. Elk artikel dat ik voor mijn blog schrijf, bevat een keur aan trefwoorden. Google’s blogger noemt dit labels. Vaak neem ik de titel over en zoek ik labels binnen mijn blog. Zo kunnen bezoekers snel meerdere artikelen verzamelen over hetzelfde onderwerp.

Nu straft Google mij voor mijn zorgvuldige labelwerk. Bij het opslaan van mijn artikel over de ervaringen bij Mycom in Almere, vertelde Google’s blogger mij dat ik het bericht niet mocht opslaan. Nader onderzoek wees uit dat ik teveel labels had. ‘Je mag er maximaal 2.000 in je blog hebben en maximaal 10 per bericht’. Ik haalde een tiental labels weg. Het baatte niet, de melding bleef in mijn scherm staan.

Labels zorgen voor veel traffic naar de website. Ze versterken de zoekwoorden die mensen in Google intikken. Dat levert soms verrassend resultaat op. Tik je bijvoorbeeld ‘abdeikerk echternach’ in dan kom je op mijn blog uit. Dat is vooral te danken aan de labels die ik eraan gehangen heb.

Een vluchtig onderzoek leerde mij dat mijn blog momenteel 2.272 labels bevat, verdeeld over 796 artikelen . De 2.000 zijn dus al geruime tijd overschreden. Ook zie ik regelmatig artikelen staan die meer dan 10 labels bevatten. Ik vind het vreemd dat Google opeens zo streng optreedt tegen deze labelgroei. Zeker, zorgvuldig beheer van de labels is heel belangrijk, maar enthousiast labelen hoeft toch niet opeens zo bruut te worden afgestrafd?

Aalscholvers

Hij dreef op de golven, liet zich omhoog hijsen en dook op het hoogste punt het water in. De donkere luchten dreven mijn kant op vanuit het IJmeer. Achter de dijk zag ik dat de regen viel in het centrum van Almere Stad, om de hoge kantoortoren in aanbouw heen.

Ik tuurde over de golven en speurde naar de aalscholver. Hij kwam niet meer omhoog. De golven klotsten over hem heen en sloegen in druppels uiteen op het moment dat ze basaltblokken raakten. Ik holde verder in de gedachte dat het dier daar ergens onder water op jacht was naar het één of ander.

Ik was al bijna de hoek van de dijk om toen hij opeens opdook. Er glom iets in zijn bek, het spartelde met nog maar één kant naar buiten. Het laatste stukje hapte zijn snavel zo snel naar binnen dat ik niet kon zien of het de kop of de staart van de vis was.

Daar worden die vissers zo boos om. Volgens hen vissen de aalscholvers het IJsselmeer leeg. Ze vergeten dat deze vogels geen supersonische navigatie hebben om de vissenscholen te bepalen. Zij duiken het water in om eerlijk een visje op te happen.

Wat verderop zag ik een andere aalscholver het water induiken. Hij bleef lang weg en kwam zonder prooi omhoog. Het gaat dus ook weleens mis. Ze verzamelden zich wat later en een formatie in de vorm van een V vloog over het IJsselmeer van mij weg. Op weg naar warmere oorden.

Opnemen

Het opschonen van de harde schijf van onze dvd-recorder levert veel confrontaties op met de tijdelijkheid van media. De tijd maakt van de prioriteiten van weleer overbodigheden en balast. Waarom hebben we dat opgenomen? Eindeloze reeksen Pauw en Witteman omdat in de weken ervoor iets interessants was. Een serie waarvan we de eerste aflevering al niks aan vonden, maar waarvan de instellingen niet gewijzigd zijn.

Al die ruimte om te bewaren zorgt ervoor dat je niks ziet, maar alles bewaart. Het kan interessant zijn voor de toekomst. Misschien, later. Als ik niks te doen heb. dan kunnen we nog naar die film kijken. Er is altijd wat te doen en als je een keer niks te doen hebt, wil je niet naar die film kijken.

Zo ben je lekker bezig met het vergaren, verzamelen en bewaren van dingen. Een nuttige activiteit. Er is nu weer ruimte iets nieuws op te nemen. Dat je nooit kijkt, maar wel hebt.

Trust me

In de computerwinkel vanmiddag voor een webcam. Er stonden heel veel van die dingen in het schap, hoofdzakelijk van de merken Trust en Logitech. De prijs van de Trust lag beduidend lager dan de Logitech.

Ik vroeg de verkoper wat het verschil was tussen de twee. ‘Van de Logitech kun je meer op aan’, zei hij. Daar wilde ik wel opheldering over. ‘Dat je er langer mee doet en dat hij betrouwbaarder is. Je hebt er minder storingen mee.’

‘Wat bedoel je ermee, stoort die ander dan?’ ‘Ja, er is een kans op. En met die doe je minder lang’, hij wees naar de Trust die blijkbaar niet zo betrouwbaar zou zijn als de naam deed geloven. ‘Dus die is onbetrouwbaar en je doet er minder lang mee.’ ‘Sommige mensen gaan er nogal wild mee om’, meende hij. ‘En als ik er nu voorzichtig mee ben?’ Ik voelde boosheid opwellen. Hij rekende mij tot een groep mensen die niet zuinig is op zijn spullen.

‘Ach, doe die Logitech maar’, zei ik snel en wees naar de middenklasser in de prijs. Met geluid. Ik overhandigde het geld en ging maar snel weg. Advies zoeken kon ik beter ergens anders.