Op de bon

Kwart voor zeven, de duisternis slokt de fietser zonder licht op. Alleen het trappen verraadt zijn komst. De stilte slaat om zich heen. Het station Muziekwijk wacht aan het eind van het fietspad.

Dan versperren twee agenten zijn pad. ‘Halt, politie. U rijdt zonder licht. Daarvoor krijgt u een bekeuring.’ Dat had hij op dit vroege tijdstip niet verwacht. Het licht doet het niet, daarom brandt het niet. ‘Heeft u uw legitimatiebewijs bij u?’ Hij laat zijn NS-abonnement zien. ‘Uw rijbewijs of zo?’ Hij speurt naar zijn rijbewijs en vindt het pasje achter het treinabonnement.

Hij vraagt of hij de fiets alvast mag wegzetten, want hij wil de trein halen en laat zijn rijbewijs bij hem achter. Als hij terugkomt, zegt de agent: ‘Ik kan u nog veel vertellen over hoe u uw verlichting moet voeren, maar u bent daarin denk ik niet geïnteresseerd.’ De trein lijkt in aantocht, toch vraagt hij naar de bekende weg. ‘Mag ik ook van die losse lampjes bevestigen?’ ‘Ja, voor vier euro bij de ANWB-winkel.’ Ondertussen passeren twee fietsers zonder licht.

Het gele papiertje vertegenwoordigt een waarde van 35 euro voor rijden zonder licht. Bij het merk fiets staat een streepje en bij de kleur staat de onlogische combinatie ‘grijs/bruin’, gezien in de duisternis, want het is een groene fiets. Een waarschuwing kon er niet vanaf.

De dag van de kapotte bovenleidingen

De omroeper riep de onheilstijding dat de treinen naar Rotterdam en Den Haag niet reden in verband met een stuk getrokken bovenleiding.

Ik liep alweer wat verder op de weg van perron 19 naar perron 4 en hoorde een nieuw bericht toen ik al een behoorlijk eindje liep op mijn bestemming. De treinen naar Amersfoort ondergingen ook vertragingen vanwege een kapotte bovenleiding.

Kortom, de dag van de kapotte bovenleidingen.

Googles boekwinkeltje

De misser van internet is dat altijd alles gratis aangeboden is. De rekening voor deze actie wordt nog altijd betaald. Voor uitgevers is het moeilijk een verdienmodel te koppelen aan de activiteiten op internet.

Nu probeert iedereen het goed te maken met het e-book. De e-reader is een opmars begonnen waar al direct een prijskaartje aan hangt. Zelfs Google, die sterk is geworden met het gratis vinden en toegankelijk maken van informatie, gaat een eigen boekwinkeltje beginnen in electronische boeken.

Ik vind de kracht van internet dat de informatie gratis en makkelijk toegankelijk is. Zeker als het gaat om boeken waar het kopijrecht al lang van vervlogen is. Zo kan ik zonder problemen de Geschiedenis des vaderlands downloaden op Google books en bij het DBNL. Wat mij betreft mag dit wel zo blijven. Het zou helemaal geweldig zijn deze boeken op een e-reader op te slaan en zo een echt oud boek electronisch open te slaan.

Persoonlijk geloof ik ook niet dat persé voor informatie op internet betaald moet worden. Het vraagt om andere vormen van verdienmodellen, waarbij adverteerders en gebruikers elkaar veel gerichter zullen treffen. Hier hoeft de onafhankelijkheid helemaal niet voor in het geding te komen.

Helaas bezitten maar weinig uitgevers die creativiteit. Ze blijven geloven in het papier. Iets dat ze uiteindelijk zal nekken…

Gevallen

Na de val is het de tijd voor de reconstructie. Ze was cake’jes aan het bakken en stond op het stoeltje. Ze boog iets voorover om in de bak met cakemix te kijken. En toen viel ze.

‘Ik wilde alleen in de bak kijken’, riep ze door haar tranen heen. Het hielp niet, want ze lag daarna op de grond. Ik zette het krukje voor haar klaar, zodat ze iets steviger stond en zonder vallen in de bak kon kijken.

Aarbeienjam

De laatste pot aardbeienjam naderde afgelopen week de bodem. Het was voor mij het signaal om het vandaag op de zaterdagmarkt nog eens te proberen. Samen met Doris toog ik na een overvolle Lidl even snel de markt over.

Geen kraam had nog aardbeien, soms een enkel bakje, waarboven een peperdure prijs hing. De kraam waar ik afgelopen zomer drie kilo aardbeien weghaalde beloofde evenmin wat te worden. We sloten keurig aan in de rij, waar geen Nederlands gesproken werd, maar waar wel gevochten werd om een zakje komkommers of courgettes.

Geen aardbeien, maar in één van mijn ooghoeken zag ik twee zakjes met aardbeien op een leeg pallet liggen. Ik stiefelde in de richting van de jongeman die in de weer was met het stapelen van doosjes. ‘Wat moet je hebben voor zo’n zakje aardbeien?’ vroeg ik hem. ‘Eén euro?’ ‘Oké, verkocht en met dat andere zakje twee euro?’ Hij knikte en ik betaalde hem, volgde hem met de zakjes om het wisselgeld gelijk mee te kunnen nemen.

Nu ruikt het hele huis naar de aardbeien die Inge omgevormd heeft tot jam. De potjes staan nog op de kop, maar als Inge ze omdraait geven ze zo’n mooie ‘plop’. Het blik van het dekseltje trekt samen, doordat het vacuüm trekt.

Morgen een ontbijtje met echte aardbeienjam…

Unvollendete

Paul Witteman spreekt over onvoltooide werken van componisten in De wereld draait door. Hij vindt dat als een kunstenaar vraagt om werk te vernietigen, dat dit dan ook moet gebeuren. Tegelijkertijd is hij er zich ook bewust van dat dit in de praktijk niet gebeurt. Je kunt niet het werk van een kunstenaar vernietigen.

De bekendste kunstenaar van wie enkel een paar verhalen zouden zijn overgebleven is Franz Kafka. Hij droeg zijn vriend op om zijn werken na zijn dood te vernietigen. Gelukkig sloeg deze vriend de vraag in de wind en kunnen wij nu allemaal de meest ontroerende brieven aan een vader lezen.

Ik hoor in de wens van een kunstenaar om het werk te vernietigen meer de vraag om het werk te koesteren en misschien zelfs uit te geven. Anders gooi je het zelf gelijk in de prullenbak.

DSB, de blaren en het grenzeloze optimisme

Dat de kredietcrisis nog altijd niet voorbij is, laat de val van de bank van Scheringa zien. Klanten beëindigden vorige week massaal hun spaarrekening na het opruiende advies van Pieter Lakeman om de bank daarmee failliet te krijgen. Het is beter voor ons allemaal, zei hij erbij.

Nu de boel werkelijk op instorten staat, lijkt het of niemand hier iets mee opschiet. Zelfs Lakeman biedt zijn excuses aan. Het eindeloze uitstel vertoont het gedrag van een stervende. Hij slaat nog wild om zich heen, maar weet dat de dood hem straks de nek omdraait. De hoop waarmee Scheringa zijn levenswerk probeert te redden, is bewonderingswaardig en laat zijn doorzettingsvermogen en grenzeloze optimisme zien. De bereidheid van anderen om hem te redden, ontbreekt echter. Daar is geen enkel optimisme tegen opgewassen.

De blaren van de bank vormen ook de blaren van de andere banken. Niemand wil extra blaren, bovendien is Scheringa een lekkere zondebok die de eigen praktijken uit de publieke belangstelling houdt. Want die publieke belangstelling is heel krachtig. Dat laat deze hete DSB-week wel zien.

Kroegtijger

In de strijd tegen de PVV stelde Jeltje van Nieuwenhoven zich kandidaat als lijsttrekker in Den Haag. Daarvoor moest ze vijftig handtekeningen hebben van PvdA-leden in de Hofstad.

Jeltje kreeg de hulp van het Haagse raadslid Koen Baart. Voor hem deed het er blijkbaar allemaal niet zo toe, aangezien hij de handtekeningen in de kroeg had laten liggen. Zo win je de oorlog wel.

Dus als een Haagse kroegtijger ze nog tegenkomt, ga dan gelijk langs de handtekeningverstrekkers. Vertel ze allemaal hoogstpersoonlijk dat dit gewoon in de kroeg lag.

Veenendaal en orgels

Een hele dag in Veenendaal en een hele dag orgels. Een combinatie die ik enigszins ontwend was, maar een leuke dag, boordevol herinneringen en gedachten aan het verleden. Verder was het bijzonder om van kerk naar kerk te gaan met zeventig mensen, het leeuwendeel was man en de zestig gepasseerd.

Jeugdherinneringen

Kortom, de eerste orgeldag in Veenendaal was een succces. Veenendaal is de plaats waar ik opgegroeid ben en tot nog toe de langste tijd van mijn leven (van 1977 tot 1996) heb doorgebracht. Het was niet de gelukkigste tijd, maar zoals dat hoort te gaan, liggen haat en liefde; afkeer, weerzin en begeerte allemaal dichter bij elkaar dan je zou willen.

Misschien kwamen de jeugdherinneringen en de verrassing het beste samen in het concert van Gerben Budding in de Oude kerk. Het Vierdag-orgel is zonder meer tot het mooiste orgel van Veenendaal. Ik denk ook omdat het meerendeel van het pijpwerk uit mijn geboortestad Rotterdam komt.

Adventkerk

Geteisterd door files, dichte benzinepomps en afgesloten wegen, lukte het mij om precies op tijd de eerste kerk aan te doen, de Adventkerk. Dit is de gereformeerde gemeente-kerk die is voortgekomen uit een afsplitsing van de moederkerk aan de Fluiterstraat. De gemoederen in de kerk in de Fluiterstraat waren dusdanig opgelopen, dat de politie het gepeupel uit elkaar moest halen. Daarna scheidde de predikant zich met zijn volgelingen en zij kregen ook nog eens de kerk toegewezen. De anderen bouwden daarop een nieuws godshuis. Deze kerk was in de jaren ’90 veel te klein geworden en op dezelfde plaats verrees een nieuwe tempel met dezelfde naam: de Adventkerk.

In de Adventkerk staat een orgel van alure. De bouwer Steendam uit Roodeschool heeft daar in 1999 een instrument gezet met 29 registers en daarmee het grootste orgel van Veenendaal. De demonstratie die organist Gert Jan Schipper neerzette, liet een orgel horen dat volgens de kerkvoogd graviteit en poëzie tegelijk uitstraalde. Ik vond dat het instrument vooral loskwam bij het laatste stuk, de psalmbewerking. Het hele concert voelde ik mij een indringer, een ongelovige die alleen voor de muziek komt.

Het Steendam-orgel in de Adventkerk
Petrakerk

De tweede kerk, de Petrakerk, bevat een Verschueren-orgel. Organist en organisator van de orgeldag, Bert Wisgerhof is daar sinds dit jaar organist. Hij liet een instrument horen dat ondanks de rechtlijnigheid in klank, veel variaties toelaat in registratie en literatuurkeuze. Ik verbaasde mij over de klankcombinaties met de tongwerken, waar ik vanuit mijn eigen speelervaring en die van anderen, mijn twijfels had. Wisgerhof liet een orgel horen dat veel in zich heeft.

Het Verschueren-orgel van de Petrakerk wordt door Bert Wisgerhof bespeeld
Salvatorkerk

Wisgerhof vertelde in de katholieke kerk, de Salvatorkerk, over zijn jeugdherinneringen aan het instrument. Bij mij doemden ook herinnering uit een iets minder ver verleden op. De tijd dat ik les had bij Jan van Laar en op dit instrument leerde orgelspelen en vooral leerde luisteren. Het concert van Erik van der Heijden, in het dagelijks leven MS Office consultant/trainer, liet mij dit ook horen. Hoe mooi Bach op dit 130 jaar oude orgel klinkt. Wel miste ik muziek van bijvoorbeeld Cesar Franck of Louis Vierne, die hier ook zo ontzettend goed klinken. De serene stilte die over de mensen viel, toonde mij weer hoe deze ruimte en dit instrument je helemaal in een sfeer en stemming brengen van bezinning. Ik schreef bij dit concert in mijn schriftje: ‘rustgevend, ook bezinnend. Ja, bezinning dat is het woord hiervoor.’

Het enige historische orgel van Veenendaal staat in de Salvatorkerk en is van Gradussen
Voor het concert leggen toehoorders het orgel van de Salvatorkerk vast op beeld
Oude kerk

In de Oude kerk op de markt, de oude Salvatorkerk, zoals Bert Wisgerhof bij zijn inleiding terecht opmerkte, was het echt tijd voor de jeugdherinnering. De herinnering aan een tijd waarin Wisgerhof zelf in mijn herinnering een rol speelt. De oud-organist van deze kerk herinnerde zich ook veel, ‘Maar laat ik daar hier maar van af zien’, zei hij. Het instrument kwam helemaal los in het spel van de jonge organist Gerben Budding. Hij heeft zijn roots in Veenendaal. Sinds september is hij de vaste bespeler van het Witte-orgel in Gorinchem.

Het Vierdag-orgel van de Oude kerk in Veenendaal
De speeltafel van het Vierdag-orgel doet enigszins ouderwets aan
Rugwerk van het Oude kerk-orgel in Veenendaal, het instrument is geïnspireerd op een instrument dat van 1866 tot 1922 in deze kerk heeft gestaan

In de Oude kerk openbaarde zich een instrument dat in schoonheid, kracht en energie niet onderdoet van grote historische voorbeelden. Het bezit een klankrijkdom dat je in Veenendaal wegdroomt. Het doet denken aan historische instrumenten zoals waarschijnlijk tussen 1866 (300 jaar na de bouw van de kerk) en 1922 daar zelf heeft gestaan in de Oude kerk: een instrument in Noord-Nederlandse stijl. Het is echter een orgel uit 1974, met pijpwerk van Steenkuijl uit het orgel van de Wilhelminakerk in Rotterdam. De lage stemmen, het middengedeelte in het klankspectrum en de heldere boventonen, alles lijkt in zo’n mooi evenwicht. Het programma van de organist met Buxtehude, Bach en Mendelssohn vulde dit prima aan. Vooral het trio op het koraal ‘Allein Gott in der Höh sei Ehr’, liet fluiten horen, waarvan de hoge uithalen vanuit het houten spitsgewelf naar beneden dwarrelden en en de oren streelden.

Westerkerk

Het laatste concert van Ad Verhage in de Veense Westerkerk demonstreerde de jongste aanwas in het orgelbezit van het Valleidorp. Het is een instrument dat zich moeilijk laat vergelijken. Het is gebouwd door de Sloveense orgelbouwer Skarbl en in maart van dit jaar opgeleverd. Het instrument bezit heldere mixturen, zangrijke prestanten en lyrische fluiten. Ook de tongwerken tonen een orgel dat veel mogelijkheden voor variatie biedt. Wel vond ik het evenwicht tussen de hoge tonen en de lage tonen ongelijkmatig verdeeld. Bovendien resoneerde de kas flink mee bij de onderste vijf tonen van de Bourdon 16′. Het middengedeelte in het klankspectrum was niet goed vertegenwoordigd. Hierin onderscheidde het instrument zich op een negatieve manier van bijvoorbeeld het Steendam-orgel in de Adventkerk. Het instrument van de Westerkerk is zeker een verademing ten opzichte van het eerdere electronicum dat daar stond en waar ik vooral veel ondierbare jeugdherinneringen aan koester, compleet met de trage zang van de Westerkerkers.

Skrabl-orgel in de Westerkerk van Veenendaal
Speeltafel van het jongste orgel van Veenendaal

Bert Wisgerhof en Ad Verhage die de dag organiseerden, hebben gisteren laten zien dat Veenendaal veel orgels bezit en ook veel mooie orgels. Dat terwijl het dorp pas in 1866 haar eerste orgel kreeg in de Oude kerk en dat was nog een tweedehandsje ook. De armoede ging en gaat in Veenendaal altijd hand in hand met de geestelijke rijkdom. Al heeft de armoede vooral de laatste jaren plaatsgemaakt voor krenterigheid. Een orgel mag, maar het mag niet te duur zijn. Of zoals een oud-Veens spreekwoord zegt: ze willen een kwartje voor een dubbeltje.

Hollen papa

Ik rende de moeder met kinderwagen voorbij. Ze werden overschaduwd door de bomen langs het pad. Het kind zat rechtop en droeg een roze jasje. Pienter keken haar blauwe ogen de wereld in en de blonde haren waren een beetje vochtig van de regen.

Ze keek in mijn richting. Een vinger wees haar ogen achterna. ‘Kijk hollen.’ ‘Ja’, bevestigde de moeder de gewaarwording. Ze liep dapper verder achter de rollende wagen. ‘Ja, hollen.’ ‘Papa’, riep ze. ‘Papa hollen.’ De moeder hoorde de zin niet uit schaamte dat ik voor de vader werd uitgemaakt. ‘Papa hollen’, herhaalde het mondje onder de blonde haren. ‘Ja, hollen’, herhaalde de moeder.

Ze wist blijkbaar niet dat de vader van haar dochter ook holde en dat het meisje dat wilde zeggen. Ze bleef echter even onverzettelijk als haar moeder. ‘Papa hollen… Papa hollen…’ Ik liep de hoek om en zag ze even later achter het gebouw vandaan komen. Ik kon de conversatie tussen moeder en dochter niet volgen. Ergens had ik nog altijd het idee dat de twee tegen elkaar streden.