Artisjokken en oom Hendrik die te vroeg sterft

Bij het opbergen van De walgvogel, gisteravond stuitte ik op Jan Wolkers Dagboek 1974. Dat jaar wordt grotendeels beheerst door het schrijven van de roman die ik net uit had. Ik bladerde er wat doorheen en ontdekte weer even dat het boek even een blik werpt in de keuken van de schrijver.

Zo doet Wolkers gedegen onderzoek, hij bezoekt de kazernes in Nijmegen, bekijkt nog eens goed de dia’s die hij bij zijn bezoek aan Indonesië in 1970 heeft gemaakt van de Tangkuban Prahu (door Wolkers gespeld als Tangkaban Parahu) of laat de directeur van het filmmuseum zoeken naar de film Bathing Beauty. Hij moet de film zien, beseft Wolkers op 29 juli als hij begonnen is aan het hoofdstuk dat de titel van de film draagt:

Als ik aan de situatie dat de hoofdpersoon Lien in de bioscoop ontmoet merk ik, wat ik van tevoren al heb bedacht, dat ik toch echt die film met Esther Williams moet zien voor ik dat stuk goed kan schrijven. (133)

De film ligt niet in het museum, maar is bij Maarten van Rooyen thuis, die net een filmpje over Bathing Beauty aan het maken is. Als Wolkers die avond de film bij Van Rooyen kan zien, is hij verder geholpen en schrijft de volgende dag verder aan het hoofdstuk.

Wolkers onderzoekt de dingen die hij in de roman beweert. Zo wil hij weten of er speciale Indische gouden tientjes zijn geweest die 22 karaats waren. Een typische vraag waar nu google voor geraadpleegd zou worden. Wolkers schroomt niet om bij de gouden tientjes specialist Drijfhout in Amsterdam te informeren.

Wolkers schrijft snel, dagelijks verlaten meerdere pagina’s Walgvogel zijn atelier, vaak is het een heel hoofdstuk dat hij in een dag schrijft. De volgende dag werkt hij dan het geschrevene uit op de typemachine.

Dan is er nog het gedoe rond het manuscript als hij delen laat lezen aan de Vlaamse uitgeefster Angèle Manteau (1911-2008). Pagina 81 is verdwenen en Wolkers ruikt ‘die speciale geur van een fotokopieerapparaat te ruiken’. Hij is woest en belt haar op. Ze belt later terug dat heel toevallig de pagina onder een krant lag, toen ze even op haar kamer terugkwam voordat ze naar het station ging. Natuurlijk gelooft Wolkers het verhaal niet.

Ik zou het iedere lezer van De walgvogel willen aanraden om naast deze indrukwekkende roman ook even het Dagboek 1974 te lezen. Zo ontdek je dat Wolkers worstelt met de tijd in de roman. Hij herschrijft bijvoorbeeld diverse hoofdstukken met oom Hendrik erin. Zijn sterven liep in de tijd veel te veel vooruit. Het kost Wolkers moeite, zo schrijft hij op 8 augustus, maar het resultaat mag er wezen. Dat terwijl in zijn tuin de eerste artisjok bloeit.

Wolkers' Walgvogel

Wolkers’ De walgvogel had ik ergens in mijn middelbare schooltijd gelezen, het prijkte waarschijnlijk op een lijst. Na de aanschaf van de dikke pil De vroege werken in 2005, verkocht ik mijn exemplaar op de Almelose boekenmarkt.

Twee weken terug heb ik weer een exemplaar gekocht, omdat de omslag zo mooi is. De groene letters van de titel kleuren je met walging en de binnenkant van de omslag is net zo jaren zeventig groen als de plastic televisietoestellen toen waren, al gaf het beeld van deze toestellen zwart-wit.

De vroege werken zijn te zwaar om mee te nemen en de eerste druk is veel beter hanteerbaar. Ik werd gestimuleerd het boek te herlezen door het fragment van Wolkers dat Trudy Dehue liet zien bij de Zomergasten van 9 augustus. De schrijver leest hier het eerste hoofdstuk voor, waar hij een mooi taalspel opvoert, boordevol met stilistische verwijzingen naar bijbelboeken als Jesaja. De hoofdpersoon slaat met de klewang het hoofd van Colijn op een verkiezingsaffice stuk. Wat dan volgt heb ik hier in huis de laatste drie weken vaak geciteerd:

Gerechtigheid is geschied. De wreker naast God. Petroleum zijt ge en tot petroleum zult ge wederkeren. Wie met de klewang slaat zal door de klewang vergaan. (10)

Woede kan som mooie literatuur opleveren. Een week later stond het boek weer in mijn boekenkast. Ik had hem gekocht met een bundel latere romans die ik per vergissing ook op de Almelose boekenmarkt had verkocht. Ik leefde destijds in de veronderstelling dat deze boeken tot het vroege werk behoorden.

De herlezing bevestigde mijn leesplezier van weleer. Wat een verrukkelijk boek om te lezen is De walgvogel. Al bestaat de helft van de roman uit het verhaal dat al in Kort Amerikaans is opgevoerd, het verhaal van de oorlog en de oom die in huis woonde. Deze aspecten zijn ook meegenomen bij de verfilming van Terug naar Oegstgeest.

De walgvogel hoort bij mijn weten samen met Hermans’ Ik heb altijd gelijk tot de weinige romans in de Nederlandse letterkunde die over de politionele acties in Indonesië handelen. In beide romans wordt een negatieve houding aangenomen over de militaire acties van de Nederlanders, waarbij veel slachtoffers vielen. Saillant detail is dat beide schrijvers nooit meegevochten hebben in 1947 en 1948 bij de politionele acties.

Natuurlijk bevat het boek veel scènes met de broek naar beneden, maar ergens lees ik ook veel liefde en tederheid. Zo is de hoofdpersoon tot alles bereid om de liefde van zijn leven, Lien, te krijgen:

[D]at Lien de ware was. Altijd gebleven. Dat ik voor haar me mijn hele leven op een kantoortje zou willen afbeulen. Als ik haar maar iedere keer thuis zou vinden na het werk. Dat ik alles af zou willen zweren om met haar een gezin te hebben. (350)

Dat noem ik nou onvoorwaardelijk liefde.

Logistiek of supply chain?

In de vakantietijd bladerde ik eens door de allereerste Supply Chain Magazine van februari 2006. Het voorwoord van Martijn Lofvers verwondert mij enigszins. Natuurlijk vergeleek hij supply chain management met de rijke historie van Nederland door naar de VOC te verwijzen. Maar hij kwam ook met idee van een topinstituut. En laten we daar nu net hard aan werken.

Ik kan het niet nalaten hem even te citeren: ‘Het wordt hoog tijd dat Nederland zich duidelijk op de kaart zet als expertisecentrum op gebied van SCM. In plaats van ons alleen te afficheren als distributieland om relatief laagwaardige overslagcentra van buitenlandse multinationals naar Nederland te krijgen, moeten we in ons land een SCM Innovation Centre krijgen. Hier kunnen we kennis ontwikkelen om de wereldwijde supply chains te managen. Voor het kennisinstituut zou de overheid uit economisch belang uiteraard veel subsidie moeten geven. Hoogstaande kennis over SCM moet een Nederlands exportproduct worden.’

Terwijl iedereen bezig was zijn vakantiebestemming te zoeken, of op de laatste werkdag zijn bureau aan het opruimen was, reisde ik 15 juli af naar Veghel om kennis te maken met een initiatief vanuit het bedrijfsleven om een soort evoluon te ontwikkelen voor de supply chain. Bezoekers van dit centrum dat de naam LogiXperience krijgt, kunnen ervaren wat er allemaal komt kijken bij het maken van een pot pindakaas. De hele weg waarbij de juiste pindaboeren worden gezocht tot en met het plaatsen van het potje in de schappen van de supermarkt, zal de bezoeker op één of andere manier moeten ervaren. LogiXperience moet een plekje bij het topinstituut van Breda krijgen, vonden alle aanwezigen. De bijeenkomst begon al om 8.00 uur. Voor mij was dat een bewijs dat alle ruim dertig aanwezigen van het ontwikkelteam veel belang hechtten aan de komst van het centrum.

In het ontwikkelteam hing de voortdurende dreiging om een magazijn na te bouwen en dat aan de bezoekers te tonen, terwijl juist de hele keten in beeld moet komen, compleet met opstoppingen, dreigingen en risico’s. Logistiek is slechts een aspect, heb ik het afgelopen halfjaar bij SCM geleerd. De regie om productstromen zo te leiden dat leveranciers op elkaar zijn afgestemd en dat een product zonder veel haperingen de eindgebruiker bereikt; supply chain management dus, dáár draait het om.

Eenzelfde soort dreiging zie ik bij het topinstituut. Langzaam sijpelt het begrip ‘logistiek’ al in de naam en verdwijnt de supply chain naar de achtergrond. Terwijl juist de verwondering van de wethouder een rol zou moeten spelen in de ontwikkeling. Ze vertelde mij openhartig dat ze nu ontdekt wat er allemaal komt kijken bij de productie van een artikel. Ze was zich daar niet zo van bewust toen de gemeente enthousiast meedeed om het instituut binnen te halen. Diezelfde verwondering moet terugkomen in LogiXperience. Hopelijk wordt dat in ieder geval een Supply Chain Reality Center, of nog beter: een Supply Chain Innovation Centre.

Blog geschreven voor supplychainmagazine.nl

Curriculum vitae in de vakantie

Vakantiewerk is meer dan loon, dankzij vakantiewerk heb ik veel bedrijven van binnen gezien en leerde ik onbewust de wereld van de supply chain kennen.

Deze zomervakantie vonden vier van de vijf jongeren een bijbaantje, volgens het vakantiewerkonderzoek van FNV Jong. De kredietcrisis heeft niet veel invloed op het vinden van een baantje. Wel nemen ze genoegen met minder loon als dat ervoor zorgt dat ze een vakantiebaan kunnen krijgen of behouden.

Mijn salaris hing rond het minimumloon van drie gulden per uur. Ik leerde al heel snel dat het zin had om veel en vaak langs de uitzendbureaus te gaan. Zo hengelde ik mijn eerste baantjes binnen doordat ik tot soms wel drie keer in de week een uitzendbureau binnenliep. Waarschijnlijk waren ze me dan zo zat geworden dat ze mij dat ene baantje maar gunden. Zo leer ik tussen mijn vijftiende en twintigste een deel van de industrie in en rond Veenendaal kennen.

De wereld van warehouses en orderpicking ken ik via mijn bijbaantjes. Ik werkte ooit bij de Amerikaanse cilinderbouwer Enerpac, liep door het zwaarbeveiligde computermagazijn van Raet te slepen met computers, printplaatjes en de spiksplinternieuwe Windows 95, en bij Boxal draaide ik met een seal-apparaat om een palet heen om de lading spuitbussen veilig te stellen voor het transport. Ook werkte ik een paar weken bij een bedrijf dat champignons en rabarber invroor in Kesteren. Buiten vielen de mussen van het dak vanwege een hittegolf, maar ik liep in een winterjas, met handschoenen aan en een dikke das om.

Al die baantjes hebben mij veel bijgebracht. Laatst hoorde ik bijvoorbeeld van een logistiek dienstverlener dat hij studenten logistiek in zijn magazijn krijgt, die voor het eerst een warehouse van binnen zien. Ze verbazen zich over de stellingen, de gangen en de heftrucks die af en aan rijden. Als ik die warehouses van binnen zie, dan verbaas ik mij erover dat ze nog altijd zo sterk lijken op die magazijnen waar ik meer dan vijftien jaar terug werkte. Dan zie ik hoe weinig de techniek en de automatisering de eenvoudige processen hebben overgenomen. Ik had verwacht dat het magazijn al compleet volautomatisch was en er nauwelijks nog mensenkracht nodig zou zijn. Alleen loopt de medewerker nu niet met een pakbon in de hand, maar heeft hij een koptelefoon op het hoofd van een systeem dat hem de locatie toefluistert.

Vakantiewerk helpt je om de processen achter de producten te zien. Eigenlijk zou iedere supply chain manager regelmatig een weekje een ploeg in het magazijn moeten leiden of meewerken in de fabriek in Azië. Ook kan het geen kwaad eens een blik te werpen op de overslagpunten waar een container vijf dagen staat te wachten, omdat de douanerechten nog niet rond zijn. Kortom, je kunt alleen de processen leiden en begeleiden als je ze zelf meemaakt. Het maakt de wereld waarin je werkt minder abstract en geeft je houvast om een heftige verandering door te voeren.

Blog oorspronkelijk geschreven voor supplychainmagazine.nl

Internetprivacy, de overheid en hyves

Heel nieuwsgierig werd ik van het mailtje van mijn neef, de titel “Je bent bekender dan je denkt” klonk als een droom in mijn oren. Blijkbaar had hij me ergens gezien en wilde hij me dat laten weten, attent als hij is. Ik moest inloggen met mijn Hyvesaccount en zag een prachtige vertoning van een Russische geheime dienst die iemand kende uit Almere-Stad. Foto’s van mijn vrienden en foto’s uit het mapje dat alleen voor mijn vrienden zichtbaar is, verschenen in beeld.

Je bent bekender dan je denkt vertelt de waarschuwing dat je moet oppassen wat je op het net plaatst, want sommige dingen kan iedereen zien. Het grappige is dat dit met informatie gebeurt die juist niet zichtbaar is voor anderen. Ik kon niet geloven dat hyves aan deze angsthazerij, want dat is de hele campagne van de overheid, mee zou doen. Bij bestudering van het nieuws blijkt hyves er zelfs achter te zitten. Yme Bosma, degene die bij hyves met derden nieuwe producten ontwikkelt, heeft zelfs aan de productie van het reclamebureau meegewerkt. Want zo blijkt nu, het filmpje toont info waarvoor de eigenaar -en dat is de gebruiker- toestemming moet geven. Immers veel informatie is helemaal niet zichtbaar zoals het filmpje suggereert.

Een duidelijk voorbeeld waarbij het artistieke idee triomfeert. Ik heb sowieso veel moeite met de dure campagne die de overheid gestart is. Ze komt er allereerst rijkelijk laat mee en daarnaast waarschuwt de campagne maar voor een heel klein deel van het probleem, bij het bestellen van een product heeft de leverancier minstens zoveel gegevens van je als er op je hyves-profiel staat en die info kan zonder veel problemen worden doorverkocht. Wat te zeggen van dingen die gratis worden aangeboden, grappige spelletjes en zo, maar waar wel eerst even wat persoonlijke info moet worden gegeven.

Een kleine aanpassing van de privacywetgeving zou veel afdoender zijn in plaats van deze dure campagnes. Het zou al moeten beginnen met een flinke bestraffing van de overheid -voor het misbruik- en hyves -voor het verstrekken an data-.

Het is jammer, want ik mag Yme Bosma graag, ik interviewde hem onlangs nog voor Bibliotheekblad, ironisch genoeg over hetzelfde onderwerp, het uitwisselen van gegevens. Een simpele voorziening als een pop-up-je waarmee de gebruiker toestemming geeft was genoeg. Maar dat is bijzaak, ik vind het veel belangrijker dat de overheid het goede voorbeeld zou moeten geven in plaats van paniek te zaaien onder haar bevolking. Helaas beheerst ze het eerste veel te slecht en het tweede veel te goed.

Tortelende zestigers

Vanaf mijn terugkeer van de vakantie tref ik een ouder stelletje aan in de trein. Ze zijn rond de zestig, maar ze kijken net zo verliefd en tortelen net zo aan elkaars lijf als zestienjarigen. De gang van zaken verloopt ook elke dag eender, net of het iedere dag een generale repetitie is.

De vrouw zit er al op het plekje dat tegen het looppad aangrenst. Ze kiest altijd voor een bankje waar mensen tegenover kunnen zitten. Dan komt hij binnen, wat gehaast en in een net pak. Hij buigt naar haar toe en geeft een intense kus, waar de verliefdheid vanaf spat. Dan schuift ze op naar het lege plekje bij het raam. Hij mag op het plekje zitten dat haar billen hebben voorverwarmd.

Zij legt haar hoofd neer op zijn schouder, zijn vingers glijden door heur haren en zij legt een hand in zijn schoot. Ze fluisteren heel liefjes tegen elkaar. Af en toe schiet ze omhoog en geeft hem een zoen. Kort maar zo vurig dat de tong blijft branden als een pepertje.

De trein nadert Hilversum en zij staat op, geeft hem nogmaals een diepe zoen, die tot ver in de maag moet wrijven, fluistert iets dat hij zo lief is en zegt ‘tot morgen’ ten afscheid.

Hij kijkt haar niet na, maar staart voor zich uit met een grijns van verliefdheid op het gezicht zoals alleen zestienjarigen die kunnen produceren.

Bij Naarden-Bussum pakt hij zijn tas, veegt heur haren van de revers en stapt uit.

En ik vraag me al die keren af wat de almachtige nu bedoelt met dit toneelstuk dat voor mij wordt opgevoerd.

Twee weken weg en de achtertuin is…

Hoe de achtertuin verandert in twee weken afwezigheid. De wespen gonsden gisteravond rond de bramenstruik, waarvan de takken de poort versperden. De regen en warmte van de afgelopen twee weken hadden de struik flink laten groeien.

Het trapje van ons kikkerpoeltje was verdronken in het water en de waterpest en andere waterplanten hadden het wateroppervlak veranderd in een groene vlakte. Tussen al het groen bespeurde ik een kikkerkoppie, dat zonder moeite via de bladeren uit de poel klom.

Een kilo bramen was de oogst, die ik en Inge tussen de speurende wespen uit de struik trokken. Daartussen veel aangevreten en uitgedroogde vruchten. Ook de vijgenboom had van de hoge luchtvochtigheid en warme temperatuur gebruik gemaakt voor zijn groeispurt.

Kortom, werk aan de winkel, tussen de extra wasbeurten door…