Luistervinken

De Telegraaf wordt vanaf vandaag niet meer afgeluisterd. Heerlijk toch, word je niet gelezen én niet geluisterd.

De echte luistervinken zijn de Chinezen. Bettine Vriesekoop vertelde eens dat ze met iemand in het Nederlands aan het telefoneren was, toen ze door de luistervinken onderbroken werden. Of ze het niet in het Engels wilden doen want van dat Nederlands verstonden ze niks.

Uche uch

Die varkensgriep heeft ons behoorlijk in de greep. Hij slaat al flink om zich heen. Ik ben al iemand tegengekomen van wie de collega ziek op bed lag met de Mexicaanse griep. Het zal niet lang meer duren of ik ken mensen die de griep hebben. Of ik ben zelf gevloerd. Als forens in het openbaar vervoer loop ik potentieel gevaar met al die kuchende en niezende mensen op een kluitje in een treinwagon.

Bedrijven hebben zich niet goed voorbereid op een pandemie, schreef ik in mei. Ik probeerde allerlei enge scenario’s te verzinnen, zodat lezers zich er bewust van zouden worden wat er bij een flinke uitbraak komt kijken. Het bericht werd nauwelijks gelezen, maar toen ik de angstpreek ruim een maand later nog eens herhaalde, werd hij al een stuk beter opgepikt. En nu denkt iedereen eraan. De Nederlandse Spoorwegen halen er zelfs de voorpagina van de Metro mee. Speciale griepteams lopen de ergste scenario’s door en kijken welke dienstregeling bij een bepaald ziekteverzuim nog geregeld kan worden.

Ondertussen zijn alle mondkapjes uitverkocht en proberen sommige bedrijven ook het nieuwe griepvaccin te bestellen. In Europa is een discussie losgebarsten over een eerlijke verdeling van de vaccins. Niet ieder land bestelde zo vroeg vaccins als Nederland en moeten we niet alles eerlijk delen? De angst voor de griep heerst en het overvalt ons niet als een groot deel van Nederland onder de wol moet.

De eerste barsten in de voorbereiding komen al in beeld. Zo loopt de ontwikkeling van het vaccin al vertraging op volgens de WHO. Hierdoor komt het vaccin drie maanden later dan verwacht op de markt. Het vaccin komt als eerste beschikbaar voor landen die een contract hebben afgesloten, zoals Nederland. China en India zijn beide producenten en zij zullen waarschijnlijk hun eigen bevolking eerst voorzien.

Zoals met alle scenario’s is ook hier de praktijk weerbarstig en kan alleen een uitbraak uitwijzen of Nederland goed voorbereid is. Maar ik blijf liever in het ongewisse, laat die griep maar uitblijven.

De barak en de literatuur

De afgebrande barak in Veendam staat bekend als de plek waarin Anne Frank batterijen demonteerde. De barak heeft echter ook een plekje gekregen in de film Discovery of Heaven, gebaseerd op Mulisch De ontdekking van de hemel. In de film is ‘Gideon Levi. 8.3.1943’ in het hout gekrast. De tekst zat tot de brand zondag nog altijd in het hout gegraveerd.

In het boek De ontdekking van de hemel ontdekt Max dat de schuur achter het huisje dat hij voor Tsjallingtsje heeft gekocht, een barak uit Westerbork is. Max wil de schuur onmiddelijk afbreken, zoiets mag niet in zijn achtertuin staan.

Het gebeurt niet, want hij komt erg dicht bij God en wordt heel toevallig getroffen door een meteorietinslag.

Daar moet ik aan denken als ik hoor over de afgebrande barak. Trouwens, nu vindt ineens iedereen een barak uit Westerbork in de tuin.

Hommel

Eric, van Bomans insectenboek, vloog erop en ik ben ook gek op ze. Ze zoemen zo zwaar. Ze weten zich zo galant omhoog te heffen, wiegend op de wind en brommend boven de bloemen. De treurnis trof mij dan ook toen ik hem zag liggen, op de kop in de vensterbank.

Het leek er verdacht veel op dat hij dood was. Het grote lijf van de hommel lag op zijn kop, de pootjes zweefden waar de vleugels hoorden te hangen. Nu was alles stil.

Inge vertelde dat ze hem de weg naar de uitgang had willen wijzen, maar hij bromde tegen de stroom in en bleef vechten met het glas. Ik blies zachtjes over de pootjes heen en zag ze ineens bewegen.

De droefheid veranderde in hoop en ik pakte hem voorzichtig met een papiertje op en liet hem uit het raam vallen. Hij kroop overeind en bewoog zijn vleugels.

Het baatte niet, want toen ik net van twee hoog naar beneden keek, zag ik hem nog liggen. Stil en roerloos.

Hij was zojuist in de vensterbank niet dood, hij was stervende.

Niet graag gedaan

Dank u wel, zei ik en ik knikte naar de dame in de auto. Ze had zo alleraardigst op mij gewacht terwijl ik aan kwam rennen. Zeker, ik had voorrang, tenminste als voor hardlopers dezelfde regels gelden als voor fietsers. De raampjes stonden open, dus ze kon mijn dank goed horen,

‘Niet graag gedaan’, ving ik op en ze gaste weg. Ik wist niet of ik het goed gehoord had. Het voelde in elk geval of ik leeg liep. Ik was oprecht dankbaar. Als je dan hoort dat dit niet van harte gedaan is, wens je achteraf dat ze mij gewoon voor de sokken gereden had.

Als ze dat liever gedaan had.

Exit De Troubadour

Een paar weken voor het eind van het schooljaar vorig jaar, bezochten we de Jenaplanschool De Troubadour in Muziekwijk. Inge had een foldertje zien liggen en het leek haar uitermate geschikt voor Doris.

We bezochten de school in één van de laatste weken voor het einde van het schooljaar. Hectische dagen, maar die hectiek straalde de school niet uit. Het was warm, de directeur zweette en had er zijn aandacht niet helemaal bij. De leerkrachten besteedden aan ons en aan de directeur weinig aandacht.

Ik had een onprettig gevoel bij het bezoek. Alleen de juf van de kleuterklas heette ons welkom, maar verder gebeurde er weinig. Als ik hiervoor een kwartier moest fietsen om Doris naar school te brengen. Voor mij had het geen meerwaarde.

Toen we in november de Waterlandschool bezochten, was ik veel enthousiaster. We werden vriendelijk ontvangen, niet overdreven, maar vriendelijk en ik kreeg er veel vertrouwen in. Dat moet ook, een onbehaaglijk gevoel levert vroeg of laat problemen op.

Dat ik goed zat met mijn gevoel, werd vandaag bewezen. Inge bladerde door de nieuwe gemeentegids en kwam De Troubadour niet tegen in het lijstje met scholen in Almere. Even naspeuren op internet leverde de bevestiging op. De school is samengevoegd met de Montessorischool vertelt de website.

Vreemd dat je achter dit nieuws moet komen door zelfonderzoek. Ik had het op zijn minst in een krantje verwacht, want het is niet niks. Zeker ook omdat de twee soorten onderwijs helemaal niet bij elkaar horen.

Wespennest

Hoe vreemd een constatering kan zijn. We waren al een paar keer de ingang van onze knalgele stacaravan binnengetreden en hadden nog niets gezien. Even later merkte ik de wespen die af en aan vlogen. Een nest solide gebouwd en aan elkaar gespeekseld, waar zichtbaar hard gewerkt werd aan het nakomelingenschap.

We raakten een beetje in paniek. Een wespennest. Nu waren ze nog lief voor ons, maar zou dat zo blijven. We hoeven maar de dagen te tellen en de jacht, liefde en bouwlust zoude worden verruild voor de verleidingen van de zoetigheid. Nu konden we nog rustig buiten een glaasje cola drinken, maar dat zou straks verdwijnen. De hel lag niet een eind van ons bed, maar hing in een korfje boven de deuringang.

De campingbaas gaf op onze noodkreet het antwoord dat we het zelf maar moesten opknappen. We zochten het nummer van de gemeentedienst die ons zou verlossen van dit kwaad. Tot we maar onze vriend en imker Ronny belden. Misschien wist hij wel raad met deze jongens. In kleur en afstamming stonden ze niet zover van de bij. Ze leven immers ook in een volkje, zo ontdekten wij. ‘O, reageerde hij droogjes. Dat kun je makkelijk zelf doen.’
Hij surfde wat rond op internet en adviseerde om zelf het gif te spuiten. Al wordt op menig forum paniek gezaaid en verwezen naar het ziekenhuis. Het kan gewoon zelf, als je maar je boerenkoolverstand gebruikt.
We liepen zo met onze ziel onder de arm dat het de buurman opviel. Toen we hem over het wespennest vertelden liep hij naar achteren en toverde een gele fles Sprigone tevoorschijn. ‘Straks als het donker is even spuiten en je bent van je wespennest verlost’, gaf hij er als tip bij.

We hebben de duisternis opgewacht, getost en gevochten wie het nest in mocht spuiten. Bibberend van de spanning, in afwachting van de vermeende lijdensweg waar de fora zo mooi mee dreigden, spoot ik het goedje in het rond. Het leger wespen rond de ingang die het nest bewaakte stortte naar beneden. Daarna spoot ik gretig het gat in. Prikte met het tuitje nieuwe gaten en spoot dat het een lieve lust was. Ik hoorde de wespenlichamen wegbranden in het inferno dat zich in het nest moest afspelen.
De wachters die naar beneden waren gevallen krabbelden tussen de spijlen van de deurmat hun doodsstrijd. Ik heb ze het genadestootje maar gegeven en voelde me een moordenaar. In de nacht werd ik achterna gezeten door de geesten van al die gedode wespen. Het waren gruwelijke nachtmerries. Pas bij het krieken van de dag keek ik tevreden naar mijn arbeid. Geen wesp vloog er meer uit of in. Heel even zoemde een wesp naar de ingang, maar nog voor hij de ingang bereikte, keerde hij om. In deze woesternij zag zelfs hij geen heil.

Bekijk de film toen ik met de fles nog niet was langsgeweest.

De gorilla en de moslima

De krantenkop zag ik er al boven staan: Gorilla ontmoet moslima. Een gorilla en een oerang oetan stonden om haar heen. De ogen van de gorilla waren opvallend groot en het lijf te dun om voor echt door te gaan. Een felblauw hoofddoekje bedekte haar haren en ze kreeg een banaan van de aap. Twee fotografen omringden het tafereel. Ze drongen voor het mooiste plaatje, terwijl dat plaatje nooit veel anders eruit zou zien.

In Utrecht deelden natuurliefhebbers gratis bananen uit aan de forensen. ‘Sta voor aap en word donateur van het wereld natuur fonds!’ stond op het kaartje dat ik tegelijk met de banaan in mijn handen gedrukt kreeg.

Nog even voor de foto, gebaarde één fotograaf en hij dook weer achter zijn lens om de moslima en de verkleedaap zo mooi mogelijk op beeld te krijgen. Ik probeerde het idiote beeld ook vast te leggen, maar het geheugenkaartje van mijn camera protesteerde: geheugenkaart vol.