Radiografisch bestuurbare zeilboot

Een rijtje van vier mannen stonden op het ponton over het water heen. Vier miniboeien dreven in het water, bovenop het piepschuim klemde een oranje haakje. Vier kleine zeilbootjes voeren achter elkaar aan. De mannen pielden met de koude vingers aan een bedieningspaneel.
De mannen konden zo van een schip komen. Ze waren bonkig van uiterlijk, droegen stuk voor stuk een donkere coltrui waarvan de kraag nauw aansloot tegen de baard. De sneeuw viel ondertussen op het parcours, een scheepje dreef van de waterkant af. Deze zeilboot lag duidelijk achter op de rest.
De zeilen stelden keurig bij met de windrichting. Kleine, smalle draadjes trokken de zeilen strak en lieten de bootjes mooi laveren door het winterse Weerwater. Op de zeilen stond een nummer. ‘NL’ meende een zeil alsof de andere bootjes van hot naar her waren verscheept.

Ik dacht aan het liefdesliedje over de radiografisch bestuurbare zeilboot van Brigitte Kaandorp. Glimlachend holde ik mijn tocht verder. De sneeuw veranderde langzaam in hagel en zette zich wat verderop om in koude regen.

Markt in november

Misschien is de markt wel het leukste als het ijskoud is, de wolkjes uit je mond en neus maken de weg vrij. Handen voelen nog koud van het fietsen en bij de groenteman is elke vrucht zo koud als de lucht om je heen. De markt in deze tijd van het jaar ruikt heel fris, zelfs bij de viskramen ruiken lekker luchtjes.
Vanmorgen liep ik er even overheen, fruit en groenten voor deze week halen. Doris’ hoofd stak precies op schaphoogte boven al het fruit. De appels, sinasappels en kiwi’s lachten haar toe. ‘Hmmm’, liet ze zich ontvallen. Ze had vooral zin in een gele kiwi.
Ze kreeg een banaantje nadat de jonge verkoopster met moeite het wisselgeld had uitgerekend, tien euro in de hand, terwijl het vijf moest zijn. Ik corrigeerde haar op vriendelijke toon. ‘Ik werd afgeleid’, excuseert ze. Rekenen is een ambacht geworden dat niet iedereen meer beheerst.

De markt in november, misschien is dat wel de mooiste markt van het jaar. Koud genoeg om waar te zijn.

Prem en Ali B

Ha een camera. Bij het stadhuis filmde een cameraploeg. Het bolletje van de microfoon stak een eindje boven de koppen uit. Ik keek nog eens goed en zag Prem staan. Hij holde op een drafje in de richting van een donkere Opel. Zijn kop stak sneller door de deuropening dan het hoofd van de persoon die uit moest stappen. Een spervuur van vragen knalde los.
Ik fietste voorbij, keek nog eens om en zag Ali Bouali met Prem aan zijn zij. ‘Maar ik ga nu eerst naar Annemarie Jorritsma, want daar heb ik een afspraak. Straks sta ik je met alle plezier te woord. Ik laat haar niet wachten omdat jij mij zonodig moet hebben.’
‘Dan ga ik toch gewoon mee naar Annemarie’, klaroende de stem van Prem door de kou.
Ik ben toen maar heel snel verder gegaan.

Part noch deel

Eigenaardig beeld tussen alle beelden van de gewelddadigheden in Mumbai. Een hond liep op straat, er passeren twee militanten met een geweer in de aanslag. Ze passeren de zwerfhond. Het dier kijkt de oproerkraaiers of de bestrijders na, draait zijn nek weer om en loopt verder alsof er niks gebeurd is. Hij heeft er in elk geval part noch deel aan.

Verkouden

De snotjes hollen d’r neus uit, een nies en een hoest. Doris is behoorlijk verkouden. Alle trekt, loopt en holt de neusgaten uit. Of een hoest blaft de kriebel en irritatie weg.
Een verkouden kind is gewoon vervelend en sneu. Vanavond stoomde ze lekker in een warm bad en is met een flinke sloot hoestdrankjes en paracetamol naar bed gegaan.
Hopen dat ze vannacht wat beter slaapt dan afgelopen nacht…

Televisiehelden

Station Weesp, zondag aan het einde van de middag. Het lijkt al het holst van de nacht, zeker ook omdat de wind tussen de benen gluurt en schuurt. De trein vertrekt vlak voor mijn neus en ik trek de deur open van het wachthokje. De deur voelt op een of andere manier heel zwaar en kraakt in zijn scharnier.
Als ik op het ijskoude stoeltje zit en de koude via mijn billen naar binnen voel trekken, stapt de rest van de overstappende reizigers het hok binnen. De ramen hadden er net zo goed niet in kunnen zitten, want overal is het guur.

Een jonge vrouw staat met een meisje in haar armen. ‘Mama, ik heb je gemist’, zegt het meisje. Haar capuchon heeft een kraagje van nepbont. De trots van moeder straalt warmte om zich heen. Ze zet het meisje neer. Ze leunt met haar rug tegen de deur en laat de deur zachtjes klapperen. Ik zie het meisje, de dikke lippen en grote ogen doen mij direct denken aan Rudy uit de familie Huxtable. Haar blik werkt vertederend, net als het filmsterretje uit de Amerikaanse serie van de jaren tachtig.

Ik laat me meevoeren door het boek dat in mijn schoot opengeslagen ligt. Portugal en de warmte lachen mij via Komrij toe. Hoe leuk kan collecteren voor een kapel zijn. Bij Komrij lag je de tranen en krijg je de tuiten er gratis bij.

Als de trein is binnengereden en ik met jas en al mijn boek weer opensla, kijk ik op. Ik zie een grote bril, een onverzorgde baard en een buik die boven een tricotbroek zweeft. Weer een televisieheld bekruipt mijn gedachten: vader Jim Royle, van een andere familie, de Engelse Royle Family!

Zondag in Eindhoven

Ik loop het station uit, bij de automatische schuifdeur spreekt een jonge vrouw haar vriend vermanend toe. Haar toon is gedemd. ‘Je schreeuwde net in een volle treincoupe tegen me. Dat is echt heel vernederend tegenover mij.’ Zijn hoofd hangt vol schuld naar beneden.

De naakte waarheid van de stad openbaart zich op zondagmorgen. Eindhoven op zondagmorgen voelt alsof je een geweldige nacht hebt doorgemaakt en ’s morgens op straat belandt. Het mag dan half elf zijn, als ze mij vertelden dat het half acht was, zou ik het ook geloven.

Ik heb nog even op de kaart van Eindhoven gekeken. Bij het groen stoplicht haal ik de schreeuwerd en zijn vriendin in. Ze lopen innig ineen gestrengeld over het zebrapad. Twee hippe moeders lopen mij tegemoet met drie dochters, een roze jas, roze wanten en een roze muts. Allemaal bij een ander kind. Het brengt de fleurigheid van Oilily op het 18 Septemberplein.

De bouwput ademt deze zondagmorgen bedrijvigheid. De man met een grote betonschaar, denk ik te betrappen op de diefstal van het vlechtwerk. De opzichters die er opzichtig bijstaan,halen de verdenking direct bij mij weg.

De Lichttoren, dan de witte dame. Daar zit de bibliotheek waar ik moet zijn. Ik heb zo een gesprek met directeur Thijs Torreman over zijn plannen en daden in zijn Bibliotheek Eindhoven. Het aantal auto’s dat mij voorbij zoeft, ligt onder het aantal dat ik op zo’n ochtend als deze zou verwachten. Alle stoplichten vertellen mij rood, terwijl niemand en niets mij zou kunnen gevaren.

Nog snel een winkelstraat in gegaan. Deze troosteloosheid pleit voor het winkelen op zondag. Niets is triester dan een winkelstraat op zondag, leeg en verlaten, al dat fortuin dat de winkeliers mislopen nu geen winkel open is. In de etalage van boekwinkel Spijkerman liggen de mooiste boeken, maar de koper ziet alleen het bordje ‘open als ik er ben’. De boekverkoper is duidelijk niet in deze duistere tent.

Als ik terugloop van de bieb, het is al middag, passeer ik De Slegte en zie hele mooie boeken die ik allemaal wil kopen. Ook hier is de deur dicht.

Misschien ben ik verwend met een centrum waar de winkels altijd open zijn. Alleen is er in Almere geen De Slegte…

De man met de hoed

I.M. Eric Montague “Monty” Beekman (1939-2008)

De vertaling van het boek Troubled Pleasures had ik vrijwel direct in huis. Het was 1998 en ik verslond Paradijzen van weleer, Koloniale literatuur uit Nederlands-Indië 1600-1950. Enthousiast werd ik van zijn theorieën, hij daagde mij uit. De man met de hoed, zoals hij op het omslag van het boek staat afgebeeld. Voor mij gaat hij sindsdien als de man met de hoed door het leven.

De uitdaging om Mutatuli’s Max Havelaar polyfoon te noemen en de vergelijking van Junghuhn met Von Humboldt. Voor mij gold het als een inspiratie om scripties te schrijven. De laatste ging zelfs zover dat ik er uiteindelijk een forse eindscriptie schreef over Junghuhns Terugreis, compleet met aantekeningen. De bron Beekman stroomt rijkelijk in dit werk. De vergelijking met Von Humboldt en de opbouw van deze esthetisering van het natuurbeeld, het komt samen in het document van bijna 300 pagina’s dat mijn afstudeerscriptie is geworden.

De twintig hoofdstukken van Troubled Pleasures tonen een man die met bijna dezelfde weemoed en passie werkt als mijn afstudeerobject Junghuhn. De gedegenheid en de verrassende ingevingen tonen een man die

Ik hoorde vorige week van zijn dood, toen ik een ander Junghuhn-kenner aan de lijn had. Ze las het Hans van der Kamp archief de brieven die de twee elkaar schreven. Van der Kamp verhaalde over de vele ziektes die hem kwelden en die andere ziekten veroorzaakten. Laten we ophouden, te schrijven over onze ziektes te schrijven, stelde Beekman. Dat heb ik bij voorbaat al verloren.

Beekman heeft inderdaad Van der Kamp overleefd. Het was kort na verschijning van de vertaling van zijn boek, dat hij Nederland nog aandeed. Ik hoorde het verhaal van mijn docent Peter van Zonneveld. Beekman had last van vliegangst en tobde de reis van Amerika naar Nederland met boten. Weken dobberde hij op de zee, maar hij bezocht zijn geboorteland wel.

Als een heuse evangelist keerde hij met het materiaal weer terug naar Amherst in Massachusetts. De laatste jaren was hij bevangen van Rumphius. Zijn laatste reis naar Nederland had hij veel materiaal verzameld. Daarna vocht hij met de dood, maar het lukte hem om het werk voor overlijden te voltooien. Het schijnt nu postuum, merkt het Obituary op de website van zijn universiteit op.

Beekman is erin geslaagd de Nederlands-Indische letterkunde een plekje in de wereldliteratuur te geven. Onder zijn bezielde leiding ontstond de boekenreeks Library of the Indies bij zijn universiteit, de University of Massachusetts Press. Twaalf boeken met vertalingen van werk van Rumphuis, Multatuli’s Max Havelaar, Couperus’ Stille kracht, Daum, Du Perrons Land van herkomst, Dermoût en Alberts. Stuk voor stuk legitieme keuzes die een beeld geven van de hoogtepunten van de Nederlands-Indische literatuur.

Soms heb ik spijt dat ik op het aanbod van een andere docent van mij om bij Beekman stage te gaan lopen in Amerika niet ben ingegaan.

Links:
Lees de obituary op: www.umass.edu/
Het boek Paradijzen van weleer is ook online te raadplegen bij www.dbnl.org