kattengejank

Hoe schattig klonk de miauwende kat die mijn aandacht vroeg eergisteren. Ik had net gehold en hing zittend tegen de muur aan. De poes naderde mijn in kringelende bewegingen, de staart alert in de lucht. Ik aaide haar en ze knorde en spon tevreden.
Hoe ergelijk klonk vannacht het kattengejank van een krolse kat. Ze hield me met haar gekrijs door het nachtelijk duister uit de slaap.
Ik zag haar net, een kater hing aan haar kont. Ik deed maar of ik het niet zag.

Serviceflat De Keizershof

De auto’s razen langs de andere kant van het perron. De sneltram van het transferium naar de binnenstad staat stil. Ik kijk omhoog naar de hoge flat, mijn ogen glijden over de ramen zoals een koppensneller alle koppen van de krant voorbij raast.
Ze stoppen bij een grote harp die voor het raam hangt. Ik probeer mij het uitzicht voor te stellen van de kamer op de op één na laatste verdieping. Alles vervormt door vier snaren, de gebogen onderkant en de twee accolades aan weerszijden. De Dom verandert in een harp. Wat brengt iemand zo’n ding voor het raam te hangen, zeker als je zo’n mooi uitzicht hebt van die hoogte.
‘Serviceflat De Keizershof’ staat boven de ingang beneden. De tram vertrekt en ik voel hoe de harp nog snel knipoogt.

Gratis internet

Als de democratie een slag zou kunnen slaan, dan moet ze mikken op gratis internet. Vandaag moest ik in Almelo zijn en omdat ik vanavond nog even snel iets moest opzoeken, ben ik naar de bibliotheek gegaan.
Ik veronderstelde een hoop gedoe met tellers en meters, waar je dan 50 cent in moet doen. Als je niet snel genoeg een nieuw muntje door het gleufje gooit wordt je van het net gehaald. Drama, maar een internetverslaafde heeft veel voor zijn verslaving over. Ik nam het op de koop toe.
Wat schetst mijn verbazing: internet is hier in de Almelose bibliotheek gratis. Gewoon achter een computer duiken en tikken maar. Mijn geluk kan niet op. Daarom durf ik zelfs een blogje te schrijven.
Dat hyves hier geblokkeerd staat, neem ik maar op de koop toe. Nu nog een groot gratis draadloos netwerk in elke stad en we hoeven niet meer naar de stembus, want de democratie heeft dan overwonnen.

Kanariegeel

Daar zijn ze dan de foto’s van ons nieuwe stulpje in Delden. Natuurlijk moet er nog veel aan gebeuren, maar het is al heel wat. Gistermorgen heb ik nog lekker gehold in de bossen en zaterdag zorgde de warme zon ervoor dat we niet eens ons nieuwe kacheltje aan hoefden te zetten.

De kachel bevalt Sientje wel.
Op deze bank kunnen acht mensen zitten of twee mensen slapen.
De Nijntjeslaapkamer van Doris.
Schuur met ervoor de heuse bbq.
Uitzicht op een hardloper
Het gastenverblijf.
De keuken.
Achterom met gesloopte schutting geeft het zelfs uitzicht op de akker.
Ouderslaapkamer

Bijsturen

Ik voel me wel een beetje een grootgrondbezitter met een stacaravan in Delden. Dat de waterleiding lekte en de elektra ook nog niet is wat het zou moeten zijn, drukt de pret niet. Ik zal er deze week wel wat meer over schrijven. We hebben geen internet op de camping. Zuinigheid en zelfbescherming zijn hier de oorzaak van.
Wat ik jullie niet wil onthouden is het rijtoertje dat ik met Doris vanmorgen over de camping deed. Zij mocht sturen en ik stuurde wat bij. Zelfs achteruit rijden ging haar goed af. Terwijl haar vader daar echt niet in uitblinkt.

Rookvrij

Het stinkt er heel erg naar zweet. Hier gaat het niet om de sporthal op zondagmorgen, maar om de kroeg. Mijn collega verklapte mij maandagmorgen met een diepe geeuw dat ze was uitgeweest dit weekend. De kroeg stinkt, nu er niet meer gerookt wordt, vond ze. ‘Er kan beter weer gerookt worden, want nu stinkt het naar zweet en schraal bier.’
Hoe vreemd het ook klinkt, ik ben al meer dan een jaar niet meer in een kroeg geweest en nu ik vanavond voor het eerst sinds tijden een drinkgelegenheid bezocht, merkte ik het ook. Het oude, vertrouwde luchtje was er niet. Het rook ook niet fris, maar anders.
Stinken vond ik het ook niet. Het rook gewoon anders dan het altijd geroken heeft, maar stinken zou ik het niet willen noemen. De kroeg is de rooklucht kwijt en daar is een ander luchtje voor in de plaats gekomen. Dat is wennen, maar ik vind tegelijk dat de rokers van mij altijd buiten mogen staan.
Het voelt wel heel fijn om gewoon zonder doorrookte kleren thuis te komen en niet het gevoel te hebben dat mijn strot schraal is van de rook die ik ingeademd heb.
Trouwens de omgeving rond de kroeg wordt ook veel gezelliger. We stonden buiten nog wat na te praten en om ons heen kletsten de rokers heel gemoedelijk. Ik had het gevoel dat het buiten de kroeg even leuk was als binnen.

Creativiteit

‘Er hoeven maar een paar cruciale plekken door het noodlot getroffen te worden en het is een zootje.’ Is het niet ons beurs- en bankensysteem, dan is het wel ons wegennet. Het scheen vanmorgen erg druk te zijn op de Nederlandse wegen. Zo druk dat zelfs de vakantie geen soelaas bood. Utrecht en Rotterdam kon je beter mijden.
Het lijkt erop dat alle bestaande systemen en netwerken in elkaar storten. Is dat erg? Welnee, ik geloof dat er altijd weer iets beters voor in de plaats komt. Creativiteit heet dat.

Bos en Bush

Veel analyses, nog meer suggesties. De bankier, het kamerlid, de varkenshouder en de man bij mij op de hoek. Iedereen is deskundig en de ene onzekerheid wordt met de andere afgewisseld. De kredietcrisis toont niet alleen een crisis in het krediet, maar ook in de media.
Zo vind ik het bijzonder interessant wie de helden van de crisis zijn. In de meeste gevallen is de president de held. De Franse Sarkozy en de Britse Brown worden nationaal en internationaal de hemel in geprezen.
In Nederland is de Minister van Financiën de held: Wouter Bos. Premier Balkenende staat hierbij op de achtergrond. Er is één land waar ook de Minister van Financiën vaker genoemd wordt als held: de Verenigde Staten. Daar is het land Bush-moe. Of zegt dat ook wat over Nederland?

Gehaald bij het missen

‘Dat gebeurt bij deze trein altijd’, had ze kwaad gezegd. Ze droeg een gebreide muts en zocht een medeslachtoffer. In mij vond ze die niet, ik trok mij direct terug in de stinkende wachtruimte.

De man die in de vorige trein tegenover mij had gezeten, was iets gewilliger. Zijn knieen stonden licht gekromd, de benen steunden een beetje stuntelig op een paar wandelschoenen. Aan weerszijden van zijn kale knikker stonden verwaarloosde bossen haar. Zijn uitstraling deed me iets aan Maarten ’t Hart denken. Hij bladerde toen hij nog tegenover mij zat in een tijdschrift waarbij hij wat langer stopte bij een kop over pixels die je voor de gek zouden houden. Geen schrijver, maar misschien wel een fotograaf.

Nu stond hij bij de dame en knikte als ze een paar woorden gesproken had. Ik bedacht ineens dat het natuurlijk heel mooi zou zijn als twee eenzamen elkaar zo troffen. Daar kan geen datingsite op internet tegenop. We misten de trein, maar haalden elkaar.