Broodkruimels

Aangemoedigd door Nico de Haan, weer eens de mussen gevoerd vanmorgen. Ik hoorde De Haan laatst bij het zappen verhalen over de mus. De huismus staat op de rode lijst en dat komt door ons en onze tuintjes. Daarom het hele jaar voeren en een geschikte tuin maken voor de vogel.
De broodkruimels lagen nog niet in het huisje, of een grote schare dook op de graanresten.

Dat de familie koerduif ook brood zag in de kruimels, kon niet aan het oog van de camera voorbijgaan.Tel ze alle vijf…

Springkussen

Een springkussen, geitjes, schapen, cavia’s, kippen en konijntjes. De kinderboerderij in ons Den Uylpark was vandaag echt open.
We voerden de geitjes paardenbloemblaadjes. Doris vond het heel leuk om ze de blaadjes te geven. Vooral het jonge geitje was schattig. Een jongetje kwam bij ons staan en deed Doris voor hoe ze de geitjes moest voeren.
De schapen bibberden binnen in het grote gebouw. Het jongetje liep met ons mee en verklapte dat ze ontsnapt waren. Hij doceerde Doris keurig waar de konijnen en de kippen liepen. Ook bij het konijnenhok buiten wees hij Doris waar de konijnen zaten.
Hij knipte een schaapje voor ons uit het papier en knoopte er een knot wol omheen. Daarna liep hij mee naar het springkussen. Hier liet Doris zich helemaal gaan. Ik riep Doris en het jongetje riep haar ook. We moesten naar huis, het was genoeg, vond ik.
Even later liep ik met haar naar de glijbaan aan de andere kant van het park. Ze roetste over het metaal en was de hele kinderboerderij alweer vergeten.

Gaaf

Dat is gaaf, kreeg ik gisteren al naar mijn oren. Vanmorgen hoorde ik het weer en toen ik haar vanmiddag een chocolademelk gaf kwam hij er weer: ‘Dat is gaaf’.
Ik besloot een onderzoek in te stellen. Niemand hier in huis bezigt de term gaaf, het woord komt dus van buitenaf. ‘Wie zegt dat, dat is gaaf?’ vroeg ik haar. ‘Nick’, zei ze stellig. Nick van de peuterspeelzaal.
Ik ben niet de enige die haar woorden leert.

Twee keer vrijwilligers

Twee dagen achtereen vertelt EenVandaag over vrijwilligers in het ziekenhuis. Gisteren het verhaal van een meisje dat tijd vrijmaakt voor een baby met een hartafwijking. Ze bezoekt het kind meerdere keren per week in het AMC, omdat de ouders niet in staat zijn het kind dagelijks te bezoeken. Dat jonge mensen zich zo inzetten en verdienstelijk maken voor hun medemens, riep veel respect bij mij op.

Vandaag in een interview aan de keukentafel, Aysel Erbudak, directeur van het Slotervaartziekenhuis. In januari ontsloeg het Amsterdamse ziekenhuis 45 vrijwilligers. Het werd teveel een theekransje en draaide meer om de vrijwilligers dan de patiënten, aldus de directeur. Ze verruilde de vrijwilligers voor professionals.

Jammer, want ze had de vrijwilligers ook kunnen sturen, andere taken geven, gericht op extra zorg en aandacht voor patiënten. Dat had een win-win-situatie opgeleverd en niet de huidige situatie met kostbare vrijwilligers als verliezers.

Verdwenen geld

In de roman Tirza van Arnon Grunberg vraagt het hoofdpersonage Jörgen Hofmeester zich af waar het geld uit zijn hedge fund naar toe is gegaan. Geld kan toch niet zomaar verdampen, in rook opgaan, verdwijnen, weg. Het moet toch ergens zijn, redeneert hij.

De vijftien miljard euro die de banken aan de kredietcrisis hebben verloren, lijken ook verdampt. Niemand spreekt over waar het verloren geld naar toe is gegaan. Het lijkt gewoon weg te zijn.

Als de economie zou voldoen aan de Wet van de communicerende vaten, dan is het geld ergens naar toe. Wanneer ik een balans zie, moet ik aan de Wet van de communicerende vaten denken. Geld komt ergens vandaan en gaat ergens naar toe, anders is het een zeepbel. Bij handel gaat het van de ene hand in de andere.

Van een schip dat vergaat, gaan de goudstukken in de lading ook niet verloren, ze liggen alleen op de zeebodem, in plaats van dat ze erop drijven. De rest van het schip zal geleidelijk overgaan tot een andere samenstelling.

Ik ben opgegroeid met het idee dat je geen geld kunt uitgeven dat je niet hebt. Ook mag je niet meer geld uitgeven dan je hebt, dan slaat de balans negatief uit en heb je schuld. Schuld is ongeveer het ergste dat er is.

De kredietcrisis bewijst dat de mensen die er verstand van zouden moeten hebben, spelen met geld dat er niet is. Anders kan het niet zomaar verdwenen zijn.

Misschien leeft de verkoper van de lucht van zijn verdiende loon, of het verdwenen geld, ergens op de Bahama’s. Gek idee, maar niet eens zo’n raar.

Schaapjes op het droge

Ze staan wat onwennig in het dikke gras. Het is voer voor dagen, misschien wel weken. Vier schapen turen over het buitensporig hoog gegroeide gras. Vanavond stonden ze verlegen en een beetje timide bij de knotwilg, ver weg in de hoek van hun weiland.
Ons kinderboerderijtje heeft de eerste levende have binnen. De schaapjes staan op het droge en als er een over de dam is, volgen er ongetwijfeld meer. Ik ben benieuwd wanneer de kippen, konijnen en de pauw er is.

Een rottend en uitgebloeid geval

De TV staat aan voor Sesamstraat. Eindelijk weer televisie zonder naar hollende, gooiende of hangende mensen te kijken. Vreugde, blijdschap, een traan van ontroering en zweet van geluk verlaten mijn lichaam door al mijn poriën.
Tot het embleem van Studio Sport in beeld verschijnt. ‘Ze zijn toch klaar’, verzucht ik. Dat zijn ze inderdaad, alleen moeten ze nog gehuldigd worden in het Olympisch stadion van Amsterdam.
Geen Pino, Ienniemienie, Bert en Ernie, maar een hossende menigte die voor de zoveelste keer de persoonlijke overwinningen van een groep individuen viert.
‘Kijk’, zeg ik als eindelijk een uur later een bloeiende penisplant in beeld verschijnt. ‘Dat noem ik een prestatie. Tien jaar lang dag in dag uit bemesten, ertegen praten, niet op vakantie en een huwelijkscrisis. Dat noem ik een prestatie.’ Ik zie de tuinman van de hortus in Leiden zuchten en steunen, maar hij houdt moed en presteert als een topsporter.
Wat er straks van over is? Een rottend en uitgebloeid geval, maar duizenden hebben een glimp opgevangen van de grootste bloem ter wereld.

Meisjesgitaar

De roman Tirza van Arnon Grunberg ligt al sinds de vakantie op het tafeltje naast de bank. Een cello met daarop twee tepels, een navel en op de bodem een driehoekje schaamhaar. Uit de hals vloeit bloed.
Het boek ligt wat opzichtig op het tafeltje. Dat vraagt om commentaar van mijn huisgenoten. Laatst wees ze naar de cello en noemde hem heel stellig ‘meisjesgitaar’. Hoe jong een peuter al verstand heeft van iconografie.

Tros ballonnen

Een cluster ballonnen daalt de trappen af van de maisonnettes aan de overkant. De man die er onder hangt, speurt en zoekt. Hij loopt de nummers dan, keert dan weer zenuwachtig terug met de tros bolle kleuren lucht.
Hij draait en verdwijnt uit mijn zicht. Als ik weer opkijk passeert hij ons huis, een mobieltje houdt hij in zijn ballonvrije hand. Als hij een week eerder geweest was, was hij een dag te vroeg geweest. Hij rent weer langs mijn raam, de ballonnen zijn er niet meer. Ik spurt nieuwsgierig naar de voordeur en zie na de bocht de ballonnen een huis voorbij zweven, een trap opgaan en dan is de tros weg.

Dertig seconden voor de EEE

Vanachter mijn triple E begroet ik u. Hij doet het, eindelijk. Bij de wasmachine en droger die we vorige week kochten, was een goedkope Asus EEE. Het is een heel klein laptopje, dat vooral erg handzaam is voor onderweg. Hij heeft niet veel geheugen, maar dat is voor typen en surfen ook helemaal niet nodig.
Ik wilde het ding graag voor mijn verjaardag hebben en de korting was heel mooi meegenomen. Ik heb hem nu een week, maar ik kreeg het ding niet op internet. Ik voelde me een onhandige digibeet. Ik weet misschien alles van internet, maar ik begrijp niets van het apparaat dat mij op internet moet brengen.
Het onhandigheidje had te maken met de beveiligde Wifi, daarvoor moest een update met een snoertje worden opgehaald. En daar ging het mis: ik was vergeten de modem dertig seconden uit te zetten. Dat vertelde mij de UPC-meneer vanmiddag. Na dertig seconden ging de digitale wereld voor mij open. Hiep hiep hoera, mijn verjaardagscadeautje draait. Voor alle gulle gevers: dank je wel.

De wasmachine
De droger
Kleine wasjes, grote wasjes, laat maar lekker draaien.
De vreugde om eindelijk op internet te zitten.
De eerste regel…