Een kilo bramen

Gisteravond was ik in de richting van de Lepelaarsplassen gereden om bramen te plukken. Een uurtje zoeken en plukken verder, keerde ik naar huis terug. De duisternis had het van mijn plukdrift gewonnen. Op de weegschaal leverde de gehoopte kilo, slechts 800 gram op.
Vanavond ben ik weer gegaan. Toen ik mijn voornemen bekend maakte, wilde mijn schoonmoeder mee. Ik nam haar dit keer mee naar het Wilgenbos voor de bramenpluk. Ik ken daar een enorme bossage waar ik een kilo bramen in vermoedde.
We liepen de dijk af en kwamen bij mijn bossage. Droge plukjes braam staken uit de struik, verder hingen er vooral nieuwe uitschieters voor het volgende jaar. Na een halfuur plukken, hadden we niet veel meer dan een handjevol heel kleine vruchtjes. Overal kropen beestjes en wormpjes uit. We liepen wat teleurgesteld door het wilgenbos. Mijn schoonmoeder wilde nog even op het bruggetje staan, dan zouden we naar huis gaan. Ik zag de rijk begroeide bramenbossen ons begroeten. Nu plukten we ons wezenloos, overal zaten volrijpe bramen binnen plukbereik.

Zojuist hebben we de stand gemeten. De gehoopte kilo bedroeg zelfs vijftig gram meer. De bramenjam kan worden gemaakt.

Kwijt

Op de dvd-speler stond nog een documentaire over het verrassingsei van Ferrero, Kindersurprise. Een bitterzoete verleiding heet de film van Monique Nolte, uitgezonden ergens in maart. De promo van een echtpaar waarvan de vrouw eigenlijk niet kan kiezen tussen haar verzameldrift voor verrassingseieren of haar man. Het deed erg denken aan die uitzending van Sonja Barend waarbij de man niet kon kiezen tussen de vrouw of de auto.
Ineens zag ik een verzamelaar op een beurs een bak met autootjes omhoog houden. De modellen leken sprekend op een autootje die ik vorig jaar nog ergens in mijn treinverzameling trof. Het kleine ding kwam in schaal zo mooi overeen met de kleine treintjes. De auto deed sterk denken aan de auto waar Jan in rijdt uit de strip Jan, Jans en de kinderen.
Ineens schoot de bliksem in mijn herinnering. Ik herinnerde mij dat het ding uiteen Kindersuprise-ei komt. Ik zag zelfs het gele kokertje in de herinnering terug. Toen ik het bedrag hoorde wat die dingen waard zijn, schrok ik mij een ongeluk. Een verzamelaar betaalt daar zo enige honderden euro’s voor.
Nu zoek ik mij wezenloos naar het ding, dat ineens kwijt is. Ik ben alle plekken al afgelopen waar ik dat autootje heb gezien het laatste jaar. Maar nergens is het meer.
Eén troost, de bijsluiter schijnt minstens zo waardevol te zijn. Die heb ik allang niet meer…

Oma halen

Doris en ik hebben vandaag oma met de trein opgehaald uit Almelo. Nu weet ze precies hoe de treinen lopen. Wij weten ook weer hoe het zit met de Nederlandse treinenloop.
Soms had ik het gevoel samen met Catootje op pad te zijn, zo sprekend lijkt Doris op de stripfiguur met bril en staartjes in het haar. De eigenzinnigheid straalt niet alleen van de foto’s af.

Waterrat

Een maandje terug was ik voor het laatst met haar gaan zwemmen en nu dook ik weer het water in met haar. De verwondering sloeg snel toe, wat is ze snel vooruit gegaan in die korte periode. Ze duikelt en buitelt in het water. Soms weet ze al een begin van een crawl te maken. Ze heeft hierbij het hoofd nog in het water, maar ik geloof dat de echte slag niet lang op zich laat wachten.





Nieuws

‘Met Frans.’
‘Hoi Frans, met mij. Hé knul, hoe is het? Ik dacht laat ik eens bellen hoe het is.’
‘Nou met mij alles prima hoor.’
‘Hé Frans, je weet dat ik de krant van morgen nog vol moet schrijven, heb je nog nieuws?’
‘Nou, niet veel hoor. Ik zou het niet weten. Ik ben al getrouwd, Maris is niet zwanger en we hebben nog steeds geen hondje erbij.’
‘Toe Frans, ik hoorde dat je vorige week bij je juwelier was.’
‘Juwelier?’
‘Ja, een fan zag je er binnen gaan.’
‘Een fan? Ja, nu herinner ik het me weer. De juwelier, daar waren we inderdaad.’
‘Wat deed je daar?’
‘Nou, ik schaam me er een beetje voor, maar we hadden Chinees gegeten. Draadjesvlees en je weet dat dat zo tussen je tanden blijft hangen. Ik dus flossen, maar mijn trouwring kwam te dicht bij mijn gebit. Bleef verdorie hangen. Ik trekken, vulling los en mijn diamant viel op de grond. Wij met z’n allen zoeken, dagenlang. En je raadt het nooit?’
‘Gevonden?’
‘Nee, natuurlijk niet. Hij was spoorloos. Wel vond ik mijn poliep terug, maar de diamant bleef spoorloos.’
‘Verdorie Frans, dat is nieuws!’ (begint te hijgen)
‘Nieuws, dat ik een nieuwe moest kopen?’
‘Dus daarom was je bij je juwelier?’
‘Ja, bleef niks anders over dan een nieuwe kopen.’
‘Hé Frans, geweldig bedankt.’
‘Dat van die Chinees, weet ik niet zeker hoor. Het kan ook bij een optreden gebeurd zijn, maak dat er maar van.’
‘Tuurlijk Frans, ik maak er een mooi stukje van.’

Leve de komkommer

Hier en daar een bui

Ik ren voor een bui uit
en een bui holt voor mij

De regen slingert in slierten
uit de dreigende wolken

Uit de schoorsteen cirkelt
geelbruine rook de bui in

Het straaltje plas mengt
in het water van de toiletpot

Ik ruik een walm van
hondenpoep langs de waterkant

Hoe kan het dat er mensen zijn
die dat niet ruiken, vraag ik mij af

De druppels regen vallen traag
en lijken een stortbui in het water

De bui zit mij op de hielen
hij hijgt vlak achter mij

Als ik een wedstrijd liep
was ik tweede geworden

Net voor hij goed en wel
valt, stap ik mijn droge huis in

Net goed

Een brommer nadert haar van achteren met veel vaart. Zij slaat ineens af, hij tikt zijn stuur tegen haar zij. Een lichte slinger maar allebei herstellen ze hun evenwicht. Als de brommer een meter of dertig verderop stilstaat, weet ik zeker dat hij te hard heeft gereden. Ik loop lekker door met mijn hardlooprondje en voel mijn hart in mijn keel bonken. Net goed, heet zoiets.

Mystieke migraine

De Middeleeuwse mystici omringen zich met beelden, licht en bijzondere geluiden. De waarneming vormt bij de non en mystica Hildegard von Bingen (1098-1179) de kern van het werk. Ze ziet God aan zich verschijnen in visioenen. Zwarte kooltjes, brandende punten, schietende sterren, vlammende ogen en cirkelvormige figuren vliegen rond in die visioenen.
Met een glimlach las ik laatst in Oliver Sacks’ Companion de theorie dat de twaalfde eeuwse non aan migraine leed. Onzin van een hedendaagse wetenschapper die de geheimen van de mystici probeert op te lossen, dacht ik.
Toen ik de plaatjes uit een Middeleeuws manuscript van Hildegards Scivias (opgetekend in Bingen rond 1180) zag, was ik echter direct overtuigd. Gelukkig heb ik niet dagelijks migraine, hooguit één of twee keer per jaar, en ik herkende de plaatjes onmiddelijk. De trillende lijnen, de cirkels, de sterren en zelfs de engelen in het hemelse Jeruzalem, ik wist wie ze waren.
Overigens is het verbazingwekkend hoe goed ze de dingen die ze waarneemt, verder verwoordt in haar werk. Daar schuilt minstens de helft in van de kracht van de visioenen. Wanneer een migraine goed tot mij doordringt, kom ik er niet toe wat ik zie te werken in een mooi verhaal. Dat lukt mij niet. Dat migraine zo’n belangrijke bijdrage aan literatuur en geloof heeft geleverd, is al mystiek op zich.

Direct na mijn ontdekking bladerde ik door de Visioenen van de Brabantse mystica en dichteres, de Brabantse Hadewijch. Al snel stuit ik ook hier op de ‘oghen swerde al vol vieregher vlammen. Hare voeren uten monde blixenen ende dondere’. Niet veel anders dus.
Of Hadewijch in 1240, ruim zestig jaar na de dood van haar Bingense collega-non en -dichteres, zich liet inspireren door haar voorgangster of ook aan koppijn leed, is gelukkig een geheim. In het voorwoord van mijn uitgave gaat Frank Willaert helaas niet in op dergelijke theoriën. Dat is jammer, want hij laat een uitgelezen kans liggen tot een herinterpretatie van het werk van Hadewijch.

Tot slot, omdat ik geen afscheid kan nemen van Hildegard von Bingen, heeft ze prachtige liederen geschreven. Muziek en taal vloeien hier wonderlijk mooi in elkaar over. Ze zijn het mooiste om te horen op een koele nazomeravond in een heel grote kerk, waarbij dag en nacht elkaar zoenen in de schemering. De ervaring die ik jaren geleden had met Cercamon in de Leidse Pieterskerk behoort tot mijn mystieke ervaringen. Dan zwijg ik nog over de improvisaties van Bert Matter op sommige liederen op het Hagerbeerorgel.

Ontworteld

Het is genoeg, de klaprozen heb ik vanmiddag uit de aarde getrokken. De laatste zaadjes nog geoogst en daarna moesten ze eraan geloven. De ontwortelden liggen nu in de groene bak.
De tuin heeft een verrassend nieuw gezicht gekregen, zo zonder die hoge uitschieters.
Ik ben best een beetje verbaasd dat al die overwoekering weinig schade heeft opgeleverd. Nu kunnen we weer genieten van de pioenroos en mogen de andere planten van het nieuwe licht genieten.
De bramen schieten aardig op met rijpen. Nog een paar weken en we kunnen smullen en jammen.