Dag dag

Ik zag het vrijdag een week terug, maar misschien vertelt het iets over de bewogen week die volgde.

De zon kust vaarwel
en slaat het laken
om zich heen

Dag dag. Slaap wel
en welterusten ook
voor de vissen

Ik zag de zon
in de Zuiderzee
zakken, maar voordat
het water kwam,
ebde ze al weg
in de zwijm
van de nevel

Doen de bergen
ook zo als ze de zon
opschrokken of is
de zee wat aardiger?

Geveinsd vaart het bootje
verder van mij af
en schaduwt het water
in heel dun streepje

Liefde droogt op
en een reiger vliegt weg
ze doet of ik een monster
ben of zou kunnen zijn

Als de Zuiderzee een zee
was en ik een meer
dan deelden we de avond
en deden of vandaag niet was

Dat de bergen niet bestaan
en sneeuw niet glad is

Dat de afdalers zakken
en niet stijgen hoger
dan ze ooit konden klimmen

Pas dan is de dag af
maar de zon zakt
niet in de Zuiderzee
maar in het IJsselmeer
en ik ben geen meer
maar loop mijzelf voorbij

Monsters zijn niet mijn ding

Ik ga tegenover hem zitten, hij snijdt net een broodje doormidden. De fijne korrels bovenop verraden dat het een maïsbroodje is.
Hij steekt direct van wal en praat in mooie volzinnen. Ik weet niet hoe hij heet, maar ik laat hem praten. Als ik vraag wat hij wil worden, zegt hij notaris. ‘Je houdt van documenten?’ antwoord ik in een vraag. ‘Nou, dan moet je als je wat ouder bent zeker het Olografisch testament van Belcampo lezen. Dat is echt een verhaal voor notarissen’, vervolg ik wat later.
Dan hebben we het over spannende films. Hij vindt ook wel dat de Orc’ s uit Lord of the Rings ook wel eng zijn. ‘Monsters zijn niet mijn ding’, concludeert. Ik beken dat ik het niet zo op enge scènes heb. ‘Ik lees liever over monsters dan dat ik ze op een televisiescherm zie’, vertel ik hem. ‘Ja’, antwoordt hij bevestigend. ‘Dat heb ik nou ook. Mijn vader leest iedere avond voor uit Lord of the Rings. Dan zijn Orc’s maar drie letters en veel minder eng.’
Als mijn buurvrouw dan over een heel enge film begint, zwaait hij met zijn hand. ‘Dat is niets voor hem. Monsters zijn niet zijn ding.’

Opstapje

De bovenste regionen van de bibliotheek zijn moeilijk bereikbaar. Omdat ik er gisteren toch was, kocht ik gelijk de trap van Ikea, de Inreda-ladder.
Vandaag maar even uitgetest of ik bij de bovenste plankjes kan. En ja hoor, het lukte.
Wel moet ik op de sticker staan die op de derde trede van boven zit geplakt. Verboden de bovenste drie treden te betreden, staat er in dikke letters op.

Uit de kast

De garderobekast uit de Hemnes-serie van Ikea is deze week in de aanbieding. Daarom ben ik vanmiddag wat eerder van mijn werk vertrokken en naar Amsterdam gereden. Stapels dozen met de kast stonden opgesteld in het magazijn, op het plein zoals Ikea het zelf noemt.
Ik kon nauwelijks in de spiegels kijken, want ik heb gelijk een trap voor in de bieb gekocht. Die hing een beetje voor mijn rechterspiegel. De achterklep moest traditiegetrouw open blijven staan bij de rit naar huis.
Thuis kon ik het niet laten om na het eten de kast in elkaar te zetten. Natuurlijk duurde het evenement tot ver na peuterbedtijd, maar Doris kreeg de kans om in de kast te gaan staan, zitten en liggen. En natuurlijk: uit de kast te komen. Ze vindt hem zelf ‘mooi wit’ en ‘veel te groot’, terwijl ‘Doris veel te klein’ is.

Strandweer

Het weerbericht wilde roet in het eten gooien, maar het weerbericht loog. Gelukkig lieten wij ons niet van de wijs brengen en fietsten vanmiddag naar het strandje aan het Weerwater. We gingen bij het Lido zitten.
Wat een heerlijk strandje. Het water voelde wat fris aan. Als je eenmaal door was, was het lekker. Terwijl het zand tussen mijn tenen kroop en de zon op mijn buik scheen, voelde ik mij even gelukkig. Wat mooi dat we zo dicht bij huis, zo lekker kunnen zwemmen. Het geluk duurde eventjes want Doris rende alweer naar het water toe.

Stukkend accordeon

Haar benen liggen gestrekt op een bananendoos. Het karton buigt een beetje door. Op haar schoot rust een accordeon. De kleppen klappen met haar muziek mee. De bescherming die er ooit gezeten heeft, is verdwenen.
De melodie neuriet omhoog en omlaag, lijkt misschien iets gypsy-achtigs in zich te hebben. Het is een vervelend deuntje dat zich voortdurend lijkt te herhalen. Ik luister nog eens goed en realiseer dat ze helemaal geen accordeon kan spelen. De vingers glijden omhoog en omlaag in een variatie van boer-er-ligt-een-kip-in-het-water. Ze gebruikt niet meer dan vijf tonen, die van beneden naar boven gaan, in een iets versneld tempo.
Ze glimlacht naar me als ik het winkelwagentje pakt. Ik ontwijk een urineplas. De stank slaat mijn neus dicht. Het maakt het allemaal nog erger. Ik mis de jongen die hier normaal speelt. In zijn accordeon zit een repertoir van enkele liederen waar iets meer muziek in zit.
Een flesje cola valt uit het automaat en ze loopt voor mij terug naar haar kartonnen zetel. Ze lurkt aan het flesje en drinkt het verdiende geld dorstig op. Haar stukkende accordeon zet ze weer op schoot. Hetzelfde melodietje klinkt weer door in de parkeergarage.
Als ik wegfiets merk ik opeens dat ik de toonladder fluit. Snel verwissel ik het voor een fuga van Bach.

Alles wordt opgenomen

In de NRC Next vanmorgen werd de toespraak van presidentskandidaat Obama vergeleken met toespraken van presidenten als Kennedy, Clinton en Reagan.
Vooral foto erbij vond ik frappant. De mensenmassa keek niet met twee ogen naar de presidentskandidaat, maar tuurde met de twee kijkers door het ruitje van de camera. De omhoog gehouden laptop vormt het hoogtepunt van de foto. Alles wordt opgenomen en niemand neemt iets waar.
Ter vergelijking stond er een plaatje van president Kennedy van 45 jaar eerder naast. Ook veel camera’s, maar hier kijken net zoveel mensen door een camera als nu mensen droog via de ogen kijken.
Het tekent de tijd. We zien de wereld door het oog van de camera en vergeten dat we twee ogen hebben om diepte te zien in de oppervlakkigheid. Of Obama’s toespraak zo bijzonder was, betwijfel ik. Ik kan er geen historie in lezen. De oneliner, een Berliner traditie, ontbreekt in de chaos van zinnen.
Gelukkig hebben we de foto’s nog.

Een klap van de molen

Het leek bijna een vakantiedag. Ik was vandaag een dagje vrij, omdat Inge haar cursus had. Mijn zus kwam langs, we zwommen samen met Doris in het zwembad en fietsten vanmiddag een lekker rondje Almere.
Bij de windmolens, iets achter de dijk, hielden we even stil. Wat zijn die dingen hoog. We probeerden de lengte van de enorme wieken in te schatten. Ik herinnerde mij dat ze wel 29 meter lang konden zijn, met een hele doorsnede van bijna 60 meter.
Zo onder zo’n molen voelde ik mij nog kleiner dan ik ben. Mijn zus kreeg zelfs de molen niet in de complete lengte op de foto.
Het suizen en de brommende ondertoon erbij, klonken best verontrustend. Niet iets om een klap mee te krijgen.

Kappen

Voorzichtig schuif ik de braamtakken opzij en trek met evenveel zorgvuldigheid de vruchten los. De struik berokkent mij met haar doorns meer schade aan, dan ik de struik schade berokken. Schaamtevol zie ik hoe een deel van de struik is vertrapt door andere bramenplukkers.
Als ik dan aan de andere kant van de vaart bij alle bramen kan, vraag ik mij af hoe het mogelijk is. De vruchten hangen op plukhoogte voor mij. Een deel van de struik is keurig weggesnoeid en scheuten voor volgend jaar lijken niet te bestaan.
Ik dacht dat snoeien en natuurgebieden nooit elkaars vrienden waren, maar verderop is aan weerzijden van het fietspad meer dan twee meter groen gekapt. Ik fiets nog wat verder door en zie dat de struik waar ik zondagavond bijna een kilo bramen van plukte bijna helemaal is verdwenen. Een paar takken zijn zo gekneusd dat de groene bramen die eraan hangen, nooit meer rood zullen worden.
Misschien passen de prachtige struiken niet in het groenbeleid van de natuurbeheerder. De bramenplukker in mij huilt om de vruchten die in de knop gebroken zijn. Achterop de bagagedrager bengelt 1,3 kilo verse bramen. Gered van het snoeimes van de natuurbeheerder.

Door merg en been

De droom van elke organist is een 32-voetregister. Op de wereld zijn er twee orgels met een echt 64-voetregister, de Diaphone-Dulzian in het Main Auditorium Organ van de Boardwalk Hall in Atlantic City, New Jersey (Verenigde Staten) en de Contra-Trombone in het Town Hall Organ in Sydney (Australië).
Van het laatste orgel vond ik een youtube-filmpje. Dat zijn geen tonen meer, maar is niet veel meer dan gebrom. Het is slechts 8 Hertz die je hoort. Helaas vond ik niet de klank van het register in een tutti. Het moet namelijk wel erg indrukwekkend klinken in samenspraak met de rest. Ik denk zelf dat het voornamelijk door merg en been gaat, net als de dreunende bas bij een popconcert.

Voor de liefhebber, hier hoor je het tutti van het orgel in de Boardwalk Hall. Niet alleen de grote van het orgel, maar ook de indrukwekkende akoestiek maken het tot een belevenis voor het oor. Luister maar eens naar de improvisatie op psalm 100. Ik kan me voorstellen dat het op zo’n groot orgel moeilijk is je ritme in bedwang te houden.
Meer informatie over het grootste orgel ter wereld vind je op: www.acchos.org