Donald Duck

We gingen even ter ontspanning en vermaak naar de Kringloopwinkel vanmiddag. Het is niet nodig om overdadig weg te gaan, zoiets is genoeg.
Bij het wachten op de bestelling had ik een Donald Duck gegeven aan Doris om te lezen. Ik las wat in De Pers van een week oud over biobrandstof en het optreden van Rita Verdonk in de Tweede Kamer. Ook ontdekte ik dat Marco van Basten het zonder zijn adviseur Johan Cruijf moet stellen bij de komende potjes voetbal.
De saucijzenbroodjes waren gearriveerd. Het eten combineerden wij met het lezen. Doris had daar evenmin problemen mee.

Bloemetjes en bijtjes

Langzaam klappen ze open, de klaprozen en papavers in de achtertuin.De vuilcontainer aan het zicht onttrokken, omhelsd door een bed rozen.
De klaprozen laten zich niet weerhouden door de dunne strook aarde tussen tegels en schutting, vlak achter de poortdeur.De geur bekoort niet alleen mij, maar roept ook de bijen.
Mooi beeld van de stuifmeel die het diertje ondertussen verzameld heeft.
Niet alleen klap, maar ook rozen bloeien in de achtertuin.
Onze braam belooft ook wat…
En de Clematis staat eveneens in bloei.
Hoe mooi een doodsimpele achtertuin in Almere niet kan zijn.

Eindelijk Vestdijk

Daar lag hij dan: de Verzamelde gedichten van Simon Vestdijk. Hoe vaak ik het boek niet geleend heb uit de bibliotheek van Almelo. Hoe vaak ik twijfelde het te houden. Ik zou dan tegen de medewerker zeggen dat ik kwijt was. Maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen. Het zou anderen beletten kennis te maken met deze bijzondere dichter.
De prijzen die ik eerder zag waren teveel voor mij, maar toen ik hem vorige week op Marktplaats zag, sloeg ik toe. Nu ligt de kloeke tweede druk, drie delen in één band, voor mij. Eindelijk ben ik samen met heel mooie gedichten en vooral heel veel gedichten.
De gedichten hebben een bijzondere plek in het oeuvre van Vestdijk. Hij die sneller schreef dan God kon lezen, een regel uit het dichtspel Swordplay – Wordplay met A. Roland Holst, een aantrekkelijke strijd in kwatrijnen, ook in deze bundel opgenomen. Voor Vestdijks gedichten geldt hetzelfde als voor zijn romans, het zijn er veel. De Verzamelde gedichten beslaan ruim 1300 pagina’s aan gedichten. Dan is er ook nog de bundeling Nagelaten gedichten, die ook 700 pagina’s bevat.
Een overdaad in kwantitatieve zin. De kwaliteit van het mindere werk stijgt echter ver boven de rijmelarij van veel hedendaagse dichters uit. De bundeling gedichten van diverse dichters bij Rembrandts 400ste geboortedag, twee jaar terug, slaat een mal figuur bij Vestdijks Rembrandt en de engelen vijftig jaar eerder. Elk gedicht van Vestdijk levert minstens een glimlach op, of zet je eventjes aan het denken.
Dat de bundel die ik verworven heb voor 40 euro zo gloednieuw eruit zou zien, had ik in mijn stoutste dromen niet durven dromen. Hij is werkelijk prachtig en doet ongelezen aan. De bladzijden geuren alsof ze voor het eerst weer openslaan na jaren. Soms knisperen ze een beetje in tussen de vingers.
Als ik hem in gedachten naast de bundel uit de Almeloose bibliotheek leg, dan kan ik niet anders dan tot hetzelfde oordeel komen: ik ben de enige die de gedichten van Vestdijk nog leest.
Nu de Nagelaten gedichten nog…

Luistervinken

De Nederlandse politie luistert per dag even veel telefoongesprekken mee als in de Verenigde Staten per jaar wordt afgeluisterd. Ik vond het vanmorgen in mijn ontbijtnieuws tussen twee happen van mijn boterham met hagelslag. Een vreemd idee.
Als je zoals Bettine Vriesekoop in China woont, dan weet je dat je niet alleen je gespreksgenoot aan de andere kant van de lijn hebt. Meestal tapt de politie of een maffe veiligheidsdienst het lijntje af. Zo vertelde Bettine Vriesekoop bij Zomergasten dat meeluisterende Chinezen eens verontwaardigd vroegen of ze weer in het Engels wilden praten, in plaats van Nederlands.
Daar weet je het, maar hier in Nederland waan je jezelf veilig. Terwijl hier vergelijkbare praktijken plaatsvinden. Als je een paar keer Al Qaida zegt, of Hezbollah, grote kans dat je voortaan wordt afgeluisterd.
Ik kende iemand die beweerde dat hij langere tijd in de gaten werd gehouden door verschillende diensten. Hij durfde niet meer te bellen en zijn spookverhalen vond ik sterk ruiken naar fantasie. Vooral mobieltjes moesten het ontgelden naar zijn oordeel. Politie en justitie zouden duizenden van die dingen volgen. Na het lezen van het ontbijtnieuws vanmorgen, twijfel ik geen moment meer aan zijn verhalen.

Naar de knoppen

Ik vreesde het ergste bij mijn terugkomst van vakantie, midden april. De bladeren van het boompje dat op mijn bureau staat, hingen droevig op half zeven. De dood loerde dreigend in mijn richting, terwijl ik achter de computer werkte.
Mijn collega verwijt ik niks, want ze waarschuwde mij al voor haar onkunde op het terrein van de flora. ‘Ik vergeet ze altijd.’ De andere planten hadden de keer dat ze het vergeten was doorstaan. Mijn boompje niet, de bladeren waren donkergroen en al het levensvocht was eruit gekropen.
Maandag zag ik dat er wat knopjes kwamen rond de stam en ik besloot het rigoreus aan te pakken. Als ik het niet deed, zou hij het zeker niet overleven. Ik kortwiekte mijn boompje tot een heuse bonsai die meer op een knotwilg leek, dan op de boom van weleer.
Het resultaat liet niet op zich wachten, want vanmorgen zag ik nieuwe blaadjes op mijn boom zitten. De snoeiactie was zeker zinvol geweest en had een leven gered. Ik sprong gaatjes in de lucht en vertelde blij over mijn reddingsactie. Mijn collega keek me vreemd aan, probeerde zich in te leven in mijn vreugde, maar draaide zich naar haar beeldscherm en tikte snel wat op haar toetsenbord.

Monster

Het roept heel hard
als het je weer vindt
doet net of de lucht
nooit bestaan heeft

Dan zwaait het
heel driftig naar je
met een knipoogje
voor de aardigheid

Als ik nu zeg wat het is
en jij schrijft vurig door
dan hoeven we elkaar
nooit meer te zien
zonder dood te zijn

Ziggo

De eerste keer dat ik de reclame zag, vroeg ik mij gedurende de minuten dat het ding duurde af wat het product was dat aangeprezen werd. Een oudere man liep enigszins wereldvreemd rond door een stad en legde overal zijn oor tegen aan. Ziggo, was zijn naam en hij luisterde naar de mensen.
Het langdradige reclamefilm liet mij meteen zien dat het een zinloze campagne is. Het filmpje is niet kunstzinnig, niet origineel en ook niet pakkend. Hier staat de commerciële gedachte boven de creatieve gedachte.
Het bereikt zijn doel wel, want het irriteert. Het irriteert mateloos en die man verdwijnt niet meer uit je kop na het zien van de reclame of het lezen van dit stuk.
Overigens heeft de reclame voor mij helemaal geen zin. Toen ik de postcodecheck deed, mislukte hij al. Ziggo was boos was dat ik mijn letters en huisnummer niet ingaf. Hoezo luisteren en klantgericht. Dergelijke gegevens vullen mijn brievenbus met ongewenste reclame. Daarna vulde ik wel al zijn vragen in en kreeg tot mijn grote verbazing te lezen dat Ziggo zijn producten niet kan leveren in het gebied waar ik woon.

Op klappen staan

Ze staan op klappen, de honderd knoppen van de klaprozen die in de achtertuin groeien. De enkele papavers die ertussen staan, kunnen ook ieder moment openspringen. Het zal een bijzonder gezicht zijn de rode rozen in onze achtertuin.
Vandaag is de eerste roos opengeklapt. Vlak erachter bloeit de eerste papaver. Rood en geel. Het ziet er heel schattig uit zo tussen al dat groen.
Vorig jaar waren we bang dat onze tuin erg kaal zou zijn in het eerste jaar. We knipten de gerijpte bolletjes van de uitgebloeide klaprozen uit de voortuin. De zaadjes verspreidden we over de verse aarde achter. We zijn iets te royaal geweest, blijkt nu, maar het is jammer als we ze nu uit de tuin halen. Zo kort voor de bloei…

Poule of Pool

Nederland voetbalt in de Poule des doods. Als je wedt op het verkeerde paard, dan doe je mee aan een Pool.
Ik wist het ook niet tot ik uit een soort van nieuwsgierige ballorigheid op de Hyves met de ‘EK 2008 Poule’ terechtkwam. De laatste reactie toonde een boze ‘Australië-fan‘: ‘Jongens het is pool in plaats van poule’.
Helemaal gelijk heeft deze Australië-fan overigens niet. Volgens Van Dale, een autoriteit als het gaat om poulende polen, is een ‘poule’ ook de inzet bij een wedstrijd. Weliswaar een duivenwedstrijd en het is alleen in bepaalde streken van het Nederlandse taalgebied, waarschijnlijk Vlaanderen waar dit zo gebruikt wordt.
De vereniging Onze Taal adviseert de Pool in plaats van de Poule. Ik adviseer allebei, want verliezen doe je altijd, of het nu een Poule of een Pool is.

Eén keer won ik een Poule. Ik zei dat het ‘1-1’ zou worden bij de WK-kwalificatiewedstrijd Nederland-Duitsland in 1989. Het was de enige uitslag die nog niet gekozen was door iemand. Toen in de verlenging een doelpunt werd afgekeurd, was ik de enige die juichte. Ik had de poule gewonnen. Op school aangekomen bleek Maas ook op ‘1-1’ te hebben ingezet. Ik won zeven gulden, vijftig.

Libelle Zomerweek

Ik kwam uit bij een open plek in het bos. Het stond hier vol met auto’s. Ik vroeg mij af waarom ineens op deze onverlaten plek, midden in het bos, een parkeerplaats voor auto’s in het leven was geroepen.
Libelle Zomerweek‘, hinkstapte door mijn hoofd. Ik rende nog, maar vreesde het ergste. Meer dan tien kilometer was ik van huis, als ik zou omkeren, moest ik hetzelfde stuk nog eens. Ik holde verder, wist ergens wel beter. Dat ik recht op een afzetting afliep.
Het was rustig op het schelpenpad. Geen mens te vinden. De stilte voor de storm, besefte ik. Maar ik trimde dapper door. Geen Libelle-lezeres zou mijn voornemen weerhouden om de wandeltocht van Tweede Pinksterdag nog eens over te doen.
De bussen reden af en aan, traag optrekkend en remmend in de file naar de parkeerplaats. Het fietspad achter het strand toonde mij een beeld dat weinig zo gezien had. Een niet ophoudende stroom vrouwen liep over het fietspad, allemaal in de richting van de witte tenten wat verderop aan het strand.
De karavaan liep in één beweging, maakte geen ruimte voor de tegenligger. Voor mij restte weinig anders dan over het gras te hobbelen. Enkel vrouwen liepen langs mij heen. Geen één man passeerde mij. Tot ik bijna het hoekje om kon. Een kale kop zwaaide in mijn richting. ‘Veel muggen hier hè?’ riep hij. Ik was hem al voorbij voor ik kon antwoorden.