Een inbreker die zijn benen breekt

‘Een inbreker riskeert er zijn benen te breken’, zei de Vlaamse filosoof Etienne Vermeersch onlangs. Hij sprak voor een programma op de Vlaamse televisie over de rommel in zijn werkkamer. ‘Het is voornamelijk in mijn bureau, daar komt mijn vrouw niet zo vaak. En als zij er komt, dan stoort zij zich daar niet aan.’
De foto dit weekend in NRC-Handelsblad van de filosoof, die bekend staat als invloedrijkste Vlaming, in zijn bureau (werkkamer) is mij de hele tijd bijgebleven. Hoe de man temiddden van die rotzooi toch zijn gedachten erbij kan houden. Hoe de man iets dat hij zoekt, kan vinden. Het fascineert me.
Vermeersch gooit niets weg. Hij heeft dat in het verleden weleens gedaan, maar dat is niet minder geworden. De foto’s in NRC Handelsblad spreken boekdelen. In het VRT-programma zijn beelden te zien van de kamer in 1997. Zoals de recente foto’s laten zien is de rommel niet minder geworden. Of zoals Vermeersch voor de televisie zei: ‘het is nog niet verbeterd’.

Of Etienne Vermeersch er interessante ideëen op nahoudt? Met zo’n kamer moet dat wel. Daar twijfel ik geen moment aan.

Marjan Berk en Hanneke Groenteman

Regelmatig ga ik naar de Kringloopwinkel om wat rond te neuzen. Meestal liggen er heel aardige boekjes voor malse prijzen. Uit nieuwsgierigheid nam ik drie weken terug het boekje Nooit meer slank mee van Marjan Berk. Deze recensie is de eerste in een reeks waarin ik boekjes onder het stof vandaan haal voor een korte bespreking.

Het boekje Nooit meer slank trok mijn aandacht. Ik vond het begin leuk van een vrouw die een jurk wil passen die twee maten te klein is, met alle gevolgen van dien. De belangrijkste reden om dit boekje mee naar huis te nemen, was de specifieke geur van het boekje. Bij het openen en bladeren snoof ik een parfumlucht op van vergane rozen. Niks mufheid, maar de kruidige geur van opsmuk uit het verleden.

De boeken van Marjan Berk behoren tot het genre van de chicklit, maar dan voor de oudere dame. Het zijn niet al te zware boeken van, voor en door vrouwen. Nooit meer slank vormt inhoudelijk pure informatie voor vrouwen. Mannen ontfermen zich niet zo vaak over een vetkwab of een onderkin. Voor vrouwen is dit vaak een bron van ergernis. De acceptatie van het lichaam voor omgeving en het personage zelf, geeft voer voor 125 pagina’s verhaal. Veel wordt erbij gehaald en weinig zelfkritiek blijft het personage bespaard.

De behandeling van het onderwerp komt sterk overeen met de boeken zoals Hanneke Groenteman ze de laatste jaren publiceerde, het egodocument Doorzakken bij Jamin (2003) en het meer journalistieke Dikke dame (2006). Ook deze boeken leggen een verband tussen de honger in de hongerwinter van 1944/1945 en de aanleg tot dikte op middelbare leeftijd. Of het effect van de zwangerschap op het vrouwenlichaam.

Het einde van de boeken komt eveneens overeen: tevreden zijn met het lichaam dat je hebt. Eten is niet eten, maar een emotie. Vaders die sterven, zonen die geboren worden en scholletjes die net gebakken worden als de geliefde een hartaanval krijgt. Gewichtiger kun je over overgewicht niet doen.

Het verschil tussen Doorzakken bij Jamin en Nooit meer slank is ruim twintig jaar. Beide boeken vormen een klacht tegen het slanke schoonheidsideaal en zoeken naar een acceptatie van de molligheid. Wel is de omgeving veranderd. In het 1981 van Marjan Berk is overgewicht een uitzondering, in de 21e eeuw van Hanneke Groenteman is overgewicht een algemeen maatschappelijk verschijnsel. Marjan Berk hoeft zich nog niet te verweren tegen televisieprogramma’s als de Afvallers XXL of een vettax op kroketten. Verschijnselen waar Hanneke Groenteman wel op reageert.

Toch bedient Marjan Berk zich van zwaardere literaire registers dan Hanneke Groenteman doet. Zo past het scheuren van de te kleine jurk in het eerste hoofdstuk, goed bij de sluike avondjurk van het laatste hoofdstuk. Ook vind ik Nooit meer slank een stuk vrolijker, olijker en gezelliger dan de boeken van Hanneke Groenteman. De laatste houdt altijd iets klagerigs, terwijl Marjan Berk gewoon aan het einde van haar boek opmerkt:

Ik houd zoveel van eten, het stoffeert en kleurt mijn leven. Er zijn mensen die andere hartstochten hebben en eten onbelangrijk vinden. (124)

Marjan Berk: Nooit meer slank. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 1992 [1981]. Vierde druk. ISBN: 90 254 0163 5. Prijs: € 1,20 (bij De Kringloper, Almere). 125 pagina’s.

Aangifte

Half Nederland zit vandaag achter de computer om de belastingaangifte op de computer te doen. Gelukkig geen mensen om mij heen die zingen ‘it’s easy’, maar het monotome gezoem van de wasdroger. Het andere zondagse werk gaat ook gewoon door.
De vraagtekens klikte ik regelmatig aan en er zitten best lastige addertjes onder het gras. Hopelijk wordt het volgend jaar allemaal nog makkelijker. We krijgen ongeveer het verwachte bedrag terug, zo laat de voorlopige berekening van de voorlopige teruggaaf zien. Al schrok ik even omdat ik het bedrag van mijzelf voor het totaalbedrag zag.
Is het goed nieuws? Ach het houdt een hoop Nederlanders weer van de straat. Een hele beroepsgroep leeft op belastingen en de voorlopige teruggaaf. Het zou zonde zijn deze mensen hun pleziertje te onthouden.

Nationale boekenstuntdag

‘Zóó, die is er vroeg bij.’ Als ik zijn gezicht niet herkend had, was het wel de stem die ik herkende. De pretoogjes keken mijn dochtertje Doris aan. Zij huiverde wat terug voor de grijze baard van enige dagen uit en het muffe uiterlijk.
Martin Ros liep met een voor zijn doen, zeer klein stapeltje boeken onder de arm. Hij schuivelde wat vooruit, zoals oudere mensen ook hun middagrondje lopen in de gang van het bejaardentehuis. Hij glimlachte naar mij en ik beaamde zijn woorden. Ik knikte mij van hem weg, Doris aan de arm en betaalde de drie euro entree.
Of Martin Ros het nu tegen Doris of tegen mij had, we waren allebei verreweg de jongsten in het gezelschap van de grote Nationale boekenstuntdag in de Amsterdamse RAI. Een hoeveelheid boekhandelaars ter grootte van een normale vrijdagmiddag op het Amsterdamse Spui, stond uitgestald in een bende kramen.
De kramen stonden keurig in lange rijen, zoals de bomen in een Nederlands bos staan aangeplant. Gezelligheid bestond niet, want er moest verkocht worden. Alle tweedehands boeken moesten de deur uit. Alleen de prijzen stonden mij tegen. Een boek, daar wil ik best voor betalen, maar het moet mij verleiden en vooral: de moeite waard zijn.
Het leek allemaal te mislukken. Een rolstoel tufte voorbij waarna een lange adem met de lucht van alcohol volgde. De mannetjes neurieden terwijl ze voor de kraampjes met hun vingers over de boekenruggen gleden. Of ze mompelden zachtjes de boektitels op, net hard genoeg om te horen.
Ondanks alles mocht ik ‘Een keuze uit zijn verpreide geschriften’ van J. de Kadt meenemen met een bundeltje Komrij’s en Biesheuvels voor de verzameling. Wat verderop deed ik zowaar twee vondsten: een tweedelige De Afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, een Nederlandse vertaling van Darwins The descent of man, and selection in relation to sex uit 1871. Mijn vertaling dateert uit 1882 en is van Hartogh Heys van Zouteveen. Helaas ontbreekt deze vertaling op de website waar alle werken van Darwin staan, terwijl de Duitse en Deense vertaling van dit werk wel op de site staan.
Naast Darwin lag een boekje van Boudewijn Büch, Links!,een ontbrekend stukje in mijn verzameling. Mijn dag was goed en Doris begon het rennen tussen de kraampjes te vervelen. Al vond ze het erg leuk om al die grijnzende oude mannetjes te ontwijken. Een verkoper bij een kraampje probeerde mij nog een verschrikkelijk beduimeld, maar kleurrijk boekje, rond de eerste commune te verkopen. Het was leuk voor Doris, meende ze. Ik vond het boekje niet bepaald geschikt voor mijn dochter, de katholieke evangelisatiedrang droop van de bladzijden.
We stapten het cafeetje in dat net buiten de aanplant van kraampjes lag. ‘Zóó, die is er vroeg bij.’ Ik knikte weer vriendelijk in zijn richting. Doris deinsde wat voor hem terug, net als voor de man die net met zijn handen haar tegemoet liep, ter begroeting. We dronken lekker een kopje koffie en chocomel voor Doris. Genoeg boeken voor vandaag. Snel liepen we weer naar de trein, iets dat Doris veel leuker vond dan de ouderwetse lucht van boeken.

De Film

Ik ging naar het internet
om de film te zien
traag trokken de beelden
voorbij. De maag van mijn
computer rommelde
in horten en stoten

Twee zijden leken elkaar
meer dan ooit te vermijden
het bloed en het woord
vond elkaar nooit
mijn computer knorde
verder van verdriet

Grieg speelde droevig
stopte en draalde dan weer
van de drukke bezoekers
die net als ik naar
internet waren
om de film te zien

Als ik een vliegtuigje was
zou ik liedjes zingen
‘het is zo warm hier
ik verbrand bijna’
neuriet de melodie
steeds door mijn hoofd

Fitna

We buigen ons diep
voor hem en houden
de adem in. De premier
vraagt de president
wat hij moet doen

Een film die niemand
gezien heeft. Het kind
krijst voordat een wee
begint, sterker nog: de liefde
is niet eens bedreven

Als de wereld een
kleuterschool is,
knikkert hij en
wint alleen zonder
tegenstanders

Niemand mag met
hem praten terwijl hij
schreeuwt en briest
stuurt de meester hem
de hoek in om af te koelen

Alleen Achmed slaat
een arm om hem heen
en zegt dat het wel meevalt
hij weet hoe het voelt
de enige te zijn

Dan speelt het speelkwartier
en barst de bom geleidelijk
Hij slaat wild om zich heen
niets wilders weerhoudt
zijn haat voor hem

Journalist die in beeld staat

Mag een journalist een moraalridder zijn? Ik vroeg het mij af toen ik zojuist Hugo Borst zag bij De wereld draait door. Geïnterviewd werd een vrouw die haar kind alleen rauwkost liet eten. Niets warmde ze op, want dat was slecht voor een mens, vond ze.
Roken is slecht, aan hardlopen zou niet iedereen zich moeten wagen en het eten van een kroketje kan dodelijk zijn. Iemand die bewust kiest voor alleen rauwkost, wekt mijn nieuwsgierigheid. Vandaag stond Hugo Borst met zijn moraal voor mij in beeld. Ik kreeg geen kans om mij een helder beeld van mevrouw te vormen. Hij beschuldigde haar ervan haar kind iets aan te doen door hem aan zo’n streng rauwkostdieet te zetten. Hij maakte zich hierbij ook echt boos. Hij vond dat ze zich moest laten helpen door een psychiater. De vrouw liet zich niet uit het veld slaan en leek zelfs nog wel verder met Hugo Borst in discussie te willen.
Misschien ben ik te nieuwsgierig of te beleefd om mijn mening direct op iemand te ventileren. Een journalist moet kritisch zijn, maar zijn geluid mag niet de geinterviewde overtreffen. Dan gaat hij het debat aan en dat is geen onafhankelijke journalistiek meer.

Lekkere sneeuw

Lekkere sneeuw kraakt als je erop loopt, pakt zich samen als je het kneedt tot een bal en lekkere sneeuw smelt nauwelijks in je hand.
De sneeuw van vanmorgen had niets van lekkere sneeuw, was nat en als je er een stap op zette, bleef je voetspoor in water water. Ik wilde weer gauw weer naar binnen nog voordat ik een stap buiten had gezet.
Voor Doris niets van al deze referenties, meningen en ideeen over lekkere sneeuw. Voor haar was er vanmorgen toen ze uit het raam keek gewoon sneeuw, zonder een oordeel. Ze mocht gelijk naar buiten en holde in de witte wereld. Ook leerde ik haar een sneeuwbal maken, die zoals je ziet prachtig aankwam.
Dat zelfs natte sneeuw lekker kan zijn, bewijst Doris.

Ieder boek vraagt om herlezen te worden

Wat hebben Gerrit Komrij, Saïd el Haji en Jan van Aken met elkaar gemeen? Hun boeken hebben vandaag een plekje gekregen in mijn nieuwe bibliotheek. Geen hond kon mij weerhouden. Vanmorgen heb ik alles schoongemaakt en sindsdien krijgen de boeken een nieuw plaatsje.
Alles moet wennen, zo lijkt het. Ze hebben twee jaar geen daglicht meer gezien. De geur van bananen verliet de dozen. De dozen namen de geur van de boeken aan.
Sommige boeken hebben zichtbaar geleden onder de jarenlange ballingschap. De rug knikt iets naar links of rechts en het papier bladert niet zo lekker als voorheen. Het is de tol van de lange opslag.
Ik dacht vandaag heel vaak aan Bloem. Hij had een gigantische bibliotheek. Toen hij eindelijk in Almelo de beschikking had over twee kamers in de Grootestraat, mocht zijn bibliotheek ook over. Jarenlang had het alles in dozen uitgestald gestaan, maar het uitpakken verliep uitermate traag. Ieder boek dat Bloem uit de doos haalde, vroeg erom gelezen te worden, wat weer veel rommel opleverde.
Vandaag heb ik Komrij, El Haji en Van Aken in mijn hand gehad en een paar passages gelezen. En de prachtige biografie van Bart Slijper over J.C. Bloem, om de passage waaraan ik zo vaak dacht even op te zoeken. Alles heb ik direct weer weggelegd uit angst dat ik aan dezelfde verleiding ten prooi zou vallen als Bloem.